09 Bestemmingsplan Groenstraat 7 en 9 (5 regels, toelichting en verbeelding)
Tekst van het document
ten behoeve van het vergroten van de toegestane bebouwde oppervlakte van bijgebouwen geldt dat de bebouwde oppervlakte aan bijgebouwen mag worden vermeerderd met een sloop-bonusregeling percentage van 25% (indien 100 m² wordt gesloopt mag 25 m² worden teruggebouwd), mits de totale bebouwde oppervlakte aan bijgebouwen niet meer bedraagt dan 200 m²;
NL.IMRO.0798.BPGroenstraat7en9-VG01
bestemmingsplan Groenstraat 7 en 9 Esbeek
|23 b.
c.
d. e.
f. g. h.
i.
ten behoeve van het vergroten van de inhoud van een woning gelden de volgende regels: 1. de inhoud bedraagt niet meer dan 1.000 m³; 2. per 50 m³ vergroting van de woning boven de maximaal toegestane inhoud als opgenomen in artikel 4 lid 2.3, dient telkens minimaal 500 m² aan legaal opgerichte bebouwing te worden gesloopt; het surplus (alle aanwezige bebouwing boven de standaard maximale toegestane oppervlakte aan bijgebouwen van 100 m²) moet in één keer worden gesloopt, met uitzondering van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing, en deze sloop moet als voorwaarde aan de omgevingsvergunning worden verbonden; uitsluitend de sloop van legaal gebouwde gebouwen komen in aanmerking voor deze sloopbonusregeling; de sloopbonusregeling als bedoeld onder c is niet van toepassing indien: 1. op deze locatie sloop van de bebouwing al heeft plaatsgevonden; 2. sloop kan plaatsvinden in het kader van de ruimte-voor-ruimteregeling; 3. sloopsubsidie is verkregen op basis van de Regeling Beëindiging veehouderijtakken; of 4.
de sloop al op andere wijze is verzekerd; de gesloopte oppervlakte mag slechts éénmaal ten behoeve van nieuwe bebouwing in aanmerking worden genomen; de cultuurhistorische waarden mogen niet onevenredig worden aangetast; er is aangetoond dat binnen een jaar na realisatie van de bebouwing sprake zal zijn van een goede landschappelijke inpassing alsmede de instandhouding daarvan, welke tenminste 10% van de omvang van het bestemmingsvlak omvat en welke is gelegen binnen het bestemmingsvlak dan wel dat er sprake is van een door het college van burgemeester en wethouders goedgekeurd landschapsontwikkelingsplan; er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de in geding zijnde belangen, waaronder die van omwonende en omliggende (agrarische) bedrijven.
4.3.2 Grotere goot- en/of bouwhoogte Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder artikel 4 lid 2.3 onder a en b, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. b.
de grotere goot- en/of bouwhoogte van de woning is stedenbouwkundig en landschappelijk aanvaardbaar; er is aangetoond dat binnen een jaar na realisatie van de bebouwing sprake zal zijn van een goede landschappelijke inpassing alsmede de instandhouding daarvan, welke tenminste 10% van de omvang van het bestemmingsvlak omvat en welke is gelegen binnen het bestemmingsvlak dan wel dat er sprake is van een door het college van burgemeester en wethouders goedgekeurd landschapsontwikkelingsplan, of de overtollige bebouwing wordt gesloopt, waaronder sloop van de oude woning, met dien verstande dat de oppervlakte aan bebouwing die wordt gesloopt niet minder mag bedragen dan de oppervlakte aan bebouwing die nieuw wordt gebouwd.
4.3.3 Verplaatsen van de bestaande woning Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder artikel 4 lid 2.6 onder a en b, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a.
b.
de nieuwe situering van de woning is stedenbouwkundig, verkeerskundig, landschappelijk en milieukundig aanvaardbaar, waaronder dat het moet worden voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van de Wet geluidhinder; er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de in geding zijnde belangen, waaronder die van omwonende en omliggende (agrarische) bedrijven;
NL.IMRO.0798.BPGroenstraat7en9-VG01
bestemmingsplan Groenstraat 7 en 9 Esbeek
|24 c.
overtollige bebouwing wordt gesloopt, waaronder sloop van de oude woning, met dien verstande dat de oppervlakte aan bebouwing die wordt sloopt niet minder mag bedragen dan de oppervlakte aan bebouwing die nieuw wordt gebouwd.
