Db03 Raadsbrief, Strategische samenwerkingsagenda Hoogheemraadschap van.pdf
Tekst van het document
Raadsbrief Strategische samenwerkingsagenda Hoogheemraadschap van Rijnland 2024-2027 aan: datum:
de raad van de gemeente Hillegom 21 maart 2024
ons kenmerk: Z-23-300914 datum collegevergadering: 26 maart 2024 Dhr. M.A. Dijkshoorn portefeuillehouder: behandelend ambtenaar: emailadres: telefoon: embargo:
Remko van Eeten r.vaneeten@hltsamen.nl 14 0252 ☐
Inleiding Met deze raadsbrief informeren wij u over de strategische samenwerkingsagenda met het hoogheemraadschap van Rijnland voor de periode april 2024 tot en met december 2027 (SSA 2024-2027). De gemeente Hillegom en Rijnland werken al jaren goed samen op gebied van advisering bij verschillende (nieuwbouw)projecten. Beide colleges hebben de wens uitgesproken deze samenwerking verder uit te breiden. De Strategische Samenwerkingsagenda 2024-2027 is een uitwerking van deze wens. Ook de gemeenten Lisse en Teylingen hebben zich verbonden aan de bestuurlijke afspraken in de SSA. Doel van de samenwerkingsagenda Door gezamenlijk, toekomstgericht het water- en bijbehorende ruimtevraagstuk onder ogen te zien zijn we in staat om vanuit wederzijds begrip en afhankelijkheid, binnen de eigen wettelijke zorgplichten, te werken aan een robuust, duurzaam, gezond en klimaatbestendige watersysteem in onze gemeente. Agenda onderwerpen in de SSA 2023- 2027 De agenda beschrijft de onderwerpen waaraan de partijen in de komende jaren gezamenlijk zullen werken. Er zijn in totaal veertien agendapunten, namelijk: 1. Water en bodem meer sturend bij ruimtelijke inrichting 2. Stresstest en risicodialoog 3. Omgevingswet 4. Waterkwaliteit 5. Biodiversiteit 6. Exoten aanpak 7. Zoetwater en droogte 8. NPLG (Nationaal Programma Landelijk Gebied) 9. Identiteit van de Duin- en Bollenstreek 10. Grondwater 11.
Waterveiligheid en calamiteiten 12. Waterketen’ 13. Duurzaamheid en energietransitie 14. Beheer en onderhoud
1
Verder zijn er in de agenda een aantal aandachtspunten benoemd die bij het reguliere werk kunnen worden meegenomen. De agenda is niet in beton gegoten en wordt op inhoud en prioriteit jaarlijks bijgesteld. Bestuurlijke en ambtelijke inzet en initiatieven dragen bij aan de ontwikkeling en voortgang van deze agenda. De SSA 2024-2027 wordt jaarlijks door het college geëvalueerd.
Investering In deze eerste SSA met Rijnland zijn een aantal zaken/projecten benoemd die binnen de gemeente of Rijnland spelen en waarbij partijen doelmatig en kostenefficiënt willen samenwerken. Ondertekening van deze SSA 2024-2027 betekent geen toezegging in menskracht en middelen, maar een bestuurlijke bereidheid om samen te werken en een stap extra te zetten voor het realiseren aan het beoogde doel.
Vaststelling Rijnland is voornemens met alle gemeenten in het beheergebied van Rijnland een samenwerkingsagenda op te stellen. Hillegom sluit nu samen met Lisse en Teylingen tegelijk aan. Op donderdag 11 april 2024 zal de SSA 2024-2027 worden ondertekend door de drie bevoegde portefeuillehouders van de HLT gemeenten en bevoegde hoogheemraad van Rijnland.
Vervolg Na de vaststelling van de SSA 2024-2027 zullen de partijen per gemeente een uitvoeringsagenda opstellen. In deze uitvoeringsagenda worden concrete uitvoerings- of samenwerkingsvoorstellen opgenomen, waarbij de partijen (mogelijk) ook juridische en financieel bindende afspraken maken. Streven is deze uitvoeringsagenda eind 2024 bestuurlijk vast te stellen. Het college biedt aan om een beeldvormende sessie te organiseren over deze samenwerking.
Bijlagen: Strategische Samenwerkingsagenda april 2023- december 2027.
