Db04 Raadsbrief Ontwikkelingen domein Water en Klimaatadaptatie.pdf
Tekst van het document
Hillegom
Raadsbrief Ontwikkelingen domein Water en Klimaatadaptatie aan:
de raad van de gemeente Hillegom
zaaknummer: Z-23-299612 datum collegevergadering: 12 juni 2023 portefeuillehouder: Dhr. M. Dijkshoorn behandelend ambtenaar: Remko van Eeten emailadres: R.vanEeten@hltsamen.nl telefoon: 14 0252 embargo: ☐
Inleiding Landelijke beleidsontwikkelingen rondom water en klimaatadaptatie volgen elkaar in rap tempo op. Soms is de ene regeling nog niet uitgewerkt of de volgende richtlijn wordt alweer aangekondigd. Op dit moment werken wij aan het Programma Water en Klimaatadaptatie (PWKA). Dit verwachten we in het najaar aan u voor te leggen ter besluitvorming. Het opstellen van het programma speelt zich af in een dynamische context. In aanloop naar het voorstel dat dit najaar van ons ontvangt, delen wij graag de ontwikkelingen met u. In deze raadsmemo leest u over de diverse ontwikkelingen op het gebied van water en klimaatadaptatie. Deze ontwikkelingen zijn van invloed op afspraken met onze samenwerkingspartners en het Programma water en klimaatadaptatie. Programma Water en Klimaatadaptatie 2024-2028 (PWKA) Op dit moment werken wij aan het Programma Water en Klimaatadaptatie (PWKA). Het programma richt zich met name op gemeentelijke inspanningen op het gebied van baggeren, duikers en beschoeiingen. De opgaven voor de komende jaren worden per onderwerp uiteengezet, inclusief de benodigde middelen (financiën, formatie). Het PWKA 2024-2028 wordt uiterlijk in het vierde kwartaal 2023 aan u voorgelegd ter besluitvorming. Dynamische context PWKA Er zijn 7 ontwikkelingen op landelijk, provinciaal en/of regionaal gebied die indirect of direct invloed hebben op de onderwerpen in het PWKA: 1.
Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) 2. Intergemeentelijke structuurvisie Greenport (ISG) 3. Kamerbrief Water en Bodem sturend (WBS) 4. Landelijke maatlat voor groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving 5. Kaderrichtlijn Water (KRW) 6. Nieuwe klimaatregels hoogheemraadschap van Rijnland 7. Strategie hoogheemraadschap van Rijnland overig stedelijk water Deze lichten wij hieronder toe. 1. Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG)
1
In 2022 heeft het Rijk het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) geïntroduceerd waarin diverse opgaven in de fysieke leefomgeving zijn opgenomen (stikstofreductie, reductie broeikasgassen, klimaat, waterkwaliteit, Kaderrichtlijn Water (KRW), wateroverlast en - tekort, biodiversiteit). Door middel van een zogenaamde gebiedsgerichte aanpak onder regie van de provincies, die daarvoor een overkoepelend Provinciaal Programma Landelijk Gebied opstellen, moeten deze opgaven in samenwerking met gebiedspartners worden opgepakt. Resultaat hiervan is dat een vitaal landelijk gebied wordt behouden en beschermd. Het college onderschrijft de uitgangspunten van het NLPG en de integrale uitwerking daarvan in gebiedsplannen. Doelen op het gebied van water en klimaatadaptatie zijn voor Hillegom, Lisse en Teylingen een belangrijk vertrekpunt voor het in voorbereiding zijnde gemeentelijke ‘Programma Water en Klimaatadaptatie 2024-2028’. 2. Strategische Samenwerkingsagenda (SSA) Verder wordt samengewerkt met het hoogheemraadschap van Rijnland (HHR) aan de uitwerking van de Strategische Samenwerkingsagenda (SSA) zodat gezamenlijk invulling kan worden gegeven aan de doelen van het NLPG.
3. Kamerbrief Water en Bodem sturend (WBS) Op 25 november 2022 stuurde minister Harbers van Infrastructuur en Waterstaat de kamerbrief ‘Water en Bodem sturend’ naar de Tweede Kamer. Het principe van ‘niet afwentelen’ staat in deze brief centraal. De kernboodschap van deze kamerbrief luidt als volgt: “We creëren ruimte voor het vasthouden, bergen en afvoeren van water in onze ruimtelijke inrichting, landgebruik en landbeheer. Hiermee vergroten we de veerkracht van zowel het hoofdwatersysteem als regionale watersystemen. Dit wordt vanaf heden door het Rijk, de waterschappen, provincies en gemeenten uitgewerkt en in de gebiedsprogramma’s opgenomen.” Het ‘Programma Water en Klimaatadaptatie 2024-2028’ houdt rekening met deze boodschap. Er wordt in dit programma ingezet op het bergen van hemelwater binnen de huidige capaciteit van het watersysteem. De capaciteit moet op orde blijven en wordt niet direct overal vergroot. In het PWKA zijn de knelpunten aangegeven in het huidige watersysteem. Deze knelpunten worden opgelost door het plaatselijk verbreden van de watergang of meer water te laten infiltreren in de grond.
