09 bp Julianastraat 36-42 (3 Bijlage 2b Toelichting bijlage 3 Historisch bodemonderzoek)
Tekst van het document
Bijlage 3
69/364
Historisch bodemonderzoek
Bodem en Bouwstoffen
Historisch onderzoek Julianastraat 36-36A-36B-42 te Diessen rapport C219087.003/BJA
datum: opdrachtgever:
14-10-2021 den Plasmans Holding B.V. Postbus 83 Sint Jorisstraat 23 5400 AB UDEN 5091 SC OOST-, WEST- EN MIDDELBEERS
Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en / of openbaar gemaakt zonder schriftelijke toestemming van Archimil BV. Op al onze werkzaamheden zijn de algemene leveringsvoorwaarden van toepassing, zoals gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel te Eindhoven, onder nummer 17159750.
14-10-2021 rapportnummer: C219087.003/BJA
I
VERANTWOORDING
Mevr. B. Janssen Adviseur
Ing. B. van den Bosch Teamleider
Archimil B.V. Koningsplein 18, 5721 GJ Asten, Tel.nr. 0493-671818 – Faxnr. 0493-671800, Email: info@archimil.nl Rabobank Iban NL70RABO01636.28.580, Kvk nr. 17159750
Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
14-10-2021 rapportnummer: C219087.003/BJA
II
SAMENVATTING Voor een verklaring van de gebruikte terminologie met betrekking tot eventuele verontreinigingen verwijzen wij naar de ‘circulaire bodemsanering 2013’ en het ‘besluit bodemkwaliteit’. Voor een terrein aan de Julianastraat 36-36A-36B en 42 te Diessen is een historisch bodemonderzoek uitgevoerd zoals voorgeschreven in de Nederlandse norm NEN 5725. De geografische gegevens van de onderzoekslocatie staan weergegeven in het volgende overzicht: Gemeente
Diessen
Adres
Julianastraat 36-36A-36B en 42 te Diessen
Kadastraal
Sectie: C
Nr: 4434, 4998, 6279, 2649, 5716, 3213 en 3212
Coördinaten
X: 140521
Y: 387706
Oppervlakte onderzoekslocatie
Circa 8.108 m2
Op basis van de in het vooronderzoek verzamelde gegevens is geconcludeerd dat op de locatie vooralsnog verschillende terreindelen kunnen worden onderscheiden: Onder en vóór de bebouwing van het woonhuis en de voormalige kantoorruimte aan de Julianastraat 36-36A (voormalig tankstation) is een restverontreiniging met minerale olie en vluchtige aromaten achtergebleven na de uitgevoerde sanering in maart-april 1998. Het zou gaan om circa 160 m³ (met minerale olie (boven tussenwaarde), en BTEX, (boven interventiewaarde) verontreinigde grond. Deze verontreiniging is in de grond achtergebleven omdat deze ten tijde van de sanering niet toegankelijk was (deze is onder de woning en de showroom gesitueerd). Deze verontreiniging bevindt zich in de bodemlaag in het traject tussen 1,6- 4 m-mv. Deze bebouwing zal niet gesloopt worden, verdere sanering van de verontreiniging is derhalve niet zondermeer aan de orde. Aangezien in de periode van onderzoek en sanering al is vastgesteld dat geen sprake was van humane risico’s bij een gebruik als woonhuis, is er vooralsnog geen aanleiding te veronderstellen dat deze risico’s zich nu wel voor zullen doen. Wel adviseren wij, gezien de lange tijd sinds de laatste monitoring, hier een actualisatie van de bodemkwaliteit uit te voeren. Zuidelijk van deze bebouwing heeft een ondergrondse tank voor de opslag van HBO gelegen.
Hier heeft eerder geen onderzoek plaatsgevonden, dit dient alsnog te gebeuren. Ter plaatse van de bebouwing aan de Julianastraat 36B-42 wordt het bestaande gebruik (winkel en bovenwoning) gewijzigd waarbij de bebouwing op een zeker moment (deels) zal worden gesloopt. De bodem dient hier, gezien de historie van de locatie, als heterogeen verdacht te worden beschouwd. Vooralsnog zijn er geen concrete aanwijzingen dat hier een verontreiniging aanwezig is, de tanks die naast deze locatie hebben gelegen bleken geen verontreiniging te hebben veroorzaakt. In lijn met de modelbouwverordening dient hier onderzoek na sloop van de bebouwing uitgevoerd te worden.
Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
14-10-2021 rapportnummer: C219087.003/BJA
III
Voor het overige verandert het feitelijke gebruik niet (voorzien zijn inpandige verbouwingen) en is er geen aanwijzing dat graafwerkzaamheden voorzien zijn in potentieel verontreinigde grond. Ook is tijdens eerdere onderzoeken en het recent door Archimil uitgevoerde onderzoek niet gebleken dat sprake is van een ophooglaag of verhardingslaag van potentieel verontreinigd materiaal. Het uitvoeren van aanvullend veld- en laboratoriumonderzoek achten wij dan ook niet noodzakelijk in dit kader. .
Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
14-10-2021 rapportnummer: C219087.003/BJA
IV
INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING 1. INLEIDING EN DOEL VAN HET ONDERZOEK ................................................................................ 1 2. VOORONDERZOEK ......................................................................................................................... 3 2.1. GEOGRAFISCHE GEGEVENS.......................................................................................................... 3 2.2. HUIDIG BODEMGEBRUIK ............................................................................................................. 3 2.3. VOORMALIG BODEMGEBRUIK ....................................................................................................... 4 2.4. TOEKOMSTIG BODEMGEBRUIK ..................................................................................................... 5 2.5. MILIEUVERGUNNINGEN .............................................................................................................. 6 2.6. BODEMONDERZOEKEN ............................................................................................................... 6 2.6.1. Locatie ........................................................................................................................ 6 2.6.2. Omgeving................................................................................................................... 10 2.7.