2
STRATEGISCHE SAMENWERKINGS AGENDA maart 2024 – december 2027
Inhoudsopgave Inleiding............................................................................................................................................................................ 1 Partijen....................................................................................................................................................................... 1 Geldigheidsduur en vaststelling........................................................................................................................... 1 Status.......................................................................................................................................................................... 1 Evaluatie en bijstelling ........................................................................................................................................ 2 Prioritering................................................................................................................................................................. 2 Schoon, gezond en voldoende water.................................................................................................................. 2 Toekomstbestendig inrichten van de leefomgeving........................................................................................
2 Energietransitie........................................................................................................................................................ 2 Hoofdstuk 1. Gebiedskenmerk..................................................................................................................................... 3 Hillegom..................................................................................................................................................................... 3 Lisse............................................................................................................................................................................ 3 Teylingen....................................................................................................................................................................3 Trekvaart................................................................................................................................................................... 3 Bollenteelt................................................................................................................................................................ 3 Hoofdstuk 2. De opgaven in de Duin- & Bollenstreek ...........................................................................................
4 Opgaven die een gezamenlijke aanpak vragen........................................................................................... 4 Onderdelen waar het in de toekomst kan gaan ‘schuren’......................................................................... 4 Successen.................................................................................................................................................................. 5 Hoofdstuk 3. Overzicht van de opgave...................................................................................................................... 6 Water en bodem meer sturend bij ruimtelijke inrichting............................................................................... 6 Stresstest en risicodialoog..................................................................................................................................... 7 Omgevingswet..........................................................................................................................................................8 Waterkwaliteit..........................................................................................................................................................
8 Biodiversiteit............................................................................................................................................................. 9 Exoten aanpak.......................................................................................................................................................... 10 Zoetwater en droogte............................................................................................................................................. 10 NPLG........................................................................................................................................................................... 11 Identiteit van de Duin- en Bollenstreek:............................................................................................................ 11 Grondwater............................................................................................................................................................... 12 Waterveiligheid en calamiteiten...........................................................................................................................
12 Waterketen................................................................................................................................................................13 Duurzaamheid en energietransitie...................................................................................................................... 14 Beheer en onderhoud............................................................................................................................................. 15 Hoofdstuk 4. Communicatie......................................................................................................................................... 16 Overleggen................................................................................................................................................................ 16 Tot slot........................................................................................................................................................................ 17 Hoofdstuk 5. Vaststelling en ondertekening............................................................................................................. 18
Inleiding Het klimaat verandert, steeds vaker krijgen we te maken met lokale kortdurende hevige regenbuien en langere periodes van droogte. De kans op wateroverlast neem toe met schade aan de infrastructuur, openbare ruimte en gebouwen tot gevolg. De droogte en de opwarming van het water hebben effect op de waterkwaliteit en de ecologie. Ook de bodemdaling en de toenemende (zoute) kwel zijn factoren die spelen door de klimaatverandering. Al deze ontwikkelingen zetten druk op het watersysteem en vragen om een gezamenlijke aanpak.
Partijen
De gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen (hierna: de gemeenten) en het Hoogheemraadschap van Rijnland (hierna: Rijnland) hierna individueel ook te duiden als “partij” en gezamenlijk als “partijen” willen samen een robuust, duurzaam, gezond en klimaatbestendig watersysteem realiseren in de gemeenten. Hoe aan deze ambitie gezamenlijk invulling wordt geven, wordt beschreven in deze Strategische Samenwerkingsagenda Hillegom, Lisse, Teylingen& Rijnland 2024-2027, hierna de Samenwerkingsagenda (afgekort SSA). Bij de SSA hoort een uitvoeringsagenda voor de korte en lange termijn. Een uitwerking hiervan zal medio 2024 gereed zijn. Ter volledigheid merken Partijen op dat het in deze SSA gaat om het in kaart brengen en vaststellen van de plannen voor de Strategische Samenwerkingsagenda. Partijen geven aan het initiatief te ondersteunen. Deze SSA heeft tot doel om de samenwerkingsmogelijkheden te onderzoeken en constructief uit te werken maar heeft juridisch geen bindende status. Dit betekent ook dat deze SSA geen vervanging is van een vergunning of enige garanties biedt. Er geldt voor beide partijen dat de concrete uitvoeringsmaatregelen die voortvloeien uit de SSA te allen tijde onder voorbehoud van goedkeuring zijn van het de respectievelijke besturen.
