CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

Db19.1 Bijlage Raadsinformatiebrief Energieprogramma HR.pdf

Gemeenteraad 30 mei 2024, gemeente HillegomBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken9.095 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Energieprogramma Holland Rijnland Informatiebrief voor Raden, Verenigde Vergadering en Statenleden

Inhoudsopgave Samenvatting  

3

Introductie  

4

Het energiesysteem  

6

Warmte  

14

De grafieken tabellen kunt u groter bekijken. Dit doet

Taskforces 

24

terug naar de pagina met het origineel. U vindt alle

Regionale Investeringsagenda en Energie 

25

Conclusie 

26

Grafieken en tabellen 

27

ENERGIEPROGRAMMA HOLLAND RIJNLAND Informatiebrief voor Raden, Verenigde Vergadering en Statenleden

Dit is een interactief document. Door te klikken op de titels in de inhoudsopgave, komt u direct bij

desbetreffend hoofdstuk. Via u naar de inhoudsopgave.

u door op

te klikken. Via

linksonder, gaat

gaat u daarna weer

grafieken en tabellen ook vanaf pagina 27.

2

Samenvatting Om als RES-regio onze doelstellingen te halen, is er nog een lange

weg te gaan. Met deze informatiebrief brengen we u op de hoogte hoever we zijn in het verwezenlijken van onze ambities. Het is veel informatie in één keer. Mocht u vragen hebben, stuur dan een e-mail naar RES@hollandrijnland.nl

We werken hard aan de verbouwing van ons energiesysteem. In dat

systeem hangen veel zaken nauw met elkaar samen. In ambtelijke en bestuurlijke ateliers werken we samen aan toekomstbeelden waarin de onderlinge samenhang wordt belicht tussen warmte, elektriciteit

en duurzame gassen en daarnaast tussen vraag, aanbod, opslag en infrastructuur. Ook de samenhang met andere opgaven in de regio komen aan bod. Denk aan wonen, mobiliteit of landschap.

ENERGIEPROGRAMMA HOLLAND RIJNLAND Informatiebrief voor Raden, Verenigde Vergadering en Statenleden

3

Introductie Bij de totstandkoming van het Nationaal Klimaatakkoord in 2018 kregen

de stagnatie die bij ons optreedt via het Voortgangsbericht uit 2023.

(RES) op te stellen. Holland Rijnland was één van die regio’s. Gemeenten,

Er zijn te weinig locaties voor de opwek van zon- of windenergie en het

dertig regio’s in Nederland de opdracht om een Regionale Energiestrategie provincie, hoogheemraadschap, omgevingsdienst en netbeheerder

werkten hier al geruime tijd samen aan de energietransitie. In 2017 sloten zij het Regionaal Energieakkoord. In het verlengde daarvan werd in 2021 onze RES 1.0 vastgesteld, (zie bijlage RES 1.0).

In de RES spraken alle partijen duurzame ambities uit over opwek,

besparing, warmte en mobiliteit. Het waarmaken van deze ambities

werkt door op vele andere terreinen. Inmiddels zijn we in Holland Rijnland

onderweg om onze doelstellingen invulling te geven. Maar we hebben nog een lange weg te gaan. En ondertussen worden we steeds nadrukkelijker

geconfronteerd met problemen rondom netcongestie. Een nieuwe aanpak is vereist. Daarover praten we u graag bij in deze informatiebrief.

Gemeenten ervaren allerlei knelpunten bij het uitvoeren van projecten. draagvlak onder inwoners wisselt per gemeente. Daarnaast speelt de uitvoering van de warmtetransitie een cruciale rol in de regio. Kortom, er is – nog steeds – werk aan de winkel.

Aanpak

Hoe gaan we nu verder om onze ambities waar te maken? Hiervoor kijken we naar onze aanpak op zowel strategisch als uitvoerend niveau. En we

maken onderscheid tussen de korte en lange termijn. We merken dat de nieuwe manier van samenwerken binnen het Energieprogramma een

boost heeft gegeven aan die samenwerking. Met praktische ateliers voor zowel ambtenaren als bestuurders kunnen we per thema dieper op de materie ingaan.

Aanleiding

Sommige zaken blijven onveranderd. We meten nog steeds de voortgang

regionaal samen om de ambities in dit document te realiseren. En er

ontwikkelingen op nationaal niveau en uit andere regio’s en sluiten aan bij

Sinds de vaststelling van de RES 1.0 werken we in Holland Rijnland

vindt ook regionale afstemming plaats. De resultaten van dit proces lopen echter achter bij onze doelstellingen. Er wordt nog te weinig duurzame

energie opgewekt. Als RES-regio hebben we het Rijk gerapporteerd over

van onze energietransitie en rapporteren aan het Rijk. We blijven leren van

verschillende kennisprogramma’s. En ook de autonome bevoegdheden van raden, staten en verenigde vergadering blijven ongewijzigd. We hebben de samenwerking binnen onze RES-regio herijkt op de volgende vlakken:

ENERGIEPROGRAMMA HOLLAND RIJNLAND Informatiebrief voor Raden, Verenigde Vergadering en Statenleden

4

• Energiesysteem

De energietransitie kan niet meer als een losstaand proces worden beschouwd. De transitie, het energiesysteem en maatschappelijke ontwikkelingen vormen een integraal geheel. Daarom richt onze

samenwerking zich ook op infrastructuur en de keuzes in het energie­

systeem. We willen gezamenlijk duurzame keuzes maken zodat we voor

de lange termijn beschikken over een toekomst­bestendig energie­systeem.

Deze keuzes werken we uit en maken we concreet zodat gemeenten

en netbeheerder Liander taken op zich nemen voor verduurzaming, de warmtetransitie en de aanpassing van de gebouwde omgeving.

• Focus op drie terreinen

We maken onderscheid tussen wat regionaal wordt opgepakt en wat

lokaal wordt gedaan. Verschillende werkzaamheden worden niet meer op

regionaal niveau opgepakt, omdat gemeenten goed in staat zijn om deze zelfstandig op te pakken. Regionaal richten we ons op drie terreinen, te weten: energiesysteem, regionale warmte en duurzame opwek.

• Versterking uitvoeringskracht

Omdat de capaciteit bij gemeenten rondom uitvoering beperkt is, is

aanvullende ondersteuning vanuit de regio gewenst. Hiervoor worden drie taskforces op het gebied van congestie, warmte en duurzame

opwek in het leven geroepen die aan de slag gaan bij gemeenten om

projecten en processen een stap verder te brengen. Vraagstukken die opgepakt worden, lopen uiteen: ‘Hoe voorkomen we congestie op de korte termijn?’, ‘Hoe versterken we de warmtevraagontwikkeling?’,

‘Hoe krijgen we projecten rondom duurzame opwek van de grond?’ of ‘Hoe richten we een gedegen participatieproces in?’

• Korte en lange termijn handelingsperspectieven

In de aanpak maken we onderscheid tussen wat gemeenten en regio kunnen organiseren op de korte termijn en wat er nodig is

voor de lange termijn. Hierbij letten we scherp op dat de keuzes die we nu maken ook toewerken naar de ambities voor 2050. Daarbij blijven we niet in algemeenheden hangen, maar werken we aan handelingsperspectieven. Denk hierbij aan regionaal gedragen

beleidskaders of samenwerkings­afspraken. We analyseren de stand

van zaken en vertalen dit door naar wat gemeenten, waterschap en provincie kunnen doen om de energietransitie verder te helpen.

• Lerend vermogen vergroten

In de ondersteuning hebben we extra aandacht voor kennisopbouw bij gemeenten. Bij energievraagstukken is vaak extern advies nodig. Maar bij de uitvraag van dit advies leggen we de nadruk op het

overdragen, borgen en versterken van de opgebouwde kennis bij alle samenwerkingspartners.

ENERGIEPROGRAMMA HOLLAND RIJNLAND Informatiebrief voor Raden, Verenigde Vergadering en Statenleden

5

Het energiesysteem In Holland Rijnland lopen we tegen de grenzen aan van wat ons

elektriciteitsnetten. Elektriciteit wordt ook steeds belangrijker, maar het is

in Nederland – een reëel probleem. Niet langer zijn nieuwe aansluitingen

elkaar samen. Hoe meer je bespaart, hoe minder je hoeft op te wekken.

elektriciteitssysteem nog aan kan. Netcongestie is hier – net zoals elders op het elektriciteitsnet vanzelfsprekend. Simpelweg verzwaring van het netwerk alleen, is niet voldoende en soms ook niet tijdig mogelijk. Het

gehele energiesysteem moet op de schop. En daarin spelen gemeenten een cruciale rol.

