F03 (was C05) VRHM, ontwerp-Programmabegroting 2022 Veiligheidsregio Hollands Midden en verzoek zienswijze.pdf
Tekst van het document
3.6 Verbonden partijen Aan de Veiligheidsregio Hollands Midden zijn geen partijen verbonden die vallen binnen de gestelde definities van bestuurlijk én financieel genoemde belangen zoals verwoord in de “Notitie Verbonden partijen” van de Commissie BBV. Programmabegroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2025
80
4. Financiële begroting
Financieel kader VRHM 2022 Voor het begrotingsjaar 2022 en de meerjarenraming 2023-2025 zijn de bestuurlijke uitgangspunten (AB 31 maart 2016, Kostenniveau Brandweer Hollands Midden en financieringssystematiek gemeentelijke bijdragen vanaf 2019) bepalend (zie paragraaf B1 onderstaand). Daarnaast zijn de afspraken in de Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen Hollands Midden voor de begrotingen 2022 uitgangspunt van indexering en algemene taakstelling (zie paragraaf B3 onderstaand). Kostenniveau Brandweer Hollands Midden 2009-2018 Bij het besluit tot regionalisering en start van Brandweer Hollands Midden in 2011 is 2009 als referentiejaar voor het gewenste referentiebudget (kostenniveau) gehanteerd. Dit referentiebudget werd jaarlijks geïndexeerd. Dit is de Cebeon-norm gaan heten. Het gebruik van deze systematiek leverde een objectieve verdeelsleutel op tussen gemeenten en een referentie om het gebudgetteerd kostenniveau mee te vergelijken. Brandweer Hollands Midden zat in 2009 16,6% boven de Cebeon-norm, voor een bedrag van € 6,2 mln. De nieuwe brandweerorganisatie kreeg de bezuinigingsopgave mee om de brandweerzorg te realiseren voor maximaal deze Cebeonnorm. Het (bezuinigings-)beleid in deze wordt in het spraakgebruik aangehaald als de ‘routekaart-Cebeon’.
De bestuurlijke afspraken over de Cebeon-norm en de routekaart-Cebeon voor Brandweer Hollands Midden zijn gemaakt tot en met 2018. Naast de grote (financiële) inspanning voor het realiseren van de bezuinigingsopgave binnen de routekaart-Cebeon, is de VRHM/ brandweer in staat geweest uitvoering te geven aan de inrichting en ontwikkelopgave van een nieuwe organisatie, aan een bijdrage aan de (strategische) agenda van het Veiligheidsberaad en aan de uitvoeringsagenda van Brandweer Nederland. Binnen de Cebeonnorm is VRHM/brandweer in staat gebleken een kwalitatieve verbetering te bewerkstelligen zowel in brandweerzorg als in de crisisbeheersingsorganisatie.
Bestuurlijke uitgangspunten kostenniveau Brandweer Hollands Midden en financieringssystematiek gemeentelijke bijdragen vanaf 2019 (AB 31 maart 2016): a. het Bestuur houdt vast aan het principe om het niveau van de kosten en de gemeentelijke financiering voor brandweerzorg in Hollands Midden te realiseren voor het referentiebudget dat gemeenten via het Gemeentefonds ontvangen als fictief budget voor de brandweertaak; b. aanpassingen in het absoluut niveau (referentiebudget) en de bijdrage van elke gemeente wordt één maal in de vierjaar (gelijk de beleidsplan periode) toegepast, gebaseerd op de septembercirculaire gemeentefonds T-2 van de beleidsplan periode; c. indien het referentiebudget en de bijdrage van elke gemeente in een nieuwe beleidsplan periode afwijkt van de voorgaande periode, wordt dit aan het begin van een nieuwe beleidsplan periode direct aangepast; d. het absoluut niveau wordt gedurende de beleidsplan periode gefixeerd, maar de jaarlijkse indexering is wel van toepassing conform de methodiek Werkgroep financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen; e. indien het referentiebudget in een nieuwe beleidsplan periode hoger is dan de voorgaande periode wordt het surplus alleen toegekend indien dit nodig is voor nieuw beleid (incl.