“Het doel is om flexibel te blijven in de uitvoering zonder de ambitie en doelen voor de langere termijn uit het oog te verliezen”
Geldigheidsduur en vaststelling
De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten en het college van dijkgraaf en hoogheemraden stellen de ‘Strategische Samenwerkingsagenda’ vast voor de periode 2024-2027. Het bijbehorende uitvoeringsplan, inclusief kostenraming en kostenverdeling over de partijen, wordt door beide besturen vastgesteld voor telkens 3 jaar. Na vaststelling van de SSA wordt het uitvoeringsplan verder uitgewerkt. Het doel is om flexibel te blijven in de uitvoering zonder de ambitie en doelen voor de langere termijn uit het oog te verliezen. Nieuwe ontwikkelingen (technisch, bestuurlijk, organisatorisch), opgaven en inzichten kunnen immers om een andere aanpak vragen. Het is ook nodig om te kunnen inspelen op de ruimtelijke ontwikkelingen in de gemeenten en het streven om werk met werk te maken.
Status
Met deze SSA geven de partijen hun ambities en waarden voor de lange termijn aan en spreken hun commitment uit om de samenwerkingsthema’s gezamenlijk te realiseren. Na vaststelling heeft de SSA de status van een bestuurlijke afspraak voor de periode 2024-2027. De SSA is sturend voor het waterbeleid binnen de gemeentegrenzen. Alle plannen en ontwikkelingen binnen de gemeenten dienen dan ook te voldoen aan (beleids-)kaders die in deze SSA zijn genoemd. Op veel onderwerpen zijn partijen al zelfstandig actief aan het werk, in goede en intensieve onderlinge samenwerking. Deze SSA beoogt niet om dit te vervangen, maar ondersteunt dit en geeft richting bij het opstellen van plannen en ontwikkelingen.
1
Evaluatie en bijstelling
Jaarlijks wordt de uitvoering van de maatregelen uit de SSA ambtelijk geëvalueerd en de planning van de uitvoering wordt eventueel bijgesteld op basis van nieuwe inzichten en ruimtelijke ontwikkelingen. Van deze evaluatie wordt een verslag gemaakt ter informatie aan de betrokken managers en bestuurders. Als de evaluatie aanleiding geeft tot substantiële bijstelling van het lopende uitvoeringsplan (zoals het uitstellen van projecten, het toevoegen of schrappen van projecten) zal dit ter besluitvorming worden voorgelegd aan de betrokken bestuurders. Bij grote financiële of juridische consequenties zal dat ook aan de betrokken bestuurders ter informatie en of ter goedkeuring worden voorgelegd. Aanpassing van deze SSA kan alleen als alle partijen daarmee schriftelijk instemmen. Het nog op te stellen uitvoeringsprogramma bevat o.a.: ǒ Baggeren: partijen treden in onderling overleg hoe om te gaan met het lopende convenant en overig stedelijk water. ǒ Vaarwegbeheer Nautisch beheer en vaarroutes: partijen treden in onderling overleg hoe om te gaan met nieuwe vaarroutes en het beheer hiervan. ǒ Partijen treden in onderling overleg hoe om te gaan met recreatie, bijvoorbeeld op welke wijze keringen/dijklichamen ingezet worden voor recreatieve functie (bijvoorbeeld wandelpaden in combinatie met biodiversiteit).
Hierbij houden partijen steeds rekening met de waterstaatkundige taken van Rijnland. ǒ Woningbouw: partijen treden in onderling overleg over de mogelijkheden in relatie tot water en bodem sturend in de ruimtelijke ontwikkeling.
Prioritering
Klimaatverandering is een proces over een lange periode, met daarbij nog steeds onzekerheden. Het is van belang om voor de lange termijn, op korte termijn de goede keuzes te maken. Dit is nodig om onomkeerbare situaties te voorkomen en de gevolgen van de klimaatverandering niet af te wentelen op de volgende generatie. De volgende onderwerpen uit de SSA hebben prioriteit: ǒ Schoon, gezond en voldoende water. ǒ Toekomstbestendig inrichten van de leefomgeving. ǒ Energietransitie.
