-RV Verzoek tot aanwijzen 1e Loosterweg 1A als gemeentelijk monument
Tekst van het document
Raadsvoorstel Besluitvormend Verzoek tot aanwijzen 1e Loosterweg 1A als gemeentelijk monument aan: de raad van de gemeente Hillegom zaaknummer: Z-26-483948 Datum collegevergadering: 18 augustus 2026 datum raadsvergadering: 24 september 2026 agendapunt: portefeuillehouder: Dhr. R.I. Semrek behandelend ambtenaar: Aniek de Wit emailadres: aniek.dewit@hltsamen.nl programma: Bedrijvigheid Wij stellen voor: 1. De gemeentelijke monumentenstatus toe te wijzen aan de 1e Loosterweg 1A; 2. Aan het college de opdracht te geven de aanwijzing te verwerken in het gemeentelijk erfgoedregister. Inleiding Even ten noorden van het station Hillegom aan de westzijde van het spoor richting Haarlem liggen de bloembollenschuren met kantoorgebouw van de Gebroeders Van Zanten ('object'), zie bijlage 1. Het object is tussen 1910/1911 gebouwd in opdracht van het bloembollenbedrijf Gebroeders Van Zanten. Het object is ontworpen door architect C. Verkoren uit Hillegom. Het CultuurHistorisch Genootschap Duin- en Bollenstreek ('CHG') heeft op 6 januari 2026 een verzoek gedaan om de gebouwen van de Koninklijke Gebroeders Van Zanten aan de 1e Loosterweg 1A te Hillegom aan te wijzen als gemeentelijk monument, zie bijlage 2. Daaropvolgend heeft Erfgoedvereniging Heemschut op 16 januari 2026 haar steun betuigd aan dit verzoek door middel van een adhesieverklaring, zie bijlage 3.
Bestaand kader en context Gelijktijdig met de aanvraag liep het proces voor de vaststelling van het nieuwe erfgoedbeleid. In overleg met de aanvrager is besloten de behandeling van de aanvraag tijdelijk op te schorten tot het nieuwe beleid in werking was getreden. De eigenaar is hiervan toen op de hoogte gesteld. Op 12 februari 2026 is onder andere het Beleidskader Gemeentelijke Monumenten Hillegom 2026 ('Beleidskader') door de gemeenteraad vastgesteld. In het Beleidskader zijn grenswaarden opgenomen. Met deze grenswaarden kan worden getoetst vanaf welke score een object voldoende cultuurhistorische waarde heeft om als gemeentelijk monument aangewezen te worden. Door de behandeling van de aanvraag uit te stellen, kan deze nu behandeld worden met inachtneming van de beleidsregels die nu in werking zijn getreden.
In 2024 heeft de gemeente Hillegom aan Dorp, Stad en Land ('DSL') opdracht gegeven om 105 objecten te waarderen als ‘kansrijke monumenten’. Bij deze eerste inventarisatie is toen aan het object een waarderingsscore van 15 punten toegekend. In maart van dit jaar heeft het onafhankelijke bureau voor bouwhistorisch onderzoek MoNed te Leiden eveneens een waarderingsscore van 15 punten vastgesteld, zie bijlage 4. In mei van dit jaar heeft de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit ('GACO') positief geadviseerd over het aanwijzingsverzoek. Zij kan zich vinden in de waardering en heeft dan ook vastgesteld dat het object voldoet aan de in het Beleidskader gestelde eisen om in aanmerking te komen voor een gemeentelijke monumentenstatus, zie bijlage 5. Gelet op de in het Beleidskader gestelde grenswaarde voor een gemeentelijke monumentenstatus en het positieve advies van de GACO ligt het in de rede om de gemeentelijke monumentenstatus toe te wijzen aan het object. Het belang van de eigenaar, zoals verwoord in de ingediende zienswijze, is integraal betrokken bij het raadsvoorstel, zodat de gemeenteraad dit belang kan meewegen in de belangenafweging die ten grondslag ligt aan de besluitvorming, zie bijlage 6.
Om te voorkomen dat, in afwachting van het besluit over de aanvraag, er (onbedoeld) schade of afbreuk aan de cultuurhistorische waarden ontstaan van het object is op 13 mei 2026 de voorbescherming ingegaan. Beoogd effect Bescherming en behoud van het erfgoed en cultuurhistorische waarden van Hillegom, dit conform de eisen en verplichtingen zoals vastgelegd in de Erfgoedverordening gemeente Hillegom 2024 ('Erfgoedverordening'), het Beleidskader en de Algemene wet bestuursrecht ('Awb'). Argumenten 1.1./2.1. Het is de bevoegdheid van de gemeenteraad om een besluit te nemen over het verzoek om de gemeentelijke monumentenstatus toe te wijzen. Omdat er een verzoek is gedaan door een belanghebbende, het CHG, om de gemeentelijke monumentenstatus toe te wijzen, moet de gemeenteraad een besluit nemen over het al dan niet toewijzen van de gemeentelijke monumentenstatus. Dit volgt uit artikel 5 lid 1 van de Erfgoedverordening in samenhang met artikel 1:3, tweede en derde lid van de Awb. Dit valt ook af te leiden uit de rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, zie bijvoorbeeld de uitspraak van 10 april 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1508. 1.2./2.2. Het object kwalificeert als gemeentelijk monument op basis van het Beleidskader.