innovatie) en financiering autonome ontwikkelingen; f. indien het referentiebudget in een nieuwe beleidsplan periode lager is dan de voorgaande periode worden bij de vaststelling van de begrotingsuitgangspunten de eventuele consequenties (o.a. voor het dekkingsplan) bestuurlijk ter besluitvorming voorgelegd. In het beleidsplan zal worden aangeven op welke taken eventuele bezuinigingsmaatregelen betrekking zullen hebben
Programmabegroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2025
82
4. Financiële begroting
4. Financiële begroting
Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen 2022 De kaderstelling voor 2022 is bij brief d.d. 4 november 2020 aangeboden aan de Dagelijks Besturen van de gemeenschappelijke regelingen in Hollands Midden en betreft samenvattend: 1. De indexering te baseren op de publicatie van de nominale ontwikkeling (gebaseerd op de publicaties van het CPB) in de Septembercirculaire (t-2) van het nieuwe begrotingsjaar: Voor arbeid: ■ de Prijs overheidsconsumptie werknemers beloning werknemers 2022: 1,3%; ■ correctie T-2: +2,1%, correctie T-2: -2,0%, netto correctie: +0.1%; ■ de toegestane prijsindexatie voor 2022 bedraagt daarmee 1,4% voor beloning werknemers. Voor materieel: ■ de Prijs overheidsconsumptie, netto materieel (imoc) 2022: 1,5%; ■ correctie T-2: -0,1%, correctie T-2: -0,3%, netto correctie: -0.4%; ■ de toegestane prijsindexatie voor 2022 bedraagt daarmee 1,1% voor netto materieel. 2. In deze nieuwe systematiek van de FKGR wordt de indexering voor 2022 gecorrigeerd voor ontwikkelingen in het jaar 2020 en 2021. De indexering voor 2022 wordt vastgesteld op basis van de indices uit het Centraal Economisch Plan (CEP) van 2020 (de grondslag voor de septembercirculaire 2020). Dit impliceert, dat de prijsontwikkeling voor 2022 bijna twee jaar van tevoren wordt bepaald.
In deze twee jaar kunnen zich echter afwijkingen voordoen en zonder correcties kan dat vervolgens tot structurele afwijkingen leiden. De inzichten uit de septembercirculaire 2020 met betrekking tot 2020 en 2021 wordt gebruikt om de correctie te berekenen. Deze correctie wordt dan toegepast op het indexpercentage voor 2022.
Programmabegroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2025
83
4. Financiële begroting
Toepassing financieringssystematiek gemeentelijke bijdragen (in de praktijk) In de uitwerking van de begrotingen wordt bovenstaand in de praktijk als volgt toegepast: ■ Het kostenniveau is het geïndexeerde referentiebudget 2009. ■ Autonome- en exogene ontwikkelingen, c.q. nieuw beleid, worden per jaar en niet per beleidsplanperiode alleen toegekend na onderbouwing en bestuurlijke goedkeuring. ■ Basis van facturatie is het factuurbedrag T-1. ■ Dit is ook de basis van indexering voor het jaar T. ■ Verdeling van een autonome of exogene stijging voor het programma Brandweer en Crisisbeheersing (taken brandweerzorg en risico- en crisisbeheersing, vanaf 2020 incl. Veiligheidsbureau) vindt plaats op basis van het relatieve aandeel in de Septembercirculaire T-2. ■ Verdeling van een autonome of exogene stijging voor de programma’s Meldkamer Brandweer Hollands Midden (taak meldkamer) en Oranje Kolom (taak bevolkingszorg) vindt plaats op basis van het aantal inwoners per 1 januari T-2 (laatst bekende CBSstatistieken). ■ Het relatief gemeentelijk aandeel wordt na groot onderhoud van het gemeentefonds herijkt.
3. Daarnaast doet de FKGR een algemene oproep aan de gemeenschappelijke regelingen om te bezien hoe de gemeenschappelijke regelingen een bijdrage zouden kunnen leveren om de ontstane tekorten bij gemeenten te reduceren. Daarbij opteert de bestuurlijke werkgroep expliciet niet voor een generieke taakstelling, aangezien de bestuurlijke werkgroep zich bewust is van het feit dat de gemeenschappelijke regelingen hiervoor te zeer van elkaar kunnen verschillen. Ook geeft de bestuurlijke werkgroep geen inhoudelijke richtingen aan, aangezien dit is voorbehouden aan het dagelijks en algemeen bestuur van een gemeenschappelijke regeling. Conform de Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen voor 2022 betekent dit voor de VHRM een (gewogen) indexering van de gemeentelijke bijdragen van 1,3% t.o.v. 2021. Voor de GHOR (onderdeel van de begroting RDOG Hollands Midden) betekent dit een gewogen indexering van 1,34% t.o.v. 2021, gebaseerd op een verhouding die de RDOG Hollands Midden hanteert van 80% personele kosten en 20% overige kosten. In het AB RDOG van 9 december 2020 is deze indexering vastgesteld. In de vergadering van het AB RDOG van 7 april 2021 worden de uitgangspunten voor de begroting 2022 RDOG vastgesteld.