4.3.4 Verkleinen afstand tot de zijdelingse perceelsgrens Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 4 lid 2.3 teneinde een kleinere afstand tot de zijdelingse perceelsgrens toe te staan voor het bouwen van de woning, mits voldaan wordt aan de volgende bepalingen: a. b. c. d.
het is noodzakelijk voor een doelmatige inrichting van het perceel; er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de in geding zijnde belangen, waaronder die van omwonende en omliggende (agrarische) bedrijven; de stedenbouwkundige structuur mag niet onevenredig worden aangetast; de verkeersveiligheidsbelangen mogen niet onevenredig worden aangetast.
4.4 Specifieke gebruiksregels 4.4.1 Strijdig gebruik Onder het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, wordt onder gebruik strijdig met de bestemming in ieder geval begrepen gebruik van gronden en/of opstallen voor: a. b. c.
vrijstaande bijgebouwen als zelfstandige woning en als afhankelijke woonruimte; kleinschalig logeren in vrijstaande bijgebouwen; bedrijf aan huis.
4.5 Afwijken van de gebruiksregels 4.5.1 Mantelzorg in afhankelijke woonruimte Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 4 lid 4.1 sub a voor het gebruik van een bijgebouw behorende bij een woning als afhankelijke woonruimte, mits wordt voldaan aan de volgende bepalingen: a. b. c. d.
e.
er is aangetoond dat er sprake is van een zorgbehoefte, bijvoorbeeld uit een zorgindicatie of verklaring van een arts; het gebruik blijft beperkt tot de in de bouwregels genoemde bouwmogelijkheden voor bijgebouwen, met een maximale oppervlakte van 80 m²; er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de in geding zijnde belangen, waaronder die van omwonende en omliggende (agrarische) bedrijven; bij het verlenen van de omgevingsvergunning wordt bepaald dat indien de mantelzorgsituatie is beëindigd het bevoegd gezag ambtshalve tot intrekking van de verleende omgevingsvergunning overgaat; binnen één maand na beëindiging van het gebruik van het (vrijstaand) bijgebouw als afhankelijke woonruimte ten behoeve van mantelzorg dient hiervan schriftelijk melding te worden gemaakt.
NL.IMRO.0798.BPGroenstraat7en9-VG01
bestemmingsplan Groenstraat 7 en 9 Esbeek
|25 4.5.2 Kleinschalig logeren Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 4 lid 4.1 sub b ten einde kleinschalig logeren als nevenactiviteit in vrijstaande bijgebouwen bij een woning toe te staan, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a.
b. c. d. e. f. g. h. i.
kleinschalig logeren in de vorm van bed & breakfast, appartementen en/of gastenkamers is toegestaan. Het kleinschalig logeren bestaat uit maximaal 3 kamers van maximaal 2 personen per kamer met een maximale omvang van 150 m² in totaal, met dien verstande dat niet meer dan 40% van het vloeroppervlak van de woning gebruikt mag worden ten behoeve van kleinschalig logeren; permanente bewoning of huisvesting van tijdelijke werknemers is niet toegestaan; de cultuurhistorische waarden mogen niet onevenredig worden aangetast; er vindt geen uitbreiding van bebouwing ten behoeve van de nevenactiviteit plaats; overtollige bebouwing wordt gesloopt; er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de in geding zijnde belangen, waaronder die van omwonende en omliggende (agrarische) bedrijven; de verkeersaantrekkende werking van de nevenactiviteiten dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; er dient op eigen terrein te worden voorzien in de parkeerbehoefte; het mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in de omgeving aanwezige waarden.
