Notitie zorguitgaven beheersbaar maken_Hillegom.pdf
Tekst van het document
Inleiding/aanleiding De laatste jaren zijn de Zorguitgaven (Wmo) fors gestegen en hebben de raden daar ook hun zorgen over geuit en aan de ISD gevraagd welke mogelijkheden er zijn om die beheersbaar te houden c.q. te krijgen. In februari 2022 heeft met de raden van de ISD gemeenten een eerste gezamenlijke discussieavond plaatsgevonden over de Zorguitgaven en wat de eventuele mogelijkheden zijn om die beheersbaar te houden. In oktober en november 2022 zijn er nieuwe sessies met de raden georganiseerd. Doel hiervan was geen besluitvorming, maar om informatie op te halen. De ISD heeft sessies gehad met de raden van alle gemeenten, de adviesraden sociaal domein, de drie welzijnsorganisaties (Welzijnskompas, Welzijn Teylingen en Welzijn Noordwijk) en de hulp bij huishouden aanbieders. Daarnaast heeft de ISD informatie opgehaald bij Gemeente Den Haag, om te leren van ervaringen buiten onze regio op dit gebied. De input die uit al deze overleggen is gekomen is verwerkt in deze notitie. Nu is het moment om te komen met een “menukaart” in de vorm van formele voorstellen die aan de raden aangeboden moet worden en waarbij de raad keuzes kan maken. De notitie is opgebouwd uit de verschillende onderdelen die onder de Wmo vallen: Hulp bij het Huishouden (HbH), begeleiding, vervoer, woningaanpassingen en hulpmiddelen. De voorstellen staan in volgorde van impact.
Het eerste voorstel is het meest ingrijpend (en heeft ook de grootste financiële consequenties) en het laatste voorstel is het minst ingrijpend (en heeft ook de kleinste financiële consequenties). Bij de voorstellen waar dit mogelijk is, is een financiële doorrekening gemaakt. Hierbij moet opgemerkt worden dat bij een groot aantal voorgestelde maatregelen verwacht mag worden dat er minder beroep op de Wmo wordt gedaan. Het is op dit moment niet te voorspellen welke impact dit heeft op het aantal aanvragen en de financiën. Daarnaast is per voorstel aangegeven per wanneer het ingevoerd kan worden. Sommige voorstellen kunnen in (de loop van) 2023 worden ingevoerd en andere pas per 2024. Tot slot is per voorstel aangegeven in welke fase van uitvoering dit voorstel zit. Voorstellen die reeds door de ISD zijn doorgevoerd zijn blauw gemarkeerd. Deze voorstellen passen binnen het huidige beleid en de huidige wetgeving. Voorstellen die de ISD voornemens is om door te voeren zijn groen gemarkeerd. Deze voorstellen passen ook binnen het huidig beleid en huidige wetgeving. Daarnaast zijn er voorstellen die de ISD kan uitvoeren met besluitvorming van het dagelijks bestuur, maar die bij inwoners tot discussies kunnen leiden. Het implementeren van deze voorstellen vereist politieke steun. Deze voorstellen zijn gemarkeerd in de kleur oranje.
De opties die in het rood zijn gemarkeerd zijn wettelijk niet toegestaan, maar kunnen wel leiden tot kostenbeheersing. Bovendien dragen deze voorstellen bij aan de maatschappelijke discussie. Voor de implementatie van deze voorstellen is besluitvorming van de raden vereist.
Kanttekening: in deze notitie wordt niet ingegaan op het verder ontwikkelen van algemene voorzieningen. Dit zal in een aparte notitie aan de orde komen.
• • • •
Blauw = al ingezet Groen = doen Oranje = besluitvorming ligt bij dagelijks bestuur, geeft wel discussie Rood = wettelijk niet toegestaan, besluit vanuit raden nodig
Inkomensafhankelijke eigen bijdrage (invoering per 2023) De huidige maximale eigen bijdrage voor een Wmo voorziening is maximaal € 19,- per maand ongeacht het inkomen en het aantal voorzieningen dat iemand heeft. Uitzonderingen daargelaten zoals een rolstoel. Er ligt nu een wetsvoorstel om de eigen bijdrage voor de HbH inkomensafhankelijk te maken. Voor de invoering van het abonnementstarief van € 19,- per maand was dat ook het geval en kon die bijdrage fors
oplopen. Voornemen is om 2025 weer de eigen bijdrage inkomensafhankelijk te maken. Dit betekent dat we nog twee jaar moeten overbruggen en steeds vaker de discussie speelt om als gemeente eerder al de HbH inkomensafhankelijk te maken. Ondertussen heeft Staatssecretaris Van Ooijen (VWS) de Kamer een brief gestuurd met het voorstel voor klanten met een inkomen boven 185% (= € 42.944,- bruto per jaar) van het sociaal minimum, waarbij de bijdrage geleidelijk stijgt naarmate het inkomen hoger wordt, met een maximale eigen bijdrage van € 255,- per maand. Als dit voorstel doorgaat betekent dit dat de eigen bijdrage bij een hoger inkomen niet zo extreem is als jaren terug. Toen betaalde een klant een oplopende eigen bijdrage afhankelijk van het inkomen, zonder maximum. De effecten zijn per 2025 minder groot dan voorheen dus het geval was. Met andere woorden zullen de dan te ontvangen eigen bijdragen minder hoog zijn dan voor de invoering van het huidige abonnementstarief. Een optie is om niet te wachten tot 2025 om de eigen bijdrage inkomensafhankelijk te maken maar al eerder. Juridisch gezien mag dit niet. Daarnaast is nog te vraag hoe om te gaan met de cumulatieve zorgvraag. Als u voor deze optie kiest, is ons advies om eerst een inkomensafhankelijke eigen bijdrage in te voeren bij de Hulp bij het Huishouden.
