CConstaterende datHilvarenbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

09 bestemmingsplan Hakvoortseweg 21 Biest-Houtakker (5 bijlagen bij toelichting)

Gemeenteraad 1 februari 2024, gemeente HilvarenbeekBij agendapunt: Raadsvoorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan "Hakvoortseweg 21, Biest-Houtakker".19.163 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Hakvoortseweg 21, Biest Houtakker

bestemmingsplan Hakvoortseweg 21, Biest Houtakker

Inhoudsopgave

Bijlagen toelichting

3

Bijlage 1

Reactie gemeente op principeverzoek

4

Bijlage 2

Landschappelijke inpassing

7

Bijlage 3

Kwaliteitsberekening LIR Hakvoortseweg 21

10

Bijlage 4

Ecologische Quickscan

12

Bijlage 5

Archeologisch onderzoek

52

Bijlage 6

Bodemonderzoek

54

Bijlage 7

Invoergegevens achtergrondberekening geur

56

Bijlage 8

Akoestisch onderzoek

63

Bijlage 9

Stikstofonderzoek

83

Bijlage 10

Ruimte-voor-ruimte titel

94

2 ker" (vastgesteld)

bestemmingsplan "Hakvoortseweg 21, Biest Houtak

bestemmingsplan Hakvoortseweg 21, Biest Houtakker

Bijlagen toelichting

bestemmingsplan "Hakvoortseweg 21, Biest Houtakker" (vastgesteld) 3

bestemmingsplan Hakvoortseweg 21, Biest Houtakker

Bijlage 1 Reactie gemeente op principeverzoek

4 ker" (vastgesteld)

bestemmingsplan "Hakvoortseweg 21, Biest Houtak

bestemmingsplan Hakvoortseweg 21, Biest Houtakker

Bijlage 2 Landschappelijke inpassing

bestemmingsplan "Hakvoortseweg 21, Biest Houtakker" (vastgesteld) 7

aanplanten landschapsbomen(9st.)

aanplanten kruidrijk grasland (780m²)

aanleggen retentiepoel (120m²)

aanplanten landschapsbomen (7st.) ruimte-voorruimtewoning: 1.500m²

0,5m

knip- en scheerhaag burgerwoning bouwvlak: 1.500m²

0,8m

bomenrij

Opgesteld door: Datum: Schaal: Project:

F. VAN HOOF 15-11-2022 1:500 (A3) 18112.128

Deze tekening betreft een indicatieve weergave van de beoogde ontwikkeling als gevolg van de bijbehorende planologische procedure, hieraan kunnen dan ook geen rechten worden ontleend.

INRICHTINGSSCHETS

|

HAKVOORTWEG 21 | BIEST-HOUTAKKER

Aanplanten knipen scheerhaag (150m¹)

Aanplanten kruidrijk grasland (356m²)

Aan te planten knip- en scheerhaag plantmateriaal 80-100 Beuk, Haagbeuk, Liguster of vergelijkbaar inheems.

Aan te planten landschapsbomen Plantmateriaal 10m: Eik, Beuk, Linde, Kastanje, Walnoot of vergelijkbaar inheems Aan te leggen retentie vijver/watergangen

m¹ 150

st / m¹ 3

aantal 450

m² 120

m³ 26

stuks 16

Aan te leggen kruidrijk grasland m¹ st / m¹ aantal plantmateriaal 80-100 1136 1,2 1363 Boekweit, Pluimgierst, Zomertarwe, Luzerneklaver, Boderik, Cosmos, Phacelia, Gele mailie, Gipskruid, Grote akkerscherm, Klaproos, Korander, Zonnebloem

bestemmingsplan Hakvoortseweg 21, Biest Houtakker

Bijlage 3 Kwaliteitsberekening LIR Hakvoortseweg 21

10 ker" (vastgesteld)

bestemmingsplan "Hakvoortseweg 21, Biest Houtak

221031_LIR_Hakvoortseweg21_Best-winstKwaliteit

Bestemmingswinst en Kwaliteitsverbetering van het Landschap (zoals bedoeld in de Omgevingsverordening Brabant en Strategische visie 'Vitalisering Buitengebied, niet agrarische functies') versie: jun-21

Locatie Hakvoortseweg 21

te Totale omvang van het plangebied:

Biest-Houtakker 7855 m2

Totale bestemmingswinst Te leveren kwaliteitsverbetering van het landschap

€ 7.825 20% € 1.565

(percentage) (in euro's)

Reductie o.b.v. vrijwillige en extra duurzaamheidsmaatregelen (collegebesluit) (= max. 50% van de werkelijke kosten van vrijwillige en niet gesubsidieerde duurzame maatregelen, anders dan onder B.)

(negatief bedrag)

Te leveren kwaliteitsverbetering van het landschap als bedoeld onder B Minimaal door de initiatiefnemer zelf uit te voeren binnen het plan

€ 1.565 € 782

50%

B. Kwaliteitsverbetering van het landschap aantal

eenh. prijs / eenh

kosten

bij oppervlak voor herbouw niet toepasbaar

Slopen sloop van overtollige bedrijfsgebouwen sloop van asbesthoudende daken

m2

€ 15,00

€0

m2

€ 7,50

€0

m2

€ 5,00

€0

m

2

€ 2,50

€0

m

2

€ 3,00

€0

m

2

€ 2,00

€0

10% bestemmingsvlak totale landschappelijke inpassing minus D27 (basisverplichting)

300 m2

€ 0,00

€0

300 m2

€ 1,00

€ 300

(A)

536 m2

€ 2,95

€ 1.581

(B)

2

50% van nieuwe natuur

m m2

€ 3,65 € 1,83

€0 €0

50% van nieuw groen

m2

€ 1,48

€0

telt niet mee totale landschappelijke inpassing minus D27 (basisverplichting)

300 m2

€ 0,00

€0

2

€ 0,10

€ 30

(A)

536 m2

€ 0,35

€ 188

(B)

-

m2

€ 0,45

€0

m1 m1

€ 1,75 € 4,25

€0 €0

m2

€ 0,80

€0

kg

€ 21,00

€0

B. Kwaliteitsverbetering van het landschap

€ 2.099

#3

richtlijn: 110% opp. Bedrijfsgebouwen

#3

sloop van bedrijfsmatige tuinbouwkassen saneren van mestkelders (uit de grond halen en dichten met schone grond) saneren en afvoeren van sleufsilo's saneren en afvoeren van overtollige verhardingen, incl voerplaten Landschappelijke inpassing (zie handleiding C33/C34) basisverplichting landschappelijke inpassing aanleg extra landschappelijke inpassing, bovenop de basisverplichting, niet zijnde (A) of (B) aanleg nieuwe groenelementen (met bestemming 'Groen' of aanduiding 'landschappelijke inpassing') aanleg nieuwe natuur (met bestemming 'Natuur', 'Bos') herstelkosten bestaande en bestemde 'Natuur', 'Bos' herstelkosten bestaande groenelementen met bestemming 'Groen' Onderhoud landschappelijke inpassing onderhoud basisverplichting landschappelijke inpassing onderhoud landschappelijke inpassing, exclusief basisverplichting onderhoud nieuw groen of aangeduide landschappelijke inpassing onderhoud nieuwe natuur Herstel Cultuurhistorisch waardevolle elementen

-

(voor max 10 jaar)

300 m

o.b.v. bouwhistorisch

restauratie en herstelkosten waardevolle bebouwing / objecten onderzoek & calculatie kosten bouwhistorisch en waarderend onderzoek Aanleg recreatieve voorzieningen Aanleg openbare recreatieve fiets- en/of wandelpaden Aanleg openbare recreatieve wateren Overige investeringen Waardevermindering afstoten agrarisch huiskavel, tot max. 2 hectare landbouwkavel Intrekken mestproductierechten (uit de markt halen, incl. bewijsstukken)

max. € 1.000,=

per kg fosfaat

Minimaal door de initiatiefnemer zelf uit te voeren binnen het plan Voldoet aan de minimale eigen inspanning? Reductie o.b.v. vrijwillige en extra duurzaamheidsmaatregelen (collegebesluit) B. Kwaliteitsverbetering van het landschap Te leveren kwaliteitsverbetering van het landschap Voldoet aan de totale opgave voor kwaliteitsverbetering?

