was-wordt lijst Verordening maatschappelijke ondersteuning 2020 vierde wijziging.pdf
Tekst van het document
In de verordening is bepaald in welke gevallen een tegemoetkoming wordt verstrekt en wat de hoogte daarvan is. Door het vastleggen bij verordening is voor de burger op voorhand duidelijk op welke tegemoetkoming hij recht heeft.
In de verordening is bepaald in welke gevallen een tegemoetkoming wordt verstrekt en wat de hoogte daarvan is. Door het vastleggen bij verordening is voor de burger op voorhand duidelijk op welke tegemoetkoming hij recht heeft.
a t/m c Bij de verstrekking van individuele vervoerskosten gaat het om een tegemoetkoming in de meerkosten van het eigen vervoer ten aanzien van het gebruikelijke vervoer per openbaar vervoer.
a t/m c Bij de verstrekking van individuele vervoerskosten gaat het om een tegemoetkoming in de meerkosten van het eigen vervoer ten aanzien van het gebruikelijke vervoer per openbaar vervoer.
Bij de bepaling van de hoogte van de aanvullende financiële tegemoetkoming voor het gebruik van de (bruikleen)auto wordt uitgegaan
Bij de bepaling van de hoogte van de aanvullende financiële tegemoetkoming voor het gebruik van de (bruikleen)auto wordt uitgegaan
van een kilometerprijs en is gebaseerd op een vervoersbehoefte van 1.750 kilometer, conform de vervoersbreedte zoals dit in de Uitvoeringsregels is vastgelegd. De kilometerkosten zijn gebaseerd op een (nieuwe) middenklas auto, welke zijn ontleend aan het NIBUD.
van een kilometerprijs en is gebaseerd op een vervoersbehoefte van 1.750 kilometer, conform de vervoersbreedte zoals dit in de Uitvoeringsregels is vastgelegd. De kilometerkosten zijn gebaseerd op een (nieuwe) middenklas auto, welke zijn ontleend aan het NIBUD.
d. Als de persoon met beperkingen een eigen auto bezit bestaat de mogelijkheid om een financiële tegemoetkoming in de kosten van een aanpassing aan de eigen auto te verstrekken.
d. Als de persoon met beperkingen een eigen auto bezit bestaat de mogelijkheid om een financiële tegemoetkoming in de kosten van een aanpassing aan de eigen auto te verstrekken.
Het gaat daarbij om de kosten van de door het Dagelijks Bestuur goedgekeurde offerte. Elke auto die enige aanpassing behoeft zal namelijk uitkomen op een ander bedrag. Uiteraard zullen bij de beoordeling van de offerte de kosten van algemeen gebruikelijke voorzieningen buiten beschouwing gelaten worden.
Het gaat daarbij om de kosten van de door het Dagelijks Bestuur goedgekeurde offerte. Elke auto die enige aanpassing behoeft zal namelijk uitkomen op een ander bedrag. Uiteraard zullen bij de beoordeling van de offerte de kosten van algemeen gebruikelijke voorzieningen buiten beschouwing gelaten worden.