Op dit onderdeel valt de grootste “besparing” te behalen omdat het de grootste kostenpost is binnen de Wmo. Daarnaast zijn er al meerdere gemeenten die een inkomensafhankelijke eigen bijdrage hebben ingevoerd. Staatssecretaris van Ooijen (VWS) ziet geen reden om in te grijpen bij deze gemeenten. In een later stadium kan eventueel ook voor de andere Wmovoorzieningen een inkomensafhankelijke bijdrage worden ingevoerd. Omdat wij niet beschikken over belastinggegevens van onze inwoners, zal de berekening van de eigen bijdrage op een andere manier moeten plaatsvinden. Ons advies is om een inkomensgrens aan te houden. Wanneer een inwoner meer verdient dan dit inkomen, dan wordt deze inwoner geacht de voorziening zelf te betalen. We zien drie mogelijke hoogtes voor een inkomensgrens (gebaseerd op cijfers 2022): • • •
vanaf 2x modaal inkomen (€74.064 jaarinkomen) vanaf 1,5 modaal inkomen (€55.548 jaarinkomen) 2x de bijstandsnorm (€29.113)
Daarnaast kan bij elke optie nog rekening gehouden worden met een vermogensgrens. Ons advies is om de vermogensgrens van de WLZ over te nemen. Dat is € 30.360 in 2022. Qua inkomen is het advies om bij het inkomen te kiezen voor 1,5 modaal inkomen. Financiële doorrekening Over 2022 verwachten we van het CAK aan eigen bijdrage te ontvangen: Hillegom Lisse Noordwijk Teylingen
€ € € €
150.000,170.000,260.000,200.000,-
De eigen bijdrage is nu € 19,- per maand en wordt boven 185% maximaal € 355 per maand. Het is lastig om in de schatten wat dat betekent voor de ontvangsten van de ISD. Het is niet bekend hoeven klanten boven deze grens zitten. Bovendien zullen ook niet alle voorzieningen het maximale bedrag te boven gaan. Een voorzichtige voorspelling is een verdubbeling van de ontvangen eigen bijdrage. De vraag is dan ook of er een korting op het budget komt, omdat de compensatie voor het wegvallen van de eigen bijdrage vervalt. Hulp bij Huishouden Voorstel 1: Eigen bijdrage eerder dan 2025 inkomensafhankelijk maken (invoering per 2023) Een optie is om niet te wachten tot 2025 om de eigen bijdrage inkomensafhankelijk te maken maar al eerder. Er zijn al meerdere gemeenten die een inkomensafhankelijke eigen bijdrage hebben ingevoerd.
Staatssecretaris van Ooijen (VWS) ziet geen reden om in te grijpen bij deze gemeenten. In de inleiding staan de voorwaarden van deze optie. In de afbeelding hieronder is duidelijk te zien dat de kosten afgelopen jaren alleen maar zijn toegenomen.
Voorstel 2: HbH Light (invoering per 2023) Een HbH light optie betekent dat inwoners minder keer per maand hulp bij het huishouden krijgen. In de huidige raamovereenkomsten met de zorgaanbieders is afgesproken dat zij maandelijks een schoon en leefbaar huis moeten opleveren, waarvoor zij maandelijks een vast bedrag krijgen. Dit bedrag is gebaseerd op gemiddeld 10 uur HbH per maand. Mede vanwege de huidige personeelskrapte is het steeds minder vaak mogelijk om aan deze afspraken te voldoen en dit was voor ons reden om onderzoek te doen of volstaan kan worden met minder hulp per maand. Uiteraard daarom ook met een bijpassend lager maandtarief. Uit signalen van onze aanbieders is gebleken dat veel klanten ook tevreden zouden zijn als een hulp twee keer per maand langs komt in plaats van elke week. De ISD heeft dit verder uitgezocht en voor 7 op de 10 klanten bleek dit het geval. Uiteraard blijft maatwerk hierbij het uitgangspunt. Aan de voorkant wordt tijdens de indicatie bepaald bij welke groep mensen deze Lightvariant wel of niet haalbaar is. Ophogen kan later altijd nog mocht dit nodig zijn. Deze optie komt ook tegemoet aan het huidige probleem van krapte op de arbeidsmarkt. Zorgaanbieders kunnen hierdoor ook meer inwoners helpen. Begin 2023 wordt de pilot HbH Light ingevoerd. Er komt een apart tarief dat 60% van het huidige tarief bedraagt.