Onderstaande samenvatting van de grondslagen waarop de ramingen zijn gebaseerd, is bedoeld als leidraad voor een juiste interpretatie van de financiële overzichten. Deze grondslagen zijn onderdeel van het Financieel Statuut van de VRHM en worden overeenkomstig toegepast. ■ De waardering van de materiële vaste activa is op historische kostprijs/aanschafprijs, verminderd met afschrijvingen en specifieke subsidies of bijdragen. De afschrijvingspercentages zijn vastgesteld aan de hand van de economische levensduur en met inachtneming van de waarderingsgrondslagen voor afschrijvingen als vermeld in het Financieel Statuut; ■ De vorderingen, liquide middelen, langlopende- en kortlopende schulden zijn op nominale waarde gewaardeerd; ■ Baten en lasten worden toegerekend aan het verslagjaar waarop zij betrekking hebben; ■ Afschrijving start na ingebruikname investering; ■ Het aantal inwoners wordt ontleend aan de laatst door het CBS per 1 januari vastgestelde en gepubliceerde gegevens. De begroting 2021 de meerjarenramingen en de indicatie van de rijksbijdrage gaan uit van de inwoneraantallen per 1 januari 2019; ■ De begroting en de meerjarenramingen zijn gebaseerd op bestaand beleid.
Nieuw beleid wordt afzonderlijk gespecificeerd; ■ De lonen en de prijzen worden geïndexeerd volgens de richtlijnen van de commissie-Strijk; ■ De rijksbijdragen worden ontvangen ter dekking van de taken. ■ De indicaties voor de begroting en de meerjarenramingen zijn conform de meest recente beschikking opgenomen; ■ Er zijn geen baten of lasten wegens dividend.
Programmabegroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2025
84
4. Financiële begroting
De ramings grondslagen
4.1 Overzicht van baten en lasten en toelichting Realisatie
Begroting
Begroting in €
(bedragen x € 1.000,00)
2020
2021
2022
2023
2024
2025
LASTEN PROGRAMMAPLAN FYSIEKE VEILIGHEID
43.625
46.265
46.773.413
46.774
46.774
46.774
Meldkamer
1.185
886
1.127.253
1.127
1.127
1.127
Risico -en Crisisbeheersing
4. Financiële begroting
Wat gaat het kosten?
Meerjarenramingen
Programmataken 4.844
5.388
5.390.070
5.390
5.390
5.390
Bevolkingszorg
554
626
636.990
637
637
637
Brandweerzorg
27.337
28.947
29.184.272
29.184
29.184
29.184
Management & Ondersteuning Directie & Staf
1.382
1.552
2.163.743
2.164
2.164
2.164
Bedrijfsvoering
8.323
8.866
8.271.086
8.272
8.272
8.272
Overhead
11.712
12.732
12.584.709
12.585
12.585
12.585
ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN
-57.040
-58.738
-59.208.122
-59.209
-59.209
-59.209
Gemeentelijke bijdrage
-48.859
-51.217
-51.883.220
-51.883
-51.883
-51.883
Rijksbijdrage (BDUR)
-6.379
-6.215
-6.386.102
-6.387
-6.387
-6.387
Overige bijdragen
-1.802
-1.306
-938.800
-939
-939
-939
Heffing Vpb
-
-
-
-
-
-
Onvoorzien
-
-
-
-
-
-
-1.703
258
150.000
150
150
150
-
-
-
-
-448
-258
-150.000
-150
-150
-150
-2.151
-
-
-
-
-
Geraamde saldo van baten en lasten Toevoeging aan de reserves Onttrekking aan de reserves Geraamde resultaat
Bovenstaand overzicht is een weergave van de baten en lasten (excl. overhead) per programmataak binnen het programma Fysieke Veiligheid. De bijlage 5.2 Overzicht baten en lasten incl. Overhead geeft de exploitatie van de Veiligheidsregio Hollands Midden weer waarbij alle baten en lasten inclusief Overhead zijn verantwoord. Programmabegroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2025
85
4.2 Verdeling naar de verschillende taakvelden
4. Financiële begroting
Een uniforme indeling van de programmabegroting in taakvelden wordt voorgeschreven om te komen tot een verbeterde interne sturing en betrouwbare informatie o.a. op basis van externe vergelijkbaarheid.