Schoon, gezond en voldoende water
Om zorg te dragen voor voldoende water hanteren we als gemeenten en Hoogheemraadschap de volgend voorkeursvolgorde om het schone hemelwater te verwerken. ǒ Hemelwater vasthouden voor benutting, ǒ (In-)filtratie van afstromend hemelwater, ǒ Afstromend hemelwater afvoeren naar oppervlaktewater ǒ Afstromend hemelwater afvoeren naar RWZI. Met deze voorkeursvolgorde wordt het hemelwater als laatste afgevoerd richting de waterzuivering, omdat het geen andere functie kan worden toebedeeld. Deze voorkeursvolgorde is ook integraal opgenomen in het Programma Water en Klimaatadaptatie (PWKA) van de gemeenten. Partijen streven naar schoon, gezond en voldoende water. Het PWKA heeft dezelfde voorkeursvolgorde echter een doorlooptijd tot 2028.
Toekomstbestendig inrichten van de leefomgeving
Water en bodem sturend betekent meer druk op beschikbare ruimte. Piekbuien, lange droge periodes en temperatuurstijging vragen meer ruimte voor water. De klimaatadaptatie betekent ook meer groen in steden. Water is de primaire schakel voor levensvatbaarheid van groen. De druk op de beschikbare ruimte is niet alleen te merken in de openbare ruimte, maar ook ín de grond. Als bovengronds mogelijkheden ontbreken om water te bergen of vast te houden, zullen bestaande rioolstelsels moeten worden aangepast. Dit is beschreven in de actuele rioleringsplannen van de gemeenten. Er zijn maatregelen nodig om meer regenwater aan te kunnen en de gevolgen van hittestress en droogte het hoofd te bieden.
Energietransitie
Om te komen tot een energie-neutrale gemeente is het noodzakelijk om nieuwe energiebronnen te ontwikkelen, waaraan onder andere aquathermie kan bijdragen. Hierbij is relevant te kijken naar schaarse rechten en de verdeling daarvan. De komende jaren zal duidelijk worden hoe de energietransitie verder zal plaatsvinden. Net als bovengenoemde beschikbaarheid van de schaarse openbare ruimte, zowel in de bodem als aan de oppervlakte is dit een uitdaging.
2
Hoofdstuk 1. Gebiedskenmerk Landschapsontwikkeling
Het landschap van de HLT-gemeenten bestond een paar eeuwen geleden uit strandwal met duinen, waarvan ten westen een strandvlakte en ten oosten veen en plassen.
Hillegom
De strandwal met duinenrij waterde in Hillegom via Hillegommerbeek, de Elsbroeker-, Vosse-, Weerlaneren Oosteindervaart af op het Haarlemmermeer. De strandvlakte waterde via de Hillegommerbeek door de strandwal eveneens af op het Haarlemmermeer. Aan de oostkant van Hillegom ontstonden na het graven van de Ringvaart polders tussen de vaarten.
Lisse
De strandwal met duinenrij waterde via de Lisserbeek, Greveling en Zandsloot af op het Haarlemmermeer. De strandvlakte waterde via de Maandagse watering naar het zuidwesten af. Lisserbroek met zeer venige grond vormde nog een onderdeel van Lisse voordat de Ringvaart gegraven werd. De Poelpolder was vroeger al een polder. Na het graven van de Ringvaart zijn ook de Roversbroekpolder en de Hellegatspolder ontstaan.
Teylingen
Het landschap van de gemeente Teylingen (net als Hillegom en Lisse) bestond een paar eeuwen geleden uit strandwallen met tussenliggende strandvlaktes. Aan de oostkant overgaand in veen en plassen. Het landschap werd doorsneden door riviertjes (Vliet en Lee) en gegraven wateringen (Maandagse en Dinsdagse wateringen en Scheysloot).
Trekvaart
De trekvaart van Leiden naar Haarlem loopt langs de westgrens van Hillegom, Lisse en Teylingen en is al in de 17e eeuw aangelegd. In de 19e eeuw kwam daar de spoorlijn van Leiden naar Haarlem bij. De oorspronkelijke bewoning was op en aan de rand van de strandwal. Dichtere bebouwing was er in de oude kernen van de gemeenten. Dunne lintbebouwing op de doorgaande wegen op de strandwalranden.
