08 Riool- en Waterprogramma (4 bijlage 1 Hemel en grondwaterbeleid-NIEUW)
Tekst van het document
In de standaard exploitatie-overeenkomst of anterieure overeenkomst is daarom ook opgenomen dat aanpassingen die noodzakelijk zijn voor de waterhuishouding in overleg met en goedkeuring van waterschap en gemeente gebeuren en door de projectontwikkelaar binnen het project gerealiseerd moeten worden. Voordat het openbaar gebied wordt overgedragen zijn beheer en instandhouding hiervan voor de initiatiefnemer. Na realisatie zullen eigendom, beheer en onderhoud van de voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding tegelijkertijd met de overdracht van het project worden overgedragen naar de gemeente.
4.2 Algemene regels Bij ruimtelijke ontwikkelingen wordt dus te allen tijden het proces van de watertoets gevolgd. Ten aanzien van dimensionering van de hemelwatervoorzieningen worden de keurregels gevolgd met de gemeentelijke regels in onderstaande paragrafen als aanvulling hierop. Om die reden zullen de gemeentelijke regels aangescherpt zijn ten opzichte van de Keur; voornamelijk in bestaand gebied kunnen ontwikkelingen bijdragen aan een klimaatbestendig rioolstelsel. Waar binnen de Keur ontwikkelingen met een toename kleiner dan 500 m2 zijn vrijgesteld aan compensatie, zal het aangescherpt beleid vanuit de gemeente zich richten op daadwerkelijk nieuw verhard oppervlak en zullen kleinere oppervlakken ook een verplichting tot compensatie krijgen. In de themakaart Keur is voor de gehele gemeente de compensatieverplichting bepaald in een factor, vertaald in millimeters. Deze factor wordt berekend over de toename aan verhard oppervlak ten opzichte van de oude situatie. Factor 1/4 betekent 15 mm aan compensatieberging voor de toename aan verhard oppervlak, factor ½ betekent 30 mm aan compensatieberging en factor 1 betekent 60 mm aan compensatieberging Onder ‘nieuw verhard oppervlak’ wordt binnen dit gemeentelijk beleid dát oppervlak verstaan wat is ontwikkeld, herbouwd of opnieuw is aangelegd.
Het te slopen verhard oppervlak wordt hiermee niet van het te compenseren oppervlak afgetrokken. Afvoer vanaf perceel Voor de hemelwaterafvoer van particuliere verhardingen gaat de gemeente uit van afvoer bovengronds (via goten) naar de openbare ruimte of ondergronds (via een leidingsysteem) met een overloop op de erfgrens naar de openbare ruimte. Voor de hemelwaterafvoer van de openbare verhardingen gaat de gemeente uit van afvoer bovengronds of ondergronds en centrale verwerking van het hemelwater via een bergingsvoorziening met aansluiting op oppervlaktewater of een combinatie van een bergingsvoorziening en infiltratievoorziening. Wanneer binnen de planontwikkeling geen openbaar terrein wordt ontwikkeld, mag de projectontwikkelaar of particulier kiezen voor afvoer en verwerking van hemelwater van particuliere verhardingen op toekomstig particulier terrein. In alle andere gevallen wordt dit niet toegestaan. Het toepassen van vegetatiedaken is hierop een uitzondering. Inrichting openbaar terrein In samenhang met de bergings- of infiltratievoorziening zal binnen het ontwerp aandacht moeten zijn voor vormgeving van de openbare ruimte, zodanig dat zoveel mogelijk extra water bij zwaardere buien kan worden geborgen. Waar kansen zijn, zullen die inzichtelijk gemaakt moeten worden.
Binnen de Keur van het waterschap wordt een onderverdeling gemaakt tussen vergunningsplicht en meldingsplicht. Bij meldingsplicht behoort het bestuur van waterschap de Dommel volgens vastgestelde termijn voor uitvoering de melding te hebben ontvangen.
24
Als aanscherping op deze meldingsplicht voert de gemeente een verscherpt beleid, waarmee meldingen ook bij de gemeente worden ingediend. De volgende werkzaamheden in de gemeente willen we deze inzichtelijk houden om ongewenste effecten te voorkomen en het beheerariaal up-todate te houden: • Dempen van c-watergangen (Dit zijn poelen of zaksloten); • Lozen van bronneringswater; • Afkoppelen van hemelwater (> 250 m2). Meldingen dienen minimaal 4 weken voor de activiteiten bij de gemeente per mail of brief worden ingediend. Waterschap Het waterschap is verantwoordelijk voor vergunningverlening, het toezicht en de handhaving van alle grondwaterontrekkingen en infiltraties in haar beheergebied (met uitzondering van de drie categorieën waarvoor de provincie verantwoordelijk is) en advisering in het watertoets-proces. Onttrekkingen zoals bronbemalingen, proefonttrekkingen, noodvoorzieningen, beregeningen, etc. zijn vaak alleen meldingsplichtig. Voor activiteiten waar wel een vergunning nodig is, wordt het waterschap betrokken.
Indeling categorieën ontwikkelingen In overleg met het waterschap is in dit hoofdstuk mede op basis van de nieuwe keurregels de navolgende indeling voor ruimtelijke ontwikkelingen, infrastructurele projecten en woningbouwprojecten aangehouden: 1) Uitbreidingen van woongebied aan de rand van woonkernen (paragraaf 4.3); 2) Inbreidingen van woongebied binnen de bebouwde kom (paragraaf 4.4); 3) Nieuwbouw of uitbouw van woningen buiten de bebouwde kom (paragraaf 4.5); 4) Uitbreiding van bedrijventerreinen (paragraaf 4.6); 5) Rioolvervanging, herinrichting openbare ruimte en wegrenovatie (paragraaf 4.7). Iedere categorie is behandeld in de vorm van een toelichting van de aanpassing met daarbij de eis voor de hemelwaterafvoer en compensatieberging. Daarbij wordt bij de aanleg van een voorziening de vereiste ledigingstermijn opgenomen.
