Nota Parkeernormen 2023 (14-12-2023).pdf
Tekst van het document
Inhoud van de data De resultaten uit de data zijn gebaseerd op niet-openbare microdata van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) aangevuld met onderzoeksgegevens van Goudappel. De data gaan over autobezit, woningvoorraad, type woningen, eigendomssituatie en inkomen. Voor de duidelijkheid wordt vermeld dat CBS-microdata altijd binnen de volledig afgesloten netwerkomgeving van het CBS blijft, en alleen resultaten van bewerkingen/statistische gegevens die niet naar personen te herleiden is, worden geëxporteerd. En om in deze gegevens de laatste mogelijke vorm van onthullingsgevaar naar huishoudens te voorkomen, zijn alle gegevens die
Pagina 28/37
betrekking hebben op minder dan tien huishoudens verwijderd. Ook zijn de aantallen huishoudens afgerond op vijftallen en het gemiddelde aantal auto’s per huishouden is afgerond op 2 decimalen. De gebruikte indeling van gemeente, wijk en buurt is conform de CBS-indeling van 2022. De stedelijkheidsgraad (omgevingsadressendichtheid) van gemeenten, wijken en buurten komt uit ‘Kerncijfers wijken en buurten 2022’. De in de analyse gebruikte gegevens betreffende woningvoorraad, eigendomssituatie en RDW-gegevens hebben betrekking op het jaar 2022. Het ‘bezit’/gebruik van een leaseauto heeft betrekking op het jaar 2021 en is ook inbegrepen in de data. De data over autobezit is exclusief bezoekers en exclusief grijze/buitenlandse kentekens. Onder grijze kentekens vallen voornamelijk bedrijfsauto’s en -busjes die mee naar huis worden genomen. Denk hierbij aan busjes van schilders en timmerlui die de bedrijfsbussen na afloop mee naar huis nemen en voor de deur parkeren. Het aandeel van grijze/buitenlandse kentekens verschilt per buurt. Hiervoor wordt de data opgehoogd met een percentage. Tevens is de data op één decimaal naar boven afgerond om rekening te houden met verschillen tussen individuele woningen en toekomstige ontwikkelingen.
Grijze en buitenlandse kentekens Er zijn auto’s die niet staan geregistreerd bij het CBS. Dit zijn voornamelijk auto’s met een buitenlands kenteken en bedrijfswagens. Voor laatstgenoemde geldt dat deze kentekens meestal beginnen met een B of V. Uit ervaringscijfers van Goudappel blijkt dat het aandeel grijze en buitenlandse kentekens circa 8% is. Deze 8% dient daarom opgeteld te worden bij het autobezit van bewoners zoals blijkt uit de data.
2. Passende parkeernormen in Hillegom, Lisse en Teylingen Bewonersdeel Wanneer naar de data wordt gekeken, blijkt dat het autobezit voor de drie gemeenten met elkaar vergelijkbaar zijn. De parkeernormen zijn daarom ook gebaseerd op de gemiddelden voor deze drie gemeenten samen. Uit de data blijkt tevens dat binnen elke gemeente het autobezit tussen buurten verschilt. Om recht te doen aan deze verschillen is op buurtniveau onderscheid gemaakt naar centrum, overig bebouwde kom en buitengebied. In onderstaande tabel zijn de op basis van lokale data gebaseerde parkeernormen voor het bewonersdeel weergegeven.