Bollenteelt
De strandvlaktes werden als in de 19e eeuw bemalen, waardoor veel kleine polders ontstonden met nog sporadische bebouwing. Door opkomst van de bollenteelt werden duinen afgegraven en geestgronden gecreëerd. Vanaf begin 1900 werden ook gronden in de strandvlakte geschikt gemaakt voor bollenteelt en komt er meer verspreide lintbebouwing. In Hillegom resteert alleen de Veenenburgerlaan als relict/ overblijfsel van de strandwal. In vergelijking met de overige bollenstreek is op het Lissese grondgebied nog veel oorspronkelijke strandvlakte (Lageveense polder en Groote Looster en nog wat strandwal met duin (Keukenhofbos, Reigersbos) bewaard.
3
Hoofdstuk 2. De opgaven in de Duin- & Bollenstreek Als gebiedspartners staan Rijnland en de gemeenten o.a. door de klimaatverandering voor een bijzondere uitdaging. Een ingewikkelde puzzel welke we samen moeten leggen. Dit lukt alleen als we de handen ineenslaan en intensief samenwerken aan slimme combinaties en robuuste oplossingen. Vanuit ieders verantwoordelijkheid kunnen we veel voor elkaar betekenen. Juist daar waar ruimte en water letterlijk samenkomen! Bij de samenwerking hoort wederkerigheid. Als partners vragen we commitment, de bereidheid om het waterbelang voorop te stellen en aanpassingen te doen als dat nodig is. Maar wat betekent dat concreet voor de samenwerking van Rijnland en de gemeenten?
Opgaven die een gezamenlijke aanpak vragen:
ǒ De bouw van zo mogelijk 30.500 woningen in Hol-
land Rijnland, binnenstedelijke en op uitleglocaties, waarvan één in de bollenstreek. ǒ Klimaatadaptatie, opvangen zowel droge als natte periodes; ǒ Waterkwaliteit moet verbeteren: zowel chemisch als ecologisch; ǒ Transformatie naar adaptieve bollenteelt, veeteelt en landbouw, waardoor de sector beter bestand is tegen de grillen van klimaatverandering en een weerbarstig watersysteem; ǒ Het mitigeren van de klimaatverandering en het beperken van de gevolgen daarvan (zeespiegelstijging, wateroverlast, droogte en hitte); ǒ Behoud en versterken biodiversiteit, inclusief de aanpak van het stikstofprobleem.
Samenwerking
Voor de Duin- & Bollenstreek is niet alleen de samenwerking tussen Rijnland en de gemeenten van belang, ook de provincie Zuid-Holland en omliggende gemeenten zullen bij de opgaven welke er liggen steeds betrokken worden.
Onderdelen waar het in de toekomst kan gaan ‘schuren’
ǒ Bouwen op zand: zand biedt een stevigere basis
in relatie tot klimaatverandering dan slappere ondergronden. Nieuwbouw bij voorkeur op zand schuurt onder andere met de afspraak het areaal bollengrond te behouden.
ǒ Scheiding kwelwater uit duinen en het bollengebied:
het schone kwelwater kan mogelijk gescheiden worden van het kwalitatief mindere water in het bollengebied. Dit vraagt om een herinrichting van het watersysteem met een bijhorende ruimtevraag. Continueren op bestaande voet van de Bollenteelt (zand) is daarom niet meer vanzelfsprekend. Het huidige bedrijfsmodel bollenteelt vraagt om strak waterpeil. De gevolgen van wateroverlast en water tekort zijn voor de bollenteelt (economisch) zeer groot. Het behouden van bollenteelt vraagt om meer ruimte voor het vasthouden en afvoeren van (zoet) water, daar waar de druk op ruimte nu en in de toekomst verder toeneemt. ǒ Op lange termijn kan door zeespiegelstijging in combinatie met een droge zomers brak kwelwater van negatieve invloed op het water in de polder en zijn omgeving zijn. Het brakke water bevat niet alleen zout, maar ook sulfaat en nutriënten, dit schuurt met de zorg voor van schoon en voldoende water. ǒ Ook de verbetering van de waterkwaliteit vraagt aandacht en heeft mogelijke ruimtelijke consequenties. Samen met betrokken partijen werken we bij de ‘Bollenpolder van de toekomst’ aan maatregelen om de waterkwaliteit te verbeteren. ǒ Continueren bestaande landbouw en natuur (Veen) is niet meer vanzelfsprekend. De bodemdaling kan worden vertraagd en CO2-uitstoot zal verminderen door het grondwaterpeil op te zetten. De bestaande landbouwpraktijk is daar niet op ingericht.