Als blijkt dat de pilot succesvol is kan deze variant in de contracten per 2024 opgenomen worden. Dit kan uiteindelijk veel financieel voordeel opleveren. Als de helft overgaat naar HbH Light en we betalen 40% minder, betekent het dat we jaarlijks de hieronder genoemde bedragen minder hoeven uit te geven: Hillegom Lisse Noordwijk Teylingen
€ € € €
360.000 400.000 680.000 480.000
Voorstel 3: Schoonmaakbedrijven (invoering per 2024) De tarieven van schoonmaakbedrijven liggen enkele euro’s lager dan de tarieven van de huidige aanbieders. Dit komt doordat ze beide een andere cao hebben met andere afspraken. Schoonmaakbedrijven kunnen naar onzes inziens ingezet worden voor twee doelgroepen. Ten eerste is er een groep die alleen hulp nodig heeft om het huis schoon te krijgen. Deze groep is zelfstandig en heeft geen hoogopgeleide professional nodig die het hulp bij het huishouden op zich neemt. Denk hierbij aan een inwoner die door een ongeluk in een rolstoel zit maar verder goed functioneert. Deze persoon is capabel om in de gaten te houden of bijvoorbeeld bepaalde levensmiddelen nog goed zijn. Daar heeft hij geen hulp bij nodig. In deze gevallen volstaat een schoonmaakbedrijf meer dan voldoende. Daarnaast is er een groep die naast het schoonmaken wel een signalerende functie nodig heeft. Deze groep mensen hebben vaak meerdere hulporganisaties over de vloer. Hierbij kan gedacht worden aan een thuiszorgorganisatie of andere service. Omdat er al andere partijen zijn die de benodigde signalerende functie uitoefenen, is dit voor de HbH niet nodig. Tot slot blijft er dan nog een groep over die alleen hulp bij het huishouden heeft maar waar het wel goed zou zijn als iemand langs komt die ook een signalerende rol kan vervullen.
Wanneer besloten wordt om te gaan werken met schoonmaakbedrijven kan voor deze groep ofwel samen worden gewerkt met de welzijnsorganisaties waar iemand elke week langs kan komen voor de signalerende rol of we gaan voor deze mensen door met de huidige aanbieders met signalerende rol. Maatwerk blijft hierbij voorop staan. Bij de indicatie met de klant wordt gekeken naar wat een klant nodig heeft. Uitgangspunt blijft maatwerk. Elk schoonmaakbedrijf hanteert zijn eigen tarieven. De tarieven liggen allemaal lager dan het reële tarief voor de HbH. De grote schoonmaakbedrijven hebben hogere tarieven dan de kleinere schoonmaakbedrijven. Als we uitgaan van € 5 per uur minder kosten voor de helft van de klanten, levert dat op: Hillegom Lisse Noordwijk Teylingen
€ € € €
150.000 160.000 270.000 200.000
De besparingen van de verschillende onderdelen is niet cumulerend. Voorstel 4: terug naar p x q (invoering per 2024) Door de krapte op de arbeidsmarkt wordt de zorg niet altijd geleverd. Bij voldoende personeel is schoon en leefbaar een mooi concept omdat de zorgaanbieder gepaste zorg kan leveren aan klanten. Bij schoon en leefbaar gaat het om een vast gemiddeld bedrag en om resultaten. Bij p x q kunnen zorgaanbieders alleen de daadwerkelijk geleverde zorg declareren. P x q betekent dat de totale kosten berekend worden aan de hand van het aantal uur (q) keer de prijs per uur (p). Op dit moment hebben we in de gemeenten Teylingen, Lisse en Noordwijk Schoon en Leefbaar en in Hillegom p x q. Juridisch gezien is p x q de betere optie omdat een klant recht heeft om te weten hoeveel uren zorg hij of zij krijgt. Als we naar p x q overstappen kan dit op twee manieren. De eerste manier is om zowel bestaande als nieuwe klanten over te laten gaan naar p x q. Dit brengt veel werk met zich mee omdat iedere klant een herindicatie krijgt. De tweede optie is om een sterfhuisconstructie te hanteren. Waarbij bij nieuwe klanten en bij herindicaties over wordt gegaan op p x q. Voor de besparing kunnen we op dit moment alleen een grove inschatting maken: Hillegom Lisse Noordwijk
nihil* € 200.000 € 300.000
Teylingen € 250.000 * In Hillegom wordt al jaren gewerkt met p x q dus zal invoering niet dezelfde besparing opleveren als in de andere gemeenten. Voorstel 5: werken in percelen (invoering per 2023) De ISD heeft met 15 zorgaanbieders voor de HbH een contract en inwoners kunnen zelf een keuze maken welke zorgaanbieder hun voorkeur heeft. Optie is om inwoners minder keuzevrijheid te geven. De zorgaanbieders van de HbH hebben voorgesteld om in percelen te werken. Door het werken met percelen kunnen de hulpen efficiënter ingezet worden en scheelt dat ook reistijd. Wanneer een zorgaanbieder in één gemeente werkt, kunnen er daardoor ook meer klanten op 1 dag worden geholpen. Dit levert weliswaar niet een direct meetbare besparing op, maar zal zeker leiden tot betere en meer continue zorg aan onze inwoners. Voorstel 6: minder zorgaanbieders (invoering per 2024) Door het reduceren van het aantal zorgaanbieders kan er beter worden gemonitord op kwaliteit en wordt de kans op fraude verkleind. Daarom is het voorstel om met minder zorgaanbieders een contract af te sluiten. Ook hier geldt dat dit weliswaar niet (direct) leidt tot lagere kosten, maar wel een betere (en controleerbaardere) kwaliteit. Voorstel 7: zorg in nature boven pgb (invoering per 2023) In de wet is opgenomen dat de klant keuzevrijheid heeft bij het kiezen voor Zorg in Natura (ZIN) of een PersoonsGebonden Budget (PGB).