BODEMOPBOUW EN (GEO-)HYDROLOGIE ....................................................................................... 11 2.7.1. Algehele bodemkwaliteit ............................................................................................ 11 2.8. CONCLUSIE VOORONDERZOEK ................................................................................................... 12 3. VOORSTEL VOOR ONDERZOEK ..................................................................................................13 3.1. OPZET ACTUALISEREND BODEMONDERZOEK ................................................................................. 13 3.1.1. Analysepakketten ...................................................................................................... 13 3.2. UITVOERING BODEMONDERZOEK ................................................................................................ 14 4. WIJZE VAN BEOORDELEN EN INTERPRETATIE ........................................................................15 Bijlage 1 ............................................................................................................ overzichtstekening Bijlage 2 ..................................................................................................................
vooronderzoek Bijlage 3 ..............................................................................................................locatietekeningen Bijlage 4 ..................................................................................... significante verzamelde gegevens Bijlage 5 ........................................................................................................................ referenties
Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
14-10-2021 rapportnummer: C219087.003/BJA
1.
1
INLEIDING EN DOEL VAN HET ONDERZOEK
In verband met de voorgenomen herontwikkeling aan de Julianastraat 36-36A-36B en 42 te Diessen is door de heer T. Plasmans van Plasmans Holding B.V., schriftelijk opdracht verleend om een historisch onderzoek voor deze locatie uit te voeren. Het doel van het vooronderzoek is het verzamelen van relevante informatie over de locatie van het bodemonderzoek, door het opvragen van informatie bij de opdrachtgever, de eigenaar en de gemeente, houden van interviews, uitvoeren van terreininspectie en archiefonderzoek. De te verzamelen informatie heeft betrekking op het voormalige gebruik, het huidige gebruik, het toekomstige gebruik, de bodemopbouw, de geohydrologische situatie en financieel-juridische aspecten. Op basis van de verzamelde informatie kan het veld- en chemisch onderzoek goed worden voorbereid en wordt de onderzoekshypothese voor het verkennend of nader bodemonderzoek opgesteld. Ook kunnen de resultaten van het vooronderzoek gebruikt worden bij de interpretatie van de resultaten van het bodemonderzoek. Het onderzoek is uitgevoerd volgens NEN 5725 [1]. Voor zover boringen zijn geplaatst is dit uitgevoerd conform protocol 2001 [3] van de SIKB door hiertoe erkende monsternemers. Archimil is hiervoor gecertificeerd en erkend.
Het rapport is als volgt opgebouwd: Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van de verzamelde gegevens van de onderzoekslocatie en/ of de daaromheen liggende percelen, welke tijdens het vooronderzoek naar voren zijn gekomen. Op basis hiervan wordt een onderzoeksvoorstel voor vervolgonderzoek in hoofdstuk 3 gepresenteerd. In hoofdstuk 4 wordt het toetsingskader van het uit te voeren onderzoek gepresenteerd waarna in hoofdstuk 5 de conclusies besproken worden en enkele aanbevelingen worden gedaan. De in de tekst aangehaalde literatuurbronnen zijn opgenomen in bijlage 6. Contactpersoon voor de opdrachtgever was de heer T. Plasmans.
Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
14-10-2021 rapportnummer: C219087.003/BJA
2
Luchtfoto onderzoekslocatie en omgeving
Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
14-10-2021 rapportnummer: C219087.003/BJA
2.
3
VOORONDERZOEK
Het vooronderzoek met betrekking tot het bodemonderzoek is uitgevoerd op het standaardniveau, conform NEN 5725. In bijlage 2 is een overzicht weergegeven van deze (geraadpleegde) informatiebronnen en de verkregen informatie. 2.1. Geografische gegevens De geografische gegevens van de onderzoekslocatie staan weergegeven in het volgende overzicht: Gemeente
Diessen
Adres
Julianastraat 36-36A-36B en 42 te Diessen
Kadastraal
Sectie: C
Nr: 4434, 4998, 6279, 2649, 5716, 3213 en 3212
Coördinaten
X: 140521
Y: 387706
Oppervlakte onderzoekslocatie
Circa 8.108 m2
Het vooronderzoek heeft zich gericht zich op de onderzoekslocatie en de direct aanliggende percelen vanaf de grens van het onderzoeksgebied tot aan 25 meter buiten het onderzoeksgebied. Op de onderzoekslocatie is er voor zover bekend geen sprake van een calamiteit of overtreding van voorschriften in het kader van de Wet Milieubeheer en/of Wet Bodembescherming en/of andere milieuregelgeving. 2.2. Huidig bodemgebruik Het noordelijke deel van de onderzoekslocatie betreft de bebouwing aan de Julianastraat 36-36A, 36B en 42 te Diessen. Aan de Julianastraat 36 (geel) is een bedrijfswoning gesitueerd. De bebouwing aan de Julianastraat 36A en de bebouwing zuidelijk hiervan, was tot voor enige tijd geleden in gebruik als garagebedrijf. Het perceel Julainastraat 36T betreft een installatieruimte van KPN. Aan de noordoostzijde is detailhandel Heb! gesitueerd. Ten zuiden van detailhandel Heb! is momenteel de supermarkt Plus gesitueerd. Het zuidelijke deel van de locatie is in gebruik als met klinkers verhard parkeerterrein. Een beperkt deel van het terrein, bij de ingang van de Plus supermarkt, is verhard met asfalt.
FASE 1 (vergund) BedrijfCampertrek(blauw) SupermarktPlus (lichtgroen) DetailhandelHeb! (donkergroen)
Momenteel heeft het gebied de bestemming gemengd.
Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
14-10-2021 rapportnummer: C219087.003/BJA
4
Het onderzoeksterrein is voor zover bekend niet opgehoogd met bodemvreemde materialen zoals puin, sintels of gebroken asfalt. Er zijn geen gegevens bekend omtrent eventuele calamiteiten op de onderzoekslocatie welke geleid kunnen hebben tot een bodemverontreiniging. 2.3. Voormalig bodemgebruik Uit de historische kaarten (bron: http://www.topotijdreis.nl) blijkt dat op het noordelijk deel van de onderzoekslocatie een weg aanwezig is geweest. De eerste bebouwing op de locatie is zichtbaar omstreeks begin van de jaren ’30 van de vorige eeuw. Voor zover naspeurbaar is dit ook het begin geweest van de (destijds rijwiel-) activiteiten op de locatie. Rond de jaren ’70 was een groot deel van de huidige bebouwing aanwezig. In 2004 en 2013 heeft een uitbreiding van de bebouwing plaatsgevonden, waarbij de locatie van de Plus supermarkt is gerealiseerd.
Omstreeks 1935
Omstreeks 1972
1993
2016
Het gehele gebied was in het verleden in gebruik als bedrijfsterrein van een autogarage (Vingerhoets en later Nefkens).