Maatregelen om bodemdaling te verminderen zorgen ook voor een hogere watervraag en daarmee ruimteclaim. Maatregelen rond bodemdaling beïnvloeden mogelijk tijdelijk de natuurwaarden en waterkwaliteit.
4
Successen
De samenwerking tussen de gemeenten en Rijnland verloopt goed en kent al vele successen, enkele voorbeelden hiervan zijn:
Samen sterk!
ǒ Vernieuwde overeenkomst voor
agrarisch waterbeheer. Agrariërs voeren op hun eigen percelen maatregelen uit die helpen om de kwaliteit van het water én de biodiversiteit in en rond sloten te verbeteren. Het gaat om maatregelen die rekening houden met het leven in de sloot, zoals het baggeren met de baggerpomp, het ecologisch schonen van de sloten en het aanleggen en onderhouden van natuurvriendelijk oevers. Ook voor maatregelen die bijdragen aan het opvangen en vasthouden van water kan subsidie aangevraagd worden. ǒ Landbouwportaal; Rijnland ondersteunt agrariërs bij duurzaam ondernemen via het landbouwportaal; het platform is gericht op verbetering van de water- en bodemkwaliteit op de bedrijven. Ondernemers kunnen via het portaal eenvoudig een afspraak maken voor een gratis coach die langskomt en advies geeft over mogelijke verbeteringen en het doen van een subsidieaanvraag. ǒ Verzilting: De Klimaatbestendige Wateraanvoervoorziening (KWA) is een voorziening om zoetwater naar West-Nederland te leiden wanneer de aanvoer van zoetwater vanuit de Rijn door o.a. droogte te beperkt is. De KWA bestaat uit een systeem van stuwen, watergangen en gemalen. ǒ Samenwerking: Bij nieuwe gebiedsontwikkeling is er een goede en intensieve samenwerking, waarbij aandacht voor water en bodem sturend inclusief biodiversiteit.
ǒ Ecologische verbindingszone (EVZ): Ecologische zone langs de trekvaart, welke tussen de noordelijke randweg Teylingen, via Lisse naar de Noorder Leidsevaart Hillegom loopt.
“Rijnland ondersteunt agrariërs bij duurzaam ondernemen via het landbouwportaal”
5
Hoofdstuk 3. Overzicht van de opgave Toekomstbestendige inrichting van de leefomgeving.
Wateroverlast, droogte, hitte(stress) en overstroming zijn reële bedreigingen. Door de klimaatverandering neemt de noodzaak tot optreden steeds verder toe. Klimaatverandering heeft ook impact op de (ecologische) waterkwaliteit. Extremen qua weer worden verwacht, klimaatadaptatie is noodzakelijk om ons samen voor te bereiden op het toekomstige klimaat. Het wordt steeds urgenter om nu te acteren.
Water en bodem sturend bij ruimtelijke inrichting
Rijnland heeft in ‘de Blauwe Lens’ verschillende toekomstperspectieven voor de ruimtelijke inrichting geschetst. En in het Waterbeheerprogramma 6 “Water wijst de weg” vraagt Rijnland om commitment bij medeoverheden: de bereidheid om samen met Rijnland het waterbelang voorop te stellen, zodat we ook in de toekomst de uitdagingen van klimaatverandering aan kunnen. Doel We zorgen er samen voor dat water en bodem mede sturend zijn bij de ruimtelijke inrichting. Dit bereiken we o.m. met een vitale bodem, dat als een spons het water opneemt, maar ook door het realiseren van voldoende buffer- en afvoercapaciteit. Daarbij streven we naar een veerkrachtig ecosysteem, dat beter is opgewassen tegen verstoringen en extremen door klimaatverandering. Beoogd resultaat Een klimaat robuuste gemeente; die aantoonbaar bestand is tegen de effecten van klimaatverandering. Afspraken ǒ Bij alle planprocessen hanteren Rijnland en de gemeenten de afspraken uit het convenant klimaat adaptief bouwen, of een soortgelijk landelijk convenant wanneer dat beschikbaar komt. ǒ Rijnland brengt haar regionale klimaatvisie ‘de Blauwe Lens’ in bij alle relevante ruimtelijke ontwikkelingen.