Voorwaarde bij een PGB is wel dat men onder andere “PGB-vaardig” moet zijn. Bij HbH moet de vraag worden gesteld waarom mensen perse een PGB willen hebben, want het gaat primair om het schoonhouden van een huis. Daarnaast is uit de (landelijke en lokale) praktijk gebleken dat en PGB HbH fraudegevoelig is en sommige inwoners het verkregen geld op een onrechtmatige wijze uitgeven aan een ander doel dan waarvoor het is verstrekt. Ook zijn er tegenwoordig speciale bedrijfjes die mensen aansturen en helpen om een pgb aan te vragen. Het op zichzelf niet verkeerd dat er mensen zijn die helpen bij het proces, maar voor deze bedrijfjes staat het belang van de klant niet voorop maar de financiële winst. Een ander voorbeeld is dat er in het verleden weleens een aanbieder geweest is, die naast de normale taken ook extra administratieve taken deed, wetende dat dit niet mag. Zij nemen dan met een omweg het budgetbeheer over door eerst een rechtmatig budgetbeheerder door te geven aan het SVB om dit vervolgens over te nemen. Tot slot zijn er PGB-aanbieders die meer taken uitvoeren dan onze ZIN-aanbieders. Zij lappen bijvoorbeeld wel de ramen of laten de honden uit. Hierdoor worden zij aantrekkelijker voor de klanten en lokken de klanten zo naar hen toe. Oplossing hiervan kan zijn om betere en stevigere doelen te formuleren en hierop blijven sturen en bijsturen.
Het voorstel is dan ook om alleen in uitzonderlijke gevallen en na een zeer gedegen onderzoek een PGB toe te kennen. Ook dit voorstel zal leiden tot meer kwaliteit en rechtmatigheid van de uitgaven PGB HbH. Dit voorstel is deels oranje en deels rood gemarkeerd. Deels rood omdat wanneer gekozen wordt om geen PGB’s meer toe te passen, maar alleen nog maar ZIN toe te kennen, deze optie tegen de wet in gaat. Deels oranje omdat er ook gekozen kan worden voor een minder harde scheidingslijn. Hierbij wordt er nog strenger getoetst op aanvragen voor een PGB. ZIN heeft dan wel de voorkeur maar is niet de enige mogelijkheid. Omdat keuzevrijheid nu het uitgangspunt is kan dit voorstel voor een maatschappelijke discussie zorgen.
Begeleiding (individuele begeleiding + dagbesteding) Voorstel 1: inkomensafhankelijke eigen bijdrage (invoering per 2023) Het wetsvoorstel dat er ligt gaat alleen over de hulp bij het huishouden en niet over begeleiding. Een optie is om, indien gewenst, hier ook een inkomensafhankelijke eigen bijdrage te hanteren. De manier waarop dit ingevoerd kan worden staat in de inleiding van deze notitie beschreven. Voorstel 2: minder zorgaanbieders (invoering per 2023) Om inwoners maximale keuzevrijheid te geven hebben we voor dagbesteding en begeleiding een bestuurlijke aanbesteding. We hebben momenteel met 87 zorgaanbieders een contract die dagbesteding en/of begeleiding aanbieden. Hierdoor hebben we ook meerdere aanbieders die hetzelfde aanbieden, zoals bijvoorbeeld paardrijlessen bij zorgboerderijen. Doordat klanten zelf mogen kiezen naar welke dagbesteding ze gaan, kan het voorkomen dat inwoner uit Hillegom naar een dagbesteding gaat in Noordwijk. Dit brengt hogere vervoerskosten met zich mee, dan wanneer een inwoner naar een dagbesteding gaat in eigen dorp. Om de kosten te beperken kan een optie zijn om minder zorgaanbieders te contracteren. Daarnaast kunnen we dagbesteding in de eigen woonplaats verplichten.