We zijn inmiddels al op weg om ons huidige energiesysteem te

verbouwen. Dat was jarenlang gebaseerd op aardgas en (met fossiele

verstandig om breder te kijken. Binnen dit energiesysteem hangt veel met Of, hoe meer warmte je lokaal gebruikt, hoe minder import en opwek

van elektriciteit nodig is. Kortom, er is veel samenhang en keuzes doen

ertoe. In onze benadering van het energiesysteem, kijken we dus naar de

samenhang tussen elektriciteit, warmte en (duurzame) brandstoffen. Maar ook naar de samenhang tussen energievraag, aanbod en infrastructuur (inclusief opslag) die daarvoor nodig is.

brandstof opgewekte) elektriciteit dat van een paar centrale plekken

werd getransporteerd naar de eindgebruikers. Nu de energietransitie op stoom komt, stappen we af van fossiele brandstoffen en schakelen we

over naar meer lokaal opgewekte elektriciteit, duurzame warmtebronnen

en duurzame gassen. Energie wordt op veel meer en heel andere plekken opgewekt. Er verandert daarmee het nodige op energiegebied in opwek, transport, opslag en gebruik. Dit bij elkaar is de verbouwing van ons

energiesysteem. En daarbij staan we in de regio Holland Rijnland voor een aantal complexe, urgente opgaven. Het is tijd om nu gezamenlijk

richtinggevende keuzes te maken, waarmee inwoners en ondernemers zijn geholpen.

Wat bedoelen wij met het energiesysteem?

Hieronder staat een schematisch overzicht van onze definitie van ‘het energiesysteem’ in Holland Rijnland. Energie wordt vaak gebruikt als

synoniem voor elektriciteit en bij het energiesysteem gaat het vaak over

ENERGIEPROGRAMMA HOLLAND RIJNLAND Informatiebrief voor Raden, Verenigde Vergadering en Statenleden

6

Waar staan wij nu?

uitstellen en ruimte creëren voor andere ontwikkelingen, zoals duurzame

regio zijn er gebieden waar al netcongestie speelt. Op verschillende

bieden een oplossing, maar zijn niet eenvoudig te realiseren.

Van alle gebruikte energie in Holland Rijnland is 7% hernieuwbaar. In de plekken in de regio zijn er warmte-initiatieven zoals WarmtelinQ en

geothermie in Noordwijk. In november was nog geen 0.06 TWh duurzame opwek gerealiseerd, waarvan ongeveer 0.006 TWh zon op veld en 0.05

TWh wind. In een aantal gemeenten (Nieuwkoop, Zoeterwoude en Kaag en Braassem) lopen participatie­processen om te komen tot gedragen opweklocaties.

Als we de situatie in Holland Rijnland verder analyseren, komen we tot een aantal bevindingen. Regionale conclusies

• De piekvraag en het piekaanbod van elektriciteit neemt enorm

toe. Deze pieken veroorzaken netcongestie. Liander verzwaart bijna alle stations in de regio. Volgens de huidige planning is dit in 2032

gerealiseerd als er op tijd ruimte is gevonden. Maar er is een groot

risico dat het net vlak na deze uitbreidingen wéér vastloopt. Individuele warmtepompen spelen hierin een belangrijke rol.

• Er is meer flexibiliteit in de vraag nodig. Dat betekent bijvoorbeeld dat de elektriciteitsvraag omlaag gaat als het net vol zit. Denk aan slim

laden, slimme apparaten, of bedrijven(terreinen) die afschakelen tijdens piekvraag en opschakelen bij aanbod van bijvoorbeeld zonnepanelen.

• De ontwikkeling van warmtebronnen (met name aardwarmte) en

de uitbreiding van warmtenetten kan deze netcongestie 10-15 jaar

mobiliteit, woningbouw of uitbreiding bedrijventerreinen. Warmtenetten

• Concrete initiatieven voor duurzame opwek komen traag en nog te

weinig tot stand. Inzet is nodig op bespoediging van kansrijke initiatieven. Uit analyse blijkt dat de ambitie niet gerealiseerd kan worden binnen de huidige zoekgebieden. Het is hard nodig om extra gebieden te vinden

voor opwek. Kaders hiervoor worden verkend tussen gemeenten en met de provincie. Raden en de verenigde vergadering spelen hierbij een doorslaggevende rol. Landelijke conclusies

• Kernenergie is niet uitgesloten in het Klimaatakkoord en het

Nationaal Plan Energiesysteem (NPE). De projectprocedure voor twee kerncentrales is gestart, op de Maasvlakte en bij Borsele/Vlissingen.

Nieuwe kerncentrales zullen echter niet eerder dan 2035 beschikbaar zijn. Daarom kunnen we kernenergie niet inzetten om ons doel voor

2030 te halen. Voor de periode 2035-2050 kan kernenergie mogelijk wel een rol spelen. In het Nationaal Plan Energiesysteem groeit het aantal kerncentrales en zogeheten small modular reactors. Toch is er naast

deze extra kerncentrales nog behoefte aan meer opwek en diversificatie door zon op dak, zon op veld en wind op land. Zo gaat het NPE uit van een verdubbeling van wind op land tussen 2030 en 2050.

• Duurzame gassen zijn zeer schaars. Waterstof moet worden

geproduceerd of geïmporteerd en is daarmee duur. En waterstof is een energiedrager en geen bron. Waterstof is alleen duurzaam als we het

ENERGIEPROGRAMMA HOLLAND RIJNLAND Informatiebrief voor Raden, Verenigde Vergadering en Statenleden

7

maken met duurzaam opgewekte elektriciteit. Tot 2035 is waterstof

De risico’s van netcongestie lopen uiteen:

naar verwachting enkel inzetbaar voor zware industrie, vrachtvervoer

• Er zullen gaandeweg elektriciteitsproblemen ontstaan in woonwijken en

of groengas zijn daarmee geen realistische en schaalbare regionale

• De aansluiting van warmtepompen komt in het gedrang • Ook de benodigde ondersteunende infrastructuur voor geothermie komt

en wellicht glastuinbouw. Woningen, utiliteiten en auto’s op waterstof optie voor de komende 10 jaar. Wij volgen de ontwikkeling op de voet en sluiten hierop aan waar mogelijk. Waterstof kan bijvoorbeeld een belangrijke rol gaan spelen bij de piek en back-up voorziening van collectieve warmtenetten.

• Wind op zee valt buiten de RES-opgave. Het klimaatakkoord richt zich puur op opwek op land.

Netcongestie, een zeer urgent probleem

Zoals al eerder aangegeven, legt de energietransitie een zware claim op ons elektriciteitsnetwerk. We maken steeds meer gebruik van

op bedrijventerreinen.

in het gedrang. Dit vormt weer een bedreiging bij het voorkomen van verdere netcongestie

• De elektrificatie van mobiliteit wordt vertraagd of komt zelfs tot stilstand. • Nieuwbouw wordt deels onmogelijk of ernstig vertraagd. • Er ontstaat economische schade doordat bedrijven zich niet kunnen vestigen of uitbreiden.

• Het leidt tot complexe beleidskeuzes. Wie krijgt elektriciteit: het snellaadstation, de school, een bedrijf of een woonwijk?

elektriciteit. En die elektriciteit wekken we op door zon of wind op veel

Op de eerste plaats is de netbeheerder verantwoorde­lijk voor het

op, van windmolen naar kantoorgebouw, van zonnepaneel naar batterij

voor de distributie­netten en TenneT voor het landelijk transportnet. Liander

verschillende plekken. Het transport van elektriciteit gaat allerlei kanten of huishouden. In Holland Rijnland raakt het netwerk vooral door de stijgende vraag naar elektriciteit overvol. Het probleem wordt dus

niet veroorzaakt door invoeding op het net van duurzaam opgewekte energie. Op sommige plekken in de regio is officieel netcongestie

afgekondigd. Dit raakt zo goed als alle maatschappelijke belangen.

uitbreiden en verzwaren van het netwerk. In Holland Rijnland is dat Liander investeert fors in het voorkomen en oplossen van knelpunten. Om het

elektriciteitsnet toekomst­bestendig te maken worden veel bestaande

elektriciteitsstations uitgebreid en nieuwe stations gebouwd. Verder zijn er op woonwijk-niveau enkele duizenden nieuwe middenspanningsruimten nodig. En om deze stations op het elektriciteitsnet aan te sluiten, zijn honderden kilometers kabel nodig. Dit houdt in dat gemiddeld één

op de drie straten open moet. En ondanks alle door Liander geplande uitbreidingen is er een hoog risico dat wij voor een langdurige

periode te maken krijgen met netcongestie. Daarnaast is Liander voor

ENERGIEPROGRAMMA HOLLAND RIJNLAND Informatiebrief voor Raden, Verenigde Vergadering en Statenleden