€ 782 ja €0 € 2.099 € 1.565 ja

Te storten in gemeentelijk fonds kwaliteitsverbetering landschap #3

Alleen oppervlak van gesloopte gebouwen en asbesthoudende daken dat definitief verwijderd wordt en niet als vervangende nieuwbouw terugkomt, mag worden opgevoerd.

Pagina 1 van 1

€0

bestemmingsplan Hakvoortseweg 21, Biest Houtakker

Bijlage 4 Ecologische Quickscan

12 ker" (vastgesteld)

bestemmingsplan "Hakvoortseweg 21, Biest Houtak

ECOLOGISCHE QUICKSCAN Onderzoek naar beschermde natuurwaarden ten behoeve van ruimtelijke ontwikkeling

Locatie: Hakvoortseweg 21 Biest Houtakker Rapportnummer: 2022-BE-0406 In opdracht van: Van Dun Advies Raadhuisstraat 32 5126 CJ Gilze

Ecologische quickscan Hakvoortseweg 21 Biest Houtakker, BE-0406

Colofon Rapportage Brabant Eco Rapportnummer 2022-BE-0406 Opdrachtgever Van Dun Advies BV Contactpersoon Mevrouw E. Habets Locatie Hakvoortseweg 21 Biest Houtakker Auteur Frenk van de Wal

Opleverdatum 25 september 2022

De Lange Kant 27 5061 PX Oisterwijk 06-24218274 www.brabanteco.nl

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Overname, verveelvoudiging of openbaarmaking van dit rapport is niet toegestaan zonder vermelding van bron.

Dit rapport is met de grootste zorg samengesteld. Desondanks aanvaardt Brabant Eco geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek door toepassing van adviezen.

1

Ecologische quickscan Hakvoortseweg 21 Biest Houtakker, BE-0406

Inhoudsopgave SAMENVATTING .................................................................................................................................. 3 1.

INLEIDING EN ONDERZOEK .......................................................................................................... 4

1.1 Aanleiding ........................................................................................................... 4 1.2 Doelstelling ......................................................................................................... 4 1.3 Centrale vraagstelling .......................................................................................... 4 1.4 Criteria ............................................................................................................... 4 2.

BELEIDSKADER ........................................................................................................................... 5

2.1 Gebiedsbescherming ............................................................................................ 5 2.2 Soortenbescherming ............................................................................................ 5 2.3 Bescherming van houtopstanden ........................................................................... 7 2.4 Zorgplicht ........................................................................................................... 7 3.

PLANGEBIEDSBESCHRIJVING ...................................................................................................... 8

3.1 Huidige situatie.................................................................................................... 8 3.2 Voorgenomen ontwikkeling .................................................................................. 9 4.

PRAKTIJK ECOLOGISCHE QUICKSCAN .........................................................................................11

4.1 Bureauonderzoek................................................................................................ 11 4.2 Veldonderzoek .................................................................................................... 11 4.3 Beschrijving plangebied ....................................................................................... 12 5.

BESCHERMDE NATUURWAARDEN ................................................................................................14

5.1 Gebiedsbescherming ........................................................................................... 14 5.2 Soortenbescherming ........................................................................................... 16 6.

RESULTATEN EN ADVIES .............................................................................................................24

6.1 Resultaten .......................................................................................................... 24 6.2 Advies en aanbevelingen ...................................................................................... 24 7.

BRONNEN .................................................................................................................................25

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

2

Ecologische quickscan Hakvoortseweg 21 Biest Houtakker, BE-0406

SAMENVATTING

Opdrachtgever heeft concrete plannen voor herbestemming van een agrarisch bedrijf naar een woonbestemming aan de Hakvoortseweg 21 te Biest Houtakker. Het voornemen is om de huidige varkensstallen volledig te slopen. Ook zal daarnaast een ruimte-voor-ruimte woning gerealiseerd worden. De op het perceel gevestigde intensieve varkenshouderij zal volledig verdwijnen waardoor er een verbetering van de milieukwaliteit zal plaatsvinden door het definitief vervallen van geurhinder, ammoniakemissie en uitstoot van stikstof. Bij deze werkzaamheden is de opdrachtgever gebonden aan de Wet natuurbescherming. Omdat overtreding van de Wet natuurbescherming op voorhand niet uitgesloten kan worden is aan Brabant Eco de opdracht gegeven voor het uitvoeren van een ecologische quickscan op de planlocatie in het kader van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling. Dit voorliggend rapport geeft een beschrijving van het plangebied en het uitgevoerde onderzoek. Daarnaast geeft dit rapport inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van de natuurwetgeving en beleid en de mogelijke effecten op beschermde flora en fauna en op beschermde natuurgebieden als gevolg van het project. Het rapport kan voor de opdrachtgever als bewijsstuk dienen voor het verrichtte natuuronderzoek.

Op basis van uitgevoerd onderzoek zijn geen effecten met werkzaamheden te verwachten die van negatieve invloed zijn op de gunstige staat van instandhouding van de waargenomen soorten of mogelijk aanwezige soorten en hun functioneel leefgebied. Natuurgebieden worden niet aangetast door de ontwikkeling in het plangebied. Nader onderzoek of een ontheffingsaanvraag is dan ook niet nodig. De zorgplicht is altijd van toepassing. Natuurinclusief bouwen wordt aanbevolen. Frenk van de Wal Brabant Eco September 2022

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

3

Ecologische quickscan Hakvoortseweg 21 Biest Houtakker, BE-0406

1. INLEIDING EN ONDERZOEK

1.1 Aanleiding Volgens opdrachtgever Van Dun Advies zal het bedrijf aan de Hakvoortseweg 21 te Biest Houtakker stoppen met het intensief houden van varkens. De beoogde ontwikkeling betreft de omzetting van het geldende bestemmingsplan met intensief agrarische bestemming naar een woonbestemming. De bestaande varkensstallen worden gesloopt waardoor de intensieve varkenshouderij volledig zal verdwijnen. Het woonhuis, garage en de werkplaats blijven behouden. Daarnaast wordt een ruimte-voorruimte woning gerealiseerd. Bij deze werkzaamheden is opdrachtgever gebonden aan de Wet natuurbescherming. In opdracht heeft Brabant Eco een ecologische quickscan uitgevoerd voor de planlocatie in het kader van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling.

1.2 Doelstelling Het doel van dit verkennend onderzoek is om vast te stellen of de geplande ontwikkeling mogelijk effect heeft op de beschermde flora en fauna en op beschermde natuurgebieden. Er wordt een eerste inzicht verkregen in de mogelijke effecten op deze beschermde natuurwaarden in en om het plangebied en de mogelijke vervolgstappen die moeten worden ondernomen met betrekking tot aanvullend veldonderzoek, nader effectonderzoek en nadere procedures. Het doel van dit onderzoek is het vaststellen of uitsluiten van aanwezigheid van beschermde soorten die zijn opgenomen in paragraaf 3.1, 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming. Naast soorten die bijzondere bescherming genieten, geldt er een algemene zorgplicht om planten en dieren niet onnodig te verstoren. Daarom dienen flora en fauna en eventuele effecten in kaart gebracht te worden om deze te kunnen toetsen aan de natuurwetgeving. Dit rapport geeft inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van natuurwetgeving en -beleid en de mogelijke effecten als gevolg van het project en kan voor de opdrachtgever als bewijsstuk dienen voor het verrichtte natuuronderzoek.