Foto voorzijde 2009 Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
14-10-2021 rapportnummer: C219087.003/BJA
5
Omstreeks 2012 zijn de garage-activiteiten van Vingerhoets overgegaan naar Nefkens (dochteronderneming PGAgroep). In 2018 heeft Nefkens haar activiteiten in Diessen gestaakt waarna op de locatie nog een korte periode een nieuwe garage van Vingerhoets in werking was1.
Foto achterzijde 2009
Omstreeks 2015 is het oostelijk deel van de bebouwing leeg komen staan waarna dit in gebruik genomen als winkelruimte (Emté supermarkt aan achterzijde, de winkel Heb! aan voorzijde). Het noordwestelijk deel van het terrein is nog in gebruik gebleven als autobedrijf.
Foto voorzijde 2016
Aan de zuidoostzijde is recent bebouwing gesloopt om plaats te maken voor de verplaatsing van de supermarkt. 2.4. Toekomstig bodemgebruik Het noordelijke deel van de onderzoekslocatie zal middels een bestemmingsplanwijziging bestemd worden tot Wonen (geel) Ten zuiden hiervan is het voormalige garagebedrijf aanzienlijk verkleind. Ter plaatse van dit deel van deze voormalige garage zal de Plus worden uitgebreid. Op het zuidoostelijk gelegen terrein zal detailhandel Heb! worden gevestigd. Tussen de bebouwing van de supermarkt Plus en detailhandel Heb! zal een passage komen. Het huidige winkelpand met bovenwoning aan de Julianastraat 36B-42 te Diessen waar nu Heb! is gevestigd zal een woonbestemming krijgen. De huidige bebouwing zal worden gesloopt en hier zullen 6 appartementen worden gerealiseerd. Op het meest zuidelijke en oostelijke terreindeel blijft het parkeerterrein gehandhaafd. 1
FASE 3 (bestemmingsplanwijziging) BedrijfCampertrek(blauw) SupermarktPlus (lichtgroen) Passage (middengroen) DetailhandelHeb! (donkergroen) Wonen(geel)
https://www.bd.nl/hilvarenbeek/doek-valt-voor-vingerhoets-in-diessen-volgens-curator-door-geschil-met-huisbaas~a5aad425/
Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
14-10-2021 rapportnummer: C219087.003/BJA
6
2.5. Milieuvergunningen Ten behoeve van de bedrijfsactiviteiten is door de gemeente aangegeven dat in het verleden diverse meldingen zijn geaccepteerd. Julianastraat 36: o Melding 8.40 Besluit inrichtingen voor motorvoertuigen d.d. 25-9-1997 o Melding 8.40 Besluit inrichtingen voor motorvoertuigen d.d. 27-2-2003 Julianastraat 36A: o Melding 8.40 Besluit voorzieningen installaties d.d. 13-11-2003 Julianastraat 36 -40 o Melding Activiteitenbesluit d.d. 5-4-2011 Meer informatie hieromtrent is vooralsnog achterhaald kunnen worden. Gezien de lange historie van de bedrijven op de onderzoekslocatie zullen in het verleden meer vergunningen zijn verleend. Gezien ook deze lange historie en de aard van de bedrijfsactiviteiten wordt vooralsnog uitgegaan dat op een groot aantal plaatsen potentieel bodembedreigende activiteiten plaats hebben gevonden zonder dat hier afdoende bodembeschermende maatregelen zouden zijn getroffen. 2.6. Bodemonderzoeken In het archief van de gemeente Hilvarenbeek en in het eigen archief van Archimil zijn gegevens bekend van reeds uitgevoerde bodemonderzoeken op deze locatie en de omliggende locaties. 2.6.1. Locatie Julianastraat 36 In 1995 is door Fugro, voor het beëindigen van het tankstation, een milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd (kenmerk X-6576/140, d.d. 07-11-1995). In 1929 is gestart met de verkoop van brandstoffen.
In november 1993 zijn de activiteiten van het tankstation gestaakt. Op de locatie waren destijds vier ondergrondse tanks aanwezig. Nabij de garage was een ondergrondse HBO-tank (3000 L) en een bovengrond smeerolie (4000 L) en afvalolie (2400 L) aanwezig. Ter plaatse van de tanks en de vulpunten bleek de meest verdachte bodemlaag en het grondwater niet substantieel verontreinigd te zijn. Ter plaatse van het pompeiland was sprake van sterk verhoogde gehalten aan minerale olie en vluchtige aromaten in de grond en het grondwater. De omvang van de bodemverontreiniging is geschat op circa 500 m3 (160 m2 x gem. 3 meter). De omvang van de grondwater verontreiniging is geschat op minder dan 100 m3.
Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
14-10-2021 rapportnummer: C219087.003/BJA
7
Ter plaatse van het voormalige tankstation is een bodemsanering (SUBAT) uitgevoerd op basis van een multifunctioneel saneringsplan (beschikking nr. 395028, d.d. 9-9-1996). Er was geen sprake van actueel humane of ecologische risico’s maar wel van verspreidingsrisico’s. In maart-april 1998 is de verontreinigde grond ontgraven en van juni 1998 tot december 1999 is een grondwater-sanering uitgevoerd. De sanering is door Fugro geëvalueerd onder kenmerk MU 98.0647, d.d. 20 april 2000). Bekend is dat onder het pand en tegen het pand in de bodemlaag van 1,6-4,0 m-mv een restverontreiniging in de bodem is achtergebleven. Door de provincie Noord Brabant is ingestemd met de sanering onder waarde dat een monitoring van het grondwater zou worden uitgevoerd. In 2003 en 2006 t/m 2009 is door UDM een grondwatermonitoring uitgevoerd. De meest recent resultaten zijn verwerkt in rapport pjv/09021000.B01, d.d. 07-10-2009. Uit de rapportage volgt dat, ter plaatse van de restverontreiniging, sterk verhoogde gehalten aan minerale olie en BTEX zijn aangetoond. Bij omliggende peilbuizen zijn geen of nauwelijks verhoogde gehalten aangetroffen. In 2007 is, door een grondwateronttrekking, een sterk verhoogd gehalte benzeen aangetroffen buiten de contour van de restverontreiniging. Eind 2008 is hier nog een licht verhoogd gehalte benzeen aangetroffen.