8

veel plekken in Nederland werken de tekorten op het Tennet-net door in de

Rol van het energieprogramma: Gezamenlijk werken aan een toekomstbestendig energiesysteem

geval, maar valt niet uit te sluiten voor de toekomst. Daarom is het nodig

staat, heeft het ontwikkelen van een toekomstig energiesysteem hoge

transportcapaciteit afhankelijk van het hoogspannings­net van TenneT. Op capaciteit die lokaal beschikbaar is. Dit is in Holland Rijnland nog niet het

om op regionaal niveau gemeenschappelijke keuzes te maken. Die komen volgens Liander kortweg neer op de bouw aan infrastructuur én de keuze

voor collectieve warmte. De focus van iedere betrokken partij moet liggen op het gevaar van langdurige netcongestie en wat dat betekent voor het gebruik, de infrastructuur en opslagmogelijkheden. Liander breidt elektriciteitsnet uit

Gezien de ambities en de opgaven waar de regio Holland Rijnland voor

prioriteit, zeker gezien de toenemende netcongestie. Vanuit de RES Holland Rijnland werken we aan zo’n systeem dat past bij zowel ruimtelijke als

maatschappelijke ambities. Hierbij maken we onderscheid tussen de korte, de middellange en lange termijn.

• Voor de korte termijn zetten we volop in op de ontwikkeling, de

uitbreiding en de verzwaring, van de energie-infrastructuur. Toch is puur bijbouwen van infrastructuur niet genoeg.

• Voor de middellange termijn gaan we daarom aan de slag met

taskforces, teams bestaande uit experts op verschillende terreinen.

Deze taskforces richten zich op knelpunten in het energiesysteem en

lossen die op. Denk daarbij aan problemen van bedrijventerreinen of

aan ondersteuning bij geplande uitbreidingen. Daarbij kijken zij ook hoe

beschikbare capaciteit zo slim en effectief mogelijk kan worden ingezet. Als het gaat om netcongestie, werken de taskforces nauw samen met Liander en de gemeenten.

• Voor de lange termijn ontwikkelen we toekomstbeelden voor Holland

Rijnland over het energiesysteem in 2050, met alle opties om de regio te voorzien van energie. Dat zijn overigens wel keuzes en ruimtelijke

Alle blauwe stations worden uitgebreid en alle gele stations worden nieuw gebouwd. De grootste is het onderstation Hazerswoude-Rijndijk.

reserveringen die nu al moeten worden gemaakt.

ENERGIEPROGRAMMA HOLLAND RIJNLAND Informatiebrief voor Raden, Verenigde Vergadering en Statenleden

9

Twee toekomstbeelden

De toekomstbeelden voor Holland Rijnland beschrijven vraag en

Situatieschets netcongestie 2030-2050

aanbod van energie over alle sectoren. Ze maken een inschatting van

de gevolgen voor de infrastructuur, maar kijken ook naar de ruimtelijke

impact, zowel bij de opwek van energie als de aanleg van infrastructuur. Voor Holland Rijnland zijn twee toekomstbeelden uitgewerkt in het Energietransitiemodel, op basis van landelijke ontwikkelingen en

lokale keuzes voor een klimaatneutraal energiesysteem. Eén van deze beelden is gericht op maximale elektrificatie van benodigde energie

en de ander op maximale inzet van alternatieven. Dit laatste komt neer op het maximale gebruik van warmte uit geothermie en restwarmte uit Rotterdam. Deze toekomstbeelden zijn opgesteld samen met de

gemeenten en Liander, De scenario’s borduren voort op het provinciale werk bij pMIEK (provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur en Klimaat) en nationale verkenningen.

Tussen de toekomstbeelden is een groot verschil in hoogste piekbelasting (ook wel energievermogen) op het elektriciteitsnet. Bij het maximaal

elektrisch toekomstbeeld is deze piekbelasting aanzienlijk hoger. Daarmee is ook de impact op het elektriciteitsnetwerk groter. In dit toekomstbeeld van onze regio komt dat voor een groot deel door het gebruik van

warmtepompen. Die hebben een hoog vermogen en worden veelal op

hetzelfde (piek)moment gebruikt. Als gevolg van die hoge piekbelasting is de inschatting dat er tot vijf extra hoogspanningsstations in de regio

moeten worden bijgebouwd om aan de energiebehoefte van dit scenario

te voldoen. Dit vergt een forse investering en heeft ook een grote ruimtelijke impact.

ENERGIEPROGRAMMA HOLLAND RIJNLAND Informatiebrief voor Raden, Verenigde Vergadering en Statenleden

10

Maximaal elektrisch scenario - Impact op netten bij een ‘Dunkelflaute’ Maximaal elektrisch scenario - impact op netten bij een ‘Dunkelflaute’ (zeer koude (zeer koude winter) komt grotendeels door warmtepompen winter) komt voor een grotendeels door warmtepompen

Maximaal - Impact opbijnetten bij een ‘Dunkelflaute’ Maximaal altalternatieven ernatieven, impact op netten een ‘Dunkelflaute’ (koude winter) is veel lager bij alternatieven, o.a. (zeer koude winter) is veelzoals lager bijwarmtenetten alternatieven, zoals o.a. warmtenetten

Bandbreedte mogellijk additioneel 2-5 HS stations bovenop de Barrepolder

Maximaal elektrisch scenario

Mogelijk additioneel

Impact op de elektriciteitsnetten is gelijk aan de hoogste piek

Maximaal alternatieven Impact op de elektriciteitsnetten is gelijk aan de hoogste piek

Ca. 3 Hoogspanningsstations

Overschotten zonnepanelen en windturbines worden omgezet in warmte

Barrepolder

Barrepolder

Huidige piek op netten

Huidige piek op netten

Veel minder Individuele warmtepompen door warmtenetten

Lucht Warmtepompen

Huidig

Lucht Warmtepompen

Huidig

Individuele warmtepompen hebben een groot vermogen en hoge gelijktijdigheid

6 Disclaimer: Dit is geen netdoorrekening, maar laat grof de impact op de elektriciteitsnetten zien, uitgedrukt in

Disclaimer: Dit is geen netdoorrekening, maar laat grof de impact op de elektriciteitsnetten zien, uitgedrukt in ordegrootte 7 HS stations 200-300 MW; scenario https://energytransitionmodel.com/saved_scenarios/15497 Disclaimer: Dit is geen netdoorrekening, maar laat grof de impact op de elektriciteitsnetten zien, uitgedrukt in

ordegrootte HS stations 200-300 MW; scenario: https://energytransitionmodel.com/saved_scenarios/15498

ordegrootte HS stations 200-300 MW; scenario: https://energytransitionmodel.com/saved_scenarios/15497

Wordt maximaal ingezet op alternatieven (zoals collectieve warmte uit

Hoe het Regionale Energiesysteem eruitziet in 2050, hangt af van welke

Volgens Liander zal door de inzet van lokale bronnen en de uitbreiding van

dat er individueel wordt gekozen voor elektrificatie van de energievraag.

Disclaimer: Dit is geen netdoorrekening, maar laat grof de impact op de elektriciteitsnetten zien, uitgedrukt in ordegrootte HS stations 200-300 MW; scenario: https://energytransitionmodel.com/saved_scenarios/15498

geothermie), dan is de impact op het elektriciteitsnet aanzienlijk lager.

warmtenetten, de elektrische transportcapaciteit ongeveer 15 jaar later

aan zijn maximum zitten, dan bij de keuze voor individuele warmtepompen.

keuzes tijdig worden gemaakt. Want niet tijdig acteren, vergroot de kans Terwijl we nu weten dat de infrastructuur hiervoor niet tijdig kan worden gerealiseerd. Dat heeft weer gevolgen voor ruimtelijk-economische

plannen en ambities van de regio. Met andere woorden, nu niet kiezen, leidt tot verdere elektrificatie.

Tijdig keuzes maken het energiesysteem in Holland Rijnland toekomst­ bestendig. Die keuzes moeten worden gemaakt voor verschillende

sectoren. Daarbij ligt de focus op die sectoren met de grootste impact op

ENERGIEPROGRAMMA HOLLAND RIJNLAND Informatiebrief voor Raden, Verenigde Vergadering en Statenleden

11

het energiesysteem en waarop gemeenten invloed kunnen uitoefenen.