4.5.3 Aan huis verbonden bedrijf Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen van het bepaalde in artikel 4 lid 4.1 sub c teneinde een aan huis verbonden bedrijf toe te staan, mits: a.
b.
c. d. e.
het ten behoeve van het aan huis verbonden bedrijf in gebruikt te nemen bedrijfsvloeroppervlak niet meer bedraagt dan 25% van het vloeroppervlak van het hoofdgebouw en de erfbebouwing, met dien verstande dat de woonfunctie primair en in ruimtelijke zin gehandhaafd blijft; het aan huis verbonden bedrijf komt in de milieucategorie 1 of 2 van de in bijlage opgenomen bedrijfsactiviteiten of kan, voor wat betreft de aard en omvang van de milieuhinder die het veroorzaakt, gelijk gesteld worden aan een bedrijf behorende tot één van die milieucategorieën; het gebruik geen onevenredig afbreuk veroorzaakt op de verkeersafwikkeling en de parkeerbalans; geen horeca en geen detailhandel plaatsvindt, uitgezonderd een beperkte verkoop ondergeschikt aan de uitoefening van het aan huis verbonden bedrijf; de aard en de activiteit van het bedrijf niet leiden tot een onevenredige afbreuk van het woon- en leefklimaat in de omgeving.
4.5.4 pre-mantelzorgwoning In aanvulling op de landelijke vergunningsvrije mantelzorgregeling kunnen Burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning verlenen voor huisvesting in een woning of bijbehorende bouwwerken van één huishouden van maximaal twee personen, mits: a. b. c. d. e. f.
De aanvrager de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt, of: De aanvrager de AOW-gerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt, maar aantoont dat er een reële verwachting is dat binnen 10 jaar een zorgbehoefte gaat ontstaan; tussen zorgvrager en -verlener moet sprake zijn van een 'bestaande sociale relatie'; de mantelzorgwoning mag geen onevenredige aantasting van de aangrenzende bouwpercelen met zich meebrengen; de mantelzorgwoning mag geen afbreuk doen aan gebruiksmogelijkheden van aangrenzende percelen; parkeren dient op eigen terrein te geschieden;
NL.IMRO.0798.BPGroenstraat7en9-VG01
bestemmingsplan Groenstraat 7 en 9 Esbeek
|26 g.
h.
de omgevingsvergunning voor de pre-mantelzorgwoning wordt afgegeven voor een periode van 10 jaar maar eindigt eerder als; 1. als voldaan wordt aan de voorwaarden van de vergunningsvrije mantelzorg; 2. als de (toekomstige) zorgverlener verhuist; 3. als de persoon ten behoeve van wie de omgevingsvergunning is verleend en zijn of haar partner geen gebruik (meer) maken van de omgevingsvergunning; nadat de mantelzorg is beëindigd en er geen sprake is van vergunningsvrije mantelzorg, moet de mantelzorgwoning en of de aangebrachte voorzieningen, binnen 8 weken verwijderd worden en blijven.
NL.IMRO.0798.BPGroenstraat7en9-VG01
bestemmingsplan Groenstraat 7 en 9 Esbeek
|27
Artikel 5 Waarde - Archeologie 1 5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de hoge verwachtingswaarde en hoge verwachtingswaarde vanwege vindplaats jager/ verzamelaars in bestaand natuurgebied. 5.2 Bouwregels 5.2.1 Algemeen In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemming eisen burgemeester en wethouders uitsluitend voor gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en vergroting van bestaande gebouwde of bouwwerken, geen gebouwen zijde, waarbij ter realisering bodemroerende werkzaamheden noodzakelijk zijn, die: a. b.
een totale oppervlakte hebben groter dan 500 m², en waarvoor grond op een diepte van 0,5 m of meer onder het maaiveld, moet worden geroerd;
dat alvorens de omgevingsvergunning wordt verleend, door de aanvrager een archeologisch rapport wordt overlegd waarin de archeologische waarde van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate zijn vastgesteld. 5.2.2 Voorwaarden omgevingsvergunning Indien uit dit archeologisch rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen worden verstoord, kunnen burgemeester en wethouders een of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: a. b. c.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waaronder de archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van opgravingen; of de verplichting de oprichting van het bouwwerk te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties.