1.3 Centrale vraagstelling Is de voorgenomen ontwikkeling op basis van de gevonden resultaten in strijd met de natuurwetgeving en dienen eventuele vervolgstappen genomen te worden voordat met de uitvoering gestart kan worden?

1.4 Criteria Op dit natuuronderzoek zijn de volgende criteria van toepassing: o Het onderzoek is uitgevoerd door deskundige ecologen volgens de definitie van de Rijksdienst voor ondernemend Nederland (ecologisch deskundige/RVO.nl). o Het onderzoek is uitgevoerd door een onafhankelijk bureau. Brabant Eco en Frenk van de Wal verklaren hierbij geen enkel belang te hebben in de uitkomst van dit onderzoek. o De resultaten zijn zo objectief en betrouwbaar mogelijk verkregen. o Het onderzoek voldoet aan de interne proces- en kwaliteitseisen van Brabant Eco.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

4

Ecologische quickscan Hakvoortseweg 21 Biest Houtakker, BE-0406

2. BELEIDSKADER De Wet natuurbescherming is de Nederlandse wet die de bescherming van natuurgebieden en soorten regelt. Met deze wet worden de Europese natuurbeschermingsrichtlijnen (de vogel- en habitatrichtlijn) zo helder mogelijk geïmplementeerd. Bovendien sluit het instrumentarium van de Wet natuurbescherming aan op het huidige omgevingsrecht en de toekomstige Omgevingswet. Het eerste aanspreekpunt voor de aanvraag van een omgevingsvergunning is de gemeente. De bevoegdheden om te toetsen aan de Wet natuurbescherming is bij de provincie gelegd. Het uitgangspunt van de wet is dat er geen schade mag worden toegebracht aan beschermde dieren of planten, tenzij dit nadrukkelijk is toegestaan.

2.1 Gebiedsbescherming 2.1.1 Natura 2000 Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Nederland worden deze gebieden aangewezen binnen de EU-vogelrichtlijn en de EU-habitatrichtlijn. In Natura 2000 gebieden worden bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. In het opgestelde beheerplan wordt beschreven hoe de instandhoudingsdoelstellingen bereikt dienen te worden. Nederland heeft ruim 160 Natura 2000 gebieden.

2.1.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), vroeger de Ecologische hoofdstructuur genoemd (EHS), is het Nederlandse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het bestaat uit gebieden die samen een netwerk vormen door Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. In het NNN geldt het ‘nee, tenzij’ principe. Dit houdt in dat ruimtelijke ingrepen niet zijn toegestaan, tenzij er geen alternatieven zijn en er sprake is van een groot openbaar belang. De effecten van de ingreep moeten bovendien worden gecompenseerd. Naast ongeveer 20 Nationale parken, meren, rivieren en de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee vallen alle Natura 2000 gebieden onder het NNN. De landbouwgebieden worden beheerd volgens agrarisch natuurbeheer.

2.2 Soortenbescherming De Wet natuurbescherming beschermt de in Nederland voorkomende wilde planten- en diersoorten via een zogenaamde zorgplicht. Voor deze beschermde soorten is het uitgangspunt dat activiteiten moeten worden voorkomen die deze beschermde soorten aantasten. Wanneer dit niet mogelijk is, dan is het uitvoeren van een dergelijke activiteit alleen toegestaan met een ontheffing van de provincie.

2.2.1 Beschermde planten en dieren De Wet natuurbescherming kent drie algemene beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd en waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: o Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

5

Ecologische quickscan Hakvoortseweg 21 Biest Houtakker, BE-0406

o

o

Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort.

Als aan deze drie vereisten voldaan is kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. Bij het besluit of een afwijking van het verbod kan worden toegestaan, wordt evenwel niet naar de gevolgen van deze afwijking voor het individuele plant of dier gekeken, maar naar de gevolgen voor de instandhouding van de betrokken soort. Wel zal rekening gehouden moeten worden met de zorgplicht en het dierenwelzijn.

2.2.2 EU-Vogelrichtlijn Het doel van de Vogelrichtlijn is het in stand houden van alle natuurlijke, in Europa in het wild levende, vogelsoorten. De Vogelrichtlijn vereist dat EU-lidstaten alle nodige maatregelen nemen om de populatie van alle vogelsoorten op een niveau te houden of te brengen, dat met name beantwoordt aan de ecologische, wetenschappelijke en culturele eisen. Daarnaast moeten de lidstaten alle nodige maatregelen nemen om voor deze vogels een 'voldoende gevarieerdheid van leefgebieden en een voldoende omvang ervan te beschermen, in stand te houden of te herstellen'. De richtlijn is dus van toepassing op vogels, hun eieren, hun nesten en ook hun leefgebieden. De EU-Vogelrichtlijn is in 1981 van kracht geworden. De Wet natuurbescherming bevat een aantal verboden handelingen die van toepassing zijn op alle inheemse vogels. Deze verboden gelden in heel Nederland. De wet verbiedt: o Het opzettelijk doden of vangen van vogels (artikel 3.1 lid 1); o Het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels, of het wegnemen van nesten (artikel 3.1 lid 2); o Het rapen en onder zich hebben van eieren van vogels (artikel 3.1 lid 3); o Het opzettelijk storen van vogels (artikel 3.1 lid 4); o Het bezit, het vervoer en de handel in vogels, dood of levend, dan wel delen of producten daarvan (artikel 3.2).

Van de soorten die beschermd worden onder de Vogelrichtlijn is geen limitatieve lijst beschikbaar. Het gaat om ca. 700 soorten die van nature voorkomen op het grondgebied van de Europese Unie. In de praktijk betreft het alle soorten die in Nederland als broedvogel, standvogel, wintergast of doortrekker aanwezig kunnen zijn, met uitzondering van exoten. Op alle vogels is het beschermingsregime van paragraaf 3.1 van de Wet natuurbescherming van toepassing.

2.2.3 EU-Habitatrichtlijn Het doel van de Habitatrichtlijn is het waarborgen van de biologische diversiteit in de Europese Unie door de natuurlijke habitat en wilde dier- en plantensoorten die van Europees belang zijn in een gunstige staat van instandhouding te behouden of te herstellen. Dit zijn soorten die genoemd zijn in bijlage IV van de Habitatrichtlijn, bijlage II van het Verdrag van Bern en bijlage I van het Verdrag van Bonn, voor zover hun natuurlijke verspreidingsgebied zich in Nederland bevindt. Op deze soorten (zie bijlage 2) is het beschermingsregime van paragraaf 3.2 van de Wet natuurbescherming van toepassing. De EUHabitatrichtlijn is in 1992 van kracht geworden.

2.2.4 Overig beschermde soorten Dit zijn soorten genoemd in bijlage A van de Wet natuurbescherming. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland. Het betreft een limitatieve lijst (zie bijlage 3). De beschermde status van soorten kan per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. Er is dan geen ontheffing nodig voor werkzaamheden. Voor soorten die niet in de bijlagen van de Wet natuurbescherming worden genoemd, fungeert de zorgplichtbepaling (artikel 1.11 Wet natuurbescherming) als vangnet. Op grond van deze bepaling moeten schadelijke handelingen voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving in

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

6

Ecologische quickscan Hakvoortseweg 21 Biest Houtakker, BE-0406 beginsel achterwege worden gelaten, dan wel moeten maatregelen worden genomen om schadelijke gevolgen (zoveel mogelijk) te voorkomen.