Pagina 29/37
wonen
centrum bewoners
overig bewoners
buitengebied
eenheid
bewoners
grondgebonden woningen (m.u.v. sociale huur) - kleiner dan 100 m2 gbo
1,3
1,5
1,6
woning
- 100 tot 125 m2 gbo
1,4
1,6
1,8
woning
- 125 tot 150 m2 gbo
1,6
1,8
2,0
woning
- groter dan 150 m2 gbo
1,8
2,0
2,2
woning
- kleiner dan 100 m2 gbo
1,0
1,1
1,2
woning
- groter dan 100 m gbo
1,2
1,3
1,4
woning
sociale huurwoningen 2
appartementen (m.u.v. sociale huur) - kleiner dan 50 m2 gbo
0,9
1,0
1,1
woning
- 50 tot 75 m2 gbo
1,0
1,1
1,2
woning
- 75 tot 100 m2 gbo
1,1
1,2
1,3
woning
- 100 tot 125 m2 gbo
1,3
1,4
1,6
woning
- groter dan 125 m2 gbo
1,4
1,6
1,8
woning
sociale huurappartementen - kleiner dan 50 m2 gbo
0,5
0,6
0,7
woning
- 50 tot 75 m2 gbo
0,6
0,7
0,9
woning
- groter dan 75 m2 gbo
0,8
0,9
1,0
woning
Tabel A.1: Bewonersdeel parkeernorm (exclusief bezoekers) (in parkeerplaatsen per eenheid)
Bezoekersdeel Waar bij parkeernormen voor het bewonersdeel binnen CROW onderscheid wordt gemaakt in stedelijkheid, locatie binnen een stad en woningtype is dat bij bezoekersparkeren niet het geval. Voor nagenoeg ieder type woning op iedere locatie in Nederland hanteert CROW 0,3 parkeerplaats per woning. Uit onderzoek blijkt dat het toepassen van 0,3 per woning leidt tot een onderbezetting van de parkeercapaciteit in het algemeen. In gebieden zonder betaald parkeren (zoals in de HLT-gemeenten) wordt binnen de literatuur16 een norm van 0,15 aangehouden. Binnen de parkeernormen voor de HLT-gemeenten is dit veiligheidshalve naar boven afgerond tot een bezoekersnorm van 0,2 parkeerplaatsen per woning. De parkeernorm voor woningen is daarbij een opstelling van het bewonersdeel en dit bezoekersdeel.
16 Parkeerkencijfers voor bezoek aan bewoners: de grote onbekende, bijdrage aan CVS-congres (november 2021) en A new perspective on
residential parking policy, TU Delft (augustus 2021).
Pagina 30/37
3. Stationsomgeving Uit onderzoek naar het autobezit in Nederland valt af te leiden dat het autobezit in Nederland in stationsomgevingen lager ligt dan in gebieden zonder station. Hoeveel lager het autobezit ligt is afhankelijk van diverse factoren, zoals de voorzieningen in de buurt en de stedelijke dichtheid. Ook de mate van het openbaar vervoer is een van de invloedsfactoren. Grote stations hebben een grotere impact op het autobezit dan kleinere stations. De impact is groter naarmate het openbaar vervoer sneller is, de frequentie hoger en het aantal bestemmingen toeneemt. Voor Hillegom, Sassenheim en Voorhout is de frequentie (2x per uur in Hillegom en Voorhout en 4x per uur in Sassenheim) en de snelheid (aantal stops met sprinter) beperkt. Hierdoor is het bereik van het openbaar vervoer ook beperkter ten opzichte van bijvoorbeeld het station van Leiden.
Impact per type halte Als het gaat om het invloedsgebied van een openbaar vervoerhalte is de gangbare theorie dat dit gebied groter is, naarmate het openbaar vervoer sneller is, de frequentie hoger en de reis over een grotere afstand gaat. Volgens deze principes maakt men in Nederland in de regel onderscheid naar het invloedsgebied van haltes van de verschillende openbaar vervoermodaliteiten: • bus- en tramhaltes: 400 tot 500 meter; • metrohaltes: 700 tot 1000 meter; • HOV-halte: 1.000 tot 1.300 meter; • treinstations (klein of voorstadstation): 2000 meter; • treinstations (hoofdstations): 5000 meter. In gebieden die binnen het invloedsgebied van een OV-halte liggen wordt het openbaar vervoer vaker gebruikt dan in gebieden die daarbuiten liggen. De impact van een halte op het autobezit geldt echter in een kleiner gebied. Dit blijkt onder andere uit onderzoek naar het autobezit in Haarlem en uit de microdata voor de HLT-gemeenten. Uit deze data blijkt dat het gebied waarbinnen het autobezit lager ligt ongeveer de helft is van het invloedsgebied van de halte. Ook blijkt uit deze data dat de impact dichter bij het station groter is, dan op iets grotere afstand. In onderstaande tabel is het effect van openbaar vervoer op de parkeernorm in de HLT-gemeenten opgenomen. loopafstand tot OV-halte type halte
0-500 meter
500 – 1.000 meter
treinstation
10%
5%
R-net halte
5%
n.v.t.
