F01 Holland Rijnland, conceptbegroting 2022 en conceptjaarrekening 2020 HR.pdf
Tekst van het document
Op inhoudelijk vlak gaat de aandacht uit naar de start van de nieuwe contracten met jeugdhulpaanbieders die per 1 januari 2022 in gaan en naar het versterken van de transformatie binnen de regio in het samenspel tussen gemeenten, TWO Jeugdhulp en aanbieders. Wat gaan we daarvoor doen? Structureel / 2022 Nu de zes jaren na de decentralisatie voorbij zijn, is het tijd om vooruit te kijken en gemeenten te ondersteunen bij de verantwoordelijkheid die zij hebben voor de jeugdhulp. Gemeenten wensen, in samenwerking met TWO Jeugdhulp, meer de regierol op te pakken c.q. te versterken en daarmee de gemeentelijke sturing op de jeugdhulp te intensiveren. Doel is een kwalitatief goed en betaalbaar jeugdhulpstelsel in Holland Rijnland. De TWO Jeugdhulp voert in 2022 de volgende kern- en ondersteunende taken uit voor gemeenten: • inkoop & contractmanagement; • advies & ondersteuning; • monitoring; • ondersteunende taken op het gebied van financiën, administratieve processen en de servicedesk. Voor de uitvoering van haar kerntaken en haar taak als facilitator van beleidsprocessen, werkt de TWO Jeugdhulp als beheerorganisatie in opdracht van de gemeenten in Holland Rijnland, die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de Jeugdwet. Flexibiliteit bij TWO Jeugdhulp is noodzakelijk om als ondersteunende beheerorganisatie voor gemeenten te kunnen functioneren.
Zo kan TWO Jeugdhulp haar toegevoegde waarde voor de gemeenten (blijven) waarmaken. De toegevoegde waarde van het collectief (TWO) zit onder meer in: • Het gezamenlijk inkopen van specialistische jeugdhulp, waardoor de gemeenten voldoen aan hun taak om te zorgen voor een regionaal dekkend en toegankelijk jeugdhulplandschap; • Voldoende inkoopmacht generen als antwoord op de deskundigheidsmacht van de aanbieders en de kracht van de collectiviteit in onderhandelingen; • Het ondersteunen van gemeenten in het ontwikkelen van strategisch jeugdhulpbeleid waarbij kennis en kunde worden samengebracht; • Het bieden van een platform voor gemeenten (ontwikkeltafels) om samen met de jeugdhulpaanbieders en andere betrokken ketenpartners de transformatie te ontwikkelen;
25
• Efficiencyvoordelen, waaronder uniformiteit in ondersteunende processen tussen gemeenten en jeugdhulpaanbieders, zoals het berichtenverkeer en de financieel-administratieve organisatie zoals de controle en verantwoording van de jeugdhulp; • Signaleringsfunctie van zowel TWO Jeugdhulp als gemeenten onderling ten aanzien van inhoud, financiën en processen.
3.2.5 Uitvoering jeugdbeschermingstafel
Wat willen we bereiken? De Jeugdbeschermingstafel Holland Rijnland wordt ingezet als betrokken professionals zich zorgen maken over een ontwikkelingsbedreiging van een kind onder de 18 jaar. Aan de Jeugdbeschermingstafel (JBT) wordt gesproken met gezinnen waarin het opvoedklimaat onveilig is of waarbij anderszins sprake is van een bedreigde ontwikkeling bij één of meerdere kinderen in het gezin. De JBT is ondergebracht bij Holland Rijnland. Wat doet de TWO Jeugdhulp daarvoor? TWO Jeugdhulp faciliteert de Jeugdbeschermingstafel voor de gemeenten. De JBT bestaat uit twee voorzitters en een secretaris die in dienst zijn van Holland Rijnland. Dit team werkt op locatie bij het Zorg- en Veiligheidshuis. Op deze manier draagt de JBT bij aan een goede ketensamenwerking in het zorg- en veiligheidsdomein.
3.2.6 Regionaal Bureau Leerplicht (RBL)
Wat willen we bereiken? Ons doel is het verwezenlijken van het recht op onderwijs van iedere jongere. Elf van de dertien gemeenten in Holland Rijnland organiseren samen de uitvoerende taken rondom leerplicht en het tegengaan van voortijdig schoolverlaten. De inzet van het Regionaal Bureau Leerplicht (RBL) van Holland Rijnland is in 2022 gericht op drie hoofddoelstellingen, het tegengaan van: • herhalend verzuim • langdurig thuiszitten • voortijdige schooluitval Schooluitval is niet alleen maatschappelijk, maar ook economisch ongewenst. Net als een goede aansluiting tussen onderwijs en jeugdhulp, is een goede aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt van belang om talenten optimaal te kunnen benutten. Hiertoe werkt het RBL intensief samen met onderwijs, zorg, gemeenten en andere ketenpartners. Wat doet het RBL hiervoor? Alle kinderen in Nederland hebben recht op onderwijs. Door het volgen van onderwijs kunnen jeugdigen zich ontplooien en ontwikkelen. Door het behalen van een startkwalificatie voldoen zij aan het minimale niveau dat nodig is om een goede kans te maken op de arbeidsmarkt en mee te doen in de samenleving.
Als uitvoeringsorganisatie heeft het RBL de structurele taak om de leerplichtfunctie (5- tot 16-jarigen), de kwalificatieplicht (16- en 17-jarigen) en de RMC-functie (Regionale Meld- en Coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten) (18- tot 23-jarigen) uit te voeren. De kern van het werk
26
bestaat uit het (aan)spreken en begeleiden van kinderen en jongeren (en hun ouders) die kort- of langdurig niet naar school gaan, dreigen uit te vallen, of uitgevallen zijn. Het RBL werkt hierbij nauw samen met scholen, hulpverlening, gemeenten en andere ketenpartners. Ook speelt het RBL een coördinerende rol bij het regionale VSV-programma. Hierin werken scholen, gemeenten en RBL samen om gericht en effectief acties te ondernemen om voortijdig schoolverlaten tegen te gaan. In recente jaarverslagen vindt u meer gedetailleerde informatie over de aanpak van het RBL en de hiermee geboekte resultaten.
3.2.7 Wat mag dit kosten? Rekening 1 2020 Domein 2 Maatschappij en Jeugd
1
Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2021 2022 2023 2024 2025
Programmakosten 2.646.495
1.133.403
909.947
909.947
909.947
909.947
Kosten Werkorganisatie
2.978.846
3.121.002
3.162.665
3.162.665
3.162.665
3.162.665
Bijdragen van derden
-2.583.198 -1.010.400
-820.798
-820.798
-820.798
-820.798
Saldo baten en lasten
3.042.143
3.244.005
3.251.814
3.251.814
3.251.814
3.251.814
Onttrekking uit reserves
-753.428
-
-
-
-
-
Saldo reserveringen
-753.428
-
-
-
-
-
Resultaat
2.288.715
3.244.005
3.251.814
3.251.814
3.251.814
3.251.814
Cf concept Jaarrekening d.d. 5-3-2021
In dit programma zijn de baten en lasten nogal omlaag gegaan. De verklaring hiervoor is dat in het PhO Maatschappij van 30 oktober 2019 is besloten om een aantal regionale VSV-projecten (vroegtijdig schoolverlaten) in het Regionaal Meld en Coördinatiepunt regio Zuid-Holland Noord gezamenlijk te financieren. Hiervoor is vanuit de gemeenten in totaal €200.000 beschikbaar gesteld voor zowel 2020 als 2021. In 2022 is derhalve de begroting qua baten en lasten met dit bedrag verlaagd.
27
3.3 Strategisch positioneren 3.3.1 Cofinanciering
Wat willen we bereiken? Voor vernieuwing en versterking van economische sectoren in onze regio sluiten we aan bij de economische agenda’s van de subregio’s, zoals: Economie071, de Economische agenda Duinen Bollenstreek en Groene Hart Werkt. Wij zoeken nadrukkelijk de samenwerking met subregio’s, maatschappelijke partners en andere overheden. Ook regio-overstijgend via de Economic Board Zuid-Holland (EBZ) en de Economic Board Duin en Bollenstreek (waaronder de greenports). Hiermee ontsluiten we voor onze regio relevante netwerken en verkennen we inhoudelijke en financiële kansen. Voor onze regio dragen we projecten aan binnen het netwerk van de Economic Board ZuidHolland in het verlengde van de Groeiagenda Zuid-Holland vanuit onze Regionale Omgevingsagenda en de Regionale Strategie Mobiliteit Ook stimuleren we vernieuwing van economische sectoren en de arbeidsmarkt via het Cofinancieringsfonds. Het Cofinancieringsfonds Holland Rijnland is ingesteld voor regionale initiatieven die de gemeentegrens overstijgen, een innovatief karakter hebben en een bijdrage leveren aan het realiseren van de opgaven van Holland Rijnland. Om op een financiële bijdrage te kunnen rekenen, moet een initiatief ook actueel, kansrijk, opschaalbaar en duurzaam van aard zijn. Het deel dat Holland Rijnland financiert, is bedoeld als multiplier om externe gelden aan te trekken.