Tabel: Beschermingsregime van de Wet natuurbescherming

2.3 Bescherming van houtopstanden De belangrijkste elementen m.b.t. de bescherming van houtopstanden zijn de meldingsplicht, de herplantplicht en het kapverbod. De provincies bepalen welke gegevens bij een melding moeten worden aangeleverd. Als het gaat om beplantingen van bomen groter dan 10 are of als het een rijbeplanting betreft die uit meer dan 20 bomen bestaat, dan valt bos, mits het buiten de bebouwde kom ligt, onder de Wet natuurbescherming. De gemeente kan voor de Wet natuurbescherming een andere ‘bebouwde kom Wet natuurbescherming’ vaststellen dan de bebouwde kom volgens de Wegenverkeerswet.

2.4 Zorgplicht Voor alle in het wild levende planten en dieren, ook niet wettelijk beschermde soorten, kent de Wet natuurbescherming een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor het in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun leefomgeving. Dit betekent dat handelingen (of het nalaten hiervan) waarvan men weet, of redelijkerwijs kan vermoeden, dat ze nadelig zijn voor planten en/of dieren, niet mogen worden uitgevoerd.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

7

Ecologische quickscan Hakvoortseweg 21 Biest Houtakker, BE-0406

3. PLANGEBIEDSBESCHRIJVING

3.1 Huidige situatie De planlocatie is gelegen aan de Hakvoortseweg 21, zuidelijk van de kern van Biest Houtakker, in de gemeente Hilvarenbeek. Hilvarenbeek is een gemeente in de provincie Noord-Brabant en heeft een totale oppervlakte van 97 km2, waarvan 1,49 km2 water. De gemeente telt 15.821 inwoners (31 januari 2022) en bestaat uit de plaatsen Baarschot, Biest Houtakker, Diessen, Esbeek, Haghorst en Hilvarenbeek. Het plangebied is gelegen ten noordoosten van Hilvarenbeek en zuidelijk van de kern van Biest Houtakker in het buitengebied van Biest Houtakker, nabij de driesprong met Biestsestraat en Biestsedijk. De directe omgeving van het plangebied bestaat voornamelijk uit agrarische percelen en bedrijfsbestemmingen. De ligging van het plangebied in de wijdere omgeving is weergegeven in onderstaande afbeelding.

Biest Houtakker

Hilvarenbeek

Satellietfoto omgeving plangebied, planlocatie is rood omcirkeld. Bron: Google Earth.

Het plangebied bestaat uit bebouwing, grasvelden en verharding. Op onderstaande afbeelding wordt het plangebied globaal aangegeven.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

8

Ecologische quickscan Hakvoortseweg 21 Biest Houtakker, BE-0406

Globaal omlijnde planlocatie in blauw met de te slopen stallen in rood en de te behouden bebouwing in geel omkaderd. Bron: Google Earth.

3.2 Voorgenomen ontwikkeling Opdrachtgever heeft het plan om de varkenshouderij die op deze locatie gevestigd is, volledig te saneren. Dit houdt in dat de varkensstallen en de bijbehorende agrarische benodigdheden gesloopt zullen worden. De intensieve varkenshouderij zal volledig verdwijnen. Met het ontmantelen van de varkenshouderij op deze locatie wordt er door de sloop van de bedrijfsbebouwing en verharding een aanzienlijke ruimtelijke kwaliteitswinst geboekt. Ook zal er een verbetering van de milieukwaliteit optreden door het definitief vervallen van geurhinder, ammoniakemissie en uitstoot van stikstof. In totaal zal ca 1.700 m2 aan bedrijfsgebouwen worden gesaneerd. Het woonhuis, garage en de werkplaats zullen behouden blijven. In totaal blijft in de beoogde situatie 346 m2 van de bestaande bebouwing behouden, waarvan 171m2 aan voormalig bedrijfsbebouwing. De percelen ten behoeve van de woonbestemmingen krijgen een grootte van 1.500 m2. Voor de bestaande bedrijfswoning welke wordt omgezet naar een woonbestemming geldt dat er een woning op het perceel aanwezig zal zijn met een bijgebouw van 41 m2. Voor de ruimte-voor-ruimte woning geldt dat er een woning zal worden gerealiseerd met een bestaand bijgebouw van 180 m2. Dit is 80 m2 meer dan is toegestaan. Voor deze extra oppervlakte aan bijgebouwen wordt een extra kwaliteitsverbetering toegepast binnen het plangebied.

Deze kwaliteitsverbetering is te zien in de inrichtingsschets hieronder en omvat een aan te planten bos van 1.100 m2, een aan te leggen nat gebied van 1.650 m2 en het aanleggen van groene erfafscheidingen.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

9

Ecologische quickscan Hakvoortseweg 21 Biest Houtakker, BE-0406

. Inrichtingsschets. Bron: Van Dun Advies BV

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

10

Ecologische quickscan Hakvoortseweg 21 Biest Houtakker, BE-0406

4. PRAKTIJK ECOLOGISCHE QUICKSCAN Een ecologische quickscan is de eerste stap van ecologisch onderzoek dat uitgevoerd wordt in het kader van een ruimtelijke ingreep. Een aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt getoetst aan de Wet natuurbescherming. In het kader van deze wet is het noodzakelijk te weten welke flora- en faunasoorten potentieel voorkomen in het plangebied. Naast het effect op beschermde soorten kan het nodig zijn om onderzoek te verrichten naar eventuele negatieve effecten van de ingreep op de kwaliteit van beschermde gebieden in de omgeving. Bij een ecologische quickscan worden de ecologische waarden van een omgeving in kaart gebracht middels een bureaustudie en veldonderzoek. De ingreep wordt goed en duidelijk omschreven. Er worden eventueel mitigerende en compenserende maatregelen aanbevolen waarmee de overtreding van de Wet natuurbescherming voorkomen wordt. De ecologische quickscan, ook wel quickscan flora en fauna genoemd, geeft de mogelijke effecten van een ruimtelijke ingreep weer op beschermde planten en dieren.

Door middel van een quickscan worden de volgende vragen beantwoord: o Welke beschermde soorten (flora en fauna) zijn in het plangebied aanwezig? o Wat zijn de effecten van de voorgenomen plannen op deze aanwezige soorten? o Wordt de Wet natuurbescherming overtreden? o Welke mogelijkheden zijn er om negatieve effecten op de beschermde soorten te minimaliseren of te voorkomen? o Is er een aanvullend onderzoek nodig naar soorten of functies? o Is het noodzakelijk om voor de voorgenomen plannen een ontheffing van de Wet natuurbescherming aan te vragen bij de provincie Noord-Brabant De quickscan flora en fauna is een toets van de ecologische potenties van het plangebied en de directe omgeving en betreft geen volwaardig specifiek soortenonderzoek. Er zijn in dit onderzoek geen inventarisaties uitgevoerd van soorten en soortgroepen. Een ecologische inventarisatie bestaat uit meerdere veldbezoeken gedurende de voor de soortgroep meest gunstige periode van het jaar.