Met minder zorgaanbieders een contract betekent dat de ISD de kwaliteit verder kan verbeteren, dat bepaalde kosten zoals reiskosten dalen en dat de contracten/uitvoering meer beheersbaar worden. Maatwerk blijft voorop staan. Er zijn natuurlijk uitzonderingen zoals bijvoorbeeld Marente in Sassenheim, dat is een locatie specifiek voor jong dementerenden. Nu kan iedere zorgaanbieder die voldoet aan de eisen zich inschrijven. De ISD vindt dat het aanbod voldoende moet zijn, maar dat dit mogelijk met aanzienlijk minder zorgaanbieders ook mogelijk is. Klanten hebben soms moeite om afstand te doen van de dagbesteding omdat ze het naar hun zin hebben en willen er daardoor zelf voor blijven ‘kiezen’ om de indicatie te verlengen of in stand te houden. In deze is het dus keuzevrijheid op een andere manier. Klanten hebben het vaak erg naar hun zin op de dagbesteding en er ontstaan hechte relaties. Teruggaan naar de werkvloer is voor deze mensen daardoor een grote stap. Hierdoor worden onderzoeken belemmerd en zolang er een indicatie is voor (arbeidsmatige) dagbesteding kunnen de PW medewerkers hier niet zoveel tegenin brengen. Om geld te besparen zal de toegang voor dagbesteding strenger moeten zijn en de voorwaarden strenger worden nageleefd.
Voorstel 3: Zorg in Natura boven PGB (invoering per 2023) Het kiezen van een PGB past bij het hanteren van maximale keuzevrijheid. In de praktijk zien we dat veel mensen uiteindelijk niet goed PGB-vaardig zijn. Niet iedereen is zich bewust van de voorwaarden en is PGB-vaardig. De ISD ziet ook dat zorgaanbieders de financiën doen van een PGB-houder, maar dat mag helemaal niet. Daarnaast is een PGB ook fraudegevoeliger. Een voorbeeld van een fraudegevoelige situatie is dat een zorgaanbieder zich voor doet als professionele dagbesteding. Hiermee lokken zijn klanten. Zij laten mensen dan starten bij de dagbesteding en laten deze klanten een aanvraag bij de gemeenten indienen op het moment dat ze gewend zijn aan de dagbesteding. De klant is niet meer te bewegen richting een ZIN-aanbieder. Deze dagbesteding is vaak niet gericht op mensen met dementie, maar ze vangen ze toch op. De vraag is of de klant hierbij wel geholpen is. Ons voorstel is om nog strenger te kijken naar het toekennen van een PGB en Zorg in Natura als uitgangspunt te nemen, tenzij een PGB echt beter past bij een klant. Bij Zorg in natura kan de ISD een betere kwaliteitsslag maken en is fraude een minder risico dan bij een PGB. Zoals hierboven al is gezegd, betekent dit voorstel vooral een kwaliteitsslag en beperking van onrechtmatig handelen.
Dit voorstel is deels oranje en deels rood gemarkeerd. Deels rood omdat wanneer gekozen wordt om geen PGB’s meer toe te passen, maar alleen nog maar ZIN toe te kennen, deze optie tegen de wet in gaat. Deels oranje omdat er ook gekozen kan worden voor een minder harde scheidingslijn. Hierbij wordt er nog strenger getoetst op aanvragen voor een PGB. ZIN heeft dan wel de voorkeur maar is niet de enige mogelijkheid. Omdat keuzevrijheid nu het uitgangspunt is kan dit voorstel voor een maatschappelijke discussie zorgen. Voorstel 4: Doelen bij PGB (invoering per 2023) De ISD stelt voor om bij de PGB’s vooraf doelen goed te beschrijven en wat als die doelen na een jaar nog niet bereikt zijn. Of dat bepaalde mogelijkheden (bijvoorbeeld weekend weg van het pgb en hoe vaak) ook beschreven staan. Bij PGB’s is het goed beschrijven van de doelen, het indienen van een zorgplan en de controle daarop belangrijk. Praktijk leert ook dat niet iedereen dat kan en dat er ook ‘zorgcowboys’ zijn die misbruik maken van kwetsbare burgers. Daarom is controle belangrijk. Ook als bij een PGB sprake is van een forse onderuitputting is het belangrijk dat helder is waarom het PGB niet is uitgegeven. Is het PGB te hoog, is de noodzakelijke zorg wel geleverd en zijn de doelen wel gehaald.
In de praktijk geeft de ISD bij begeleiding vaak een tijdelijke indicatie en na een paar maanden kijkt de ISD of de doelen gehaald worden/bijgesteld moeten worden. Er zijn altijd checkmomenten nodig. De ISD vindt dat een PGB een groot goed is en dat het belangrijk is om die optie te houden. De ISD kan dit voorstel ook uitbreiden voor de Jeugd PGB’s om te zorgen dat de doelstellingen gewaarborgd worden en het PGB op de juiste wijze manier wordt besteed. Vervoer Voorstel 1: inkomensafhankelijke eigen bijdrage tegemoetkoming meerkosten personen met een beperking of chronische problemen (invoering per 2023) Mensen met een beperking of chronische problemen kunnen een tegemoetkoming krijgen voor bijvoorbeeld vervoerskosten of het logeerbaar maken van de woning. Jaarlijks worden de vergoedingen voor de tegemoetkoming meerkosten personen met een beperking of chronische problemen geïndexeerd. Voor de tegemoetkomingen hoeven inwoners geen eigen bijdrage te betalen. Een optie is om wel een inkomensafhankelijke eigen bijdrage in te voeren. De manier waarop dit ingevoerd kan worden staat in de inleiding van deze notitie beschreven. Voorstel 2: scootmobiel algemeen gebruikelijk (invoering per 2023) Door het hele leven heen worden kosten gemaakt. Krijg je kinderen? Dan koop je een kinderwagen. Leer je fietsen? Dan koop je een fiets.
