Db11 Raadsbrief, Bericht inzake vaststelling Damoclesbeleid gemeente Hillegom-2023.pdf
Tekst van het document
Raadsbrief Bericht inzake vaststelling Damoclesbeleid gemeente Hillegom - 2023
aan: zaaknummer: datum collegevergadering: portefeuillehouder: behandelend ambtenaar:
de raad van de gemeente Hillegom Z-23-343249 5 december 2023 Dhr. A. van Erk Jasmijn Burema
Inhoud mededeling Tot voor kort hanteerde ik bij de toepassing van mijn bevoegdheid tot het tijdelijk sluiten van panden de beleidsregel “Sluitingsbeleid ex. Artikel 13b Opiumwet”. Deze beleidsregel was sinds 2015 van kracht. Ik heb besloten om deze beleidsregel in te trekken en te vervangen door het Damoclesbeleid gemeente Hillegom – 2023. Hiervoor had ik verschillende redenen. Verruimde sluitingsbevoegdheid Sinds 2019 ben ik ook bevoegd om op grond van artikel 13b van de Opiumwet bestuursdwang toe te passen als sprake is van strafbare voorbereidingshandelingen ten aanzien van de productie van soft – en/of harddrugs en hennepkwekerijen (hierna: de verruimde sluitingsbevoegdheid). Met de verruimde sluitingsbevoegdheid hebben burgemeesters de bevoegdheid gekregen om een pand te sluiten zodra het een schakel vormt in de handel in en/of productie van drugs. Ook als er (nog) geen handelshoeveelheid drugs is aangetroffen, maar wel sprake is van de voorbereiding van handel en/of productie van harddrugs of de grootschalige of bedrijfsmatige hennepteelt. Zonder het aantreffen van de drugs zelf kon de burgemeester tot 1 januari 2019 een pand niet sluiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet. Sinds 1 januari 2019 kan dat onder voornoemde omstandigheden wel. Deze bevoegdheid is niet opgenomen in het oude sluitingsbeleid, zodat de beleidsregel op dit punt actualisatie behoefde.
De nieuwe beleidsregel biedt meer maatwerkmogelijkheden en sluit beter aan bij de ontwikkelingen in de rechtspraak. a.
Geen onderscheid tussen softdrugs en harddrugs voor het bepalen van de duur van de sluiting In het Sluitingsbeleid ex. artikel 13b Opiumwet wordt voor wat betreft de op te leggen maatregel (waarschuwing c.q. sluitingstermijnen) onderscheid gemaakt tussen softdrugs, harddrugs en hennepkwekerijen. In de nieuwe beleidsregel wordt dit onderscheid niet meer gemaakt voor wat betreft het bepalen van de sluitingstermijn. Gelet op de professionalisering die de hennepteelt de afgelopen jaren heeft doorgemaakt, de risico’s die daarbij worden genomen en de uitstraling daarvan op de leefomgeving, kan ook bij de handel in softdrugs sprake zijn van een zeer ernstige verstoring van de openbare orde en
kan ook dan (directe) sluiting noodzakelijk zijn. Ook als het gaat om een eerste overtreding in een (bewoonde) woning. De sluitingstermijnen voor woningen en lokalen worden daarom (voor eerste overtredingen) gesteld op in beginsel respectievelijk 3 en 6 maanden, waarbij wordt opgemerkt dat een bewoonde woning pas wordt gesloten als de situatie dermate ernstig is dat dit ook noodzakelijk en evenredig kan worden geacht. Zie hiervoor verder onder b en c. Deze sluitingstermijnen gelden ook voor voorbereidingshandelingen. b.
Beoordelingskader bewoonde woningen en onderscheid met onbewoonde woningen en lokalen. Volgens de oude beleidsregel wordt volstaan met een waarschuwing als sprake is van softdrugs en als sprake is van een eerste overtreding in een woning. Als sprake is van een handelshoeveelheid harddrugs of een hennepkwekerij in een woning, dan was het uitgangspunt 3 maanden sluiting. Om meer maatwerk te kunnen leveren wordt de noodzaak tot sluiting van een (bewoonde) woning in de nieuwe beleidsregel anders beoordeeld. Hoewel er volgens de wetsgeschiedenis bij een eerste overtreding in een bewoonde woning moet worden volstaan met een waarschuwing, mag daar van af worden geweken als sprake is van een ernstig geval. Daarom wordt volgens de nieuwe beleidsregel bij bewoonde woningen gebruik gemaakt van (niet limitatieve) indicatoren, om per geval te beoordelen of sprake is van een ernstig geval. Als daar sprake van is, kan tot sluiting van een bewoonde woning worden overgegaan. Ook als sprake is van softdrugs. Deze beginselplicht tot waarschuwen geldt niet voor onbewoonde woningen en lokalen. Daarom wordt in de nieuwe beleidsregel onderscheid gemaakt tussen bewoonde woningen, onbewoonde woningen en lokalen. Dit heeft te maken met het beschermen van het woonrecht en het belang van het zoveel mogelijk beschikbaar houden van woonruimte.
