-RV Vaststelling regionale bodembeheer nota, bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart.pdf
Tekst van het document
Raadsvoorstel Besluitvormend
Vaststelling regionale bodembeheer nota, bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart
aan:
de raad van de gemeente Hillegom
Z-23-331345 zaaknummer: Datum collegevergadering: datum raadsvergadering: agendapunt: Mevr. C.J. Hoekstra portefeuillehouder: behandelend ambtenaar: emailadres: telefoon: 14 0252
Wij stellen voor: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
De regionale nota bodembeheer, inclusief oplegnotitie, vast te stellen De regionale bodemfunctieklassenkaart vast te stellen De regionale bodemkwaliteitskaart vast te stellen Het gehele grondgebied van de gemeenten in de regio West-Holland aan te wijzen als beheergebied waarbinnen grond- en baggerverzet mogelijk is op basis van de nota bodembeheer. De bodemkwaliteitskaarten van de gemeenten in de regio West-Holland te accepteren als bewijsmiddel van de chemische kwaliteit van de toe te passen grond vanuit deze gemeenten. In te stemmen met het mandateren van onderstaande besluiten met een uitvoerend karakter aan het college van burgemeester en wethouders: wijzigingen van de bodemfunctieklassenkaart; het toevoegen van aanvullende gegevens aan de bodemkwaliteitskaart die geen invloed hebben op het gebiedsspecifiek beleid; het onder voorwaarden accepteren van een bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van de toe te passen grond; het opnieuw bestuurlijk vaststellen van een gewijzigde bodemfunctieklassenkaart en/of bodemkwaliteitskaart onder voorwaarde dat de wijzigingen geen invloed hebben op het in de nota bodembeheer geformuleerde regionale gebiedsspecifieke beleid.
Inleiding
Hergebruik van grond en baggerspecie is sinds 1 juli 2008 geregeld in het Besluit bodemkwaliteit en in de Regeling bodemkwaliteit. Het is niet zonder meer toegestaan om grond en baggerspecie ergens te ontgraven en op een andere plaats toe te passen of het tijdelijk op te slaan. Voorkomen moet worden dat het tijdelijk opslaan en het toepassen van grond en baggerspecie de ontvangende bodem verontreinigt en risico's vormt voor het (toekomstige) bodemgebruik. In het Besluit bodemkwaliteit zijn hiervoor bevoegdheden en verantwoordelijkheden neergelegd bij lokale overheden. Het Besluit kent een landelijk beleidskader (= generiek) en geeft tevens de mogelijkheid aan gemeenten om lokaal gebiedsgericht beleid voor grondverzet vast te stellen (=gebiedsspecifiek). Er wordt gestreefd naar duurzaam en efficiënt hergebruik van grond en baggerspecie, zodat minder materiaal hoeft te worden getransporteerd en gestort, minder primaire grondstoffen nodig zijn en de financiële en administratieve lasten verminderd worden. Voor toepassingen op de landbodem zijn gemeenten het bevoegd gezag. Om volgens het besluit op een duurzame manier vorm te kunnen geven aan het grond- en baggerverzet dient een gemeente te beschikken over een: • bodemfunctieklassenkaart; • bodemkwaliteitskaart; • nota bodembeheer.
Een wettelijk voorschrift in het generieke én gebiedsspecifieke kader is dat de gemeente een bodemfunctieklassenkaart van haar gebied vaststelt (artikel 55, eerste lid van het Besluit en artikel 44, eerste lid, en 47, onder a, Besluit bodembeheer (gebiedsspecifiek beleid)). Een bodemfunctieklassenkaart geeft de ligging aan van gebieden met de functies wonen, industrie en landbouw/natuur. Hierbij is de gevoeligste functie binnen een gebied leidend. Als deze kaart niet is opgesteld, mag alleen schone grond of baggerspecie worden toegepast. Een bodemkwaliteitskaart geeft de actuele kwaliteit van de bodem weer. Hiertoe wordt het gebied waar de kaart voor geldt ingedeeld in zones met dezelfde gemiddelde kwaliteit. De actuele bodemkwaliteit wordt onderverdeeld in landbouw/natuur (= schone grond ook wel AW2000 genoemd), wonen (= licht verontreinigde grond) en industrie (= licht tot maximaal matig verontreinigde grond). Deze kaart is een statistische bewerking van alle relevante bekende bodemonderzoeksgegevens in de gemeente(n). Per zone wordt de gemiddelde kwaliteit bepaald (naast andere statistische waarden). Om gebruik te kunnen maken van gebiedsspecifiek beleid, dient een onderbouwde nota bodembeheer te worden opgesteld. In de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten is opgenomen dat een bodemkwaliteitskaart elke 5 jaar moet worden geëvalueerd en, indien nodig, moet worden geactualiseerd.