e. In de Uitvoeringsregels is bepaald dat het bezoekbaar maken van een woonruimte voor WLz-bewoners is gebonden aan een maximumbedrag. Het betreft hier boven begunstigend beleid. Het betreft hier een gemaximeerde tegemoetkoming; de daadwerkelijk te verstrekken tegemoetkoming voor het bezoekbaar maken van de woonruimte wordt vastgesteld aan de hand van de door een Dagelijks Bestuur goedgekeurde offerte tot een maximum van € 2.390,00
e. In de Uitvoeringsregels is bepaald dat het bezoekbaar maken van een woonruimte voor WLz-bewoners is gebonden aan een maximumbedrag. Het betreft hier boven begunstigend beleid. Het betreft hier een gemaximeerde tegemoetkoming; de daadwerkelijk te verstrekken tegemoetkoming voor het bezoekbaar maken van de woonruimte wordt vastgesteld aan de hand van de door een Dagelijks Bestuur goedgekeurde offerte tot een maximum van € 2.390,00
f. In de Uitvoeringsregels is bepaald dat het logeerbaar maken van een woonruimte voor minderjarige Wlz-bewoners gebonden is aan een maximumbedrag. Het betreft hier boven begunstigend beleid. Het betreft hier een gemaximeerde tegemoetkoming; de daadwerkelijk te verstrekken tegemoetkoming
f. In de Uitvoeringsregels is bepaald dat het logeerbaar maken van een woonruimte voor minderjarige Wlz-bewoners gebonden is aan een maximumbedrag. Het betreft hier boven begunstigend beleid. Het betreft hier een gemaximeerde tegemoetkoming; de daadwerkelijk te verstrekken tegemoetkoming
voor het logeerbaar maken van de woonruimte wordt vastgesteld aan de hand van de door een Dagelijks Bestuur goedgekeurde offerte tot een maximum van € 5.590,00
voor het logeerbaar maken van de woonruimte wordt vastgesteld aan de hand van de door een Dagelijks Bestuur goedgekeurde offerte tot een maximum van € 5.590,00
g. In dit artikel wordt de hoogte van de tegemoetkoming voor verhuis- en inrichtingskosten vastgesteld. De tegemoetkoming wordt in een vast forfaitair bedrag verstrekt. Dit wil zeggen dat de tegemoetkoming als een “bedrag ineens” wordt uitbetaald en los van de werkelijk gemaakte kosten wordt verstrekt.
g. In dit artikel wordt de hoogte van de tegemoetkoming voor verhuis- en inrichtingskosten vastgesteld. De tegemoetkoming wordt in een vast forfaitair bedrag verstrekt. Dit wil zeggen dat de tegemoetkoming als een “bedrag ineens” wordt uitbetaald en los van de werkelijk gemaakte kosten wordt verstrekt.
h. Alleen in die gevallen dat het redelijkerwijs buiten de mogelijkheden van de persoon met beperkingen ligt om dubbele woonlasten opgebracht moeten worden, kan tot vergoeding van extra woonlasten in verband met tijdelijke huisvesting worden overgegaan.
h. Alleen in die gevallen dat het redelijkerwijs buiten de mogelijkheden van de persoon met beperkingen ligt om dubbele woonlasten opgebracht moeten worden, kan tot vergoeding van extra woonlasten in verband met tijdelijke huisvesting worden overgegaan.
De maximale bedragen zijn vastgelegd die als tegemoetkoming kunnen worden verstrekt, indien de persoon met beperkingen tijdens het aanbrengen van voorzieningen niet in de woning kan wonen en om deze reden naar een andere woning moet uitwijken. De tegemoetkoming voor tijdelijke huisvesting kan maximaal gedurende 6 maanden worden verstrekt
De maximale bedragen zijn vastgelegd die als tegemoetkoming kunnen worden verstrekt, indien de persoon met beperkingen tijdens het aanbrengen van voorzieningen niet in de woning kan wonen en om deze reden naar een andere woning moet uitwijken. De tegemoetkoming voor tijdelijke huisvesting kan maximaal gedurende 6 maanden worden verstrekt
Door het verstrekken van een tegemoetkoming in de kosten van huurderving deelt de gemeente in de risico’s van de verhuurder. Het zou niet redelijk zijn als een van beide partijen het risico voor de volle 100% zou moeten lopen. Beide partijen hebben er belang bij dat de woning op zo kort mogelijke termijn weer verhuurd kan worden. De genoemde mogelijkheid tot
Door het verstrekken van een tegemoetkoming in de kosten van huurderving deelt de gemeente in de risico’s van de verhuurder. Het zou niet redelijk zijn als een van beide partijen het risico voor de volle 100% zou moeten lopen. Beide partijen hebben er belang bij dat de woning op zo kort mogelijke termijn weer verhuurd kan worden. De genoemde mogelijkheid tot
subsidiering is bedoeld als stimulans om de bereidheid van de woningeigenaar te vergroten zijn medewerking aan het beschikbaar houden te verlenen.
subsidiering is bedoeld als stimulans om de bereidheid van de woningeigenaar te vergroten zijn medewerking aan het beschikbaar houden te verlenen.