Pagina 31/37
Bijlage B. Lijst met parkeernormen (auto) De parkeernormen voor niet-woonfuncties zijn gebaseerd op CROW-kencijfers voor ‘sterk stedelijke’ gemeente. Daarnaast kiest de gemeente ervoor om de gemiddelde CROWparkeerkencijfers als minimumwaarde te hanteren. Niet voor iedere functie is een parkeernorm opgenomen. Mocht een norm ontbreken, dan verwijzen wij u naar de meest recente CROWpublicatie (381 ‘Toekomstbestendig parkeren’, december 2018). De parkeernormen zijn uitgedrukt in aantal parkeerplaatsen per eenheid functie. Bij iedere functie is de eenheid weergegeven. De afkorting ‘bvo’ staat voor het Bruto-vloeroppervlak. Het Bruto-vloeroppervlakte is het vloeroppervlak van de buitenomtrek van een ruimte of gebouw incl. gevels, bouwmuren, ramen etc. Inpandig gebouwde parkeervoorzieningen maken geen deel uit van het bvo. Zie NEN 2580 voor verdere informatie. wonen
centrum bewoners
overig
bezoek
bewoners
buitengebied bezoek
bewoners
eenheid
bezoek
grondgebonden woningen (m.u.v. sociale huur) - kleiner dan 100 m2 gbo
1,3
0,2
1,5
0,2
1,6
0,2
- 100 tot 125 m2 gbo
1,4
0,2
1,6
0,2
1,8
0,2
woning woning
- 125 tot 150 m2 gbo
1,6
0,2
1,8
0,2
2,0
0,2
woning
- groter dan 150 m2 gbo
1,8
0,2
2,0
0,2
2,2
0,2
woning
sociale huurwoningen - kleiner dan 100 m2 gbo
1,0
0,2
1,1
0,2
1,2
0,2
woning
- groter dan 100 m2 gbo
1,2
0,2
1,3
0,2
1,4
0,2
woning
- kleiner dan 50 m2 gbo
0,9
0,2
1,0
0,2
1,1
0,2
woning
- 50 tot 75 m2 gbo
1,0
0,2
1,1
0,2
1,2
0,2
woning
- 75 tot 100 m2 gbo
1,1
0,2
1,2
0,2
1,3
0,2
woning
- 100 tot 125 m2 gbo
1,3
0,2
1,4
0,2
1,6
0,2
woning
- groter dan 125 m2 gbo
1,4
0,2
1,6
0,2
1,8
0,2
woning
- kleiner dan 50 m2 gbo
0,5
0,2
0,6
0,2
0,7
0,2
woning
- 50 tot 75 m2 gbo
0,6
0,2
0,7
0,2
0,9
0,2
woning
- groter dan 75 m2 gbo
0,8
0,2
0,9
0,2
1,0
0,2
woning
0,2
0,6
0,2
0,6
0,2
woning
appartementen (m.u.v. sociale huur)
sociale huurappartementen
overige woningtypen aanleunwoning
0,5
zorgwoningen
zie paragraaf 4.2, de toelichting na tabel 4.1
kamerverhuur
0,3
0,2
0,4
0,2
0,4
0,2
kamer
kamerverhuur studenten
-
0,2
-
0,2
-
0,2
kamer
logies/huisvesting arbeidsmigranten
0,2
-
0,2
-
0,3
-
bed
Pagina 32/37
functie
centrum
overig
buitengebied
bouwmarkt
1,75
2,25
2,45
aandeel bezoekers (parkeren) 87%
eenheid
tuincentrum
2,25
2,55
2,85
89%
100 m² bvo
groencentrum
2,25
2,55
2,85
89%
100 m² bvo
bruin- en witgoedzaken
5,55
7,35
9,25
92%
100 m² bvo
woonwarenhuis (zeer groot)
nvt
4,75
5,15
95%
100 m² bvo
kringloopwinkel
1,15
1,65
2,25
89%
100 m² bvo
woonwarenhuis/woonwinkel
1,55
1,65
1,95
91%
100 m² bvo