5.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.3.1 Omgevingsvergunning Het is verboden op of in deze gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a.
b. c. d.
het ophogen, afgraven (ook ten behoeve van het verwijderen van bestaande funderingen), woelen, mengen, diepploegen, aanbrengen van heipalen, egaliseren en ontginnen van gronden met dien verstande dat het werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden betreft met een oppervlakte groter dan 500 m² en dieper dan 50 cm; het wijzigen van de waterhuishouding, zoals draineren en het uitdiepen, graven en/of verleggen van waterlopen; het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur dieper dan 50 cm; het verlagen van de grondwaterstand over een oppervlakte van 500 m².
NL.IMRO.0798.BPGroenstraat7en9-VG01
bestemmingsplan Groenstraat 7 en 9 Esbeek
|28 5.3.2 Uitzonderingen Het verbod, zoals bedoeld in artikel 5 lid 3.1 is niet van toepassing, indien: a.
b. c. d.
e.
het gaat om onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen en werkzaamheden binnen bestaande tracés van kabels, leidingen en rioleringen waarbij niet dieper gegraven wordt dan de reeds uitgegraven diepte; het gaat om het vervangen van bestaande drainages op dezelfde plaats en op maximaal dezelfde diepte; op basis van inventariserend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; de werken en werkzaamheden: 1. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; 2. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning of een ontgrondingsvergunning; de werken en werkzaamheden op inventariserend of definitief archeologisch onderzoek zijn gericht.
NL.IMRO.0798.BPGroenstraat7en9-VG01
bestemmingsplan Groenstraat 7 en 9 Esbeek
|29
Artikel 6 Waarde - Archeologie 2 6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de hoge verwachtingswaarde en hoge verwachtingswaarde vanwege vindplaats jager/ verzamelaars in bestaand natuurgebied. 6.2 Bouwregels 6.2.1 Algemeen In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemming eisen burgemeester en wethouders uitsluitend voor gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en vergroting van bestaande gebouwde of bouwwerken, geen gebouwen zijde, waarbij ter realisering bodemroerende werkzaamheden noodzakelijk zijn, die: a. b.
een totale oppervlakte hebben groter dan 2.500 m², en waarvoor grond op een diepte van 0,5 m of meer onder het maaiveld, moet worden geroerd;
dat alvorens de omgevingsvergunning wordt verleend, door de aanvrager een archeologisch rapport wordt overlegd waarin de archeologische waarde van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate zijn vastgesteld. 6.2.2 Voorwaarden omgevingsvergunning Indien uit dit archeologisch rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen worden verstoord, kunnen burgemeester en wethouders een of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: a. b. c.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waaronder de archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van opgravingen; of de verplichting de oprichting van het bouwwerk te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties.
6.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.3.1 Omgevingsvergunning Het is verboden op of in deze gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a.
b. c. d.
het ophogen, afgraven (ook ten behoeve van het verwijderen van bestaande funderingen), woelen, mengen, diepploegen, aanbrengen van heipalen, egaliseren en ontginnen van gronden met dien verstande dat het werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden betreft met een oppervlakte groter dan 2.500 m² en dieper dan 50 cm; het wijzigen van de waterhuishouding, zoals draineren en het uitdiepen, graven en/of verleggen van waterlopen; het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur dieper dan 50 cm; het verlagen van de grondwaterstand over een oppervlakte van 2.500 m².
NL.IMRO.0798.BPGroenstraat7en9-VG01
bestemmingsplan Groenstraat 7 en 9 Esbeek
|30 6.3.2 Uitzonderingen Het verbod, zoals bedoeld in artikel 6 lid 3.1 is niet van toepassing, indien: a.
b. c. d.
e.
het gaat om onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen en werkzaamheden binnen bestaande tracés van kabels, leidingen en rioleringen waarbij niet dieper gegraven wordt dan de reeds uitgegraven diepte; het gaat om het vervangen van bestaande drainages op dezelfde plaats en op maximaal dezelfde diepte; op basis van inventariserend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; de werken en werkzaamheden: 1. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; 2. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning of een ontgrondingsvergunning; de werken en werkzaamheden op inventariserend of definitief archeologisch onderzoek zijn gericht.