25
4.3 Uitbreidingen woongebied en nieuw verhard oppervlak Onder een uitbreiding wordt verstaan een ruimtelijke ontwikkeling waarbij bebouwing en verharding worden gebouwd aan de grenzen van bestaande bebouwing (direct langs de bebouwde kom). Bij alle nieuwbouw wordt een volledig gescheiden rioolsysteem op particulier terrein aangelegd. In de nieuwe waterwetgeving is vastgelegd dat elke perceeleigenaar volledig verantwoordelijk is voor het hemelwater dat op zijn/haar terrein valt. Het is niet toegestaan om dit water, zonder instemming, af te voeren naar een ander perceel, riolering of oppervlaktewater. In geval van ontwikkelingen met meerdere percelen en (her)inrichting van de openbare ruimte heeft centralisatie van de bergings- of infiltratievoorziening de voorkeur. Ligging op openbaar terrein is hierin het meest doelmatig: grote voorzieningen zijn robuuster in het functioneren en makkelijker om te beheren en te onderhouden. Bij het opstellen van een exploitatieplan moeten deze onderdelen worden opgenomen, waarmee de kosten doorgerekend worden aan de bewoners van het plangebied. Bij kleinere plannen, waarbij de openbare ruimte niet wordt (her)ingericht, betekent dit kort weg dat iedereen het hemelwater op eigen terrein moet opvangen, bufferen, hergebruiken, of infiltreren. Pas als dat totaal niet mogelijk is mag het water afgevoerd worden naar openbaar terrein.
De gemeente moet dan de zorgplicht overnemen maar mag daarvoor wel alle kosten doorberekenen. Afwentelen op ander particulier terrein is niet toegestaan. Om calamiteiten te voorkomen is het vaak wel toegestaan om een overloopsysteem aan te brengen naar openbaar terrein. Dimensioneringsgrondslagen uitbreidingen woongebied (>2000m2) Kenmerk aanpassing: toename nieuw verhard oppervlak > 2000 m2 Eis hemelwaterafvoer: bui 10 (T=10, 35.7 mm) Ontwerp compensatieberging: minimaal 30 mm op basis van de themakaart Keur* Lediging: lediging van de voorziening in circa 24 uur * In de themakaart Keur is voor de gehele gemeente de compensatieverplichting bepaald in een factor, vertaald in millimeters (1/4 = 15 mm, ½ = 30 mm en 1 = 60 mm) Dimensioneringsgrondslagen uitbreidingen woongebied (<2000m2 en >250m2) Kenmerk aanpassing: toename nieuw verhard oppervlak tussen 250m2 en 2000 m2 Eis hemelwaterafvoer: bui 10 (T=10, 35.7 mm) Ontwerp compensatieberging: minimaal 30 mm op basis van de themakaart Keur* Lediging: lediging van de voorziening in circa 24 uur Dimensioneringsgrondslagen uitbreidingen woongebied (<250m2) Kenmerk aanpassing: toename nieuw verhard oppervlak tot 250m2 Eis hemelwaterafvoer: bui 10 (T=10, 35.7 mm) Ontwerp compensatieberging: volgens de Keur; geen compensatie verplicht Lediging: niet van toepassing
26
4.4 Inbreidingen woongebied en nieuw verhard oppervlak Onder een inbreiding wordt verstaan een ruimtelijke ontwikkeling waarbij bebouwing en verharding worden gebouwd binnen de bebouwde kom. Voor de hemelwaterafvoer van particuliere verhardingen met meer dan 250 m2 nieuw verhard oppervlak is uitgangspunt dat deze op eigen terrein wordt verwerkt met een mogelijkheid tot overloop naar een laagte, een gemengd riool, een regenwaterriool of een watergang zodat er bij overbelasting geen problemen ontstaan. Bij nieuwe inbreidingen wordt te allen tijden het proces van de watertoets gevolgd. Ten aanzien van dimensionering van de hemelwatervoorzieningen worden de keurregels gevolgd en de gemeentelijke eisen voor de verschillende fasen van het project zoals opgenomen in het document ‘Procedure watertoets’. Wijziging van verhard oppervlak Regelmatig komt het voor dat wijzigingen worden aangebracht in het verhard oppervlak van particulieren (dakvlakken en inritten) en openbare verhardingen. Bijvoorbeeld wanneer een school wordt gesloopt en vervangen of wanneer een parkeerplaats wordt verkleind of vergroot. Voor verwerking van hemelwater als gevolg van wijziging van verhard oppervlak gelden dezelfde eisen als voor inbreidingen. De ontwikkeling maakt het mogelijk dat de belasting met hemelwater op de riolering hiermee afneemt.