In 2026 heeft de gemeente het object laten onderzoeken of er aanleiding is om een voorstel te doen aan de gemeenteraad om het object aan te wijzen als gemeentelijk monument. Dit is gedaan door onafhankelijk bureau voor bouwhistorisch onderzoek MoNed, te Leiden. Uit het onderzoek is gebleken dat het object een waarderingsscore van 15 punten heeft, zie bijlage 4. De GACO heeft geadviseerd, gezien de functie waarvoor het pand van oorsprong is gebouwd en tot voor kort in gebruik was, dat het object hoort in objectcategorie D (boerderijen, bollenschuren en overige agrarische gebouwen), zie bijlage 5. De grenswaarde voor deze objectcategorie is 15 punten. Met een waarderingsscore van 15 punten scoort het object voldoende punten om binnen objectcategorie D. aangewezen te worden als gemeentelijk monument. 1.3./2.3. De gemeentelijke monumentenstatus voorkomt ongewenste beschadigingen aan de cultuurhistorische waarden van het object door verbouwingen of sloop. Als het object de gemeentelijke monumentenstatus heeft dan heeft de eigenaar een instandhoudingsplicht volgens artikel 13 van de Erfgoedverordening. Ook is een omgevingsvergunning nodig voor wijzigingen aan de monumentale onderdelen aan de buitenkant van het object. De gemeente borgt hiermee zowel de bescherming van haar cultureel erfgoed als de kwaliteit van haar leefomgeving. 1.4./2.4.
De GACO heeft positief geadviseerd om het object aan te wijzen als gemeentelijk monument. De GACO heeft positief geadviseerd. De commissie kan zich vinden in de opgestelde beschrijving van MoNed met inbegrip van de omlijning zoals weergegeven op de kadastrale kaart, die samen goed duiden welk pand wordt beschermd en welke cultuurhistorische waarden onder die bescherming vallen. Zij kan zich ook vinden in de waardering met 15 punten volgens de waarderingsmethode zoals benoemd in het Beleidskader, zie bijlage 5. 2.1. Het college houdt een gemeentelijk erfgoedregister van aangewezen cultureel erfgoed bij. Vanuit de Erfgoedwet, artikel 3.16. lid 3 in combinatie met artikel 2 van de Erfgoedverordening dient het college een gemeentelijk erfgoedregister van aangewezen erfgoed bij te houden. Om aan deze wettelijke taak te blijven voldoen is het van belang dat de raad, bij aanwijzing, het college de opdracht geeft dit te verwerken in het gemeentelijk erfgoedregister. Volgens artikel 7, tweede lid van de Erfgoedverordening zal op het moment van inschrijving van de aanwijzing in het gemeentelijk erfgoedregister de voorbescherming vervallen. Kanttekeningen 1.1./2.1. De eigenaar heeft een zienswijze ingediend op het voorgenomen besluit.
De eigenaar geeft aan dat de monumentenstatus financiële verplichtingen en beperkingen met zich meebrengt, waarvoor geen subsidiemogelijkheden beschikbaar zijn. Naar mening van de eigenaar is duurzame instandhouding alleen realistisch wanneer voldoende economische gebruiksmogelijkheden voor het object bestaan. De eigenaar heeft verzocht aan de gemeente om een positieve grondhouding uit te spreken ten opzichte van een verruiming van deze mogelijkheden, bijvoorbeeld voor het realiseren van appartementen/wonen, kantoorfuncties of een combinatie. De eigenaar vraagt om dit in een afzonderlijk proces samen met de gemeente nader te onderzoeken en uit te werken. Zie bijlage 6 voor de volledige zienwijze. Wij onderschrijven het in de zienswijze benoemde belang van een duurzaam perspectief voor het object en dat bescherming van een monument ook samenhangt met de instandhouding daarvan op lange termijn. De procedure tot aanwijzing van een gemeentelijk monument leent zich er alleen in de kern niet voor om in zijn algemeenheid uitspraken te doen over de mogelijkheid en wenselijkheid van eventuele toekomstige gebruiks- en ontwikkelmogelijkheden. Wat in algemene zin wel kan worden meegegeven is dat in het Programma Landelijk Gebied en Duurzame Greenport (paragraaf 4.4.) het belang om financiële middelen te vinden waarmee onder andere bollenerfgoed kan worden behouden wordt onderstreept.