4. Landelijke maatlat voor groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving Het Rijk ontwikkelt een landelijke maatlat voor een groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving om heldere criteria voor klimaatbestendigheid in met name het stedelijke gebied te formuleren. Dit in aanvulling op het programma ‘Water en Bodem Sturend’. De ontwikkeling van de maatlat sluit aan op uitdrukkelijk advies van de Deltacommissaris om landelijk tot een consensus te komen over klimaatadaptief bouwen. De focus van de maatlat ligt op nieuwbouw, maar gaat ook over de bestaande gebouwde omgeving. Zodra de maatlat gereed is (op moment van schrijven nog niet gepubliceerd) is de verwachting dat dit leidt tot aanvullende regels voor bouwplannen. Kostenverhogende
2
elementen voor de gemeente worden hier binnen de looptijd van het programma niet verwacht.. 5. Kaderrichtlijn Water (KRW) Waterkwaliteit is onderdeel van de fysieke leefomgeving en hiervoor zijn doelen vastgelegd in de KRW. De KRW is een Europese richtlijn; voor de uitvoering zijn de waterschappen verantwoordelijk. De KRW ziet toe op de waterkwaliteit van de hoofdwatergangen. Dit betekent niet dat gemeenten geen opgaven hebben op het gebied van waterkwaliteit. De situatie kan zich voordoen dat de slechte waterkwaliteit van een niet KRW watergang die afwatert op een KRW watergang, er de oorzaak van is dat die watergang niet voldoet aan de KRW eisen. Om haar doelen te bereiken mag de betreffende waterbeheerder als maatregel opnemen dat de waterkwaliteit in de niet KRW watergang verbeterd moet worden. Indien het hoogheemraadschap daadwerkelijk eisen gaat stellen aan gemeentelijke watergangen met betrekking tot waterkwaliteit, kan dit betekenen dat de gemeente een extra inspanning moet leveren om hieraan te voldoen. Dit is momenteel een belangrijk bespreekpunt in het kader van de Samenwerkingsagenda. 6. Nieuwe klimaatregels hoogheemraadschap van Rijnland Onlangs heeft het hoogheemraadschap van Rijnland de ontwerp Waterschapsverordening ter inzage gelegd. Een ieder is in de gelegenheid gesteld om hierop te reageren. Het college heeft een zienswijze opgesteld (zie bijlage).
Het college maakt zich zorgen over nieuwe eisen en klimaatregels op het gebied van waterkwantiteit en waterkwaliteit die de uitvoerbaarheid van met name inbreidingslocaties in stedelijk gebied onder druk kunnen zetten. Onze zienswijze is kenbaar gemaakt en nieuwe gesprekken van HHR volgen om te komen tot nieuwe klimaatregels. Deze regels nemen we te zijner tijd ook weer mee in PWKA.
Afbeelding 1: de voorgestelde klimaatregels van het Hoogheemraadschap.
3
7. Strategie hoogheemraadschap van Rijnland overig stedelijk water Het hoogheemraadschap van Rijnland (HHR) beraadt zich voorts over nieuwe kaders voor het onderhoud van zogenaamd ‘overig stedelijk water’. Dit zijn watergangen die door particulieren onderhouden (moeten) worden. In de praktijk laat dit onderhoud nog wel eens te wensen over. In het kader van klimaatadaptatie is de vraag bij HHR opgekomen of overige stedelijke watergangen niet bezien moeten worden als watergangen van algemeen belang. In dat licht bezien zou de overheid aan de lat staan om deze te onderhouden. Vanzelfsprekend ontstaat dan de discussie wie voor het onderhoud verantwoordelijk is; gemeenten of waterschap. En wat en voor wie daarvan de (financiële) gevolgen zijn. Ook dit is een punt dat voor ons college hoog op de Strategische Samenwerkingsagenda staat die wij voornemens zijn te sluiten met het HHR. Najaar 2023: Programma Water en Klimaatadaptatie 2024 -2028
Kortom, de wereld van Water en klimaatadaptatie is in beweging en wij houden in het PWKA vinger aan de pols om in te spelen op deze ontwikkelingen.