Dimensioneringsgrondslagen inbreidingen en nieuw verhard oppervlak (> 250 m2) Kenmerk aanpassing: toename nieuw verhard oppervlak meer dan 250m2 Eis hemelwaterafvoer: bui 10 (T=10, 35.7 mm) Ontwerp compensatieberging: minimaal 30 mm op basis van de themakaart Keur* Lediging: lediging van de voorziening in circa 24 uur Dimensioneringsgrondslagen inbreidingen en nieuw verhard oppervlak (< 250 m2) Kenmerk aanpassing: toename nieuw verhard oppervlak tot 250m2 Eis hemelwaterafvoer: bui 10 (T=10, 35.7 mm) Ontwerp compensatieberging: volgens de Keur; geen compensatie verplicht Lediging: niet van toepassing
4.5 Uitbreidingen buiten de bebouwde kom Voor nieuwbouw en uitbouw van bestaande bebouwingen en verharding buiten de bebouwde kom geldt meestal dat deze worden aangesloten op het oppervlaktewater in de omgeving. Hemelwater dient bij nieuw verharde oppervlakken met meer dan 250 m2 gematigd af te wateren op deze watergangen om zo wateroverlast te voorkomen. Het hemelwater van openbare verhardingen buiten de bebouwde kom (die in beheer zijn bij de gemeente) wordt eveneens decentraal verwerkt, hoofdzakelijk door het water af te voeren naar naastliggende bermen en sloten. Dimensioneringsgrondslagen uitbreidingen buiten de bebouwde kom (>250m2) Kenmerk aanpassing: toename nieuw verhard oppervlak meer dan 250m2 Eis hemelwaterafvoer: bui 10 (T=10, 35.7 mm) Ontwerp compensatieberging: minimaal 30 mm op basis van de themakaart Keur* Lediging: lediging van de voorziening in circa 24 uur
27
4.6 Uitbreidingen bedrijventerrein Bij een nieuw of uitbreiding van bedrijventerrein met een duidelijke industriefunctie gaat de voorkeur uit naar een rioolstelsel waarbij rekening wordt gehouden met drie typen afvoeren: huishoudelijk en bedrijfsafvalwater, licht vervuild hemelwater en schoon hemelwater. Het huishoudelijk- en bedrijfsafvalwater wordt daarbij naar het vuilwater- (DWA) -stelsel afgevoerd en het licht verontreinigde hemelwater naar een hemelwaterstelsel. Met het verbeterd gescheiden stelsel wordt het eerste gedeelte van het afstromend hemelwater verpompt naar het DWA-stelsel en het resterende schone hemelwater wordt bij vulling van het regenwater-riool overgestort naar oppervlaktewater. Voor de definitieve vormgeving van het rioolstelsel zal per locatie vooraf een afweging worden gemaakt op basis van doelmatigheid en de landelijke indeling in bedrijfscategorieën (in deze categorisering is op basis van milieutechnisch overwegingen een classificering aangebracht tussen bedrijven met een licht karakter zoals kantoren en bedrijven met een zwaar karakter zoals bijvoorbeeld een autosloperij). Aangezien binnen een bedrijventerrein veel platte daken zijn, is hier een goede mogelijkheid om vegetatiedaken aan te leggen. Een vlak vegetatiedak geldt als een voorziening die minimaal 30 mm hemelwater over een oppervlak kan vasthouden.
Indien met onderzoek aangetoond, wordt deze waarde verhoogd. Dimensioneringsgrondslagen uitbreidingen bedrijventerrein (>250m2) Kenmerk aanpassing: toename nieuw verhard oppervlak meer dan 250m2 Eis hemelwaterafvoer: bui 10 (T=10, 35.7 mm) Ontwerp compensatieberging: 60 mm Lediging: lediging van de voorziening in circa 24 uur
4.7 Rioolvervanging, herstructurering, wegrenovatie Bij uitvoering van, herstructureringen, wegrenovatieprojecten of rioolvervangingsprojecten zoekt de gemeente actief naar mogelijkheden om verhard oppervlak af te koppelen indien dit op doelmatige en duurzame wijze mogelijk is. De gemeente vervangt gemengde stelsels alleen door gescheiden stelsels als dit doelmatig is waarbij zoveel mogelijk werk met werk wordt gemaakt. In deze gevallen worden particulieren aangeboden kosteloos mee te werken aan het geheel of gedeeltelijk ontvlechten van afvalwater en hemelwater aan de voorzijde van de daken. Bij het afkoppelen tijdens een reconstructie wordt, samen met de bestrating, het dakoppervlak aan de voorzijde van de woningen middels de regenpijp ondergronds verbonden met het gemeentelijk hemelwaterriool in de straat. De reden voor deze methodiek is gebaseerd op de onderstaande argumenten op doelmatigheid: • Bij veel oude woningen is er geen mogelijkheid om hemelwater vanaf de achterzijde onder of naast de woning naar de voorkant te transporteren. De kosten voor afkoppeling aan de voorkant van de woningen zijn hiermee gering ten opzichte van het gedeelte van totaal af te koppelen oppervlak wat hiermee wordt bereikt; • Aan de achterzijde van woningen zijn vaak schrobputjes aangesloten op de riolering. Schrobputjes zijn potentiële verontreinigingsbronnen.
Het komt vaak voor dat er bijvoorbeeld verfkwasten in uitgespoeld worden; • Volledig afkoppelen kan bij oudere woningen leiden tot stankoverlast omdat de ‘regenpijp’ vaak als ontluchtingsvoorziening werd gebruikt. Dit is niet toegestaan maar wel vaak toegepast.
28
Om verstoppingen in dakgoten te voorkomen is het aanbevolen om spuivoorzieningen of bladscheiders aan te brengen boven het maaiveld. Bovengrondse afkoppeling is ook toegestaan in de gemeente, maar heeft door kans op gladheid tijdens vorstperiode en slechte afwatering richting straat met groene aanslag als gevolg geen voorkeur. Het inzichtelijk krijgen van foutieve aansluitingen is bij deze methodiek wel eenvoudiger. Gemeente heeft middels de BRP’s en het hemelwaterstructuurplan een inventarisatie uitgevoerd van afkoppelkansen in relatie tot reconstructies in de woonkernen Hilvarenbeek en Diessen, aangezien hier de opgave voor het oplossen van wateroverlastlocaties aangetoond is. Deze inventarisatie is uitgewerkt tot een vlekkenkaart met daarop de aanleg van de hemelwaterstructuur in de tijd, afgestemd op weg- en groenbeheer. Deze kaart is opgenomen in bijlage 3 Aanvullend op de aanleg van deze hemelwaterstructuur, die afwatert op het oppervlaktewater aan de rand van de kern, wordt de openbare ruimte zo ontworpen dat mogelijkheden voor infiltreren en bergen van hemelwater, indien doelmatig, optimaal worden benut.
Dimensioneringsgrondslagen rioolvervanging, herinrichting en wegrenovatie (>250m2) Kenmerk aanpassing: toename nieuw verhard oppervlak meer dan 250m2 Eis hemelwaterafvoer: bui 8, aandacht voor vormgeving van de openbare ruimte zodanig dat zoveel mogelijk extra water bij zwaardere buien kan worden geborgen Ontwerp compensatieberging: 30 mm bij centrale bergings- of infiltratievoorziening Lediging: lediging van de voorziening in circa 24 uur
29
5. UITWERKING GRONDWATERBELEID 5.1 Inleiding Grondwater en grondwaterstanden mogen geen aanleiding zijn tot overlast voor de aan de grond gegeven bestemming. De gemeente wil gehoor geven aan de verbrede zorgplicht, door binnen de grenzen van doelmatigheid en financiële en technische haalbaarheid maatregelen te treffen om structurele grondwateroverlast te voorkomen of te beperken in het openbaar gebied. Grondwaterproblemen kennen in de praktijk diverse oorzaken en oplossingen: toename van neerslag, onvoldoende oppervlaktewater of een te hoog oppervlaktewaterpeil, storende bodemlagen, stopzetting van grondwateronttrekkingen en vervanging van oude riolen. Inzicht in de grondwatersituatie binnen het stedelijke gebied is essentieel om te kunnen onderzoeken of de overlast wordt veroorzaakt door te hoge grondwaterstanden. Daarnaast kan door monitoring nagegaan worden of wateroverlast of –onderlast een incidenteel of een structureel karakter hebben. De perceeleigenaar is verantwoordelijk voor de inzameling van grondwater op eigen terrein en het treffen van maatregelen tegen grondwateroverlast, voor zover deze problemen niet aantoonbaar worden veroorzaakt door onrechtmatig handelen of nalaten van de buur (overheid of particulier).
De verantwoordelijkheid van de perceeleigenaar voor de staat van zijn eigen woning en perceel komt neer op het voldoen aan de voorschriften rond de vochtdichtheid van verblijfsruimten uit de bouwregelgeving. Bomen zijn net als woningen bezit. Het is niet toegestaan schade toe te brengen aan eigendommen van derden. Al dan niet structurele verlaging of verhoging van grondwaterstanden die schade veroorzaakt aan (monumentale) bomen is daarmee niet toegestaan. Voor een bronnering voor een rioolvervanging is een pandopname van woningen gebruikelijk om eventuele optredende schade vast te kunnen stellen.
5.2 Taakopvatting gemeente De gemeentelijke zorgplicht geldt alleen voor maatregelen die niet tot de verantwoordelijkheid van het waterschap en de provincie behoren. Als de oplossing van problemen doelmatiger is via maatregelen van andere overheden dan zijn gemeentelijke maatregelen in het kader van de grondwaterzorgplicht niet aan de orde. Tijdens afgelopen planperiode is vooral ingezet op het verwerven van inzicht en kennis van grondwater door het in gebruik nemen van een (basis)meetnet, dat is uitgebreid met peilbuizen uit ontwikkelingen. In dit vGRP en de planperiode wordt vervolgens ingezet op het verder vormgeven van de gemeentelijke zorgplicht. De gemeentelijke taakopvatting ten aanzien van de drie centrale begrippen in de grondwaterzorgplicht structureel, nadelig en doelmatig is navolgend verwoord. Tevens zijn enkele situaties aangegeven die door de gemeente worden uitgesloten. Structurele grondwateroverlast dient: • wederkerend te zijn en gemeld (tenminste jaarlijks geregistreerd); • én gedurende langere tijd voor te komen (tenminste 1 maand continu); • én niet tijdelijk te zijn (tenminste 2 jaar); • én stabiel of toenemend te zijn.
30
Nadelige gevolgen zijn: • gezondheidsklachten door vocht in de woning; • óf schade aan gebouwen of infrastructuur; • aantasting van de primaire functie op basis van het bestemmingsplan. Doelmatigheid: • maatregelen dienen effectief te zijn (met de maatregelen worden de problemen voorkomen of aanzienlijk beperkt); • én maatregelen dienen efficiënt te zijn (geen alternatieven op de probleemlocatie die goedkoper of effectiever zijn); • én de kosten van de maatregelen dienen in verhouding te staan tot de nadelige gevolgen. Per locatie wordt door de gemeente een afweging gemaakt op basis van het karakter van de overlast, de mogelijke gevolgen en de doelmatigheidscriteria. Onderstaande gevallen worden uitgesloten. Uitgesloten zijn: • situaties waarbij het de bouwkundige of waterhuishoudkundige verantwoordelijkheid betreft van de eigenaar (bijvoorbeeld diepe kelders en kruipruimtes); • gebeurtenissen van regionale en boven regionale oorsprong (bijvoorbeeld hoge waterstanden in watergangen); • situaties die het gevolg zijn van de wijze van bouwrijp maken van de wijken die in het verleden (voor 2008) zijn aangelegd; • situaties waarbij het incidentele overlast door bijvoorbeeld zware regenval betreft.
5.3 Aansprakelijkheid De gemeente is lang niet altijd verantwoordelijk te stellen voor geleden schade door grondwateroverlast. Alleen als de gemeente aantoonbaar haar taak heeft verwaarloosd, dan kan zij aansprakelijk gesteld worden voor de ontstane schade. Dit is conform het Burgerlijk Wetboek (art 6:162). Schade die in het verleden is ontstaan (voor de inwerkingtreding van de Waterwet d.d. 22 december 2009) door grondwateroverlast is niet met terugwerkende kracht te verhalen. Ontwateringsnormen In het bebouwde gebied streeft de gemeente naar voldoende ontwateringsdiepte. In nieuwbouw gebieden worden daarbij de ontwateringsdiepten uit tabel 11 geadviseerd. De ontwateringsdiepten gelden als een inspanningsplicht. De gemeente kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor het handhaven van de genoemde waarden. Door in nieuwbouwsituaties voldoende peilhoogte te hanteren wordt het risico op grondwateroverlast verder beperkt en kan ook vastgehouden worden aan grondwater neutraal bouwen .