j. Dit betreft de financiële tegemoetkoming in de kosten van onderhoud, keuring en reparatie van woonvoorzieningen die op grond van de wet verstrekt zijn. De maximaal te vergoeden kosten van onderhoud en keuring van de diverse voorzieningen zijn vastgelegd in het aan dit Uitvoeringsbesluit toegevoegde overzicht in bijlage 3. De genoemde bedragen zijn gebaseerd op landelijke richtlijnen.
j. Dit betreft de financiële tegemoetkoming in de kosten van onderhoud, keuring en reparatie van woonvoorzieningen die op grond van de wet verstrekt zijn. De maximaal te vergoeden kosten van onderhoud en keuring van de diverse voorzieningen zijn vastgelegd in het aan dit Uitvoeringsbesluit toegevoegde overzicht in bijlage 3. De genoemde bedragen zijn gebaseerd op landelijke richtlijnen.
k. Noodzakelijke reparaties worden voor 100% vergoed. Daarbij opgemerkt dat de cliënt zelf verantwoordelijk is voor de kosten die door eigen toedoen of een gebruikersfout zijn ontstaan. Deze kosten komen dan niet voor vergoeding op grond van de Wmo in aanmerking.
k. Noodzakelijke reparaties worden voor 100% vergoed. Daarbij opgemerkt dat de cliënt zelf verantwoordelijk is voor de kosten die door eigen toedoen of een gebruikersfout zijn ontstaan. Deze kosten komen dan niet voor vergoeding op grond van de Wmo in aanmerking.
Artikel 14. Jaarlijkse waardering mantelzorgers
Artikel 14. Jaarlijkse waardering mantelzorgers
Deze bepaling betreft een uitwerking van de verordeningsplicht in artikel 2.1.6 van de wet. Hierin is opgenomen dat bij verordening wordt bepaald op welke wijze het college zorg draagt voor een jaarlijkse blijk van waardering voor de mantelzorgers van cliënten in de gemeente. De verordening moet in ieder geval voorzien in een procedure die waarborgt dat alle mantelzorgers, die voldoen aan de voorwaarden, voor het ontvangen van een blijk van waardering in aanmerking kunnen worden gebracht.
Deze bepaling betreft een uitwerking van de verordeningsplicht in artikel 2.1.6 van de wet. Hierin is opgenomen dat bij verordening wordt bepaald op welke wijze het college zorg draagt voor een jaarlijkse blijk van waardering voor de mantelzorgers van cliënten in de gemeente. De verordening moet in ieder geval voorzien in een procedure die waarborgt dat alle mantelzorgers, die voldoen aan de voorwaarden, voor het ontvangen van een blijk van waardering in aanmerking kunnen worden gebracht.
Artikel 2.1.6 stelt dat het moet gaan om mantelzorgers van cliënten in de gemeente. Artikel 1.1.1 van de wet definieert een cliënt als een persoon die gebruik maakt van een algemene voorziening, maatwerkvoorziening of pgb, of door of namens wie een melding is gedaan. Het gaat dus ook om mantelzorgers van cliënten die een hulpvraag hebben aangemeld, ook al is daar geen voorziening op basis van deze wet uitgekomen. Voorts is de woonplaats van de cliënt bepalend, zodat het dus ook mantelzorgers kan betreffen die in andere gemeenten wonen.
Artikel 2.1.6 stelt dat het moet gaan om mantelzorgers van cliënten in de gemeente. Artikel 1.1.1 van de wet definieert een cliënt als een persoon die gebruik maakt van een algemene voorziening, maatwerkvoorziening of pgb, of door of namens wie een melding is gedaan. Het gaat dus ook om mantelzorgers van cliënten die een hulpvraag hebben aangemeld, ook al is daar geen voorziening op basis van deze wet uitgekomen. Voorts is de woonplaats van de cliënt bepalend, zodat het dus ook mantelzorgers kan betreffen die in andere gemeenten wonen.
Kort en goed komt het erop neer dat – met inachtneming van het bovenstaande – mantelzorgers van cliënten in de gemeente via een melding bij het college in aanmerking kunnen worden gebracht voor de jaarlijkse blijk van waardering (eerste lid). Onder andere ten aanzien van de meldingsprocedure kunnen het college nadere regels stellen (derde lid).