Hoe verder

Het gaat hierbij volgordelijk om de gebouwde omgeving, mobiliteit,

industrie, bedrijfsterreinen en opwek. Bij die keuzes is het belangrijk

dat de gemeenten in Holland Rijnland samenwerken. Een keuze in een

gemeente kan namelijk van invloed zijn op de mogelijkheden in andere

1

gemeenten. Zo heeft het wel of niet ontwikkelen van een warmtebron in

de ene gemeente – denk aan de ontwikkeling van aardwarmte – effect

op de keuzes van omliggende gemeenten. Elektrificatie in één gemeente

Inzichtelijk maken van het (gedeelde beeld van het) gewenste toekomst­beeld in 2050.

2

Inzichtelijk maken van keuzes en koppelen aan instrumenten.

heeft weer effect op het bovenliggende net van andere gemeenten. Wij zijn immers door infrastructuur aan elkaar verbonden.

Hoe nu verder werken aan het toekomstige energiesysteem?

2a Waar regiopartijen en gemeenten zelf mee aan de slag kunnen. Bijvoorbeeld: participatiestrategie, omgevingsbeleid, warmteplannen

In de aanpak naar een nieuw energiesysteem maken we onderscheid

tussen wat gemeenten en regio kunnen organiseren op de korte termijn en wat er nodig is voor de lange termijn. Keuzes die we nu maken werken ook toe naar de ambities voor 2050. Op de korte termijn gaan we aan de slag met taskforces om gemeenten gericht te ondersteunen bij verschillende

2a Waar regiopartijen en gemeenten zelf niet over gaan. Bijvoorbeeld: lobby agenda

opgaven.

Belangrijk is om samen te werken aan een regionaal klimaatneutraal (en een zoveel mogelijk netneutraal) wensbeeld. Dit beeld helpt:

• Netbeheerders om tijdig de nodige infrastructuur te realiseren • Gemeenten en provincies om tijdig ruimtelijke reserveringen te kunnen doen

• Raden en inwoners om hierover een mening te vormen, zodat keuzes kunnen rekenen op draagvlak.

3

Organiseren van samenwerking.

4

Doorgaan met kennisuitwisseling en slimme capaciteit inzet.

ENERGIEPROGRAMMA HOLLAND RIJNLAND Informatiebrief voor Raden, Verenigde Vergadering en Statenleden

12

Belangrijk is om inzichtelijk te maken wat de impact is van de te maken

keuzes. Want die keuzes geven richting aan de ontwikkeling van één van de toekomstbeelden. En ze hebben ook impact op regionaal niveau. Daarna wordt gemeenten een handelingsperspectief geboden.

Dit handelingsperspectief behelst de acties die gemeenten kunnen

of moeten nemen om een specifiek doel te bereiken. Denk hierbij aan reguleren, stimuleren, faciliteren of loslaten.

De te maken keuzes koppelen we aan instrumenten waarmee gemeenten al dan niet aan de slag kunnen. Het is een breed palet aan instrumenten

waarmee gemeenten kunnen beginnen. Denk aan de oprichting van een warmtebedrijf, de uitrol van een brede participatiestrategie, subsidie­ regelingen, warmteplannen of omgevingsbeleid. Deze zouden – waar

mogelijk en wenselijk– in regionaal verband verder uitgewerkt kunnen

worden. De focus ligt hierbij op het afstemmen en gezamenlijk opstellen van het energiesysteem.

Als het gaat om instrumenten waarover gemeenten niet zelf gaan, is het gesprek en de lobby richting het rijk en de provincie van belang.

ENERGIEPROGRAMMA HOLLAND RIJNLAND Informatiebrief voor Raden, Verenigde Vergadering en Statenleden

13

Warmte Met de warmtetransitie stappen we over van het verwarmen van ruimten en tapwater met aardgas naar een CO2-vrij alternatief.

Basislast warmtevraag en bovenlokaal aanbod

Gemeenten maken hiervoor plannen per gebied in afstemming met inwoners en soms op initiatief van bewoners zelf. Gemeenten zijn

hierbij regisseur en geven, wijk voor wijk, duidelijkheid aan bewoners en gebouweigenaren over het alternatief voor aardgas en het bijbehorende tijdspad.

Binnen de regio Holland Rijnland zijn er veel gebieden waar – door de

relatief dichte bebouwing – een warmtenet de meest logische optie is.

Maar naast die potentiële warmtevraag is natuurlijk de beschikbaarheid van warmte net zo belangrijk. Holland Rijnland heeft veel potentie voor

aardwarmte. Daarnaast komt er met de aanleg van de warmteleiding WarmtelinQ+ ook restwarmte uit het Rotterdams havengebied

beschikbaar voor de regio. Kortom er is vraag en aanbod van warmte in de regio.

Er is in de regio dus veel potentie in vraag en aanbod van warmte, maar

De overstap naar warmtenetten, gebruikmakend van bovenlokale

om de potentie aan beschikbare warmte optimaal te benutten.

warmtebronnen, is ook van belang om het elektriciteitsnet minder

zwaar te belasten. Er wordt immers minder gekozen voor all electricoplossingen. Daarmee wordt netcongestie (tijdelijk) voorkomen. In de figuur hiernaast staat de potentie van vraag en aanbod

van warmte in de regio, uitgaande van de ontwikkeling van de aardwarmtebronnen en restwarmte via WarmtelinQ+

die twee liggen niet altijd naast elkaar. Daardoor is warmtetransport nodig

Er zijn ook gebieden met minder bebouwing of zonder hogere-

temperatuurbron in de nabijheid. Op die locaties kijken gemeenten

naar mogelijkheden van kleinschalige innovatieve lage-temperatuur

warmtenetten. Voor gebieden waar warmtenetten geen optie zijn, zijn

volledig elektrische warmtepompen het beste alternatief, mits toegepast bij goed geïsoleerde gebouwen.

ENERGIEPROGRAMMA HOLLAND RIJNLAND Informatiebrief voor Raden, Verenigde Vergadering en Statenleden

14

Als zowel warmtenetten als volledig elektrische warmtepompen geen

Wie doet wat in de regio?

warmtepomp een tussentijdse oplossing voor de komende jaren. Er zijn

Transitievisie Warmte) vast en later ook het omgevingsplan. Vervolgens

opties zijn voor gebouwen, dan is isoleren in combinatie met een hybride ook specifieke gebieden waar een hybride warmtepomp, gecombineerd

met isolatie en duurzame gassen, de enig mogelijke eindoplossing is. Maar de beschikbaarheid van groen gas is naar verwachting ook richting 2050

zeer beperkt voor de gebouwde omgeving. Ditzelfde geldt voor waterstof. Wachten op groen gas of waterstof als oplossing is daarom geen optie. Tot slot, isoleren is ook van belang. Vaak zelfs is voor het verwarmen

zonder aardgas isoleren een vereiste. Als je een gebouw isoleert, is er ook

minder warmte nodig om het op de juiste temperatuur te krijgen. Isoleren

De gemeenteraad stelt het warmteprogramma (de opvolger van de

bepaalt de gemeente wat een logisch kavel is. Dit kan ook samen met andere gemeenten worden vormgegeven. Een warmtebedrijf wordt

aangewezen om een kavelplan verder uit te werken. Dit warmtebedrijf

zorgt voor de aanleg en exploitatie van een warmtenet in desbetreffend kavel (zie infographic).

Vervolgstappen warmtetransitie

is dan ook een no-regret-maatregel. Met verschillende technieken en

aanpassingen krijgen we gebouwen comfortabel warm en zetten we onze duurzame warmtebronnen zo efficiënt mogelijk in.

Regionale samenhang en doelstelling

Uit bovenstaande blijkt al dat in onze regio warmtenetten kansrijk zijn.

Dat is mede doordat hier zogenaamde bovenlokale bronnen aanwezig zijn. Dit zijn bronnen waarvan de capaciteit groter is dan de potentiële warmtevraag in een gebied. Om het vermogen van deze bovenlokale

bronnen optimaal te benutten, is warmtetransport nodig naar andere gebieden waar vraag is naar warmte. Specifiek gaat het in deze regio

In Holland Rijnland is er sprake van wederzijdse afhankelijkheid tussen

Holland Rijnland is om bij te dragen aan de optimale inzet en verdeling

te stemmen, wordt de beschikbare warmte in de regio ontwikkeld en

om restwarmte (via WarmtelinQ+) en geothermie. Het doel van de RES

van bovenlokale bronnen. Zo versnellen we de warmtetransitie voor alle gemeenten in de regio tegen de laagste maatschappelijke kosten.

gemeenten (bovenlokaal). Alleen door vraag en aanbod samen af optimaal benut.

