Ontwerp Programma LGDG DBS.pdf
Tekst van het document
Groei mogelijk maken voor kennisclusters In Holland Rijnland verband is afgesproken dat
De focus ligt op het meest op specifieke kennisclusters en innovatie.
verstedelijking plaats vindt in de as Katwijk – Leiden – Alphen aan de Rijn. In samenhang hiermee is
ook afgesproken de focus het meest te leggen op specifieke kennisclusters en innovatie. Dit is voor de Duin- en Bollenstreek verder uitgewerkt in de strategische agenda ruimte.
Deze kennis- en innovatieclusters vormen de
drijvende energie achter de economie. Het gaat dan om space (NL Space Campus / ESA Estec),
Unmanned Valley, en Health & Life Sciences (LUMC
en Universiteit Leiden). Aan deze kennisclusters wordt prioriteit gegeven bij de ontwikkeling van ruimte.
ESA ESTEC heeft rondom haar huidige terrein nog ruimte om uit te breiden (4,6 hectare). Hetzelfde geldt in beperkte mate voor
De Rooversbroekpolder (gelegen direct ten zuiden
4.4 Versterken recreatie en toerisme
Samenhang en samenwerking tussen toeristische en recreatieve hotspots versterken
van bebouwing en kassen. De kassen staan vooral in
Opgaven en uitdagingen
Zoals opgenomen in de strategische agenda Duin- en Bollenstreek
Versterken en verbreding van toeristische en recreatieve sector
verschillende recreatieve en toeristische hotspots te blijven
Rooversbroekpolder
van het dorp) is minder open door de aanwezigheid het noordelijk deel dat in de ISG is aangewezen als
glastuinbouwgebied. In de Omgevingsverordening Zuid-Holland (2020) is het een ‘maatwerkgebied glastuinbouw’, wat inhoudt dat omvorming van
Toerisme is een zeer belangrijke inkomstenbron voor de
glastuinbouw naar andere functies onder voorwaarden
Duin- en Bollenstreek. De regio biedt een grote diversiteit aan
mogelijk is.
mogelijkheden tot ontspanning, recreatie en (inter)nationaal
toerisme. Natuurlijk zijn de bollen over de hele wereld bekend,
Voor de Rooversbroekpolder wordt (op termijn) een
maar onze streek biedt nog zoveel meer. Strandtoerisme in de
gebiedsvisie opgesteld. Dit is afhankelijk van de
zomer, verblijfsrecreatie in vakantieparken langs de duinrand,
voortgang bij het project Mobiliteitsmaatregelenpakket
wandelen en fietsen in het cultuurhistorische landschap en de
Noordelijke Ontsluiting Bollenstreek en Haarlemmermeer
duinen, kuuroordtoerisme en cultuurhistorie.
en duidelijkheid over het verloop van de ontsluiting van
De potentie van de cultuurhistorische rijkdom en de variatie in het
de oost-west verbinding.
landschap biedt voldoende aanknopingspunten voor een verdere
het terrein rondom Unmanned Valley. Health & Life Sciences
uitbreiding en kwalitatieve verbetering van de infrastructuur voor
het Leidse Bio Science Park zich verder ontwikkelen richting de
Rijnsburg – Noord
kennisintensieve bedrijvigheid op de locatie Zijlhoek de Woerd.
die er voor zorgen dat het noodzakelijk is om na te
Gebieden met een eigen ontwikkeltraject
de gemeente in gesprek met betrokkenen over de
In de Duin- en Bollenstreek zijn verschillende deelgebieden aan
Uitgangspunten en een gebiedsvisie opgesteld. Primair
Duin- en Bollenstreek. Concreet gaat het om 15 hectare aan
te wijzen waar op dit moment nieuwe bedrijventerreinen worden ontwikkeld of worden onderzocht. Deze gebieden hebben hun eigen ontwikkeltraject en vallen buiten het Programma LGDG.
Er zijn in Rijnsburg Noord een aantal ontwikkelingen denken over de toekomst van dit gebied. In 2025 wil toekomst van Rijnsburg-Noord. Er worden een Nota van gaat het in Rijnsburg-Noord om transformatie van
bedrijvigheid, maar ook woningbouw wordt onderzocht.
Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport
Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 62
kan zich verder ontwikkelen rondom Valkenburgse Meer. Zo kan
63
fietsen, wandelen en varen. Bij veel recreatievormen binnen de
Duin- en Bollenstreek staat de beleefbaarheid van het landschap centraal.
is het van belang om de samenhang en samenwerking tussen
versterken. De combinatie biedt kansen voor versterking van de recreatieve kwaliteiten in de regio.
Daarbij is het steeds van belang om te kijken naar wie er profiteert
van investeringen in de toeristische en recreatieve sector. Enerzijds is er een economisch belang om (inter)nationale toeristen aan te trekken die (meer) geld uitgeven in de regio. Anderzijds is
het vanuit brede welvaart en de gezondheid van onze eigen
inwoners van belang om laagdrempelige en gezonde recreatieve mogelijkheden te bieden in het landelijk gebied.
Ontwikkelingen
Thematische ontwikkelingen PLGDG
VERSTERKEN RECREATIE EN TOERISME
Koppelkansen aanwezig voor (recreatieve) netwerken bij groene verbindingen oost-west
Deze koppelkansen passen goed bij het uitgangspunt van de
landschapsstrategie van het Nationaal Park Hollandse Duinen.
Hollandse Duinen kenmerkt zich door een gastvrije natuur. Bekend maakt bemind; toegankelijke natuur creëert draagvlak voor
behoud en zorgt voor bewustwording. Door betere ecologische
verbindingen te koppelen aan nieuwe recreatieve verbindingen,
kunnen de meest kwetsbare natuurgebieden ook worden ontzien. Er liggen eveens koppelkansen met groen blauwe dooradering. Keukenhof als iconische trekker van de Duin- en Bollenstreek blijven versterken
De Keukenhof, die zich continu uitbreidt en vernieuwt, bezorgt Nederland een sterk eigen imago en jaarlijks vele miljoenen
euro’s aan inkomsten. De Keukenhof blijft dan ook een centrale Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport
Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport
64
65
rol houden binnen de Duin- en Bollenstreek. Dit is ook conform de
strategische agenda Duin- en Bollenstreek. Provincie Zuid-Holland heeft de Keukenhof en omgeving aangeduid als ‘kroonjuweel’. Met een verbreding van het seizoen heeft het potentieel
Werelderfgoed Keukenhof Lisse (inclusief landgoederen,
Keukenhofbos en omliggende landerijen/gebied, musea,
evenementen en arrangementen) een nog sterkere aantrekkende functie voor de gehele regio. Door een betere bereikbaarheid, en
nieuwe verblijfsaccommodaties in de nabije omgeving, profiteert
de hele Duin- en Bollenstreek van de vele bezoekers uit binnen- en buitenland.
Versterken recreatieve parels De beleving van de Duin- en Bollenstreek is een belangrijk doel op zich. Inwoners en bezoekers genieten van de natuurlijke schoonheid en verbinden zich met de omgeving. Hierdoor
ontstaat als vanzelf de motivatie om de omgeving te koesteren
en beschermen. De belangrijkste parels, zoals opgenomen in de ISG blijven we met volledige inzet beschermen en versterken. In
het Programma LGDG nemen we voor de volledigheid ook nieuwe parels in ontwikkeling (Mient Kooltuin), parels uit de strategische agenda DBS strandtoerisme (Heilzame Badplaats Noordwijk en
familiebadplaats Katwijk) en de Kagerplassen (geen onderdeel van de ISG) op.
Ruïne van Teylingen
De afgelopen jaren is de ruïne van Teylingen beter beleefbaar geworden. De ruïne en omliggende
gronden worden ontwikkeld als jaarrond recreatieve trekpleister voor de inwoners, regionale recreant en
nationale toerist. De ruïne van Teylingen is op afspraak
geopend voor rondleidingen, partijen en groepsuitjes. In
samenwerking met particuliere eigenaren en beheerders, en erfgoedexperts blijven we het erfgoed profileren, gebruiken, zichtbaar en beleefbaar maken.
