CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

Inspreekbetoog dhr. Versteegt.pdf

Gemeenteraad 4 juli 2024, gemeente HillegomBij agendapunt: 3: Spreekgelegenheid voor het publiek803 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Inspreekbetoog van A. Versteegt voor raadsvergadering van 4 juli 2024. Als gepensioneerd ICT Architect ben ik gewend altijd open, eerlijk en duidelijk te communiceren. Echter voor het deel openheid heb ik mezelf voor dit betoog flinke beperkingen op moeten leggen om andere partijen niet teveel tegen de haren in te strijken. Mijn betoog heeft betrekking op het eerste document, nummer A01, van de Ingekomen Stukken onder punt 6 van de agenda. Daarin laat de Raad van State, Afdeling bestuursrechtspraak, u weten dat de beroepsprocedure is gestart tegen de goedkeuring van het bestemmingsplan Graaf Janlaan fase2 op 28 maart van dit jaar. Het eerste wat mij daar aan opvalt is dat de Raad van State besloten heeft om op dit bestemmingsplan de Crisis en Herstelwet van toepassing te verklaren. Dat betekent niet alleen dat er een versnelde beroepsprocedure gevolgd gaat worden, maar ook dat mijn beroepsrechten flink ingeperkt worden. Echter in het bestemmingsplan zelf, of de goedkeuring van het plan, is daar door de gemeente helemaal niets over vermeld. Ook wordt de impact hiervan totaal niet benoemd. Deze omissie, alsmede de 9 door mij benoemde beroepsgronden, waarvan enkele volgens mijn advocaat zeker steekhoudend zijn, sterken mij in de overtuiging een goede kans te maken dat het bestemmingsplan nietig verklaard gaat worden.

En dat betekent dat er in dit geval echt een totaal nieuw omgevingsplan opgesteld zal moeten worden, omdat wijzigingen in lopende bestemmingsplannen nu niet meer mogelijk zijn. Maar wat ik u vooral wil aangeven is dat dit beroep absoluut niet nodig zou zijn geweest als Stek of de gemeente, naast wet en regelgeving, ook fatsoensnormen zouden hebben gerespecteerd. Al sinds begin 2021, toen de 1e nieuwbouwplannen van Stek bekend werden gemaakt, ben ik met hen in contact geweest om ze er op te wijzen dat die plannen om hogere nieuwbouw te realiseren behoorlijk nadelig uitpakken voor ons. Daarbij ook al direct aangegeven dat ik daar minder problemen mee zou hebben als daar enige vorm van compensatie tegenover zou staan. Dat er nadeel is voor ons is in eerdere gesprekken al toegegeven door Stek en de gemeente. Dat nadeel zit echter vooral in immateriële zaken die niet onder de planschade of nadeelcompensatie regeling vallen. Toch werd hier iedere keer naar verwezen. Als iemand een ander persoon nadeel berokkent waar hij de rest van zijn leven last van zal hebben vind ik het niet meer dan normaal, en van goed fatsoen getuigen, om daar iets tegenover te stellen. Dan maakt het ook niet uit of die iemand een persoon, instelling, bedrijf, stichting of overheidsorganisatie is. Fatsoensnormen gelden voor iedereen.

Ik heb in de afgelopen maanden verschillende gesprekken gehad met Stek en de wethouder om te bekijken wat er voor mogelijkheden zouden zijn om te komen tot compensatie van het nadeel. Maar beide partijen beroepen zich echter steeds op dat wat in wet- en regelgeving is aangegeven waar zij zich aan moeten houden. Waarbij Stek ook aangeeft als woonstichting weinig te kunnen doen ter compensatie van benadeelde omwonenden, maar dat dat bij andere meer commerciële partijen zondermeer gemeengoed is. In het maatschappelijk verkeer hebben we natuurlijk allemaal met wettelijke regels te maken. Maar ook met omgangsvormen en fatsoensnormen. En er is niet 1 wet die verbiedt om deze fatsoensnormen ook in acht te nemen.

Mijn doel was vanaf het begin om iets van een tegemoetkoming te krijgen voor het levenslange nadeel wat ons wordt berokkend. Het instellen van beroep op de goedkeuring van het bestemmingsplan is dus uitsluitend een middel om dit doel te bereiken en is alleen maar gedaan omdat zowel Stek als de Gemeente hebben besloten deze fatsoensnormen naast zich neer te leggen. Daarmee is het dus ook een bewuste keuze van zowel Stek als de wethouder geweest om de vertraging die dit beroep met zich mee gaat brengen te laten gebeuren. In de raadscommissie van 11 april heeft mevrouw Heemskerk gevraagd of het mogelijk is te wachten met de sloop totdat zeker is dat de bouw daar direct na gestart kan worden. Dit om de grote groep woningzoekenden niet onnodig lang op de nieuwe woningen te moeten laten wachten. In zijn antwoord gaf de wethouder aan dat als er beroep zou worden ingesteld er wellicht een hik in de planning voor de start van de bouw voor fase 2 zou kunnen komen en dat daar niets aan te doen is. Ik wil die hik graag wegnemen voor de wethouder. Ik ben nog steeds bereid het beroep in te trekken als daar enige compensatie voor het levenslange nadeel wat wij gaan ondervinden tegenover gesteld wordt. Ik zou graag van de raadsleden willen vernemen of zij de door mij benoemde fatsoensnormen ook meegewogen willen hebben in deze kwestie.

En ik vraag de wethouder hier in het openbaar of hij ons geschil inderdaad voor de bestuursrechter wil uitvechten. Of laten we het niet zo ver komen?

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/1646/documents/21935