4.1 Bureauonderzoek Het bureauonderzoek heeft zich gericht op bekende ruimtelijke plannen, zowel lokaal, provinciaal, nationaal als Europees. Door middel van literatuuronderzoek is onderzocht of zich in de nabijheid van de planlocatie gebieden bevinden die beschermd zijn in het kader van de natuurwetgeving en is er een inschatting gemaakt op het voorkomen van beschermde soorten. Hierbij is gebruik gemaakt van de database quickscanhulp.nl, zie bijlage 1, aangevuld met gegevens uit relevante recente verspreidingsatlassen en actuele websites, onder andere RAVON, Sovon, FLORON en Waarneming.nl. NDFF Verspreidingsatlas is een naslagwerk met afbeeldingen en informatie over duizenden soorten die in de Nederlandse natuur voorkomen. De verspreidingskaarten worden gemaakt met gevalideerde gegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna. De inhoud van de atlas wordt mede verzorgd door zes verenigingen en stichtingen: de Nederlandse Mycologische Vereniging (NMV), FLORON, het Landelijk Informatiecentrum Kranswieren (LIK) en stichting ANEMOON, stichting RAVON en de Zoogdiervereniging. Voor de gebiedsgerichte bescherming is onderzoek uitgevoerd naar aanwezigheid van relevante natuurterreinen in de omgeving, het betreft de Natura 2000 gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Daarvoor is o.a.

gebruik gemaakt van de website van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en die van de provincie Noord-Brabant

4.2 Veldonderzoek Op maandag 5 september 2022 in de middag hebben ecologisch medewerker Marijn de Waard en Ecoloog Frenk van de Wal in het kader van het natuurwaardenonderzoek het veldonderzoek uitgevoerd aan het

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

11

Ecologische quickscan Hakvoortseweg 21 Biest Houtakker, BE-0406 plangebied en de directe omgeving. De weersomstandigheden waren zonnig, licht bewolkt met een zuidoostenwind met windkracht 2 en droog. De gemiddelde temperatuur lag rond de 26 graden Celsius. Het onderzoek vond dus onder laat zomerse omstandigheden plaats, waarin veel natuurwaarden actief zijn. Tijdens het veldonderzoek werd de ecologische potentie van de locatie en de directe omgeving in relatie met het mogelijk voorkomen van beschermde soorten onderzocht. Op de locatie werden alle aanwezige habitats opgenomen. De aanwezige habitats tijdens het veldbezoek en de waarnemingen uit het NDFF werden vergeleken met de habitatvereisten van beschermde planten- en diersoorten. Hierdoor werd ingeschat welke soorten potentieel voorkomen. Daarbij zijn de in het plangebied aanwezige ruimtelijke structuren en ecotopen geïnventariseerd. Naast de biotopen zijn directe en indirecte aanwijzingen opgenomen die kunnen duiden op het voorkomen van beschermde soorten. Behalve het fysiek aantreffen van exemplaren van soorten is er ook gelet op bijv. holen, uitwerpselen, prooiresten, braakballen vraat-, loop- en veegsporen. Deze waarnemingen zijn bij de beoordeling betrokken. Op basis van deze vergelijking en expert judgement is beoordeeld welke van deze soorten in het plangebied kunnen voorkomen.

De bebouwing is zowel aan de binnenzijde als buitenzijde uitgebreid visueel onderzocht.

4.3 Beschrijving plangebied Het plangebied bevind zich in een overwegend agrarische omgeving met agrarische bebouwing en landen. Aan de noord- en noordwestzijde van het plangebied grenst een NNN-gebied. De zuidwestelijke grens wordt aangegeven met een haag van laurier van ongeveer 2 meter hoog tussen de naastgelegen buur en het plangebied. De te behouden bebouwing bestaat uit een woning, garage en een loods. De wanden zijn gemetseld opgetrokken met gele bakstenen welke de buitenmuren van spouwmuren vormen. In de woning zijn open stootvoegen en in de noordoostelijke wand van de garage een scheur waargenomen. De woning heeft een pannendak in zadeldakvorm met overstek rondom. De daken van de garage en loods zijn van golfplaten. De woning bevind zich in een gecultiveerde tuin met vooral gazon omgeven door haagbeuk. Langs de inrit staan drie veldesesdoorn en in de tuin tweenotenbomen en een esdoorn. Twee van deze bomen zullen gerooid worden voor de bouw van de tweede woning. Achter op het terrein staat de loods welke aan de zuidzijgevel via een kleine en via de noordzijgevel bereikbaar is door een grote deur. Aan de oostkant van dit gebouw bevinden zich verharde en afgerasterde uitlopen voor honden welke in de loods een binnen verblijf hebben.

Woning met tuin

Garage met bedrijfsgebouwen erachter

Uitloop honden

Loods vanaf noord

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

12

Ecologische quickscan Hakvoortseweg 21 Biest Houtakker, BE-0406 De te slopen bebouwing bestaat uit achter de woning en garage gelegen drie varkensstallen. De stallen zijn gemetseld met spouwmuren van gele of rode bakstenen aan de buitenzijde en kalkzand aan de binnenkant. De muren zijn zonder open stootvoegen of andere naden en kieren. De spouwmuren zijn aan de bovenzijde aan de zijgevels afgesloten met muurplaten. Bij de kopgevels zijn de golfplaten aangesmeerd bij de linkse stal. De rechtste stal heeft een overstek aan de voorzijde welke strak tegen de wand en dak is bevestigd. Op de kopgevels van de achterste stal wordt de spouw boven afgesloten door windveren die met een achtergelegen lat de toegang tot de spouw onmogelijk maken. De daken van de stallen zijn belegd met golfplaten op gordingen.

Linker stal

Rechterstal

Tussen stallen

Achterste stal

De bedrijfsgebouwen hebben altijd dienst gedaan in het professioneel en intensief huisvesten van varkens. Zodoende zijn er altijd afdoende maatregelen genomen om andere dieren buiten te sluiten van deze varkensstallen. Om de bio-security van het bedrijf te waarborgen waren alle stallen rondom voorzien van vogelschroot en alle luchtinlaten ook afgeschermd voor dieren. Op het moment van veldbezoek waren de stallen niet meer in gebruik voor het intensief houden van varkens. De complete inventaris was verwijderd, alle luchtinlaten geopend en de dakisolatie was geheel verwijderd waardoor de onderzijde van de golfplaten te zien was.

Binnenzijde stal

Binnenzijde stal

Binnenzijde stal

Binnenzijde stal

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

13

Ecologische quickscan Hakvoortseweg 21 Biest Houtakker, BE-0406

5. BESCHERMDE NATUURWAARDEN Het volledig overzicht van de output van beschermde soorten van tabel 2 en 3 en vogels met mogelijk jaarrond beschermde nesten is door middel van quickscanhulp.nl opgenomen in bijlage 1. Bijlage 2 is een opsomming van beschermde soorten onder paragraaf 3.2 van de wet natuurbescherming. Bijlage 3 geeft een opsomming van de beschermde soorten onder paragraaf 3.3. Bij het veldonderzoek is het plangebied onderzocht op het voorkomen van beschermde soorten of resten hiervan. Er is met name geïnspecteerd op potentiële groei-, rust-, nest-, en verblijfplaatsen voor beschermde soorten. Per soortgroep wordt in onderstaande beschreven welke soorten er zijn waargenomen tijdens veldbezoek, welke soorten voorkomen in de omgeving, welke soorten worden verwacht in het plangebied, en welke effecten (mogelijk) aan de orde zijn.

5.1 Gebiedsbescherming 5.1.1 Natura 2000 Het plangebied ligt westelijk op minimaal 1,2 kilometer afstand van gronden die tot Natura 2000 gebied Kempenland West behoren. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van Natura 2000 gebieden in de omgeving van het plangebied weergegeven. De ligging van het plangebied wordt met een rode cirkel aangegeven. Natura 2000 gebieden zijn in geel aangegeven.

Minimaal 1,2 kilometer tussen het plangebied en gronden behorend tot Natura 2000

Natura 2000 gebieden. De afstand tussen het plangebied en Natura 2000 is met een pijl aangegeven. Bron: Atlasleefomgeving.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

14

Ecologische quickscan Hakvoortseweg 21 Biest Houtakker, BE-0406 Doordat het plangebied buiten het Natura 2000 gebied ligt kunnen alleen effecten optreden als gevolg van externe werking. Ten aanzien van Natura 2000 gebieden dient er o.a. zekerheid geboden te worden betreffende het niet optreden van een verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten. Gezien de aard en omvang van het voornemen, de locatie, de effectafstand tot Natura 2000 gebieden en het effectbereik, zijn externe effecten op voorhand uit te sluiten. Een Aerius berekening kan dit staven. 5.1.2 Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt aangrenzend aan gronden die tot het Natuurnetwerk Nederland behoren. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van het Natuurnetwerk Nederland in de omgeving van het plangebied weergegeven. De ligging van het plangebied wordt met een rode cirkel aangegeven. De NNN gebieden in diverse kleuren.