Haal je rijbewijs? Dan koop je hoogstwaarschijnlijk een auto. Word je ouder? Grote kans dat je slecht ter been raakt en niet meer kan autorijden en graag een scootmobiel wilt om je te verplaatsen. De kinderwagen, fiets en auto koop je allemaal zelf. Waarom zouden we dan wel als gemeente een scootmobiel vergoeden? Is dit niet iets waar iemand rekening mee kan houden en geld opzijzetten? Wij denken van wel en daarom is ons voorstel om een scootmobiel algemeen gebruikelijk te maken. Door de scootmobiel algemeen gebruikelijk te maken zal de klant hier zelf de kosten voor moeten dragen, net als bijvoorbeeld bij een elektrische fiets of een ander actief vervoersmiddel. Scootmobielen zijn immers tegen een redelijke prijs voor iedereen beschikbaar en verkrijgbaar. Gebruik van een passieve vervoersvoorzienig kan ook anti-revaliderend werken: hierdoor kunnen de beperkingen van de inwoner alleen maar toenemen en zal hij wellicht in de toekomst nog meer voorzieningen nodig hebben. Hieraan zouden we wel uitzonderingen kunnen maken. Als iemand bijvoorbeeld al op jonge leeftijd een scootmobiel nodig heeft. Een andere optie kan zijn om een eigen bijdrage te vragen net als de hulp bij huishouden. Wettelijk gezien is dit niet toegestaan, maar kan net het zetje zijn die nodig is om de aanvrager na te laten denken over de medische noodzaak en alternatieven, zoals een actief vervoersmiddel.
Een voorwaarde die wij stellen bij de verstrekking van een vervoersvoorziening is dat er voor de klant een bereikbare, toegankelijke en bruikbare stallingmogelijkheid is. Alle voorzieningen die wij verstrekken, moeten tegen weersinvloeden worden beschermd. Wij verstrekken volgens het huidige beleid, indien noodzakelijk, scootmobielboxen. ISD Bollenstreek heeft ook gesproken met de Gemeente Den Haag over beheersing van de zorguitgaven. Met oog hierop worden daar nog enkel scootmobielhoezen verstrekt. Het voorstel is om dit ook door te voeren binnen onze gemeenten. Hiermee kan er nog altijd worden voldaan aan de voorwaarde. Het algemeen gebruikelijk maken van de scootmobiel bespaart naar schatting: Hillegom Lisse Noordwijk Teylingen
€ 100.000 € 80.000 € 200.000 € 100.000
Voorstel 3: besparingsbijdrage (invoering per 2023) Een besparingsbijdrage is een door de aanvrager te betalen bijdrage, gelijk aan het bedrag dat ten gevolge van de verstrekking van een voorziening door de aanvrager wordt bespaard omdat deze verstrekte voorziening een algemeen gebruikelijke voorziening vervangt of kan vervangen. Iemand verkoopt bijvoorbeeld zijn auto en vraagt daarna een scootmobiel aan. De opbrengsten van de auto kan de klant als eigen bijdrage betalen voor de scootmobiel. Ondanks dat het juridisch niet mag is het een optie om deze besparingsbijdrage weer in te voeren. Voorstel 4: scootmobiel 6 km/uur Een klant kan op twee manieren een scootmobiel krijgen. Ten eerste heeft de ISD (prijs)afspraken met leveranciers waarbij een scootmobiel op huurbasis wordt verstrekt aan de klant. De ISD betaald maandelijks de huur voor de klant. Ten tweede kan een klant zelf een scootmobiel aanschaffen met behulp van een PGB. De scootmobielen die de leveranciers verhuren gaan allemaal minimaal 12 km/uur. Voor het PGB-budget wordt ook rekening gehouden met scootmobielen die minimaal 12 km/uur kunnen. In het dagelijks bestuur is gevraagd of het mogelijk is om voortaan alleen scootmobielen te verstrekken die maximaal 6 km/uur kunnen. Uit jurisprudentie blijkt dat een scootmobiel die minimaal 8 km/uur kan afleggen in principe voldoende is.