Kort en goed komt het erop neer dat – met inachtneming van het bovenstaande – mantelzorgers van cliënten in de gemeente via een melding bij het college in aanmerking kunnen worden gebracht voor de jaarlijkse blijk van waardering (eerste lid). Onder andere ten aanzien van de meldingsprocedure kunnen het college nadere regels stellen (derde lid).
Artikel 15. Klachtregeling
Artikel 15. Klachtregeling
De gemeente is op grond van de Awb in het algemeen verplicht tot een behoorlijke behandeling van mondelinge en schriftelijke klachten over gedragingen van personen en bestuursorganen die onder haar verantwoordelijkheid werkzaam zijn.
De gemeente is op grond van de Awb in het algemeen verplicht tot een behoorlijke behandeling van mondelinge en schriftelijke klachten over gedragingen van personen en bestuursorganen die onder haar verantwoordelijkheid werkzaam zijn.
In het eerste lid is een bepaling over klachten ten aanzien van aanbieders opgenomen. Een dergelijke bepaling is verplicht op grond van artikel 2.1.3, tweede lid, onder e, van de wet, waarin is bepaald dat in de verordening in ieder geval wordt bepaald ten aanzien van welke voorzieningen een regeling voor de afhandeling van klachten van cliënten is vereist. De
In het eerste lid is een bepaling over klachten ten aanzien van aanbieders opgenomen. Een dergelijke bepaling is verplicht op grond van artikel 2.1.3, tweede lid, onder e, van de wet, waarin is bepaald dat in de verordening in ieder geval wordt bepaald ten aanzien van welke voorzieningen een regeling voor de afhandeling van klachten van cliënten is vereist. De
aanbieder is ten aanzien van de in de verordening genoemde voorzieningen verplicht een klachtregeling op te stellen (artikel 3.2, eerste lid, onder a, van de wet).
aanbieder is ten aanzien van de in de verordening genoemde voorzieningen verplicht een klachtregeling op te stellen (artikel 3.2, eerste lid, onder a, van de wet).
In de memorie van toelichting (Kamerstukken II 2013/14, 33 841, nr. 3, blz. 57-58) staat dat cliënten in beginsel moeten kunnen klagen over alles wat hen niet aanstaat in de manier waarop zij zich bejegend voelen. De cliënt kan ontevreden zijn over het gedrag van een gemeenteambtenaar, bijvoorbeeld over de wijze waarop een gesprek is gevoerd of over diens (vermeende) gebrek aan deskundigheid. Is de cliënt niet tevreden over een gedraging van de aanbieder, dan kan het ook gaan om bijvoorbeeld de kwaliteit van de geleverde maatschappelijke ondersteuning (in verband met de deskundigheid van de medewerker of een bepaalde houding of uitlating, gebrekkige communicatie of (on)bereikbaarheid van de aanbieder).
In de memorie van toelichting (Kamerstukken II 2013/14, 33 841, nr. 3, blz. 57-58) staat dat cliënten in beginsel moeten kunnen klagen over alles wat hen niet aanstaat in de manier waarop zij zich bejegend voelen. De cliënt kan ontevreden zijn over het gedrag van een gemeenteambtenaar, bijvoorbeeld over de wijze waarop een gesprek is gevoerd of over diens (vermeende) gebrek aan deskundigheid. Is de cliënt niet tevreden over een gedraging van de aanbieder, dan kan het ook gaan om bijvoorbeeld de kwaliteit van de geleverde maatschappelijke ondersteuning (in verband met de deskundigheid van de medewerker of een bepaalde houding of uitlating, gebrekkige communicatie of (on)bereikbaarheid van de aanbieder).
Het ligt voor de hand dat cliënten die zich benadeeld voelen zo veel mogelijk deze klacht eerst bij de betreffende aanbieder deponeren. Zij moeten erop kunnen vertrouwen dat de aanbieder de klacht snel in behandeling neemt en de klacht ook snel afhandelt. Daar waar de afhandeling niet naar wens is, staat de weg naar de gemeente voor het indienen van de klacht open.
