Db04 Raadsbrief Ontwikkelingen JeugdzorgPlus.pdf
Tekst van het document
Hillegom
Raadsbrief Ontwikkelingen JeugdzorgPlus aan:
de raad van de gemeente Hillegom
zaaknummer: Z-23-308649 datum collegevergadering: 16 mei 2023 portefeuillehouder: Dhr. J. van Rijn behandelend ambtenaar: Tallie Habermehl emailadres: T.Habermehl telefoon: 14 0252 embargo: ☐
In het afgelopen jaar bent u diverse keren (februari 2022, juni 2022 en december 2022) geïnformeerd over de ontwikkelingen binnen de JeugdzorgPlus. In deze brieven is aangekondigd dat de aanbieders JeugdzorgPlus1 in financiële problemen waren gekomen en dat dit mogelijk om een financiële bijdrage van gemeenten zou vragen. Inmiddels is hierover meer duidelijkheid. Via deze brief wordt u hierover geïnformeerd. JeugdzorgPlus is een gesloten jeugdhulpvorm voor jeugdigen die voor zichzelf en/of hun omgeving een gevaar vormen. Lichtere vormen van jeugdhulp bieden geen oplossing meer. In Holland Rijnland hebben 21 jeugdigen in 2022 gebruik gemaakt van deze vorm van zorg. Als samenwerkende gemeenten binnen de regio Holland Rijnland hebben wij de ambitie om JeugdzorgPlus af te bouwen en in plaats daarvan meer intensieve ambulante jeugdhulpvormen en kleinschalige verblijfsvoorzieningen in te zetten. Dit komt voort uit de wens van de gemeenten om jeugdigen zo thuis als mogelijk te laten opgroeien. Gemeenten willen zoveel mogelijk voorkomen dat een jeugdige uit huis wordt geplaatst. Als thuis wonen (tijdelijk) niet meer kan, streven gemeenten ernaar jeugdigen te laten opgroeien in een situatie die zoveel mogelijk op een thuis lijkt. Deze ambitie wordt samen met de vier andere jeugdhulpregio’s en aanbieders JeugdzorgPlus in het landsdeel Zuidwest2 al sinds 2019 opgepakt.
In dit proces is door de regio’s en aanbieders gezamenlijk onderkend dat het verbeteren en ombouwen van JeugdzorgPlus niet gepaard kan gaan met bezuinigingen tijdens de transitieperiode. De ambitie van landsdeel Zuidwest sluit aan bij de landelijke ontwikkelingen over af -en ombouw van de JeugdzorgPlus, zoals recent beschreven in kamerbrief3 van februari 2023. Hieronder gaan wij in op de meest recente ontwikkelingen die in de laatste brief aan uw raad zijn aangekondigd: 1. Interbestuurlijk Toezicht 2. Bovenregionaal Plan 3. Financiële gevolgen JeugdzorgPlus
1
Aanbieders Jeugdzorg Plus in landsdeel Zuidwest zijn iHUB en Schakenbosch Rotterdam-Rijnmond, Haaglanden, Midden-Holland, Zuid Holland Zuid en Holland Rijnland. 3 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2023/02/03/kamerbrief-overuitvoeringsplan-af-en-ombouw-gesloten-jeugdhulp 2
1
Context In de brief van december 2022 is ingegaan op de financiële situatie van de beide aanbieders JeugdzorgPlus die ontstaan is als gevolg van de versnelde afbouw van JeugdzorgPlus. Er worden fors minder kinderen geplaatst wat leidt tot minder inkomsten voor deze aanbieders, terwijl de kosten (huisvesting en personeel) voor de aanbieders gelijk blijven en stijgen. Als gevolg van deze situatie waarin de continuïteit van de zorg in het geding is, is de JeugdAutoriteit betrokken geraakt. De JeugdAutoriteit (JA) is een organisatie die vanuit het Rijk de opdracht heeft om onder meer problemen met de continuïteit van jeugdhulp te signaleren en helpen oplossen. Hiervoor heeft de JA het ‘Draaiboek Continuïteit jeugdhulp’ in werking gezet. In dit geval betekent dit dat beide aanbieders met de gemeenten en de JA een herstel- en continuïteitsplan moeten opstellen. JeugdzorgPlus is een vorm van cruciale zorg waardoor gemeenten verantwoordelijk zijn voor de continuïteit. Vanwege de aanhoudende financieel kwetsbare situatie bij beide aanbieders en de zorgen die de JA heeft over de continuïteit van de JeugdzorgPlus heeft de JA de staatssecretaris geadviseerd de gemeenten in landsdeel Zuidwest onder Interbestuurlijk Toezicht te plaatsen. De staatssecretaris heeft dit advies overgenomen.