Taakveld
Realisatie
Begroting Begroting (in €)
Meerjarenramingen x € 1.000,-
(bedragen x € 1.000,00)
2020
2021
2022
2023
2024
2025
BATEN: FYSIEKE VEILIGHEID
-57.041
-58.739
-58.731.451
-58.731
-58.731
-58.731
-199.000
-199
-199
-199
1.1 Crisisbeheersing en brandweer
-56.848
-58.739
-58.532.451
-58.532
-58.532
-58.532
1.2 Openbare orde en veiligheid
-193
-
55.338
58.997
58.881.451
58.881
58.881
58.881
82
51
50.600
51
51
51
0.4 Overhead
11.712
12.732
12.584.709
12.585
12.585
12.585
0.5 Treasury
2
223
182.650
183
183
183
0.4 Overhead
LASTEN: FYSIEKE VEILIGHEID 0.1 Bestuur
-
-
-
-
-
-
1.1 Crisisbeheersing en brandweer
0.8 Onvoorzien
43.306
45.941
46.013.202
46.013
46.013
46.013
1.2 Openbare orde en veiligheid
203
-
-
-
-
-
8.3 Wonen en bouwen
33
50
50.290
50
50
50
-1.703
258
150.000
150
150
150
MUTATIE RESERVES: FYSIEKE VEILIGHEID
-448
-258
-150.000
-150
-150
-150
0.10 Mutaties Reserves
-448
-258
-150.000
-150
-150
-150
-2.151
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-2.151
-
-
-
-
-
SALDO VOOR BESTEMMING: FYSIEKE VEILIGHEID
RESULTAAT NA BESTEMMING: FYSIEKE VEILIGHEID VPB RESULTAAT NA BELASTING: FYSIEKE VEILIGHEID
Programmabegroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2025
86
4.3 Geprognosticeerde balans
Geprognosticeerde balans (alle bedragen x € 1.000)
Realisatie
Begroting
Begroting in €
2020
2021
2022
Meerjarenramingen 2023
2024
2025
Activa (im) Materiële vaste activa Financiële vaste activa: Kapitaalverstrekkingen
26.164
40.371
44.625.000
51.641
59.818
67.995
-
-
-
-
-
-
Financiële vaste activa: Leningen
-
-
-
-
-
-
Financiële vaste activa: Uitzettingen > 1 jaar
-
7.901
7.550.000
7.199
6.848
6.497
26.164
48.272
52.175.000
58.840
66.666
74.492
Totaal Vaste Activa Voorraden: Onderhanden werk & Overige grond- en hulpstoffen
-
-
-
-
-
-
Voorraden: Gereed product en handelsgoederen & vooruitbetalingen
-
-
-
-
-
-
807
207
207.000
207
207
207
Liquide middelen
Uitzettingen < 1 jaar
6.449
5.368
5.973.775
6.368
6.303
4.993
Overlopende activa
108
644
644.000
644
644
644
Totaal Vlottende Activa
7.364
6.219
6.824.775
7.219
7.154
5.844
Totaal Activa
33.528
54.491
58.999.775
66.059
73.820
80.336
5.773
5.623
5.472.547
5.323
5.173
5.023
Passiva Eigen vermogen Voorzieningen
8.278
8.206
7.738.758
7.246
6.493
5.813
Vaste schuld
20.235
32.955
38.081.470
45.783
54.447
61.073
Totaal Vaste Passiva
34.285
46.784
51.292.775
58.352
66.113
71.909
Vlottende schuld
4.032
3.504
3.504.000
3.504
3.504
3.504
Overlopende passiva
3.039
4.203
4.203.000
4.203
4.203
4.923
Totaal Vlottende Passiva
7.071
7.707
7.707.000
7.707
7.707
8.427
Totaal Passiva
41.356
54.491
58.999.775
66.059
73.820
80.336
Programmabegroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2025
87
4. Financiële begroting
De geprognosticeerde begin- en eindbalans van de begrotingsjaren en in meerjarig perspectief geeft meer inzicht in de ontwikkeling van de investeringen, het aanwenden van reserves en voorzieningen en de financieringsbehoefte.