Juridisch gezien kan de ISD vanaf nu dus alleen scootmobielen verstrekken die maximaal 8 km/uur gaan. Als een klant sneller wil reizen kan die het verschil zelf bijleggen. Wanneer gekozen wordt voor een scootmobiel die niet harder kan dan 6 km/uur wordt hierin tegen de wet gehandeld en is de vraag of deze maatregel overeind blijft als inwoners in bezwaar gaan. Dit is dus een politieke keuze die gemaakt moet worden. Bij invoering van dit voorstel blijft maatwerk wel altijd mogelijk. Voorstel 5: incidentele rolstoelen (invoering per 2023) Momenteel worden incidentele rolstoelen verstrekt als maatwerk voorziening. Er zijn gemeenten die dit als een algemene gebruikelijk voorziening zien. Inwoners die incidenteel een rolstoel nodig hebben kunnen deze (tijdelijk) huren. Welke daadwerkelijk zijn bedoeld voor incidenteel gebruik, bijvoorbeeld 1x per 2 weken of 1x per maand. Daarnaast zijn er bij veel gelegenheden, zoals bijvoorbeeld een pretpark of dierenwinkel mogelijkheden om een rolstoel te lenen. Het voorstel is dus om incidentele rolstoelen algemeen gebruikelijk te maken. De gemiddelde huurkosten van zo’n rolstoel zijn € 800,00 per jaar.
Woningaanpassingen: Voorstel 1: inkomensafhankelijke eigen bijdrage (invoering per 2023) Woningaanpassingen kosten vaak veel geld. Met uitspraken van de Centrale Raad is het advies om in de beoordeling van een voorziening mee te nemen dat een voorziening financieel gedragen moet kunnen worden met een inkomen op minimumniveau, ongeacht of de aanvrager zelf een minimuminkomen heeft. Om de kosten beheersbaar te houden en alleen mee te betalen bij mensen die het echt niet zelf kunnen betalen is hier ook weer de optie om een inkomensafhankelijke eigen bijdrage in te voeren. De manier waarop dit ingevoerd kan worden staat in de inleiding van deze notitie beschreven. Voorstel 2: voorzienbaarheid als uitgangspunt (invoering per 2023) Woningaanpassingen zijn soms nodig om de inwoner langer thuis te laten wonen. Hiervoor kan een beroep worden gedaan op de Wmo. De aanvragen die ISD hiervoor ontvangt zijn zeer divers. Een vraag die veelal voorkomt bij oudere klanten zijn voor het plaatsen van een inloopdouche in plaats van het al bestaande ligbad. Bij het plaatsen van een inloopdouche of andere woningaanpassingen zouden we graag de voorzienbaarheid als uitgangspunt willen nemen. Zo kan je van een 80-jarige klant met een ligbad van 30 jaar oud verwachten dat hij of zij zich voorbereid op mogelijke lichamelijke mankementen in de toekomst.
Juridisch gezien mag dit niet, maar de kosten lopen enorm op en inwoners moeten ook hun eigen verantwoordelijkheid hierin nemen. Tenzij er sprake is van een acuut probleem en de klant door plotseling ontstane medische problematiek aantoonbaar afhankelijk is geworden van een voorziening. Voorstel 3: wooncomplexen en nieuwbouwwoningen verantwoordelijk houden voor levensloopbestendigheid (invoering per 2023) De Bollenstreek heeft een breed aanbod aan wooncomplexen die uitsluitend zijn bestemd voor senioren. Desondanks zijn de woningen hier vaak niet op ingericht. Hierdoor ontvangt ISD regelmatig aanvragen voor woningaanpassingen, waaronder drempelhulpen en deuropeners. De Wmo is bedoeld voor individuele maatwerkvoorzieningen, waardoor er vaak meerdere aanvragen worden gedaan voor één woningcomplex. Daarnaast worden er vandaag de dag nog steeds nieuwbouwwoningen opgeleverd die niet levensloopbestendig zijn met o.a. een laag toilet, douchebak, drempels en het ontbreken van automatische deurdrangers/schuifdeuren. Ons voorstel is om geen woningaanpassingen toe te kennen bij seniorencomplexen of instellingen gericht op ouderen en deze projectontwikkelaar/woningcorporaties/Verenigingen van eigenaren zelf verantwoordelijk te houden voor het levensloopbestendig maken, zoals passend is bij de doelgroep. Hier kan uiteraard een middenweg in worden gevonden.
Een gedeelde verantwoordelijkheid waarbij de Wmo enkele voorzieningen verstrekt in de gemeenschappelijke ruimtes. Voorstel 4: zelf betalen voor een luxer product (invoering per 2023) Het uitgangspunt van het verstrekken van een Wmo-voorziening is ‘het meest goedkoop adequaat’. Dit houdt in dat de meest goedkope tegel wordt geplaatst bij aanpassing van de badkamer. Klanten vallen hier vaak over en zouden graag zien dat dezelfde tegel wordt teruggeplaatst op kosten van de Wmo. Daarnaast kan er in overleg de tegel (of andere afwerking bij woningaanpassing) naar voorkeur worden geplaatst, maar komen de meerkosten voor rekening van de klant.
