Dn18 VNG, Lbr. 21_023 Wegwijzer gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid en VNG Model Huisvestingsverordening.pdf
Tekst van het document
Technisch beheer van woonwagens en standplaatsen De eigenaar van de woonwagen en standplaats is verantwoordelijk voor goed onderhoud en beheer, ongeacht of dit is uitbesteed of in eigen beheer wordt gedaan. Via een zakelijke samenwerking kan dit handen en voeten krijgen. Hierbij gaat het om de volgende activiteiten die dit kunnen ondersteunen: • De gemeente of corporatie doet voor de standplaatsen en eigen woonwagens periodiek (eens in de tien jaar) een conditiemeting, waarbij de bouwkundige kwaliteit van de woonwagen objectief wordt vastgesteld. Hierbij kan ook worden gekeken of er sprake is van illegale bebouwingen. Hierbij is het belangrijk om vooraf met bewoners ook vast te stellen aan welke kwaliteitscriteria de conditiemeting wordt getoetst. Hanteer hiervoor de gebruikelijke methodiek die ook voor reguliere stenen woningen wordt toegepast (o.a. garantiebepalingen met betrekking tot schilderwerk, daken, etc.). • Daarbij is het ook goed om specifiek aandacht te hebben voor de levensloopbestendigheid van woonwagens daar waar het oudere of zorgbehoevende woonwagenbewoners betreft. • Na vaststelling van de conditiemeting maakt de eigenaar / beheerder samen met de bewoners een meerjarenonderhoudsplanning.
• Vervolgens wordt de onderhoudsplanning uitgevoerd, waarbij periodiek de voortgang wordt gemonitord: liggen we op schema, waarom wel / niet? Hierbij is het ook waardevol om afspraken te maken over tussentijds calamiteitenonderhoud, eigen verantwoordelijkheid hierbij en snelheid van oplossen. • Het is waardevol om de processturing van voorgaande stappen door de contactambtenaar te laten doen, waarbij hij geen inhoudelijke maar vooral een procesmatige rol heeft (iedereen aan het woord laten). Indien de gemeente werkt met een beheerorganisatie, is het wel waardevol om ook dan als gemeente zichtbaar te blijven, zodat in geval van calamiteiten er een aanspreekpunt is. Zichtbaarheid en aanspreekbaarheid blijven ook dan belangrijk. Dit vraagt goede werkafspraken tussen: bewoners-gemeente-beheerorganisatie-eigenaren (soms dus ook de gemeente). Voor koopwagens is dit complexer, omdat de verantwoordelijkheid voor goed
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
53