Geadviseerd is de jaarlijkse monitoring voort te zetten. In 2009 bleek afdoende vastgesteld dat in de kern van verontreiniging
Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
14-10-2021 rapportnummer: C219087.003/BJA
8
Op 13-11-2009 is door de provincie Noord-Brabant ingestemd met het stopzetten van de monitoring aangezien afdoende was vastgesteld dat sprake is van een stabiele eindsituatie waarbij geen verspreiding optreedt. Wel is gesteld (brief met kenmerk 1601370, d.d. 12-11-2009) dat op het moment dat de verontreiniging bereikbaar wordt deze, na contact met het bevoegd gezag, alsnog multifunctioneel gesaneerd zou moeten worden. Opgemerkt wordt dat ter plaatse van de HBO-tank geen onderzoek heeft plaatsgevonden in het kader van SUBAT. Deze maakte geen onderdeel uit van de tankinstallaties. Achterzijde Julianastraat 36 In 2002 is door Zeeuwen Milieu, ter plaatse van de achtertuin van Julianastraat 36, een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (rapport ZM.0702089, d.d. 01-09-2002). Hierbij zijn noch in de bodem noch in het grondwater verontreinigingen aangetroffen. (bron: VBO Docfastraat 5) Achterzijde Docfastraat 5 (westelijk terrein van de onderzoekslocatie) Ter plaatse van een gedeelte van de huidige onderzoekslocatie is in 2003 door Zeeuwen Milieu een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (rapport ZM.1103165/bw.01, d.d. 16-12-2003). Aan de achterzijde van het terrein (de noordpijl is foutief ingetekend in de betreffende rapportage) zou op het perceel Julianastraat 36 een ondergrondse tank hebben gelegen.
Deze tank zou vóór 2003 zijn verwijderd en in de bodem zou een lichte verontreiniging met minerale olie zijn aangetroffen. Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
14-10-2021 rapportnummer: C219087.003/BJA
9
Bij de opdrachtgever is van deze voormalige tank niet bekend. Uit de rapportage volgt dat in de bovengrond van boring PB1 een bijmenging met kolengruis en sintels is aangetroffen. De zintuiglijk verontreinigde bodemlaag (0,2-0,5 m-mv) is separaat onderzocht en bleek sterk verontreinigd te zijn met zink (320 mg/kgds), matig verontreinigd te zijn met PAK’s (22 mg/kgds) en licht verontreinigd te zijn met cadmium, koper, lood, nikkel en minerale olie. De resterende bovengrond was licht verontreinigd met koper, zink, PAK’s en minerale olie. De ondergrond was licht verontreinigd met minerale olie. Het grondwater was licht verontreinigd met arseen en zink. Op basis van de onderzoeksresultaten is, ter inkadering, boring B5 bijgeplaatst. De meest verdachte bodemlaag (zwak kolengruis houdend) bleek matig verontreinigd te zijn met zink (300 mg/kgds) en licht verontreinigd met PAK’s (17 mg/kgds). Geconcludeerd is in de rapportage dat geen sprake zou zijn van een geval van ernstige bodemverontreiniging (<25 m3 grond sterk verontreinigd). De verticale inkadering van deze verontreiniging is voldoende vastgesteld, is destijds vastgesteld in een overleg met de gemeente Hilvarenbeek. Op basis van de eerdere rapportage zou deze spot van verontreiniging in noordelijk, oostelijke en westelijke richting nog niet voldoende zijn ingekaderd. Julianastraat ong.
te Diessen: Ter plaatse van een gedeelte van de huidige onderzoekslocatie is op 30 oktober 2020 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd door Archimil (rapport 3601R001-4). De conclusie van dit rapport luidde dat de matig puinhoudende grond uit de bovenlaag (0-0,5 mmv) zeer licht verontreinigd was met PCB’s. De grond uit de bodemlaag onder het menggranulaat (0,4-1,05 m-mv) ter plaatse van de parkeerplaats bleek niet verontreinigd met één van de componenten waarop is onderzocht. De grond uit de onderlaag (0,5-2,2 m-mv) bleek niet verontreinigd met één van de componenten waarop is onderzocht. Het grondwater bleek licht verontreinigd met barium. De hypothese niet-verdachte locatie werd aangenomen op basis van de onderzoeksresultaten. De aangetroffen bijmenging met puin ter plaatse van de boring 103 kon evenwel niet zondermeer als onverdacht voor asbest worden beschouwd. Zintuiglijk zijn bij de uitvoer van het onderzoek echter geen bijmengingen met asbest aangetroffen in of op de bodem. Gezien het sporadische voorkomen van dit puin en gezien de bovenliggende vloer is een onderzoek naar asbest conform NEN5707 vooralsnog niet van toegevoegde waarde geacht. Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
14-10-2021 rapportnummer: C219087.003/BJA
10
2.6.2. Omgeving In de omgeving van de onderzoekslocatie zijn in het verleden diverse bodemonderzoeken uitgevoerd. Docfastraat 7 (westelijk aangrenzend terrein) In 1998 is door G&O Consult een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (rapport 1596bo01, d.d. 23-12-1998). Uit de rapportage volgt dat de bovengrond licht verontreinigd was met koper, lood, zink, minerale olie en PAK’s. De ondergrond was licht verontreinigd met koper. In het grondwater zijn licht verhoogde gehalten aan arseen en chroom aangetroffen. Julianastraat 37-39 te Diessen (noordelijk gesitueerd terrein) In maart 2016 is door BK Ingenieurs B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (rapport 161003, d.d. 22 maart 2016. Dit terrein is noordelijk van Julianastraat 36-36A-36B en 42 gesitueerd. De conclusie van dit onderzoek luidde als volgt: Uit de onderzoeksresultaten bleek dat in MM01 en MM05 de geanalyseerde parameters niet zijn aangetoond in gehalten boven de Achtergrondwaarden. In de matig kolengruishoudende en zwak puinhoudende bodemlaag (noordelijk terrein, MM02), gelegen direct onder de puinfundering waren licht verhoogde gehalten aan cadmium, lood, zink en PAK aangetoond. De aangetoonde verontreinigingen werden gerelateerd aan de waargenomen bijmengingen. In de zintuiglijk onverdachte bovengrond (MM04) waren cadmium, kwik en lood in licht verhoogd gehalten aangetoond.