Dit Interbestuurlijk Toezicht geldt voor alle gemeenten in landsdeel Zuidwest en brengt een aantal verplichte besluiten met zich mee waarover u in deze brief wordt geïnformeerd. Interbestuurlijk Toezicht (IBT) Het IBT heeft als doel de continuïteit van zorg te waarborgen aan jeugdigen met een machtiging gesloten jeugdhulp in de regio Zuidwest voor zowel de korte als de lange termijn. De staatssecretaris heeft de gemeenten in het landsdeel Zuidwest verzocht om gezamenlijk verantwoordelijkheid te nemen voor de uitvoering van de bestuurlijke afspraken die in het kader van het IBT gemaakt zijn. Hiervoor is een routekaart opgesteld waarin de stappen zijn beschreven om tot een duurzame doorontwikkeling van de JeugdzorgPlus te komen. Belangrijke stappen die volgens de routekaart gezet moeten worden zijn het vaststellen van het bovenregionaal plan, het nemen van besluiten om de continuïteit van de ‘cruciale’ zorg te waarborgen en vervolgens het vaststellen van continuïteitsplannen van beide aanbieders die voortvloeien uit het bovenregionaal plan. In deze brief wordt u geïnformeerd over het bovenregionaal plan en de financiële gevolgen voor het waarborgen van de cruciale zorg in het landsdeel. Wanneer de vijf regio’s er niet in slagen tijdig de gevraagde besluiten te nemen, wordt het IBT aangescherpt.
In dat geval kan de staatssecretaris besluiten tot het aanstellen van een toezichthouder die de taak overneemt op kosten van de gemeente. Dit wordt ook wel indeplaatsstelling genoemd. Bovenregionaal plan In 2020 zijn voor de om- en afbouw van de gesloten jeugdzorg incidentele rijksmiddelen beschikbaar gesteld (SPUK4-middelen). Deze middelen waren een impuls voor het ombouwen van de gesloten jeugdzorg naar kleinschaliger en zo thuis(nabij) mogelijke opvang en behandeling. Deze middelen mogen niet worden ingezet voor financiering zorgkosten.
4
SPUK= Specifieke Uitkering. 2
Voorwaardelijk voor de inzet van de SPUK-middelen was het opstellen van een plan waarin het toekomstperspectief voor de gesloten jeugdhulpinstellingen in het bovenregionale gebied door de jeugdhulpregio’s is uitgewerkt. Dit plan is in juni 2021 bovenregionaal vastgesteld. De recente ontwikkelingen in de gesloten Jeugdzorg hebben geleid tot een snellere afbouw van capaciteit, zowel landelijk als in landsdeel Zuidwest. Om die reden heeft de VNG in samenwerking met het ministerie gevraagd om het plan uit 2021 te actualiseren. Het portefeuillehoudersoverleg (PHO) jeugd in Holland Rijnland heeft op 20 maart jl. ingestemd met het geactualiseerde bovenregionaal plan (zie bijlage). Bij het opstellen van dit plan is gebruik gemaakt van een onafhankelijk onderzoek door AEF naar de toekomst van JeugdzorgPlus in landsdeel Zuidwest. Op basis van het onderzoek zijn onderstaande drie uitgangspunten geformuleerd: 1. Geen kind het landsdeel uit. De door landsdeel Zuidwest gecontracteerde JeugdzorgPlus aanbieders hebben ook locaties buiten het landsdeel. Uitgangspunt hier is dat deze aanbieders jeugdigen plaatsen op locaties in landsdeel Zuidwest. 2. Overbrenging van de expertise van Harreveld naar het landsdeel. Harreveld is een locatie van iHUB in Gelderland met specifieke expertise die nu alleen daar geboden wordt.
Uitgangspunt is dat deze expertise ook geboden wordt binnen landsdeel Zuidwest. 3. Geen kind onder de 12 jaar in gesloten jeugdzorg. De ambitie is de zorg voor kinderen onder de 12 jaar open en anders te organiseren. Deze uitgangspunten hebben geleid tot 2 scenario’s. Een scenario gaat uit van 1 locatie voor JeugdzorgPlus en het andere scenario omvat 2 locaties in landsdeel Zuidwest. De regio’s gaan in gesprek met aanbieders om tot één (bij voorkeur ook door aanbieders gedragen) voorkeurscenario te komen. Het besluit over het voorkeurscenario wordt genomen door de regio’s in de bovenregionale Stuurgroep landsdeel Zuidwest, waar Holland Rijnland onderdeel van uitmaakt. De uitgangspunten van het geactualiseerde bovenregionale plan vormen het kader voor de door aanbieders op te stellen continuïteitsplannen met betrekking tot JeugdzorgPlus. De continuïteitsplannen moeten leiden tot een sluitende businesscase. Deze plannen worden in september 2023 verwacht. Financiële gevolgen JeugdzorgPlus JeugdzorgPlus is door de staatsecretaris aangemerkt als cruciale zorg. Dat betekent dat de 52 gemeenten in Landsdeel Zuidwest gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor het waarborgen en continueren van deze vorm van zorg. In 2022 hebben zowel de gemeente Rotterdam5 en de gemeente Den Haag6 liquiditeitssteun aan respectievelijk iHUB en Schakenbosch verleend.