NL.IMRO.0798.BPGroenstraat7en9-VG01
bestemmingsplan Groenstraat 7 en 9 Esbeek
|31
3 ALGEMENE REGELS Artikel 7 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
NL.IMRO.0798.BPGroenstraat7en9-VG01
bestemmingsplan Groenstraat 7 en 9 Esbeek
|32
Artikel 8 Algemene gebruiksregels 8.1 Algemeen Onder het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, wordt onder gebruik strijdig met het plan in ieder geval begrepen het gebruik van gronden en opstallen: a.
ten behoeve van het boren naar gas.
8.2 Voorwaardelijke verplichting asbestonderzoek Een omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 sub a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, voor bouwen wordt slechts verleend als een verkennend onderzoek asbest conform NEN 5707 wordt uitgevoerd voor het slopen van de gebouwen, waarna gesteld kan worden dat sprake is van een goede milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse. 8.3 Voorwaardelijke verplichting ecologie Een omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 sub a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, voor bouwen wordt slechts verleend als, alvorens de sloop, is aangetoond dat geen beschermde diersoorten worden geschaad door het planvoornemen. Hiertoe dient een ecologische quickscan uitgevoerd te worden. 8.4 Voorwaardelijke verplichting verplaatsing kerkuil Alvorens de start van de (sloop)werkzaamheden dienen twee kerkuilennestkasten in een gebouw, in of nabij het plangebied (binnen 500 meter van de oorspronkelijke verblijfplaats) te worden opgehangen en vervolgens aldus in stand worden gehouden. Bij voorkeur minimaal 3 maanden voor de strart van de (sloop)werkzaamheden. 8.5 Voorwaardelijke verplichting voorzieningen vleermuizen Alvorens de start van de (sloop)werkzaamheden dienen 4 vleermuiskasten verspreid rondom het plangebied opgehangen te worden en vervolgens aldus in stand worden gehouden.
Dit dient te gebeuren aan niet te slopen of renoveren panden binnen een straal van 200 meter van het plangebied. 8.6 Voorwaardelijke verplichting waterhuishouding Bij de uitoefening van de bevoegdheid voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen en of handelen in strijd regels ruimtelijke ordening dient te worden aangetoond dat een waterhuiskundige voorziening zal worden gerealiseerd en vervolgens aldus in stand wordt gehouden. De benodigde bergingscapaciteit wordt als volgt berekend; benodigde retentiecapaciteit (in m3) = toename verhard in oppervlak (in m2) X 0,06.
NL.IMRO.0798.BPGroenstraat7en9-VG01
bestemmingsplan Groenstraat 7 en 9 Esbeek
|33
Artikel 9 Algemene aanduidingsregels 9.1 Overige zone - bebouwingsconcentratie Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - bebouwingsconcentratie' zijn de gronden tevens bestemd voor kernrandzone, bebouwingslint en bebouwingscluster. 9.2 Overige zone - beekdal Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone – beekdal' zijn de gronden tevens bestemd voor het behoud van de kenmerkende verkaveling van het beekdal. Er wordt hier gestreefd naar een ruimtelijke verdichting van het gebied en accentuering van het beekdal middels de aanleg van nieuwe landschapselementen. 9.3 Overige zone - groenblauwe mantel Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - groenblauwe mantel' zijn de gronden tevens bestemd voor behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van het watersysteem en de ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden.
NL.IMRO.0798.BPGroenstraat7en9-VG01
bestemmingsplan Groenstraat 7 en 9 Esbeek
|34
Artikel 10 Algemene wijzigingsregels 10.1 Wijziging naar Recreatie ten behoeve van landschapscamping Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming Agrarisch ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' en de aangrenzende gronden wijzigen in recreatie, ten behoeve van een landschapscamping, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a.