ENERGIEPROGRAMMA HOLLAND RIJNLAND Informatiebrief voor Raden, Verenigde Vergadering en Statenleden

15

De bronnenanalyse heeft inzicht gegeven in wat nodig is om de

Om al deze potentiële warmtebronnen ook daadwerkelijk te ontwikkelen,

Vervolgens is onderzocht of de aanleg van transportleidingen in de

warmtenetten. Immers, warmteaanbod is zinloos zonder warmtevraag.

warmtetransitie in deze regio vooruit te helpen. (zie hieronder).

regio maatschappelijke meerwaarde heeft. Parallel is gekeken naar mogelijke samenwerkingsmodellen en kavelaanpakken. Hoe kan je de warmtetransitie gaan organiseren?

Naast inzicht geven in de bovenlokale samenhang, richt de energieregio

moet ook de warmtevraag worden ontwikkeld door de realisatie van lokale Er is echter een geografische mismatch tussen vraag en aanbod, omdat bronnen en mogelijke afzetgebieden niet altijd naast elkaar liggen. Gebieden met warmteaanbod en afzetgebieden

zich ook op het vergroten van de haalbaarheid en betaalbaarheid van

de warmtetransitie. Hierbij werken regio, provincie en gemeenten samen aan de realisatie, zowel op strategisch, uitvoerend als coördinerend niveau. Hierbij worden NPLW-gelden (Nationaal Programma Lokale

Warmtetransitie) ingezet. Denk bijvoorbeeld aan hulp bij het definiëren van warmtekavels of de selectie van een warmtebedrijf. Lokale

initiatieven zijn van groot belang. Denk bijvoorbeeld aan de uitrol

van lage-temperatuur-warmtenetten gevoed met lokale bronnen.

Bronnenanalyse

Met de bronnenanalyse is onderzocht wat de potentie aan aanbod van

bovenlokale bronnen is en hoe zich dit verhoudt tot de vraag naar warmte in de regio. Hieruit kwamen verschillende conclusies naar voren. Als we

voor de hele regio de mogelijke warmtevraag optellen en vergelijken met

de optelsom van het potentiële warmteaanbod, dan komt het aanbod van warmte in de buurt van de basislast warmtevraag (zie grafiek pagina 14).

ENERGIEPROGRAMMA HOLLAND RIJNLAND Informatiebrief voor Raden, Verenigde Vergadering en Statenleden

16

In veel gevallen is de omvang van de bron zo groot, dat het meerdere warmtegebieden in meerdere gemeenten kan bedienen. Soms

Mogelijkheden warmtetransportnetten

is dit zelfs noodzakelijk. Hiervoor is de ontwikkeling van regionale warmtetransportnetten noodzakelijk.

De conclusie is dat alle potentieel beschikbare bronnen moeten worden ontwikkeld om invulling te geven aan de warmtevraag. Daarnaast

is de warmtevraagontwikkeling bij gemeenten noodzakelijk voor de levensvatbaarheid van warmtebronnen.

Meerwaarde transport

Op basis van de bronnenanalyse hebben we onderzocht of en welke

transportverbindingen maatschappelijke meerwaarde hebben. Hierbij is niet alleen gekeken naar de globale kosten en de directe gevolgen voor de business case, maar ook naar de ruimtelijke impact en de gevolgen

van het niet realiseren van een verbinding. Denk hierbij aan de zwaardere

belasting van het elektriciteitsnet met netcongestie als gevolg. In de figuur hiernaast zijn de oranje pijlen de onderzochte verbindingen.

Eerdere onderzoeken wezen al uit dat regionaal transport noodzakelijk is

en van nationaal belang (nMIEK). Uitkomsten van ons onderzoek laten zien dat – op basis van kwalitatieve criteria – het realiseren van verbindingen

tussen alle clusters van toegevoegde waarde is. Op basis van kwantitatief

onderzoek is er echter nog geen doorslaggevende voorkeur. Hiernaar doen we verdiepend onderzoek. De betaalbaarheid moet worden verbeterd

om de transitie naar warmtenetten mogelijk te maken. Hier zet de RES zich

ENERGIEPROGRAMMA HOLLAND RIJNLAND Informatiebrief voor Raden, Verenigde Vergadering en Statenleden

17

samen met haar partners voor in (vergroten haalbaarheid).

en samenwerking op het gebied van de warmtetransitie. Tijdens dit proces

financieringsmogelijkheden van de warmtetransitie passender te maken.

tot breed gedragen besluiten. De regio heeft een faciliterende rol en biedt

We werken bijvoorbeeld samen met het Rijk en de provincie om de

We hebben nu inzichtelijk dat we congestie willen voorkomen door de

is het cruciaal om colleges, raden en bewoners te betrekken. Zo komen we (overkoepelend) inzicht.

inzet van warmtenetten. Daarom is het niet rechtvaardig om de rekening

De warmtetransitie gaat niet vanzelf en publieke belangen, zoals

bij de gebruikers van collectieve warmte. Dit oplossen heeft meerwaarde

gegarandeerd. Daarom onderzoeken we vanuit de RES, samen

van deze maatschappelijk relevante ontwikkeling alleen neer te leggen voor deze regio maar is uiteraard van belang voor heel Nederland. De samenwerking op Rijksniveau wordt daarom intensiever.

Transitiepaden

Wat is nu globaal het verloop van de warmtetransitie? Gemeenten

maken zelf een planning voor de warmtetransitie. Dit staat omschreven

in het Warmteprogramma. Daarbij is het belangrijk dat de lokale plannen aansluiten bij regionale ontwikkelingen. Nu al maken gemeenten

onderlinge afspraken over de uitrol van warmtenetten, zoals tussen

betaalbaarheid en haalbaarheid, zijn vooralsnog onvoldoende

met partners uit de regio, de impact van de warmtetransitie op de

betaalbaarheid, de verdeling van de (maatschappelijke) kosten en

baten, de optimalisatie van het energiesysteem, de maatschappelijke en ruimtelijke impact en de initiatieven rondom participatie. Zo krijgen we

inzicht wat nodig is om de warmtetransitie mogelijk te maken en waar het nodig is om te lobbyen. Met het Rijk zoeken we naar oplossingen

die de positie van inwoners met een warmtenet versterkt. Want als het onbetaalbaar of onrechtvaardig is, is er geen draagvlak.

Noordwijk, Hillegom, Lisse en Teylingen en binnen Warmte Leidse regio. De regio faciliteert gemeenten met het inzichtelijk maken hoe

kavelaanpakken en groeipaden kunnen worden uitgewerkt. Zo geeft de

regio input aan gemeenten bij het maken van de lokale warmteplannen. Op regionale schaal wordt gekeken hoe samen te werken en welke

vormen meerwaarde hebben voor de regio en zijn bewoners. Uiteindelijk

besluiten gemeenten of clusters van gemeenten zelf over de organisatie

ENERGIEPROGRAMMA HOLLAND RIJNLAND Informatiebrief voor Raden, Verenigde Vergadering en Statenleden

18

Duurzame opwek en landschap Terwijl zonnepanelen vooral elektriciteit leveren bij zonnig weer, produceren

windturbines veelal elektriciteit op momenten van een lagedrukgebied, als het doorgaans bewolkt is. En windturbines leveren net zo goed ’s nachts energie. Daarom is een combinatie van wind en zon optimaal. Ze vullen elkaar aan

en de spreiding van opwek maakt ook dat het netwerk minder wordt belast. Maar die opwek legt ook een claim op de schaars beschikbare ruimte in

Want als we de gestelde ambitie voor 2030 nog willen halen, is het

noodzakelijk dat begin 2025 vergunningen worden verleend aan projecten.

Uitgangspositie (2/3) - Het RES-bod in perspectief met andere regio’s: Regio Holland Rijnland versus andere regio’s 7

Duurzame opwek in TWh 6

Holland Rijnland, waar wonen, natuur, infrastructuur en bedrijvig­heid ook een

4

TWh

plek moeten krijgen. Dat maakt de duurzame opwek in de regio een zoektocht.