Tespelduyn
Valkenburgse Meer
Kagerplassen
Strandtoerisme – Heilzame Badplaats Noordwijk
het landschapspark Tespelduyn in Noordwijkerhout
Meer als openluchtrecreatiegebied een upgrade moest
‘kroonjuweel cultuurhistorie’ van de provincie Zuid-
met allure. Het hele jaar rond genieten bezoekers op
In de ISG was de ontwikkeling van de golfbaan en
opgenomen. Inmiddels is dit project afgerond en is
hierbij ook een ecologische verbinding gerealiseerd
die als voorbeeld kan dienen voor andere ecologische
verbindingen in de regio. De combinatie van recreatie, landschap en natuur blijven we hier ontwikkelen en
In de ISG was reeds opgenomen dat het Valkenburgse
Dit deelgebied valt voor een groot deel onder
krijgen. Inmiddels is het vernieuwde terrein in 2021
Holland. Conform de omgevingsvisie van Teylingen
geopend. Met de ontwikkeling van woonwijk Valkenhorst
wordt in dit gebied gezocht naar een goede balans
zal de druk op het recreatiegebied in de toekomst
tussen natuur en biodiversiteit aan de ene kant, en
toenemen.
beleefbaarheid en (water)recreatie aan de andere kant.
De investeringen in recreatie en toerisme mogen niet ten
zichtbaar maken.
koste gaan van de landschappelijke kwaliteiten en de natuur- en cultuurhistorische waarden.
We willen de Kagerplassen wel voor iedereen beleefbaar
Mient Kooltuin Oosterduinse Meer
Het Oosterduinse Meer is een belangrijke zwemlocatie voor de Duin- en Bollenstreek. Daarnaast is het
Oosterduinse Meer omringd door verschillende
recreatieparken. Het versterken van de recreatieve
waarde hier, kan ook de druk op Natura 2000-gebieden
De ontwikkeling van de Mient Kooltuin vindt geïntegreerd met de Noordrand in Wassenaar (voorheen Groene Zone) plaats.
Deze ontwikkelingen bieden enorm veel kansen voor
bezoekers, inwoners, bedrijven, culturele organisaties en verenigingen.
bewoners en recreanten.
erfgoed en drinkwaterwinning. In 2025 wordt gestart
robuuste natuur en gezond water in de Mient Kooltuin.
faciliteiten om het kuuroord verder gestalte te geven.
houden hierbij rekening met de (sociale) veiligheid van
op het versterken van natuur, landschap, recreatie,
euro beschikbaar gesteld voor de ontwikkeling van
productontwikkeling en het realiseren van aanvullende
met de aanwezige natuur en landschapskwaliteit. We
is een gebiedsvisie opgesteld waarbij de nadruk ligt
Vanuit het maatregelenpakket ZH-PLG is 8 miljoen
Met veel verschillende partijen wordt nagedacht over
verblijfsrecreatie), mits kleinschalig en rekening houdend
Natura 2000-gebied (Meijendel & Berkheide). In 2020
deze recreatieve parel verder ontwikkeld kan worden.
te bieden heeft terwijl ze werken aan hun gezondheid.
ruimte aan recreatieve ontwikkelingen (inclusief
bufferzone tussen de nieuwe woonwijk Valkenhorst en
met het opstellen van een ontwikkelstrategie, zodat
verschillende manieren van alles wat de gehele streek
mensen die geen boot hebben) bieden we daarom
van belang als recreatieve, ecologische en hydrologische
Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport
Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 66
(de Duinen) en het strand aan zee verminderen.
en toegankelijk maken. Op het ‘land’ (ook voor de
De ontwikkeling van de Mient Kooltuin is voor de regio
Noordwijk ontwikkelt zich verder als het kuuroord
67
Strandtoerisme – familiebadplaats Katwijk
Beperkte mogelijkheden kleinschalige (dag)recreatie
Het kustgebied staat voor gezondheid en vitaliteit en
Het is van belang om financiële middelen te vinden waarmee
iedereen. Of je nu rust, actie, natuur of ander vertier
De al ingezette koers uit de ISG om hier op beperkte schaal
biedt een totaalaanbod aan (strand)recreatie voor
zoekt, alle centrum-, culturele en maatschappelijke voorzieningen voor inwoners en bezoekers om te
bewegen, te ontspannen en te ontmoeten zijn aanwezig. Katwijk ontwikkelt zich als de kwalitatieve
familiebadplaats. Met een unieke kwaliteit, namelijk te bereiken per boot. Een badplaats met een regionaal bereik.
bollenerfgoed en het cultuurlandschap kan worden behouden. toeristische waarden aan te koppelen wordt voortgezet.
Daarnaast zijn kleinschalige activiteiten, zoals een Bed and
Breakfast of kamperen onder voorwaarden toegestaan. Dit heeft de prioriteit bij zogenaamde ‘huiskavels’, waar reeds bebouwing aanwezig is tbv de gebruikte kavels. Het is niet wenselijk dat er overal (dag)recreatie is toegestaan. Open gebieden moeten
open blijven en productieve bollengrond moet worden ingezet om bollen te blijven telen.
4.5 Bereikbare regio
Thematische ontwikkelingen PLGDG BEREIKBARE REGIO
Opgaven en uitdagingen Versterken van een goed en fijnmazig mobiliteitssysteem In de Duin- en Bollenstreek is in de basis een goed en
fijnmazig mobiliteitssysteem aanwezig. Er is een spoorlijn met
sprinterstations, een goed fietsnetwerk, zowel recreatief als voor
forenzen, en via verschillende N-wegen en snelwegen is de regio vlot verbonden met Amsterdam, Schiphol, Leiden en Den Haag. Tegelijkertijd ervaren we vaak dat het wegennet ‘vol’ is. Er zijn op verschillende momenten in het jaar pieken in de verkeersafwikkeling. Met name in het voorjaar door het
bollentoerisme, en in de zomer door het strandtoerisme. De
korte, middellange en lange termijn. Daarbij zitten ook voorstellen hoe deze verbeteringen betaald kunnen worden.
komende jaren zullen binnenstedelijk meer woningen worden
Provinciale Staten van Zuid-Holland hebben het pakket
wegennet. Om deze toename van verkeer in goede banen
vormen van vervoer maken deel uit van het overeengekomen
verbindingen kunnen de verkeersdruk verminderen, maar zullen
De partijen kunnen een start maken met de uitwerking van de
gebouwd. Dat kan ook leiden tot toenemende druk op het
maatregelen voor de zomer van 2022 ontvangen. Alle
te leiden zullen nieuwe verkeersverbindingen nodig zijn. Deze
maatregelenpakket. Dus lopen, fiets, openbaar vervoer en auto.
ook impact hebben op het gewaardeerde landschap.
plannen voor de regio.
Mobiliteitsmaatregelen De verantwoordelijkheid voor grote(re) infrastructurele
projecten ligt voornamelijk bij het Rijk en de provincie(s). Dit
was bij vaststelling van de ISG zo, en is ook zo gebleven. Met het Programma LGDG maken de bollenstreekgemeenten duidelijk
welke wensen en ambities er zijn. Zo blijven wensverbindingen en tracés bespreekbaar met hogere overheden.
In 2020 is met de regio een plan van aanpak gemaakt onder de
naam ‘Mobiliteitsmaatregelen Noordelijke Duin- en Bollenstreek’.
Februari 2021 stemden Provinciale Staten in met het plan van aanpak.
Aan de Zuidkant van de Duin- en Bollenstreek is met diverse
overheidspartijen gestart met een Corridorstudie N206. De corridor die centraal staat in deze studie, vormt het scharnierpunt tussen
de Stedelijke As langs de Oude Rijn, de aantrekkelijke kustplaatsen in het duingebied en het kenmerkende landschap van de
Bollenstreek. Ontwikkelingen rondom woningbouw, ruimtelijk-
economische kansen, leefbaarheid en mobiliteit komen in deze corridor samen. Verschillende regionale opgaven krijgen een
plek in de corridorstudie. We kijken hierin naar meer ruimte voor betaalbare woningen, kennisintensieve bedrijvigheid en een groen/blauwe corridor.
Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport
Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 68
Het resultaat: een gezamenlijk pakket wensen en acties voor de
69
Ontwikkelingen Mobiliteitsmaatregelen Mobiliteitsaanpak Noordelijke Duin- en Bollenstreek en Haarlemmermeer
en Zuid-Holland, de samenwerkingsverbanden Holland Rijnland
van Holland Rijnland sluit goed aan op het
Hillegom, Lisse, Teylingen en Noordwijk gezamenlijk een
Rijnland) is met gemeenten en de provincie eveneens
samenwerking is beschreven. Gezamenlijk hebben deze partijen
regionaal snelfietsnetwerk. Gezamenlijk is in kaart
Het pakket richt zich op de multimodale bereikbaarheid vanuit het
voorkeur hebben. De daadwerkelijke realisatie van de
functionele regio.
verbindingen aangegeven. Dit zijn echter nog geen
en Vervoerregio Amsterdam en de gemeenten Haarlemmermeer,
maatregelenpakket. In regionaal verband (Holland
gezamenlijke startnotitie opgesteld waarin de uitwerking van de
afstemming gezocht over het realiseren van een
een maatregelenpakket uitgewerkt dat bestaat uit drie projecten.
gebracht welke doorfietsroutes in de toekomst de
STOMP-principe, de leefbaarheid en de verkeersveiligheid van de
paden verschilt per route. Op de kaart zijn de gewenste
Het pakket onderscheidt drie delen: fietsmaatregelen, de
verbinding N208 – A44 (Lisse – Lisserbroek) en de verbinding
N206 – N207 met aftakking naar station Hillegom. Daarnaast is
eerder al ingezet op openbaar vervoer, in het bijzonder de HOVverbinding Noordwijk-Schiphol. Dit HOV-project kent een eigen projectorganisatie.
voor openbaar vervoer, fiets en auto. Daarbij kan de
met benodigde kunstwerken vormen de plannen
De actualisatie van het doorfietsroutenetwerkplan
leefbaarheid en de verkeersveiligheid in de kernen
van Lisse, Lisserbroek en Sassenheim significant beter worden. De provincie Zuid-Holland trekt de regionale samenwerking voor dit project. Samen met de regio
worden oplossingsrichtingen geformuleerd. Dit start
met het bepalen van een zoekgebied tussen de N208 en A44. Vervolgens worden alle oplossingsrichtingen doorgerekend op effecten en beoordeeld op nut en
over nemen. Ook beschikbare gelden spelen hierin een belangrijke rol. Het doorfietsroute netwerk is door regio en provincie ook als input gebruikt voor het Nationaal
Toekomstbeeld Fiets wat op initiatief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat landelijk wordt opgesteld. Daarnaast maakt dit project onderdeel uit van de uitvoeringsagenda Duin- en Bollenstreek.
station Hillegom, vormt een oost-west verbinding als vervanging van de bestaande wegen die qua doorstroming, leefbaarheid en verkeersveiligheid
ontoereikend zijn. Door de realisatie van een verbinding met de N206-N207 kan het station Hillegom uitgroeien naar een regionale HUB richting Haarlem, Leiden en
Hoofddorp. De verbinding wordt concreet gezocht tussen het kruispunt van de N207 en N208 naar de N206 (via
een aftakking naar de N442). Hillegom en Noordwijk zijn gezamenlijk trekker van dit deelproject. Het project omvat meerdere fasen:
kosten hiervoor goed uit te leggen? Deze verkenningen
-
leiden tot een voorkeur van de regiopartijen voor
een alternatief. Dit alternatief wordt voorgelegd voor
71
station Hillegom
noodzaak. Ook volgt een kostenraming. Kortom: zorgt de nieuwe verbinding duidelijk voor verbetering en zijn de
definitieve tracés. Uiteindelijk zullen de gemeenten,
eventueel provincie, en wegbeheerders hier beslissingen
De verbinding N206 – N207, met een aftakking naar
nieuwe oostwest-verbinding verkent de mogelijkheden
Basis voor de realisatie van het doorfietsroutenetwerk
Duin- en Bollenstreek te verbeteren hebben de provincies Noord-
van Lisse, draagt naar verwachting bij aan verbeterde bereikbaarheid van de hele regio. De studie naar deze
te komen tot een volledig netwerk van doorfietsroutes.
Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport
Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 70
Alle negen deelnemende partijen voeren actief beleid om
Om de bereikbaarheid, leefbaarheid en de verkeersveiligheid in de
Verbinding N206 – N207 met aftakking naar
Een nieuwe verbinding tussen N208 en A44, ten zuiden
Fietsmaatregelen (doorfietsroutes)
van de Metropoolregio Amsterdam en Zuid-Holland.
Verbinding N208 – A44
-
haalbaarheidsstudie
-
uitwerking van de verkenning.
verkenning
besluitvorming. Het onderzoek is in de zomer van 2024
Er is gestart met de eerste fase (haalbaarheidsstudie).
wordt dit onderzoek voorgelegd aan de provinciale
eerste deel omvat een haalbaarheidsonderzoek naar
gestart en naar verwachting in 2025 klaar. Vervolgens staten en gemeenteraden. Zij besluiten of het zinvol is
om het onderzoek door te zetten en of er genoeg budget beschikbaar is. Daarna start de verkenningsfase. Dit
project is ook onderdeel van de uitvoeringsagenda Duinen Bollenstreek.
Deze fase is in twee parallelle sporen op te delen. Het maatschappelijk draagvlak. Het tweede deel is een meer technisch gerichte verkenning naar wat er in
een tweede fase zou moeten gebeuren. Belangrijke
elementen daarbij vormen de kruising met het spoor en
de mogelijkheid om de verbinding in fasen te realiseren. De verkenning resulteert in een besluit over het
vervolgproces. De verkenningsfase is in 2025 afgerond. Dit leidt uiteindelijk tot de conclusie of en onder welke condities er naar fase 2 kan worden overgegaan. Dit
project is ook onderdeel van de uitvoeringsagenda Duinen Bollenstreek.
4.6 Duurzaam energiesysteem
Lokale Energiestrategie (LES) opgesteld. In de gemeentelijke
omgevingsvisies hebben diverse gemeenten in de streek hun ambities en zoekgebieden recent echter bijgesteld.
We richten ons op multimodale bereikbaarheid, leefbaarheid en verkeersveiligheid Corridorstudie N206 Katwijk e.o. Met de corridorstudie N206 willen we in kaart brengen wat de
gevolgen zijn van het realiseren van diverse (harde en zachte)
de gemeenten (Katwijk, Noordwijk, Teylingen, Oegstgeest, Leiden) op gebied van leefbaarheid en bereikbaarheid. Het studiegebied
wordt (knelpunten). Voorbeelden hiervan zijn de ontwikkeling
van Rijnsburg Noord (de verwachting is dat deze ontwikkeling
niet volledig kan worden gerealiseerd als er geen nieuwe oost/
westverbinding komt) en de ontwikkeling van NL Space Campus (heeft baat bij een verbeterd HOV Noordwijk-Rijnsburg-Leiden).
aardwarmte kunnen we huizen, bedrijven en andere organisaties
is er een gezamenlijke ambitie om de transitie naar fossielvrije energie te realiseren voor 2050, maar ook is er een urgent vraagstuk om netcongestie op te lossen.
voor gaan geven. Tegelijkertijd is dit een vraagstuk dat hogere
werkgelegenheid mogelijk zijn indien substantieel geïnvesteerd
wordt in leefbaarheid en bereikbaarheid. Dit gaat hopelijk helpen om het Rijk en de Provincie mee te krijgen. Dit project maakt
onderdeel uit van de Investeringsagenda Holland Rijnland en de uitvoeringsagenda Duin- en Bollenstreek.
73
een goede kans te zijn dat er in verschillende gemeenten ruimte komt om aardwarmte te winnen, en deze middels een collectief
Het plan van Aardwarmte Rijnland is om aardwarmtebronnen
bereikbaarheid wordt gekeken naar meer fietsroutes, verbetering
Provincie nodig. Daarom moet in deze studie ook worden getoond
En we laten aan heel Nederland zien dat we voorop lopen. Er lijkt
In de evaluatie van de ISG is de aanbeveling gedaan om de
dan ook gezamenlijke (ruimtelijke) kaders voor de vijf gemeenten
infrastructuur (waaronder een nieuwe oost/westverbinding).
duurzaam verwarmen. Hiermee zijn we klaar voor de toekomst.
warmtesysteem over de inwoners en bedrijven in de streek te
geen ambities opgenomen voor energie-opwek in de ISG.
en welke investeringen benodigd zijn. In geval van
bestaande infrastructuur, verdere investering in HOV en nieuwe
duurzaam alternatief. Dit is een kans voor de regio. Want met
In de ISG was het energiesysteem niet benoemd. Er waren
doelen van het Programma LGDG. Het Programma LGDG moet hier
welke aanvullende kansen op gebied van woningbouw en
benodigde leefbaarheid en/of bereikbaarheid niet gehaald
Anno 2025 is de sterke behoefte aan duurzame energie één van
genoemde knelpunten kunnen worden opgelost
Stedelijke as en de strategische agenda Ruimte en Mobiliteit DBS. op een zeker moment gaat vastlopen omdat de gewenste/
In de Duin- & Bollenstreek hebben we met aardwarmte een
energietransitie te beschouwen in samenhang met de andere
Om de knelpunten op te kunnen lossen is hulp van Rijk en
De verwachting is dat het realiseren van de genoemde plannen
Het energievraagstuk als nieuwe opgave
De studie gaat in beeld brengen hoe de
wordt aangeduid als de corridor N206. De corridorstudie heeft twee gebiedsvisies als basis, strategische agenda Westflank
Potentie van aardwarmte/geothermie
de belangrijkste ruimtelijke vraagstukken geworden. Niet alleen
Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport
Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 72
woningbouw-, blauw/groen- en werkgelegenheidsplannen van
Opgaven en uitdagingen
regionale schaal (Holland-Rijnland) en provinciale schaal speelt.
