CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

-RV Delegatie bevoegdheid vaststellen delen omgevingsplan Hillegom.pdf

Gemeenteraad 14 december 2023, gemeente HillegomBij agendapunt: 12: Delegatie bevoegdheid vaststellen delen omgevingsplan Hillegom1.898 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Besluitvormend

Delegatie bevoegdheid vaststellen delen omgevingsplan Hillegom

aan:

de raad van de gemeente Hillegom

zaaknummer: Z-23-337233 Datum collegevergadering: 31 oktober 2023 datum raadsvergadering: 14 december 2023 agendapunt: 12 Mevrouw K. Hoekstra portefeuillehouder: behandelend ambtenaar: emailadres: telefoon:

Martijn van Geilswijk M.vanGeilswijk@hltsamen.nl 14 0252

Wij stellen voor: 1. De bevoegdheid tot het vaststellen van delen van het omgevingsplan als bedoeld in artikel 2.8 Omgevingswet voor de volgende onderdelen te delegeren aan het college van burgemeester en wethouders: 1

2 3

4

Het wijzigen van het omgevingsplan in gevallen waarvoor in de bestaande bestemmingsplannen (na inwerkingtreden Omgevingswet: omgevingsplan) een uitwerkings- of wijzigingsbevoegdheid voor het college van burgemeester en wethouders is opgenomen, waarbij de voorwaarden van de desbetreffende wijzigings- of uitwerkingsbevoegdheid in acht worden genomen. Het opnemen van onherroepelijke omgevingsvergunningen in het omgevingsplan. Het verwerken van wijzigingen in het omgevingsplan die noodzakelijk zijn vanwege gewijzigde hogere wet- of regelgeving, voor zover hier geen afwegingsruimte aanwezig is. Het aanbrengen van ondergeschikte wijzigingen van technische aard, redactionele aanpassingen en correcties van omissies van het omgevingsplan, allen met geen of geringe invloed op de fysieke leefomgeving.

2. Dat het college van burgemeester en wethouders de gemeenteraad in het vervolg via een raadsinformatiebrief jaarlijks informeert over het vaststellen van delen van het omgevingsplan.

Inleiding Op 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking. Een belangrijk instrument onder de Omgevingswet is het omgevingsplan. Het omgevingsplan bevat de gemeentelijke

regels voor de fysieke leefomgeving. Het omgevingsplan vervangt de binnen de gemeente geldende bestemmingsplannen en een groot deel van de gemeentelijke verordeningen. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft elke gemeente 1 omgevingsplan voor haar grondgebied. De raad is onder de Omgevingswet bevoegd om het omgevingsplan te wijzigen, maar heeft ook de bevoegdheid om een specifiek omschreven deel van deze bevoegdheid te delegeren aan het college. Vanuit het oogpunt van efficiency, flexibiliteit en het versnellen van ruimtelijke procedures is het gewenst om gebruik te maken van de delegatiebevoegdheden uit de Omgevingswet. Om die reden stellen wij het bijgevoegd delegatiebesluit voor.

Bestaand kader en context Het bestemmingsplan maakt vanaf 1 januari 2024 op grond van artikel 4.6, eerste lid Invoeringswet Omgevingswet onderdeel uit van het tijdelijke deel van het Omgevingsplan. Op grond van artikel 2.4 Omgevingswet stelt de raad een Omgevingsplan vast voor het gehele grondgebied van de gemeente. Deze bevoegdheid kan door de raad op grond van artikel 2.8 Omgevingswet geheel of gedeeltelijk worden gedelegeerd aan het college. Onder vaststellen wordt ook het wijzigen van het tijdelijke deel van het Omgevingsplan verstaan. Het voorgestelde besluit voorziet in delegatie van bepaalde beleidsneutrale wijzigingen. Beoogd effect Onder de Omgevingswet heeft de raad verschillende instrumenten tot haar beschikking om invulling te geven aan het gemeentelijk beleid voor de fysieke leefomgeving. Zo stelt de raad de Omgevingsvisie vast met daarin het beleid op hoofdlijnen. Daarnaast stelt de raad ook het Omgevingsplan vast, met daarin de regels voor de fysieke leefomgeving binnen de gemeentegrens. Tot slot heeft de raad in een aantal concrete gevallen het recht om advies te geven over concrete aanvragen voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Deze concrete gevallen zijn genoemd in het raadsbesluit van 27 mei 2021 ‘Lijst van activiteiten waarvoor het adviesrecht van de raad geldt’.