Het plangebied ligt aangrenzend aan gronden behorend tot Natuurnetwerk Nederland

Natuur Netwerk Nederland gebieden. De afstand tussen het plangebied en NNN is met een pijl aangegeven. Bron: Kaartbank Brabant.

In of in de directe nabijheid van een NNN-gebied zijn geen ontwikkelingen toegestaan die de ‘wezenlijke kenmerken of waarden’ aantasten. Het plangebied ligt aangrenzend aan NNN gebied. De werkzaamheden zijn echter van een zodanige aard en altijd op minimaal 70 meter afstand van het NNN gebied zodat er waarschijnlijk geen deel van het NNN gebied wordt aangetast. Met een compensatietoets kan bepaald worden of en welke aanvullende maatregelen getroffen moeten worden wegens de verstoring van het NNN gebied maar de significante aanpassing van en negatieve effecten door externe werking op de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN zijn, gezien de omvang, de aard, het effectbereik en de locatie van het voornemen, op voorhand uit te sluiten. 5.1.3 Conclusie Het plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000 gebied. Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties. Het is niet aannemelijk dat de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op instandhoudingsdoelen van Natura 2000 gebied. Een toets met compensatieplicht is daarmee niet aan de orde.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

15

Ecologische quickscan Hakvoortseweg 21 Biest Houtakker, BE-0406

5.2 Soortenbescherming 5.2.1 Flora Volgens de NDFF zijn er bij project Hakvoortseweg met nummer BE-0406 d.d. 28 augustus 2022 (bijlage 1) 6 beschermde plantensoorten waargenomen binnen een straal van 5 kilometer rond het plangebied. Deze planten staan op de rode lijst en zijn sinds 1 januari 2017 wettelijk beschermd. Deze beschermde plantensoorten zijn te vinden in de onderstaande tabel. Soort

Afstand plangebied 1 km

Habitat

5 km 5 km

Grasland, in bermen en op rotsachtige plaatsen Zonnige, open plaatsen op droge, matig voedselarme tot matig voedselrijke, kalkarme zandgrond

Kruipend moerasscherm

1 km

Zonnige, open plaatsen (pionier) op (periodiek) natte, matig voedselarme tot matig voedselrijke, stikstofrijke, zwak zure, ’s winters ondiep overstroomde grond (veen en klei)

Blaasvaren

5 km

Beschaduwde plaatsen op vochtige, niet te voedselarme tot niet te voedselrijke, kalkrijke muren of rotsen, zelden op humeuze grond

Dennenorchis

5 km

Beschaduwde plaatsen op droge tot vochtige, voedselarme, meestal zure grond, goed doorluchte grond (zand en lemig zand)

Drijvende waterweegbree Kartuizer anjer Korensla

Helder, voedselarm tot matig voedselrijk, zwak zuur water

Het plangebied bestaat naast de bebouwing en tuin vooral uit verharding en biedt vanwege de inrichting, het beheer en gebruik geen geschikt habitat voor beschermde plantensoorten. Conclusie Het plangebied ligt buiten de bebouwde kom waardoor Wet natuurbescherming houtopstanden van toepassing is. Binnen het plangebied ontbreken houtopstanden die voldoen aan de criteria die Wet natuurbescherming stelt om als beschermde houtopstand aangemerkt te worden. De bomen op het perceel kunnen als tuin/erfbegroeiing aangemerkt en vallen daardoor buiten de bescherming van de Wet natuurbescherming. Overtreding van Wet natuurbescherming op dit punt kan uitgesloten worden. Om een overtreding van de gemeentelijke uitzonderingsregels te voorkomen dient altijd alvorens tot kap over te gaan bij het gemeenteloket een nacheck gedaan te worden of voor de betreffende boom of houtopstand een omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden noodzakelijk is

5.2.2 Zoogdieren Volgens de NDFF zijn er 28 zoogdiersoorten aangetroffen binnen een straal van 5 kilometer rond het plangebied. Hiertoe behoren 13 vleermuissoorten, 5 marterachtigen en 10 overige soorten. Vleermuizen Alle soorten vleermuizen vallen onder de groep strikt beschermde soorten. Dit betekent dat ze beschermd zijn tegen verstoring van vaste rust- en verblijfplaatsen. Onder deze vaste rust- en verblijfplaatsen wordt verstaan: ‘het gehele systeem waarvan een populatie gebruik maakt tijdens de jaarcyclus van de soort’. Dit houdt in dat niet alleen verblijfplaatsen, maar ook belangrijke verbindingen hiertussen (vlieg- en foerageerroutes) beschermd zijn. Voor alle vleermuissoorten geldt geen vrijstelling of ontheffingsverlening indien het puur gaat om een ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. De checklist vleermuisprotocol 2021 geeft voor gebouwen de volgende drie aandachtspunten: Zijn er potentieel aanwezige ruimtes voor winter-, kraam-, zomer- en paarverblijfplaatsen, zijn er sporen van aanwezigheid en is er sprake van een foerageergebied? De vleermuissoorten die volgens het NDFF zijn waargenomen binnen een straal van 5 kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de onderstaande tabel.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

16

Ecologische quickscan Hakvoortseweg 21 Biest Houtakker, BE-0406 Vleermuis soort

Afstand plangebied 1 km

Habitat en bescherming

5 km 5 km 1 km 1 km

Vooral bebouwing, soms bomen, strikt beschermd Vooral bomen, strikt beschermd Vooral bomen, strikt beschermd Vooral bebouwing, strikt beschermd

1 km

Soms bebouwing, soms bomen, strikt beschermd

1 km

Vaak bebouwing, strikt beschermd

Meervleermuis Rosse vleermuis Ruige dwergvleermuis Watervleermuis

1 km 1 km 1 km 5 km

Vooral bebouwing, strikt beschermd Vooral bomen, strikt beschermd Vooral bomen, strikt beschermd Vooral bomen, strikt beschermd

Bosvleermuis

5 km

Vooral bomen,strikt beschermd

Tweekleurige vleermuis

5 km

Vooral bebouwing, strikt beschermd

Gewone dwergvleermuis Kleine dwergvleermuis Baardvleermuis Franjestaart Grijze grootoorvleermuis Gewone grootoorvleermuis Laatvlieger

Vooral bebouwing, strikt beschermd

Het plangebied is beoordeeld op de geschiktheid als vleermuishabitat. Er zijn vleermuizen die in bomen hun verblijfplaatsen onderhouden en soorten die in gebouwen verblijven. In het plangebied zijn geen bomen met geschikte stamdiameter, holtes, gaten of loshangende schors waarin vleermuizen mogelijk verblijfplaatsen kunnen hebben. Vleermuisverblijfplaatsen in bebouwing kunnen aangetroffen worden onder dakpannen, tussen dakbeschot, boeiboorden, onder gevelbekleding, in spleten en kieren in muren of in de spouw door open stootvoegen. De woning in het plangebied beschikt over een holle spouw en er zijn open stootvoegen waargenomen. De woning wordt niet gesloopt zodat de eventueel voorkomende verblijfplaatsen van vleermuizen in de woning behouden blijven. De te slopen stallen beschikken ook over een holle spouw. Hier zijn de muren echter zonder openingen en aan de bovenkant is de spouw afgesloten met een muurplaat. De kopgevel wanden en het golfplaten dak sluiten strak aan op elkaar bij de twee voorste stallen terwijl de kopgevels afgeschermd zijn met windveren bij de achterste stal. De windveer is zodanig bevestigd dat de spouw niet bereikbaar is voor vleermuizen. Uitwerpselen, dode dieren of prooiresten die zouden kunnen duiden op de aanwezigheid van bewonende vleermuizen ontbreken gedurende de controle tijdens het veldbezoek.