Duurzame energieopwek en de lokale energiestrategieën (LES) In Holland-Rijnland verband is reeds een regionale
energiestrategie (RES) opgesteld, die ook gemonitord wordt.
Elke Duin- en Bollenstreekgemeente heeft individueel ook een
verdelen.
te ontwikkelen en via een warmtenet te verbinden met de
warmtevraag in de regio. Het warmtesysteem is inzetbaar voor woningen van woningcorporaties en particulieren,
glastuinbouwbedrijven, hotels en andere gebouwen in de Bollenstreek. De inzet van aardwarmtebronnen in en rond
Noordwijk maakt het mogelijk om de gebouwde omgeving in de gehele Duin- en Bollenstreek aardgasvrij te maken.
Thematische ontwikkelingen PLGDG DUURZAAM ENERGIESYSTEEM
Ontwikkelingen
Opwek zon op daken en schuren
Ruimte voor de opwek van geothermie en aanleg van een collectief warmtenet Duin- en Bollenstreek
daarvoor geschikte daken in 2050 een tweede functie hebben.
In de Duin- en Bollenstreek is er genoeg aardwarmte om
alle huizen en gebouwen in de regio te verwarmen. De partij
Aardwarmte Rijnland werkt op dit moment deze plannen uit, in
nauwe samenspraak met de Duin- en Bollenstreekgemeenten. Er wordt gezocht naar geschikte locaties om in de toekomst
aardwarmte te winnen. Er wordt aangenomen dat een toekomstige ‘aardwarmtebron’ een ruimtebeslag van ongeveer 1 ha zal hebben. Waarschijnlijk zijn voor voldoende aardwarmte circa zes van
deze bronnen benodigd. De eerste bron om de aardwarmte te
produceren komt waarschijnlijk in Noordwijk, vlakbij de kruising van de N206 en de N444. In onderstaande afbeeldingen is een
impressie gegeven van hoe de toekomstige aardwarmtewinning er uit kan zien. Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport
Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport
74
75
Daarnaast wordt onderzoek gedaan om (deels) aan te sluiten op het toekomstig warmtenet Leiden.
In de RES (2021) is de regionale ambitie afgesproken dat alle
Daarbij gaat vanuit de RES de voorkeur uit naar het produceren van elektriciteit en warmte uit zon (zonnepanelen, zonnecollectoren).
Op deze manier kan het karakteristieke landschap zoveel mogelijk worden ontzien (buiten de RES en LES zoekgebieden om). De
ambitie die hier wordt beschreven heeft vooral betrekking op
zogenaamde ‘grote daken’, waar meer dan 50 panelen kunnen worden geplaatst. De regionale inzet van 0,25 TWh in 2030 is op
basis van groeiprognoses realistisch. Dit is 22% van de regionale
ambitie voor opwekking van elektriciteit voor 2030. Om de ambitie
invulling te geven, zetten gemeenten onder meer in op het verleiden en faciliteren van dakeigenaren. Het gaat dan om het benadrukken van kansen, het focussen op meerwaarde en het wegnemen van belemmeringen (ook in de vergunningverlening).
Binnen de kaders van provincie Zuid-Holland zijn windturbines bij
agrarische bedrijven tot maximaal 15 meter toegestaan. In principe
staan de gemeenten terughoudend tegenover dit soort initiatieven. Windturbines hoger dan 15 meter zullen niet worden toegestaan.
n NAM-locatie langs de Leeweg
n Impressie toekomstige aardwarmtebronnen (bron: Aardwarmte Rijnland)
4.7 Totaalkaart TOTAALKAART
Aanpak Netcongestie In de gehele Duin- en Bollenstreek is sprake van netcongestie,
waardoor grootgebruikers (bedrijven) niet kunnen uitbreiden en woningbouw e.d. Het hoofdonderstation bij Sassenheim wordt
uitgebreid met een nieuw onderstation en ook in Noordwijk komen twee nieuwe onderstations (mogelijk bedrijventerrein Gravendam Noord en Freesialaan).
Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport
Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 76
dit (in de toekomst) problemen kan geven voor het realiseren van
77
5. Uitvoeringsstrategie 5.1 Planologisch kader, instrumentarium Het Programma LGDG onder de Omgevingswet
om weer geheel aan te sluiten bij het Programma LGDG. Het Programma LGDG is daarnaast voor het landelijk gebied en de Greenport kaderstellend voor de gemeentelijke
omgevingsplannen. Door het gezamenlijk vaststellen van het
programma LGDG onderschrijven de vijf gemeenten het belang van het hebben van uniforme regionale regels in de individuele omgevingsplannen.
Voor het Programma LGDG wordt geen aparte
milieueffectrapportage gevolgd. Dit is bij de totstandkoming
Met de vaststelling van het Programma LGDG hebben de vijf
van een aantal onderliggende omgevingsvisies van de
planologisch kader vastgelegd voor de toekomstige ontwikkeling
kaderstellend is voor MER-plichtige activiteiten, kan bij de
omgevingsplannen en omgevingsvergunningen, die niet in
bijvoorbeeld het geval zijn bij grotere woningbouwontwikkelingen
betreffende afwijking niet overtuigend is gemotiveerd, het risico
criteria hiervoor zijn expliciet opgenomen in (bijlage V van) het
Greenportgemeenten gezamenlijk één juridisch zelfbindend
Greenportgemeenten al gebeurd. Voor zover het Programma
van de Duin- en Bollenstreek. Dit betekent onder meer dat
actualisatie van de omgevingsvisie alsnog een mer volgen. Dit kan
overeenstemming zijn met het Programma LGDG en waarvan de
of projecten in de nabijheid van kwetsbare natuurgebieden. De
lopen van een eventuele bestuursrechtelijke vernietiging. Derden
Omgevingsbesluit.
kunnen evenwel geen rechten ontlenen aan het Programma Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport
Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 78
UITVOERINGSSTRATEGIE
79
LGDG. Na vaststelling door de colleges van het Programma
LGDG is deze het vernieuwde beleidskader en vervangt deze de in 2016 vastgestelde ISG. Onder de op 1 januari 2024 in werking
getreden Omgevingswet is het omgevingsplan het instrument dat de functietoedeling van in het betreffende plangebied gelegen
gronden bepaalt. Het Programma LGDG beoogt ook de betrokken gebiedspartijen, burgers en bedrijven te stimuleren om bij te dragen aan de doelstellingen.
Het Programma LGDG is een uitwerking van de omgevingsvisies
van de vijf Greenportgemeenten. Ingeval van strijdigheid tussen het Programma LGDG en de omgevingsvisies is het Programma LGDG in principe leidend omdat dit de meest actuele en
concrete stand van zaken weergeeft. In de Omgevingswet zijn
omgevingsvisies en omgevingsprogramma’s onderdeel van de
beleidscyclus. De omgevingsvisies van de Greenportgemeenten zullen bij volgende actualisaties waar nodig worden bijgesteld
n Beleidscyclus
Beleidsuitgangspunt ruimtelijke ontwikkelingen Centraal beleidsuitgangspunt met betrekking tot de ruimtelijke
ontwikkeling van het landelijk gebied van de Duin- en Bollenstreek is het open houden van het buitengebied, het behouden van het bollenteeltareaal, een klimaatbestendige bollenteelt,
kwaliteitsverbetering van het landschap en vergroting van de biodiversiteit.
Het Programma LGDG bevat een programmalijn ‘Herstructurering’
die zich richt op het herstructureren van het landelijk gebied en het tot stand brengen van een “vitaal landschap” als drager voor een Duurzame Greenport Duin- en Bollenstreek. Enerzijds wordt in dit
verband gestreefd naar het behouden van het bollenteeltcomplex, meer in het bijzonder het handhaven van het areaal bollengrond (huidig ruimtebeslag conform Basisregistratie Gewaspercelen,
de programmalijn Herstructurering.