Figuur 3. Impressie ontwateringsdiepte
31
Functie Woningen met kruipruimte* Tuinen/groenvoorzieningen Hoofdwegen ** Secundaire wegen en woonstraten **
Minimaal benodigde ontwatering (meter, t.o.v. maatgevend hoogste grondwaterstand) 0,7 0,5 1,0 0,7
* t.o.v. onderkant vloer ; ** t.o.v. de kruin van de weg
Tabel 1. Geadviseerde minimale ontwateringsdiepten bij nieuwbouw
Van de perceeleigenaar mag worden verwacht dat hij de vereiste (waterhuishoudkundige en/of bouwkundige) maatregelen neemt om grondwaterproblemen te voorkomen of te bestrijden, voor zover deze problemen niet aantoonbaar worden veroorzaakt door onrechtmatig handelen of nalaten van een ander, particulier of overheid. Daarbij horen ook eigen wensen ten aanzien van het object, zoals wonen in de kelder. De gemeentelijke taak begint als er sprake is van structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand. Bij incidentele grondwaterproblemen (bijvoorbeeld bij extreme regenval) heeft de gemeente dus geen taak; deze overlast zal de perceeleigenaar moeten accepteren of zelf maatregelen moeten nemen. De gemeente bepaalt wanneer gesproken kan worden van structurele problemen (zie 4.2).
5.4 Grondwaterloket De perceelseigenaar is verantwoordelijk voor de goede staat van zijn eigendom. Hij zorgt voor bouwkundige of waterhuishoudkundige voorzieningen op het eigen terrein en voor de eigen woning (zoals een vochtdichte vloer). De perceelseigenaar kan echter wel voor grondwateroverlast terecht bij de gemeente. De gemeente geldt als eerste aanspreekpunt (loketfunctie). De gemeente registreert de meldingen en voert de regie over de doelmatige aanpak van grondwaterproblemen.
5.5 Waterschap Bij het oplossen van grondwaterproblemen zal uitdrukkelijk rekening worden gehouden met de doelstellingen van de waterkwaliteit en –kwantiteit. In overleg met het waterschap zal in voorkomende gevallen gezocht worden naar de meest doelmatige oplossingen.
5.6 Grondwatermeetnet Het grondwatermeetnet van peilbuizen is een belangrijk hulpmiddel voor de grondwaterzorgplicht. Om in te kunnen schatten wat de aard en omvang van klachten is, is het van belang dit inzicht te vergroten. Om dit inzicht doeltreffend te vergroten en te weten dat de aanwezige peilbuizen naar behoren functioneren, dient de gemeente de geplaatste peilbuizen te beheren. Hier valt het opnemen en registreren van meetgegevens en onderhoud te plegen aan de peilbuizen onder. De meetresultaten zullen ook worden gebruikt om inzicht te krijgen in de grondwatersituatie (freatische grondwaterstand) en infiltratiemogelijkheden bij afkoppelprojecten op hoofdlijnen in te kunnen schatten. Gemeente Hilvarenbeek heeft sinds maart 2018 in gezamenlijkheid met 6 gemeenten, Brabant Water en twee waterschappen een grondwatermeetnet. Het grondwatermeetnet is volledig ingericht met dataloggers, waarmee de gegevens inzichtelijk worden gemaakt in een portaal dat gezamenlijk met het waterschap is ingericht. Het betreft 45 locaties waarbij 4 peilbuizen van derden worden gebruikt. De kosten voor het beheer, onderhoud en analyse van het grondwatermeetnet zijn meegenomen in het kostendekkingsplan van RWP 2022-2026.
32
Aanvullend en in lijn met de meetdoelen wenst de gemeente specifiek inzicht in de grondwaterhuishouding op de volgende punten: • Bij grotere ontwikkelingsplannen • Bij lager gelegen deel kern Baarschot en in het noordoosten van kern Hilvarenbeek (grondwateroverlast) • Bij de 6 begraafplaatsen (inclusief de natuurbegraafplaats in het buitengebied) • De grondwaterhuishouding langs de beek Achterste Stroom • Het effect van breuklijnen op de grondwaterhuishouding (om inzicht te krijgen in het effect van de breuklijn op de grondwaterhuishouding zijn in kern Esbeek twee meetpunten aan weerszijden van de breuklijn geplaatst) • Het effect van drainage op de grondwaterhuishouding • Bruikbaarheid bestaande meetnet
5.7 Aanleg van gemeentelijke peilbuizen bij uitbreidingen In het voormalige vGRP (vGRP 2017-2021) is al gekozen voor de maatregel om het grondwatermeetnet uit te breiden bij uitbreidingen. De gemeente heeft hiermee haar kennis van het functioneren van het grondwatersysteem structureel uit kunnen breiden, zonder dat de gevolgen hiervan erg zwaar mee hebben gewogen in de rioolheffing. Door zelf de hand te houden aan het vormgeven van een grondwatermeetnet bij uitbreidingen houdt de gemeente de regie in het uitvoeren van de grondwatertaak. In het grondwatermeetnet is bij het bepalen van locaties voor toekomstige peilbuizen rekening gehouden met de voornaamste te verwachten ontwikkelingen.
33
6 Communicatie 6.1 Informeren burgers en bedrijven De gemeente is van mening dat communicatie een belangrijk middel is om de bewustwording bij burgers bij het veranderende beleid verder in gang te zetten. Met name is er aandacht nodig voor de doorvertaling van het landelijke beleid naar de gemeentelijke praktijk (waarom wil de maatschappij hemelwater en afvalwater scheiden) en voor het ontwikkelen van het begrip bij burgers dat hemelwaterstelsels niet zijn ontworpen op (zeer) extreme regengebeurtenissen en dat er dus altijd een kans is op wateroverlast. Ook is het nodig voorlichtingsmateriaal te ontwikkelen voor concrete projecten waarin de verwachtingen en verantwoordelijkheden van gemeente en burgers worden uitgelegd. Tevens dient de communicatie met burgers over deze projecten vanuit een actievere houding te worden opgezet via een of meerdere voorlichtingsavonden. De gemeente zal via het communicatiemateriaal voorlichting geven ter voorkoming van verontreiniging van hemelwater (bijvoorbeeld ontmoedigingsbeleid voor het wassen van auto’s op straat, het gebruik van chemische onkruidbestrijdingsmiddelen en het gebruik van uitlogende bouwmaterialen).
6.2 Watercontactpersoon Gemeente Hilvarenbeek heeft in overleg met waterschap de Dommel besloten een watercontactpersoon aan te stellen voor het watertoetsproces bij ruimtelijke ontwikkelingen en de doorvertaling van de inhoud van watertoetsen naar bouwvergunningaanvragen. Achterliggende gedachte hierbij is dat het watertoetsproces op een eenduidige manier wordt overgebracht naar initiatiefnemers. Het controleren van de waterhuishoudkundige aspecten in de ontwerp- en uitvoeringsfase (handhaving) is een aandachtspunt voor de toekomst.
34
7 Flankerend beleid Onkruidbestrijding Het gebruik van chemische onkruidbestrijdingsmiddelen wordt op openbaar terrein niet toegepast. Het gedrag van particulieren is hier enkel met voorlichting op te sturen. Uitgangspunt voor de uitwerking van de hemelwaterzorgplicht is dat dit in de toekomst zo blijft. Calamiteitenplan Hulpdiensten moeten op de hoogte zijn van het type rioolstelsel dat aanwezig is en de consequenties die hieraan verbonden zijn. Het kan noodzakelijk zijn om een draaiboek op te stellen voor bepaalde calamiteiten, zoals brand en lekkages. Duidelijk moet zijn waar het water naar toe stroomt. De risico’s moeten in beeld worden gebracht. Bij voorkeur moet het draaiboek worden ingebed in de calamiteiten organisatie van de gemeente. Verbieden autowassen op straat Het wassen van de auto in wasstraten wordt gelukkig steeds meer algemeen gebruik. Autowassen is een potentieel vervuilende activiteit door de gebruikte wasmiddelen en het vuil dat van de auto’s komt (remvoering, banden, olie, enz.). Op beperkte schaal zijn gegevens bekend van het water van wasstraten. Onderzoek toont aan dat dit waswater aanzienlijk vervuild is met onder andere zware metalen. Omdat het autowassen voornamelijk tijdens droog weer plaatsvindt, zal een deel van het waswater tussen de bestrating infiltreren.
Welk percentage van de verontreinigingen hiermee niet tot afstroming komt, is niet bekend. Aangezien er weinig inzicht is in de vuilemissie ten gevolge van autowassen, kan het effect van het verbieden van autowassen dan ook moeilijk worden bepaald. Met het ontwerp van duurzame hemelwatersystemen worden binnen de gemeente waar mogelijk bodempassages (afstroming via grasbermen) of vergelijkbare technieken toegepast die eventuele vervuilingen afbreken. Bestrijding hondenpoep Hondenpoep kan een belangrijke vervuilingsbron zijn, die kan leiden tot hoge gehalten organische stoffen, microbiologische parameters en zware metalen, in het afstromende regenwater. De belasting kan niet gekwantificeerd worden. Omdat overlast door hondenpoep ook een groot maatschappelijk probleem is, is het gewenst dat er voorzieningen zijn waarin honden hun behoefte kunnen doen. Dit kunnen perken zijn, of speciale hondenuitlaat plaatsen. Hierbij moet zoveel mogelijk worden voorkomen dat de verontreinigingen kunnen afspoelen naar oppervlaktewater. Strooizout Strooizout voor de gladheidbestrijding kan een belasting vormen voor het stedelijke watersysteem. Dit is met name het geval bij de toepassing van infiltratievoorzieningen of een gescheiden rioolstelsel. Bij een verbeterd gescheiden stelsel zal het meeste regenwater en het strooizout worden afgevoerd naar de rwzi.
In dat geval wordt het strooizout meestal buiten het stedelijk gebied, op groter oppervlaktewater geloosd. In voorkomende gevallen als strooizout leidt tot onacceptabele chlorideconcentraties in het oppervlaktewater kan het nodig zijn het strooibeleid te differentiëren.
35
Bijlage 1 Aanwijsgebieden verplicht afkoppelen
36
37
Bijlage 2 Watertoetsprocedure Hilvarenbeek Aanleiding: Omtrent de watertoetsprocedure is behoefte aan een duidelijke procesbeschrijving om de taakverdeling en mogelijkheden tot tijdige sturing helder te hebben. Doel: Het product in de vorm van een watertoets, waterparagraaf binnen het BP of watervergunning en het proces intern moet hiermee worden verbeterd. Door middel van een integrale benadering worden kansen voor een goede leefomgeving benut. Dit moet bijdragen aan een duurzaam ontwerp dat past binnen de beleidregels. Proces: Toelichting op het proces met verantwoordelijke personen en bijbehorende acties, voordat het wordt doorgezet naar de volgende stap.
1. Initiatief ontvangen 1.1 Beschermingsgebied Met de GIS-viewer ( http://dommel.webgispublisher.nl ) kan binnen de lagenselectie de watertoetskaart met daarin de laag ‘Keur’ worden aangevinkt. Hieruit blijkt dan direct of het plangebied in een ‘beschermde zone’ ligt en wat de hoeveelheid aan te compenseren berging moet zijn. 1.2 Bestaand en toename in verhard oppervlak aangeven (Bij een wijzigingsplan BP) De volgende tabel zo goed als mogelijk aangeven wat de oppervlakte bevat. Oppervlaktes Huidig m2 Toekomstig m2 Daken Terrein verharding 38
Onverhard terrein Totaal 2. Kansen / Voorwaarden Deze eerste twee stappen zullen door middel van een integrale benadering ook gebruikt moeten worden om kansen voor de omgeving mee te nemen in het ontwerp. Hierbij kan gedacht worden aan klimaatadaptatie, ruimtelijke kwaliteit en inrichting van groen. Dit moet een bijdrage leveren aan een duurzaam ontwerp dat bijdraagt aan een goede leefomgeving. In het watertoetsoverleg worden initiatieven daarom in deze fase ook al besproken. 2.1 Buitengebied of BBK Afhankelijk van de ligging van het plangebied is de manier van afvoer van hemelwater bepaald: - Drukriolering ligt in het buitengebied Op de kaart in nabij werkplek Jan Peijnenburg is de aanwezigheid van drukriolering aangegeven. Bij twijfel kan Jan Peijnenburg in het beheersysteem de locatie opzoeken. Bij drukriolering wordt het hemelwater altijd gescheiden afgevoerd (afgekoppeld) richting oppervlaktewater of middels infiltratie. - Vrijvervalriolering ligt binnen de bebouwde kom Afvalwater en hemelwater worden altijd gescheiden tot de perceelsgrens aangeboden. 2.2 Toename in verhard oppervlak Afhankelijk van de toename in verhard oppervlak en aanwezige stelsel worden de voorzieningen voor hemelwater getroffen.
Informatie uit de GIS-viewer ( http://dommel.webgispublisher.nl ) van de watertoetskaart uit de laag ‘Keur’ geeft aan wat de te compenseren millimeters aan berging moet zijn volgens de Keur. Het gemeentelijk beleid uit Hoofdstuk 5 kan hier dus vanaf wijken. Laag: Algemene regels verhard oppervlak 1 ½ ¼
Berging (mm) 60 30 15
2.3 Bodem-gegevens Aan de hand van de GIS-viewer wordt de (Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand) GHG en grondsoort van de bodem opgezocht. Wanneer meer dan 500 m2 wordt verhard en de infiltratiecapaciteit van de bodem voldoende lijkt te zijn, is een bodemonderzoek ter onderbouwing op de k-waarde en GHG nodig. Belangrijk is dat voor de monitoring van de GHG in de natte wintermaanden en vroege voorjaar wordt gemeten. Alleen deze periode is representatief voor de GHG
39
Onderstaande tabel geeft aan of infiltratie daadwerkelijk mogelijk is: k-waarde (m/dag) Mogelijkheid voor infiltratie 0.8 of groter goed 0.4 - 0.8 redelijk 0 - 0.4 Slecht Omgevingsfactoren en advies van gemeente zullen bepalen of infiltratie bij een redelijke infiltratiecapaciteit mogelijk is. 2.4 Waterkwantiteitstrits Voor de afvoer van hemelwater geldt het uitgangspunt ‘hydrologisch neutraal ontwikkelen’. Dit houdt in dat het hemelwater dat op daken en verhardingen valt niet versneld mag worden afgevoerd naar het oppervlaktewater. Voor behandeling van dit water geldt de waterkwantiteitstrits. Voorkeur van de gemeente voor de verschillende toepassingen in de kwantiteitstrits zijn: 1. Hergebruik Regentonnen. De inhoud hiervan mag worden gerekend als beschikbare berging 2. Vasthouden / Infiltreren Een vlak vegetatiedak geldt als een voorziening die minimaal 30 mm hemelwater over een oppervlak kan vasthouden. Indien met onderzoek aangetoond, wordt deze waarde verhoogd. Bij een voldoende diepe GHG zijn de volgende opties bespreekbaar: GHG (m-mv) Toepassing Beschrijving Voorwaarden > 0.8 Aquaflow met Toegepast op grote Extensief gebruik draingoot aan randen oppervlakken bovengrond verharding > 1.1 Infiltratieriool Min diameter 300 Voldoende ruimte > 1.2 Lavastenen pakket In worteldoek Extensief gebruik gewikkeld, gevoed bovengrond door IT-riool
3. Bergen Bij een voldoende diepe GHG zijn de volgende opties bespreekbaar: GHG (m-mv) Toepassing Beschrijving > 0.7 Wadi Groene verdieping in maaiveld, aansluitend op watergang >0.8 Buffervijver / Vijver, aansluitend op -watergang watergang dmv stuw met doorlaat
Voorwaarden Maximale waterschijf 0.4 m. Ontwerpen op T=100 Maximale waterschijf 1 m. Ontwerpen op T=100
4. Hanteren van GG Indien de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) niet voldoende blijkt voor het inpassen van een infiltratie- of bergingsvoorziening, mag met dezelfde voorkeursvolgorde de gemiddelde grondwaterstand worden gehanteerd voor de berekening van de bergingsopgave. Hiervoor dient dan wel het onder 2.3 beschreven bodemonderzoek moet worden aangedragen als onderbouwing 40