Afgesloten stallen

Geheel gesloten muren

Vleermuizen oriënteren zich op lijnvormige elementen in het landschap zoals bomenlanen, kanalen of houtwallen, om zich te verplaatsen van verblijfplaats naar foerageergebieden. In het plangebied zelf zijn geen lijnvormige elementen aanwezig die kunnen dienen als vliegroute voor vleermuizen. Foeragerende vleermuizen in (de omgeving van) het projectgebied zouden voor kunnen komen. Alle structuren waren goed toegankelijk en visueel goed te onderzoeken.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

17

Ecologische quickscan Hakvoortseweg 21 Biest Houtakker, BE-0406 Marterachtigen Marterachtigen hebben voor hun overleving drie zaken nodig: dekking, verbinding en rustplaatsen. Deze dieren zijn vooral ’s nachts actief waardoor het fysiek aantreffen van individuen tijdens een veldbezoek zeer onwaarschijnlijk is. Bij onderzoek naar marters wordt daarom vooral gekeken naar sporen van de aanwezigheid van marters. De aanwezigheid van de marterachtigen verraad zich vaak door uitwerpselen, prooiresten en stank. De marterachtigen die volgens het NDFF aanwezig kunnen zijn binnen een straal van 5 kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de onderstaande tabel. Marter soort

Afstand plangebied

Bescherming

Boommarter Bunzing Das Steenmarter Wezel

1 km 1 km 5 km 1 km 1 km

Beschermd Beschermd Beschermd Beschermd Beschermd

Boommarter De schuilplaats van de boommarter bestaat meestal uit een holle boom, de nestplek evenzeer en hun leefgebied bestaat doorgaans uit bos. Zowel loof- als naaldbos en gemengd bos, jong en oud. Toch wagen ze zich ook buiten bosgebieden, maar bomen zijn nooit ver weg. De dieren leven solitair en kunnen goed zwemmen. ’s Nachts legt een boommarter 2 tot 20 kilometer af. Bunzing Doordat ze niet kieskeurig zijn wat betreft hun voedsel, komen bunzings voor in vele verschillende landschapstypen. Ze komen vooral voor in bebost laagland nabij water, waaronder rivieroevers en moerassen. In de winter worden bebouwde gebieden opgezocht en is de bunzing te vinden in de buurt van boerderijen. Deze zoogdieren verplaatsen zich vooral via lijnvormige landschapselementen zoals hagen die tot aan de grond komen (geen opgesnoeide hagen) of greppels, en vinden er hun voedsel. Landschapselementen in een geschikt habitat voor kleine marterachtigen zijn o.a. struwelen, hoge graslandvegetatie, houtstapels, holle bomen, houtwallen, takkenrillen of stapels stenen of puin. Voor de bunzing is water in de nabijheid van belang. Das De das leeft in allerlei soorten biotopen, met een voorkeur voor kleinschalig akker- en weidelandschap met verspreide bosjes, heggen en houtwallen. Maar ook open terreinen, zoals vochtige heiden en rivierdalen zijn geschikte leefgebieden.

Het leefgebied van de das moet voldoen aan voldoende dekking, weinig verstoring, een groot voedselaanbod en een bodem waarin ze goed een burcht kunnen graven, met een grondwaterstand van tenminste 1,5 m onder het maaiveld. Dassen foerageren in kort gras, omdat hier het voedsel het gemakkelijkst te vinden is. Steenmarter De steenmarter is een soort van steenachtige biotopen en schuilplaatsen. De soort komt met name voor aan de rand van dorpen en steden, maar is ook te vinden nabij boerderijen en kleinschalige cultuurlandschappen. De steenmarter vindt vaste verblijfplaatsen in oude schuurtjes met weinig menselijke activiteit of woningen met toegankelijke zolder-, en of kruipruimten. Wezel De wezel zoekt graag dekking op, bijvoorbeeld bij bosschages, houtstapels of heggen. Ook bewonen ze vaak oude holen van muizen, ratten en konijnen die bekleed wordt met veren of haren van prooidieren. Goede schuilmogelijkheden en de aanwezigheid van voldoende geschikt voedsel zijn de enige eisen die de wezel aan zijn omgeving stelt. De ruigte langs de slootkant en ook de achter het plangebied gelegen houtwallen zouden schuilplaatsen of foerageergelegenheden kunnen herbergen voor kleine marterachtigen zoals de bunzing of wezel.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

18

Ecologische quickscan Hakvoortseweg 21 Biest Houtakker, BE-0406 Doordat de bestaande houtwallen en verdere vegetatie in en rond het plangebied behouden zullen worden, zullen er altijd rustige hoekjes met dekking aanwezig zijn waar de dieren heen kunnen vluchten. In de nieuwe situatie blijven deze schuilhoekjes en vegetatie bestaan en door de landschappelijke inpassing en zal het leefgebied van de kleine marterachtigen behouden blijven. De bebouwing in het plangebied is te opgeruimd en de stallen worden bezemschoon gehouden. Daardoor zijn er voor marterachtigen geen ruigtehoekjes aanwezig om te schuilen. De aanwezigheid van marterachtigen verraad zich vaak door uitwerpselen, prooiresten en stank. Tijdens het veldbezoek is gelet op sporen van aanwezigheid van voornoemde marterachtigen. Er zijn geen aanwijzingen gevonden die duiden op aanwezigheid van deze. Het plangebied is daarom geen essentieel onderdeel van de leefomgeving van marterachtigen en de werkzaamheden hebben geen negatief effect op aanwezige soorten. Overige beschermde soorten De overige beschermde soorten omvatten vooral knaagdieren en algemeen voorkomende soorten. Sommige van deze soorten zijn beschermd, maar een aantal van deze soorten vallen er in de provincie Noord-Brabant tot de vrijgestelde soorten.

Voor soorten uit deze categorie betekent dat bij ruimtelijke ontwikkeling er geen ontheffing hoeft te worden gevraagd en dat rust- of verblijfplaatsen verwijderd mogen worden, wanneer geen andere bevredigende oplossing bestaat. Het is echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen te voorkomen. In de onderstaande tabel zijn de overige beschermde zoogdiersoorten te vinden die volgens het NDFF zijn waargenomen binnen een straal van 5 kilometer rond het plangebied. Overige soort Bever Damhert Eekhoorn Egel Haas Konijn Rosse woelmuis Ondergrondse woelmuis Wild zwijn Wolf

Afstand plangebied 1 km 5 km 1 km 1 km 1 km 1 km 1 km 5 km

Bescherming

1 km 5 km

Alleen in natuurgebieden Beschermd

Beschermd Beschermd Beschermd Vrijgesteld Vrijgesteld Vrijgesteld Vrijgesteld Beschermd

Het plangebied is door de ligging en inrichting geen essentieel onderdeel van het leefgebied voor de bever, het damhert , de wolf of het wilde zwijn. Er zijn geen bomen in het plangebied waar eekhoorns nesten in zouden kunnen maken. Het is daardoor uit te sluiten dat het plangebied essentieel onderdeel is van de habitat van een eekhoorn. De achter het plangebied staande bosschages blijven behouden en worden uitgebreid waardoor het leefgebied voor onder andere eekhoorns zal verbeteren. Het is wel aannemelijk dat er een enkel individu van een beschermde soort in de planlocatie kan worden aangetroffen, zoals egel, mol, veldmuis en bepaalde spitsmuizen. Deze soorten zijn weliswaar beschermd, maar behoren in de provincie Noord-Brabant tot de vrijgestelde soorten. Conclusie Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten wordt geen vleermuis verstoord, verwond of gedood en wordt er geen rust- of verblijfplaats beschadigd of vernield. In de omgeving van het plangebied is en blijft voldoende geschikt foerageergebied aanwezig voor vleermuizen. De werkzaamheden hebben geen significant negatief effecten op foerageergebieden van vleermuizen. Er is dus geen ontheffing nodig voor deze soortgroep. In het plangebied komen geen marterachtigen voor.