meubelboulevard/woonboulevard
1,85
2,25
nvt
93%
100 m² bvo
winkelboulevard
3,45
3,95
nvt
94%
100 m² bvo
outletcentrum
8,8
9,6
10,4
94%
100 m² bvo
binnenstad, wijk- en dorpscentrum
3,3
3,7
nvt
72%
100 m² bvo
100 m² bvo
buurtsupermarkt
2,7
3,4
nvt
89%
100 m² bvo
fullservice supermarkt
4,3
5,15
nvt
93%
100 m² bvo
groothandel specialist (bijvoorbeeld levensmiddelen, kantoorartikelen) grote supermarkt (XL)
5,65
5,9
nvt
80%
100 m² bvo
6,8
7,7
nvt
84%
100 m² bvo
groothandel algemeen
6,4
6,4
nvt
80%
100 m² bvo
weekmarkt
0,195
0,195
nvt
85%
100 m² bvo
kantoren (zonder baliefunctie)
1,55
1,65
2,55
5%
100 m² bvo
commerciële dienstverlening (kantoren met baliefunctie) bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief (industrie, laboratorium, werkplaats) bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief (loods, opslag, transportbedrijf) bedrijfsverzamelgebouw
1,85
2,25
3,55
20%
100 m² bvo
1,75
2,15
2,35
5%
100 m² bvo
0,75
0,95
1,05
5%
100 m² bvo
1,35
1,55
1,95
5%
100 m² bvo
bowlingcentrum
2,2
2,8
2,8
89%
baan
biljart-/snookercentrum
1,05
1,35
1,75
87%
tafel
fitnessstudio/sportschool
3,4
4,75
6,5
87%
100 m² bvo
fitnesscentrum
4,4
6,2
7,4
90%
100 m² bvo
dansstudio
3,8
5,4
7,4
93%
100 m² bvo
golfbaan (18 holes)
nvt
95,6
118,3
98%
18 holes
golfoefencentrum (pitch and putt)
nvt
50,7
56,2
93%
centrum
sporthal
2,05
2,65
3,45
96%
100 m² bvo
sportzaal
1,85
2,65
3,55
94%
100 m² bvo
sportveld
20
20
nvt
95%
ha netto terrein
stadion
0,12
0,12
nvt
99%
zitplaats
kunstijsbaan (kleiner dan 400 meter)
1,35
1,65
2,05
98%
100 m² bvo
kunstijsbaan (400 meter)
2,05
2,35
2,75
98%
100 m² bvo
ski- en snowboardhal
nvt
2,35
nvt
98%
100 m² bvo
Pagina 33/37
functie indoorspeeltuin (kinderspeelhal), gemiddeld en kleiner indoorspeeltuin (kinderspeelhal), groot
3,7
4,4
5,1
aandeel bezoekers (parkeren) 97%
4,3
5,3
6,1
98%
100 m² bvo
indoorspeeltuin (kinderspeelhal), zeer groot
4,6
5,5
6,4
98%
100 m² bvo
tennishal
0,4
0,5
0,5
87%
100 m² bvo
squashhal
2,4
2,7
3,2
84%
100 m² bvo
zwembad overdekt
10,7
11,5
13,3
97%
100 m² bassin
zwembad openlucht
10,1
12,9
15,8
99%
100 m² bassin
zwemparadijs
nvt
4
nvt
99%
100 m² bvo
wellnesscentrum (thermen, kuurcentrum, beautycentrum) sauna, hammam
nvt
9,3
10,3
99%
100 m² bvo
4,6
6,6
7,3
99%
100 m² bvo
bibliotheek
0,75
1,05
1,35
97%
100 m² bvo
museum
0,6
0,95
nvt
95%
100 m² bvo
bioscoop
7,9
11
13,7
94%
100 m² bvo
filmtheater/filmhuis
5,2
7,7
9,9
97%
100 m² bvo
theater/schouwburg
7,9
9,8
12
87%
100 m² bvo
musicaltheater
3,4
3,9
5,1
86%
100 m² bvo
casino
6,1
6,5
8
86%
100 m² bvo