Een belangrijke voorwaarde is dan ook dat externe partijen (kennisinstellingen, ondernemingen of andere overheden) het grootste deel van de investering financieren. Cofinanciering maakt deel uit van de programmabegroting, maar is ondersteunend aan de hiervoor beschreven inhoudelijke programma's. Projecten uit uiteenlopende programma’s worden meegefinancierd. Daarom is het Cofinancieringsfonds uitvoeriger beschreven in paragraaf 2.2 Cofinancieringsfonds, onder algemene financiële beschouwingen. Wat doet de Strategische Eenheid daarvoor? • Monitoring, communicatie en stimulering van (sociaal-)economische projecten vanuit het Cofinancieringsfonds. • Signaleren en agenderen van aanvullende subsidiemogelijkheden. • Agendering, verbinden, lobby & belangenbehartiging van doelen in (sub)regionale economische agenda’s, onder andere door het ondersteunen van onze ambtenaren en bestuurders in Economic Board Zuid-Holland en onderliggende gremia, Bestuurlijk Overleg Economie Zuid-Holland, Greenport Nederland. • Platform: agendering en kennisdeling kansen en uitdagingen onder andere in de overgangnaar een (meer) circulaire economie. In 2022 • De verwachting is dat het cofinancieringsfonds meefinanciert aan de nodige innovatieve projecten.
28
3.3.2 Wat mag dat kosten Rekening 1 2020 Domein 3 Strategisch positioneren
Programmakosten
Saldo baten en lasten 1
Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2021 2022 2023 2024 2025
151.000
287.504
290.667
290.667
290.667
290.667
151.000
287.504
290.667
290.667
290.667
290.667
Cf concept Jaarrekening d.d. 5-3-2021
29
3.4 Organisatie en samenwerking 3.4.1 Overhead
Alle werkzaamheden en kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van het primaire proces behoren tot dit programma. Het zijn kosten die gemaakt worden om bijvoorbeeld afstemming, communicatie en besluitvorming voor de programma’s van de strategische eenheid, het RBL en de TWO jeugdhulp mogelijk te maken. Kortom, onder andere de organisatie van en ondersteuning bij Themacafés, regiodagen, vergaderingen van het bestuur horen bij dit programma. In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) zijn deze kosten als overhead gedefinieerd. We streven naar een effectieve en efficiënte ondersteuning. Waar het om personeel gaat, behoren binnen Holland Rijnland tot de overhead: • Leidinggevenden primair proces (hiërarchisch); • Control, informatie- en beveiligingsbeleid; • Interne en externe communicatie; • Bestuurszaken en bestuursondersteuning; • Documentatie en informatieverstrekking (DIV) (hiertoe hoort ook expertiseontwikkeling en advies over de procesinrichting); • Managementondersteuning voor het primair proces; Een manager of leidinggevende drukt volledig op het programma Organisatie en samenwerking, ongeacht of deze voor een deel van zijn tijd ook inhoudelijke taken vervuld. Voor de leidinggevenden van Holland Rijnland geldt dat zij voor een belangrijk deel van hun tijd inhoudelijke taken vervullen.
De overige overhead-taken, zoals HRM en ICT, zijn ondergebracht bij Servicepunt71. De bijdrage aan Servicepunt71 voor het leveren van de bedrijfsvoering wordt eveneens weergegeven in dit programma. Naast deze behoren ook tot het programma: • de kosten voor de huisvesting om de algemene taken van de eigen organisatie uit te voeren; • de verzekeringskosten en opleidingskosten voor personeel; • de bijdrage aan een verbonden partij, voor zover deze verbonden partij werkzaam is voor het taakveld 0.4 Overhead.
3.4.2 Wat mag het kosten? Rekening 1 2020 Domein 4 Organisatie en samenwerking
Programmakosten
154.884
133.098
1.283.738
1.283.738
1.283.738
1.283.738
Kosten Werkorganisatie
2.992.205
2.943.871
1.805.224
1.805.224
1.805.224
1.805.224
Bijdragen van derden
-47.670
-
-
-
-
-
3.099.418
3.076.969
3.088.962
3.088.962
3.088.962
3.088.962
Saldo baten en lasten 1
Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2021 2022 2023 2024 2025
Cf concept Jaarrekening d.d. 5-3-2021
In programma Organisatie en samenwerking waar ook overhead onder valt vindt een grote verschuiving plaats naar programmakosten van kosten werkorganisatie. Dit heeft als reden dat de
30
kostenplaats algemene personeelskosten altijd via een afdelingskostenplaats werd begroot en dat is nu direct op overhead opgenomen.
31
3.5 Algemene dekkingsmiddelen
De middelen die Holland Rijnland ontvangt van de deelnemende gemeenten, zijn opgenomen in het programma Algemene dekkingsmiddelen. De bijdragen van de gemeenten bestaan uit een regulier deel en de bijdrage voor de TWO Jeugdhulp. Rekening 1 2020 Domein 5 Algemene Dekkingsmiddelen
1
Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2021 2022 2023 2024 2025
Bijdrage regiogemeenten
-5.965.028 -6.005.352 -6.082.405 -6.082.405 -6.082.405 -6.082.405
Bijdrage regiogemeenten Jeugd
-2.239.854 -2.319.148 -2.348.904 -2.348.904 -2.348.904 -2.348.904
Saldo baten en lasten
-8.230.808 -8.324.500 -8.431.309 -8.431.309 -8.431.309 -8.431.309
Onttrekking uit reserves
-131.094
-
-
-
-
-
Saldo reserveringen
-131.094
-
-
-
-
-
Resultaat
-8.361.902 -8.324.500 -8.431.309 -8.431.309 -8.431.309 -8.431.309
Cf concept Jaarrekening d.d. 5-3-2021
32
4 Begroting Paragrafen 4.1 Lokale heffingen
Voor één van de overige uitvoerende taken worden leges geïnd, namelijk bij de uitvoering van de woonruimteverdeling voor de toetsing van urgentieverzoeken. De onkosten voor het programma Vernieuwing huisvestingsverordening en uitvoering urgentie worden vooral gedekt uit de reguliere bijdrage van alle deelnemende gemeenten.
4.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing
De deelnemende gemeenten zijn op grond van de gemeenschappelijke regeling gezamenlijk verantwoordelijk voor de financiële situatie bij het samenwerkingsorgaan en voor mogelijke tekorten of financiële tegenvallers. Dit betekent dat Holland Rijnland geen weerstandsvermogen en weerstandscapaciteit hoeft te hebben (zie kader). Het samenwerkingsorgaan Holland Rijnland heeft wel een algemene reserve die evntueel kan worden ingezet bij eventuele risico's die zich voordoen. De deelnemende gemeenten worden driemaal per jaar geïnformeerd over het verloop van de begroting van Holland Rijnland door middel van de begroting, de Tussenrapportage (Turap) en de jaarrekening. Indien aan de orde wordt het AB door het DB geïnformeerd over tussentijdse wijzigingen. Eventuele risico’s worden zo spoedig mogelijk gemeld. De gemeenten worden in staat geacht op basis van deze informatie voldoende voorzieningen in de eigen begroting te treffen. Deze eventuele risico’s kunnen worden betrokken in het geheel van de door de gemeente gelopen risico’s. Uit dit oogpunt is er geen afzonderlijke risicoreserve bij de gemeenschappelijke regeling aangehouden. Weerstandsvermogen Het vermogen van Holland Rijnland om onverwachte financiële tegenvallers op te kunnen vangen.
Risico’s Onder risico's worden verstaan alle voorzienbare risico's waarvoor geen voorzieningen zijn gevormd, of die niet tot afwaardering van activa hebben geleid en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot het balanstotaal of de financiële positie.
Risico’s uit reguliere bedrijfsvoering Elke organisatie kent risico’s uit reguliere bedrijfsvoering, zo ook Holland Rijnland. Oorzaken hiervan kunnen gelegen zijn in onder meer: • Automatisering / datalek; • Aanbestedingsprocedure Er zijn processen ingericht om deze risico’s zoveel mogelijk te beperken. De maximale omvang van eventueel optredende risico’s worden geraamd op € 100.000 (afgerond), zijnde 1% van de totale begrote lasten.
33
Financiële kengetallen Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) schrijft voor dat enkele kengetallen in de jaarrekening worden opgenomen die kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie. Deze kengetallen staan in onderstaande tabel. Kengetallen:
Rek.2020
Begr.2021 Begr.2022 Begr.2023 Begr.2024 Begr.2025
Netto schuldquote
-17,1%
-28,3%
-30,0%
-30,1%
-30,2%
-30,3%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
-17,1%
-28,3%
-30,0%
-30,1%
-30,2%
-30,3%
Solvabiliteitsratio
5,7%
5,7%
5,7%
5,7%
5,7%
5,7%
Structurele exploitatieruimte
3,4%
1,8%
0,0%
0,0%
0,0%
0,0%
Netto schuldquote: De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. De quote is negatief. Dit betekent dat de eigen middelen hoger zijn dan de schuldenlast. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte geldleningen: Holland Rijnland leent geen gelden uit. Derhalve is deze schuldquote gelijk aan de netto schuldquote. Solvabiliteitsratio: Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de provincie of gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het getal geeft de verhouding tussen het eigen vermogen (reserves) en de schulden. Holland Rijnland heeft slechts een beperkte algemene reserve en bestemmingsreserves. Vandaar dat dit getal zeer laag is. Structurele exploitatieruimte:Holland Rijnland wordt grotendeels gefinancierd door de deelnemende gemeenten. In die zin is er geen sprake van structurele exploitatieruimte. Daarnaast ontvangt Holland Rijnland subsidies van de provincie Zuid-Holland en worden reserves ingezet voor incidentele lasten. Hierdoor ontstaat een beperkt negatieve ratio exploitatieruimte. Onderstaande tabel toont een normering waartegen de diverse ratio's kunnen worden afgezet. Tabel 4.2 Normering financiële indicatoren Kengetallen:
Voldoende
Matig
Onvoldoende
Netto schuldquote
< 100%
100% > < 130%
> 130%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
< 100%
100% > < 130%
> 130%
Solvabiliteitsratio
> 50%
30% < > 50%
< 30%
Structurele exploitatieruimte
> 0,6%
0% > < 0,6%
0%
34
4.3 Financiering
De exploitatietekorten van het samenwerkingsorgaan worden gefinancierd door de dertien deelnemende gemeenten. Op basis van de vastgestelde begroting wordt de geraamde gemeentelijke bijdrage als voorschot in rekening gebracht. Bij de vaststelling van de jaarrekening wordt tevens de definitieve bijdrage over het betreffende jaar vastgesteld. Zo spoedig mogelijk daarna vindt er een verrekening plaats met de gemeenten. Daarnaast zijn er geldstromen van ministeries en provincie waarvan de bedragen worden doorgesluisd naar de betreffende instanties. Kasgeld Tijdelijke overschotten worden in verband met het Schatkistbankieren (zie kader) uitgezet bij de Schatkist. Dit gebeurt in daggeld of in deposito’s. Tijdelijke tekorten komen sporadisch voor en zijn slechts van korte duur. Hiervoor wordt dan gebruik gemaakt van de kredietlimiet (rood staan) van de BNG-bank. Leningenportefeuille Het samenwerkingsverband beschikt niet over een leningenportefeuille. In- en externe ontwikkelingen Er zijn geen in- of externe ontwikkelingen die invloed kunnen hebben op de treasuryfunctie, de treasury-organisatie, het risicoprofiel, de financiële posities, de vermogenswaarden en/of de geldstromen. Deze worden ook niet verwacht. Risicobeheer Treasury dient uitsluitend de publieke taak en het beheer van de uitzettingen gebeurt zorgvuldig.
Er wordt ruim voldaan aan de kasgeldlimiet, er zijn geen geldleningen en de kasgeldoverschotten worden tijdelijk uitgezet bij de Schatkist. Renterisico’s Vanwege de zeer beperkte financieringsbehoeften en het zorgvuldig wegzetten van overtollige kasgeldmiddelen in de Schatkist is het renterisico gering. Holland Rijnland is geen vaste geldleningen aangegaan. Het samenwerkingsorgaan voldoet dan ook aan de renterisiconorm. Financieringsrisico’s Omdat de gemeenten gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor het financiële beleid van het samenwerkingsorgaan en zich verplicht hebben de tekorten in zijn geheel gezamenlijk te dragen, zijn er geen financieringsrisico’s. Kasgeldlimiet Het samenwerkingsorgaan bleef gedurende vele jaren steeds binnen de kasgeldlimiet. Dit is voor gemeenschapppelijke regelingen 8,2% van het begrotingstotaal. De verwachting is dat dit ook voor de komende jaren blijft gelden. Voor 2022 bedraagt de kasgeldlimiet € 838.887. Meerjarenprognose Op basis van de meerjarenbegroting is de inschatting dat Holland Rijnland ook de komende jaren geen geldleningen hoeft aan te gaan. Een renterisico vaste schuld is dan ook niet aanwezig.
35
4.4 Bedrijfsvoering
Servicepunt71 is het servicecenter dat bedrijfsvoeringstaken voor Holland Rijnland uitvoert, zoals deze dat ook doet voor de gemeenten Leiden, Leiderdorp, Oegstgeest en Zoeterwoude. Voor het samenwerkingsorgaan gaat het hierbij om: • Financiële administratie; • ICT; • HRM; • Facilitaire zaken; • Juridische zaken; • Inkoop. Servicepunt71 biedt geen dienstverlening aan op het gebied van Documentaire Informatievoorziening (DIV). Deze activiteiten voert Holland Rijnland nog zelf uit. Organisatie Holland Rijnland De organisatie bestaat uit de volgende organisatieonderdelen: • Strategische Eenheid; • Regionaal Bureau Leerplicht (RBL); • Bedrijfsbureau (inclusief Urgentiecommissie, Verkeersveiligheid, Regiotaxi en DIV); • TWO Jeugdhulp. De leiding van de organisatie ligt bij de secretaris-directeur. Concerncontrol is een zelfstandige functie die uit de lijnorganisatie is gehaald en de secretaris-directeur adviseert. Dit is vanwege de gewenste onafhankelijke positie ten opzichte van de lijnorganisatieonderdelen.
36
Beleidsindicatoren Voor de bedrijfsvoering heeft Holland Rijnland, mede op instigatie van de nieuwe BBV een aantal indicatoren opgesteld. Hieronder een weergave voor 2022: Tabel Beleidsinsicatoren Beleidsindicator
Eenheid
Periode
Holland Rijnland
1. Formatie
Fte per 1.000 inwoners
2022
0,11
2. Bezetting
Fte per 1.000 inwoners
2022
0,10
3. Apparaatskosten
Kosten per inwoner
2022
€ 11,11
4. Externe inhuur
Kosten inhuur als % van totale loonsom incl inhuur
2022
4,2%
5. Overhead
% van totale lasten
2022
30,2%
Indexatie Voor het jaar 2022 vindt een indexatie van de gemeentelijke bijdrage plaats. We gaan we uit van het voorstel van de Werkgroep Financiële Kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen (WFGR) waarin de werkgroep voor 2022 een indexatie adviseert van gemiddeld 1,40% voor loonkosten (inclusief de loonkosten van de dienstverleningsovereenkomst met het Servicepunt71), en 1,10% voor materiële kosten. Het gebruikte gewogen indexcijfer voor 2021 is 1,28%.
37
Tabel Index wegings factor
Index
indexatie 2022
Lasten Beloning werknemers
61%
101,40
Netto materieel
39%
101,10
Overige (niet geïndexeerd)
0%
0
Gewogen gemiddelde indexatie
100%
101,28
Bijdrage gemeenten
82%
101,28
Overige baten
18%
101,28
38
5 Financiële begroting 5.1 Meerjarenbegroting 2022 – 2025
Domein 1 Ruimte en Energie
Rekening 1 2020
Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2021 2022 2023 2024 2025
Lasten
8.164.070
3.192.299
2.778.086
2.778.086
2.778.086
2.778.086
Baten
-6.849.171 -1.476.277
-978.220
-978.220
-978.220
-978.220
1.314.899
1.716.022
1.799.866
1.799.866
1.799.866
1.799.866
Lasten
5.672.447
4.254.405
4.072.612
4.072.612
4.072.612
4.072.612
Baten
-2.630.305 -1.010.400
-820.798
-820.798
-820.798
-820.798
3.042.143
3.244.005
3.251.814
3.251.814
3.251.814
3.251.814
151.000
287.504
290.667
290.667
290.667
290.667
151.000
287.504
290.667
290.667
290.667
290.667
Lasten
3.114.473
3.076.969
3.088.962
3.088.962
3.088.962
3.088.962
Baten
-15.055
-
-
-
-
-
3.099.418
3.076.969
3.088.962
3.088.962
3.088.962
3.088.962
saldo Domein 2 Maatschappij en Jeugd
saldo Domein 3 Strategisch positioneren
Lasten saldo
Domein 4 Organisatie en samenwerking
saldo totaal lasten
17.101.990 10.811.177 10.230.327 10.230.327 10.230.327 10.230.327
totaal baten
-9.494.531 -2.486.677 -1.799.018 -1.799.018 -1.799.018 -1.799.018
Saldo baten en lasten programma's
7.607.459
Algemene dekkingsmiddelen
8.324.500
8.431.309
8.431.309
8.431.309
8.431.309
Bijdragen gemeenten regulier
-5.965.028 -6.005.352 -6.082.405 -6.082.405 -6.082.405 -6.082.405
Bijdragen gemeenten TWO
-2.239.854 -2.319.148 -2.348.904 -2.348.904 -2.348.904 -2.348.904
totaal baten
-8.230.808 -8.324.500 -8.431.309 -8.431.309 -8.431.309 -8.431.309 -623.349
-
-
-
-
-
Onttrekking uit reserves
-884.522
-
-
-
-
-
Saldo reserveringen
-884.522
-
-
-
-
-
Resultaat
-1.507.871
-
-
-
-
-
Saldo baten en lasten Storting in reserves
1
Cf concept Jaarrekening d.d. 5-3-2021
39
5.2 Incidentele lasten en baten
In de begroting 2022 is geen sprake van incidentele lasten. Er is daarom sprake van een structureel evenwicht voor alle jaren. Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Ja
Ja
Ja
Ja
Structureel evenwicht ?
40
5.3 Geprognosticeerde balans Bedragen x € 1000,-
Realisatie Begroting Begroting 2020
2021
2022
Meerjarenbegroting 2023
2024
2025
ACTIVA Vaste activa Materiële vaste activa Overig
65
42
34
25
17
8
340
340
340
340
340
340
53.613
53.716
53.724
53.732
53.741
53.749
330
250
250
250
250
250
380
380
380
380
380
380
54.727
54.727
54.727
54.727
54.727
54.727
Uitzettingen Vorderingen op openbare lichamen Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een looptijd < 1 jaar Liquide middelen (kas- en banksaldi) Overlopende activa Overige overlopende activa
Totalen
41
Bedragen x € 1000,-
Realisatie Begroting Begroting 2020
2021
2022
Meerjarenbegroting 2023
2024
2025
PASSIVA Vaste Passiva Eigen vermogen Reserves
1.597
3.105
3.105
3.105
3.105
3.105
Saldo van rekening
1.508
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
11.891
11.891
11.891
11.891
11.891
11.891
Overige overlopende passiva
39.731
39.731
39.731
39.731
39.731
39.731
Totalen
54.727
54.727
54.727
54.727
54.727
54.727
Vlottende schuld Banksaldi Overige vlottende schulden Overlopende passiva
42
5.4 Staat van reserves Omschrijving
Saldo 1-1-2022
Mutaties Toevoeging
Saldo 31 -12- 2022
Onttrekking
Algemene reserve 8700001 Algemene Reserve
200.000
0
0
200.000
8710006 Reserve RBL
26.757
0
0
26.757
8710007 Reserve cofinanciering
197.868
0
0
197.868
8710010 Reserve onderwijsarbeidsmarkt
115.877
0
0
115.877
8710011 Reserve Energieakkoord
138.079
0
0
138.079
8710013 Reserve regionale energiestrategie (RES)
50.000
0
0
50.000
8710014 Reserve Transformatiefonds Jeugd
868.416
0
0
868.416
1.596.997
0
0
1.596.997
Bestemmingsreserves
Totaal reserves
43
5.5 Taakvelden Hoofdtaakvelden
Taakveld
Lasten
Bestuur en ondersteuning
0.4
Overhead, Ondersteuning organisatie
0.8
Overige baten en lasten
Totaal Verkeer, vervoer en waterstaat
2.1
Verkeer en wegen
Totaal Economie
3.1
Economische ontwikkeling
Totaal Onderwijs
4.3
Onderwijsbeleid en leerling-zaken
Totaal 5.7
Openbaar groen en (open lucht) recreatie
Totaal
Sociaal domein
3.088.962
0
0
0
3.088.962
0
983.308
-1.167.115
983.308
-1.167.115
538.819
-693.670
538.819
-693.670
1.878.751
-3.121.938
1.878.751
-3.121.938
344.813
-452.684
344.813
-452.684
6.1
Samenkracht en burgerparticipatie
661.630
-867.962
6.5
Arbeidsparticipatie
240.190
-353.540
6.72
Maatwerkdienstverlening 18-
1.589.398
-2.348.904
2.491.218
-3.570.406
Totaal Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing
Baten
8.1
Ruimtelijke ordening
115.080
-159.059
8.3
Wonen en bouwen
789.376
-1.065.456
904.456
-1.224.515
10.230.327
-10.230.327
Totaal Totaal
44
6 Besluit Aldus vastgesteld door het Algemeen Bestuur van het Samenwerkingsorgaan Holland Rijnland in de vergadering van 30 juni 2021.
L.A.M. Bakker
H.J.J. Lenferink
secretaris
voorzitter
45
46
7 Bijlagen 7.1 Btw-compensatiefonds
Een gemeenschappelijke regeling in de vorm van dit samenwerkingsorgaan wordt niet in de btwheffing betrokken. De btw is hierdoor voor de gemeenschappelijke regeling een kostenpost. Alleen een gemeenschappelijke regeling die op de prestaties een winsttoeslag oplegt en daardoor doet aan vermogensvorming, heeft recht op aftrek van btw. Dit laatste is niet van toepassing voor Holland Rijnland. Voor de begroting van Holland Rijnland is er dan ook niets veranderd. Evenals voorgaande jaren zijn alle lasten geraamd inclusief btw. Met ingang van 1 januari 2003 hebben provincies en gemeenten te maken met het Btwcompensatiefonds. Per individuele gemeente wordt een opgave verstrekt over welke voorbelasting compensabel is en kan worden doorgeschoven naar de betreffende gemeente. De deelnemende gemeente kan deze kosten dan meenemen met de opgave voor het Btw-compensatiefonds. Verdeling BTW BCF
Algemeen 13 gemeenten
Leerplicht 11 gemeenten obv leerlingen
Leerplicht 11 gemeenten obv inwoners
Jeugdhulp 12 gemeenten
4.097.898
2.945.923
157.489
10.264
984.222
Raming compensabele BTW
711.205
511.276
27.333
1.781
170.815
Alphen ad Rijn
108.516
100.181
0
0
8.335
Hillegom
30.491
19.884
1.412
92
9.104
Kaag & Braassem
27.469
24.439
1.756
113
1.161
Katwijk
95.949
58.869
4.903
272
31.905
Leiden
166.370
112.001
6.403
518
47.448
Leiderdorp
35.689
24.223
1.789
112
9.565
Lisse
30.491
20.552
1.475
95
8.369
Nieuwkoop
37.785
25.795
0
0
11.990
Noordwijk
56.090
38.953
2.695
180
14.262
Oegstgeest
34.890
22.239
1.873
103
10.675
Teylingen
51.412
33.520
2.570
155
15.167
Voorschoten
24.905
22.916
1.883
106
0
Zoeterwoude
11.150
7.704
575
36
2.835
Raming inclusief BTW
Totaal BTW
47
48
Jaarstukken 2020
INHOUDSOPGAVE 1
2
3
4
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Inleiding............................................................................................................................................3 Algemene beschouwing............................................................................................................ 3 Leeswijzer ................................................................................................................................ 5 Rekeningresultaat......................................................................................................................6 Regionaal Investeringsfonds ....................................................................................................6 Bestuur ..................................................................................................................................... 9
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
Jaarverslag Programma verantwoording...................................................................................... 11 Ruimte en Energie.................................................................................................................. 13 Maatschappij en Jeugd........................................................................................................... 20 Strategisch positioneren..........................................................................................................28 Organisatie en samenwerking.................................................................................................29 Algemene dekkingsmiddelen ................................................................................................. 31
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6
Jaarverslag Paragrafen................................................................................................................. 33 Weerstandsvermogen en risicobeheersing.............................................................................33 Financiering............................................................................................................................. 35 Bedrijfsvoering......................................................................................................................... 37 Vennootschapsbelasting..........................................................................................................39 Heffingen en Leges................................................................................................................. 39 Onvoorzien.............................................................................................................................. 39
4.1 4.2
Jaarrekening 2020.........................................................................................................................41 Balans en toelichting op de balans........................................................................................ 42 Overzicht van baten en lasten................................................................................................ 54
5 6
Besluit............................................................................................................................................ 69 6.1
Bijlagen.......................................................................................................................................... 71 Subsidies................................................................................................................................. 71
1
2
1 Inleiding 1.1 Algemene beschouwing
Het jaar 2020 was een bijzonder jaar, waarin wij ons werk hebben moeten en meestal ook hebben kunnen aanpassen tijdens de Coronacrisis. Wij hebben niet alles kunnen uitvoeren zoals voorzien, maar vaak wel in aangepaste vorm. Zo hebben wij een aantal vacatures bij RBL niet direct ingevuld. Een aantal zaken is uitgesteld zoals bij voorbeeld de aanbesteding van de nieuwe OV-concessie. Ook hebben wij een omzetgarantieregeling moeten treffen voor de jeugdhulpaanbieders en een continuïteitsregeling voor de regiotaxi. Lobbyen is een kernactiviteit van Holland Rijnland en van belang om de regionale agenda te kunnen realiseren. Afgelopen jaar is er meest schriftelijk op een aantal terreinen actie ondernomen aan de hand van de intern opgestelde lobbykalender, omdat vanwege het corona virus fysieke ontmoetingen niet mogelijk waren. Zo zijn er voor energie diverse 'lobbybrieven' verstuurd. Denk voor het onderwerp warmte aan brieven naar het rijk en voor elektriciteit aan de provincie. Daarnaast is er samen met andere partijen een lobbybrief aan het Rijk gestuurd over de ecologische meekoppelkansen A4. Voor de Bubble Barrier is in 2020 een verzoek gestuurd aan de provincie voor een bijdrage. Een ander voorbeeld is dat er met de 6 regio’s in Zuid-Holland een lobbybrief gestuurd is aan de ministeries van BZK en Justitie en Veiligheid over de opgave huisvesting statushouders.
Tot slot hebben wij een zienswijze en brief gestuurd over de Aanvullingsregeling geluid in relatie tot Schiphol. De impact van de Corona-maatregelen op de jeugdhulp was groot. Met name de eerste maanden na invoering van de maatregelen hebben in het teken gestaan van het omgaan met de gevolgen hiervan en focus op continuering van de jeugdhulp. Holland Rijnland coördineert en beheert het Transformatiefonds. Door de Corona-maatregelen hebben enkele projecten uit het transformatiefonds enige vertraging opgelopen of zijn verlengd. De gemeenten in Holland Rijnland werken samen om de jeugdhulp verder te transformeren, de kwaliteit te waarborgen en de kosten beheersbaar te houden. De stijgende uitgaven aan jeugdhulp zetten de financiële positie van gemeenten zwaar onder druk. Het jaar 2020 stond ook in het teken van voorbereiding op de inkoop van de jeugdhulp en het verder concretiseren van de doelen uit het inkoopplan. Middels de inkoop 2022, verdere transformatie van de jeugdhulp en bezuinigingsmaatregelen beogen de gemeenten te komen tot een kwalitatief goed en betaalbaar jeugdhulpstelstel. Centraal stond ook de versterking van de gemeentelijke sturing op de jeugdhulp met als kernvraag: hoe krijgen we beter grip op de kosten? In 2020 is een doorontwikkeling van de TWO ingezet naar een structurele beheersorganisatie.
Besloten is om advies in te winnen over herijking van de governance jeugd. De regionale agenda 2019-2023 bevat vooral veel ruimtelijke thema's. In 2020 hebben wij onze ambitieuze regionale agenda uitgewerkt en de basis gelegd voor de regionale omgevingsagenda Holland Rijnland (ROA), waarover in 2021 besloten wordt. Het gaat daarbij om strategische keuzes wat betreft de verdeling van de schaarse ruime voor wonen, werken, mobiliteit, groen en energie. Om
3
die keuzes met onze opdrachtgevers collectief te gaan maken bepalen wij met de portefeuillehouders gezamenlijk een integraal ruimtelijk afwegingskader. Om verstandig knopen door te kunnen hakken is voldoende draagvlak van belang. Daarom hebben wij volgens de nieuwe werkwijze naast de portefeuillehouders ook de raadsleden betrokken in meest digitale bijeenkomsten als themacafés, webinars en een wensen- en bedenkingenprocedure. In 2020 hebben we een evaluatie uitgevoerd naar de mate waarin we onze ambities uit de Regionale Woonagenda waarmaken. Dit helpt om waar nodig bij te sturen. Eind 2020 is met behulp van de planmonitor de planlijst woningbouw geactualiseerd en met de monitor aangeboden aan de provincie. De resultaten van de evaluatie van de Regionale Woonagenda en de gedachtewisseling over een mogelijke aanpassing van de huisvestingsverordening zijn vastgelegd in een bestuursopdracht voor wonen. We monitoren de balans tussen vraag en aanbod van werklocaties. Ook in 2020 is de jaarlijkse kantorenmonitor Holland Rijnland opgesteld en ambtelijk besproken. Eind 2020 is de provincie in samenspraak met de regio's gestart met een behoefteraming voor bedrijventerreinen. Mogelijk geeft dit in 2021 aanleiding tot actualisatie van de regionale bedrijventerreinenstrategie van Holland Rijnland.
Ruimte houden voor bedrijvigheid naast de enorme druk op de woningmarkt is een van de strategische ruimtelijke vraagstukken waar we aandacht aan besteden in de Regionale Omgevingsagenda. Ook vanuit het perspectief van natuur- en landschap wordt actief inbreng geleverd voor de Regionale Omgevingsagenda. Zo dragen we bij aan het vergroten van de toegankelijkheid en bereikbaarheid van natuur en landschap en de versterking van de grote waarde ervan voor de inwoners uit onze regio en anderen. In 2020 is het plan van aanpak om te komen tot een aantal icoonprojecten in samenspraak met de gemeenten tot stand gebracht en vastgesteld. Om dit type projecten mogelijk te maken en gezien het wegvallen van subsidiemogelijkheden vanuit de provincie zijn de financieringsvoorwaarden vanuit het Regionaal Groenprogramma aangepast. In 2020 is ten behoeve van de actualisering van de Regionale Strategie Mobiliteit (RSM) onderzoek uitgevoerd naar het functioneren van het huidige mobiliteitssysteem in relatie tot toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen en technologische en maatschappelijke trends. Op basis van deze analyse bepalen wij de mobiliteitsopgaven voor de korte- en (middel)lange termijn in Holland Rijnland. Ook is er onderzoek uitgevoerd naar de verduurzaming van mobiliteit. Dit onderzoek gebruiken wij zowel voor de regionale energiestrategie 1.0 (RES) als voor de RSM.
De RSM gaat onderdeel uitmaken van de Regionale omgevingsagenda. Ruimtelijke ontwikkeling en mobiliteit hebben immers een wederkerige relatie. In de zomer van 2020 is de Concept RES Holland Rijnland opgesteld door het programmateam RES, met akkoord van 13 gemeenten van Holland Rijnland, de provincie Zuid-Holland, de omgevingsdienst West-Holland en hoogheemraadschap Rijnland. Ook is een proces van wensen en bedenkingen doorlopen. De concept RES is tijdig met de wensen en bedenkingen aangeboden aan het Nationaal Programma RES. Na de zomer is er stevig ingezet op participatie rondom de RES zowel regionaal als lokaal. Ook is er onderzoek gedaan en zijn er berekeningen gemaakt rondom het regionale energiesysteem en op de thema's warmte, energiebesparing, zon op daken, duurzame mobiliteit en ruimte en energie. De resultaten daarvan zijn in de RES 1.0 opgenomen.
4
In de hoofdstukken hierna ziet u de verantwoording per programma.
1.2 Leeswijzer
In het vervolg van dit hoofdstuk leest u het rekeningresultaat, stemverhoudingen van het algemeen bestuur voor de deelnemende gemeenten en de samenstelling van het dagelijks bestuur. In hoofdstuk 2 vindt u de inhoudelijke verantwoording per programma. De programma's van de begroting zijn in 2020 ten opzichte van 2019 gewijzigd. De reden is dat er in 2019 nog gewerkt werd met de inhoudelijke agenda en in 2020 met de regionale agenda. De P&C producten zijn daarop aangepast. Het effect is dat het vergelijken van de cijfers van 2020 met die van 2019 in een aantal gevallen niet mogelijk is. Met ingang van 2021 is dat niet meer aan de orde. Per programma wordt aangegeven wat men in 2020 heeft bereikt, wat daarvoor is gedaan en welke kosten daarmee gemoeid waren. In de paragrafen "Wat heeft dat gekost" verklaren wij de verschillen wanneer de baten of lasten meer afwijken dan € 25.000 ten opzichte van de begroting na wijziging bij de Tussenrapportage 2020. Leeswijzer financiële tabellen: • Directe kosten: kosten voor leveringen, goederen en diensten die rechtstreeks ten laste van projecten in de programma’s komen; • Kosten werkorganisatie: kosten voor personeel, huur gebouw e.d. die via toerekening van uren verdeeld worden over de projecten in de programma’s; • Directe baten: baten die rechtstreeks ten gunste van projecten in de programma’s komen.
Het gaat voornamelijk om subsidies van Rijk en provincie, aanvullende subsidies van gemeentes of bijvoorbeeld leges; Onder het kopje paragrafen komt de bedrijfsvoering aan bod middels de thema’s die door het BBV worden aangedragen, zoals het weerstandsvermogen, kapitaalgoederen en PIOFACH. De jaarrekening is opgenomen in hoofdstuk 4, met de balans, de toelichting op de balans en het overzicht van baten en lasten. De overige staten en overzichten zijn opgenomen in de bijlagen.
5
1.3 Rekeningresultaat
De jaarrekening van Holland Rijnland sluit in 2020 af met een positief resultaat van € 1.523.340. De jaarrekening van Holland Rijnland bestaat in feite uit twee aparte onderdelen die elk een aparte financiering kennen: • Holland Rijnlands reguliere taken, gefinancierd uit de reguliere gemeentelijke bijdrage. • TWO Jeugdhulp, de inkooporganisatie Jeugdhulp, gefinancierd uit de jeugdhulpbudgetten van de gemeenten. Resultaat Holland Rijnland: Het resultaat voor het onderdeel reguliere taken komt uit op € 1.449.483 positief. In de programmaverantwoording gaan wij in op de resultaten per programma. Resultaat TWO Jeugdhulp: De kosten voor de uitvoeringsorganisatie voor de inkoop van jeugdhulp zijn onderdeel van de bedrijfsvoering van Holland Rijnland, maar worden apart in rekening gebracht bij de gemeenten die hieraan deelnemen. De gemeenten brengen dit ten laste van hun eigen jeugdhulpbudget. Het gaat hier dus niet om de besteding van het totale uitvoeringsbudget. Over de jeugdhulpbudgetten wordt door Holland Rijnland wel een eindverantwoording opgesteld, maar het resultaat wordt verwerkt in de jaarrekeningen van de individuele gemeenten. De kosten van de TWO Jeugdhulp zijn € 73.857 euro lager uitgekomen dan begroot. Hierin zijn ook de onder overhead verantwoorde kosten meegenomen van de TWO.
Resultaat en verdeling: De verdeling over gemeenten worden zowel voor het overschot op de TWO Jeugdhulp als het resultaat van Holland Rijnland separaat aangeboden aan het algemeen bestuur.
1.4 Regionaal Investeringsfonds
December 2007 is het Regionaal Investeringsfonds (RIF) ingesteld en de overeenkomst door de deelnemende gemeenten ondertekend. In de RIF zijn de volgende vijf projecten benoemd: • Rijnlandroute; • HOV-netwerk Zuid Holland Noord (HOV-ZHN); • Programma Ontsluiting Greenport (POG); • Vitalisering Greenport Duin- en Bollenstreek (GOM); • Regionaal Groenprogramma. Voor deze projecten zal de bijdrage vanuit het RIF in z'n totaliteit € 180.000.000 mln zijn. In onderstaande tabel staat de verdeling inclusief de bestedingen tot en met 2020: Project
Budget
reeds besteed t/m 2020
Rijnlandroute
€ 75.000.000
€ 57.500.000
HOV Net Zuid Holland Noord
€ 37.500.000
€ 29.897.400
POG
€ 37.500.000
€ 7.000.000
Vitalisering Greenport Duin- en Bollenstreek
€ 10.000.000
€ 10.000.000
Groenprogramma
€ 20.000.000
€ 10.763.401
6
Project
Budget
reeds besteed t/m 2020
Totaal
€ 180.000.000
€ 115.160.801
Bovenstaande tabel toont aan dat er al een groot gedeelte van het RIF daadwerkelijk is besteed. Op een groot deel van het resterende budget rusten verplichtingen waardoor het vrij te besteden bedrag beperkt is. Voor de Rijnlandroute en het HOV Net Zuid Holland Noord zijn er overeenkomsten afgesloten waardoor dit budget totaal bestemd is. Voor de middelen in het POG is een deel van de maatregelen gerealiseerd, een deel in voorbereiding en de invulling van een deel van de maatregelen wordt heroverwogen. De uitgaven voor de vitalisering Greenport Duin- en Bollenstreek zijn verricht en het Groenprogramma is voor een deel gerealiseerd. Ten aanzien van het groenprogramma dat via de exploitatie van Holland Riijnland loopt is nagegaan in hoeverre de projecten waar we aan bijdragen al gerealiseerd zijn. Hier is rekening meegehouden in de administratie. Ter illustratie: de lasten voor het singelpark in Leiden zijn opgenomen in de administratie omdat het deel van het singelpark waar Holland Rijnland aan bijdraagt afgerond is terwijl er door Holland Rijnland nog geen betaling gedaan is. In 2020 hebben de gemeenten de tiende bijdrage van € 9.454.331 voldaan. Dit bedrag is direct in het fonds gestort. De gemaakte kosten en bijbehorende bate voor het Regionaal Groenprogramma, zijn ook opgenomen in het Programma Regionale Agenda. Stand per 1 januari 2020
34.957.927
Ontvangsten: Totaal ontvangen van de gemeenten
9.454.331
Bijdrage 2e tranche Rijnlandroute
Totaal opbrengst
9.454.331
sub-totaal
44.412.258
Uitgaven: Rijnlandroute
2.500.000
HOV-netwerk ZHN
2.488.600
Programma Ontsluiting Greenports (POG) Vitalisering Greenport Duin- en Bollenstreek (GOM) Regionaal Groenprogramma
4.268.431
Totaal besteed in 2020
9.257.031
7
Stand per 1 januari 2020
34.957.927
Stand per 31 december 2020
35.155.228
Verantwoording Verantwoord op ontvangen RIF-gelden
33.500.211
Rentcorrectie op ontvangen RIF-gelden
593.699 34.093.910
Rente saldo
1.061.318
Totaal
35.155.228
Overzicht RIF-bijdrage per gemeenten
Bijdrage t/m 2019
Kaag & Braassem
4.426.380
368.865
4.795.245
Hillegom
5.161.524
430.127
5.591.651
Katwijk
21.172.044
1.764.337
22.936.381
Leiden
36.919.824
3.076.652
39.996.476
Leiderdorp
6.852.264
571.022
7.423.286
Lisse
4.914.804
409.567
5.324.371
Noordwijk
11.568.072
964.006
12.532.078
Oegstgeest
4.810.560
400.880
5.211.440
Teylingen
8.782.860
731.905
9.514.765
Voorschoten
6.869.040
572.420
7.441.460
Zoeterwoude
1.974.600
164.550
2.139.150
Subtotaal
113.451.972
9.454.331
122.906.303
548.030
45.669
593.699
114.000.002
9.500.000
123.500.002
8.627.300
0
8.627.300
754.974
0
754.974
Katwijk: aanvullende bijdrage RIF - 2e tranche Rijnlandroute
0
0
0
Leiden: aanvullende bijdrage RIF - 2e tranche Rijnlandroute
16.372.700
0
16.372.700
Totaal
139.754.976
9.500.000
149.254.976
Rentecorrectie Totaal Katwijk: aanvullende bijdrage RIF - 2e tranche Rijnlandroute Leiderdorp: aanvullende bijdrage RIF - 2e tranche Rijnlandroute
8
Bijdrage 2020
Bijdrage t/m 2020
1.5 Bestuur
De regio Holland Rijnland bestaat in 2020 uit de gemeenten Alphen aan den Rijn, Hillegom, Kaag en Braassem, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Noordwijk, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten en Zoeterwoude. Deze regiogemeenten worden vertegenwoordigd door de 33 leden van het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur vergaderde in 2020 twee maal, namelijk op 24 juni en op 16 december. In oktober was er een schriftelijke ronde. Algemeen bestuur en stemverhouding per 16 december 2020 gemeente
Aantal AB leden
Stem per lid
totaal
1.
Alphen aan den Rijn
3
2 x 16 stemmen 1 x 1 stem
33
2.
Hillegom
2
2 x 4 stemmen 1 x 1 stem
9
3.
Kaag en Braassem
3
1 x 5 stemmen 1 x 4 stemmen
9
4.
Katwijk
3
1 x 11 stemmen 1 x 10 stemmen
21
5.
Leiden
4
1 x 19 stemmen 1 x 18 stemmen 2 x 1 stem
39
6.
Leiderdorp
2
1 x 5 stemmen 1 x 4 stemmen
9
7.
Lisse
2
1 x 5 stemmen 1 x 4 stemmen
9
8.
Nieuwkoop
2
2 x 4 stemmen 1 x 1 stemmen
9
9.
Noordwijk
2
1 x 8 stemmen 1 x 7 stemmen
15
10.
Oegstgeest
3
2 x 4 stemmen 1 x 1 stemmen
9
11.
Teylingen
3
1 x 6 stemmen 1 x 5 stemmen 1 x 1 stem
12
12.
Voorschoten
2
1 x 5 stemmen 1 x 4 stemmen
9
13.
Zoeterwoude
2
1 x 2 stemmen 1 x 1 stem
3
Totaal
33
186
Door het vertrek van de van de heer van Trigt, die benoemd werd tot burgemeester van Zoeterwoude en mevrouw Wolters zijn er 2 vacatures ontstaan. In de AB-vergadering van 24 juni 2020 is de heer Schoonderwoerd benoemd tot portefeuillehouder Maatschappij. In de schriftelijke AB-vergadering
9
van oktober 2020 is mevrouw C. van Starkenburg verkozen tot nieuw lid van het dagelijks bestuur als portefeuillehouder Jeugd. Samenstelling van het Dagelijks Bestuur per 22 februari 2021: H.J.J. Lenferink
voorzitter en portefeuillehouder Algemeen Bestuurlijke Zaken
J.W.E. Spies
portefeuillehouder Arbeidsmarkt, Economie en Energie
E.R. Jaensch
portefeuillehouder Wonen, Natuur en Landschap, Bestuur en Middelen
A.L. van Kempen
portefeuillehouder Verkeer en Vervoer
F. Spijker
portefeuillehouder Ruimte
F.M. Schoonderwoerd
portefeuillehouder Maatschappij
C.van Starkenburg
portefeuillehouder Jeugd
L.A.M. Bakker
Secretaris-directeur
10
2 Jaarverslag Programma verantwoording De gemeenten in Holland Rijnland willen vormen van samenwerking die gekenmerkt worden door optimale flexibiliteit, lage kosten, grotere betrokkenheid van de deelnemende gemeenten (nabijheid), georganiseerde ontmoeting en uitwisseling van kennis en ideeën en een slagvaardige en actiegerichte organisatie gericht op maatschappelijk relevante projecten. Vanuit deze wens draagt Holland Rijnland binnen de regio zorg voor een optimale verbinding, ontmoeting en samenwerking op ruimtelijk,economisch en sociaal gebied. Voor de inzet van de organisatie Holland Rijnland voor de realisatie van de Regionale Agenda Holland Rijnland zijn vijf rollen te onderscheiden: • Platform voor ontmoeten en netwerken, kennis en ervaringen delen: Het organiseren van regionale afstemming van thema’s die de regio aangaan en het organiseren van allerlei gelegenheden voor de dertien gemeenten om ideeën te delen, kennis uit te wisselen, belangen in te brengen en thema's te agenderen. • Afstemming en coördinatie van beleidskaders en uitgangspunten : Afstemmen en coördineren van gezamenlijke beleidskaders en -uitgangspunten, waarna uitvoering lokaal of subregionaal plaatsvindt. Gemeenten zijn veelal zelf verantwoordelijk voor het opstellen van voorstellen. HollandRijnland faciliteert en coördineert de besluitvorming op ambtelijk en bestuurlijk niveau.
• Lobby en belangenbehartiging: Optreden naar provincie, Rijk en andere belangrijke gremia om de doelen van de regio te bereiken (via lobby en subsidiewerving). Holland Rijnland vormt hiervoor kansrijke allianties en fungeert tevens als aanspreekpunt in formele trajecten, zoals herziening van een provinciale structuurvisie. • Signalering nieuwe ontwikkelingen: Het signaleren en benoemen van nieuwe ontwikkelingen, bijvoorbeeld op het gebied van wetgeving en maatschappelijke trends. Hieronder valt ook zicht hebben op het subsidielandschap en het signaleren van mogelijkheden voor cofinanciering. • Uitvoering programma’s, taken en opdrachten: Voor een aantal specifieke opgaven voert Holland Rijnland concrete taken uit: onder meer de Urgentiecommissie Woonruimteverdeling,Opdrachtgeverschap Jeugdhulp en het Regionaal Bureau Leerplicht. In dit hoofdstuk worden de programma’s beschreven, te beginnen met drie inhoudelijke en vervolgens twee ondersteunende programma’s. Dit zijn: • Ruimte en Energie • Maatschappij en Jeugd • Strategisch positioneren • Organisatie en samenwerking (overhead) • Algemene Dekkingsmiddelen Naar programma Domein 1 Ruimte en Energie
Begroting 2020
Wijziging Begroting
Begroting na wijziging
Rekening 2020
Resultaat 2020
Lasten
2.913.159
1.261.329
4.174.488
7.836.070
-3.661.582
Baten
-966.277
-1.491.244
-2.457.521
-6.526.609
4.069.088
1.946.882
-229.915
1.716.967
1.309.461
407.506
4.338.588
2.266.265
6.604.853
5.662.415
942.438
Saldo Domein 2 Maatschappij en Jeugd
Lasten
11
Naar programma
Begroting 2020
Wijziging Begroting
Begroting na wijziging
Rekening 2020
Resultaat 2020
-832.686
-1.726.011
-2.558.697
-2.630.305
71.608
3.505.902
540.254
4.046.156
3.032.110
1.014.046
Lasten
282.421
0
282.421
151.000
131.421
Baten
-
-
-
-
-
282.421
0
282.421
151.000
131.421
Lasten
2.330.600
739.183
3.069.783
3.114.473
-44.690
Baten
-
-
-
-15.055
15.055
2.330.600
739.183
3.069.783
3.099.418
-29.635
Lasten
-
-
-
-
-
Baten
-8.065.805
-165.000
-8.230.805
-8.230.808
3
-8.065.805
-165.000
-8.230.805
-8.230.808
3
Lasten
-
-
-
-
-
Baten
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Totaal lasten
9.864.768
4.266.777
14.131.545
16.763.958
-2.632.413
Totaal baten
-9.864.768
-3.382.255
-13.247.023
-17.402.777
4.155.754
Saldo van baten en lasten
0
884.522
884.522
-638.819
1.523.341
Storting in reserves
-
-
-
-
-
Onttrekking uit reserves
-
-884.522
-884.522
-884.522
0
Saldo reserveringen
-
-884.522
-884.522
-884.522
0
Resultaat
0
0
0
-1.523.341
1.523.341
Baten Saldo Domein 3 Strategisch positioneren
Saldo Domein 4 Organisatie en samenwerking
Saldo Domein 5 Algemene Dekkingsmiddelen
Saldo Resultaat
Saldo
Domein 4 Organisatie en samenwerking is gelijk aan overhead.
12
2.1 Ruimte en Energie 2.1.1 Integraal ruimtelijk kader
Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan? De gemeenten in Holland Rijnland wegen sectorale ruimtelijke claims onderling integraal af daar waar dit meerwaarde heeft op regionaal niveau. Zij maken strategische keuzes voor gezamenlijke agendering van regionale ruimtelijke opgaven richting provincie en Rijk en maken afspraken over de realisatie ervan. Zo draagt Holland Rijnland bij aan de gewenste ontwikkeling van de regio en vergroten we de leefkwaliteit. In 2020 is daarom een begin gemaakt met het opstellen van een Strategische Agenda Ruimte oftewel een Regionale Omgevingsagenda Holland Rijnland. Er zijn een viertal extreme ruimtelijke ontwikkelscenario's uitgewerkt en doorgerekend op maatschappelijke meerwaarde met behulp van het dashboard Verstedelijking en Landschap van het ministerie van Binnenlandse Zaken. De Rijn- en Veenstreek en de Duin- en Bollenstreek hebben gewerkt aan een aanvulling op de omgevingsagenda Hart van Holland. Tussenresultaten zijn besproken met ambtenaren, bestuurders en raadsleden van de verschillende gemeenten van Holland Rijnland en onze bestuurlijke en maatschappelijke partners. Eind 2020 zijn de te maken strategische ruimtelijke keuzes vastgelegd in een memo voor de portefeuillehouders economie en leefomgeving en gepresenteerd in het algemeen bestuur. Medio 2021 zal besluitvorming plaatsvinden
2.1.2 Regionale woonagenda
Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan? Ons doel met de Regionale Woonagenda is om voor 2030 30.000 nieuwe woningen te laten bouwen, waarvan 25% sociale huur en 20% in het middensegment. Huisvesting voor doelgroepen maatschappelijke zorg en arbeidsmigranten heeft daarbij onze bijzondere aandacht. We stemmen de regionale woningbouwopgave af met andere regionale ruimteclaims en we anticiperen op de gevolgen voor mobiliteit. In 2020 hebben we een evaluatie uitgevoerd naar de mate waarin we onze ambities uit de Regionale Woonagenda waarmaken. Dit helpt om waar nodig bij te sturen. Eind 2020 is met behulp van de planmonitor de planlijst woningbouw geactualiseerd en met monitor aangeboden aan de provincie. Het bestuurlijk en ambtelijk platform van Holland Rijnland is het afgelopen jaar intensief benut, onder andere voor lobby en belangenbehartiging bij het Rijk en de provincie, inzicht in juridische instrumenten en voor gezamenlijke aandacht voor de huisvestingsvraagstukken van bijzondere doelgroepen als arbeidsmigranten, vluchtelingen, waaronder statushouders en woonwagenbewoners. Naar aanleiding van een uitspraak van het College voor de Rechten van de Mens is er voor deze laatste doelgroep een uitgebreid onderzoek uitgevoerd naar hun woningbehoefte.
Later dan aanvankelijk voorzien onder invloed van Corona, heeft er een digitaal themacafé plaatsgevonden over de ontwikkeling van woonbehoeften van verschillende doelgroepen en nieuwe doelgroepen (onder invloed van de extramuralisatie van de maatschappelijke zorg) in relatie tot de toekomstbestendigheid van het regionale woonruimteverdeelsysteem. In totaal 100+ raadsleden en andere belangstellenden namen deel aan dit themacafé. De resultaten van de Evaluatie van de Regionale Woonagenda en de gedachtewisseling over een mogelijke aanpassing van de huisvestingsverordening zijn vastgelegd in een bestuursopdracht voor wonen. Aangezien we ervoor gekozen hebben eerst de Regionale Woonagenda te evalueren, gaan we hiermee in 2021, later dan initieel gepland, aan de slag. Hierbij
13
is er ook aandacht voor de toekomstige woningbouwopgave, mede in relatie tot de verschillende doelgroepen en andere ruimtevragende activiteiten in onze regio. Vanuit het thema wonen leveren we input voor de Regionale Omgevingsagenda en omgekeerd zal deze richting geven aan de actualisering van de Regionale Woonagenda in 2021.
2.1.3 Huisvestingsverordening en uitvoering urgentieverklaring
Wij streven naar een rechtvaardige en doelmatige verdeling van de schaarse woonruimte in de sociale sector. Daarvoor hebben gemeenten samen de regionale huisvestingsverordening vastgesteld. We zorgen ervoor dat de afgesproken spelregels op de juiste, klantgerichte en efficiënte wijze worden toegepast. Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan? Holland Rijnland verzorgt het secretariaat van de Regionale Urgentiecommissie Woonruimteverdeling. In 2020 behandelde de commissie 283 urgentieverzoeken en 170 vragen voor stadsvernieuwingsurgentie. Daarnaast zijn bezwaar- en beroepsprocedures voor de bezwarencommissie, rechtbank en Raad van State afgehandeld en is voorlichting gegeven aan intakers bij woningcorporaties. Ook stelt Holland Rijnland jaarlijks in het kader van de contingentenregeling het aantal sociale huurwoningen vast, die door corporaties beschikbaar worden gesteld met name voor de uitstroom uit de maatschappelijke zorg. Tot slot is in de beleidscommissie Woonruimteverdeling en in een (online) themacafé stilgestaan bij de gewenste en mogelijke aanpassingen van de woonruimteverdeling (zie ook paragraaf 2.1.2.). In de bijeenkomst stond de vraag centraal of het huidige woonruimteverdeelsysteem wel toekomstbestendig is of een andere wijze van verdelen nodig is. In totaal 100+ raadsleden en andere belsangstellenden namen deel aan dit themacafé.
Een van de rode lijnen van de avond was dat de woonruimteverdeling de voorraad niet kan vergroten. Het blijft een verdeling van de schaarste. Bouwen van goedkope sociale huurwoningen blijft essentieel, naast een verdere heroriëntatie op het woonruimteverdeelsysteem.
2.1.4 Regionale strategiën voor bedrijventerreinen en kantoren
Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan? Het is noodzakelijk dat de plancapaciteit én de gebruikte capaciteit beter aansluiten op de werkelijke ruimtebehoefte in onze intensief gebruikte regio. We willen de vraag naar werklocaties zoveel mogelijk ruimtebesparend invullen. Eind 2019 hebben we sub-regionaal (geformaliseerd in 2020) en regionaal keuzes gemaakt over welke soort bedrijvigheid we waar in ons gebied willen bundelen. We monitoren de balans tussen vraag en aanbod van werklocaties. Ook in 2020 is er daartoe de jaarlijkse kantorenmonitor Holland Rijnland opgesteld en ambtelijk besproken. Eind 2020 is de provincie in samenspraak met de regio's gestart met een behoefteraming voor bedrijventerreinen. Mogelijk geeft dit in 2021 aanleiding tot actualisatie van de regionale bedrijventerreinenstrategie van Holland Rijnland. Ruimte houden voor bedrijvigheid naast de enorme druk op de woningmarkt is een van de strategische ruimtelijke vraagstukken waar we aandacht aan besteden in de Regionale omgevingsagenda. (Woon-werk-akkoorden vanuit de provincie Zuid-Holland bieden een instrument om slimme bovengemeentelijke uitruil mogelijk te maken. Hier is actief gebruik van gemaakt voor het Werninkterrein. Een goede ontsluiting van bedrijventerreinen en kantoren is randvoorwaardelijk. In
14
toenemende mate speelt ook connectiviteit i.v.m. de noodzakelijke digitalisering en aandacht voor mogelijkheden voor clustering i.v.m. stimuleren van circulariteit en campusvorming een rol).
2.1.5 Regionale strategie natuur, landschap en recreatie
Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan? Wij dragen met de inzet van icoonprojecten bij aan het versterken en het behouden van de kwaliteit van natuur en landschap. Daarbij streven we naar een verhoging van de biodiversiteit, de versterking van cultuurhistorische waarden en de recreatieve aantrekkelijkheid van onze regio. Holland Rijnland biedt een unieke combinatie van kust, stad, plassengebied en veenweide. Deze rijkdom van landschappelijke diversiteit vormt de basis voor toekomstige ontwikkeling. In 2020 is het plan van aanpak om te komen tot een aantal icoonprojecten in samenspraak met de gemeenten tot stand gebracht en vastgesteld. Om dit type projecten mogelijk te maken en gezien het wegvallen van subsidiemogelijkheden vanuit de provincie zijn de financieringsvoorwaarden vanuit het Regionaal Groenprogramma aangepast. Vanuit de Landschapstafels is ook in 2020 al hard gewerkt om in 2021 te komen tot nieuwe uitvoeringsovereenkomsten 2021-2024. Er is in 2020 zowel ambtelijk als bestuurlijk bijgedragen aan de invulling, waaronder het uitvoeringsprogramma (UP) van de landschapsstrategie, van het Nationaal Park Hollandse Duinen en is Holland Rijnland operationeel partner geworden. Verder heeft Holland Rijnland zich ingezet in het versterken van het recreatieve waternetwerk van de Hollandse Plassen (HP), o.a.
door het ontwikkelen van een agenda en het actualiseren van het UP HP. Ook is er een financiële bijdrage geleverd aan het project Ervaar de Romeinse Rijn (incl. De Vliet) om de beleefbaarheid en recreatieve waterstructuur te verbeteren. De regionale samenwerking op het gebied van klimaatadaptatie is geïntensiveerd t.b.v. het binnenhalen van subsidie voor te treffen maatregelen. In 2020 zijn verschillende projecten uit het succesvolle regionale Groenprogramma gerealiseerd. In de Duin en Bollenstreek is het Merovechpark in Katwijk opgeleverd en is het project Noorder Leidse Vaart in Hillegom afgerond. In de Leidse regio heeft het Singelpark verder vorm gekregen. Het is nu met de oplevering van de Singelparkbruggen mogelijk een rondje Singelpark te lopen. Bloemrijke bermen hebben in de gehele regio bijgedragen aan substantiële toename van de bijenpopulatie. Als lid van de Lokale Actiegroep (LAG) - uitvoerder van het Europese LEADER-programma - hebben we ook in 2020 projecten benoemd en doorgeleid voor cofinanciering bij de provincie Zuid-Holland (PZH) en het RVO (dit zijn projecten zoals de Drijvende Tuinkamers, Hihahut, Buitenplaats Molenwei op het gebied van circulaire economie en gezondheid en voor de ontwikkeling van het platteland. We hebben opdrachten verleend o.a.