Met het raadsvoorstel wordt beoogd om wijzigingen van het omgevingsplan waar geen ruimte is voor het maken van beleid of het wegen van belangen, niet langer door de raad te laten vaststellen. Op deze manier wordt de raad ontzorgd en kan zij zich met name richten op de inhoudelijke dossiers (de omgevingsvisie, de beleidsrijke wijziging van het omgevingsplan en de invulling van het adviesrecht) en past het college het door de raad vastgestelde beleid toe. Zo draagt het voorgestelde delegatiebesluit bij aan een efficiëntere, flexibelere en snellere besluitvorming. De in het voorstel opgenomen bevoegdheden zien op beleidsneutrale wijzigingen. Deze wijzigingen vinden plaats binnen eerder door de raad gegeven kaders of zijn het gevolg van landelijke eisen of reeds onherroepelijke besluiten. Dit betekent dat de raad in deze gevallen geen ruimte heeft voor een nadere afweging, waardoor het niet efficiënt zou zijn om de raad over deze wijzigingen te laten beslissen. Argumenten 1.1.1 Delegatie in gevallen waarin een uitwerkings- of wijzigingsbevoegdheid is opgenomen leidt tot een continuering van de bestaande bevoegdheidsverdeling In situaties waarin nieuwe ontwikkelingen nog niet helemaal duidelijk zijn op het moment waarop een bestemmingsplan wordt vastgesteld kan onder het huidige recht een uitwerkingsplicht of een wijzigingsbevoegdheid worden opgenomen.

Voordat het college vergunning kon verlenen voor een activiteit moest dan eerst een uitwerkingsplan of wijzigingsplan door het college worden vastgesteld. Zo’n uitwerkings- of wijzigingsplan moest dan worden vastgesteld binnen de door de raad in het bestemmingsplan

vastgestelde kaders. Aan dit plan werden dan de het bouwen, gebruiken en aanleggen getoetst. Onder de Omgevingswet bestaat niet langer de mogelijkheid om uitwerkings- en wijzigingsplannen vast te stellen. De wijzigingsbevoegdheid en uitwerkingsplicht worden onderdeel van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Alleen de vergunning voor de bouwactiviteit kan dan worden getoetst aan de kaders van de door de raad vastgestelde wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht. Dit geldt niet voor de activiteiten gebruik en aanleggen. Daardoor gaat mogelijk een deel van het door de raad vastgestelde beleid verloren. Dit kan worden opgelost door het omgevingsplan zo nodig te wijzigen. Wij stellen voor om de bevoegdheid om het omgevingsplan beleidsneutraal te wijzigen conform de voormalige wijzigings- en uitwerkingsbevoegdheden aan het college te delegeren. Op die manier zorgen we ervoor dat de onder het huidige recht bestaande situatie zoveel mogelijk wordt gecontinueerd en de procedure tot wijziging van het omgevingsplan niet onnodig wordt verzwaard. 1.2.1 Delegatie leidt tot efficiëntere besluitvorming (onherroepelijke vergunning) Voorgenomen activiteiten worden getoetst aan het Omgevingsplan. Wanneer een activiteit niet rechtstreeks past binnen het Omgevingsplan kan het college onder het huidige recht vergunning verlenen voor een buitenplanse afwijking (art.

2.12, eerste lid sub a onder 3o Wabo). Onder de Omgevingswet kan het college vergunning verlenen voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). In beide gevallen moet het Omgevingsplan worden aangepast aan de verleende omgevingsvergunning. Feitelijk betekent dit dat de afwijkvergunning/ BOPA beleidsneutraal wordt overgenomen in het Omgevingsplan. Vanwege de beleidsneutrale actualisatie is het efficiënt om deze bevoegdheid aan het college te delegeren. 1.3.1 Delegatie leidt tot efficiënte besluitvorming (hogere regelgeving) Wet– en regelgeving wijzigt regelmatig, net als normen uit beleidsstukken/-visies. Hiervoor zijn verschillende oorzaken, zoals andere inzichten, wijzigingen in normstellingen, meetmethoden, naamgeving, vervallen van wetgeving, etc. Dit kan er toe leiden dat normen, meetmethoden, referenties en verwijzingen (naar wetgeving) die in het omgevingsplan zijn opgenomen aangepast moet worden. Het gaat om wetgeving Europese wetgeving, Rijksregels en provinciale regels, waar de gemeente niets over te zeggen heeft en waar geen beleidsvrijheid is toegekend. Denk bijvoorbeeld aan regels over de (on)toelaatbaarheid van bepaalde functies in de nabijheid van Natura 2000 gebieden. Om de procedure voor het aanpassen van het omgevingsplan in deze situaties sneller te laten verlopen ligt het delegeren van de vaststelling van het omgevingsplan op dit punt voor de hand.

In die gevallen is het efficiënt om deze bevoegdheden aan het college te delegeren. In gevallen waarin wél ruimte bestaat om een nadere afweging te maken blijft de bevoegdheid om het Omgevingsplan te wijzigen bij de raad. 1.4.1 Delegatie leidt tot efficiëntere besluitvorming (ondergeschikte wijzigingen) Wanneer er fouten zijn geslopen in het vastgestelde Omgevingsplan dan kunnen deze meestal niet worden hersteld zonder een nieuwe wijziging van het Omgevingsplan in procedure te brengen. Hier kan worden gedacht aan verschrijvingen, stukken tekst die zijn weggevallen of onjuiste verwijzingen. Wanneer deze omissies worden hersteld blijft de wijziging binnen de bedoeling van het oorspronkelijke Omgevingsplan. De wijziging is beleidsneutraal en zal doorgaans geen – of hooguit een geringe – invloed hebben op de fysieke leefomgeving. In die gevallen is het efficiënt om deze bevoegdheden aan het college te delegeren. 2.1 De raad blijft op de hoogte door informatie via een raadsinformatiebrief Wanneer de raad de bevoegdheid om in bepaalde gevallen het Omgevingsplan te wijzigen delegeert aan het college bestaat het risico dat niet op de hoogte is van deze wijzigingen.