Bijlagen: zienswijze op ontwerp waterschapsverordening Hillegom.
4
Postbus 32 2180 AA Hillegom T 14 0252 E gemeente@hillegom.nl Post Hil legom
Gemeente Hillegom Hoofdstraat 115 2181 EC Hillegom
Uw kenmerk: Ons kenmerk: Verzenddatum: Onderwerp: Behandelaar:
Z-23-301457 zienswijze ontwerp waterverordening gemeente Hillegom Remko van Eeten
Geachte Dijkgraaf en hoogheemraden van het Hoogheemraadschap van Rijnland, De gemeente Hillegom heeft kennisgenomen van het Ontwerp Waterverordening Rijnland, Ontwerp Onderhoudsverordening Rijnland en Ontwerp Delegatiebesluit Rijnland, gepubliceerd in het Waterschapsblad van 8 februari 2023. Hierin geeft u als Rijnland invulling aan één van de eisen van de nieuwe Omgevingswet, vooruitlopend op definitieve vaststelling van deze wet per 1 januari 2024. De gemeente Hillegom maakt bezwaar tegen de nieuwe waterverordening en middels deze brief dienen we onze zienswijze op de nieuwe waterverordening in. Op 15 maart 2023 deden wij u al een pro forma zienswijze toekomen waarbij wij vermeldden dat wij deze uiterlijk 5 april 2023 zouden aanvullen. In deze brief zetten wij onze bezwaren met deze zienswijze verder uiteen. De gemeente Hillegom dient een zienswijze in met de volgende punten: 1. Samenwerkende overheden 2. Er een grotere kans (artikel 1.6) is op wateroverlast (neerslag/grondwater), (grondwater) waterschaarste of een tekort aan zoet (grond)water; 3. De chemische en ecologische kwaliteit van het oppervlaktewater slechter wordt. De gemeente betreurt het dat zij niet in het ontwerpproces van deze verordeningen zijn betrokken. Alleen een (pro forma) zienswijze is, vanuit de gemeente gezien, een te beperkte manier om nog invloed uit te oefenen op deze nieuwe beleidstukken.
1. Strategische samenwerking De drie HLT (Hillegom, Lisse en Teylingen) gemeenten staat op het punt met u een strategische samenwerkingsagenda (SSA) 2023-2027 vast te stellen op basis van de vigerende waterschapsverordeningen. Vraag aan u is of de condities in deze SSA nu ook gelden voor de voorliggende waterschapsverordening? Indien dit het geval is, wat zijn de inhoudelijke consequenties voor deze SSA? Gestapelde maatschappelijke opgave We delen onder andere de zorg dat er een grotere kans is op wateroverlast ten gevolge van neerslag of hoge grondwater of een tekort aan zoet (grond)water. We onderschrijven als gemeente de geformuleerde doelstellingen, om in de toekomst weerbaar te zijn tegen overstromingen, wateroverlast en watertekort, naast de ambities voor betere waterkwaliteit en meer biodiversiteit. Uw nieuwe waterverordening stelt eisen aan een reeks van wateraspecten die deels overeenkomen met ons beleid zoals het aanleggen van natuurvriendelijke oevers. Zo moet er opvang worden gerealiseerd bij nieuwbouw, mag de chemische- en de ecologische waterkwaliteit van het oppervlaktewater en de kwaliteit van de waterbodem niet verslechteren. De gemeente vraagt zich echter wel af in hoeverre het realistisch is dat aan alle eisen tegelijk kan worden voldaan bij een bepaalde (ontwikkelings)activiteit.
Het lijkt logisch dat compenserende maatregelen vanuit een aspect om te voldoen aan de vergunningseis tegengestelde belangen zijn met een ander (maatschappelijk) aspect. Er zullen altijd ergens nadelige gevolgen zijn van een handeling die zou kunnen leiden tot het niet verstrekken van de vergunning. De gemeente vraagt zich af op basis van welke indicatoren er dan wordt beoordeeld en gehandhaafd.