Voor de nota bodembeheer is deze termijn 10 jaar. Voor een bodemfunctieklassenkaart is er geen termijn gesteld voor actualisatie. Bestaand kader en context Het regionale bodembeheerkader, bestaande uit de nota bodembeheer, bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart, speelt een cruciale rol bij het verminderen van de vereiste frequentie van bodemonderzoek. De periodieke actualisatie van deze kaarten is eveneens van groot belang. Het feit dat de bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart elke 5 jaar worden bijgewerkt, en de nota bodembeheer elke 10 jaar, waarborgt dat de informatie actueel blijft. Beoogd effect De vaststelling van de regionale nota bodembeheer inclusief oplegnotitie, bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart zal bijdragen aan de optimalisering van het grondstromenbeleid in de regio West-Holland (Hillegom, Kaag en Braassem, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Noordwijk, Oegstgeest, Teylingen,
Voorschoten, Zoeterwoude) waarmee besparingen worden gerealiseerd voor de gemeente en haar inwoners. De nota bodembeheer geeft regels en richtlijnen voor iedereen die bij het voorbereiden van projecten of het uitvoeren van bodemwerken rekening moet houden met de kwaliteit van de bodem. De bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart geven inzicht in de staat van de bodem. Argumenten 1.1 Bij grondverzet worden besparingen gerealiseerd Het vaststellen van de kaarten en nota met betrekking tot grondstromen in de regio biedt aanzienlijke voordelen. Zonder voorafgaand grondonderzoek kunnen besparingen worden gerealiseerd voor zowel de gemeente als haar inwoners, zoals: Meer hergebruik van grond binnen de regio, waardoor de behoefte aan import wordt verminderd: door gedetailleerde kaarten en nota's te gebruiken, kunnen lokale overheden en bouwbedrijven grondbronnen in kaart brengen en identificeren waar overtollige grond beschikbaar is. Hierdoor kan overtollige grond binnen de regio worden hergebruikt voor nieuwe projecten, waardoor de behoefte aan het importeren van nieuwe grond van buiten de regio wordt verminderd. -
Verlaging van transportkosten: Het optimaliseren van grondstromen vermindert de afstand die grond moet afleggen van de bron naar de bestemming. Hierdoor worden transportkosten aanzienlijk verlaagd, aangezien er minder vrachtwagens nodig zijn om grond over lange afstanden te vervoeren.
-
Minder reinigingskosten: Een grondige kennis van de grondkwaliteit op verschillende locaties maakt het mogelijk om grond die geschikt is voor hergebruik te scheiden van verontreinigde grond die moet worden gereinigd. Dit minimaliseert de kosten van grondreiniging en draagt bij aan een duurzamere aanpak van grondbeheer.
-
Verlaging van stortkosten: Door de herbruikbare grondstromen te optimaliseren, wordt de hoeveelheid grond die naar stortplaatsen wordt gestuurd aanzienlijk verminderd. Dit leidt tot aanzienlijke besparingen op stortkosten en vermindert de druk op stortplaatsen in de regio.
-
Minder uitstoot van uitlaatgassen en energiegebruik: Door de efficiëntie in grondtransport te verbeteren en de noodzaak van grondreiniging te verminderen, wordt de uitstoot van uitlaatgassen en het energiegebruik in verband met grondverwerking verminderd. Dit draagt bij aan een groenere en milieuvriendelijkere aanpak van infrastructuur- en bouwprojecten.
-
Besparingen op primaire bouwstoffen: Door hergebruik van grond binnen de regio te bevorderen, wordt de behoefte aan het winnen van nieuwe primaire bouwmaterialen verminderd. Dit heeft positieve gevolgen voor de bescherming van natuurlijke hulpbronnen en draagt bij aan duurzaamheid.
1.2. Het Besluit bodemkwaliteit is gewijzigd Op 26 april 2022 is het Besluit bodemkwaliteit gewijzigd door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Dit houdt in dat voorheen de bevoegdheid om een bodemfunctieklassenkaart vast te stellen bij het college lag. Na de wijziging ligt de bevoegdheid bij de raad. Het college heeft de vorige bodemfunctieklassenkaart vastgesteld daarom is het college bevoegd om de vorige bodemfunctieklassenkaart in te trekken.