5

3

Doelstelling RES 1.0 in het gedrang

2

In de Regionale Energiestrategie 1.0 spraken we als regio de ambitie uit om

is nog steeds de stip aan de horizon. Maar hoe daar te komen, is inmiddels

een stuk lastiger geworden nadat in 2022 zowel gemeenten als de provincie

0

Fl e vo Gr l an d H o oni lla nge nd n No o D r rd en th Ze e Ro el a tte nd rd F No am rys l or -D e ân dn Ho Ha M lla ag et ro n po We d Z ui s olr t eg -Br d a io Ei ban t W nd es ho t-O v e ve n rij ss Ar el nh No em U or Nij 16 do m os ege tB n ra ba n Tw t e Ac n ht te Fr e No uitd Zui rho or elt d-L ek dim a en Riv bu rg ie M id re n de la H o n-Li nd lla mb n u Cl d Ri rg ea j n nla H a te c nd h r Go t va Re gi er n e e Br o -O a b ve a n rfl t a Fo kke e No odv or a lle dVe y luw A e M me idd rs f o e H o n-H ort ek ol l sc he and D r Wa ec ar Al hts d t bl as e de se n rw aa rd

moet worden opgewekt door zonnevelden en windturbines op land. Dat doel

Uitgangspositie (1/3) - Holland Rijnland staat achteraan bij het deel va het RES-bod dat al gerealiseerd is of in gang is gezet (pijplijn) or d-

voor rekening komen van zonnepanelen op daken. De resterende 0,9 TWh

No

in totaal 1,14 TWh aan duurzame energie op te wekken. Daarvan zou 0,25 TWh

1,14 1

meest data op peildatum 1 (huidig november 2023 %recente van RES-bod in gang gezet+ + pijplijn) %Data: vanKlimaatmonitor, RES-bod in gang gezet (huidig pijplijn)

een reeks moties en amendementen indienden. Diverse zoekgebieden voor

120%

speelt de concept windnorm in de toekomst mogelijk een beperkende

80%

van 0,9 TWh uur opwek op land nog te realiseren. Ter verduidelijking: als de

40%

zou daar in theorie 1,9 TWh opgewekt kunnen worden. Maar na behandeling

0%

100%

rol. Met de overgebleven zoekgebieden is het niet mogelijk om de ambitie

60%

zoekgebieden opgenomen in de RES 1.0 geheel zouden worden benut, dan

20%

in de raden en staten bleef daarvan nog maar 0,7 TWh over. En van die

overgebleven gebieden is een deel mogelijk te klein om in te ontwikkelen.

Naast de inperking van de ruimte, is ook tijd een cruciale factor geworden.

16%

A H o me lla rs fo nd or t R Zu ijnla id -L nd M idd im bu e Cl n-H rg ea o nt l l an ec d No h R e or d- gio Ve luw e Al bl U as se 16 rw aa r Tw d No Fo ent e or d- odv H al l Ar oll nh a n ey em d Z u W Nij m id es t-O ege ve n r No Ac ij ss or hte el do r os hoe tB k Fr ra D ui td rec ba n elt ht t s a Ri te d M vie e n et re ro nl po an olr d D No egio ren t or E i dn he H o dh ov ll H a a nd en Ro rt v No o tte an B rd rd am ra b -D a nt en H Gr aag on in No ge or n dW Ze e la en e M s t-B nd id de raba nLim nt bu rg Ho F e Go ksc rys l he ân er ee W -O a ve ard rfl ak ke e

de realisatie van zonnevelden en windturbines vielen daardoor af. Daarnaast

Data: Klimaatmonitor, meest recente data op peildatum 1 november 2023

Data: Klimaatmonitor, meest recente data op peildatum 1 november 2023

ENERGIEPROGRAMMA HOLLAND RIJNLAND Informatiebrief voor Raden, Verenigde Vergadering en Statenleden

19

Waar staan we nu?

Om met de deur in huis te vallen, we staan nog ver af van onze ambitie om in 2030 0,9 TWh duurzame energie op te wekken in Holland Rijnland.

Eind november was nog geen 0.06 TWh gerealiseerd, waarvan ongeveer

Waar staan we met de realisatie. Gemeenten produceren in totaal

minder dan ze gebruiken.

Huidige elektriciteitsvraag en lokaal aanbod

0.006 TWh zon op veld en 0.05 TWh wind. Sinds het uitkomen van de RES

1.0 zijn er geen grote projecten meer gepland. Er zit ook weinig in de pijplijn en de voortgang bij gemeenten is ook gering. Dit is nagenoeg dezelfde stand van zaken als halverwege 2023. Toen spraken de partijen in de

RES Holland Rijnland af dat gemeenten zelfstandig aan de slag zouden

gaan met het voorbereiden en aanjagen van initiatieven voor duurzame opwek. Eveneens spraken zij af om in november 2023 het net op te halen en te inventariseren wat er voor initiatieven voor duurzame opwek in het verschiet liggen.

ENERGIEPROGRAMMA HOLLAND RIJNLAND Informatiebrief voor Raden, Verenigde Vergadering en Statenleden

20

Die inventarisatie laat nog wel enige ruimte open om de doelstellingen

want er zijn te weinig concrete initiatieven op dit moment. De meeste

opgewekte energie is weergegeven als een bandbreedte tussen een

nabije toekomst duurzame energie wordt opgewekt.

voor 2030 te benaderen. De verwachte ontwikkeling van duurzaam

gemeenten kunnen niet aangeven op welke locaties en door wie er in de

minimaal verwachte realisatie en een maximaal verwachte realisatie. Voor de hele regio komt dat uit op een realisatie die ligt tussen de opwek van

0,46 TWh en 1.04 TWh. In het meest gunstige scenario komt het doel uit de RES 1.0 van 1,14 TWh dus in de buurt. Maar of dat realistisch is, is de vraag,

Dat wil overigens niet zeggen dat alle gemeenten stil zitten. Zo hebben Kaag en Braassem, Zoeterwoude en Nieuwkoop participatieprocessen

in gang gezet die kunnen leiden tot de aanwijzing van gebieden voor de opwek van duurzame energie.

Uitgangspositie (3/3) - Het RES-bod in perspectief met de ontwikkeling van Doelstelling min max scenario de elektriciteitsvraag in de regio Het RES-bod in perspectief met de ontwikkeling van de elektriciteitsvraag in de regio

Het RES-bod komt in zicht bij maximaal lokale ambities

6 4,9

5

TWh

4

3,6

3 2,2 2 1,1 1 0,2 0

Huidige productie (grootschalig)

RES-bod

Elektriciteitsvraag (huidig)

Maximaal elektrisch Maximaal alternatieven 2050 2050

Data: Klimaatmonitor, meest recente data op peildatum 1 november 2023; Toekomstbeelden komen uit het

Data: Klimaatmonitor, meest recente data op peildatum 1 november 2023; Toekomstbeelden komen uit het energietransitiemodel gemaakt voor de energiesysteem ateliers

energietransitiemodel gemaakt voor de energiesysteem ateliers

ENERGIEPROGRAMMA HOLLAND RIJNLAND Informatiebrief voor Raden, Verenigde Vergadering en Statenleden

21

Het OER-traject

Rijkswaterstaat neemt de gronden langs infrastructuur voor zijn rekening.

voor Opwek van Energie op Rijksvastgoed. In Holland Rijnland gaat het

regio en de Provincie Zuid-Holland. Overigens kunnen energiecoöperaties

Afgelopen maanden is in de regio het project OER opgestart. OER staat voor nu om de opwekmogelijkheden op de gronden langs de N11 en de A4 die eigendom zijn van verschillende overheden. Uit de analyse die

plaatsvond zijn tientallen kansrijke kavels naar voren gekomen. Deze liggen in de gemeenten Alphen aan den Rijn, Leiden, Leiderdorp en Zoeterwoude

Maar daarbuiten zijn de gemeenten aan zet, ondersteund door de RES-

en particulieren hierin ook een belangrijke rol vervullen. Hierbij staat een

integrale aanpak centraal, waarin ook landschappelijke waarden een plek krijgen of verder worden ontwikkeld.

en bedragen gezamenlijk zo’n 60 hectare. Hiervan zal waarschijnlijk nog

Het blijkt onmogelijk om binnen de bestaande zoekgebieden onze ambitie

gemaakt van GIS-gegevens (Geografisch InformatieSysteem).

zoekgebieden. Dat gebeurt alleen in samenspraak met de raden en de

een substantieel deel afvallen, omdat voor de analyse enkel gebruik is

Als de volle 60 hectare zou worden benut, dan is dit ongeveer 5 % van de regionale ambitie voor 2030. Het OER-traject sluit overigens wel aan bij de regionale ambities van het samenwerkingsorgaan Holland Rijnland

om tussen Alphen aan den Rijn en Leiden de zogenaamde Energy-Lane te ontwikkelen waarin energie een onderdeel wordt van een bredere ruimtelijke ontwikkeling.

Naast de gronden langs de N11 en de A4 zal in de toekomst ook worden

gekeken naar mogelijkheden rondom de A44. Dit OER-traject start op z’n vroegst in 2026. Realisatie van projecten zal daarmee rond 2032-2033 kunnen plaatsvinden.