Het ligt voor de hand dat cliënten die zich benadeeld voelen zo veel mogelijk deze klacht eerst bij de betreffende aanbieder deponeren. Zij moeten erop kunnen vertrouwen dat de aanbieder de klacht snel in behandeling neemt en de klacht ook snel afhandelt. Daar waar de afhandeling niet naar wens is, staat de weg naar de gemeente voor het indienen van de klacht open.
In het tweede lid zijn een aantal instrumenten voor het Dagelijks Bestuur aangegeven om te zorgen dat de verplichting tot medezeggenschap door aanbieders goed wordt uitgevoerd
In het tweede lid zijn een aantal instrumenten voor het Dagelijks Bestuur aangegeven om te zorgen dat de verplichting tot medezeggenschap door aanbieders goed wordt uitgevoerd
Artikel 16. Medezeggenschap bij aanbieders van maatschappelijke ondersteuning
Artikel 16. Medezeggenschap bij aanbieders van maatschappelijke ondersteuning
Dit artikel geeft uitvoering aan artikel 2.1.3, tweede lid, onder f, van de wet, waarin is bepaald dat in ieder geval moet worden bepaald ten aanzien van welke voorzieningen een regeling voor medezeggenschap van cliënten over voorgenomen besluiten van de aanbieder welke voor de gebruikers van belang zijn, vereist is.
Dit artikel geeft uitvoering aan artikel 2.1.3, tweede lid, onder f, van de wet, waarin is bepaald dat in ieder geval moet worden bepaald ten aanzien van welke voorzieningen een regeling voor medezeggenschap van cliënten over voorgenomen besluiten van de aanbieder welke voor de gebruikers van belang zijn, vereist is.
In dit artikel gaat het dus om medezeggenschap van cliënten tegenover de aanbieder. Voorheen moest de aanbieder voldoen aan de in de Wet klachtrecht cliënten en de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen (Wmcz) gestelde regels. Onder de Wmcz werd inspraak tegenover de aanbieder reeds verwezenlijkt via de cliëntenraad. Onder de Wmo 2015 is het stellen van regels geheel aan gemeenten overgelaten.
In dit artikel gaat het dus om medezeggenschap van cliënten tegenover de aanbieder. Voorheen moest de aanbieder voldoen aan de in de Wet klachtrecht cliënten en de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen (Wmcz) gestelde regels. Onder de Wmcz werd inspraak tegenover de aanbieder reeds verwezenlijkt via de cliëntenraad. Onder de Wmo 2015 is het stellen van regels geheel aan gemeenten overgelaten.
In het eerste lid is dit uitgewerkt door te bepalen dat aanbieders een regeling voor medezeggenschap dienen vast te stellen. De aanbieder is ten aanzien van de in de verordening genoemde voorzieningen verplicht een medezeggenschapsregeling op te stellen (artikel 3.2, eerste lid, onder b, van de wet).
In het eerste lid is dit uitgewerkt door te bepalen dat aanbieders een regeling voor medezeggenschap dienen vast te stellen. De aanbieder is ten aanzien van de in de verordening genoemde voorzieningen verplicht een medezeggenschapsregeling op te stellen (artikel 3.2, eerste lid, onder b, van de wet).
In het tweede lid zijn een aantal instrumenten voor het Dagelijks bestuur aangegeven om te zorgen dat de verplichting tot medezeggenschap door aanbieders goed wordt uitgevoerd.
In het tweede lid zijn een aantal instrumenten voor het Dagelijks bestuur aangegeven om te zorgen dat de verplichting tot medezeggenschap door aanbieders goed wordt uitgevoerd.
Artikel 17. Betrekken van ingezetenen bij het beleid
Artikel 17. Betrekken van ingezetenen bij het beleid
Deze bepaling geeft uitvoering aan artikel 2.1.3, derde lid, van de wet.
Deze bepaling geeft uitvoering aan artikel 2.1.3, derde lid, van de wet.
Met het derde lid wordt het aan het Dagelijks Bestuur overgelaten om de exacte invulling van de medezeggenschap vorm te geven.
Met het derde lid wordt het aan het Dagelijks Bestuur overgelaten om de exacte invulling van de medezeggenschap vorm te geven.