volkstuin
1,25
1,35
1,45
100%
10 tuinen
8
8
8
99%
ha netto terrein
atractie- en pretpark
centrum
overig
buitengebied
eenheid 100 m² bvo
dierenpark
8
8
8
99%
ha netto terrein
jachthaven
0,6
0,6
0,6
99%
ligplaats
manege (paardenhouderij)
nvt
nvt
0,4
90%
box
kinderboerderij (stadsboerderij)
3,7
4,4
5,1
97%
boederij
plantentuin (botanische tuin)
7,5
10,5
13,5
99%
tuin
bungalowpark (huisjescomplex)
nvt
1,6
2,1
91%
bungalow
camping (kampeerterrein)
nvt
nvt
1,2
90%
standplaats
1* hotel
0,8
2,3
4,5
77%
10 kamers
2* hotel
2,15
3,95
6,25
80%
10 kamers
3* hotel
3,1
4,7
6,8
77%
10 kamers
4* hotel
4,9
6,8
9
73%
10 kamers
5* hotel
7,75
10,1
12,6
65%
10 kamers
discotheek
12,3
18,4
20,8
99%
100 m² bvo
5
6
nvt
90%
100 m² bvo
café/bar/cafetaria restaurant (inclusief fastfoodrestaurant)
9
13
nvt
80%
100 m² bvo
evenementenhal/beursgebouw/congresgebouw
5,5
7,5
nvt
99%
100 m² bvo
huisartsenpraktijk (-centrum)
2,45
2,95
3,25
57%
behandelkamer
fysiotherapiepraktijk (-centrum)
1,45
1,75
1,95
57%
behandelkamer
consultatiebureau
1,55
1,85
2,15
50%
behandelkamer
Pagina 34/37
functie
centrum
overig
buitengebied
gezondheidscentrum
1,85
2,15
2,45
aandeel bezoekers (parkeren) 55%
eenheid
consultatiebureau voor ouderen
1,6
1,9
2,2
38%
tandartsenpraktijk (-centrum)
1,95
2,35
2,65
47%
behandelkamer
apotheek
2,75
3,15
nvt
45%
apotheek
ziekenhuis
1,6
1,7
2
29%
100 m² bvo
crematorium
nvt
30,1
30,1
99%
begraafplaats
nvt
31,6
31,6
97%
penitentiaire inrichting
2,15
3,25
3,65
37%
gelijktijdige plechtigheid gelijktijdige plechtigheid 10 cellen
religiegebouw
0,15
0,15
nvt
99%
zitplaats
verpleeg/verzorgingstehuis
0,6
0,6
nvt
60%
wooneenheid
kinderdagverblijf (crèche)
1,1
1,2
1,5
0%
100 m² bvo
basisonderwijs
0,75
0,75
0,75
0%
lokaal
behandelkamer behandelkamer
middelbare school
4
4,3
4,9
11%
100 leerlingen
ROC
4,8
5,2
5,9
7%
100 leerlingen
hogeschool
8,9
9,5
10,9
72%
100 studenten
universiteit
13,5
14,7
16,8
48%
100 studenten
5
6
10,5
95%
10 studenten
avondonderwijs
Pagina 35/37
Bijlage C. Aanwezigheidspercentages Dubbelgebruik wordt berekend volgens de CROW-methodiek. In onderstaande tabel zijn de te gebruiken aanwezigheidspercentages opgenomen. Deze percentages zijn afkomstig van CROW. Wanneer CROW haar aanwezigheidspercentages wijzigt, worden de meest actuele aanwezigheidspercentages overgenomen. Voor de functies waarvoor geen aanwezigheidspercentages zijn opgenomen, dient te worden aangesloten bij een passende alternatieve functie of dient een specifieke onderbouwing voor de gebruikte aanwezigheidspercentages te worden gegeven.