Bestaande en aanvullende zoekgebieden

te behalen. Een mogelijkheid is om op zoek te gaan naar aanvullende

verenigde vergadering. Wellicht zijn er gebieden die minder versnipperd zijn en met minder impact geschikt voor duurzame opwek. Momenteel

wordt bekeken of beperkende beleidscriteria uit de RES 1.0 kunnen worden heroverwogen. Een nadere beschouwing van de RES 1.0 laat zien dat er

veel nadruk is gelegd op energieopwek in de bermen langs wegen. Maar

het OER-traject laat zien dat het vaak gaat om relatief kleine oppervlakken met hoge aansluitkosten. Daarnaast komt het neer op smalle opstellingen die nadrukkelijk in het zicht liggen van weggebruikers. Het is raadzaam om verder te gaan met realistische OER-opties en tegelijkertijd verder te zoeken naar ruimte- en kostenefficiënte oplossingen. Dergelijke oplossingen moeten ook bijdragen aan zorgvuldig vormgegeven

energielandschappen. Dit proces dient participatief tot stand te komen.

Belangrijk voor de voortgang van grootschalige duurzame opwek in de

Landschappelijke inpassing

worden onderzocht. Dit gaat vooral in de eerste helft van 2024 gebeuren.

regio ook afgesproken om zorg te dragen voor een goede inpassing

regio, is dat de mogelijkheden binnen bestaande zoekgebieden zorgvuldig

Naast de ambitie rondom de hoeveelheid duurzame opwek, is in de

ENERGIEPROGRAMMA HOLLAND RIJNLAND Informatiebrief voor Raden, Verenigde Vergadering en Statenleden

22

en vormgeving van grootschalige duurzame opwek in het landschap. Dat is telkens het uitgangspunt geweest. Maar hoe die combinatie

van landschap en energieopwek er dan uit moet zien, is nooit expliciet

gemaakt. En daarin schuilt het gevaar dat er keuzes worden gemaakt die weliswaar pragmatisch zijn, maar fraaier hadden gekund. Als RES-regio willen we actief het gesprek blijven voeren over landschapskwaliteit en

de invloed die energieopwek daarop kan hebben. Dan is het van belang om ook te kijken hoe landschappelijke waarde (recreatie en natuur) kan worden toegevoegd aan de ontwikkeling van energieopwek.

Participatie

Duurzame opwek kan niet plaatsvinden zonder betrokkenheid van de directe omgeving. Het is belangrijk dat omwonenden, ondernemers

en andere belanghebbenden een stem hebben in de totstandkoming

hiervan. Binnen onze RES-regio heeft een aantal gemeenten forse stappen gezet rondom participatie. Andere gemeenten kunnen leren van die

ervaringen en hiermee aan de slag gaan. Als regio hopen we komende tijd een rol te spelen bij de ontwikkeling van gemeenschappelijk beleid voor

participatie en lokaal eigendom. Samenwerking met energiecoöperaties biedt hierbij goede mogelijkheden.

ENERGIEPROGRAMMA HOLLAND RIJNLAND Informatiebrief voor Raden, Verenigde Vergadering en Statenleden

23

Taskforces Gezamenlijk spannen we ons in om duurzame keuzes te maken zodat

Taskforce Warmte

betrouwbaar en betaalbaar is. Dit doen we met een resultaatgerichte

warmtetransitie bij gemeenten. Denk hierbij aan ondersteuning bij

we straks beschikken over een toekomstbestendig energiesysteem dat aanpak op zowel strategisch als uitvoerend niveau. De transitie

vormgeven terwijl de winkel openblijft, vraagt veel capaciteit en kennis. Vanuit de RES ondersteunen we de gemeenten door de inzet van drie

taskforces ieder met een eigen expertise, te weten: congestie, warmte

en duurzame opwek. Deze teams gaan aan de slag bij gemeenten om

Deze taskforce biedt ondersteuning bij het verder brengen van de

participatietrajecten om de warmtevraag te ontwikkelen. Niet iedere gemeente zal dezelfde vragen hebben op hetzelfde moment. De

taskforce levert daarom vraag-gestuurde ondersteuning die aansluit bij de behoeften van gemeenten.

projecten en processen verder te brengen. De taskforces ondersteunen

Taskforce Opwek

hele regio heeft te maken en die van regionaal belang zijn. De taskforces

cluster maatwerk nodig. De taskforce Opwek is toegerust voor

de gemeenten verder bij het oplossen van vraagstukken waarmee de hebben een extra taak om de kennis te borgen die gemeenten

opdoen en om een bijdrage te leveren aan de kennisontwikkeling over onderwerpen die vaak nieuw zijn voor gemeenten.

Om tot opwekprojecten te komen, is per gemeente of gemeentelijk ondersteuning bij alle fasen van ontwikkelen van duurzame opwek projecten. Van participatie tot aan vergunningverlening.

Taskforce Congestie

Voor de korte termijn zet Liander volop in op de ontwikkeling, de

uitbreiding en de verzwaring, van de energie-infrastructuur. Gemeenten maken dit mogelijk binnen ruimtelijk beleid. Toch is puur bijbouwen niet

genoeg. Daarom gaan we ook aan de slag met de taskforce congestie. Deze heeft expertise met betrekking tot netcongestie en mogelijke

oplossingen zoals smart grids, decentrale energievoorziening, opslag, duurzame bedrijventerreinen, maar ook Energiehubs, Smart Energy

Concepts en gesloten energiesystemen. Ze hebben ervaring met alle fasen van projectontwikkeling. Daarmee kunnen ze gemeenten echt verder helpen.

ENERGIEPROGRAMMA HOLLAND RIJNLAND Informatiebrief voor Raden, Verenigde Vergadering en Statenleden

24

Regionale Investeringsagenda en Energie In de regio Holland Rijnland wordt gewerkt aan de Regionale

In de Regionale Investeringsagenda is een tweedeling gemaakt tussen

Groen en Blauw en Mobiliteit centraal staan. De opgaven rondom

Prioritaire projecten zijn onder andere de ‘Energy Lane’, inclusief het

Investeringsagenda, waarin de thema’s Energie en Warmte, Economie, energie en warmte overschrijden de gemeentegrenzen. Hiervoor zijn

grote investeringen nodig. De regio ondersteunt gemeenten financieel bij projecten die van maatschappelijke en regionale meerwaarde zijn.

Daarbij zet de regio zich in voor een eerlijke, betaalbare, betrouwbare en duurzame energievoorziening binnen Holland Rijnland.

prioritaire projecten en projecten die vallen onder het regionaal fonds. 150/50 kV-station in de Barrepolder, en het ‘Warmtenet’, inclusief de consequenties die het heeft voor het elektriciteitsnet.

Daarnaast wordt een Regionaal Fonds opgebouwd. Uit dit fonds kunnen projecten, die geen prioritair project zijn, middels cofinanciering worden ondersteund. Het fonds kent verschillende programmalijnen, waarvan ‘Energie en Warmte’ er één is. Meer informatie hierover leest u in de Regionale Investeringsagenda.

ENERGIEPROGRAMMA HOLLAND RIJNLAND Informatiebrief voor Raden, Verenigde Vergadering en Statenleden

25

Conclusie Het mag duidelijk zijn, er ligt nog veel werk in het verschiet om onze

ambities rondom een duurzaam energiesysteem waar te maken. Om

tot goede, gedragen keuzes te komen, is uw rol als raadslid ongelooflijk

belangrijk. De transitie pakken we immers samen op. Komende jaren zullen we u vaker voorlichten via Raadsbijeenkomsten rondom een specifiek

thema. We bouwen verder op de energie die er op dit onderwerp leeft bij gemeenten en verwachten tot concrete resultaten te komen.

We hopen dat we met deze brief een aantal zaken rondom de transitie hebben verduidelijkt over welke keuzes te nemen op weg naar een duurzaam, toekomstig energiesysteem.