Hulpmiddelen Voorstel 1: Inkomensafhankelijke eigen bijdrage (invoering per 2023) Ook voor hulpmiddelen is het niet toegestaan om een inkomensafhankelijke eigen bijdrage te hanteren. Ook hier is de optie om het in te voeren. De manier waarop dit ingevoerd kan worden staat in de inleiding van deze notitie beschreven. Voorstel 2: geen vergoeding bij eigen aanschaf (invoering per 2023) Steeds vaker schaft de klant zelf zijn of haar hulpmiddel aan, om vervolgens maanden later de factuur bij de ISD te presenteren met de vraag voor compensatie. Hierdoor blijkt dat de klant zelf financieel in staat is om het desbetreffende hulpmiddel zelf aan te schaffen. Zo zijn er klanten die een scootmobiel aanschaffen of een traplift en de factuur later indienen bij de ISD. Met de steeds hogere druk op de zorgkosten kan je je dan afvragen of een tegemoetkoming in de kosten daadwerkelijk nodig is. Uit wetgeving blijkt dat als de noodzaak achteraf wordt vastgesteld de kosten toch moeten worden vergoed. Voorstel zou zijn om zelf aangeschafte hulpmiddelen niet te compenseren vanuit de Wmo. Is de voorziening gewoon gekocht omdat iemand geen zin/tijd had om te wachten op het besluit van de ISD (omdat het nu mooi weer is en de klant al graag wilde fietsen of scootmobielen of zelf heeft besloten om een traplift te kopen), dan kun je er vanuit gaan dat de klant de middelen heeft gehad om te voorzien.
Bij het doen van de melding is er dan eigenlijk geen hulpvraag meer en is het slechts een financiële kwestie. Als iemand in de financiële problemen is gekomen en vooraf niet afwist van de regeling, dan kun je hierin een uitzondering maken. Een andere uitzondering die gemaakt kan worden, is als er sprake is van een acuut probleem en de klant door plotseling ontstane medische problematiek aantoonbaar afhankelijk is geworden van een voorziening. Iemand is bijvoorbeeld opgenomen in een ziekenhuis, revalidatie- of brug-afdeling en die persoon moet door een beddentekort versneld naar huis dan kan er in overleg met ergotherapeut, verpleegkundige of arts voorafgaande aan het onderzoek een besluit genomen kunnen worden voor het verstrekken van een voorziening. Je kunt dan achteraf de noodzaak vaststellen, maar vooraf is er wel overleg geweest en wordt er vooraf een aantekening gemaakt op het meldingsformulier. Voorstel 3: alleen aankopen wanneer huurprijs de kostprijs overstijgt (invoering per 2023) Het aanbod aan hulpmiddelen wordt steeds groter. De ISD Bollenstreek houdt de ontwikkelingen binnen de zorg nauw in de gaten en maakt daar beleid op. Een goed voorbeeld hiervan is de toenemende vraag voor een nieuw product: de cloudcuddle, een bedtent die op ieder 1-persoonsbed past.
Dit hulpmiddel zorgt ervoor dat het kind veilig kan slapen, zonder dat hij of zij uit het bed kan vallen en zichzelf kan verwonden. Voor de aanschaf van een cloudcuddle dient men een offerte te doen en gemiddeld is de aanschafsprijs 1000 euro. De huurprijs is 85 euro per week. Het hulpmiddel wordt vooral gebruikt voor logeerweekenden of vakanties en is dus voor incidenteel gebruik. Dit betekent dat het pas een financieel een meerwaarde heeft om de cloudcuddle aan te schaffen wanneer er meer dan 11 weken per jaar gebruik van wordt gemaakt. De gemiddelde inwoner heeft 4 tot 6 weken per jaar vakantie, dus de kans is groot dat het hulpmiddel niet in zo frequent wordt gebruikt. Voorstel zou zijn om voor alle hulpmiddelen te besluiten om alleen aan te kopen wanneer de huurprijs de kostprijs overstijgt, dit kan per situatie verschillend zijn en wordt per situatie beoordeeld. Voorstel 4: meer algemeen gebruikelijke voorzieningen (invoering per 2023) Veel kleine voorzieningen, zoals een deuropener en een drempelhulp, zijn bij de meeste bouwmarkten voor een kleine prijs aan te schaffen. Voorstel is om de voorzieningen die in de bouwmarkt te koop zijn niet meer als maatwerkvoorziening te verstrekken. Bij deze relatief goedkope hulpmiddelen gaat het met name om: deuropeners, drempelhulpen, douchekrukken en wandbeugels.
Hoewel de stuksprijs van deze producten weliswaar niet extreem is, worden er jaarlijks vele voorzieningen vergoed, waardoor de totale
besparing toch behoorlijk is. Voorstel 5: zelf betalen voor een luxer product (invoering per 2023) Steeds vaker komen er luxere producten op de markt. Hierbij kan gedacht worden aan een elektrische driewielfiets. Klanten verwachten ook steeds meer dat zij de mooiste en duurste voorziening zullen krijgen. Een simpel vervoersmiddel helpt vaak al om een inwoner meer zelfredzaam te krijgen. Een driewielfiets zonder elektrische aandrijving is een stuk goedkoper dan met elektrische aandrijving. Ook een scootmobiel bestaat uit simpele varianten of hele dure luxe varianten. Voorstel is om alleen nog maar basisvoorzieningen te verstrekken. Wanneer een klant een luxere of uitgebreide voorziening wilt, betaalt hij zelf het verschil bij.