functie woningen bewoners
werkdag
werkdag
werkdag
koop-
werkdag
zaterdag
zaterdag
zondag
ochtend
middag
avond
avond
nacht
middag
avond
middag
50%
50%
90%
80%
100%
60%
80%
70%
woningen bezoekers
10%
20%
80%
70%
0%
60%
100%
70%
kantoor/bedrijven
100%
100%
5%
5%
0%
0%
0%
0%
commerciële dienstverlening detailhandel
100%
100%
5%
75%
0%
0%1)
0%
0%
30%
60%
10%
75%
0%
100%
0%2)
0%3)
supermarkt
30%
60%
40%
80%
0%
100%
40%
0%2)
sportfuncties binnen
50%
50%
100%
100%
0%
100%
100%
75%
sportfunctie buiten
25%
25%
50%
50%
0%
100%
25%
100%
bioscoop/theater/podiu m sociaal medisch
5%
25%
90%
90%
0%
40%
100%
40%
100%
75%
10%
10%
0%
10%
10%
10%
verpleeghuis/serviceflat
50%
50%
100%
100%
25%
100%
100%
100%
ziekenhuis patiënten/bezoekers ziekenhuis medewerkers
60%
100%
60%
60%
5%
60%
60%
60%
75%
100%
40%
40%
25%
40%
40%
40%
dagonderwijs
100%
100%
0%
0%
0%
0%
0%
0%
avondonderwijs
0%
0%
100%
100%
0%
0%
0%
0%
1) Indien zaterdag open: 100% 2) Indien zaterdag open: 70% 3) Indien koopzondag 100%. Tabel C.1: Aanwezigheidspercentages
Pagina 36/37
Bijlage D. Kwaliteitseisen stallingen fiets en scooter Het gebruik van een stalling hangt sterk af van de kwaliteit, de bruikbaarheid en het comfort. Ook de routing binnen de stalling, de sociale veiligheid en de afmeting van de fietsparkeerplaatsen en de stabiliteit van de fiets in de aangeboden voorzieningen beïnvloeden het gebruik, evenals de (on)mogelijkheid om fietsen met bijzondere afmetingen te stallen.17 De Leidraad Fietsparkeren (CROW-publicatie 291), het Bouwbesluit 2012 (artikel 4.31) en Fietsparkeur gaan uitgebreid in op de kwaliteitsrichtlijnen voor fietsenstallingen. Hierna zijn de belangrijkste kwaliteitseisen voor het ontwerpen van een stalling opgenomen voor toegankelijkheid, inrichting en bruikbaarheid.
Toegankelijkheid De belangrijkste kwaliteitseisen voor een goed toegankelijke en bruikbare fietsenstalling zijn: Vanuit de openbare ruimte is de toegang van de stalling duidelijk zichtbaar en herkenbaar, gezien vanaf de aanrijroute richting bestemming(en). De stalling heeft bij voorkeur een voetgangersuitgang in de richting van de eindbestemming. De afstand mag maximaal ca. 75 meter zijn van de stalling tot de hoofd-/ neven/personeelsingang van de bestemmingen en/of functies waarvoor de stalling is bestemd. De toegang vanaf de weg naar een stalling op lager of hoger niveau is goed en comfortabel te gebruiken voor alle fietsen en scooters; dus ook voor zware fietsen, elektrische fietsen en fietsen met afwijkende maten (kratten, brede sturen, brede banden, lange fietsen, etc.). Het hellingspercentage van een hellingbaan is maximaal 22%; een trap heeft ideaal een hellingspercentage van 18%, met een aantrede van 500 mm en een optrede van 90 mm of met een aantrede van 600 mm en een optrede van 100 mm. Naast een trap horen fietsgoten, bij voorkeur aan beide zijden. Voor een stalling waar ook scooters, bakfietsen en andere zware fietsen in gestald worden kan geen trap worden toegepast. Het hellingpercentage moet zodanig zijn dat het hoogteverschil door bakfietsen, elektrische fietsen en scooters zonder ondersteuning overbrugd kan worden.