4.4 Structurele en incidentele baten en lasten
(bedragen x € 1.000,00)
Realisatie 2020
Begroting Begroting (in €) 2021
Meerjarenramingen x € 1.000,2023
2022
2024
2025
Exploitatiebaten: Dekking uit reserves
-
-150
-150
-150
-150
-150
Reserve resterende exploitatielasten MKHM
-
-150
-150
-150
-150
-150
Structurele baten en lasten
-
150
150
150
150
150
Kapitaalslasten Meldkamer
-
150
150
150
150
150
-
-
-
-
-
Saldo Structurele baten en lasten
-
4. Financiële begroting
Structurele baten en lasten
Momenteel wordt nog gewerkt aan de nieuwe “Nota reserves 2021 – 2023” die dient om inzicht te geven in de verwachte benodigde financiële dekking van projecten en incidentele lasten. In afwachting van de besluitvorming hieromtrent in de Algemeen Bestuur vergadering wordt in deze programmabegroting 2022 aan deze paragraaf geen verder invulling gegeven.
Programmabegroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2025
88
4.5 De financiële positie en toelichting
12.000
Ontwikkeling Eigen vermogen (x € 1.000)
Saldo per 01-01
10.000 Algemene reserve
8.000
Bestemmingreserve
6.000
Eigen vermogen
4.000 2.000 2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
2022
2023
2024
2025
Jaren
De dalende tendens op de bestemmingsreserves wordt hoofdzakelijk ingegeven door de structurele onttrekking ten behoeve van de financiering van het exploitatietekort op de Meldkamer Brandweer Hollands Midden. Incidentele onttrekkingen uit de bestemmingsreserves zullen middels besluitvorming in het Algemeen Bestuur nader worden gedefinieerd op basis van de Nota Reserves 2021-2023.
Programmabegroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2025
89
4. Financiële begroting
De Algemene reserve blijft gehandhaafd op het huidige niveau ter dekking van de geïnventariseerde risico’s zoals beschreven in de risicoparagraaf van de Nota Reserves en voorzieingen 2020-2023.
5. Bijlagen
5. Bijlagen
5.1 Overzicht inwonersbijdrage meerjarig per gemeente Geïndexeerde bijdrage 2023 -2025
Bijdrage 2022
GMK (oud)
Oranje Kolom (oud)
Brandweer en Risicobeheersing
Meldkamer Hollands Midden
Bevolkingszorg
Totaal Geindexeerde bijdrage
aantal inwoners 1-1-2020
%-verdeling 2022 obv Sept circ ‘20
Brandweer -en Crisisbeheersing
Meldkamer Hollands Midden
Bevolkingszorg
Alphen aan den Rijn
111.897
13,0%
6.403.154
122.791
86.866
6.612.811
85.967
6.454.493
156.290
87.995
6.698.778
Bodegraven-Reeuwijk
34.872
4,4%
2.193.978
38.046
26.904
2.258.929
29.366
2.212.615
48.425
27.254
2.288.295
Gemeente
Totaal
Index: 1,3 %
Gouda
73.427
9,3%
4.619.113
80.580
57.226
4.756.919
61.840
4.658.226
102.563
57.970
4.818.758
Hillegom
22.209
2,4%
1.188.499
23.787
17.001
1.229.287
15.981
1.197.769
30.276
17.222
1.245.267
Kaag en Braassem
27.297
3,4%
1.721.502
29.688
21.035
1.772.223
23.039
1.736.169
37.787
21.308
1.795.264
Katwijk
65.753
7,1%
3.469.410
72.775
51.468
3.593.653
46.717
3.495.604
92.629
52.137
3.640.371
Krimpenerwaard
56.319
6,6%
3.312.997
62.201
44.028
3.419.226
44.450
3.339.906
79.170
44.600
3.463.676
Leiden
125.099
20,4%
10.116.408
139.575
98.627
10.354.609
134.610
10.211.658
177.652
99.909
10.489.220
Leiderdorp
27.056
3,3%
1.654.570
30.671
21.636
1.706.877
22.189
1.668.110
39.038
21.918
1.729.066
Lisse
22.955
2,8%
1.416.736
25.705
18.118
1.460.559
18.987