Handhaving bestaande hoeveelheid 1e klas bollengrond Belangrijk voor de Duin- en Bollenstreek is handhaving van het
klimaatbestendigheid en de biodiversiteit en (iii) de herinrichting van het buitengebied tot een landschappelijk en recreatief
aantrekkelijk geheel en een toekomstbestendig bollenteeltgebied. De landschapsstrategie (bijlage 1) is hierbij leidend en integraal onderdeel van het Programma LGDG.
De uitvoering van de programmalijn Herstructurering is
ondergebracht bij de GOM. Hierbij wordt ook samengewerkt met de gebiedspartners om de doelstellingen van het
Programma LGDG te realiseren. Daarnaast kunnen er ook andere
programmalijnen worden ontwikkeld binnen het Programma LGDG die niet door de GOM worden uitgevoerd en een eigen financiering
gedegen financiering (van de activiteiten) van de GOM van
gerelateerde functietoedeling’. Hierbij houden de gemeenten
essentieel belang. De GOM werkt op basis van een concreet
uiteraard rekening met de wisselteeltproblematiek en de
uitvoeringsprogramma - het Meerjarenprogramma (MJP) – met
gemengde bollenteeltbedrijven.
een integrale Meerjarenbegroting. De Greenportgemeenten zijn gezamenlijk de aandeelhouders van de Greenport Ontwikkelingsmaatschappij B.V..
niet meer doelmatig te gebruiken bollengrond vastgesteld.
basis voor maatwerkafwegingen in het kader van de handhaving legalisatie daarvan. De nota neemt als uitgangspunt dat percelen met een bepaalde omvang mogelijk in aanmerking komen voor
legalisatie, als uit een maatwerkbeoordeling blijkt dat ook andere omstandigheden het doelmatig gebruik niet meer mogelijk maken.
Voorkeursrecht en onteigening Ook inzet van het onteigeningsinstrumentarium en eventueel
het voorkeursrecht kan in sommige gevallen wenselijk zijn om de herstructurering en schaalvergroting binnen de bollensector (en het glas) te bevorderen. De gemeenten kunnen daar alsdan toe
overgaan. Het Programma LGDG dient dan als grondslag voor het vestigen van een voorkeursrecht en voor onteigening.
Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport
Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport
herstel van een open landschapsbeeld, (ii) het vergroten van de
bedoelde integraliteit zo veel als mogelijk te bereiken, is een
definiëring en handhaving van de ‘bollen- en sierteelt-
van oneigenlijk gebruik van bollengronden respectievelijk de
Anderzijds wordt met deze programmalijn nagestreefd: (i) het
Ontwikkelingsmaatschappij B.V. (GOM). Om de hiervoor
bestaande handhavingsbeleid op basis van eenduidige
bollenareaal.
zal uiteindelijk de basis vormen voor de instandhouding van het
herstructurering worden verhaald op de initiatiefnemers van
ondergebracht in dan wel opgedragen aan Greenport
worden benut. De Greenportgemeenten continueren het
Teylingen moet deze nota nog vaststellen. De nota vormt de
De programmalijn Herstructurering van het Programma
-projecten. Deze ontwikkeling is door de Greenportgemeenten
grondteelt (hieronder ook begrepen periodieke bollenteelt)
2e klas bollengrond geactualiseerd. Deze geactualiseerde kaart
Kostenverhaal en verevening
herstructurerings- en kwaliteitsverbeteringsopgaven en
bollengrond bestemde gronden ook daadwerkelijk voor open
De gemeenten Hillegom, Lisse en Noordwijk hebben de Nota
5.2 Integrale ontwikkeling, financiering, kostenverhaal LGDG vergt een integrale ontwikkeling en uitvoering van
areaal 1e klas bollengrond. In de praktijk blijkt dat niet alle voor
gegevens mei 2024, Provincie Zuid-Holland). Daarnaast wordt de Heijkoopkaart, die de basis vormt voor het bollenareaal van 1e en
80
hebben. De uitvoeringsstrategie in dit hoofdstuk gaat primair in op
81
Financiële uitvoerbaarheid De Greenportgemeenten hebben in de programmalijn
Herstructurering van dit Programma LGDG de ambities en
opgaven opgenomen waarvoor investeringen nodig zijn. De
financiële uitvoerbaarheid hiervan is dynamisch en voortdurend aan verandering onderhevig. Enerzijds is dit omdat nog niet alle
ambities zijn uitgewerkt. Anderzijds is dit het geval, omdat er in de
De bekostiging van de programmalijn Herstructurering gebeurt door middel van kostenverhaal. De totale kosten van de
bouw- en ontwikkelingsprojecten op bouwlocaties die op hun
beurt profijt hebben van het Programma LGDG. Dit gebeurt naar
proportionaliteit, profijt en toerekenbaarheid (PPT). In grote lijnen
is dit systeem overgenomen vanuit de voormalige Wet ruimtelijke
ordening in het inmiddels vigerende stelsel van de Omgevingswet. Kostenverhaal en de financiële bijdragen voor de ontwikkeling van een gebied worden opgenomen via regels in het omgevingsplan. Het Programma LGDG biedt hiervoor het beleidskader met de
onderbouwing en de functionele samenhang met de projecten
die hierbinnen worden uitgevoerd. Namens de gemeenten past de GOM bij of in het kader van projecten die derden realiseren, kostenverhaal toe.
Uitgangspunt voor de financiering van de totale programmalijn
Herstructurering is het streven naar maximale regionale, financiële verevening tussen ’winstgevende’ en ’verlieslatende’ projecten en/of activiteiten. Immers, het gehele buitengebied van de
Duin- en Bollenstreek en alle inwoners daarvan, ongeacht in
welke gemeente ze woonachtig zijn, zullen profijt hebben van de
voorgenomen herstructurering en ruimtelijke kwaliteitsverbetering. Verevening als voormeld vindt plaats via het MJP van de GOM.
loop der tijd vaak ook projecten afvallen en/of nieuwe projecten
De GOM kan overigens ook zelf projecten initiëren en uitvoeren die
projecten kunnen veranderen op basis van prijsontwikkelingen
het Programma LGDG en de programmalijn Herstructurering. In
om de financiële uitvoerbaarheid - op basis van dit soort nieuwe
aan de spelregels van kostenverhaal zoals verklaard in het
bijkomen. Ook de daadwerkelijke kosten en opbrengsten van
een bijdrage leveren aan de realisatie van de doelstellingen van
en aangescherpte eisen en regelgeving. Het is dan ook belangrijk
het kader van deze projecten is de GOM dan zelf ook gebonden
inzichten en projecten - periodiek te evalueren, te actualiseren en
Programma LGDG.
waar nodig bij te stellen.
Kostenverhaal vindt plaats bij twee typen ontwikkelingen c.q. projecten:
à
Bij projecten waarvoor gronden met een bestaande bol-
Uitgangspunt voor beide fondsen is dat zij
ten) krijgen en waarbij derhalve sprake is van een verlies
zeggen dat de inkomsten (financiële afdrachten
lenteeltbestemming een andere functietoedeling (moe-
aan bollenteeltareaal er dientengevolge sprake is van een bollengrondcompensatieplicht; à
WERKINGSGEBIED HERSTRUCTURERING PROGRAMMA LGDG
financieel neutraal sluiten. Dat wil enerzijds uit projecten die bollengrondcompensatie
vergen en financiële afdrachten uit projecten die
Bij woningbouwprojecten in het buitengebied van de
betrekking hebben op woningbouw) toereikend
ling wonen. Hiervan zijn uitgezonderd projecten die nog
bollengrond te produceren respectievelijk
regeling alsmede woningen die worden gerealiseerd in
van de herstructurering en ruimtelijke
devolle gebouwen (zoals bollenschuren).
mogelijk te maken. Anderzijds wil dit zeggen dat in
Duin- en Bollenstreek op locaties met de functietoede-
moeten zijn om nieuwe, vervangende 1e klas
gebruik maken van de oorspronkelijke Ruimte voor Ruimte
de ruimtelijke ontwikkelingen in het kader
bestaande, vrijkomende, erkende cultuurhistorisch waar-
kwaliteitsverbetering van het buitengebied
of binnen die fondsen die inkomsten ook volledig
Uitgangspunt voor beide fondsen is dat zij financieel neutraal sluiten.
aangewend zullen worden voor of ten behoeve Ten behoeve van de verantwoording, het beheer en de
aanwending van in het kader van het kostenverhaal door de GOM te verkrijgen financiële middelen, zijn door of binnen de GOM twee fondsen operationeel:
Een zogenoemd bollengrondcompensatiefonds, ten be-
hoeve van het behouden van het 1e klas bollenteeltareaal
(huidig ruimtebeslag conform Basisregistratie Gewaspercelen, gegevens mei 2024, Provincie Zuid-Holland. Daar-
naast wordt de Heijkoopkaart, die de basis vormt voor het bollenareaal van 1e en 2e klas bollengrond geactualiseerd.