Een gebruiker moet de toegang van een stalling gemakkelijk kunnen openen: automatisch, met een eenvoudig te bedienen drukknop of chipkaartlezer.
Inrichting en bruikbaarheid De belangrijkste kwaliteitseisen voor een goede inrichting en goed bruikbare fietsenstalling zijn: De stalling moet logisch en overzichtelijk zijn ingedeeld. Binnen en vanuit de fietsenstalling naar de bijbehorende bestemming is een logische, snelle en eenvoudige routing. Bij voorkeur kan men vanuit de stalling rechtstreeks (liefst binnendoor) doorlopen naar de bestemming, zonder terug te hoeven lopen door de stalling. De sociale veiligheid wordt gewaarborgd door een overzichtelijke inrichting, goede verlichting en bij voorkeur daglichttoetreding. Als een stalling openbaar toegankelijk is kan (camera)toezicht of bewaking overwogen worden. Gebruikers moeten elkaar in de verkeersruimtes van de stalling kunnen passeren.
17
Leidraad Fietsparkeren, CROW publicatie 291, hoofdstuk 6.
Pagina 37/37
Stallingssystemen voor fietsen moeten voldoen aan de eisen van Fietsparkeur18 of zijn gelijkwaardig daaraan, met een hart op hart afstand van minimaal 400 mm. De minimale vrije hoogte in een gebouwde stalling is 2900 mm om dubbellaags rekken te kunnen plaatsen. Bij gebouwen voor kinderen kan dit 2300 mm zijn, want dubbellaags rekken zijn ongeschikt voor kinderen. De hart-op-hart afstand tussen twee fietsparkeerplaatsen bij een stallingssysteem op gelijk niveau is minimaal 800 mm breed; De hart-op-hart-afstand tussen twee fietsparkeerplaatsen bij een hoog/laag fietsparkeersysteem is minimaal 400 mm breed voor zowel onder- als bovenlaag; De gangpaden in de stalling zijn minimaal 2100 mm breed en een hoofdgang is minimaal 3000 mm breed, zowel voor fiets als scooter; De stalling moet voldoende parkeermogelijkheden bieden voor fietsen die afwijken van de standaard maten: o minimaal 5% van de plaatsen is geschikt voor bakfietsen of andere fietsen met sterk afwijkende maten (vakken minimaal 100 mm breed); o minimaal 15% van de plaatsen is geschikt voor fietsen die niet in een standaard fietsenrek passen (hart-op-hart afstand minimaal 500 mm); Een parkeersysteem waarin naast standaardfietsen ook fietsen passen met veel voorkomende afwijkende maten, heeft de voorkeur.
Dan passen nagenoeg alle fietsen probleemloos op elke stallingsplek, ook die met een krat, bagagedrager vóór, breed stuur, brede banden, etc. Een andere mogelijkheid is een apart parkeervak, waarin afwijkende maten fietsen op hun standaard kunnen worden gestald. De stalling biedt oplaadmogelijkheden voor elektrische tweewielers. De netto-afmetingen van een scooterparkeerplek in een gebouwde stalling zijn minimaal 750 mm breed x 1800 mm lang.
18
Zie www.fietsparkeur.nl; Fietsparkeur is het keurmerk voor fietsparkeervoorzieningen.