Om dat te voorkomen is in het voorgestelde besluit opgenomen dat het college van de raad via een raadsinformatiebrief informeert over de procedure tot het vaststellen van delen van het omgevingsplan. Kanttekeningen 1.1/1.2/1.3/1.4 Door delegatie kan een deel van de wijzigingen van het omgevingsplan uit het zicht van de raad verdwijnen Het voorstel ziet alleen op beleidsneutrale wijzigingen van het omgevingsplan, met andere woorden: wijzigingen waar de raad geen ruimte heeft om een eigen afweging te maken. In alle gevallen waarin wél beleidsvrijheid is blijft de bevoegdheid bij de raad. Alleen de meer technische wijzigingen zijn onderdeel van dit raadsvoorstel. Het college zal de raad hiervan op de hoogte houden via een raadsinformatiebrief. Financiële consequenties Er zijn geen financiële consequenties. Aanpak, uitvoering en participatie Het besluit wordt bekend gemaakt in het Gemeenteblad en treedt de dag na bekendmaking in werking. Ook wordt het besluit gepubliceerd in de Gemeenteberichten in De Hillegommer en op de gemeentelijke website. Tegen het besluit staat geen inspraak, bezwaar of beroep open. Duurzaamheid Niet van toepassing Hillegom-Lisse-Teylingen (HLT) Dit besluit geldt alleen voor Hillegom. In Lisse en Teylingen wordt dezelfde regeling voorgelegd aan de raad.

Urgentie Omdat de Omgevingswet op 1 januari 2024 in werking treedt is het belangrijk dat uiterlijk in december 2023 wordt besloten over delegatie. Evaluatie De raad zal per geval worden geïnformeerd via een raadsinformatiebrief. We zullen evalueren of dat efficiënt is en de raad helpt om het overzicht te houden op wijzigingen van het omgevingsplan. Bijlagen en achtergrondinformatie Geen. Namens het college van Hillegom, Dhr. M. Witkamp Secretaris

Raadsbesluit

Dhr. A. van Erk Burgemeester

De raad van de gemeente Hillegom, gelezen het voorstel van het college van 31 oktober 2023 met als onderwerp Delegatie bevoegdheid vaststellen delen omgevingsplan Hillegom gelet op de behandeling in de raadscommissie- en raadsvergadering, gelet op artikel 2.4 en 2.8 van de Omgevingswet, artikelen 10:13 tot en met 10:19 Algemene wet bestuursrecht en artikel 156 Gemeentewet,

besluit: Het volgende ‘delegatiebesluit voor het delegeren van de bevoegdheid tot het vaststellen van delen van het omgevingsplan Hillegom’ vast te stellen: Artikel 1. Delegatie artikel 2.8 Omgevingswet De bevoegdheid tot het vaststellen van delen van het omgevingsplan als bedoeld in artikel 2.8 Omgevingswet wordt voor de volgende onderdelen gedelegeerd aan het college van burgemeester en wethouders:

• A. Het wijzigen van het omgevingsplan in gevallen waarvoor in de bestaande bestemmingsplannen (na inwerkingtreden Omgevingswet: omgevingsplan) een uitwerkings- of wijzigingsbevoegdheid voor het college van burgemeester en wethouders is opgenomen, waarbij de voorwaarden van de desbetreffende wijzigings- of uitwerkingsbevoegdheid in acht worden genomen. • B. het opnemen van onherroepelijke omgevingsvergunningen in het omgevingsplan; •

C. Het verwerken van wijzigingen in het omgevingsplan die noodzakelijk zijn vanwege gewijzigde hogere wet- of regelgeving, voor zover hier geen afwegingsruimte aanwezig is.

• D. Het aanbrengen van ondergeschikte wijzigingen van technische aard, redactionele aanpassingen en correcties van omissies van het omgevingsplan, allen met geen of geringe invloed op de fysieke leefomgeving. Artikel 2. Informeren gemeenteraad Te bepalen dat het college van burgemeester en wethouders de gemeenteraad in het vervolg via een raadsinformatiebrief informeert over de procedure tot het vaststellen van delen van het omgevingsplan.

Artikel 3. Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking op de dag dat de Omgevingswet in werking treedt.

Aldus besloten in de raadsvergadering van 14 december 2023,

Mevr. Y. Hermans griffier

Dhr. A. van Erk voorzitter

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/1589/documents/20808