Door de aanhoudende daling van de instroom van jeugdigen in de JeugdzorgPlus is het voor beide aanbieders op dit moment niet mogelijk om tot een duurzame, sluitende begroting te komen. De accountants van beide aanbieders hebben aangegeven geen continuïteitsverklaring af te kunnen geven. Hiermee is de continuïteit van deze vorm van zorg in gevaar gekomen. Het PHO jeugd van Holland Rijnland van 20 maart jl. heeft ingestemd met een tweetal eenmalige financiële regelingen die eraan bijdragen dat de continuïteit van de cruciale 5 6
De gemeente Rotterdam is accounthoudende gemeente voor iHUB De gemeente Den Haag is accounthoudende gemeente voor Schakenbosch 3
zorg gewaarborgd blijft. Aan beide regelingen is de voorwaarde verbonden dat beide aanbieders voor september 2023 met een continuïteitsplan en een sluitende businesscase komen. Op basis van deze continuïteitsplannen vindt een actualisatie van het bovenregionaal plan en verdere besluitvorming plaats zoals ook is afgesproken binnen het kader van het IBT. Omdat sprake is van het IBT wordt de besluitvorming gemonitord door het ministerie van VWS en moet in iedere regio op dezelfde onderdelen besloten worden. De totale kosten van beide regelingen zijn volgens de verdeelsleutels van de JA over de vijf jeugdhulpregio’s verdeeld. Het aandeel voor Holland Rijnland bedraagt eenmalig € 1.213.085,65. Om dit bedrag voor het continueren van cruciale zorg over de gemeenten van Holland Rijnland te verdelen heeft het PHO Jeugd ingestemd met een verdeling op basis van het aantal jeugdigen tot 18 jaar. Voor de gemeente Hillegom betekent dit een bijdrage van € 48.523,43. Er wordt gekeken of de extra middelen voor Schakenbosch en iHUB in de jaarrekening van 2022 meegenomen kunnen worden. Op dit moment lijkt er nog sprake van een onderbesteding in 2022. Deze situatie kan echter nog wijzigen. In de loop van het tweede kwartaal 2023 zal de definitieve stand (realisatie) kunnen worden vastgesteld.
Naast de bovengenoemde kosten heeft het PHO Jeugd ook onderkend dat er financiële risico’s zijn voor de periode 2022-2025 als gevolg van de onzekerheid rond de instroom en financiële situatie bij de aanbieders. In totaal gaat het om € 941.095,97. Deze risico’s worden verwerkt in de risicoparagraaf van de begroting van het Servicebureau Zorg Holland Rijnland. Om de kans te beperken dat het in bovengenoemde alinea genoemde risico op nieuwe kosten voor de continuïteit van beide aanbieders zich voordoet, wordt er in de komende maanden in Holland Rijnland -en in samenwerking met de aangrenzende jeugdhulpregio’s (Haaglanden en Midden-Holland) - gewerkt aan plan van aanpak om versneld alternatieven te realiseren om deze kwetsbare kinderen kwalitatief goede behandeling en zorg te voorzien. Te denken valt aan kleinschalige woonvoorzieningen, (zeer) intensieve ambulante hulp (24/7 beschikbaar), gezinsopname en School2Care. De huidige aanbieders JeugdzorgPlus worden uitgenodigd hier aanbod op te ontwikkelen. Ook aan gecontracteerde jeugdhulpaanbieders in de regio Holland Rijnland wordt gevraagd aanbod te ontwikkelen voor deze doelgroep. Het streven is het plan van aanpak in mei 2023 op te leveren. Daarnaast is met iHUB een financiële overeenkomst gesloten met een hypothecair onderpand dat een hogere waarde heeft dan de door de gemeente Rotterdam verstrekte lening aan iHUB.
Hiermee wordt ook geprobeerd te financiële risico’s zoveel mogelijk te beperken. Vervolg doorontwikkeling JeugdzorgPlus Naast het plan voor alternatieve zorg in Holland Rijnland wordt in de komende tijd in het landsdeel gewerkt aan het tot stand komen van een beleidsmatig voorkeursscenario voor 1 of 2 locaties JeugdzorgPlus. Op basis van het voorkeursscenario en het daarop aan te passen bovenregionaal plan wordt door de huidige aanbieders JeugdzorgPlus vervolgens gewerkt aan hun eigen continuïteitsplan. Na de zomer wordt u over de voortgang van dit traject geïnformeerd.
4