Deze geactualiseerde kaart zal uiteindelijk de basis vormen voor de instandhouding van het bollenareaal.); à
Een zogenoemd herstructureringsfonds ten behoeve van
het uitvoeren van ruimtelijke ontwikkelingen en projecten
in het kader van de beoogde kwaliteitsverbetering van de
Duin- en Bollenstreek zoals vastgelegd in de programmalijn Herstructurering van het Programma LGDG.
Anterieure overeenkomsten Anterieure overeenkomsten geven bij kostenverhaal in beginsel
de meeste beleidsvrijheid. Dergelijke overeenkomsten komen allen tot stand op basis van vrijwilligheid. Voor het afspreken van een financiële bijdrage aan (regionale, overkoepelende) ruimtelijke
ontwikkelingen moeten de betreffende ruimtelijke ontwikkelingen in het Programma LGDG zijn vastgelegd.
Hierbij wordt dus niet gedoeld op het verhaal van zogenoemde
bovenplanse kosten, welk kostenverhaal in voorkomende gevallen
door of vanwege de betreffende gemeente, op wiens grondgebied het betreffende project uitgevoerd wordt, zelf zal worden verzorgd.
Werkingsgebied Het werkingsgebied van de programmalijn Herstructurering ligt vast in de navolgende kaart.
Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport
Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 82
à
van bovengenoemde doelstellingen.
83
5.3
Bollengrondcompensatie (fonds)
Compensatie van onttrokken m2 1e klas bollengrond, lees: het
Op basis van de exploitatie van dit fonds tot en met 2024 is
De hoogte van deze bijdrage is gelijk aan het aantal
manieren. Dit kan gebeuren door:
40 euro per m2 onttrokken 1e klas bollengrond en de hierna
bollengrondcompensatietarief per m2 voor 1e klas bollengrond
bollengrond sprake is van een financieel neutrale exploitatie
bollengrondgrond op te waarderen naar 1e klas bollengrond).
à
Doelstelling en functionering van het areaal 1e klas bollengrond (situatie 2025). Dit kan alleen
door in het geval dat aan 1e klas bollengrond de functietoedeling
wordt onttrokken en er dus sprake is van verlies van m2 1e klas
bollengrondareaal, telkens (en consequent) de verplichting te
koppelen dat er dan elders evenveel m2 nieuwe 1e klas bollengrond zal dienen te worden geproduceerd. De verplichting daartoe
wordt door gemeenten telkens vastgelegd in het betreffende
omgevingsplan of de betreffende omgevingsvergunning en rust op de grondeigenaar van de betreffende, te onttrekken 1e klas
bollengrond.
à
bollengrondcompensatie van groot belang is, kan een
grondeigenaar die 1e klas bollengrond aan het areaal onttrekt
niet zelf compenseren. Om deze reden dienen grondeigenaren in voorkomende gevallen de verplichting tot compensatie van
onttrokken m2 1e klas bollengrond over c.q op te dragen aan de
GOM, gelijk de GOM die van die grondeigenaren over zal nemen. In dit kader zullen de betreffende grondeigenaren dan een bijdrage per m2 onttrokken 1e klas bollengrond vergoeden.
het opwaarderen van 2e klas bollengrond (tot 1e klas
bollengrond); à
het omspuiten van grasland (alleen onder strenge
bollengronden zal de betreffende grondeigenaar daarom
compensatieverplichting(en).
bollengrond aan de GOM, lees: het bollengrondcompensatiefonds, dienen te voldoen. De GOM zal – als tegenprestatie – met die bijdrage de op de grondeigenaar rustende verplichting tot
Voor de totale bollengrondcompensatieopgave wordt ernaar
compensatie van bollengrond (dus) overnemen en uitvoeren. Het
gestreefd dat ten minste 40% van de benodigde compensatie
bollengrondcompensatietarief wordt jaarlijks vastgesteld in en
wordt gerealiseerd middels het opruimen van verrommeling en
door de Algemene vergadering van Aandeelhouders van de GOM.
herstructurering (methode I). De overige maximaal 60% van de 2e klas naar 1e klas bollengrond (methode II). Methode III wordt
2e klas bollengrond
periodieke targets en bewaking hiervan vindt plaats middels de
Omdat het opruimen van verrommeling gekoppeld aan de
in principe niet toegepast. Vertaling van deze streefcijfers in
Uitgaande van bovenstaande streeftallen varieert de kostprijs per vierkante meter nieuwe 1e klas bollengrond van (circa) 10 tot 150 euro afhankelijk van de wijze van compensatie (productie van vervangende bollengrond en het betreffende specifieke door GOM te contracteren project).
In het Meerjarenprogramma van de GOM wordt vastgesteld op welke wijze de productie van nieuwe bollengrond in het
kader van zogenaamde ‘bollengrondproducerende projecten’
plaatsvindt. Deze bollengrondproducerende projecten bepalen uiteindelijk de voor het fonds benodigde, kostendekkende bollengrondcompensatiebijdrage.
bijdragen inzetten ter realisering van overgenomen
Tijdelijke krimp 1e klas bollengrond Tijdelijke krimp van de hoeveelheid 1e klas bollengrond is overigens toegestaan. Hierbij geldt evenwel als voorwaarde dat binnen een periode van drie jaar tenminste 80% van de hoeveelheid
onttrokken 1e klas bollengrond moet zijn gecompenseerd. Indien niet aan deze voorwaarde wordt voldaan, zal de GOM dan
compensatieplicht wordt gerealiseerd door het opwaarderen van
jaarlijkse vaststelling van het Meerjarenprogramma van de GOM.
-/- de kosten per m2 die gemaakt moeten worden om 2e klas
De GOM zal de betreffende, door grondeigenaren verschuldigde
een bijdrage ter hoogte van 40 euro per m2 onttrokken 1e klas
voorwaarden).
m2 te onttrekken 2e klas bollengrond x (vigerende
van het bollengrondcompensatiefonds. In het geval er
sprake is van onttrekking van (de gebruiksfunctie van) 1e klas
Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport
Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 84
Omdat de integrale, regionale uitvoering van de
bedoelde compensatiebijdrage voor te onttrekken 2e klas
het opruimen van verrommeling gekoppeld aan de productie van 1e klas bollengrond;
Doelstelling van het Programma LGDG, nagestreefd in of met
het bollengrondcompensatiefonds, is onder meer het behouden
gebleken dat bij een bollengrondcompensatiebijdrage van
produceren van nieuwe 1e klas bollengrond, kan op meerdere
85
productie van 1 klas bollengrond ‘duur’ is en het omspuiten van e
grasland slechts in zeer beperkte mate toegestaan is, is het van groot belang dat er ook voldoende areaal 2e klas bollengrond
aanwezig is om te kunnen opwaarderen naar 1e klas bollengrond.
Om die reden is ook vereist dat in geval van onttrekking van 2e klas
bollengrond door de betreffende grondeigenaar een financiële
wel zullen de gemeenten op eerste verzoek van de GOM geen medewerking verlenen aan de verdere onttrekking van 1e klas
bollengrond.
Aan het eind van elke volgende periode van drie jaar geldt dat
100% van de in de voorgaande periode van 3 jaren onttrokken 1e
klas bollengrond is gecompenseerd (dus aan het einde van jaar 6 dient in de jaren 1 tot en met 3 onttrokken 1e klas bollengrond
volledig gecompenseerd te zijn), plus tenminste 80% van de in de zojuist afgesloten periode (jaren 4 tot en met 6) onttrokken 1e klas
bijdrage aan het bollengrondcompensatiefonds is verschuldigd.
bollengrond.
is, zal de GOM genoodzaakt zijn meer gebruik te maken van
In het kader van het Meerjarenprogramma van de GOM wordt het
Indien er immers minder voorraad 2e klas bollengrond aanwezig de duurdere variant (methode (i)) als hiervoor bedoeld om
te kunnen voldoen aan de (over te nemen c.q. overgenomen) compensatieverplichting.
bovenstaande gewaarborgd.