In de recent geactualiseerde Omgevingsvisie gemeente Hillegom (paragraaf 4.3.1) is ook opgenomen dat het toekennen van een woonfunctie of passende bedrijfsfunctie aan vrijkomende cultuurhistorisch waardevolle gebouwen, zoals een monumentale bollenschuur, onder voorwaarden mogelijk is. Hieruit blijkt dat een monumentenstatus een eventuele andere functie niet per definitie onmogelijk maakt. Het staat de eigenaar altijd vrij om concrete initiatieven of plannen met de gemeente te bespreken of voor te leggen aan de gemeente door middel van een principeverzoek. Eventuele meerkosten voor het doen van een bouwaanvraag vanwege de monumentenstatus, zijn daarbij vrijgesteld van leges op grond van de Verordening op de heffing en invordering van leges Hillegom 2026. Op dit moment ligt er echter geen concreet plan voor het object en is ook niet concreet gemaakt dat een monumentenstatus de uitvoering van een dergelijk plan in de weg zal staan. Er wordt dan ook op dit moment geen aanleiding gezien om af te zien van het voornemen om een monumentenstatus toe te kennen. Een status als monument kan daarbij onderhoudskosten voor de eigenaar met zich meebrengen. Dit is een inherent gevolg van het aanwijzen van een object als gemeentelijk monument.
Ook is er op dit moment geen reden voor het oordeel dat de monumentenstatus zodanig onevenredige financiële gevolgen voor de eigenaar zal hebben, dat dit aanleiding moet geven om van aanwijzing als gemeentelijk monument af te zien. Wij zijn van mening dat wij redelijkerwijs tot deze conclusie kunnen komen en wijzen ter vergelijking op eerdere rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, zoals de Afdelingsuitspraak van 12 januari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:54, i.h.b. r.o. 6. 2.2. De eigenaar is verplicht het monument in stand te houden op grond van de Erfgoedverordening artikel 13. Bij aanwijzing van het object als gemeentelijk monument heeft de eigenaar een instandhoudingsplicht. Het is verboden een gemeentelijk monument te beschadigen of te vernielen, of daaraan onderhoud te onthouden dat voor de instandhouding daarvan noodzakelijk is. Dit brengt zwaardere financiële lasten mee voor de eigenaar die niet tegemoet worden gekomen in de vorm van subsidie. In de Subsidieverordening gemeentelijke monumenten Hillegom 2026 ('Subsidieverordening') is vastgesteld dat alleen eigenaren van een woonhuismonument subsidie kunnen aanvragen.
Zoals onder 1.1/2.1 benoemd wordt het belang om erfgoed te ondersteunen wel onderkend in de Omgevingsvisie en staat het de eigenaar vrij om plannen die de duurzame instandhouding van het object ten goede komen met de gemeente te bespreken. 1.2./2.3. De eigenaar en aanvrager kunnen bezwaar maken tegen het besluit. Het besluit tot aanwijzen van een monument is een besluit in de zin van de Awb. Het is mogelijk voor belanghebbenden om hiertegen een bezwaarschrift in te dienen. In dit geval is het voor zowel de zakelijk gerechtigde van het object als de indiener van het verzoek tot aanwijzing als gemeentelijk monument mogelijk om een bezwaar in te dienen tegen het besluit. Financiële consequenties In het kader van een zorgvuldige voorbereiding en besluitvorming zijn kosten gemaakt voor het uitvoeren van onderzoek. Deze kosten passen binnen het beschikbare budget van erfgoed. De aanwijzing van het object als gemeentelijk monument heeft geen verdere financiële consequenties. In de Subsidieverordening is vastgesteld dat alleen eigenaren van een woonhuismonument subsidie kunnen aanvragen. Het object is geen woonhuis en komt hierdoor bij aanwijzing als gemeentelijk monument niet in aanmerking voor subsidie. Juridisch kader Erfgoedwet • Artikel 3.16. lid 3, het college van burgemeester en wethouders houdt een gemeentelijk erfgoedregister van aangewezen cultureel erfgoed bij.
