QenA raadsbijeenkomst 6 en 13 april 2023 Holland Rijnland en Midden-Holland.pdf
Tekst van het document
Q&A raadsbijeenkomst duurzame huisvesting vluchtelingen 6 & 13 april 2023 1. Waarom is ervoor gekozen om hetzelfde raadsvoorstel in alle raden te presenteren? Het raadsvoorstel is tot stand gekomen in afstemming tussen de burgemeesters en wethouders Wonen van de 18 gemeenten in de regio’s Holland Rijnland en Midden-Holland. Enerzijds is dit ingegeven door het beroep dat het Rijk en de provincie op gemeenten doen. Anderzijds komt het voort uit de intentie om vooruitlopend op de spreidingswet aan de slag te gaan met het realiseren van de opgave. Door een gezamenlijke aanpak kunnen asielzoekers doordacht worden opgevangen in de regio. Het voorstel biedt een basis voor gemeenten om, op gelijke voet, onderling afspraken te maken over locaties, gebruik van voorzieningen, aantallen, etc. Dit geeft ruimte om beter aan te sluiten bij de mogelijkheden en beperkingen van individuele gemeenten. Zo is het denkbaar dat kleinere gemeenten met kleine opvanglocaties afspraken maken met grotere gemeenten over het gebruik van de voorzieningen van de grotere opvangcentra, zoals gezondheidszorg en dagbesteding.
2. Klopt het dat de stad met de meeste inwoners ook de meeste asielzoekers toegewezen krijgt? Dat klopt. Het aantal asielzoekers wordt in de basis verdeeld aan de hand van het inwonersaantal per gemeente. Dit principe wordt ook gehanteerd in de verwachte spreidingswet. Op basis van het raadsvoorstel kunnen gemeenten onderling afspraken met elkaar maken. Ter illustratie: als grotere locaties meer asielzoekers kunnen opvangen, wordt de resterende opgave in de andere gemeenten kleiner.
3. Kan beslispunt 5 verder worden toegelicht? Beslispunt 5: “Het onderzoeken van de mogelijkheden in hoeverre duurzame, grotere opvanglocaties een functie kunnen vervullen op het gebied van voorzieningen voor duurzame kleinschaligere opvanglocaties.” Eén of meerdere kleine locaties is voor sommige gemeenten beter behapbaar dan een grote locatie. Deze kleine opvanglocaties zouden bijvoorbeeld gebruik kunnen maken van de voorzieningen van de grotere locaties in andere gemeenten, zoals gezondheidszorg en dagbesteding.
4. Wat kunnen de gevolgen zijn voor een gemeente, als deze gemeente besluit om niet met dit raadsvoorstel samen te gaan werken? Het betreft een vrijwillige samenwerking, maar niet vrijblijvend. De intentie is dat als een gemeente deelneemt deze ook inspanningen verricht om de lokale en regionale opgave te realiseren. Niet meedoen betekent dat de betreffende gemeente niet mee kan profiteren van de onderlinge afspraken die de samenwerkende gemeenten met elkaar maken, bijvoorbeeld dat grotere opvanglocaties meer asielzoekers opvangen. Niet meedoen betekent ook dat een gemeente als gevolg van de verwachte spreidingswet de aantallen asielzoekers binnen de eigen gemeente zal moeten opvangen en daar ook zelf de benodigde voorzieningen voor zal moeten organiseren.
5. Hoeveel capaciteit is er nu beschikbaar in de regio en hoeveel capaciteit kan er op korte termijn beschikbaar worden gemaakt? Allereerst vindt er een inventarisatie plaats van geschikte en beschikbare locaties. Op dit moment is er al capaciteit voorzien in Gouda, Leiden en Alphen aan den Rijn van asielzoekerscentra (AZC’s) die gebouwd worden.
6. Als er lokale regelingen of voorstellen komen wordt dit dan meegenomen in dit voorstel? Of gaat dit separaat van elkaar? De gedachte achter het gezamenlijke raadsvoorstel is dat deze voor alle gemeenten gelijkluidend is. Na besluitvorming vindt de verdere uitwerking plaats. De invloed van eventuele lokale regelingen of voorstellen zal dan in samenhang worden bekeken.
7. Wat is het voordeel van het aannemen van dit voorstel? Verlies je dan niet de regie en ontvangt een gemeente dan niet meer vluchtelingen dan wanneer de spreidingswet komt? Het raadsvoorstel geeft de mogelijkheid om samen te werken. Als een gemeente bijvoorbeeld geen ruimte heeft voor een opvanglocatie, maar wel mogelijkheden tot bijvoorbeeld onderwijs of zorg, dan kan de betreffende gemeente hiermee bijdragen aan de opgave. Met elkaar kan er dan gekeken worden naar wat de mogelijkheden zijn. Voor wat betreft de aantallen asielzoekers kunnen enkele grotere centra in de regio naar verwachting meer asielzoekers huisvesten. Hierdoor kan de opgave voor andere gemeenten kleiner worden. Dit raadsvoorstel gaat uit van 2200 asielzoekers voor de regio’s Holland Rijnland en Midden-Holland. Dat is gebaseerd op de cijfers die nu bekend zijn en waarschijnlijk ook als minimale uitgangspunt worden genomen bij de spreidingswet.