ǒ Het uitgangspunt te hanteren om te bouwen op
stevige grond en de laagste delen onbebouwd te laten. ǒ Rijnland brengt kennis in over (strategisch) waterbeheer en de gemeenten brengen kennis in over de gemeentelijk ruimtelijke ordeningsprocessen. ǒ Als de straat opengaat in de gemeente (bijv. bij nieuwe riolering) worden waar mogelijk klimaat adaptieve maatregelen meegenomen. ǒ Regenwater nuttig gebruiken door het langer vast te houden en of op te slaan zodat het kan worden ingezet in tijden van droogte. ǒ Stimuleren van afkoppelen/verwijderen van verhard oppervlak bij voorkeur via een bodempassage (infiltreren). ǒ Het gezamenlijk uitvoeren van de droge voeten toets, om de interactie tussen oppervlaktewater, openbare ruimte en riolering goed in beeld te brengen en knelpunten te verhelpen. ǒ Bij ruimtelijke ontwikkelingen geldt het principe van waterneutraal bouwen (vertaald in nieuwe uitvoeringregels vanuit de Waterschapsverordening ‘de Rijnlandse Keur’ en HLT gemeentelijk kaders vastgesteld in Duurzaam Gebouwde Omgeving (DGO)). Dit betekent bij ruimtelijke ontwikkelingen waarbij verhard oppervlak toeneemt en/of het waterbergend vermogen afneemt, maatregelen genomen worden om de negatieve gevolgen op de waterhuishouding te voorkomen.
6
De nieuwe regels* de 20 milimeter regel: om te kijken of een gebied droogte aankan, moet de bodem in een gebied een normale bui van 20 mm in 24 uur op kunnen nemen en kunnen vasthouden voor droge periodes. de 90 milimeter regel: om te kijken of een gebied extreme neerslag aankan, moet in de bodem, sloten, open water en of andere vormen van wateropslag in een gebied 90 mm in 24 uur opgevangen kunnen worden. natuurexclusieve regels: om de waterkwaliteit en de biodervisiteit te versterken en te ondersteunen, moeten brede sloten en ander water van voldoende afwisselende diepte en een schuine kant worden aangelegd in plaats van ondiepe, smalle slootjes. De oevers moeten natuurvriendelijk zijn (schuine kant, beplanting).
*nieuwe regels van Rijnland per 1-1-2024 ten aanzien klimaatadaptatie. De regels zijn van toepassing op nieuwe, grote gebiedsontwikkelingen (>5.000 m2).
Stresstest en risicodialoog
Voor een klimaat robuuste inrichting van de gemeente brengen we met een klimaatstresstest in beeld hoe kwetsbaar een gebied is voor extreme neerslag, hitte, droogte en overstroming. Om de bewustwording te vergroten én concrete maatregelen te bespreken worden de geïdentificeerde kwetsbaarheden uitgewerkt in een risicodialoog. Doel Inzicht verkrijgen in de robuustheid van de gemeente tegen klimaatverandering en het in beeld brengen van de gevolgen van de klimaatveranderingen. Dit gebeurt door te kijken waar wateroverlast, hittestress, droogte of overstromingen kunnen optreden.
Afspraken ǒ Samen voeren we klimaatstresstesten en risicodialogen uit. ǒ Rijnland brengt kennis in en adviseert gemeenten hierbij (zoals met de droge voeten toets). ǒ Samen werken we aan acties op het gebied van waterbewustzijn. ǒ Gemeenten en waterschap doen samen een aanvraag bij het Rijk voor subsidie(s) uit het DPRA of Provincie voor klimaatmaatregelen.
Beoogd resultaat ǒ Het beoogde resultaat van de klimaatstresstest en risicodialoog is het nemen van concrete maatregelen daar waar knelpunten optreden en het daarbij verkrijgen van rijkssubsidie vanuit het DPRA. ǒ We kiezen voor maatwerk in de gebieden waar de urgentie hoog is om de gevolgen van hoosbuien, maar ook droogte beter aan te kunnen. Daarbij betrekken we inwoners en bedrijven uit het stedelijk gebied. Een belangrijke sleutel hierbij is het stimuleren van een gedragsverandering. Het creëren van voldoende waterbewustzijn op bijvoorbeeld de thema’s bodemdaling, woningbouw in laag gelegen gebieden is een belangrijke factor. ǒ Hierbij wordt de samenhang tussen riolering en het oppervlaktewater meegenomen.