1.3. Het uitvoeren van milieuvriendelijk bodembeheerbeleid dat praktisch uitvoerbaar, milieu hygiënisch verantwoord en transparant is biedt voordelen voor de regio Het implementeren van milieuvriendelijk bodembeheerbeleid heeft praktische voordelen: Meer toepassingslocaties: Duurzaam hergebruik van grond en bagger creëert geschikte locaties, vermindert de behoefte aan nieuwe grondstoffen en verbetert projectefficiëntie. Minder druk op het wegennet: Kortere transportafstanden verminderen verkeerscongestie en verbeteren de verkeersveiligheid. Lagere uitstoot: Vermindering van uitlaatgassen, stikstof en fijnstof draagt bij aan schonere lucht en klimaatbeheersing. Energiebesparing: Minder transport betekent minder energieverbruik, wat de ecologische voetafdruk verkleint. Geen extra productie: Duurzaam hergebruik minimaliseert nieuwe bouwmaterialenproductie, beschermt natuurlijke hulpbronnen en ecosystemen. Al met al leidt het aannemen van een milieuvriendelijk bodembeheerbeleid tot praktische voordelen, zoals kostenbesparing, vermindering van milieubelasting en een verbeterde levenskwaliteit voor de lokale gemeenschap. Bovendien draagt het bij aan de algemene inspanningen om de impact van de bouwsector op het milieu te verminderen en een meer duurzame en groene benadering van infrastructuurprojecten te bevorderen. 1.4.
Het is een voorbereiding op de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 De inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 heeft gevolgen voor het beheer van bodemkwaliteit en de bijbehorende wet- en regelgeving in Nederland. Onder de Omgevingswet wordt bodembeheer een integraal onderdeel van het bredere omgevingsbeleid. Dit houdt in dat de bestaande wet- en regelgeving met betrekking tot bodembeheer wordt samengevoegd en geïntegreerd in de nieuwe wetgeving. De regels die voorheen vielen onder de Nota Bodembeheer worden onder het overgangsrecht van de Aanvullingswet Bodem automatisch gelijkgesteld aan het Tijdelijk Omgevingsplan. Hierdoor blijft het bestaande bodembeleid van kracht, zij het onder de nieuwe juridische kaders van de Omgevingswet. Bovendien wordt met de bijbehorende oplegnotitie geregeld dat het regionale bodembeleid, dat vaak gebiedsspecifiek is, wordt vastgesteld als een beleidsregel die blijft gelden onder de Omgevingswet. Dit zorgt voor continuïteit in het bodembeheer op regionaal niveau en zorgt ervoor dat specifieke regionale bodemkwaliteitsdoelstellingen en voorschriften behouden blijven.
Kortom, de voorbereiding op de inwerkingtreding van de Omgevingswet is van groot belang om ervoor te zorgen dat bodembeheer na 1 januari 2024 soepel kan worden geïntegreerd in het bredere omgevingsbeleid en dat bestaande regelgeving en regionaal bodembeleid behouden blijven. 1.5 De nota wordt als definitief beschouwt bij ontbreken van ingekomen zienswijzen In gevallen waarin er geen zienswijzen zijn ingediend gedurende de zienswijzeperiode, is het passend om de nota als definitief te beschouwen. Dit kan echter gebeuren onder het voorbehoud van een mogelijke beroepsperiode. Het besluit tot vaststelling van het gebiedsspecifieke beleid is namelijk een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), waarop de uniforme openbare voorbereidingsprocedure (afdeling 3.4 Awb) van toepassing is. Dit betekent dat het ontwerpbesluit voor een duur van zes weken ter inzage wordt gelegd en belanghebbenden hun zienswijzen kunnen indienen. Het ontbreken van ingekomen zienswijzen geeft aan dat er geen specifieke bezwaren of opmerkingen zijn geuit door belanghebbenden, wat suggereert dat het voorgestelde plan in overeenstemming is met de heersende opvattingen en regelgeving. Het definiëren van de nota onder voorbehoud van een beroepsperiode biedt nog steeds de mogelijkheid voor belanghebbenden om in een latere fase beroep in te stellen als dat
nodig is, terwijl het zorgt voor een efficiënt en gestroomlijnd besluitvormingsproces wanneer er geen tegenstand is geuit tijdens de zienswijzeperiode. 6.1 Dit is wenselijk uit oogpunt van efficiëntie Om de raad niet onnodig te belasten en om slagvaardig te kunnen handelen wordt voorgesteld om kleine aanpassingen aan de Nota en kaarten te delegeren naar het college van burgemeester en wethouders. Het gaat daarbij om: wijzigingen van de bodemfunctieklassenkaart; het toevoegen van aanvullende gegevens aan de bodemkwaliteitskaart die geen invloed hebben op het gebiedsspecifiek beleid; het onder voorwaarden accepteren van een bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van de toe te passen grond; het opnieuw bestuurlijk vaststellen van een gewijzigde bodemfunctieklassenkaart en/of bodemkwaliteitskaart onder voorwaarde dat de wijzigingen geen invloed hebben op het in de nota bodembeheer geformuleerde regionale gebiedsspecifieke beleid.
Kanttekeningen 4.1 Na definitieve vaststelling van de bodembeheernota is er nog een beroepsperiode van 6 weken van krachtHoewel er geen zienswijzen zijn ontvangen tijdens de zienswijzeperiode, is het van belang op te merken dat na de definitieve vaststelling van de nota nog steeds een beroepsperiode van 6 weken van kracht is. Deze beroepsperiode biedt belanghebbenden de mogelijkheid om in een latere fase beroep in te stellen bij de Raad van State tegen de genomen beslissing, zelfs als er geen eerdere zienswijzen zijn ingediend. Dit zorgt voor een juridische waarborg en de mogelijkheid om eventuele onvoorziene kwesties aan te pakken na de initiële besluitvorming. Financiële consequenties Aan dit voorstel zijn geen extra kosten verbonden.
Aanpak, uitvoering en participatie De regionale bodembeheernota was toegankelijk voor zienswijzen van 10 augustus tot 21 september. Na goedkeuring door de raad, wat van cruciaal belang is voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, volgt een beroepsperiode. Tijdens deze beroepsperiode kunnen belanghebbenden beroep instellen bij de Raad van State tegen de nota. Dit proces zorgt voor inspraak en transparantie, waarbij belanghebbenden bezwaren en suggesties kunnen indienen voordat het beleid definitief wordt. Het bevordert duurzaam beheer van onze leefomgeving met aandacht voor bodemkwaliteit. Duurzaamheid De Regionale Nota Bodembeheer levert een bijdrage aan een duurzaam gebruik van primaire en secundaire grondstoffen en verminderd transportbewegingen om grond en baggerspecie te vervoeren. Hillegom-Lisse-Teylingen (HLT) Dit voorstel betreft de gemeente Hillegom. Een zelfde voorstel wordt aangeboden aan de overige gemeenten in de regio West-Holland, zo ook in Lisse en Teylingen. Urgentie De inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 heeft gevolgen voor het beheer van bodemkwaliteit en de bijbehorende wet- en regelgeving in Nederland. Onder de Omgevingswet wordt bodembeheer een integraal onderdeel van het bredere omgevingsbeleid. Dit houdt in dat de bestaande wet- en regelgeving met betrekking tot
bodembeheer wordt samengevoegd en geïntegreerd in de nieuwe wetgeving. Het nieuwe juridische kader voor bodembeheer zal voornamelijk worden bepaald door de Omgevingswet zelf, evenals het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en de Aanvullingswet bodem. Het is daarom van essentieel belang dat de regionale Bodembeheer en bijbehorende oplegnotitie vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet worden vastgesteld om ervoor te zorgen dat er een naadloze overgang is naar het nieuwe beleidskader en om te voldoen aan de wettelijke vereisten en voorschriften met betrekking tot bodembeheer. Evaluatie Niet van toepassing.
Bijlagen en achtergrondinformatie 1a. Regionale bodembeheer nota inclusief oplegnotitie 1b. Oplegnotitie bij regionale nota bodembeheer 2. Regionale bodemfunctieklassenkaart 3. Regionale bodemkwaliteitskaart Namens het college van Hillegom , Dhr. M. Witkamp Secretaris
Dhr. A. van Erk Burgemeester
Raadsbesluit
De raad van de gemeente Hillegom , gelezen het voorstel van het college van 26 september 2023 met als onderwerp vaststelling regionale bodembeheer nota, bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart gelet op de behandeling in de raadscommissie- en raadsvergadering, gelet op artikel 108 van de Gemeentewet bodemkwaliteit,
, artikel 44, eerste lid, en artikel 47 van Besluit
besluit: 1. 2. 3. 4.
De regionale nota bodembeheer, inclusief oplegnotitie, vast te stellen De regionale bodemfunctieklassenkaart vast te stellen De regionale bodemkwaliteitskaart vast te stellen De vastgestelde bodembeheer nota open te stellen voor een termijn van 6 weken na aanvang
Aldus besloten in de raadsvergadering van 9 november
Mevr. Y. Hermans griffier
Dhr. A. van Erk voorzitter
,