In de zintuiglijk onverdachte ondergrond (MM03) was een licht verhoogd gehalten aan lood aangetoond. De oorzaak van deze verontreinigingen is niet bekend, vermoedelijk betreffen het verontreinigingen ontstaan door antropogene invloeden. Het grondwater bleek niet verontreinigd met de geanalyseerde parameters. Het uitvoeren van een nader bodemonderzoek werd niet noodzakelijk geacht. Volgens de omgevingsrapportage zouden gegevens bekend moeten zijn van een historisch onderzoek ter plaatse van Julianastraat 50 en 52 te Diessen (welke uitgevoerd zou zijn door TAUW), oostelijk gelegen van de onderzoekslocatie. De gemeente Hilvarenbeek had deze gegevens echter niet voorhanden.
Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
14-10-2021 rapportnummer: C219087.003/BJA
11
2.7. Bodemopbouw en (geo-)hydrologie Het te onderzoeken terrein heeft een hoogteligging gelijk aan ca. 16,3 m + N.A.P. De opbouw van de ondergrond is schematisch weergegeven in figuur A. Figuur A: opbouw ondergrond. Formatie van Boxtel Formatie van Sterksel Formatie van Stramproy Formatie van Peize / Waalre
Zwak siltig fijn tot matig grof zand Grof zand en grind Uiteenlopende korrelgroottes, met plaatselijke leem, grind en kleilagen Fluviatiel wit of grijs grof zand en grind
De freatische grondwaterspiegel bevindt zich op circa 2,0 m-mv. De stromingsrichting van het grondwater in het eerste watervoerende pakket is globaal noordelijk gericht. Voorgenoemde geohydrologische gegevens zijn ontleend aan de grondwaterkaart van Nederland [6]. 2.7.1. Algehele bodemkwaliteit De gemeente Hilvarenbeek maakt gebruik van een goedgekeurde bodemkwaliteitskaart en bodembeheerplan (oktober 2013) waarin diffuus verhoogde achtergrondgehalten aan verontreiniging zijn vastgelegd. De locatie valt in de zone Woongebieden oud (voor 1960). De bodem van onverdachte locaties is gemiddeld genomen zeer licht verontreinigd met PCB’s en voldoet aan de kwaliteitsklasse Achtergrond-waarden. De gemeente Hilvarenbeek maakt gebruik van een goedgekeurde bodemfunctieklassenkaart. (februari 2009). Hierin heeft de locatie de functie Wonen toegekend gekregen. In het grondwater van zandgronden kunnen, door chemische processen die optreden wanneer anaeroob grondwater opkwelt, verhogingen met zware metalen in het grondwater aanwezig zijn. Doordat in de bodem ijzerhoudende lagen aanwezig zijn kunnen zware metalen in oplossing gaan en in het grondwater terechtkomen. Over het algemeen zijn arseen en nikkel overheersende componenten wanneer deze situatie zich voordoet.
2.4.2 PFAS In het rapport “Aanwezigheid PFAS in Nederland Deelrapport B Verdachte locaties” 2 is een overzicht opgenomen van potentiële risico-locaties voor het voorkomen van PFAS-verbindingen. Voor de locatie van herkomst is geen sprake van een bronlocatie. Opgemerkt wordt dat op basis van recente gegevens de bovengrond van een groot deel van Nederland mogelijk in lichte mate verontreinigd is met PFASverbindingen1 en dat uitspoeling naar de ondergrond kan plaatsvinden.
Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
14-10-2021 rapportnummer: C219087.003/BJA
12
Door het ministerie is een tijdelijk handelingskader PFAS opgesteld (versie 2 juli 2020) voor hergebruik van PFAS houdende grond en baggerspecie, waarbij een achtergrondwaarde van 1,9 μg/kgds (PFOA) danwel 1,4 μg/kgds (PFAS) is vastgesteld 3. De gezamenlijke omgevingsdiensten in Brabant hebben eind 2019 tijdelijke lokale achtergrondwaarden opgesteld welke, zolang een gemeente geen bodemkwaliteitskaart heeft, gebruikt kunnen worden als toepassingsnorm voor de ontvangende bodem. Hierin is ondermeer een lokaal verhoogd gehalte PFOA vastgesteld van 1,1 µg/kgds. Deze normen zijn door de gemeente Hilvarenbeek bestuurlijk vastgelegd. 2.8. Conclusie vooronderzoek Het vooronderzoek heeft zich gericht zich op de onderzoekslocatie en de direct aanliggende percelen vanaf de grens van het onderzoeksgebied tot aan 25 meter buiten het onderzoeksgebied. Op basis van bovenstaande gegevens kunnen op de locatie vooralsnog verschillende terreindelen worden onderscheiden: Onder en vóór de bebouwing van het woonhuis en de voormalige kantoorruimte aan de Julianastraat 36-36A (voormalig tankstation) is een restverontreiniging met minerale olie en vluchtige aromaten achtergebleven na de uitgevoerde sanering in maart-april 1998. Het zou gaan om circa 160 m³ (met minerale olie (boven tussenwaarde), en BTEX, (boven interventiewaarde) verontreinigde grond.
Deze verontreiniging is in de grond achtergebleven omdat deze ten tijde van de sanering niet toegankelijk was (deze is onder de woning en de showroom gesitueerd). Deze verontreiniging bevindt zich in de bodemlaag in het traject tussen 1,6- 4 m-mv. Deze bebouwing zal niet gesloopt worden, verdere sanering van de verontreiniging is derhalve niet zondermeer aan de orde. Aangezien in de periode van onderzoek en sanering al is vastgesteld dat geen sprake was van humane risico’s bij een gebruik als woonhuis, is er vooralsnog geen aanleiding te veronderstellen dat deze risico’s zich nu wel voor zullen doen. Wel adviseren wij, gezien de lange tijd sinds de laatste monitoring, hier een actualisatie van de bodemkwaliteit uit te voeren. Zuidelijk van deze bebouwing heeft een ondergrondse tank voor de opslag van HBO gelegen. Hier heeft eerder geen onderzoek plaatsgevonden, dit dient alsnog te gebeuren. Ter plaatse van de bebouwing aan de Julianastraat 36B-42 wordt het bestaande gebruik (winkel en bovenwoning) gewijzigd waarbij de bebouwing op een zeker moment (deels) zal worden gesloopt. De bodem dient hier, gezien de historie van de locatie, als heterogeen verdacht te worden beschouwd. Vooralsnog zijn er geen concrete aanwijzingen dat hier een verontreiniging aanwezig is, de tanks die naast deze locatie hebben gelegen bleken geen verontreiniging te hebben veroorzaakt.
