Schriftelijke vragen GL iz Plan van aanpak Mobiliteitsmaatregelen Noordelijke DenB-streek.pdf
Tekst van het document
Hillegom
SCHRIFTELIJKE VRAGEN
Van: (naam raadslid)
D. van Egmond (fractie GroenLinks)
Aan:
Het college van Burgemeester en Wethouders
Onderwerp:
Plan van aanpak Mobiliteitsmaatregelen Noordelijke Duin- & Bollenstreek
Ingediend d.d.:
20 januari 2021
Verzoekt mondelinge/ schriftelijke beantwoording:
Datum doorgezonden aan college/overige raadsleden d o o r g r i ffi e :
Schriftelijk
20 januari 2021
Inhoud schriftelijke vraag: Op 6 januari jl. heeft de raad van het college het Plan van aanpak Mobiliteitsmaatregelen Noordelijke Duin- en Bollenstreek ontvangen. Hierbij was ook de brief gevoegd waarin dit plan van aanpak door GS van Zuid-Holland aan het college is aangeboden. In deze brief wordt gesteld dat de gemeenten Lisse en Hillegom, het samenwerkingsorgaan Holland-Rijnland en de provincie Zuid-Holland besloten de handen in een te slaan om gezamenlijk een plan van aanpak op te stellen om de mobiliteitsproblemen in de noordelijke Duin- en Bollenstreek aan te pakken. Tevens lezen we dat dit heeft geresulteerd in een, door de betrokken bestuurders geaccordeerd, plan van aanpak. “Het plan van aanpak is op 10 november jl. vastgesteld door Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland en op 18 november jl. door het Dagelijks Bestuur van Holland Rijnland.” Wij nemen aan dat het college van Hillegom ook behoort bij de genoemde betrokken bestuurders.
1.
Klopt het dat het plan van aanpak niet is vastgesteld door het college van Hillegom? Zo ja, in hoeverre kan er dan sprake zijn van het gezamenlijk opstellen van een plan van aanpak?
Verder lezen we over de vaststelling van het plan van aanpak: “Het Plan van Aanpak zal op 13 januari 2021 worden besproken in de Commissie Bereikbaarheid en Energie van de provincie Zuid-Holland, met als doel om op 3 februari 2021 in Provinciale Staten te worden vastgesteld.” Hieruit concluderen wij dat het plan van aanpak niet zal worden vastgesteld door de raden van de betrokken gemeenten, waaronder die van Hillegom.
2.
Is dit een juiste conclusie ? Zo ja, waarom is hier voor gekozen?
3.
Hoe moeten wij naar aanleiding hiervan de verhouding zien tussen de 4 samenwerkende partijen en in het bijzonder de positie van de gemeente Hillegom hierin?
In het plan van aanpak wordt onder 2. Urgentie naast Bereikbaarheid en Economie ook Woningbouw genoemd als bepalende factor voor urgentie om maatregelen te treffen.
4.
Waarom wordt duurzaamheid hier niet genoemd, en dan met name de noodzaak om de uitstoot van CO2 en andere schadelijke stoffen terug te dringen (e.e.a. in het kader van het Nationale Klimaatakkoord)?
In paragraaf 5.1 wordt stap 1 beschreven, zijnde de korte termijn aanpak. Hierin wordt verwezen naar lokale knelpunten zoals de Ringvaartbruggen.
5.
Hoe wordt hierin afgestemd cq. samengewerkt met andere (waaronder Noord-Hollandse) partijen?
In paragraaf 5.1 wordt gesproken over recente kentallen en verkeerstellingen.
6.
Hoe recent zijn deze kentallen en verkeerstellingen?
In paragraaf 51. Lezen we onder Bestuurlijk overleg: “De groslijst en het prioriteringsvoorstel wordt voorgelegd en besproken in de stuurgroep en vervolgens voorgelegd aan de staten en Holland Rijnland in het kader van beschikbaar stellen van financiële middelen.”
7.
Hoe wordt de Hillegomse raad hierin betrokken?
8.
Hoe wordt in het project rekening gehouden met c.q. ingespeeld op de nieuwe werkelijkheid zoals deze is ontstaan en deels nog zal ontstaan ten gevolge van de Covid-19 pandemie? Dit geldt onder andere voor
wijzigende inzichten en ideeën over massatoerisme en dus bv. voor bezoekersaantallen van Keukenhof. 9.
Hoe wordt geborgd dat de korte termijn maatregelen bijdragen aan de in stap 2 te bepalen ambities of hiermee in ieder geval niet strijdig zijn?
Zaaknummer:
Z-21-164945
Datum antwoordbesluit college:
Antwoord college: Herhaal de vragen en geef daaronder het antwoord van het college: Vraag 1: Antwoord 1:
Datum afhandeling raadsvergadering:
Bijlagen: