CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

Dn18 VNG, Lbr. 22_003 Wijziging VNG Model Huisvestingsverordening, toevoeging regels opkoopbescherming.pdf

Gemeenteraad 27 januari 2022, gemeente HillegomBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken29.427 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Aan de leden

Datum

12 januari 2022 Kenmerk

TLE/U202200003 Lbr. 22/003 Telefoonnummer

070 3738393 Bijlage(n)

4

Onderwerp

Wijziging VNG Model Huisvestingsverordening; toevoeging regels opkoopbescherming Geachte leden van college en gemeenteraad,

Hierbij ontvangt u de aangepaste VNG Model Huisvestingsverordening. Aanleiding Op 1 januari 2022 krijgen gemeenten de mogelijkheid om een regeling opkoopbescherming op te nemen in de Huisvestingsverordening. Middels een amendement is de Huisvestingswet 2014 hiervoor gewijzigd (nieuw hoofdstuk 7, Tijdelijke regeling inzake opkoopbescherming). De opkoopbescherming maakt het mogelijk dat de gemeente in aangewezen gebieden een verbod kan instellen op het in gebruik geven (het verhuren) van nieuw aangekochte woningen in het goedkope en middeldure segment zonder vergunning van burgemeester en wethouders, gedurende een periode van 4 jaar na de leveringsdatum. Een stelsel van opkoopbescherming mag alleen worden ingevoerd als daarvoor een dringende reden is. De opkoopbescherming heeft de vorm van een vergunningsstelsel onder de Huisvestingswet 2014. Wanneer de gemeente gebruik wil maken van de mogelijkheid moet het instrument dan ook opgenomen worden in de Huisvestingsverordening en voorzien worden van een onderbouwing. Een gemeente die nog geen Huisvestingsverordening heeft, kan zo’n verordening alsnog vaststellen alleen om de opkoopbescherming in te voeren. Omdat hier een vergunning wordt geïntroduceerd, is het ook mogelijk om voor het in behandeling nemen van die vergunningaanvraag leges te heffen.

Het is daarbij raadzaam de belastingafdeling van de gemeente ook in te lichten over de wijzigingen. Aangepaste VNG Model Huisvestingsverordening De VNG heeft gegeven de introductie van dit nieuwe instrument de huidige Model Huisvestingsverordening, zoals laatstelijk gewijzigd in augustus 2021 (toevoeging regels toeristische verhuur), aangepast. Aan de Model Huisvestingsverordening is een facultatief hoofdstuk 3B toegevoegd waarmee gemeenten de opkoopbescherming kunnen invoeren. Bijlagen

Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl

U202200003

PROD

Deze ledenbrief bevat 4 bijlagen: • • • •

Bijlage 1 - Was-wordt-tabel wijziging Model Huisvestingsverordening (gewijzigd model, januari 2022). Deze kan desgewenst gebruikt worden voor de raadsvoordracht voor de wijziging van de verordening. Bijlage 2 - Model Raadsbesluit wijziging Huisvestingsverordening: Opgemaakt in Word 2.0 format (DROP) voor publicatie. Bijlage 3 - Geconsolideerde tekst Model Huisvestingsverordening (gewijzigd model, januari 2022), met wijzigingen bijgehouden. Bijlage 4 - Handreiking opkoopbescherming, voor de gemeentelijke uitvoeringspraktijk.

Meer informatie De geconsolideerde teksten van de VNG-modellen (met de bijbehorende toelichtingen) zijn ook te raadplegen via de Kennisbank Decentrale Regelgeving (KDER): www.decentraleregelgeving.nl. De VNG-modelverordeningen (zonder de toelichtingen) staan ook in Modellen Decentrale Regelgeving (MDR): https://puc.overheid.nl/mdr/. Voor vragen over deze ledenbrief kunt u terecht bij het informatiecentrum van de VNG (070-373 8393 of e-mail: info@vng.nl).

Met vriendelijke groet, Vereniging van Nederlandse Gemeenten

L.K. Geluk Algemeen directeur

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

2/2

Was-wordt-tabel wijziging Model Huisvestingsverordening (gewijzigd model, januari 2022) Leeswijzer modelbepalingen - […] of [iets] = door gemeente in te vullen. - [iets] = facultatief. - [iets OF iets] = door gemeente te kiezen. - Combinaties zijn ook mogelijk. In de ‘bestaande tekst’ zijn de woorden en leestekens waaraan iets verandert, cursief gezet. In de ‘nieuwe tekst’ zijn de nieuwe woorden en leestekens vet gedrukt.

Na artikel 21j wordt een hoofdstuk ingevoegd (artikel I, onderdeel A, van het wijzigingsbesluit), luidende: Bestaande tekst

Nieuwe tekst [Hoofdstuk 3B. Opkoopbescherming Artikel 21k. Definities In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: - beschermde woonruimte: in artikel 21l, tweede lid, aangewezen goedkope of middeldure woonruimte; - datum van inschrijving: datum van inschrijving in de openbare registers van de akte van levering van de woonruimte aan de nieuwe eigenaar; - verhuurvergunning opkoopbescherming: vergunning als bedoeld in artikel 41, eerste lid, van de wet. Artikel 21l. Verhuurvergunning opkoopbescherming, aanwijzing beschermde woonruimte 1. Gedurende de periode van vier jaren na de datum van inschrijving is het verboden beschermde woonruimte te verhuren zonder verhuurvergunning opkoopbescherming van burgemeester en wethouders. 2. Als beschermde woonruimte wordt aangewezen iedere woonruimte: [a. die gelegen is in een van de volgende delen van de gemeente: 1. […]; 2. […], en 3. […], en; OF a. die gelegen is in de in bijlage [nummer] aangegeven delen van de gemeente;] b. waarvan de WOZ-waarde niet [meer bedraagt dan […] OF niet minder

Bijlage 1/4 bij VNG ledenbrief, januari 2022

bedraagt dan […] maar niet meer dan […]]; c. die op de datum van inschrijving: 1. vrij was van huur en gebruik; 2. in verhuurde staat was voor een periode van minder dan zes maanden, of 3. werd verhuurd met een verhuurvergunning opkoopbescherming; d. waarvan de datum van inschrijving na het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel ligt, en e. die niet in eigendom is van de gemeente of een woningcorporatie[, en OF .] [f. die meer dan drie maanden voor de datum van inschrijving is opgeleverd als nieuwe woning of nieuw gebouwd appartement.] 3. Onder WOZ-waarde wordt verstaan: waarde van de woonruimte, vastgesteld overeenkomstig de Wet waardering onroerende zaken en geldend op de datum van inschrijving. Artikel 21m. Aanvraag verhuurvergunning opkoopbescherming Een aanvraag om een verhuurvergunning opkoopbescherming wordt ingediend door gebruikmaking van het formulier dat te vinden is op [de website van de gemeente OF […]]. Daarop staat vermeld welke gegevens moeten worden verstrekt. Artikel 21n. Gevallen waarin de verhuurvergunning opkoopbescherming moet worden verleend 1. Als artikel 43, eerste lid, van de wet (bibobweigering) niet van toepassing is, moet de verhuurvergunning opkoopbescherming in elk geval worden verleend in de gevallen, genoemd in artikel 41, derde lid, onder a tot en met c, van de wet. 2.

In de gevallen, genoemd in artikel 41, derde lid, onder a en b, van de wet, wordt de persoon aan wie de beschermde woonruimte wordt verhuurd en die de huurder is op grond van wiens hoedanigheid er recht is op de vergunning, in de vergunning genoemd. De vergunning vervalt zodra deze huurder niet de huurder is die in de beschermde woonruimte verblijft.

Bijlage 1/4 bij VNG ledenbrief, januari 2022

Artikel 21o. Gevallen waarin de verhuurvergunning opkoopbescherming kan worden verleend 1. Als artikel 43, eerste lid, van de wet (bibobweigering) niet van toepassing is, kan de verhuurvergunning opkoopbescherming worden verleend: a. als de beschermde woonruimte in opdracht van de gemeente is aangekocht; b. als de beschermde woonruimte door een gecertificeerde of door de gemeente of de rijksoverheid gecontracteerde zorgaanbieder is aangekocht om te worden verhuurd aan cliënten met een zorgindicatie; c. […]. 2. Als artikel 43, eerste lid, van de wet (bibobweigering) niet van toepassing is, kan de verhuurvergunning opkoopbescherming in bijzondere gevallen worden verleend als het belang dat gediend wordt met het verhuren van de beschermde woonruimte naar het oordeel van burgemeester en wethouders zwaarder moet wegen dan het belang van het behouden van de beschermde woonruimte voor de kopersmarkt. 3. In andere gevallen dan genoemd in het eerste en het tweede lid en artikel 21n, kan de vergunning worden geweigerd. Artikel 21p. Intrekken van de verhuurvergunning opkoopbescherming Behalve op grond van artikel 44, eerste lid, van de wet (bibob-intrekking), kan een verhuurvergunning opkoopbescherming in elk geval ook worden ingetrokken: a.

als blijkt dat de vergunning is verstrekt op grond van onjuiste of onvolledige gegevens en zou zijn geweigerd als de juiste of de volledige gegevens bekend waren geweest; b. […].] Artikel 22 (artikel I, onderdeel B, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 22. Bestuurlijke boete 1. Overtreding van de verboden, bedoeld in de artikelen 8, 21, 22, 23a, 23b, 23c, 23d en 23e van de wet, handelen in strijd met een voorwaarde of voorschrift als bedoeld in artikel 24 van de wet alsmede handelen in strijd met

Artikel 22. Bestuurlijke boete 1. Overtreding van de verboden, bedoeld in de artikelen 8, 21, 22, [23a, 23b, 23c[, OF en] 23e] [en 41, eerste lid,] van de wet, handelen in strijd met een voorwaarde of voorschrift als bedoeld in artikel 24 van de wet alsmede

Bijlage 1/4 bij VNG ledenbrief, januari 2022

artikel 21j kan worden beboet met een bestuurlijke boete. 2. De bestuurlijke boete bedraagt hoogstens: a. voor overtreding van artikel 8, eerste lid, van de wet: € 410; b. voor overtreding van artikel 21j: € 410 voor een natuurlijk persoon en € 2.250 voor een rechtspersoon; c. voor overtreding van de artikelen 23a, eerste of derde lid, 23b, tweede of derde lid, 23d of 23e van de wet: € 8.200; d. voor overtreding van de artikelen 8, tweede lid, 21, 22, eerste lid, 23b, eerste lid, 23c, eerste lid, van de wet of voor handelen in strijd met een voorwaarde of voorschrift als bedoeld in artikel 24 van de wet: € 20.500;

f. voor overtreding van de artikelen 8, tweede lid, 21, 23b, eerste lid, of 23c, eerste lid, van de wet, als binnen een tijdvak van vier jaar voorafgaand aan de constatering van de overtreding al een bestuurlijke boete is opgelegd voor overtreding van hetzelfde verbod: € 82.000.

handelen in strijd met artikel 21j kan worden beboet met een bestuurlijke boete. 2. De bestuurlijke boete bedraagt hoogstens: a. voor overtreding van artikel 8, eerste lid, van de wet: € 410; b. voor overtreding van artikel 21j: € 410 voor een natuurlijk persoon en € 2.250 voor een rechtspersoon; [c. voor overtreding van de artikelen 23a, eerste of derde lid, 23b, tweede of derde lid, of 23e van de wet: € 8.200;] d. voor overtreding van de artikelen 8, tweede lid, 21[, OF of] 22, eerste lid, [23b, eerste lid of 23c, eerste lid,] van de wet of voor handelen in strijd met een voorwaarde of voorschrift als bedoeld in artikel 24 van de wet: € 20.500; [e. voor overtreding van artikel 41, eerste lid, van de wet: € 21.750;] f. voor overtreding van de artikelen 8, tweede lid[, OF , of] 21[, 23b, eerste lid, of 23c, eerste lid,] van de wet, als binnen een tijdvak van vier jaar voorafgaand aan de constatering van de overtreding al een bestuurlijke boete is opgelegd voor overtreding van hetzelfde verbod: € 82.000[; OF .] [g. voor overtreding van artikel 41, eerste lid, van de wet, als binnen een tijdvak van vier jaar voorafgaand aan de constatering van de overtreding al een bestuurlijke boete is opgelegd voor overtreding van hetzelfde verbod: € 87.000.]

Toelichting Algemeen [Op 1 januari 2022 is hoofdstuk 7, Tijdelijke regeling inzake opkoopbescherming, van de Huisvestingswet 2014 (hierna: wet) in werking getreden. Gemeenten hebben hiermee de mogelijkheid om in de Huisvestingsverordening een regeling op te nemen om in aangewezen gebieden van de gemeente koopwoningen in het goedkope en middeldure segment te beschermen tegen het opkopen door ondernemingen of particulieren die dergelijke woningen willen omzetten in (veelal dure) huurwoningen. Door deze omzetting gaan de woningen verloren voor de meeste starters en andere niet zeer bemiddelden die op zoek zijn naar een betaalbare koopwoning. Voor het verhuren van aangewezen koopwoningen wordt dan een vergunningstelsel ingevoerd, waarmee kan worden verzekerd dat de omzetting van een koopwoning in een verhuurwoning alleen wordt toegestaan in gevallen waarin dat alleszins redelijk is. Zo’n vergunningenstelsel wordt aangeduid als een stelsel van opkoopbescherming. De [citeertitel Huisvestingsverordening] wordt gewijzigd. In hoofdstuk 3B is een stelsel van opkoopbescherming opgenomen.]

Bijlage 1/4 bij VNG ledenbrief, januari 2022

Artikelsgewijs Artikel I, onderdeel A [In dit onderdeel wordt een nieuw hoofdstuk ingevoegd. Met dit hoofdstuk 3B wordt voorzien in de invoering van opkoopbescherming.] Artikel I, onderdeel B [In dit onderdeel wordt in artikel 22 bepaald dat dat een bestuurlijke boete kan worden opgelegd ter zake van de overtreding van de verboden bedoeld in de genoemde artikelen van de wet. In het eerste lid wordt ook artikel 41, eerste lid, van de wet opgenomen. In het tweede lid, onder e en g, gaat het om overtreding van artikel 21l, eerste lid (verhuren zonder verhuurvergunning opkoopbescherming). De daar opgenomen boetes zijn de maxima die voortvloeien uit artikel 45, tweede lid, van de wet in verbinding met artikel 23 van het Wetboek van Strafrecht. In artikel 22, eerste en tweede lid, onder c, is artikel 23d van de wet geschrapt, omdat dit artikel geen verbodsbepaling bevat.]

Bijlage 1/4 bij VNG ledenbrief, januari 2022

Leeswijzer modelbepalingen

- […] of [iets] = door gemeente in te vullen. - [iets] = facultatief. - [iets OF iets] = door gemeente te kiezen. - Combinaties zijn ook mogelijk.

Model Raadsbesluit wijziging Huisvestingsverordening De raad van de gemeente [naam gemeente]; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van [datum en nummer]; gelet op de artikelen 4, 35 en 40, tweede lid, van de Huisvestingswet 2014; gezien het advies van de [naam commissie]; besluit :

Artikel I Artikel I

De [ citeertitel Huisvestingsverordening ] wordt als volgt gewijzigd:

[ A

Na artikel 21j wordt een hoofdstuk ingevoegd, luidende:

Hoofdstuk 3B. Opkoopbescherming

Artikel 21k. Definities

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: - beschermde woonruimte: in artikel 21l, tweede lid, aangewezen goedkope of middeldure woonruimte; - datum van inschrijving: datum van inschrijving in de openbare registers van de akte van levering van de woonruimte aan de nieuwe eigenaar; Bijlage 2/4 bij VNG ledenbrief, januari 2022

Leeswijzer modelbepalingen

- […] of [iets] = door gemeente in te vullen. - [iets] = facultatief. - [iets OF iets] = door gemeente te kiezen. - Combinaties zijn ook mogelijk.

- verhuurvergunning opkoopbescherming: vergunning als bedoeld in artikel 41, eerste lid, van de wet.

Artikel 21l. Verhuurvergunning opkoopbescherming, aanwijzing beschermde woonruimte

1. Gedurende de periode van vier jaren na de datum van inschrijving is het verboden beschermde woonruimte te verhuren zonder verhuurvergunning opkoopbescherming van burgemeester en wethouders. 2. Als beschermde woonruimte wordt aangewezen iedere woonruimte: [a. die gelegen is in een van de volgende delen van de gemeente: 1. […]; 2. […], en 3. […], en; OF

a. die gelegen is in de in bijlage [nummer] aangegeven delen van de gemeente;] b. waarvan de WOZ-waarde niet [meer bedraagt dan […] OF niet minder bedraagt dan […] maar niet meer dan […]]; c. die op de datum van inschrijving: 1. vrij was van huur en gebruik; 2. in verhuurde staat was voor een periode van minder dan zes maanden, of 3. werd verhuurd met een verhuurvergunning opkoopbescherming; d. waarvan de datum van inschrijving na het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel ligt, en e. die niet in eigendom is van de gemeente of een woningcorporatie[, en OF .] Bijlage 2/4 bij VNG ledenbrief, januari 2022

Leeswijzer modelbepalingen

- […] of [iets] = door gemeente in te vullen. - [iets] = facultatief. - [iets OF iets] = door gemeente te kiezen. - Combinaties zijn ook mogelijk.

[f. die meer dan drie maanden voor de datum van inschrijving is opgeleverd als nieuwe woning of nieuw gebouwd appartement.] 3. Onder WOZ-waarde wordt verstaan: waarde van de woonruimte, vastgesteld overeenkomstig de Wet waardering onroerende zaken en geldend op de datum van inschrijving.

Artikel 21m. Aanvraag verhuurvergunning opkoopbescherming

Een aanvraag om een verhuurvergunning opkoopbescherming wordt ingediend door gebruikmaking van het formulier dat te vinden is op [de website van de gemeente OF […]]. Daarop staat vermeld welke gegevens moeten worden verstrekt.

Artikel 21n. Gevallen waarin de verhuurvergunning opkoopbescherming moet worden verleend

1. Als artikel 43, eerste lid, van de wet (bibob-weigering) niet van toepassing is, moet de verhuurvergunning opkoopbescherming in elk geval worden verleend in de gevallen, genoemd in artikel 41, derde lid, onder a tot en met c, van de wet. 2. In de gevallen, genoemd in artikel 41, derde lid, onder a en b, van de wet, wordt de persoon aan wie de beschermde woonruimte wordt verhuurd en die de huurder is op grond van wiens hoedanigheid er recht is op de vergunning, in de vergunning genoemd. De vergunning vervalt zodra deze huurder niet de huurder is die in de beschermde woonruimte verblijft.

Artikel 21o. Gevallen waarin de verhuurvergunning opkoopbescherming kan worden verleend

1. Als artikel 43, eerste lid, van de wet (bibob-weigering) niet van toepassing is, kan de verhuurvergunning opkoopbescherming worden verleend: a. als de beschermde woonruimte in opdracht van de gemeente is aangekocht; Bijlage 2/4 bij VNG ledenbrief, januari 2022

Leeswijzer modelbepalingen

- […] of [iets] = door gemeente in te vullen. - [iets] = facultatief. - [iets OF iets] = door gemeente te kiezen. - Combinaties zijn ook mogelijk.

b. als de beschermde woonruimte door een gecertificeerde of door de gemeente of de rijksoverheid gecontracteerde zorgaanbieder is aangekocht om te worden verhuurd aan cliënten met een zorgindicatie; c. […]. 2. Als artikel 43, eerste lid, van de wet (bibob-weigering) niet van toepassing is, kan de verhuurvergunning opkoopbescherming in bijzondere gevallen worden verleend als het belang dat gediend wordt met het verhuren van de beschermde woonruimte naar het oordeel van burgemeester en wethouders zwaarder moet wegen dan het belang van het behouden van de beschermde woonruimte voor de kopersmarkt. 3. In andere gevallen dan genoemd in het eerste en het tweede lid en artikel 21n, kan de vergunning worden geweigerd.

Artikel 21p. Intrekken van de verhuurvergunning opkoopbescherming

Behalve op grond van artikel 44, eerste lid, van de wet (bibob-intrekking), kan een verhuurvergunning opkoopbescherming in elk geval ook worden ingetrokken: a. als blijkt dat de vergunning is verstrekt op grond van onjuiste of onvolledige gegevens en zou zijn geweigerd als de juiste of de volledige gegevens bekend waren geweest; b. […].]

B

Artikel 22 komt te luiden:

Artikel 22. Bestuurlijke boete Bijlage 2/4 bij VNG ledenbrief, januari 2022

Leeswijzer modelbepalingen

- […] of [iets] = door gemeente in te vullen. - [iets] = facultatief. - [iets OF iets] = door gemeente te kiezen. - Combinaties zijn ook mogelijk.

1. Overtreding van de verboden, bedoeld in de artikelen 8, 21, 22, [23a, 23b, 23c[,

OF en] 23e] [en 41, eerste lid,] van de wet, handelen in strijd met een voorwaarde of voorschrift als bedoeld in artikel 24 van de wet alsmede handelen in strijd met artikel 21j kan worden beboet met een bestuurlijke boete. 2. De bestuurlijke boete bedraagt hoogstens: a. voor overtreding van artikel 8, eerste lid, van de wet: € 410; b. voor overtreding van artikel 21j: € 410 voor een natuurlijk persoon en € 2.250 voor een rechtspersoon; [c. voor overtreding van de artikelen 23a, eerste of derde lid, 23b, tweede of derde

lid, of 23e van de wet: € 8.200;] d. voor overtreding van de artikelen 8, tweede lid, 21[, OF of] 22, eerste lid, [23b,

eerste lid, of 23c, eerste lid,] van de wet of voor handelen in strijd met een voorwaarde of voorschrift als bedoeld in artikel 24 van de wet: € 20.500; [e. voor overtreding van artikel 41, eerste lid, van de wet: € 21.750;] f. voor overtreding van de artikelen 8, tweede lid[, OF , of] 21[, 23b, eerste lid, of

23c, eerste lid,] van de wet, als binnen een tijdvak van vier jaar voorafgaand aan de constatering van de overtreding al een bestuurlijke boete is opgelegd voor overtreding van hetzelfde verbod: € 82.000[; OF .] [g. voor overtreding van artikel 41, eerste lid, van de wet, als binnen een tijdvak van

vier jaar voorafgaand aan de constatering van de overtreding al een bestuurlijke boete is opgelegd voor overtreding van hetzelfde verbod: € 87.000.]

Artikel II Dit besluit treedt in werking op [datum]. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van [datum]. Bijlage 2/4 bij VNG ledenbrief, januari 2022

Leeswijzer modelbepalingen

- […] of [iets] = door gemeente in te vullen. - [iets] = facultatief. - [iets OF iets] = door gemeente te kiezen. - Combinaties zijn ook mogelijk.

De voorzitter, De griffier,

Bijlage 2/4 bij VNG ledenbrief, januari 2022

Model Huisvestingsverordening (gewijzigd model, januari 2022) Leeswijzer modelbepalingen - […] of [iets] = door gemeente in te vullen, zie bijvoorbeeld artikel 8. - [iets OF iets] = door gemeente te kiezen, zie bijvoorbeeld artikel 4, eerste lid. - [iets] = facultatief, zie bijvoorbeeld artikel 2, tweede lid. - [(iets)] = een duiding ter illustratie of uitleg voor gemeente, zie bijvoorbeeld artikel 13, eerste lid. - Combinaties zijn ook mogelijk, zie bijvoorbeeld artikel 2, eerste lid, onder a, voor een bepaling met een facultatief deel, delen waaruit gekozen dient te worden en (afhankelijk van die keuzen) waar iets ingevuld dient te worden. - Ook wordt er gewerkt met varianten waaruit gekozen kan worden, zie bijvoorbeeld artikel 7. - Eventuele nadere toelichting bij te maken keuzes is opgenomen in de artikelsgewijze toelichting. Nadere uitleg is opgenomen in de VNG ledenbrief.

Besluit van de raad van de gemeente [naam gemeente] tot vaststelling van de Huisvestingsverordening [naam gemeente en eventueel jaartal] (Huisvestingsverordening [naam gemeente en eventueel jaartal]) De raad van de gemeente [naam gemeente]; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van [datum en nummer]; gelet op de artikelen 4, eerste lid, aanhef [en onder a en b], 5[, 7, 9 tot en met 14, 17, 20 tot en met 22, 24][, OF en] 35[, 40, tweede lid,] van de Huisvestingswet 2014 [en artikel 151d van de Gemeentewet]; gezien het advies van de [naam commissie]; besluit vast te stellen de volgende verordening: Huisvestingsverordening [naam gemeente en eventueel jaartal] Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1.

Definities In deze verordening wordt verstaan onder: [- inwoning: bewoning van een woonruimte die onderdeel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden in gebruik is genomen;] - mantelzorg: hulp als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; [- onzelfstandige woonruimte: woonruimte, niet zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte;] - wet: Huisvestingswet 2014; - woningcorporatie: toegelaten instelling als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet die feitelijk werkzaam is in de gemeente; [- woningmarktregio: [beschrijving gebied].] Hoofdstuk 2. De huisvestingsvergunning Artikel 2. Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte 1. De volgende categorieën goedkope woonruimte, met uitzondering van standplaatsen voor woonwagens, mogen enkel voor bewoning in gebruik worden genomen of gegeven als daarvoor een huisvestingsvergunning is verleend: a.

woonruimten [in eigendom van woningcorporaties OF particuliere verhuurders] met een huurprijs beneden [de huurtoeslaggrens als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag OF de aftoppingsgrens als bedoeld in artikel 20, tweede lid, onder b, van de Wet op de huurtoeslag OF de kwaliteitskortingsgrens als bedoeld in artikel 20, eerste lid, van de Wet op de huurtoeslag OF [huurprijs]]; [b. die gelegen zijn in de volgende delen van de gemeente:

Bijlage 3/4 bij VNG ledenbrief, januari 2022

1. […]; 2. […], en 3. […], en OF b. die gelegen zijn in de in bijlage [nummer] aangegeven delen van de gemeente], en [c. die [ten minste één van] de volgende kenmerken bezitten: 1. [omschrijving aard]; 2. [omschrijving grootte].] [2. Het eerste lid is niet van toepassing op: a. woonruimte als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onder a tot en met c, van de Leegstandwet; b. onzelfstandige woonruimten; c. bedrijfswoningen; d. […].] Artikel 3. Criteria voor verlening huisvestingsvergunning Onverminderd het bepaalde in artikel 10, tweede lid, van de wet, komen voor een huisvestigingsvergunning in aanmerking: a. woningzoekenden met een inkomen lager dan [inkomensgrens]; b. meerderjarige woningzoekenden, en c. […]. Artikel 4. Inschrijfsysteem van woningzoekenden 1. [Verhuurders OF Woningcorporaties OF Particuliere verhuurders] dragen in het kader van deze verordening zorg voor het aanleggen en bijhouden van een uniform inschrijfsysteem van woningzoekenden. 2. Zij stellen regels op over de wijze van inschrijving, registratie van gegevens, opschorting en einde van de inschrijving. 3. De woningzoekende ontvangt een bewijs van inschrijving. 4. Indien een jongere als bedoeld in artikel 7:274c, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek een huurovereenkomst op grond van dat artikel is aangegaan, vervalt de inschrijving van die jongere om in aanmerking te komen voor een woonruimte niet. 5.

Indien een huurder een huurovereenkomst voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 7:271, eerste lid, tweede volzin, van het Burgerlijk Wetboek is aangegaan, vervalt de inschrijving van die huurder om in aanmerking te komen voor een woonruimte niet. Artikel 5. Aanvraag en inhoud huisvestingsvergunning [1. Een aanvraag om een huisvestingsvergunning wordt ingediend door gebruikmaking van een door burgemeester en wethouders vastgesteld formulier.] 2. Bij de aanvraag [om een huisvestingsvergunning] worden de volgende gegevens verstrekt: a. naam, adres, woonplaats, geboortedatum, nationaliteit en, indien van toepassing, de verblijfstitel van de aanvrager; b. omvang van het huishouden dat de nieuwe woonruimte gaat betrekken; c. huishoudinkomen; d. adres, naam van de verhuurder en huurprijs van de te betrekken woonruimte; e. beoogde datum van het betrekken van de woonruimte; f. indien van toepassing, een afschrift van de indicatie voor een woonruimte met een specifieke voorziening; g. indien van toepassing, de urgentiecategorie waartoe de aanvrager behoort, en h. […]. 3. De huisvestingsvergunning vermeldt in ieder geval: a. een aanduiding van de woonruimte waarop de vergunning betrekking heeft; b. aan wie de vergunning is verleend; c. het aantal personen dat de woonruimte in gebruik neemt; d.

de voorwaarde dat de vergunninghouder de woonruimte enkel binnen de in de vergunning genoemde termijn in gebruik kan nemen, en e. [...]. Artikel 6. Bekendmaking aanbod van woonruimte

Bijlage 3/4 bij VNG ledenbrief, januari 2022

1. Het aanbod van de in artikel 2 aangewezen woonruimte wordt [in ieder geval] bekendgemaakt door publicatie [op een [kosteloos toegankelijke] gemeenschappelijk digitaal platform EN/OF in een huisaan-huisblad]. 2. De bekendmaking bevat in ieder geval: a. het adres en de huurprijs van de woonruimte; b. de mededeling dat de woonruimte niet voor bewoning in gebruik genomen mag worden als daarvoor geen huisvestingsvergunning is verleend, en c. indien van toepassing, de criteria en voorrangsregels voor het verlenen van de benodigde huisvestingsvergunning. Artikel 7. Voorrang bij woonruimte van een bepaalde aard, grootte of prijs Variant 1 Bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voor: a. woonruimte met een huurprijs tot de tweede aftoppingsgrens wordt voorrang gegeven aan woningzoekenden met een huishoudinkomen dat recht geeft op huurtoeslag; b. eengezinswoningen wordt voorrang gegeven aan huishoudens van ten minste drie personen; c. woonruimte met ten minste vier kamers wordt voorrang gegeven aan huishoudens van ten minste vier personen; d. woonruimte met [specifieke voorzieningen (bijvoorbeeld rolstoeltoegankelijk)] wordt voorrang gegeven aan [huishoudens met een desbetreffende indicatie]; e. [woonruimte met bepaalde aard, grootte of prijs] wordt voorrang verleend aan [categorie woningzoekenden]. Variant 2 1. Woonruimte kan door de verhuurder aangemerkt worden als: a.

goedkope woonruimte; b. eengezinswoning; c. grote gezinswoning; d. woonruimte met [specifieke voorzieningen (bijvoorbeeld rolstoeltoegankelijk)], of e. [woonruimte met bepaalde aard, grootte of prijs]. 2. Bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voor woonruimte die is aangemerkt als: a. goedkope woonruimte wordt voorrang gegeven aan woningzoekenden met een huishoudinkomen dat recht geeft op huurtoeslag; b. eengezinswoning wordt voorrang gegeven aan huishoudens van ten minste drie personen; c. grote gezinswoning wordt voorrang gegeven aan huishoudens van ten minste vier personen; d. woonruimte met [specifieke voorzieningen (bijvoorbeeld rolstoeltoegankelijk)] wordt voorrang gegeven aan [huishoudens met een desbetreffende indicatie]; e. [woonruimte met bepaalde aard, grootte of prijs] wordt voorrang verleend aan [categorie woningzoekenden]. Artikel 8. Voorrang bij economische of maatschappelijke binding Variant 1 Van de in artikel 2 aangewezen categorieën woonruimte kan [percentage] van het aanbod met voorrang worden toegewezen aan woningzoekenden die economisch of maatschappelijk gebonden zijn aan [omschrijving gebied (bijvoorbeeld benoemen woningmarktregio, gemeente of een tot de gemeente behorende kern)]. Variant 2 Van de volgende in artikel 2 aangewezen categorieën woonruimte: a. […]; b. […], en c.

[…] kan [percentage] van het aanbod met voorrang worden toegewezen aan woningzoekenden die economisch of maatschappelijk gebonden zijn aan [omschrijving gebied (bijvoorbeeld benoemen woningmarktregio, gemeente of een tot de gemeente behorende kern)]. Artikel 9. Voorrang bij urgentie Bijlage 3/4 bij VNG ledenbrief, januari 2022

[1. Voor de in artikel 2 aangewezen categorieën woonruimte wordt bij het verlenen van huisvestingsvergunningen voorrang gegeven aan woningzoekenden waarvoor de voorziening in de behoefte aan woonruimte dringend noodzakelijk is. OF 1. Voor de volgende categorieën woonruimte wordt bij het verlenen van huisvestingsvergunningen voorrang gegeven aan woningzoekenden waarvoor de voorziening in de behoefte aan woonruimte dringend noodzakelijk is: a. woonruimten [in eigendom van woningcorporaties OF particuliere verhuurders] met een huurprijs beneden [de huurtoeslaggrens als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag OF de aftoppingsgrens als bedoeld in artikel 20, tweede lid, onder b, van de Wet op de huurtoeslag OF de kwaliteitskortingsgrens als bedoeld in artikel 20, eerste lid, van de Wet op de huurtoeslag OF [huurprijs]]; [b. die gelegen zijn in de volgende delen van de gemeente: 1. […]; 2. […], en 3. […] OF b. die gelegen zijn in de in bijlage [nummer] aangegeven delen van de gemeente], en [c. die [ten minste één van] de volgende kenmerken bezitten: 1. [omschrijving aard]; 2. [omschrijving grootte].]] 2. Onverminderd artikel 12, derde lid, van de wet behoren tot de woningzoekenden, bedoeld in het eerste lid, vergunninghouders als bedoeld in artikel 28 van de wet en de woningzoekende die zijn woonruimte heeft of zal moeten verlaten in verband met: a.

een [medische EN/OF sociale EN/OF financiële] indicatie; b. een echtscheiding of de beëindiging van samenwoning, of c. de renovatie of onbewoonbaarheid van de huidige woonruimte. Artikel 10. Verzoek om indeling in een urgentiecategorie [1. Een verzoek om ingedeeld te worden in een urgentiecategorie wordt ingediend door gebruikmaking van een door burgemeester en wethouders vastgesteld formulier.] 2. Het verzoek [om ingedeeld te worden in een urgentiecategorie] gaat vergezeld van de volgende gegevens: a. naam, adres, woonplaats, geboortedatum, nationaliteit en, indien van toepassing, de verblijfstitel van de verzoeker; b. omvang van het huishouden van de verzoeker; c. aanduiding en motivering urgentiecategorie, en d. […]. 3. Bij de beoordeling van de gevraagde indeling in een urgentiecategorie kunnen burgemeester en wethouders zich laten adviseren door een door hen aan te wijzen instantie. [4. Een beschikking tot indeling in een urgentiecategorie vermeldt in ieder geval: a. naam, adres en woonplaats van de woningzoekende; b. datum van het verzoek om indeling in een urgentiecategorie, en c. urgentiecategorie waarin de woningzoekende is ingedeeld.] Artikel 11. Intrekken of wijzigen indeling in een urgentiecategorie 1. Burgemeester en wethouders kunnen de beschikking tot indeling in een urgentiecategorie intrekken als de woningzoekende: a.

niet langer als woningzoekende als bedoeld in artikel 9, eerste lid, is aan te merken; b. bij zijn aanvraag gegevens heeft verstrekt waarvan hij wist of kon vermoeden dat deze onjuist of onvolledig waren, of c. [eenmaal OF tweemaal] een aanbod voor een passende woning heeft geweigerd. 2. Een woningzoekende kan, al dan niet op zijn verzoek, in een andere urgentiecategorie worden ingedeeld als gewijzigde omstandigheden daartoe aanleiding geven. 3. Een beschikking tot indeling in een urgentiecategorie vervalt als de indeling in een urgentiecategorie vervalt of als de woningzoekende in een andere urgentiecategorie wordt ingedeeld. 4. Als de woningzoekende in een andere urgentiecategorie wordt ingedeeld, wordt aan hem een nieuwe beschikking verstrekt. Artikel 12. Rangorde woningzoekenden Bijlage 3/4 bij VNG ledenbrief, januari 2022

Variant 1 (beperkte regeling m.b.t. voorrang o.g.v. artikelen 7 en 8, waarbij het verder aan de verhuurders wordt overgelaten) 1. Als op grond van de wet of deze verordening meerdere woningzoekenden met voorrang in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning, wordt de rangorde als volgt bepaald: a. als eerste komen in aanmerking woningzoekenden als bedoeld in artikel 8 aan wie ook overeenkomstig artikel 7 voorrang verleend wordt; b. als tweede komen in aanmerking overige woningzoekenden als bedoeld in artikel 8; c. als derde komen in aanmerking overige woningzoekenden aan wie overeenkomstig artikel 7 voorrang verleend wordt, en d. ten slotte komen in aanmerking andere woningzoekenden dan bedoeld onder a tot en met c. 2. Voor de gevallen waarin het eerste lid niet voorziet, stellen [verhuurders OF woningcorporaties OF particuliere verhuurders] nadere rangorderegels op om tot een rechtvaardige verdeling van woonruimte te komen. Variant 2 (beperkte regeling m.b.t. voorrang o.g.v. artikel 9, waarbij het verder aan de verhuurders wordt overgelaten) 1. Als op grond van de wet of deze verordening meerdere woningzoekenden met voorrang in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning, wordt de rangorde als volgt bepaald: a. als eerste komen in aanmerking woningzoekenden die zijn ingedeeld in een urgentiecategorie; b.

als op grond van onderdeel a meerdere woningzoekenden in aanmerking komen, wordt de rangorde als volgt bepaald: 1. als eerste komen in aanmerking vergunninghouders als bedoeld in artikel 28 van de wet en woningzoekenden die verblijven in een voorziening voor tijdelijke opvang van personen, die in verband met problemen van relationele aard of geweld hun woonruimte hebben verlaten, en 2. als tweede komen in aanmerking de overige woningzoekenden die in een urgentiecategorie zijn ingedeeld[, waarbij voorrang wordt gegeven aan woningzoekenden als bedoeld in artikel 8], en c. als op grond van onderdeel b meerdere woningzoekenden met dezelfde rangorde in aanmerking komen, dan gaan woningzoekenden met een eerder afgegeven beschikking tot indeling in een urgentiecategorie voor op woningzoekenden met een later afgegeven beschikking. Daarna komen de andere woningzoekenden in aanmerking, in volgorde van de datum van afgifte van de beschikking tot indeling in een urgentiecategorie. 2. Voor de gevallen waarin het eerste lid niet voorziet, stellen [verhuurders OF woningcorporaties OF particuliere verhuurders] nadere rangorderegels op om tot een rechtvaardige verdeling van woonruimte te komen. Variant 3 (uitgebreide regeling, waarbij de rangorde volledig of grotendeels op basis van de verordening bepaald wordt) 1.

Als op grond van de wet of deze verordening meerdere woningzoekenden met voorrang in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning, wordt de rangorde als volgt bepaald: a. als eerste komen in aanmerking woningzoekenden die zijn ingedeeld in een urgentiecategorie; b. als op grond van onderdeel a meerdere woningzoekenden in aanmerking komen, wordt de rangorde als volgt bepaald: 1. eerst komen in aanmerking vergunninghouders als bedoeld in artikel 28 van de wet en woningzoekenden die verblijven in een voorziening voor tijdelijke opvang van personen, die in verband met problemen van relationele aard of geweld hun woonruimte hebben verlaten, en 2. daarna komen in aanmerking de overige woningzoekenden die in een urgentiecategorie zijn ingedeeld[, waarbij voorrang wordt gegeven aan woningzoekenden als bedoeld in artikel 8]; c. als tweede komen in aanmerking woningzoekenden als bedoeld in artikel 8 aan wie ook overeenkomstig artikel 7 voorrang verleend wordt; d. als derde komen in aanmerking overige woningzoekenden als bedoeld in artikel 8; e. als vierde komen in aanmerking overige woningzoekenden aan wie overeenkomstig artikel 7 voorrang verleend wordt, en Bijlage 3/4 bij VNG ledenbrief, januari 2022

f. ten slotte komen in aanmerking andere woningzoekenden dan bedoeld onder a tot en met e. [2. Als op grond van het eerste lid meerdere woningzoekenden met dezelfde rangorde in aanmerking komen, dan gaan woningzoekenden met een eerder afgegeven beschikking tot indeling in een urgentiecategorie voor op woningzoekenden met een later afgegeven beschikking, en woningzoekenden met een langere inschrijvingsduur in het inschrijfsysteem, bedoeld in artikel 4, voor op woningzoekenden met een minder lange inschrijvingsduur. OF 2. Als op grond van het eerste lid meerdere woningzoekenden met dezelfde rangorde in aanmerking komen, wordt de vergunning door loting toegewezen aan één van deze woningzoekenden.] Artikel 13. Vruchteloze aanbieding 1. In overeenstemming met artikel 17 van de wet wordt in afwijking van het in artikel 12 bepaalde de huisvestingsvergunning verleend als de woonruimte door de eigenaar overeenkomstig de in het tweede en derde lid weergegeven procedure gedurende [termijn (bijvoorbeeld maximaal 13 weken)] vruchteloos is aangeboden aan de woningzoekenden die ingevolge artikel 8 voor die woonruimte in aanmerking komen. 2. De eigenaar moet de woonruimte in de in het vorige lid genoemde termijn ten minste [eenmaal OF tweemaal] overeenkomstig artikel 6 hebben aangeboden. 3.

De in het eerste lid genoemde termijn begint te lopen op de datum van de eerste publicatie overeenkomstig artikel 6. 4. Als de eigenaar aan burgemeester en wethouders aannemelijk kan maken dat hij de woonruimte op andere, gelijkwaardige wijze vruchteloos heeft aangeboden aan de in het eerste lid genoemde woningzoekende, wordt eveneens toepassing gegeven aan het in het eerste lid bepaalde. [Hoofdstuk 2A. Standplaatsen voor woonwagens Artikel 13a. Aanwijzing woonwagenlocatie De standplaatsen die enkel voor bewoning in gebruik mogen worden genomen of gegeven als burgemeester en wethouders daarvoor een huisvestingsvergunning hebben verleend, zijn gelegen in de [volgende locaties van de gemeente: a. […]; b. […], en c. […]. OF in bijlage [nummer] aangegeven locaties van de gemeente]. Artikel 13b. Standplaatsverbod behoudens huisvestingsvergunning 1. Het is verboden zonder huisvestingsvergunning of in afwijking daarvan een standplaats in gebruik te nemen of te hebben. 2. Een huisvestingsvergunning voor een standplaats kan alleen worden verleend voor een standplaats op een aangewezen locatie waar standplaatsen voor woonwagens [zijn OF kunnen worden] ingericht (woonwagenlocatie). 3.

Een huisvestingsvergunning voor een standplaats kan alleen worden verleend aan een persoon die is ingeschreven in het inschrijfsysteem voor standplaatsen of die al beschikt over een huisvestingsvergunning voor een andere standplaats in de gemeente. 4. Bij overlijden van de vergunninghouder vervalt de huisvestingsvergunning voor de standplaats. Een achterblijvend persoon kan aanspraak maken op de overschrijving van de huisvestingsvergunning op zijn naam, mits deze persoon op de datum van overlijden op hetzelfde adres als de overledene in de gemeentelijke basisregistratie personen stond geregistreerd. Artikel 13c. Toepasselijkheid van hoofdstuk 2 Op degenen die een standplaats zoeken (standplaatszoekenden) zijn de artikelen 3, aanhef en onder b, 4, tweede tot en met vijfde lid, 5, tweede en derde lid, 8 tot en met 11 en 13 van overeenkomstige toepassing. Artikel 13d. Inschrijfsysteem voor standplaatsen 1. Burgemeester en wethouders zorgen voor een inschrijfsysteem voor standplaatsen, waarin alleen standplaatszoekenden kunnen worden ingeschreven die deel uitmaken van een culturele groep waarbij de woonwagen onderdeel is van de culturele identiteit. Daartoe worden in elk geval gerekend Roma, Sinti, reizigers en circus- en kermisfamilies met een woonwagenverleden. Bijlage 3/4 bij VNG ledenbrief, januari 2022

2. Bij overlijden van de standplaatszoekende vervalt de inschrijving. Een achterblijvend persoon kan aanspraak maken op de inschrijving in het inschrijfsysteem, met behoud van de inschrijfdatum, mits deze persoon op de datum van overlijden op hetzelfde adres als de overledene in de gemeentelijke basisregistratie personen stond geregistreerd. 3. De inschrijving vervalt niet als de standplaatszoekende op grond van hoofdst uk 2 woonruimte krijgt toegewezen en deze accepteert. 4. Zodra een standplaats vrijkomt, stellen burgemeester en wethouders de ingeschrevenen in het inschrijfsysteem daarvan in kennis en wijzen zij hen erop dat zij een aanvraag om een huisvestingsvergunning voor die standplaats kunnen indienen. Artikel 13e. Voorrangsregeling huisvestingsvergunning 1. Bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voor een standplaats komen achtereenvolgens in aanmerking: a. standplaatszoekenden die zijn ingeschreven in het inschrijfsysteem voor standplaatsen en een urgentieverklaring hebben; b. standplaatszoekenden die zijn ingeschreven in het inschrijfsysteem voor standplaatsen en die economisch of maatschappelijk gebonden zijn aan de woonwagenlocatie; c. standplaatszoekenden met een huisvestingsvergunning voor een andere standplaats op de betreffende woonwagenlocatie; d.

standplaatszoekenden die inwonen bij en in familierelatie staan tot een hoofdbewoner op een andere standplaats op de betreffende woonwagenlocatie; e. standplaatszoekenden met een huisvestingsvergunning voor een standplaats op een andere woonwagenlocatie in de gemeente; f. standplaatszoekenden die inwonen bij en in familierelatie staan tot een hoofdbewoner op een standplaats op een andere woonwagenlocatie in de gemeente; g. standplaatszoekenden die staan ingeschreven in het inschrijfsysteem en die vóór [ datum] in een woonwagen op een standplaats woonden of hebben gewoond; h. overige standplaatszoekenden in de gemeente die staan ingeschreven in het inschrijfsysteem; [i. overige standplaatszoekenden uit de regio [naam regio] die staan ingeschreven in het inschrijfsysteem;] [j. overige standplaatszoekenden uit de provincie [naam provincie].] 2. Voor elk van de categorieën, genoemd in het eerste lid, geldt dat de standplaatszoekende met de oudste inschrijfdatum voorgaat op andere standplaatszoekenden uit dezelfde categorie. 3. Als een standplaatszoekende in aanmerking wil komen voor toepassing van de voorrangsregeling van het eerste lid, kunnen burgemeester en wethouders voor zover noodzakelijk verlangen dat een standplaatszoekende aannemelijk maakt dat hij aan de genoemde vereisten voldoet. [4.

Een adviescommissie van bewoners van de betreffende woonwagenlocatie adviseert burgemeester en wethouders over de toepassing van de voorrangsregeling voor zover het standplaatszoekenden betreft die zijn ingeschreven in het inschrijfsysteem voor standplaatsen.] 5. Burgemeester en wethouders kunnen om redenen van passendheid afwijken van de rangorde in het eerste lid. Deze afwijking wordt in de verleningsbeschikking afzonderlijk gemotiveerd. 6. Als een standplaatszoekende al over een huisvestingsvergunning voor een standplaats beschikt en een andere huisvestingsvergunning krijgt en daarvan gebruik maakt, vervalt daarmee de eerdere huisvestingsvergunning. Artikel 13f. Overgangsbepaling De hoofdbewoners van woonwagens op een standplaats die bij het in werking treden van dit hoofdstuk op dat adres staan ingeschreven in de gemeentelijke basisregistratie personen, beschikken van rechtswege over een huisvestingsvergunning voor hun standplaats.] Hoofdstuk 3. Wijzigingen in de woonruimtevoorraad Paragraaf 3.1 Vergunning [of ontheffing] voor onttrekking, samenvoeging, omzetting of woningvorming[; vrijstellingsmogelijkheid] Artikel 14. Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte[; vrijstellingsmogelijkheid] 1. De volgende categorieën woonruimten mogen niet zonder vergunning als bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de wet: Bijlage 3/4 bij VNG ledenbrief, januari 2022

a. anders dan ten behoeve van de bewoning of het gebruik als kantoor of praktijkruimte door de eigenaar geheel of gedeeltelijk aan de bestemming tot bewoning worden onttrokken; b. anders dan ten behoeve van de bewoning of het gebruik als kantoor of praktijkruimte door de eigenaar geheel of gedeeltelijk met andere woonruimte worden samengevoegd; c. van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte worden omgezet, en d. worden verbouwd tot twee of meer woonruimten: 1. woonruimten [in eigendom van woningcorporaties OF particuliere verhuurders] met een [huurprijs beneden [huurprijs] EN/OF koopprijs beneden [koopprijs]]; [2. die gelegen zijn in de volgende delen van de gemeente: A. […]; B. […], en C. […], en OF 2. die gelegen zijn in de in bijlage [nummer] aangegeven delen van de gemeente], en [3. die [ten minste één van] de volgende kenmerken bezitten: A. [omschrijving aard]; B. [omschrijving grootte].] [2. Het eerste lid is niet van toepassing op: a. onzelfstandige woonruimten; b. […].] [3. Als wijziging van de omstandigheden die hebben geleid tot een aanwijzing in het eerste lid daartoe aanleiding geeft, kunnen burgemeester en wethouders bij nadere regeling voor de daarin genoemde categorie of categorieën woonruimten vrijstelling verlenen van het verbod van het eerste lid.] Artikel 15. Aanvraag vergunning 1.

Een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de wet wordt ingediend door gebruikmaking van een door burgemeester en wethouders vastgesteld formulier. 2. Bij de aanvraag worden de volgende gegevens verstrekt: a. de naam en het adres van de eigenaar; b. de gegevens over de bestaande situatie, welke, voor zover van toepassing, omvatten de huurprijs, het aantal kamers, het woonoppervlak, de woonlaag en de staat van onderhoud; c. de gegevens over de beoogde situatie, welke, voor zover van toepassing, omvatten de huurprijs, het aantal kamers, de bouwtekening of bouwvergunning, en d. […]. 3. Burgemeester en wethouders kunnen bij de beoordeling van aanvragen als bedoeld in het eerste lid, ten behoeve van de uitoefening van een bedrijf, advies inwinnen bij de Kamer van Koophandel. Artikel 16. Voorwaarden en voorschriften Aan een vergunning als bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de wet kunnen de volgende voorwaarden en voorschriften verbonden worden: a. een beperkte geldingsduur van de vergunning, indien de vergunning voorziet in een tijdelijke behoefte, en b. […]. Artikel 17. Weigeringsgronden Een vergunning als bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de wet kan worden geweigerd als: a.

naar het oordeel van burgemeester en wethouders het belang van behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad groter is dan het met de onttrekking, samenvoeging, omzetting of woningvorming gediende belang; b. het onder a genoemde belang niet voldoende kan worden gediend door het stellen van voorwaarden en voorschriften aan de vergunning; c. het verlenen van de vergunning zou kunnen leiden tot een onaanvaardbare inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van het betreffende pand, of d. […]. [Artikel 17a. Aanwijzing ontheffingsplichtige woonruimte 1. De volgende categorieën woonruimten mogen niet zonder ontheffing als bedoeld in artikel 21, tweede lid, van de wet: a. anders dan ten behoeve van de bewoning of het gebruik als kantoor of praktijkruimte door de eigenaar geheel of gedeeltelijk aan de bestemming tot bewoning worden onttrokken; Bijlage 3/4 bij VNG ledenbrief, januari 2022

b. anders dan ten behoeve van de bewoning of het gebruik als kantoor of praktijkruimte door de eigenaar geheel of gedeeltelijk met andere woonruimte worden samengevoegd; c. van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte worden omgezet, en d. worden verbouwd tot twee of meer woonruimten: 1. woonruimten [in eigendom van woningcorporaties OF particuliere verhuurders] met een [huurprijs beneden [huurprijs] EN/OF koopprijs beneden [koopprijs]]; [2. die gelegen zijn in de volgende delen van de gemeente: A. […]; B. […], en C. […], en OF 2. die gelegen zijn in de in bijlage [nummer] aangegeven delen van de gemeente], en [3. die [ten minste één van] de volgende kenmerken bezitten: A. [omschrijving aard]; B. [omschrijving grootte].] [2. Het eerste lid is niet van toepassing op: a. onzelfstandige woonruimten; b. […].] 3. De ontheffing kan slechts in de volgende gevallen worden verleend: a. […], of b. […]. 4. De ontheffing kan worden verleend voor een bepaalde termijn. De artikelen 15 en 16 zijn van overeenkomstige toepassing. 5. Op een aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.] Paragraaf 3.2 Vergunning [of ontheffing] voor splitsing[; vrijstellingsmogelijkheid] Artikel 18. Aanwijzing vergunningplichtige gebouwen[; vrijstellingsmogelijkheid] 1.

De volgende categorieën gebouwen bevattende woonruimte mogen niet zonder vergunning als bedoeld in artikel 22, eerste lid, van de wet gesplitst worden in appartementsrechten als bedoeld in artikel 106, eerste en vierde lid, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek als een of meer appartementsrechten de bevoegdheid omvatten tot het gebruik van een of meer gedeelten van het gebouw als woonruimte: a. gebouwen [in eigendom van woningcorporaties OF particuliere verhuurders] [nadere duiding] [b. die gelegen zijn in de volgende delen van de gemeente: 1. […]; 2. […], en 3. […], en OF b. die gelegen zijn in de in bijlage [nummer] aangegeven delen van de gemeente], en [c. die [ten minste één van] de volgende kenmerken bezitten: 1. [omschrijving aard]; 2. [omschrijving grootte].] [2. Het eerste lid is niet van toepassing op: a. onzelfstandige woonruimten; b. […].] [3. Als wijziging van de omstandigheden die hebben geleid tot een aanwijzing in het eerste lid daartoe aanleiding geeft, kunnen burgemeester en wethouders bij nadere regeling voor de daarin genoemde categorie of categorieën gebouwen vrijstelling verlenen van het verbod van het eerste lid.] Artikel 19. Aanvraag vergunning 1. Een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 22, eerste lid, van de wet wordt ingediend door gebruikmaking van een door burgemeester en wethouders vastgesteld formulier. 2.

Bij de aanvraag worden de volgende gegevens verstrekt: a. een tekening als bedoeld in artikel 109, tweede lid, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek; b. een door een beëdigd taxateur opgemaakt taxatierapport betreffende het gebouw en de tot afzonderlijke woonruimte bestemde gedeelten van het gebouw, dat in ieder geval omvat een beschrijving en een beoordeling van de staat van onderhoud, en Bijlage 3/4 bij VNG ledenbrief, januari 2022

c. [...]. Artikel 20. Voorwaarden en voorschriften Aan een vergunning als bedoeld in artikel 22, eerste lid, van de wet kunnen de volgende voorwaarden en voorschriften verbonden worden: a. een beperkte geldingsduur van de vergunning, indien de vergunning voorziet in een tijdelijke behoefte, en b. […]. Artikel 21. Weigeringsgronden Een vergunning als bedoeld in artikel 22, eerste lid, van de wet kan worden geweigerd als: a. naar het oordeel van burgemeester en wethouders het belang van behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad groter is dan het met de splitsing gediende belang; b. het onder a genoemde belang niet voldoende kan worden gediend door het stellen van voorwaarden en voorschriften aan de splitsingsvergunning; c. het verlenen van de vergunning zou kunnen leiden tot een onaanvaardbare inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van het betreffende pand, of d. […]. [Artikel 21a. Aanwijzing ontheffingsplichtige gebouwen 1. De volgende categorieën gebouwen bevattende woonruimte mogen niet zonder ontheffing als bedoeld in artikel 22, tweede lid, van de wet gesplitst worden in appartementsrechten als bedoeld in artikel 106, eerste en vierde lid, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek als een of meer appartementsrechten de bevoegdheid omvatten tot het gebruik van een of meer gedeelten van het gebouw als woonruimte: a.

gebouwen [in eigendom van woningcorporaties OF particuliere verhuurders] [nadere duiding]; [b. die gelegen zijn in de volgende delen van de gemeente: 1. […]; 2. […], en 3. […], en OF b. die gelegen zijn in de in bijlage [nummer] aangegeven delen van de gemeente], en [c. die [ten minste één van] de volgende kenmerken bezitten: 1. [omschrijving aard]; 2. [omschrijving grootte].] [2. Het eerste lid is niet van toepassing op: a. onzelfstandige woonruimten; b. […].] 3. De ontheffing kan slechts in de volgende gevallen worden verleend: a. […], of b. […]. 4. De ontheffing kan worden verleend voor een bepaalde termijn. De artikelen 19, 20 en 21 zijn van overeenkomstige toepassing. 5. Op een aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.] [Hoofdstuk 3A. Toeristische verhuur van woonruimte Artikel 21b. Vormen van toeristische verhuur Variant 1 1.

In dit hoofdstuk worden de volgende vormen van toeristische verhuur van woonruimte onderscheiden: A: toeristische woningverhuur kort: toeristisch verhuren van een zelfstandige woonruimte voor een periode van hoogstens een maand; B: toeristische woningverhuur lang: toeristisch verhuren van een zelfstandige woonruimte voor een periode van meer dan een maand maar niet meer dan zes maanden; C: tweede woning: verhuren van een zelfstandige woonruimte voor een periode van meer dan zes maanden aan iemand die zijn hoofdverblijf elders heeft en daar als ingezetene is ingeschreven in de basisregistratie personen; Bijlage 3/4 bij VNG ledenbrief, januari 2022

D: toeristische kamerverhuur kort: toeristisch verhuren van een deel van een woonruimte voor een periode van hoogstens een maand waarbij de hoofdbewoner in het overige deel verblijft; E: toeristische kamerverhuur lang: toeristisch verhuren van een deel van een woonruimte voor een periode van meer dan een maand waarbij de hoofdbewoner in het overige deel verblijft; F: […]. 2. Het vorige lid is niet van toepassing op recreatiewoningen, woningruil en huisbewaring. 3. Waar in de volgende artikelen wordt verwezen naar een of meer vormen van toeristische verhuur van woonruimte, worden met de daar gebruikte letters de in het eerste lid genoemde vormen van toeristische verhuur van woonruimte bedoeld. Variant 2 1. Dit hoofdstuk is van toepassing op de volgende vormen van toeristische verhuur: a. […]; b. […], en c. […]. 2. Het vorige lid is niet van toepassing op recreatiewoningen, woningruil en huisbewaring. Artikel 21c. Registratienummer 1. Het is verboden woonruimte aan te bieden voor [een vorm van] toeristische verhuur van woonruimte die in een in het derde lid genoemd gebied ligt [en die behoort tot een daarbij genoemde vorm van toeristische verhuur van woonruimte], zonder daarbij het registratienummer van de woonruimte te vermelden, bedoeld in artikel 23a, eerste lid, van de wet. 2.

Voor elk van de te verhuren woonruimten wordt een registratienummer aangevraagd door middel van de website toeristischeverhuur.nl. 3. De in het eerste lid bedoelde gebieden [en vormen van toeristische verhuur van woonruimte] zijn: a. [aangewezen gebied]: [[… (keuze één of meer letters uit het rijtje van artikel 21b, eerste lid, variant 1)]][; [aantal] nachten]; b. […]. Artikel 21d. Maximering aantal nachten toeristische verhuur; meldplicht 1. Als bij [een in het derde lid van het vorige artikel bedoelde categorie woonruimte voor een daarbij aangeduide vorm van] toeristische verhuur ook een aantal nachten is genoemd, is het verboden de woonruimte in een kalenderjaar voor meer dan het daar genoemde aantal nachten in gebruik te geven voor toeristische verhuur. 2. Dan is het bovendien verboden deze woonruimte in gebruik te geven zonder dat de aanbieder dit tevoren aan burgemeester en wethouders heeft gemeld met gebruikmaking van het formulier dat te vinden is op de website van de gemeente. Een melding kan meer dan één nacht betreffen. 3.

Als burgemeester en wethouders iemand die een dienst verleent gericht op het publiceren van aanbiedingen voor toeristische verhuur van woonruimte, er schriftelijk van in kennis hebben gesteld dat een woonruimte al voor het toegestane aantal nachten in dat jaar in gebruik is gegeven voor toeristische verhuur, is het die dienstverlener voor de rest van het jaar verboden voor die woonruimte aanbiedingen voor toeristische verhuur te tonen. Artikel 21e. Vergunning toeristische verhuur; maximering en tijdelijke vergunningen[; vrijstelling][; overgangsbepaling] 1. In de volgende gebieden is het verboden woonruimte in gebruik te geven voor [de daarbij vermelde vorm of vormen van] toeristische verhuur zonder vergunning toeristische verhuur van burgemeester en wethouders of in afwijking daarvan: a. [aangewezen gebied]: [[… (keuze één of meer letters uit het rijtje van artikel 21b, eerste lid, variant 1)]][; [aantal] nachten]; b. […]. 2. Burgemeester en wethouders kunnen voor een gebied een maximum aantal vergunningen vaststellen voor [de daarbij aangewezen vormen van] toeristische verhuur. Dan worden de vergunningen verleend voor de duur van hoogstens [aantal] jaar (tijdelijke vergunningen). [3.

Als wijziging van de omstandigheden die hebben geleid tot een aanwijzing in het eerste lid daartoe aanleiding geeft, kunnen burgemeester en wethouders bij nadere regeling voor het daarin genoemde gebied [en voor de daarin genoemde vorm of vormen van toeristische verhuur] vrijstelling verlenen van het verbod van het eerste lid.]

Bijlage 3/4 bij VNG ledenbrief, januari 2022

[4. Voor aanbieders die hun woonruimte al voor de inwerkingtreding van dit artikel aanboden voor toeristische verhuur, geldt het verbod van het eerste lid [niet gedurende de eerste zes maanden na inwerkingtreding van deze bepaling OF met ingang van [datum]].] Artikel 21f. Aanvraag vergunning, weigeringsgronden, voorwaarden en voorschriften 1. Een aanvraag om een vergunning voor toeristische verhuur van woonruimte wordt ingediend door gebruikmaking van het formulier dat te vinden is op [de website van de gemeente OF […]]. Daarop staat vermeld welke gegevens moeten worden verstrekt. 2. Behalve op grond van de toepassing van artikel 25 van de wet (bibob-toets), kan een vergunning ook worden geweigerd: a. als het verlenen van de vergunning naar het oordeel van burgemeester en wethouders zou leiden tot een onaanvaardbare aantasting van het leefmilieu in de omgeving van de woonruimte, en daaraan niet kan worden tegemoetgekomen door het verbinden van voorwaarden of voorschriften aan de vergunning; b. […]. 3. Een vergunning moet worden geweigerd als voor een gebied een maximum is vastgesteld op gron d van artikel 21e, tweede lid, en dat maximum al is bereikt. 4. Aan een vergunning kunnen de volgende voorwaarden en voorschriften verbonden worden: a.

een maximum aantal nachten waarvoor de woonruimte in een bepaalde periode van het jaar of in een kalenderjaar in gebruik kan worden gegeven voor toeristische verhuur; b. een maximum aantal personen dat in de woonruimte mag worden gehuisvest; c. de voorwaarde dat de zorgplicht van artikel 21j voldoende wordt nageleefd; d. […]. Artikel 21g. Tijdelijke vergunningen[; overgangsbepaling] 1. Voor tijdelijke vergunningen gelden de volgende bepalingen, in afwijking in zoverre van artikel 21f. 2. Ten minste eens per jaar maken burgemeester en wethouders door middel van de website van de gemeente bekend hoeveel vergunningen voor tijdelijke verhuur kunnen worden verleend voor elk op grond van artikel 21e, eerste lid, aangewezen gebied [en elke vorm van toeristische verhuur]. Daarbij stellen zij gegadigden voor deze vergunningen in de gelegenheid een aanvraag in te dienen vóór een daarbij te noemen datum, die ten minste een maand na de bekendmaking valt. Op een aanvraag om een tijdelijke vergunning die bij een andere gelegenheid wordt gedaan, is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. 3.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/1438/documents/17768