hiervan, onafhankelijk van de hoeveelheid te compenseren ‘nieuw verhard oppervlak’. Onder ‘nieuw verhard oppervlak’ wordt dát oppervlak verstaan wat is ontwikkeld, herbouwd of opnieuw is aangelegd. 5. Afvoeren naar oppervlaktewater Directe afvoer indien geen andere oplossing in de trits is toe te passen. 2.5 Gebiedspecifieke waterbelangen Met een Watertoetsviewer kunt u eenvoudig en snel inzicht krijgen in de gebiedsspecifieke waterbelangen voor uw locatie. Het gaat daarbij o.a. om de volgende belangen: Keurbeschermingsgebieden (waaronder ecologische hoofdstructuur en natte natuurparels) Waterbergingsgebieden (waterbergingsgebieden, en voorlopige reserveringsgebieden). KRW waterlichamen: • Meandering, bij beekherstel: profiel van vrije ruimte (soort beschermingszone) wordt in de legger bepaald) = meestal 25 meter aan weerszijden van de watergang. • Natte natuurzones, bij EVZ: profiel van vrije ruimte (soort beschermingszone) wordt in de legger bepaald = meestal 10 meter aan weerszijden van de watergang waarbij de inzet is om de natuurzone op één zijde met een gemiddelde breedte van 25 meter in te richten (10 meter als natte zone door het waterschap en 15 meter als droge natuurzone door de gemeente). • Natuurvriendelijke oevers: gewenste inrichtingszone = max. 10 meter • Keringen
Voor een aantal werkzaamheden is een watervergunning vereist op grond van de Keur. Voorbeelden van situaties waarbij een watervergunning nodig is: • het dempen of wijzigen van een watergang • het onttrekken van grondwater (bv. tbv bronnering of drainage) • het aanleggen van een kabel of leidingen • het planten van bomen en struiken • het brengen van water in een watergang Wanneer aan de bepalingen van de algemene regels van de Keur wordt voldaan is geen vergunning vereist. Voor meer informatie hierover kunt u terecht bij de afdeling Vergunning verlenen & Handhaven van het waterschap (tel: 0411- 618618) (Dommelwebsite - Vergunningen en regels Keur); 2.6 Debiet afvalwater Afhankelijk van het debiet mag het afvalwater via de vrijvervalriolering of drukriolering worden afgevoerd. Dit mag voor vrijvervalriolering mits: Voorwaarden voor gemeente - De lozing van spuiwater in de nachtelijke uren gebeurt; - De concentratie van belastende stoffen niet extreem ~~ hoog is; - Er als voorziening een voldoende grote buffer wordt aangelegd die de maximaal toegestane lozing garandeert. 41
Voorwaarden voor Waterschap - Ontwikkeling levert geen gevaar voor werking RWZI. Aanvullend op de voorwaarden, genoemd onder vrijvervalriolering, mag dit voor de drukriolering mits: Voorwaarden voor gemeente - Debiet niet groter dan 15 m3/dag is; - Het drukgemaal genoeg capaciteit heeft; - De persleiding voldoende capaciteit heeft; - Bovenstroomse pompen allen groter zijn, anders zullen kosten van aanpassingen worden doorgevoerd op de aanvrager; - De lozing dichtbij het lozingspunt van de drukriolering in het vrijvervalstelsel ligt; - Er in de vergunning wordt opgenomen dat de vergunning ten allen tijde kan worden ingetrokken. Dit wanneer soortgelijke plannen niet meer passen binnen de capaciteit van het stelsel. 3. Reactie naar initiatiefnemer Reactie vanuit team Openbare Werken (Jan Peijnenburg of Kees van Esch) gaat naar team RO. Zij sturen de reactie door naar initiatiefnemer 4. Aanpassing door initiatiefnemer Reactie vanuit de gemeente wordt verwerkt door de initiatiefnemer 5. Beoordeling plan Reguliere behandeling Reactie vanuit de gemeente wordt verzorgd door team Openbare Werken. Reactie vanuit het waterschap na toezending via watertoets@dommel.nl. Via deze weg is het behandeltermijn 6 weken Watertoetsoverleg Tijdens het periodieke watertoetsoverleg team Openbare Werken met het waterschap heeft is het mogelijk aan te schuiven.
Tijdens dit overleg hebben we de mogelijkheid plannen versneld te behandelen of plannen aan te kondigen. Andere vragen over watergerelateerde projecten kunnen hier ook gesteld worden. 6. Aanpassing door initiatiefnemer Reacties vanuit de gemeente en waterschap worden verwerkt door de initiatiefnemer. 7. Plan definitief Na goedkeuring van gemeente en waterschap wordt het plan definitief. 7.1 Regulier (Voorleggen om advies) Reactie vanuit de gemeente wordt verzorgd door team Openbare Werken. Reactie vanuit het waterschap na toezending via watertoets@dommel.nl Wanneer geen watervergunning hoeft te worden aangevraagd is de waterparagraaf het handhavingsmiddel. Hierdoor is de beschrijving van maatregelen als aanpassingen hierin belangrijk. Belangrijk is geen uitlogende materialen toe te passen zoals zink en koper. Indien zink vanuit esthetisch oogpunt toch wenselijk is dan zink aan binnenzijde behandelen zodat uitlogen wordt voorkomen. 7.2 Aanvraag watervergunning Bij een toename van verhard oppervlak met meer dan 500 m² moet na dit proces nog een watervergunning worden aangevraagd. 42
Wanneer de geplande voorziening nog niet gedetailleerd is uitgewerkt in de waterparagraaf, kan de juiste uitwerking hiervan in de watervergunning worden opgenomen, zodat het proces niet stagneert. 7.3 Aanvraag rioolaansluitingen Aangezien deze stap vaak vergeten wordt; aan de initiatiefnemer wordt in de laatste reactie vanuit de gemeente gemeld dat, indien dit aan de orde is, een rioolaansluiting moet worden aangevraagd. Dit kan via het aanvraagformulier dat via de gemeente-site in te vullen is. Dit aanvraagformulier behoort minimaal 6 weken voor de beoogde aansluitdatum te worden aangeleverd.
43
Bijlage 3 Hemelwaterstructuurkaart Aangepaste tekening Hilvarenbeek en Diessen toevoegen AV 13-1-2022 Eerst kaart Diessen toevoegen
44
45