ENERGIEPROGRAMMA HOLLAND RIJNLAND Informatiebrief voor Raden, Verenigde Vergadering en Statenleden

26

Grafieken en tabellen

ENERGIEPROGRAMMA HOLLAND RIJNLAND Informatiebrief voor Raden, Verenigde Vergadering en Statenleden

27

ENERGIEPROGRAMMA HOLLAND RIJNLAND Informatiebrief voor Raden, Verenigde Vergadering en Statenleden

28

Liander breidt elektriciteitsnet uit

Alle blauwe stations worden uitgebreid en alle gele stations worden nieuw gebouwd. De grootste is het onderstation Hazerswoude-Rijndijk. ENERGIEPROGRAMMA HOLLAND RIJNLAND Informatiebrief voor Raden, Verenigde Vergadering en Statenleden

29

Situatieschets netcongestie 2030-2050

ENERGIEPROGRAMMA HOLLAND RIJNLAND Informatiebrief voor Raden, Verenigde Vergadering en Statenleden

30

Maximaal elektrisch scenario - Impact op netten bij een ‘Dunkelflaute’ Makoude ximaal winter) elektrischkomt scenagrotendeels rio - impact opdoor netten bij een ‘Dunkelflaute’ (zeer koude (zeer warmtepompen winter) komt voor een grotendeels door warmtepompen

Bandbreedte mogellijk additioneel 2-5 HS stations bovenop de Barrepolder

Maximaal elektrisch scenario

Mogelijk additioneel

Impact op de elektriciteitsnetten is gelijk aan de hoogste piek

Barrepolder

Huidige piek op netten

Lucht Warmtepompen

Huidig

Individuele warmtepompen hebben een groot vermogen en hoge gelijktijdigheid

Disclaimer: Dit is geen netdoorrekening, maar laat grof de impact op de elektriciteitsnetten zien, uitgedrukt in ordegrootte HS stations 200-300 MW; scenario: https://energytransitionmodel.com/saved_scenarios/15498 Disclaimer: Dit is geen netdoorrekening, maar laat grof de impact op de elektriciteitsnetten zien, uitgedrukt in 6

ordegrootte HS stations 200-300 MW; scenario: https://energytransitionmodel.com/saved_scenarios/15498

ENERGIEPROGRAMMA HOLLAND RIJNLAND Informatiebrief voor Raden, Verenigde Vergadering en Statenleden

31

Maximaal - Impact opbijnetten bij een ‘Dunkelflaute’ Maximaal altalternatieven ernatieven, impact op netten een ‘Dunkelflaute’ (koude winter) is veel lager bij alternatieven, o.a. (zeer koude winter) is veelzoals lager bijwarmtenetten alternatieven, zoals o.a. warmtenetten

Maximaal alternatieven Impact op de elektriciteitsnetten is gelijk aan de hoogste piek

Ca. 3 Hoogspanningsstations

Overschotten zonnepanelen en windturbines worden omgezet in warmte

Barrepolder

Huidige piek op netten

Huidig

Veel minder Individuele warmtepompen door warmtenetten

Lucht Warmtepompen

Disclaimer: Dit is geen netdoorrekening, maar laat grof de impact op de elektriciteitsnetten zien, uitgedrukt in ordegrootte HS stations 200-300 MW; scenario https://energytransitionmodel.com/saved_scenarios/15497

7

Disclaimer: Dit is geen netdoorrekening, maar laat grof de impact op de elektriciteitsnetten zien, uitgedrukt in ordegrootte HS stations 200-300 MW; scenario: https://energytransitionmodel.com/saved_scenarios/15497

ENERGIEPROGRAMMA HOLLAND RIJNLAND Informatiebrief voor Raden, Verenigde Vergadering en Statenleden

32

Hoe verder 1

Inzichtelijk maken van het (gedeelde beeld van het) gewenste

2

toekomst­beeld in 2050.

Inzichtelijk maken van keuzes en koppelen aan instrumenten.

2a Waar regiopartijen en gemeenten zelf mee aan de slag kunnen. Bijvoorbeeld: participatiestrategie, omgevingsbeleid, warmteplannen

2a Waar regiopartijen en gemeenten zelf niet over gaan. Bijvoorbeeld: lobby agenda

3

Organiseren van samenwerking.

4

Doorgaan met kennisuitwisseling en slimme capaciteit inzet.

ENERGIEPROGRAMMA HOLLAND RIJNLAND Informatiebrief voor Raden, Verenigde Vergadering en Statenleden

33

Basislast warmtevraag en bovenlokaal aanbod

ENERGIEPROGRAMMA HOLLAND RIJNLAND Informatiebrief voor Raden, Verenigde Vergadering en Statenleden

34

Vervolgstappen warmtetransitie

ENERGIEPROGRAMMA HOLLAND RIJNLAND Informatiebrief voor Raden, Verenigde Vergadering en Statenleden

35

Gebieden met warmteaanbod en afzetgebieden

ENERGIEPROGRAMMA HOLLAND RIJNLAND Informatiebrief voor Raden, Verenigde Vergadering en Statenleden

36

Mogelijkheden warmtetransportnetten

ENERGIEPROGRAMMA HOLLAND RIJNLAND Informatiebrief voor Raden, Verenigde Vergadering en Statenleden

37

A H o me lla rs fo nd or t R Zu ijnla id -Li nd M idd m bu e Cl n-H rg ea ol l nt e and No ch R eg or di Ve o luw e Al bl U as se 16 rw aa r Tw d No Fo ent e or d- odv H al ley Ar oll a nh n em d Z u W Nij m id es t-O ege ve n r No Ac ij ss el h or do terh os oe tB k Fr ra D ui td rec ba n elt ht t s a Ri te d M vie e n et re ro nl po an olr Dr d e No gio en t or E d- i nd he Ho h lla ov e H a nd n Ro rt v No o tte an Br rd rd am a b -D a nt en H Gr aag on i ng No en or dW Ze e la en es M t-B nd id de raba nLim nt bu rg Ho F e Go ksc rys l he ân er ee W -O a ve ard rfl ak ke e Fl e

vo la or d- Gro nd H o ni n lla g nd e n No o D r rd en th Ze e Ro el a tte nd rd F No am rys l or D e ân dn Ho Ha M lla ag et ro nd W po olr es t- Zuid eg Br a io E ba W i nd nt es ho t-O v e ve n rij ss Ar el nh e m No U1 6 or Nij do m os ege tB n ra ba nt Tw Ac en ht te Fr e No uitd Zui rho or elt d-L ek dim a en Riv bu rg ie M id re n de la H o n-Li nd lla mb n u Cl d Ri rg ea j nt nlan Ha e c h d r Go t va Re gi er n e e Br o -O a b ve a n rfl t a Fo kke e o No dv or a lle dVe y Am luw e M idd e rs f o H o e n-H ort ek o sc l l an he d D r Wa ec ar d h Al t bl ste as d se e n rw aa rd No

TWh

Regio Holland Rijnland versus andere regio’s

Uitgangspositie (2/3) - Het RES-bod in perspectief met andere regio’s: Duurzame opwek in TWh

7

6

5

4

3

2

1 1,14

Uitgangspositie (1/3) - Holland Rijnland staat achteraan bij het deel van het RES-bod dat al gerealiseerd is of in gang is gezet (pijplijn) 0

120%

%Data: vanKlimaatmonitor, RES-bod in gang gezet (huidig pijplijn) %recente van RES-bod in gang gezet+ + pijplijn) meest data op peildatum 1 (huidig november 2023

100%

80%

60%

40%

20% 16%

0%

Data: Klimaatmonitor, meest recente data op peildatum 1 november 2023

Data: Klimaatmonitor, meest recente data op peildatum 1 november 2023

ENERGIEPROGRAMMA HOLLAND RIJNLAND Informatiebrief voor Raden, Verenigde Vergadering en Statenleden

38

Waar staan we met de realisatie. Gemeenten produceren in totaal

minder dan ze gebruiken.

Huidige elektriciteitsvraag en lokaal aanbod

ENERGIEPROGRAMMA HOLLAND RIJNLAND Informatiebrief voor Raden, Verenigde Vergadering en Statenleden

39

Doelstelling min max scenario Uitgangspositie (3/3) - Het RES-bod in perspectief met de ontwikkeling van de elektriciteitsvraag in de regio Het RES-bod in perspectief met de ontwikkeling van de elektriciteitsvraag in de regio

Het RES-bod komt in zicht bij maximaal lokale ambities

6 4,9

5

TWh

4

3,6

3 2,2 2 1,1 1 0,2 0

Huidige productie (grootschalig)

RES-bod

Elektriciteitsvraag (huidig)

Maximaal elektrisch Maximaal alternatieven 2050 2050

Data: Klimaatmonitor, recente data op peildatum 1 november 2023; Toekomstbeelden Data: Klimaatmonitor, meestmeest recente data op peildatum 1 november 2023; Toekomstbeelden komen uit het energietransitiemodel gemaakt voor de energiesysteem komen uit het energietransitiemodel gemaakt voorateliers de energiesysteem ateliers

ENERGIEPROGRAMMA HOLLAND RIJNLAND Informatiebrief voor Raden, Verenigde Vergadering en Statenleden

40

ENERGIEPROGRAMMA HOLLAND RIJNLAND Informatiebrief voor Raden, Verenigde Vergadering en Statenleden

41

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/1629/documents/21656