Daarnaast is het uit te sluiten het plangebied onderdeel is van de essentiële leefomgeving van bevers, damherten, wolven, wilde zwijnen en eekhoorns. Het is

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

19

Ecologische quickscan Hakvoortseweg 21 Biest Houtakker, BE-0406 mogelijke dat er een enkele individu van een vrijgestelde soort aanwezig is in het plangebied. De zorgplicht is altijd van kracht. Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde zoogdieren waargenomen.

5.2.3 Vogels In de Wet natuurbescherming worden alle broedende vogels strikt beschermd op grond van de Vogelrichtlijn waardoor alle bewoonde nesten in het broedseizoen vallen onder de bescherming van deze wet. De Wet natuurbescherming hanteert geen standaardperiode voor het broedseizoen, maar voor de volledigheid wordt vaak gesproken van half maart tot half juli. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Men dient daarom gedurende kap- en sloopwerkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen van vogels. Overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van vogels wordt voorkomen door bepaalde werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Van een aantal vogelsoorten worden de nesten ook buiten het broedseizoen beschermd. De zogenaamde ‘Jaarrond beschermde verblijfplaatsen’. Als deze nesten door een ruimtelijke ontwikkeling verdwijnen, kan afhankelijk van de soort die het nest gebruikt, een ontheffingsaanvraag noodzakelijk zijn. De bescherming van vogels kan worden opgedeeld in 5 categorieën. Categorie 1-4 De eerste 4 categorieën betreffen vogels welke zeer honkvast broeden en (1-4) of welke zelf niet of nauwelijks in staat zijn om een eigen nest te bouwen (4). De vogelsoorten die volgens het NDFF zijn waargenomen in een straal van 5 kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de onderstaande tabel. Soort

Bescherming categorie* en habitat

Boomvalk Buizerd Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Havik Huismus Kerkuil

Afstand plangebied 1 km 1 km 1 km 1 km 1 km 1 km 1 km

Oehoe Ooievaar Ransuil Roek Slechtvalk Sperwer Steenuil Wespendief Zwarte wouw

1 km 1 km 1 km 1 km 1 km 1 km 1 km 1 km 1 km

4, boom bewonend 3, boom of gebouw bewonend 4, boom bewonend 2, boom bewonend 3, gebouw bewonend 4, boom bewonend 1, gebouw bewonend 4, boom bewonend 4, boom bewonend

4, boom bewonend 4, boom bewonend 2, gebouw bewonend 3, boom of gebouw bewonend 4, boom bewonend 2, gebouw bewonend 3, gebouw bewonend

* Op de volgende categorieën gelden de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming het gehele seizoen: 1. Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats. 2.Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. 3. Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. 4. Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen.

Gierzwaluw De gierzwaluw is voor zijn voortplanting bijna uitsluitend gebonden aan menselijke bewoning en daarom komt hij in de zomer veelal in grotere dorpen en steden voor. Op de planlocatie zou de bedrijfswoning de enige plaats kunnen zijn waar een gierzwaluw zich zou kunnen nestelen als deze in een meer bebouwde omgeving zou staan. De woning blijft zoals deze is dus blijft ook deze eventuele biotoop bestaan.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

20

Ecologische quickscan Hakvoortseweg 21 Biest Houtakker, BE-0406 Huismus Vanwege de beperkte actieradius (enkele honderden meters) van Huismus (Baijens et al. 2005) zijn drie essentiële onderdelen van het leefgebied van belang voor de Huismus: nestlocatie, habitat met voedselaanbod en beschutting. Alle voorzieningen dienen dichtbij elkaar te liggen. Bij voorkeur binnen een straal van enkele honderden meters van het plangebied. Er zijn tijdens het veldbezoek huismussen gezien. Deze hebben nestgelegenheden onder het pannendak van de woning en schuilmogelijkheden in de vele hagen rondom. Foerageergebied zal ook gevonden worden bij de naastgelegen paardenmanege. Door het afgesloten zijn van de te slopen bedrijfsbebouwing vanwege bio-security redenen is het voorkomen van nesten van huismussen in deze gebouwen uitgesloten. De huismussen zijn alleen aan de voorzijde van de woning waargenomen. De foerageermogelijkheden en eventuele nestmogelijkheden ter plekke voor de huismus zullen naar verwachting niet afnemen met het slopen van de gebouwen. Het woonhuis met tuin en hagen zullen immers geschikt blijven voor de huismussen. Uilen, ooievaar, roek, grote gele kwikstaart en roofvogels Geen van de biotopen van genoemde vogelsoorten komt echter voor in het plangebied waardoor het voorkomen van deze uitgesloten kan worden.

Er zijn geen sporen zoals braakballen, krijtstrepen of ruiveren van aanwezigheid van uilen aangetroffen. Het is uit te sluiten dat het plangebied onderdeel is van de habitat van een boom bewonende roofvogelsoort. De slechtvalk broedt bij voorkeur in hoge gebouwen (>4 verdiepingen). Er is voor de slechtvalk geen geschikte habitat aanwezig in het plangebied. Categorie 5 Categorie 5- soorten zijn alleen jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. In het algemeen geldt niet zozeer de bescherming van de nestplek zelf, maar meer de schaarste van dit type nestgelegenheid. Het betreft voornamelijk holenbroeders of vogels die een groot nest bouwen als zwarte kraai of ekster, waarvan enkele andere soorten vogels gebruik maken die niet in staat zijn om zelfstandig een nest te bouwen. (bijv. ransuil, torenvalk en boomvalk). Tijdens het veldbezoek zijn uit deze categorie geen nesten in bomen in het plangebied aangetroffen. Ook zijn geen bomen met geschikte holtes aanwezig. Overige Vogelrichtlijnsoorten In het plangebied zijn mogelijkheden voor nestgelegenheid voor overige vogelrichtlijnsoorten waarvan de nesten alleen gedurende het broedseizoen beschermd zijn. Er is in het plangebied veel geschikt opgaand groen aanwezig waarin algemene vogelrichtlijnsoorten broedgelegenheid vinden.

Met de beoogde herontwikkeling en de bijbehorende robuuste landschappelijke inpassing met streekeigen groen zullen nest- en foerageergelegenheid voor overige tuin, - en struweelvogels toenemen. Conclusie De onder het pannendak van het woonhuis voorkomende huismusnesten blijven behouden. Ook wordt het leefgebied van huismussen niet aangetast. De te slopen stallen zijn niet geschikt als nestlocatie voor beschermde vogelsoorten. Er zijn tijdens het veldbezoek bomen waargenomen waarvan beschermde soorten gebruik kunnen maken. De gecultiveerde tuin biedt wel schuil- en foerageer mogelijkheden voor kleine vogelsoorten, zoals de huismus Er zullen geen vaste rust- en verblijfplaatsen van huismussen, gierzwaluwen, uilen of roofvogels verloren gaan en er worden geen verbodsbepalingen uit de Wet Natuurbescherming overtreden. Een ontheffingsaanvraag is niet noodzakelijk. De aanwezigheid van algemene broedende vogelsoorten als duif en merel is bijna nooit uit te sluiten omdat deze soorten in struiken en onder kleine afdakjes als een uitstekende dakrand kunnen broeden. Een negatief effect op deze soorten is echter betrekkelijk eenvoudig te voorkomen door buiten het broedseizoen te werken. De planlocatie was visueel goed te onderzoeken.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13738461/1