8. Waarom Holland Rijnland én Midden-Holland? Dit voorstel is ontstaan vanuit een natuurlijke samenwerking op dit thema binnen de Veiligheidsregio Hollands Midden, bestaande uit de regio’s Holland Rijnland en Midden-Holland. Door de samenwerking tussen deze twee regio’s is er een groter gebied en een groter aantal gemeenten om het aantal asielzoekers op te vangen.
9. Veiligheidsregio’s zetten zich in voor aanpak van rampen en crises. Opvang van vluchtelingen is geen veiligheidscrisis. Waarom acteert onze veiligheidsregio dan wel hierop? In de eerste instantie is er een beroep gedaan op de Veiligheidsregio om de crisisopvang te coördineren. Deze rol van de Veiligheidsregio is opgehouden op 1 april en overgegaan naar de Provinciale Regietafel (PRT). Met de Veiligheidsregio is afgesproken dat gemeenten de duurzame huisvesting van asielzoekers (niet zijnde crisis) oppakken. Het raadsvoorstel is hier een uitvloeisel van.
10. Wat gebeurt er als een gemeente niet instemt met het raadsvoorstel? Het raadsvoorstel is opgesteld vanuit het principe dat alle gemeenten deelnemen. Niet meedoen betekent dat de betreffende gemeente niet mee kan profiteren van de onderlinge afspraken die de samenwerkende gemeenten met elkaar maken, bijvoorbeeld dat grotere opvanglocaties meer asielzoekers opvangen. Niet meedoen betekent ook dat een gemeente als gevolg van de verwachte spreidingswet de aantallen asielzoekers binnen de eigen gemeente zal moeten opvangen en daar ook zelf de benodigde voorzieningen voor zal moeten organiseren.
11. Waarom wordt er gekeken naar het aantal inwoners in plaats van naar de omvang in een gemeente bij het berekenen van het aantal op te vangen vluchtelingen? Het aantal asielzoekers wordt verdeeld aan de hand van het inwonersaantal per gemeente. Dit principe wordt ook gehanteerd in de verwachte spreidingswet. Op basis van het raadsvoorstel kunnen gemeenten onderling afspraken met elkaar maken. Het idee is, dat gemeenten, met wederzijdse instemming, de plekken kunnen verdelen, zoveel mogelijk rekening houdend met de draagkracht en draaglast van gemeenten. pagina 2
12. Is er een “uitruil” mogelijkheid? Bijvoorbeeld van asielzoekers en statushouders? Het voorstel ziet toe op asielzoekers. Binnen de breedte van de gehele opvang zijn in onderling overleg afspraken te maken. Dit gezamenlijke raadsvoorstel biedt hier een basis voor.
13. Moeten andere gemeenten het aantal vluchtelingen opvangen als er een gemeente afhaakt? Nee, indien een gemeente niet meedoet blijft de taakstelling straks onder de spreidingswet staan voor deze gemeente. Door niet mee te doen kan deze gemeente niet profiteren van de verdelingsafspraken die op basis van dit raadsvoorstel gemaakt kunnen worden.
14. Afhakers worden beloond, want zij onttrekken zich aan de samenwerking en de rest van de gemeenten moeten deze plekken opvangen. Zie antwoord op vraag 13.
15. In elke gemeente ligt het probleem van het huisvesten van statushouders. Is het mogelijk om doelgroepen uit te ruilen? In het raadsvoorstel is deze mogelijkheid inderdaad benoemd. Dit dient de komende periode echter nog verder te worden uitgewerkt.
16. Instemmen met het raadsvoorstel als gemeente is toch niet meer of minder dan een intentie uitspreken dat je mee wil doen conform de voorgestelde spelregels? Dat klopt. Het betreft een vrijwillige samenwerking, maar niet vrijblijvend. De intentie is dat als een gemeente deelneemt deze ook inspanningen verricht om de lokale en regionale opgave te realiseren.
17. Leg je de bevoegdheid door in te stemmen met het raadsvoorstel ergens anders dan bij de raad? Nee, het raadsvoorstel voorziet erin dat de regio’s van Holland Rijnland en Midden-Holland de afspraken tussen gemeenten stimuleren, monitoren en coördineren, maar gemeenten blijven verantwoordelijk.