1.428.476
32.717
18.354
1.479.547
Nieuwkoop
28.811
3,2%
1.562.126
31.357
22.263
1.615.747
21.005
1.574.287
39.912
22.552
1.636.751
Noordwijk
43.508
5,7%
2.920.869
47.433
33.646
3.001.947
39.025
2.946.516
60.373
34.083
3.040.972
Oegstgeest
24.840
2,6%
1.312.754
26.535
18.828
1.358.119
17.656
1.322.926
33.774
19.073
1.375.773
Teylingen
37.440
3,9%
1.958.803
40.523
28.787
2.028.113
26.365
1.973.739
51.579
29.161
2.054.478
Voorschoten
25.596
2,7%
1.351.709
28.569
20.191
1.400.468
18.206
1.361.859
36.362
20.453
1.418.674
Waddinxveen
29.291
3,1%
1.485.433
29.311
21.164
1.535.908
19.967
1.497.129
37.307
21.440
1.555.875
Zoeterwoude
8.605
1,4%
660.044
9.430
6.672
676.147
8.790
666.175
12.003
6.759
684.937
Zuidplas
43.885
4,7%
2.356.114
46.665
33.073
2.435.852
31.666
2.374.619
59.396
33.503
2.467.518
Eindtotaal
808.860
100%
49.704.220
885.642
627.532
51.217.393
665.826
50.120.277
1.127.253
635.692
51.883.220
Programmabegroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2025
91
5. Bijlagen
Bijdrage 2021
5.2 Overzicht Baten en lasten incl. Overhead
5. Bijlagen
Onderstaande overzicht is een weergave van de baten en lasten waarbij taakveld 0.4 Overhead volledig is verwerkt per programmataak binnen het programma Fysieke Veiligheid.
Wat gaat het kosten?
Realisatie
Begroting
Begroting in €
(bedragen x € 1.000,00)
2020
2021
2022
2023
2024
2025
LASTEN PROGRAMMAPLAN FYSIEKE VEILIGHEID
55.338
58.998
59.358.123
59.359
59.359
59.359
Meldkamer
1.185
886
1.127.253
1.127
1.127
1.127
Risico -en Crisisbeheersing
5.425
5.971
5.981.270
5.981
5.981
5.981
Meerjarenramingen
Programmataken
Bevolkingszorg
635
693
701.690
702
702
702
Brandweerzorg
29.745
31.539
31.881.471
31.881
31.881
31.881
Management & Ondersteuning Directie & Staf
3.252
3.964
4.495.243
4.496
4.496
4.496
Bedrijfsvoering
15.096
15.945
15.171.196
15.172
15.172
15.172
ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN
-57.040
-58.739
-59.208.122
-59.209
-59.209
-59.209
Gemeentelijke bijdrage
-48.859
-51.217
-51.883.220
-51.883
-51.883
-51.883
Rijksbijdrage (BDUR)
-6.379
-6.215
-6.386.102
-6.387
-6.387
-6.387
Overige bijdragen
-1.802
-1.306
-938.800
-939
-939
-939
Heffing Vpb
-
-
-
-
-
Bedrag onvoorzien
-
-
-
-
-
-
-1.702
258
150.000
150
150
150
Geraamde saldo van baten en lasten Toevoeging aan de reserves
-
-
-
-
-
-
Onttrekking aan de reserves
-448
-258
-150.000
-150
-150
-150
-2.150
-
-
-
-
-
Geraamde resultaat
Programmabegroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2025
92
Meerjarenramingen x € 1.000,-
Begroting 2022
2023
2024
2025
Nieuwbouw Leiden Schipholweg, Nieuwbouw Zwammerdam Driebruggen, (mogelijk) Nieuwbouw
3.075.000 1.475.000 600.000 1.000.000
-
-
-
Totaal Gebouwen
3.075.000
-
-
-
Voertuigen Redvoertuig (mantel voor 6 tot 8 stuks) Tankautospuit (45 stuks) Hulpverleningsvoertuig (4 stuks) OVD voertuigen GSE containers Waterongevallenvoertuig (5 st)
5.970.380 1.590.380 3.900.000 480.000 -
5.850.380 1.590.380 3.900.000 360.000 -
6.320.380 1.590.380 3.900.000 230.000 600.000
3.900.000 3.900.000 -
783.650 33.650 750.000
783.650 33.650 750.000
783.650 33.650 750.000
750.000
6.754.030
6.634.030
7.104.030
4.650.000
328.000 128.000 35.000 165.000
-
-
-
Verbindingsmiddelen Upgrade portofoons Pagers / Mobilofoons Schakelkastjes (onderdeel porto / mobilofoon) Duikapparatuur, seinlijnen / communicatieapparatuur