Vier zones
Woningbouw en woningbouwlocaties
herstructurerings- en kwaliteitsverbeteringsingrepen afhankelijk
Om een goede balans te scheppen tussen bedrijfsbelangen en de
In het Meerjarenprogramma van de GOM zijn ter verwezenlijking
woonfunctie kan worden toegestaan, is betaling van de afdracht
vier zones gedefinieerd (zie ook de kaart in hoofdstuk 4.1):
opgenomen. De financiering van deze projecten vindt plaats uit of
belangen van landschapsverbetering, zijn in het Programma LGDG
van het bovenstaande concrete herstructureringsprojecten
middels het herstructureringsfonds. Het fonds wordt gevoed door
de afdrachten uit woningbouw in het werkingsgebied Programma
à
à
5.4 Herstructurering(sfonds) Doelstelling en functionering à
het landelijk gebied van de Duin- en Bollenstreek richt zich ook op het herstellen van een open landschapsbeeld en het vergroten van de biodiversiteit en op het herinrichten van het landelijk
gebied tot een landschappelijk en recreatief aantrekkelijk geheel en een toekomstbestendig bollenteeltgebied. Tegelijkertijd dient het Programma LGDG ook ruimte te maken voor woningbouw, nieuwe functies en bedrijfsuitbreidingen (in het kader van
economische vitaliteit). Om deze doelstelling te verwezenlijken is een actieve herstructureringsaanpak noodzakelijk, waarbij ook
gebruik zal worden gemaakt van herverkaveling(sinstrumenten). De landschapsstrategie is leidend bij de uitvoering van de herstructureringsaanpak.
à
van circa 50 ha beschikbaar. Met behulp van deze afdrachten is het fonds in staat om geldkostende c.q. verlieslatende
herstructureringsprojecten ten behoeve van de gemeenschap uit te (doen) voeren.
Zone 2: ‘Ja mits’ beleid gericht op schaalvergroting, sanering en uitbreiding van agrarische bebouwing met aanleg beplanting en verbetering beeldkwaliteit. Hier wordt specifiek projectmatig en gebiedsgericht gewerkt aan het realiseren van een landschappelijke kamerstructuur. Zone 3: kwalitatieve openheid actief vergroten. ‘Nee tenzij’ beleid is gericht op sanering. Uitbreiding van bebouwing is alleen toegestaan als de bebouwing bijdraagt aan de herstructurerings- c.q. saneringsopgave en dan uitsluitend onder strenge voorwaarden. Zone 4: openheid actief vergroten. ‘Nee tenzij’ beleid is gericht op sanering. Uitbreiding van bebouwing is alleen toegestaan als de bebouwing bijdraagt aan de herstructurerings- c.q. saneringsopgave en dan uitsluitend onder strenge voorwaarden.
Voor de woningbouwlocaties binnen de zoekgebieden die
in hoofdstuk 4.2 zijn aangegeven zullen door de Greenport gemeenten gezamenlijk uniforme randvoorwaarden worden toegepast, o.a. met betrekking tot het
volkshuisvestingsprogramma, woningtypes en de woningdichtheid zodat wordt geborgd dat er op uniforme wijze en in voldoende Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport
Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 86
De beoogde ruimtelijke ontwikkeling en kwaliteitsverbetering van
LGDG. Voor de ontwikkeling van woningbouwlocaties is een areaal
Zone 1: ‘Ja mits’ beleid gericht op schaalvergroting, sanering en uitbreiding van agrarische bebouwing met aanleg beplanting en verbetering beeldkwaliteit.
87
mate afdrachten worden gegenereerd ter bekostiging van de
zijn van de omvang van het fonds. Indien er ruimtelijk gezien een noodzakelijk en dus voorwaarde voor de medewerking van de
gemeenten en de GOM aan het kunnen realiseren van woningbouw in het werkingsgebied Programma LGDG.
De afdracht uit woningbouwontwikkelingen wordt, binnen de
wettelijke spelregels van het kostenverhaal, jaarlijks op basis van het Meerjarenprogramma van de GOM door de aandeelhouders vastgesteld.
Uit het Meerjarenprogramma volgt welke kwaliteitsverbeteringen de GOM zal (kunnen) verwezenlijken. De resultaten van die
verbeteringen komen aan de ruimtelijke ontwikkelingen die
bijdragen aan de doelstellingen van het Programma LGDG ten goede. Deze zijn ook nodig om de woningbouw(locaties) in
het werkingsgebied Programma LGDG in te passen en/of de aanwezigheid daarvan ruimtelijk te kunnen verantwoorden.
herstructureringsopgaven binnen het Programma LGDG. Hierbij
Groenblauwe dooradering
te realiseren plangebied vastgesteld.
Spuitvrije zones langs de sloten op bollengrond en zones
Als hardheidsclausule buiten deze woningbouwlocaties zal alleen
de groenblauwe dooradering behouden hun functietoedeling
wordt bij voorkeur een te bepalen vast tarief/normbedrag per m2
in heel uitzonderlijke gevallen woningbouw worden toegestaan als de kwaliteit van het buitengebied daardoor verbetert. In
deze gevallen wordt vooralsnog vastgehouden aan de bijdrage die ook in de ISG werd toegepast: 275 euro per m2 te realiseren woonfunctie.
Het fonds is kostenneutraal (geen tekorten, maar ook geen overschot) en kent een kostendekkende opzet. Dit laatste
impliceert onder meer dat de investeringen in de uit te voeren
bollengrond die ingericht en beheerd worden in het kader van bollengrond. Ze worden echter niet meer beteeld. Indien in het
kader van de landschapsstrategie de inrichting, het gebruik en het
beheer van deze zones ten behoeve van biodiversiteit en landschap duurzaam privaatrechtelijk kan worden vastgelegd en verankerd, is het mogelijk dat via het herstructureringsfonds hiervoor een financiële bijdrage aan de grondeigenaar wordt verstrekt.
5.5 Uitvoering, kwaliteit en regie
uitvoering jaarlijks een Meerjarenprogramma op dat wordt vastgesteld door de aandeelhouders van de GOM.
Uitvoeringsorganisatie GOM Ten behoeve van de uitvoering c.q. verwezenlijking van de
doelstelling van de toenmalige ISG hebben de gemeenten op 3
maart 2010 het gezamenlijke ‘herstructureringsbedrijf’, genaamd
Greenport Ontwikkelings Maatschappij (kortweg: GOM), opgericht. De GOM is een besloten vennootschap (bv), waarvan de vijf
gemeenten voor een gelijk deel aandeelhouder zijn. Ook onder de vlag van het Programma LGDG, als opvolger van de ISG, blijft de GOM de uitvoeringsorganisatie.
De uitgangspunten, randvoorwaarden, taken,
verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de GOM
liggen vast in de door de Greenportgemeenten getekende
Samenwerkingsovereenkomst (SOK). De SOK en de statuten van de GOM beschrijven het doel van de GOM.
de GOM op basis van het Programma LGDG op een neutraal
uitvoering, in de geest van het Pact van Teylingen.
exploitatieresultaat, uitgaande van een uitvoeringsperiode van
€ 40 mln
Bijdragen uit woningbouwontwikkeling
€ 50 mln*
Saldo GOM fondsen
€ 15 mln
Totaal opbrengsten
€ 105 mln
15 jaar (2026 – 2040). Onderstaande tabel specificeert dit saldo op hoofdlijnen (raming 2025).
Kwaliteitscommissie Duin- en Bollenstreek kwaliteit van het landschap te bewaken en te versterken in
Kosten
*) Mogelijk is voorfinanciering nodig uit kredietlijn GOM (€ 35 mln) omdat de inkomsten van de woningbouwontwikkeling waarschijnlijk pas na een aantal jaren zal plaatsvinden. Een en ander volledig ter besluitvorming voorbehouden aan de Algemene vergadering van Aandeelhouders van de GOM.
commissie geeft een zwaarwegend advies aan initiatiefnemers
Herstructurering, ruimtelijke structuur-
De Greenportgemeenten en de GOM zullen zich ook inspannen
Er wordt een kwaliteitscommissie ingesteld om de ruimtelijke lijn met de uitgangspunten van het Programma LGDG. Deze van ruimtelijke projecten in het buitengebied op basis van
en landschapsversterkende maatregelen
de landschapsstrategie en functioneert naast de bestaande
in het buitengebied, zoals bouwprojecten, infrastructuur, ruil- of
van het landelijk gebied en een aantal belangrijke ruimtelijke
deze passen binnen het karakter en de landschappelijke identiteit
kostenverhaal c.q. -verevening. De GOM dient de herstructurering
herverkaveling, natuurbeheer en recreatieve voorzieningen, zodat
ontwikkelingen en kwaliteitsverbeteringen ten uitvoer te brengen.
van de streek. De kwaliteitscommissie zorgt er dus voor dat
De GOM is en werkt als een gebiedsontwikkelingsorganisatie.
unieke landschappelijke en ecologische kwaliteiten van de Duin-
ontwikkelingen in het gebied zorgvuldig worden afgestemd op de en Bollenstreek zodat te allen tijde toegewerkt wordt naar een
vitaal landschap als basis voor een Duurzame Greenport. De rol en de samenstelling van de kwaliteitscommissie zullen nader worden uitgewerkt.
Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport
Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 88
Bollengrondcompensatie-afdrachten
herstructureringsopgave, lees: de exploitatie van of binnen
gemeentepartners) moeten actief betrokken blijven bij de
met toepassing van de hierin beschreven instrumenten van
De GOM zal voor de uitvoering van de afzonderlijke projecten
ramen het saldo van kosten en opbrengsten van de totale
samen met de gebiedspartijen. De gebiedspartijen (de niet
kwaliteitscommissie ze adviseert over ruimtelijke ontwikkelingen
de GOM.
LGDG waarborgt en met beheersbare risico’s. De gemeenten
betrokkenheid bij de uitvoering. De GOM werkt daarbij nauw
de programmalijn Herstructurering van het Programma LGDG
De verantwoordelijkheid voor een gebiedsgewijze aanpak ligt bij
van de programmalijn Herstructurering van het Programma
is nodig voor breed maatschappelijk draagvlak en actieve
kwaliteitsteams van de gemeenten. Dit betekent concreet dat de
publiekrechtelijke taken. Deze blijven bij de individuele gemeenten.
Er is een duurzame financieringsstructuur nodig die de uitvoering
De GOM is actief betrokken bij stakeholder management. Dit
De GOM geeft namens de Greenportgemeenten uitvoering aan
De GOM heeft als uitvoeringsorganisatie echter geen
Opbrengsten
Kostendoorrekening programmalijn Herstructurering
samenwerken met private partijen. De GOM stelt voor de
89
om andere externe financiële bijdragen te verwerven, bijvoorbeeld
Herverkaveling
-/- € 15 mln
Kwaliteitsimpuls landschap en natuur
-/- € 25 mln
Herstructurering (w.o. extra opruimen verrommeling) -/- € 15 mln
Bollengrondcompensatie Opruimen verrommeling
-/- € 25 mln
Opwaarderen 2e klas bollengrond
-/- € 15 mln
Organisatiekosten Organisatiekosten GOM en plankosten (voor 15 jaar)
Totaal Kosten
-/- € 10 mln
-/- € 105 mln
uit subsidieregelingen van het Rijk, provincie, Holland Rijnland en hoogheemraadschap.
5.6 Meerjarenprogramma De Algemene Vergadering van Aandeelhouders (AVA) van de GOM stelt jaarlijks een Meerjarenprogramma vast. Het
Meerjarenprogramma is een dynamisch document en vormt
PM
De GOM kan in voorkomende gevallen ook zelf als
risicodragende gebiedsontwikkelaar actief zijn en een
Bijlagen
betreffende grondgebiedgemeente(n) per actief of eigen
Bijlage 1: Landschapsstrategie
voorbereidingsovereenkomst sluiten. Deze overeenkomst
Bijlage 2: Historie ISG en PLGDG
relevante projectkaders en randvoorwaarden, het stappenplan,
Bijlage 3: Uitgangspunten programma (uitgebreid)
grondbeleid, de uitgangspunten van het exploitatieplan en de
Bijlage 4: Evaluatie ISG
Het eerstvolgende jaar van de Meerjarenbegroting wordt
Voordat de grondgebiedgemeente(n) ten behoeve van een GOM-
Bijlage 5: Opbrengsten participatietraject
is de basis voor het bedrijfsmatig handelen van de GOM.
procedure brengen en/of contractuele verplichtingen met derden
Bijlage 6: Ruimtegebruik Programma LGDG
de leidraad van de GOM in het kader van de uitvoering van de programmalijn Herstructurering uit dit Programma LGDG.
De directie van de GOM zal de AVA jaarlijks een voorstel ter
besluitvorming voorleggen voor aanvulling en bijstelling van het
Meerjarenprogramma. De GOM baseert de Meerjarenbegroting op een verantwoorde inzet van het beschikbare kapitaal, uitgaande van een sluitende exploitatie inclusief risicoreservering. Ten
behoeve van een sluitende exploitatie kan (mogelijk) tijdelijk extra werkkapitaal in de vorm van vreemd vermogen noodzakelijk zijn. ieder jaar uitgewerkt in een jaarbegroting. Deze jaarbegroting De jaarbegrotingen worden vastgesteld door de Raad van Commissarissen van de GOM.
Eventuele tegenvallers worden zoveel mogelijk gecompenseerd. In geval van niet compensabele tegenvallers moet de GOM de
grondexploitatie voeren. In die situatie zullen de GOM en de gebiedsontwikkelingsproject of projectcluster bij de start een omvat een globale projectbeschrijving, de projectdoelstelling,
een planning, het budget, de projectorganisatie, planologie, het uitbestedingsstrategie.
project een ontwerp wijzigingsbesluit van het omgevingsplan in
aangaan, moeten de GOM en de grondgebiedgemeente(n) een
realisatieovereenkomst sluiten. De realisatieovereenkomst omvat, naast de aspecten zoals genoemd bij de voorbereidingsovereenkomst, een uitgewerkte projectexploitatie en een risicoanalyse.
ambitie van het Meerjarenprogramma zo nodig naar beneden
Ten aanzien van de woningbouwontwikkelingen in Bronsgeest
krijgen.
van dit project onderkend, inclusief het voorbehoud dat door de
bijstellen om te allen tijde haar meerjarenexploitatie sluitend te
in Noordwijk, is reeds in de voormalige ISG de bijzondere positie
gemeente Noordwijk ten aanzien van de hoogte van de financiële bijdrage bollengrondcompensatie is gemaakt. Door de GOM en de gemeente Noordwijk zijn hierover maatwerkafspraken
vastgelegd die bij het sluiten van een projectovereenkomst voor bollengrondcompensatie gehanteerd zullen worden.
Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport
Programma Landelijk Gebied Duurzame Greenport 90
Colofon
5.7 Projectgebonden samenwerking tussen de GOM en gemeenten
91
Landschapsstrategie Duin-Bollenstreek Versiedatum: juni 2025
1
EEN VITAAL LANDSCHAP ALS DRAGER VOOR EEN DUURZAME GREENPORT DUIN- EN BOLLENSTREEK
DEZE LANDSCHAPSSTRATEGIE IS IN COMPACTE VORM OPGENOMEN EN EEN INTEGRAAL ONDERDEEL VAN HET PROGRAMMA LANDELIJK GEBIED
2
Inhoudsopgave 1.
Inleiding..................................................................................................................................................................4 1.1 Doel landschapsstrategie.................................................................................................................................4
2.
Landschapsstrategie Duin- en Bollenstreek ..................................................................................................7 2.1 Kernboodschap en drie leidende principes ................................................................................................7
3.
Landschapsstrategie met kaart ...................................................................................................................... 14 3.1 Water en bodem sturend ............................................................................................................................ 16 3.2 Openhouden (cultuur)landschap ................................................................................................................ 22 3.3 Fijnmazige groenblauwe dooradering van het landschap...................................................................... 27 Bijlage - Ontstaansgeschiedenis landschap Duin-Bollenstreek................................................................... 32 Bijlage – Biotopen en doelsoorten ................................................................................................................... 36
3
1. Inleiding 1.1 Doel landschapsstrategie Een veelzijdig en gevarieerd landschap De Duin- en Bollenstreek kent een veelzijdig en gevarieerd landschap met karakteristieke landschappelijke elementen. Stuivende duinen en kleurrijke bollenvelden zijn iconische beelden in dit landschap. Het landschap is een leefgebied voor vele soorten dieren en planten. Het beleefbare landschap is van belang voor de mens en een plek om te ontspannen in een gezonde, aantrekkelijke, groene en koele omgeving. Omdat een vitaal landschap letterlijk en figuurlijk de drager vormt voor een toekomstbestendige Greenport Duin- en Bollenstreek is er veel aan gelegen het iconische landschap van de streek te beschermen en te versterken. De bloeiende bollen zorgen in het voorjaar voor een prachtig mozaïeklandschap.