18. Wordt er dan nog een apart besluit van de raad verwacht of gaat dit nog via het college? Is het zo dat met instemmen van dit raadsvoorstel de raad wordt gepasseerd als bijvoorbeeld het aantal asielzoekers hoger wordt dan het toegewezen aantal? De gemeenteraad wordt niet gepasseerd maar gevraagd om in te stemmen. Als het aantal omhoog gaat zullen de colleges in overleg treden met de gemeenteraden.
pagina 3
19. Waarom wordt er voorgesorteerd op de spreidingswet terwijl het gezien de gewijzigde politieke verhoudingen uitermate onwaarschijnlijk is dat deze ingediend gaat worden, door de Tweede Kamer en laat staan Eerste Kamer komt? Dat is toch zonde van alle tijd, energie en belastinggeld? Het raadsvoorstel is tot stand gekomen in afstemming tussen de burgemeesters en wethouders Wonen van de 18 gemeenten in de regio’s Holland Rijnland en Midden-Holland. Dit is mede ingegeven door het beroep dat het Rijk en de provincie nu al op gemeenten doen.
20. Wat gebeurt er als er amendementen op het raadsvoorstel komen? Amendementen kunnen leiden tot een aantasting van de gemeenschappelijkheid en effectiviteit van het voorstel. Of en in hoeverre dit na afronding van de behandeling in alle raden aan de orde is, zal bezien moeten worden. Nadat alle raden zich over het voorstel hebben gebogen, wordt bepaald welke consequenties de besluiten hebben voor de uitvoering van het voorstel.
21. Betekent dit ook dat we nu buiten de rode contour (grens waar buiten je niet mag bouwen) mogen gaan bouwen? Tijdelijke flexwoningen krijgen nu wel die ruimte waar die niet is voor permanente woningen? Dit raadsvoorstel betekent niet automatisch dat er buiten de rode contour gebouwd mag worden. De provincie voert ruimtelijke regie daar waar buiten het vastgestelde bestemmingsplan wordt getreden. We treden met gemeenten in overleg om knelpunten te inventariseren en deze bij de provincie te adresseren.
22. Wat betekenen de woorden “in eerste instantie” in het raadsvoorstel? Op dit moment is de opgave om 10.000 plekken te realiseren in onze provincie, waarvan 2.200 plekken in de regio’s Holland Rijnland en Midden-Holland. Wat er in de toekomst gaat gebeuren kunnen we niet voorzien. We weten immers niet hoe de asielcrisis zich gaat ontwikkelen. Vandaar de woorden “in eerste instantie”.
23. Is het aantal asielzoekers dat wordt genoemd (2200) voor 5 jaar in totaal of gaat het om het aantal asielzoekers die we per jaar moeten opvangen? De locaties die worden neergezet moeten voor minimaal 5 jaar beschikbaar zijn, dit wordt bedoeld met “duurzaam”. Dat staat los van de asielzoekers die er komen te wonen. De plekken zullen hoogstwaarschijnlijk de komende 5 jaar gevuld blijven. Er kunnen niet meer mensen worden opgenomen op een locatie dan dat er plekken zijn.
24. Wat gebeurt er als er geen 2200 maar bijvoorbeeld 3500 vluchtelingen moeten worden opgevangen? Het uitgangspunt van het raadsvoorstel is 2.200 plaatsen. Het Rijk heeft dit als quotum voor de provincie vastgesteld (10.000 plekken voor provincie Zuid-Holland). Als het quotum stijgt, zal dat met de gemeenten besproken moeten worden. De colleges zullen de raden informeren over de ontwikkelingen en waar nodig een nieuw besluit voorleggen.
25. Hoe onomkeerbaar is de aanname van dit raadsvoorstel? Wat is het commitment wat je hiervoor afgeeft als je “ja” zegt tegen het raadsvoorstel? Het idee is dat de gemeenten zich houden aan de afspraken die zij met elkaar maken. Het betreft een vrijwillige samenwerking, maar wel vanuit de intentie dat als een gemeente deelneemt er ook inspanningen verricht worden om de lokale en regionale opgave te realiseren. pagina 4
26. Hoe krijgen we alle neuzen dezelfde kant op? We streven naar gezamenlijkheid op de opgave, omdat we geloven dat we hiermee het vraagstuk beter kunnen aanpakken. Het is aan de gemeenteraden om zich hierover uit te spreken.
27. Hoe zit het met de financiën? Zijn de lasten van de asielopvang voor de gemeenten cq voor de provincie? Nee, het COA zal alle kosten voor de opvang betalen.
28. Waarom vullen we niet eerst de randvoorwaarden in en wordt er vervolgens pas commitment van de raden gevraagd? Voor het democratisch proces is het belangrijk dat de gemeenteraden zich hier eerst over uitspreken. Op basis daarvan kan gerichter het gesprek met Rijk en provincie worden aangegaan.