Algemene Wet Bestuursrecht • Artikel 4:8. lid 1, voordat een bestuursorgaan een beschikking geeft waartegen een belanghebbende die de beschikking niet heeft aangevraagd naar verwachting bedenkingen zal hebben, stelt het die belanghebbende in de gelegenheid zijn zienswijze naar voren te brengen. Gemeentewet • Artikel 108. Algemene bepaling bevoegdheid gemeenteraad. Erfgoedverordening gemeente Hillegom 2024 • Artikel 2. Gemeentelijk erfgoedregister. • Artikel 5. Aanwijzing als gemeentelijk monument. • Artikel 6. lid 1, Het voornemen tot vestiging van een voorkeursrecht wordt schriftelijk bekendgemaakt aan de in de openbare registers geregistreerde zakelijk gerechtigden. • Artikel 7. lid 2, de voorbescherming vervalt op het moment van inschrijving van de aanwijzing in het gemeentelijk erfgoedregister. • Artikel 8. Advies gemeentelijke adviescommissie. • Artikel 9. Aanvraag, beslistermijn en inhoud aanwijzingsbesluit. • Artikel 10. Bekendmaking aanwijzingsbesluit aan rechthebbende. • Artikel 12. Wijziging gemeentelijke erfgoedregister, vervallen aanwijzing monument. • Artikel 13. Instandhoudingsplicht gemeentelijk monument. Beleidskader Gemeentelijke Monumenten Hillegom 2026 • Artikel 2. Waarderingsmethodiek van waardevol object. • Artikel 3. Criteria voor aanwijzing of behouden aanwijzing of intrekken aanwijzing als gemeentelijk monument.
Aanpak, uitvoering en participatie De eigenaar en aanvrager zijn gedurende de behandeling geïnformeerd over de voortgang. De eigenaar is ook in de gelegenheid gesteld om een zienswijze te geven, gelet op artikel 4:8, eerste lid van de Awb. Op 3 augustus heeft de eigenaar een zienswijze ingediend, zie bijlage 6. Het besluit wordt aan de eigenaar en aanvrager bekendgemaakt. Ook de commissieleden van de GACO zullen een afschrift van het raadsbesluit ontvangen. Als wordt besloten om het object aan te wijzen als gemeentelijk monument, zal het college volgens artikel 3.16. lid 3 van de Erfgoedwet in combinatie met artikel 2 van de Erfgoedverordening de wijziging verwerken in het gemeentelijk erfgoedregister. Hiermee voldoet de gemeente aan haar wettelijke taak. Volgens artikel 7, tweede lid van de Erfgoedverordening zal op het moment van inschrijving van de aanwijzing in het gemeentelijk erfgoedregister de voorbescherming vervallen. Duurzaamheid Niet van toepassing. Hillegom-Lisse-Teylingen (HLT) Dit voorstel is enkel bestemd voor de gemeente Hillegom. Urgentie Overschrijden termijn. Op de aanvraag is niet binnen de in artikel 9.1 van de Erfgoedverordening genoemde termijn van 26 weken besloten. Daarbij wordt opgemerkt dat de beslistermijn gedurende een periode is opgeschort in afwachting van de vaststelling van het nieuwe erfgoedbeleid.
Hierdoor is de feitelijke beslistermijn verlengd met de duur van de opschorting. In het kader van een zorgvuldige voorbereiding en besluitvorming is besloten de behandeling van de aanvraag over het zomerreces heen te tillen. Daarom heeft de besluitvorming langer geduurd dan de voornoemde termijn. De aanvrager en de eigenaar zijn hier over geïnformeerd. Alhoewel aan de langere duur om te beslissen vooralsnog geen directe gevolgen zijn verbonden (er is geen ingebrekestelling ingediend), is het desondanks wenselijk om alsnog zo snel mogelijk een besluit te nemen. Evaluatie Niet van toepassing. Bijlagen en achtergrondinformatie 1. Kadastrale aanduiding van het aan te wijzen object. 2. Aanwijzingsverzoek CultuurHistorisch Genootschap. 3. Adhesieverklaring Heemschut. 4. Onderzoek door bureau voor bouwhistorisch onderzoek MoNed, te Leiden. 5. Advies gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit. 6. Zienswijze geanonimiseerd. Namens het college van Hillegom, M. Witkamp R. ter Hark Secretaris Burgemeester Raadsbesluit De raad van de gemeente Hillegom, gelezen het voorstel van het college van 18 augustus 2026 met als onderwerp Verzoek tot aanwijzen 1e Loosterweg 1A als gemeentelijk monument gelet op de behandeling in de raadscommissie- en raadsvergadering, gelet op de Erfgoedwet, artikel 3.16. lid 3, de Algemene wet bestuursrecht, artikel 4:8.
lid 1, de Gemeentewet, artikel 108, de Erfgoedverordening gemeente Hillegom 2024, artikel 2, 5, 6, 7. lid 2, 8, 9, 10, 12 en 13, Beleidskader Gemeentelijke Monumenten Hillegom 2026, artikel 2 en 3. Besluit: 1. De gemeentelijke monumentenstatus toe te wijzen aan de 1e Loosterweg 1A; 2. Aan het college de opdracht te geven de aanwijzing te verwerken in het gemeentelijk erfgoedregister. Aldus besloten in de raadsvergadering van 24 september 2026, Y.P.A. Hermans R. ter Hark Griffier Voorzitter