Artikel 18. Right to Challenge
Artikel 18. Right to Challenge
Artikel 2.6.7 lid 1 van de wet maakt het mogelijk dat ingezetenen en maatschappelijke initiatieven in aanmerking komen voor het uitvoeren van taken op grond van de WMO 2015. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald welke eisen gelden voor het door ingezetenen en maatschappelijke initiatieven laten uitvoeren van taken van het college en op welke wijze en aan de hand van welke criteria de effecten worden geëvalueerd.
Artikel 2.6.7 lid 1 van de wet maakt het mogelijk dat ingezetenen en maatschappelijke initiatieven in aanmerking komen voor het uitvoeren van taken op grond van de WMO 2015. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald welke eisen gelden voor het door ingezetenen en maatschappelijke initiatieven laten uitvoeren van taken van het college en op welke wijze en aan de hand van welke criteria de effecten worden geëvalueerd.
Met dit artikel wordt het, naar Brits voorbeeld, mogelijk dat een ‘right to challenge’ wordt toegepast. Het college hecht veel waarde aan initiatieven van inwoners en wil graag dat deze initiatieven ook tot uiting komen. Daarom moeten inwoners de gemeente kunnen uitdagen om (een deel van) de maatschappelijke ondersteuning, beter uit te voeren dan de gemeente dat doet of de door de gemeente gecontracteerde maatschappelijke partners. Door deze mogelijkheid in de verordening op te nemen, onderstreept het college het belang van inwoners die initiatief nemen. Het Right to Challenge is opgenomen in de Transformatieagenda 2017-2018 van vijf gemeenten in de Bollenstreek, te weten Lisse, Hillegom, Teylingen, Noordwijk en Noordwijkerhout. Dit artikel geldt alleen voor de gemeente Hillegom.
Met dit artikel wordt het, naar Brits voorbeeld, mogelijk dat een ‘right to challenge’ wordt toegepast. Het college hecht veel waarde aan initiatieven van inwoners en wil graag dat deze initiatieven ook tot uiting komen. Daarom moeten inwoners de gemeente kunnen uitdagen om (een deel van) de maatschappelijke ondersteuning, beter uit te voeren dan de gemeente dat doet of de door de gemeente gecontracteerde maatschappelijke partners. Door deze mogelijkheid in de verordening op te nemen, onderstreept het college het belang van inwoners die initiatief nemen. Het Right to Challenge is opgenomen in de Transformatieagenda 2017-2018 van vijf gemeenten in de Bollenstreek, te weten Lisse, Hillegom, Teylingen, Noordwijk en Noordwijkerhout. Dit artikel geldt alleen voor de gemeente Hillegom.
Bekendmaking van de mogelijkheid de gemeente uit te dagen
Bekendmaking van de mogelijkheid de gemeente uit te dagen
In lid 1 wordt geregeld dat er actief over de “Right to Challenge” wordt gecommuniceerd. Dit kan door op de gemeentelijke website hier aandacht aan te besteden, door in gesprek te gaan met bijvoorbeeld wijkverenigingen of organisaties die zich rechtsreeks richten tot de cliënten (zoals MEE en andere ondersteuners van cliënten) en mantelzorgers.
In lid 1 wordt geregeld dat er actief over de “Right to Challenge” wordt gecommuniceerd. Dit kan door op de gemeentelijke website hier aandacht aan te besteden, door in gesprek te gaan met bijvoorbeeld wijkverenigingen of organisaties die zich rechtsreeks richten tot de cliënten (zoals MEE en andere ondersteuners van cliënten) en mantelzorgers.
Het moment waarop de gemeente uitgedaagd kan worden
Het moment waarop de gemeente uitgedaagd kan worden
Lid 2: Gemeenten kiezen soms voor meerjarige contracten, dan zou het onmogelijk zijn tussentijds aanpassingen te doen. Als een gemeente voor een periode langer dan een jaar contracten aangaat, dan komt daar een bepaling in dat jaarlijks aanpassingen mogelijk zijn. Zeker in de beginfase zal de gemeente ook het volume van de ondersteuning niet voor jaren willen vastleggen.