29. Is er een communicatieplan om onze inwoners te gaan en blijven informeren over het opvangen van asielzoekers? Iedere gemeente is hiervoor zelf verantwoordelijk. Door regionale ondersteuning worden gemeenten gefaciliteerd om best practices met elkaar te delen.
30. Geldt het raadsvoorstel alleen in het geval dat de spreidingswet van kracht gaat? De spreidingswet moet nog worden behandeld in het parlement. Er wordt door middel van dit raadsvoorstel voorgesorteerd op de wet. Daarmee wordt niet gewacht op de inwerkingtreding van de wet.
31. Is er plek genoeg voor mensen die willen starten met inburgeren zodra ze dit willen? Wat voor barrières moet iemand overwinnen (naast het hebben van een status) om te beginnen aan een inburgeringscursus? De gemeenten zijn verantwoordelijk voor inburgering van statushouders. Het raadsvoorstel is gericht op asielzoekers. Deze mensen hebben nog geen status. De regionale samenwerking tussen de gemeenten kan bijdragen aan het op elkaar afstemmen van zaken zoals inburgering, gezondheidszorg en dagbesteding.
32. Is er al zicht op hoeveel mensen er willen blijven in Nederland? Daar is geen eenduidig antwoord op te geven. Dit aantal fluctueert per dag.
33. Zijn gemeenten verantwoordelijk voor de kosten van onderwijs? Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) zal alle kosten voor de opvang betalen. Over de benodigde voorzieningen zullen gemeenten afspraken maken met het Rijk.
34. Geeft de provincie volledige medewerking als een gemeente locatie(s) heeft? De provincie heeft zich bereid getoond om in gesprek te treden met gemeenten en goed te kijken naar de mogelijkheden om locaties mogelijk te maken.
pagina 5
35. Wanneer moeten de 2200 duurzame opvangplekken zijn gerealiseerd? De inzet is om de plekken zo snel mogelijk te realiseren. Echter zijn hier veel factoren op van invloed. Na positieve besluitvorming is de inzet om in ieder geval rond de zomer een afsprakenpakket te hebben tussen de gemeenten onderling en met het Rijk en de provincie.
36. Hoe worden de beoogde doelen gemonitord? Als de gemeenten instemmen met het raadsvoorstel zal een plan van aanpak worden opgesteld en uitgevoerd. Monitoring door de regio’s op de te behalen doelen zal daar onderdeel van zijn. Ook wordt gewerkt aan een communicatieplan, waarvan een communiqué voor gemeenten over de stand van zaken onderdeel is.
37. Worden gemeenten individueel aansprakelijk gesteld voor het niet nakomen van de afspraken? Zo ja, op wat voor manier? Het raadsvoorstel is opgesteld vanuit het principe dat alle gemeenten deelnemen. Het betreft een vrijwillige samenwerking, maar niet vrijblijvend. De intentie is dat als een gemeente deelneemt deze ook inspanningen verricht om de lokale en regionale opgave te realiseren. Niet meedoen betekent dat de betreffende gemeente niet mee kan profiteren van de onderlinge afspraken die de samenwerkende gemeenten met elkaar maken, bijvoorbeeld dat grotere opvanglocaties meer asielzoekers opvangen. Niet meedoen betekent ook dat een gemeente als gevolg van de verwachte spreidingswet de aantallen asielzoekers binnen de eigen gemeente zal moeten opvangen en daar ook de benodigde voorzieningen voor zal moeten organiseren.
38. Wordt er nu al rekening gehouden met de hogere prognose over een paar jaar? Nee, dit raadsvoorstel gaat uit van 2.200 plekken. Wat er in de toekomst gaat gebeuren kunnen we niet voorzien. We weten immers niet hoe de asielcrisis zich gaat ontwikkelen.
39. Komt er een wijziging van de gemeenschappelijke regeling HollandRijnland? Indien alle 13 Holland Rijnland-gemeenten akkoord gaan met het raadsvoorstel, dan krijgt Holland Rijnland er een extra taak bij. De Gemeenschappelijke Regeling wordt aankomende periode geëvalueerd en waar nodig aangepast. Aanpassingen lopen via het Algemeen Bestuur en de raden.
40. Als je als gemeente de opvang niet kunt realiseren (bij bijvoorbeeld geen ruimte), krijg je dan ook geen financiering vanuit het Rijk? Het Rijk financiert wat de gemeente concreet realiseert. Als dat iets anders is dan een opvanglocatie, kan dat in de nadere uitwerking mogelijk onderdeel zijn van het afsprakenpakket. Naast opvang zijn er immers ook voorzieningen nodig.
41. Wat is de positie van Holland-Rijnland? Komt de bevoegdheid ook bij het dagelijks bestuur te liggen? De bevoegdheden worden niet overgedragen aan Holland Rijnland. Holland Rijnland coördineert de afspraken. Hetzelfde geldt voor de regio Midden-Holland.
pagina 6