In lijn met de modelbouwverordening dient hier onderzoek na sloop van de bebouwing uitgevoerd te worden. Voor het overige verandert het feitelijke gebruik niet (voorzien zijn inpandige verbouwingen) en is er geen aanwijzing dat graafwerkzaamheden voorzien zijn in potentieel verontreinigde grond. Ook is tijdens eerdere onderzoeken en het recent door Archimil uitgevoerde onderzoek niet gebleken dat sprake is van een ophooglaag of verhardingslaag van potentieel verontreinigd materiaal. Het uitvoeren van aanvullend veld- en laboratoriumonderzoek achten wij dan ook niet noodzakelijk in dit kader.
Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
14-10-2021 rapportnummer: C219087.003/BJA
13
3. VOORSTEL VOOR ONDERZOEK Op basis van de verzamelde gegevens in hoofdstuk 2 zijn een of meerdere al dan niet verdachte terreindelen onderscheiden. In paragraaf 3.1 wordt ten behoeve hiervan een onderzoeksopzet gepresenteerd. De te stellen kwalitatieve eisen zijn in paragraaf 3.2 opgenomen. 3.1. Opzet actualiserend bodemonderzoek Per te onderscheiden terreindeel wordt onderstaande opzet gehanteerd. Van elke 50 cm bodemlaag of van iedere bodemlaag afzonderlijk worden tot de freatische grondwaterspiegel representatieve monsters genomen. De boringen worden gelijkmatig over de te onderzoeken locatie verdeeld volgens een systematisch patroon. Het grondwater wordt minimaal één week na plaatsing bemonsterd. De bestaande peilbuizen die laatstelijk in 2009 zijn gebruikt voor monitoring van het grondwater (MPD2, MPK, MPL, MPM, HB1, HB102, MPG) zullen worden opgezocht en bemonsterd. In het laboratorium wordt het grondwater onderzocht op het gehalte aan minerale olie en vluchtige aromaten. Voor zover deze peilbuizen niet meer aanwezig of bruikbaar zijn zullen hier minimaal drie nieuwe peilbuizen (éénmaal in de kern, tweemaal juist buiten de verontreinigings-contour) moeten worden herplaatst. Tegen de gevel van de woning en tegen de gevel van het kantoor worden twee boringen geplaatst tot 4 m-mv.
Vier grondmonsters (steekbusmonsters) worden onderzocht op het gehalte aan minerale olie en vluchtige aromaten. Ter plaatse van de (voormalige?) ondergrondse HBO-tank worden twee boringen tot 250 cm-mv geplaatst. Eén van deze boringen wordt doorgezet tot 150 cm onder de freatische grondwaterspiegel en wordt afgewerkt met een peilbuis. De meest verdachte bodemlaag wordt onderzocht op het gehalte aan minerale olie en vluchtige aromaten. Het grondwater wordt onderzocht op de componenten uit het standaardpakket. Na sloop van de bebouwing op het perceel Julianastraat 36B-42 (ca 600 m2) dient na sloop van de bebouwing conform de strategie VED-HE-NL 5 boringen tot 100 cm-mv, één boring tot 200 cm-mv en één peilbuis geplaatst te worden. Drie mengmonsters van de meest verdachte laag dienen te worden onderzocht op de componenten uit het standaardpakket. Het grondwater wordt onderzocht op de componenten uit het standaardpakket. 3.1.1. Analysepakketten De toegepaste analyse-pakketten bestaan uit: Grond: standaardpakket grond: Droge stof, Metalen (Ba,Cd,Co,Cu,Hg,Mo,Ni,Pb,Zn), Minerale Olie (GC) (C10 - C40), PAK (10 VROM), PCB (7)
Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
14-10-2021 rapportnummer: C219087.003/BJA
14
Grondwater: standaardpakket grondwater: Metalen (Ba,Cd,Co,Cu,Hg,Mo,Ni,Pb,Zn), Minerale olie (GC), Aromaten (BTEXN), Styreen, VOCl (11), Vinylchloride, 1,1 Dichlooretheen, 1,1-Dichloorpropaan, 1,2-Dichloorpropaan, 1,3-Dichloorpropaan, Bromoform 3.2. Uitvoering bodemonderzoek De veldwerkzaamheden dienen te worden uitgevoerd volgens de protocollen van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodemonderzoek door een daartoe erkende veldwerker in dienst van een gecertificeerd onderzoeksbureau. De uit te voeren veldwerkzaamheden bestaan uit: 1. het verrichten van de boringen en het plaatsen van peilbuizen; 2. het inmeten van de boringen 3. het bemonsteren van de (water)bodem 4. het bemonsteren van het grondwater en het uitvoeren van veldmetingen hiertoe; 3. visueel en (passief) organoleptisch onderzoek van de monsters. De grondboringen worden met handkracht uitgevoerd. Na elke boring wordt het boormateriaal met leidingwater schoongemaakt. Voor het plaatsen van de peilbuizen wordt geboord tot circa 1,5 meter beneden de freatische grondwaterspiegel. Het materiaal van de buis is slagvast P.V.C.. Het geperforeerde gedeelte wordt omgeven door een gewassen, paraffinevrije filterkous en gegloeid en gezeefd filtergrind, waarboven een kleistop wordt aangebracht.
Het niet-geperforeerde gedeelte wordt verder met de oorspronkelijke grond omstort waarbij de oorspronkelijke bodemlagen zoveel mogelijk worden hersteld. Het boorgat wordt afgedicht met een laag zwelklei van ca. 30 cm. De chemische analyses van de grond- en grondwatermonsters dienen te worden uitgevoerd door een AS3000 geaccrediteerd laboratorium. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de voorbehandelings-, opwerkings-, en analysemethoden zoals beschreven in de NEN-normen en de protocollen van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodemonderzoek.
Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
14-10-2021 rapportnummer: C219087.003/BJA
4.