Lid 2: Gemeenten kiezen soms voor meerjarige contracten, dan zou het onmogelijk zijn tussentijds aanpassingen te doen. Als een gemeente voor een periode langer dan een jaar contracten aangaat, dan komt daar een bepaling in dat jaarlijks aanpassingen mogelijk zijn. Zeker in de beginfase zal de gemeente ook het volume van de ondersteuning niet voor jaren willen vastleggen.
Hoe het zich verhoudt tot de inkoop van een kavel van maatschappelijke ondersteuning
Hoe het zich verhoudt tot de inkoop van een kavel van maatschappelijke ondersteuning
Lid 2 spreekt over “(delen van) de taken”, zonder dit in detail vast te leggen kunnen inwoners dus ook kleinschalige initiatieven ontplooien voor een buurtje of een deel van een specifieke groep cliënten.
Lid 2 spreekt over “(delen van) de taken”, zonder dit in detail vast te leggen kunnen inwoners dus ook kleinschalige initiatieven ontplooien voor een buurtje of een deel van een specifieke groep cliënten.
De continuïteitseisen
De continuïteitseisen
Lid 3 gaat in op een reëel risico van bewonersinitiatieven: de continuïteit. Het oprichten van een rechtspersoon geeft de cliënt en de gemeente een basis van zekerheid. Uiteraard kijkt de gemeente ook naar andere elementen, zoals de betrokkenheid van een professionele organisatie (kan een zorgaanbieder zijn, maar ook een bedrijf of wijkvereniging). In lid 5 is vastgelegd dat een plan niet een idee van één individu kan zijn, maar een breder draagvlak moet hebben. In de praktijk moet blijken hoe levensvatbaar de ideeën van uitdagers zijn, het is niet wenselijk in de verordening te veel drempels op te werpen.
Lid 3 gaat in op een reëel risico van bewonersinitiatieven: de continuïteit. Het oprichten van een rechtspersoon geeft de cliënt en de gemeente een basis van zekerheid. Uiteraard kijkt de gemeente ook naar andere elementen, zoals de betrokkenheid van een professionele organisatie (kan een zorgaanbieder zijn, maar ook een bedrijf of wijkvereniging). In lid 5 is vastgelegd dat een plan niet een idee van één individu kan zijn, maar een breder draagvlak moet hebben. In de praktijk moet blijken hoe levensvatbaar de ideeën van uitdagers zijn, het is niet wenselijk in de verordening te veel drempels op te werpen.
Aan welke kwaliteitseisen dient een initiatief te voldoen, in vergelijking met de algemeen geldende lokaal vastgelegde kwaliteitseisen
Aan welke kwaliteitseisen dient een initiatief te voldoen, in vergelijking met de algemeen geldende lokaal vastgelegde kwaliteitseisen
In de verordening staat al aan welke kwaliteitseisen de maatschappelijke ondersteuning moet voldoen. Uiteraard dienen de uitdagers ook aan deze eisen te voldoen. Eventueel aanvullende eisen kunnen daarom alleen betrekking hebben op continuïteit en mogelijk de kwaliteit van de betrokkenen die geen zorgprofessional zijn. In het plan moeten de uitdagers daar aandacht aan besteden. Door dit zo op te nemen in de verordening kan de gemeente hier het plan ook op toetsen.
In de verordening staat al aan welke kwaliteitseisen de maatschappelijke ondersteuning moet voldoen. Uiteraard dienen de uitdagers ook aan deze eisen te voldoen. Eventueel aanvullende eisen kunnen daarom alleen betrekking hebben op continuïteit en mogelijk de kwaliteit van de betrokkenen die geen zorgprofessional zijn. In het plan moeten de uitdagers daar aandacht aan besteden. Door dit zo op te nemen in de verordening kan de gemeente hier het plan ook op toetsen.
Begeleiding van initiatieven in de beginfase en in de uitvoeringsfase In de praktijk blijken goede ideeën vaak gesmoord te worden in de beginfase, waarin de
Begeleiding van initiatieven in de beginfase en in de uitvoeringsfase In de praktijk blijken goede ideeën vaak gesmoord te worden in de beginfase, waarin de