de landschapscamping is gelegen in een aaneengesloten gebied van ten minste 5 ha bos, natuur en/of landgoed; b. de wijzigingsbevoegdheid niet mag worden toegepast ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - ecologische hoofdstructuur' c. de omvang van het bestemmingsvlak is passend bij de beoogde functie, met dien verstande dat de omvang niet meer bedraagt dan het voormalige agrarisch bouwvlak tot een maximum van 1,5 ha; d. overtollige bebouwing wordt gesloopt, met dien verstande dat de oppervlakte aan bebouwing die wordt gesloopt niet minder mag bedragen dan de oppervlakte aan bebouwing die nieuw wordt gebouwd; e. de oppervlakte per standplaats mag niet minder bedragen dan 300 m²; f. het aantal standplaatsen mag niet meer bedragen dan 60; g. de oppervlakte aan te realiseren landschap per standplaats mag niet minder bedragen dan 1.000 m2 h. er wordt op eigen terrein voorzien in voldoende parkeergelegenheid, waarbij geldt dat het aantal parkeerplaatsen niet minder mag bedragen dan 110% van het aantal standplaatsen; i. buitenopslag en detailhandel zijn niet toegestaan; j. er is geen sprake van milieuhygiënische belemmeringen; k. de cultuurhistorische waarden mogen niet onevenredig worden aangetast; l. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de in geding zijnde belangen, waaronder die van omwonenden en omliggende (agrarische) bedrijven; m.
bij toename van verharding van meer dan 500 m 2 n. dient aangegeven te worden hoe met water wordt omgegaan via de trits: vasthouden, bergen en afvoeren; er zal in alle gevallen minimaal waterneutraal gebouwd dienen te worden; o. de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; p. de wijziging mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de landschappelijke, cultuurhistorische en natuurlijke waarden die de gebiedsaanduidingen, welke zijn opgenomen in artikel 9, beogen te beschermen; q. er is aangetoond dat binnen een jaar na realisatie van de bebouwing sprake zal zijn van een goede landschappelijke inpassing alsmede de instandhouding daarvan, welke tenminste 10% van de omvang van het bouwvlak omvat en welke is gelegen binnen het bouwvlak dan wel dat er sprake is van een door het college van burgemeester en wethouders goedgekeurd landschapsontwikkelingsplan; r. de regels van Artikel 11 van het vigerende bestemmingsplan worden van overeenkomstige toepassing verklaard. 10.2 Wijziging bebouwingsconcentraties Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen teneinde de aanduiding 'overige zonebebouwingsconcentraties' op de verbeelding op te nemen, indien uit onderzoek blijkt dat ter plaatse sprake is van een bebouwingsconcentratie.
NL.IMRO.0798.BPGroenstraat7en9-VG01
bestemmingsplan Groenstraat 7 en 9 Esbeek
|35
4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS Artikel 11 Overgangsrecht 11.1 Overgangsrecht bouwwerken Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig is of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. b.
gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
11.1.1 Algemeen Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig is of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. b.
gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
11.1.2 Afwijken bij omgevingsvergunning Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig in afwijking van het bepaalde in artikel 11 lid 1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in artikel 11 lid 1.1 met maximaal 10%. 11.1.3 Uitzondering Het bepaalde in artikel 11 lid 1.1 is niet van toepassing op de bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 11.2 Overgangsrecht gebruik 11.2.1 Algemeen Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 11.2.2 Strijdig gebruik Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in artikel 11 lid 2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 11.2.3 Onderbroken gebruik Indien het gebruik, bedoeld in artikel 11 lid 2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
11.2.4 Strijd met voorheen geldend bestemmingsplan Het bepaalde in artikel 11 lid 2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
NL.IMRO.0798.BPGroenstraat7en9-VG01
bestemmingsplan Groenstraat 7 en 9 Esbeek
|36
Artikel 12 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Groenstraat 7 en 9 Esbeek'.
NL.IMRO.0798.BPGroenstraat7en9-VG01
bestemmingsplan Groenstraat 7 en 9 Esbeek
VERBEELDING
LEGENDA plangebied
Enkelbestemmingen A
Agrarisch
W
Wonen
Dubbelbestemmingen
WR-A2
WR-A1
Waarde - Archeologie 1
WR-A2
Waarde - Archeologie 2
Gebiedsaanduidingen overige zone - bebouwingsconcentratie overige zone - beekdal overige zone - groenblauwe mantel
Functieaanduidingen specifieke vorm van agrarisch - voormalig agrarisch bedrijf
(sa-vab)
A (sa-vab)
Bouwvlakken bouwvlak
WR-A1
11
W
3
ondergrond
11A
14 11B
7
9A
9
11
8 10
Verbeelding
10B 12
Bestemmingsplan "Groenstraat 7 en 9 Esbeek" 11A
Gemeente: IMRO-code:
Hilvarenbeek NL.IMRO.0798.BPGroenstraat7en9-VG01
14
Tekening nr:
1-A
..-..-....