-
440.000 440.000 -
50.000 50.000 -
523.000 280.000 243.000
Ademlucht Ademlucht apparatuur toestellen Ademlucht apparatuur flessen Ademlucht apparatuur maskers Duikapparatuur, toestellen, cilinders
-
2.830.000 1.150.000 820.000 530.000 330.000
-
-
Totaal Persoonlijke Functionele Uitrusting
328.000
3.270.000
50.000
523.000
Informatie Technologie DBK/RIS (nu Falck) Financieel systeem (nu Exact en Synergy)
870.000 820.000 50.000
100.000 -
-
-
Bepakking Bepakking redvoertuigen Bepakking tankautospuiten Totaal Wagenpark Persoonlijke Functionele Uitrusting (Kleding) Blushandschoen Gaspakken Duikpakken
Wifi AccessPoints Totaal Informatie Management Totaal Meerjaren Investerings Plan
750.000
-
100.000
-
870.000
100.000
-
-
11.027.030
10.004.030
7.154.030
5.173.000
Programmabegroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2025
93
5. Bijlagen
5.3 Details Meerjaren Investering Plan 2022 – 2025
Meerjaren Investerings Plan
5.4 Begroting naar produkten Operationele paraatheid
€39.428.000
Maatschappelijke capaciteit
€7.294.000
Overhead en Bestuur
€12.636.000
Huisvesting
€ 6.441.000
Personeel
€ 5.275.000
Huisvesting
€
Mobiliteit
€ 3.437.000
PFU
€
156.000
Overhead DenS
€ 2.332.000
Personeel
€ 13.144.000
Vakbekwaamheid
€
116.000
Overhead BV
€ 6.706.000
PFU
€ 1.721.000
Informatiemanagement
€
348.000
Overhead BRWZ
€ 2.697.000
Vakbekwaamheid
€ 4.025.000
Overig
€ 1.399.000
Overhead RCB
€
656.000
Informatiemanagement
€
Bestuur
€
51.000
Overig
€ 9.739.000
921.000
194.000
Producten per Taak BRANDWEERZORG Basisbrandweerzorg
€29.980.000
Inc.bestr. Gevaarlijke Stoffen
€1.019.000
Mono Coördinatie
€546.000
Tankautospuit (TS)
€ 29.980.000
GSE voertuig (GSE)
€ 1.019.000
Officier van Dienst (OVD)
€
293.000
Hoofdofficier van Dienst (HOVD)
€
109.000
Commandant van Dienst (CVD)
€
48.000
€
16.000
aantal basiseenheden
52
aantal specialistische eenheden
2
Werken op Hoogte
€1.682.000
Waarsch.- en Verkenningsdienst
€202.000
Adviseur Gevaarlijke Stoffen (AGS)
Autoladder (AL)
€ 1.682.000
WVD voertuig (WVD)
€
Meetplanleider (MPL)
€
41.000
Woordvoering
€
39.000
aantal specialistische eenheden
8
aantal specialistische eenheden
202.000 6
Hulpverlening
€1.263.000
Brandweer First Responder
€388.000
Hulpverleningsvoertuig (HV)
€ 1.263.000
First Responder voertuig (BFR)
€
4
aantal specialistische eenheden
28
Duiken
€2.785.000
Overige Spec. Brandweerzorg
€1.001.000
Waterongevallenwagen (WO)
€ 2.785.000
Overig materieel
€ 1.001.000
aantal specialistische eenheden
5
aantal specialistische eenheden
388.000
Programmabegroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2025
94
5. Bijlagen
CAPACITEIT
BEVOLKINGSZORG
MELDKAMER BHM
Brandveilig leven
€373.000
Bevolkingszorg
€578.000
Brandonderzoek
€23.000
Crisiscommunicatie (gemeenten)
€34.000
Risicoadvisering
€3.904.000
Kassiersfuctie Rode Kruis (NRK)
€25.000
Crisisbeheersing
€1.131.000
Crisiscommunicatie (multi)
€99.000
Multi Coördinatie
€561.000
Commando Plaats Incident (CoPI)
€
138.000
Regionaal Operationeel Team (ROT)
€
177.000
(Regionaal) Beleids Team (RBT)
€
246.000
€1.127.000
Meldkamer BHM
Programmabegroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2025
95
5. Bijlagen
RISICO- EN CRISISBEHEERSING