2. Klimaatbergingseisen De gemeente ziet meerdere nieuwe regels als het gaat om waterkwantiteit en regenwater: 90 mm opvangen in 24 uur om het regionale watersysteem te ontlasten, bodemberging van 20mm om droogte te beperken en het instellen van flexibel peilbeheer. Bodemberging 20mm “De initiatiefnemer vangt, als het redelijkerwijs mogelijk is, minimaal 20 millimeter van de 90 millimeter neerslag uit”…” op in de bodem”. We begrijpen dat dit artikel uitsluitend gaat over nieuwbouw. Zou u willen toelichten wat wordt bedoelt met "redelijkerwijs mogelijk”? Is dit afhankelijk van de bodemgesteldheid? Uit onderzoek blijkt dat voor Lisse maar voor een beperkt deel bodemberging mogelijk is vanwege hoge grondwaterstanden en vanwege de doorlatendheid van de ondergrond (zie bijlage 1). Hieruit blijkt dat bodemberging zich in Lisse met zich beperkt tot de groene gebieden (zonder drainage) en de gele gebieden mét drainage. In de rode gebieden, met name in de stedelijke kernen is nu al een te hoge grondwaterstand. Vraag aan u is of maatwerk hier kan worden toegepast bij het aanvragen van een vergunning. Tevens is ons niet duidelijk welke eis u stelt aan de tijdsduur (nu 24 uur) van de lediging.
Huidige projectontwikkelingen De huidige ontwikkelingen waarover we nu in gesprek zijn op basis van de huidige waterschapsverordening met als uitgangspunt 15% open watercompensatie regel bij verharding van meer dan 500m2 en bij een initiatief van meer dan 10 woningen dan tellen de nog niet verharde tuinen voor 50% mee als verhardoppervlakte. In de nieuwe verordening (artikel 9.1a) is dit percentage verhoogd tot 75% als meetellend verhardoppervlakte. De gemeente heeft grote bezwaren tegen deze aangepaste verordening, omdat: 1. Dit betekend dat huidige verkaveling en ontwerp van nieuwbouwprojecten opnieuw moet worden opgesteld wat onder andere tot onomkeerbare kosten en stagnatie lijdt: 2. De extra wateropgave ten kosten gaat van openbaar groen omdat de woningopgave ongewijzigd blijf. 3. Nieuwbouwprojecten c.q. inbreidingslocaties in de stedelijk kern(en) onmogelijk maakt, en tevens strijdig is het provinciaal beleid om zoveel mogelijk de woningopgave in de verstedelijk kernen te doen plaatsvinden. Uw artikel Y. 1 Overgangsrecht geeft naar mening van de gemeente geen mogelijkheden bij u een maatwerkvoorschrift aan te vragen c.q. te verkrijgen. Bovengenoemde punten zijn voor de gemeente in het kader van de grote maatschappelijke opgave voor meer (betaalbare) woningen en voor het realiseren van klimaatadaptatief (groen)openbare ruimte zeer bezwaarlijk.
3. Waterkwaliteit oppervlaktewater Onze gemeente ligt fysiek ingeklemd tussen uw primaire waterlichamen Ring- en Trekvaart (Leidsevaart). In de verordening wordt nu gesteld dat bij een activiteit geen omgevingsvergunning kan worden verleend indien de chemische- en ecologische waterkwaliteit van het betreffende oppervlaktewaterlichaam niet voldoet aan de omgevingswaarden of dat er een verslechtering van de waterkwaliteit optreedt. Ook bij activiteiten op zogenoemd overig water (vaak in particuliere eigendom) moeten we rekening houden met de effecten daarvan op waterlichamen. De nieuwe waterkwaliteitseisen onderschrijven wij als streven maar als regel is deze voor ons te rigide. Elke activiteit zal in meer en/of mindere mate invloed hebben op de chemische- en ecologische waterkwaliteit. Deze regel kan inhouden dat alle activiteiten zowel binnen de komgrens als daarbuiten, waar een omgevingsvergunning voor benodigd is, tot stilstand komen. Wij verzoeken u om dit artikel pas in werking te laten treden wanneer de KRW doelen van Rijnland zijn gehaald om stagnatie in de toekomstige activiteiten in onze gemeente te voorkomen.
Afdoening Als gemeente zijn we ook welbewust van deze ontwikkelingen en zijn natuurlijk bereidt om actief bij te dragen aan het behalen van deze doelstellingen, echter zoals u kan lezen in deze zienswijze zijn er een aantal nieuwe c.q. verscherpte verordeningen zijn zeer beperkend voor verdere ontwikkelingen van de gemeente, zowel in maatschappelijke als in ruimtelijke opgaven. Hier maken wij als gemeente bezwaar op. Wij wensen u succes met de verdere procedure rond de Waterschapsverordening. Graag worden wij nader geïnformeerd over het vervolg van de vaststellingsprocedure en afdoening van onze ingebrachte zienswijze.
Met vriendelijke groet, namens het college van Hillegom,
Alies Linschooten Teammanager Team Inrichting Openbare Ruimte, Beheer Buitenruimte