datum:
09-04-2024
ontwerp:
18-12-2023
getekend:
FH
vastgesteld:
..-..-....
schaal:
1:1000
onherroepelijk:
..-..-....
formaat:
A3
voorontwerp:
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING
BIJLAGE 1 VERKENNEND ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK
RAPPORT Archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek door middel van boringen Groenstraat 7 te Esbeek (gemeente Hilvarenbeek)
AM21117
RAPPORT Archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek door middel van boringen Groenstraat 7 te Esbeek (gemeente Hilvarenbeek) Aeres Milieu Projectnummer Status rapport ISSN Nummer Datum
: AM21117 : Concept (versie 1) : 2214-5656 : 30 juni 2021
Opdrachtgever
: Ordito Postbus 94 5126 CC Gilze
Opsteller rapport Paraaf
: F. van den Blink MA. | drs. ing. N.J.W. van der Feest :
Redactie Paraaf
: drs. ing. N.J.W. van der Feest :
Vrijgave Paraaf
: drs. ing. N.J.W. van der Feest :
Aeres Milieu B.V. Noordhoven 4 6042 NW ROERMOND (t) 0475 – 320 000 e-mail: info@aeres-milieu.nl www.aeres-milieu.nl
4002 + 4003
Disclaimer Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden (opzet conform de geldende richtlijnen en protocollen). Aeres Milieu accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid voor maatregelen of mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Aeres Milieu uitgevoerde onderzoek neemt. Tevens wordt opgemerkt dat Aeres Milieu voor het verkrijgen van de voor het bureau onderzoek noodzakelijke informatie (mede) afhankelijk is van externe bronnen. Voor Aeres Milieu is niet te verifiëren of deze bronnen altijd volledig en zonder fouten zijn. Hierdoor kan Aeres Milieu niet instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie.
Pagina | 2
AM21117
INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING ..................................................................................................................................................................................................................... 4 ADMINISTRATIEVE GEGEVENS ......................................................................................................................................................................................... 6 1.
INLEIDING................................................................................................................................................................................................................. 7
2.
WERKWIJZE ............................................................................................................................................................................................................ 10 2.1
Inleiding ............................................................................................................................................................................................................. 10
2.2
Verkennend veldonderzoek door middel van boringen ................................................................................................................... 10
3.
BUREAUONDERZOEK ......................................................................................................................................................................................... 12 3.1
Landschappelijke situatie - geomorfologie .......................................................................................................................................... 12
3.2
Landschappelijke situatie - bodem.......................................................................................................................................................... 13
3.3
Bewoningsgeschiedenis – historisch overzicht .................................................................................................................................. 14
3.4
Bewoningsgeschiedenis – archeologische waarden ........................................................................................................................ 14
3.5
Bewoningsgeschiedenis – historisch kaartmateriaal ....................................................................................................................... 16
4.
VERWACHTINGSMODEL .................................................................................................................................................................................... 19
5.
VELDWERKZAAMHEDEN ................................................................................................................................................................................... 21 5.1
Algemeen .......................................................................................................................................................................................................... 21
5.2
Fysisch geografische beschrijving van de bodemopbouw .............................................................................................................. 22
5.3
Interpretatie ..................................................................................................................................................................................................... 25
5.4
Archeologische indicatoren ........................................................................................................................................................................ 26
6.
CONCLUSIE ............................................................................................................................................................................................................ 27 6.1
Algemeen .......................................................................................................................................................................................................... 27
6.2
Beantwoording onderzoeksvragen .......................................................................................................................................................... 28
7.
AANBEVELINGEN ................................................................................................................................................................................................. 29
LITERATUURLIJST ............................................................................................................................................................................................................... 31
Bijlagen: 1 2 3 4 5 6 7 8
Topografische ligging onderzoeksgebied Boorpuntenkaart Archeologische gegevens cf. Archis 3 Archeologische Beleidskaart gemeente Hilvarenbeek Overzicht geomorfologische kaart Overzicht bodemkaart Reliëfkaart Boorkernbeschrijvingen
Pagina | 3