15
WIJZE VAN BEOORDELEN EN INTERPRETATIE
Bij de beoordeling en interpretatie van de resultaten is gebruik gemaakt van de circulaire bodemsanering 2013. Deze circulaire definieert streefwaarden, achtergrondwaarden, interventiewaarden en tussenwaarden voor de beoordeling van de concentratieniveaus van diverse verontreinigingen in grond en grondwater. In onderstaand overzicht worden deze toegelicht: - de Achtergrondwaarde (grond) of Streefwaarde (grondwater) geeft het niveau aan waarbij, volgens de huidige inzichten, sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In geval er curatief gehandeld moet worden, geeft deze waarde het niveau aan dat bereikt moet worden om de functionele eigenschappen die de bodem voor mens, dier of plant heeft, volledig te herstellen; - de interventiewaarde (I) geeft het niveau aan waarbij de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant, ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Bij gehalten boven deze waarde is normaliter sprake van een ernstige verontreiniging en zal moeten worden bekeken of sanering urgent is; - de tussenwaarde (T = [S + I] / 2) bevindt zich op de helft tussen de streef- en interventiewaarde. Boven deze waarde is in ieder geval, en onder deze waarde afhankelijk van bepaalde factoren zoals bodemtype, een nader onderzoek gewenst. Deze waarden zijn afhankelijk van de grondsoort.
Op basis van het lutum en het organische stofgehalte van de onderzochte grond, wordt een correctie uitgevoerd op de waarden zoals die voor een standaardbodem (lutum= 25% en humus= 10%) zijn vastgesteld. Om de mate van verontreiniging weer te geven wordt in dit rapport de onderstaande terminologie gebruikt: - niet verontreinigd concentratie lager dan of gelijk aan de achtergrondwaarde; - licht verontreinigd concentratie hoger dan de achtergrondwaarde, maar lager dan of gelijk aan de tussenwaarde; - matig verontreinigd concentratie hoger dan de tussenwaarde, maar lager dan of gelijk aan de interventiewaarde; - sterk verontreinigd concentratie hoger dan de interventiewaarde. Voor asbest zijn geen achtergrondwaarden of tussenwaarden vastgesteld. Hiervoor geldt alleen een interventiewaarde die is vastgesteld op 100 mg/kgds gewogen (gehalte chrysotiel-asbest plus tienmaal het gehalte aan amfiboolasbest). Ook de hergebruikswaarde voor asbest in grond en in puin ligt op dit gehalte. Specifiek voor verontreinigingen met zware metalen ten gevolge van zinkassen in projectgebied de Kempen zijn in de regeling uniforme saneringen terugsaneerwaarden vastgesteld voor wonen met moestuin (ABdK-M) en wonen met siertuin (ABdK-S).
Deze normen zijn verruimd ten opzichte van de algemene terugsaneerwaarden zoals deze eerder in de bodemgebruikswaarden waren vastgelegd en die sinds 1 oktober 2008 zijn vervangen door de achtergrondwaarden (AW), maximale waarden voor wonen (MWW) en maximale waarden voor industrie (MWI) uit het besluit bodemkwaliteit.
Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
14-10-2021 rapportnummer: C219087.003/BJA
16
Baggermonsters worden daarnaast getoetst aan de kwaliteitsklassen voor bagger uit de regeling bodemkwaliteit. Hierbij wordt bagger die de achtergrondwaarden overschrijdt maar waarvan de concentraties onder de interventiewaarde liggen ingedeeld in twee kwaliteitsklassen: Kwaliteitsklasse A: Wanneer de bagger/grond wordt toegepast op of in de bodem onder oppervlaktewater dan wordt deze ingedeeld in kwaliteitsklasse A indien de samenstelling de achtergrondwaarde overschrijdt en de maximale waarden voor kwaliteitsklasse A niet overschrijdt. De Maximale Waarden voor klasse A zijn afgeleid van het herverontreinigingsniveau van de Rijntakken. Kwaliteitsklasse B: Wanneer de bagger/grond wordt toegepast op of in de bodem onder oppervlaktewater dan wordt deze ingedeeld in kwaliteitsklasse B indien de samenstelling de kwaliteitsklasse A overschrijdt maar onder de interventiewaarde blijft. Daarnaast is een speciale toetsing opgenomen voor baggerspecie waarbij het voornemen tot verspreiding bestaat. De maximale waarden voor het verspreiden van baggerspecie op het aangrenzend perceel is een groot aantal stoffen gebaseerd op een “som”norm de msPAF (meer-soorten potentieel aangetaste fractie). Voor metalen en organische verbindingen zijn aparte msPAF grenzen uitgedrukt in %.
Voor een aantal verbindingen waar geen PAF voor is afgeleid is geldt als maximale waarde een “normale “ normwaarde op basis van standaard bodem (Barium, Kobalt, Molybdeen, Minerale Olie). Cadmium is wel onderdeel van de msPAF metalen maar heeft als extra grens een normale normwaarde op basis van standaardbodem. Voor stoffen waarvoor geen maximale waarden zijn opgenomen gelden voor verspreiden van baggerspecie op aangrenzend perceel de Achtergrondwaarden inclusief de toetsingregels (bijlage B tabel 1, regeling Bodemkwaliteit).
Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
14-10-2021 rapportnummer:C219087.003/BJA
BIJLAGEN
Archimil BV voert zijn bodemonderzoeken zorgvuldig en volgens de geldende normen uit. Elk bodemonderzoek is echter gebaseerd op een beperkt aantal grondboringen: ten opzichte van het totale bodemvolume is slechts een klein deel (chemisch) onderzocht. Het is dus mogelijk dat plaatselijk afwijkingen in de bodem voorkomen, of dat zich verontreinigende stoffen in de bodem bevinden die niet met dit onderzoek naar voren zijn gekomen. Een bodemonderzoek is een momentopname en heeft een beperkte geldigheid: na monstername kan immers een nieuwe verontreiniging geïntroduceerd zijn, terwijl een mobiele verontreiniging zich misschien verplaatst. Archimil BV acht zich dan ook niet aansprakelijk voor hieruit voortvloeiende schade of gevolgen van welke aard dan ook
Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
14-10-2021 rapportnummer:C219087.003/BJA
Archimil BV
Archimil BV
OPDRACHTGEVER: C219087.003/BJA Plasmans Holding B.V., de heer T. Plasmans
bijlage 1 overzichtstekening
WERK: Historisch bodemonderzoek aan de Julianastraat 36-36A-36B en 42 te Diessen
Microsoft Maps
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
14-10-2021 rapportnummer:C219087.003/BJA
bijlage 2 vooronderzoek Overzicht informatiebronnen ten behoeve van het vooronderzoek (standaard) Instantie
Informatiebron
Informatie
Opdrachtgever/Exploitant/Gebruiker
Geformuleerde opdracht (met kaartjes) Kadastrale kaarten en nummers Hinderwetvergunningen en milieuvergunningen Eigen bodemrapporten Foto’s terrein/gebouwen Technische tekeningen/kaarten Specifieke bedrijfsarchieven Informatie voormalig/huidig/toekomstig gebruik. Terreinbezoek/inspectie Foto’s terrein/gebouwen GLOBIS/GIS-databestand Wbb-bodemrapportenarchief Archief grondwatervergunningen Bodemrapportenarchief (niet-Wbb) Gemeentelijke bodemkwaliteitskaarten Hinderwetvergunningen en milieuvergunningen Aanvullende eisen standaard stoffenpakket Informatie van milieu-ambtenaren Archief ondergrondse tanks Archief bestemmingsplannen Bouwarchief Geo/Civieltechnisch archief Fotoarchief Oude luchtfoto’s en andere foto’s Topografische kaarten Zaken/verpondingsregisters Oude adres- en telefoonboeken Historische publicaties Kadastrale kaarten en nummers. KLIC-melding Stereoscopische luchtfoto’s Andere luchtfoto’s Technische archieven Geodatabestand (DINO) Geohydrologische archieven
X X -
Opdrachtnemer (ingenieursbureau) Bevoegd gezag Wbb (gemeente/provincie) Provincie Milieudienst/gemeente
Gemeentelijke diensten
Gemeentearchief
Kadaster Topografische dienst Water-/Zuiveringsschap TNO
Archimil BV
X X X X X X X X X Incompleet X X X X X X X X X X
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
14-10-2021 rapportnummer:C219087.003/BJA
bijlage 3 locatietekeningen
Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
Locatie-tekening Project: HO Julianastraat ong. Diessen Projectnummer: C219087 Tekening: Werktekening Datum: 14-10-2021 Formaat : A3 Schaal: 1: 600
Bestemmingslocatie
Locatie-tekening Project: HO Julianastraat ong. Diessen Projectnummer: C219087 Tekening: Werktekening Datum: 14-10-2021 Formaat : A3 Schaal: 1: 600
Bestemmingslocatie
14-10-2021 rapportnummer:C219087.003/BJA
bijlage 4 significante verzamelde informatie
Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
30 oktober 2020 rapportnummer: 3601R001-4
II
SAMENVATTING Voor een verklaring van de gebruikte terminologie met betrekking tot eventuele verontreinigingen verwijzen wij naar de ‘Circulaire Bodemsanering 2013’ en het ‘Besluit bodemkwaliteit’. Op een terrein aan de Julianastraat ong. te Diessen is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd zoals voorgeschreven in de Nederlandse norm NEN 5740. De geografische gegevens van de onderzoekslocatie staan weergegeven in het volgende overzicht: Gemeente
Hilvarenbeek
Adres
Julianastraat ong. te Diessen
Kadastraal
Sectie:
Nr: 2649, 5716 (ged.), 6279 (ged.)
Coördinaten
X: 140.511
Y: 387.682
Oppervlakte onderzoekslocatie
Circa 1850 m2
Het onderzoek is uitgevoerd op basis van de resultaten van het vooronderzoek van de onderzoekslocatie en de directe omgeving. Op basis van de in het vooronderzoek verzamelde gegevens is de locatie als nietverdacht beschouwd. Veld- en laboratoriumwerkzaamheden zijn derhalve uitgevoerd conform de strategie onverdacht uit de NEN 5740. Uit het onderzoek volgt dat de matig puinhoudende grond uit de bovenlaag (0-0,5 m-mv) zeer licht verontreinigd is met PCB’s. De grond uit de bodemlaag onder het menggranulaat (0,4-1,05 m-mv) ter plaatse van de parkeerplaats is niet verontreinigd met één van de componenten waarop is onderzocht. De grond uit de onderlaag (0,5-2,2 m-mv) is niet verontreinigd met één van de componenten waarop is onderzocht. Het grondwater is licht verontreinigd met barium. De hypothese niet-verdachte locatie kan worden aangenomen op basis van de onderzoeksresultaten. De aangetroffen bijmenging met puin ter plaatse van de boring 103 kan niet zondermeer als onverdacht voor asbest worden beschouwd. Zintuiglijk zijn geen bijmengingen met asbest aangetroffen in of op de bodem. Gezien het sporadische voorkomen van dit puin en gezien de bovenliggende vloer achten wij een onderzoek naar asbest conform NEN5707 vooralsnog niet van toegevoegde waarde.
Ons inziens behoeven er, op basis van de onderzoeksresultaten, geen restricties gesteld te worden aan toekomstige bouwactiviteiten op de onderzochte locatie. Indien, bijvoorbeeld bij bouwactiviteiten, grond vrijkomt die op een andere locatie zal worden hergebruikt dan dient bepaald te worden wat de kwaliteit is in het kader van het besluit bodemkwaliteit.
Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
Locatie-tekening Project: VBO Julianastraat ong. Diessen Projectnummer: 3601R001 Tekening: Werktekening Datum: 30-10-2020 Formaat : A3 Schaal: 1: 400
Onderzoekslocatie grondboring boring tot 2 m-mv peilbuis
14-10-2021 rapportnummer:C219087.003/BJA
bijlage 5 referenties 1.
Nederlands Normalisatie-Instituut, bodem-landbodem, onderzoeksstrategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek NEN 5725, oktober 2017.
2.
Nederlands Normalisatie-instituut, bodem-landbodem, Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond NEN 5740, 1e druk, januari 2009.
3.
Nederlands Normalisatie-instituut, bodem –Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in de bodem. NEN 5707:C2, december 2017.
4.
Nederlands Normalisatie-instituut, Bodem - Waterbodem - Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek, NEN 5717, december 2017
5.
Protocol 2001, plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen, SIKB versie 3.2, december 2013.
6.
Dienst Grondwaterverkenning TNO, Grondwaterkaart van Nederland centrale slenk, Delft/Oosterwolde, november 1983.
7.
RIVM, Aanpak van veldonderzoek bij gevallen van lokale bodemverontreiniging, Den Haag, januari 1985 (Reeks Bodembescherming nr. 56).
8.
Ministerie van VROM, Circulaire bodemsanering 2013, Den Haag, 2013.
9.
Ministerie van VROM, Besluit Bodemkwaliteit, Den Haag, november 2007
10.
Ministerie van VROM, Regeling Bodemkwaliteit, Den Haag, december 2007
11.
Ministerie van VROM, Besluit Uniforme Saneringen, Den Haag, februari 2006
Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen