CConstaterende datHilvarenbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

08 bp Dunsedijk - achter Rustoord (3a Bijlage 9 bij de toelichting Onderzoek stikstofdepositie)

Gemeenteraad 10 maart 2022, gemeente HilvarenbeekBij agendapunt: Raadsvoorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan "Achter Rustoord".1.610 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Opdrachtgever: Projectnr: Datum:

Vermeer Architecten WND679 10 oktober 2019

Opdrachtgever: Projectnr: Rapportnr: Status: Datum:

Vermeer Architecten WND679 20191010-WND679-RAP-STD 2.0 Definitief 10 oktober 2019

Opsteller: RVH

T 088 - 33 66 333 F 088 - 33 66 099 E info@kragten.nl

-+C0RVH+-

Verificatie: LSME

-+R0LSME+-

Validatie: RVDBO

© 2019 Kragten Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Kragten. Het is tevens verboden informatie en kennis verwerkt in dit rapport ter beschikking te stellen aan derden of op andere wijze toe te passen dan waaraan in de overeenkomst toestemming wordt verleend.

-+V0RVDBO+-

5

1

INLEIDING In opdracht van Vermeer architecten is door Kragten een stikstofdepositie onderzoek uitgevoerd in verband met de realisatie van recreatieve appartementen op het gebied “Landgoed De Utrecht” te Esbeek (gemeente Hilvarenbeek). Binnen het reeds vastgestelde bestemmingsplan worden vier appartementsgebouwen met elk zeven recreatieve appartementen gerealiseerd. Doel van het onderzoek is toetsing van (negatieve) effecten op Natura 2000-gebieden, als gevolg van de activiteiten die het bestemmingsplan maximaal mogelijk maakt, aan de Wet natuurbescherming. Hiertoe is de gewenste situatie gemodelleerd op basis van de aangeleverde gegevens door de opdrachtgever. Onderscheid is gemaakt in de aanlegfase (realisering recreatieve appartementen) en de gebruiksfase. De depositie op de omliggende Natura 2000-gebieden is berekend en getoetst of de aangevraagde activiteiten (mogelijke) significant negatieve effecten veroorzaken op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000gebieden. Voorliggende rapportage geeft een overzicht van de gehanteerde uitgangspunten en rekenmethodiek, de rekenresultaten en de bevindingen.

6

2

UITGANGSPUNTEN

2.1

Algemeen De onderzoekslocatie is gelegen ten zuiden van de woonkern Esbeek. Voorzien zijn 28 recreatieve appartementen, verdeeld over vier appartementengebouwen. Navolgende afbeelding geeft de topografische situering van het onderzoeksgebied en de omgeving.

Afbeelding 1

Topografische situering bouwlocatie

De stedenbouwkundige indeling is in afbeelding 2 weergegeven.

Afbeelding 2

Stedenbouwkundige indeling 7

2.2

Ligging Natura 2000-gebieden Ten behoeve van de stikstofdepositieberekeningen dient rekening gehouden te worden met de Natura 2000gebieden binnen een straal waarbinnen een relevante bijdrage vanwege een plan verwacht kan worden. In navolgende afbeelding is een overzicht weergegeven van de ligging van de omliggende natuurgebieden (de locatie van het onderzoeksgebied is in de afbeelding weergegeven met ‘ ‘).

Afbeelding 3

8

Ligging Natura 2000-gebieden

3

WETTELIJK KADER

3.1

Landelijke wet- en regelgeving In het kader van de toets aan de Wet Natuurbescherming wordt bepaald of een project of plan (mogelijke) significant negatieve effecten veroorzaakt op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. Voor omgevingsvergunningen dient middels een voortoets, eventueel gevolgd door een passende beoordeling, getoetst te worden of de activiteiten mogelijk significant negatieve effecten kan hebben op gevoelige habitattypen die gelegen zijn binnen omliggende Natura 2000-gebieden. De beoordeling van plannen, projecten en andere handelingen is uitgewerkt in paragraaf 2.3 van de Wet natuurbescherming.