Daarom is in beginsel bij woningen de sluitingstermijn 3 maanden en bij lokalen 6 maanden. Deze sluitingstermijnen gelden als uitgangspunt bij een eerste constatering in een woning of lokaal en worden langer wanneer er sprake is van recidive. Onder omstandigheden kan worden afgeweken van de sluitingstermijnen die gelden als uitganspunt. In dat geval wordt de maatregel zwaarder of lichter. Zie hiervoor de toelichting onder d.
c.
Sluitingstermijnen De sluitingstermijn bij een eerste overtreding bij (on)bewoonde woningen in het nieuwe beleid is ongewijzigd ten opzichte van het Sluitingsbeleid ex. Artikel 13b Opiumwet. De sluitingstermijnen voor lokalen zijn wel gewijzigd. Bij lokalen geldt in de nieuwe beleidsregel een algemene sluitingsduur van in beginsel 6 maanden bij een eerste overtreding, ongeacht of sprake is van een handelshoeveelheid harddrugs, softdrugs, hennepteelt of voorbereidingshandelingen ten aanzien van de productie en/of teelt van drugs. Dit is anders dan bij het “Sluitingsbeleid ex. Artikel 13b Opiumwet”. Volgens deze oude beleidsregel werden lokalen 3 maanden gesloten als sprake was van de handel in softdrugs, 6 maanden als sprake was van een hennepkwekerij en 12 maanden als sprake was van handel in harddrugs. Deze aangepaste sluitingsduur komt enerzijds voort uit het gelijktrekken van de sluitingstermijnen, ongeacht de aangetroffen soort drugs, met waar nodig de mogelijkheid tot het verlengen van de sluitingstermijn als sprake is van verzwarende omstandigheden. Op deze manier kan maatwerk worden geleverd, passend bij de ernst van de situatie.
Daarnaast komt deze beleidskeuze voort uit recente uitspraken van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, waarin is bepaald dat een sluitingstermijn van langer dan 6 maanden niet (meer) in alle situaties als evenredig kan worden beschouwd.
d.
Beoordelingskader sluit aan bij beoordelingskader rechtspraak en mogelijkheid tot zwaardere of lichtere maatregel Daarnaast kan in een specifieke casus sprake zijn van feiten en omstandigheden die een zwaardere of lichtere maatregel rechtvaardigen. Volgens de meest recente jurisprudentie wordt daarbij gekeken naar de ernst en omvang van de overtreding, de noodzaak tot sluiting, de mate van verwijtbaarheid van betrokkenen en de gevolgen die een tijdelijke sluiting heeft voor betrokkenen. Door in de beleidsregel op hoofdlijnen toe te lichten hoe een casus wordt beoordeelt en wanneer een zwaardere of lichtere maatregel passend kan zijn, kan maatwerk worden geboden, passend bij de feiten en omstandigheden van het specifieke geval. Als gekozen wordt voor een zwaardere maatregel, dan wordt er een langere sluitingstermijn toegepast. Als gekozen wordt voor een lichtere maatregel, dan kan gedacht worden aan een kortere sluiting, een last onder dwangsom of een waarschuwing.
e.
Positie woningcorporatie(s) Anders dan in de oude beleidsregel, wordt in de nieuwe beleidsregel een afwijkende bepaling voor woningen van woningcorporaties opgenomen. Deze bepaling houdt in dat de sluitingstermijnen die gelden bij recidive, niet van toepassing zijn op woningen van woningcorporaties. Hiermee wordt enerzijds rekening gehouden met het belang van sluiting en anderzijds wordt hiermee rekening gehouden met de krapte op de woningmarkt, het belang om (betaalbare) sociale huurwoningen zo kort mogelijk aan de woningmarkt te onttrekken en de bijzondere positie van de woningcorporatie(s).
Indien u graag kennis wilt nemen van het nieuwe Damoclesbeleid gemeente Hillegom – 2023 dan kunt u deze raadplegen op www.overheid.nl. Ik hoop u zo voldoende te hebben geïnformeerd.
Een vriendelijke groet, A. van Erk