3.2

Voortoets Bij de voortoets draait het om de vraag of sprake kan zijn van significante gevolgen. De significantie van de gevolgen voor een gebied als gevolg van een activiteit worden afgezet tegen de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied, die zijn neergelegd in het aanwijzingsbesluit en zijn uitgewerkt in het beheerplan voor dat gebied. Wanneer een activiteit gevolgen heeft voor het gebied, maar de instandhoudingsdoelstellingen daarvan niet in gevaar brengt, zijn significante gevolgen uitgesloten. Bij de voortoets wordt bekeken of de activiteit afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben. In hoeverre stikstofdepositie voor significante gevolgen op Natura 2000gebieden kan zorgen, wordt in eerste instantie bepaald door te bezien of de ontwikkelingen die de activiteit mogelijk maakt tot een toename van stikstofdepositie leiden. Van activiteiten die ten opzichte van de feitelijke situatie geen toename van de stikstofdepositie veroorzaken op Natura 2000-gebieden met stikstofgevoelige habitats waarvan de Kritische Depositie Waarde (KDW) wordt overschreden, zijn significante gevolgen met zekerheid uit te sluiten. In dit geval hoeft geen passende beoordeling te worden opgesteld.

Als uit de voortoets blijkt dat de activiteit wel leidt tot een toename van stikstofdepositie op één of meer in het kader van Natura 2000 beschermde stikstofgevoelige habitats waarvan de KDW al wordt overschreden of door de toename van de stikstofdepositie kan worden overschreden, moet wel een passende beoordeling worden opgesteld.

3.3

Passende beoordeling Wanneer een activiteit significante negatieve gevolgen kan hebben, moet het bestuursorgaan ingevolge de Wet natuurbescherming een passende beoordeling opstellen vóórdat de omgevingsvergunning kan worden verleend. Deze passende beoordeling moet de zekerheid geven dat de natuurlijke kenmerken van het betreffende gebied niet worden aangetast.

9

4

BEREKENINGSSYSTEMATIEK

4.1

Rekenmodel Ten behoeve van de berekening van de stikstofdepositie in de Natura 2000-gebieden is een rekenmodel opgesteld met behulp van AERIUS Calculator, versie 20191. AERIUS Calculator rekent op basis van het Operationele Prioritaire Stoffen model (OPS) van het RIVM en standaard rekenmethode 2 (SRM2) uit de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007.

4.2

Situaties algemeen Referentiesituatie Bij een onderzoek stikstofdepositie moeten de gevolgen van het project worden bezien in relatie tot de referentiesituatie. Ingevolge de vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geldt als referentiesituatie: de huidige – legale – feitelijke situatie ten tijde van vergunningverlening.

Beoogde situatie Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State moet voor de beoogde situatie worden uitgegaan van de maximale planologische mogelijkheden die een plan biedt en niet van een inschatting van wat in werkelijkheid zal gaan gebeuren of wat wordt beoogd. De achterliggende gedachte is dat alle mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt in de praktijk kunnen worden benut en dat de plantoets dus moet uitwijzen of ook in dat geval negatieve gevolgen voor een Natura 2000-gebied zijn uit te sluiten.

4.3

Referentiesituatie Ter plaatse van de onderzoekslocatie is momenteel geen bebouwing gelegen, terwijl planologisch wel vakantieappartementen zijn toegestaan. Ten behoeve van de referentiesituatie is er in onderhavig onderzoek derhalve vanuit gegaan dat geen relevante stikstofemissies naar de lucht plaatsvinden ter plaatse van het onderzoeksgebied.

4.4

Beoogde situatie - aanlegfase De voor stikstofdepositie relevante bronnen betreffen de verkeersbewegingen (vrachtwagens) ten behoeve van de aan- en afvoer van onder meer zand, grind en bouwmaterialen. Volgens informatie, verstrekt door de opdrachtgever, zal tijdens de aanlegfase sprake zijn van 100 aan- en afrijdende vrachtwagens. Voor de werkzaamheden van een mobiele kraan wordt uitgegaan van 15 uur per appartement (in totaal dus 420 uur). In onderhavig onderzoek wordt het verkeer op het onderzoeksgebied en ter plaatse van directe ontsluiting beschouwd (Dunsedijk tot aan de aansluiting met de Lage Mierdenseweg, N269). Voor de aanlegfase is uitgegaan van apparatuur die aan de stand der techniek voldoet. Voor de mobiele kraan wordt uitgegaan van een vermogen van 110 kW met een NOx-emissie van 0,4 g/kWh (Stage klasse IV). Navolgende afbeelding geeft de locaties van het rijdende vrachtwagens en de mobiele kranen in het Aeriusrekenmodel (rekenjaar: 2019).

1

10

https://calculator.aerius.nl/calculator/

Afbeelding 4

4.5

Modellering rijroutes vrachtwagens en mobiele kranen (aanlegfase)

Beoogde situatie - gebruiksfase De nieuwe recreatieve appartementen binnen de onderzoekslocatie zullen gasloos worden uitgevoerd. Dit betekent dat geen sprake zal zijn van emissies van stikstofverbindingen (NOx) ten gevolge van stookinstallaties van de te realiseren logiesfuncties. De enige relevante emissies betreffen emissies vanwege het verkeer ter plaatse van de bouwlocatie. Tevens wordt rekening gehouden met het verkeer op de ontsluitingswegen van en naar het onderzoeksgebied (verkeersaantrekkende werking). Voor de berekening is uitgegaan van het rekenjaar 2019. Aangezien het de verwachting is dat de stikstofemissie van auto’s komende jaren zal reduceren2, wordt met 2019 als rekenjaar een worst case beschouwd. Voor het verkeer van en naar de onderzoekslocatie wordt de CROW publicatie “kencijfers parkeren en verkeersgeneratie” als uitgangspunt gehanteerd. Met 7 bewegingen per appartement en 38 appartementen in de beoogde situatie bedraagt het totaal aantal aan- en afrijdende personenauto’s 266 per etmaal. Aangezien het recreatieve appartementen betreft wordt er vanuit gegaan dat deze 50% van het jaar zijn bezet. Navolgende afbeelding geeft een weergave van de gehanteerde bronnen ten behoeve van de beoogde ontwikkeling.

2

https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/luchtkwaliteit/documenten/publicaties/2019/03/15/stikstofdioxide-2019

11

Afbeelding 5

12

Modellering rijroutes (gebruiksfase)

5

RESULTATEN EN BEOORDELING Met behulp van het rekenprogramma Aerius Calculator is de depositiebijdrage vanwege de aanleg- en de gebruiksfase berekend ter plaatse van nabijgelegen gevoelige habitattypen in de relevante Natura 2000gebieden. Uit een berekening ten behoeve van de Wet natuurbescherming blijkt dat er geen natuurgebieden zijn met een berekende stikstofdepositie van meer dan 0,00 mol/ha/jaar. Onderstaande afbeeldingen geven de resultaten uit Aerius Calculator3.

Afbeelding 6

Resultaten aanlegfase

Afbeelding 7

Resultaten gebruiksfase

3

In tegenstelling tot eerdere Aerius-versies is het in deze versie niet meer mogelijk om een pdf-rapportage van de uitgangspunten en resultaten te maken, vandaar dat het rekenmodel met screenshots wordt gepresenteerd.

13

6

CONCLUSIE In opdracht van Vermeer architecten is door Kragten een stikstofdepositie onderzoek uitgevoerd in verband met de realisatie van recreatieve appartementen op het gebied “Landgoed De Utrecht” te Esbeek (gemeente Hilvarenbeek). Binnen het bestemmingsplan worden vier appartementsgebouwen met elk zeven recreatieve appartementen gerealiseerd. Doel van het onderzoek is toetsing van (negatieve) effecten op Natura 2000-gebieden, als gevolg van de aan te vragen activiteiten, aan de Wet natuurbescherming. Voor de bepaling van de invloed op de stikstofgevoelige habitattypen is onderscheid gemaakt in de aanleg- en de gebruiksfase. Uit de berekeningen blijkt dat vanwege de appartementen ter plaatse van het nabij gelegen Nederlandse Natura 2000-gebieden geen stikstofdepositiebijdrage wordt berekend die hoger is 0,00 mol/ha/jr, zowel voor de aanleg- als de gebruiksfase Het voorgaande betekent dat significant negatieve effecten kunnen worden uitgesloten waardoor het uitvoeren van een passende beoordeling niet aan de orde is en het aspect stikstofdepositie geen belemmering vormt voor het verlenen van de omgevingsvergunning.

15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11262199/1