7
Omgevingswet
Waterkwaliteit
Doel Het op een andere manier werken in de geest van de Omgevingswet. Dit geven we vorm door van elkaar en met elkaar te leren.
Doel Verbetering van de ecologische en chemische waterkwaliteit is urgent en vraagt onze onverminderde aandacht. Samenwerking hierin is essentieel niet alleen voor het verbeteren van de vele kleine wateren in het stedelijk gebied, maar ook om te voldoen aan de Kaderrichtlijn Water (KRW). Nederland heeft hier in Europees kader afspraken gemaakt over de kwaliteit van het grotere oppervlaktewater.
De Omgevingswet, welke op 1 januari 2024 van kracht is geworden, biedt een kader en vraagt echt een verandering in denken en doen van overheden. Naast nieuwe instrumenten en een digitale transformatie beoogt de Omgevingswet ook een andere manier van werken die wensen uit de samenleving begeleidt en uitgaat van samenwerking met alle betrokken partijen. Waterbeheer, ruimtelijke ordening, natuur enzovoort dienen allen betrokken te worden bij het integraal werken aan de fysieke leefomgeving.
Beoogd resultaat ǒ Water verankerd in de Omgevingsvisie en het omgevingsplan. ǒ Optimaal samenwerken en van elkaar leren in het omgevingsproces. ǒ Optimaliseren van de doelmatigheid in de waterketen. ǒ Optimaal samenwerken rondom vergunningverlening en handhaving onder de nieuwe Omgevingswet en de Waterschapsverordening ‘de Rijnlandse Keur’. Afspraken ǒ Uitvoeren van gezamenlijke pilots en afstemming in regionaal verband. ǒ Op elkaar aanpassen van de werkprocessen, zoals in de omgevingstafel en de waterketen.
Schoon en gezond water
Rijnland zorgt voor schoon en gezond water, dat is voor Rijnland één van de kerntaken. Schoon water is niet alleen een belangrijke voorwaarde voor een gezonde én aantrekkelijke leefomgeving, het is essentieel voor het leven in en om het water. De ambitie van Rijnland is: Rijnlands water is schoon, zodat de mens, de natuur en de economie er optimaal gebruik van kunnen maken.
Schoon en gezond water is van groot belang. Water heeft een functie als habitat voor flora en fauna. Daarnaast heeft water een belevingswaarde; Het zorgt voor een aantrekkelijk leefomgeving/landschap en biedt mogelijkheden voor recreatie.
Beoogd resultaat ǒ Het behalen van de ecologische en chemische
waterkwaliteit, in overeenstemming met de KRW doelen (resultaatsplicht) en de Rijnlandse doelen (inspanningsplicht) voor het overige water in 2027. ǒ De klimaatmaatregelen bieden kansen om het watersysteem ook robuust in te richten voor waterkwaliteit en ecologie (biodiversiteit). Denk aan het verbreden en verdiepen van watergangen, het natuurvriendelijk inrichten van de oevers én een passend ecologisch onderhoud van watergang en oevers. Het PWKA onderschrijft dit beleid. ǒ Inrichtingsmaatregelen van zowel landelijk als stedelijk gebied om aan NPLG-opgave te voldoen. Deze zijn veelal gerelateerd aan de inrichting van het watersysteem, waarbij bevordering van waterkwaliteit een meekoppelkans is. Deze kans kunnen we benutten, waardoor het bereiken van waterkwaliteitsdoelstellingen dichterbij kan komen. ǒ Beperken van, of beter nog geen ongezuiverde lozingen als riooloverstorten en IBA’s. Afspraken ǒ De gemeenten leveren een bijdrage aan het behalen van de KRW-doelstellingen en zet zich intensief in voor het verbeteren van de waterkwaliteit. Niet alleen in de KRW-wateren maar ook daarbuiten, in de kleine watergangen en vijvers. ǒ Nieuwbouw biedt kansen voor de aanleg van een gescheiden riolering, gunstige waterligging, aanleg van natuurvriendelijke oevers en aandacht voor (kwaliteits-) baggermogelijkheden.
ǒ Binnen Rijnland ligt er een waterkwaliteitsopgave voor ons hele watersysteem waarbij er een resultaatsverplichting geldt voor maatregelen/doelen
8
voor 40 KRW-waterlichamen en een inspanningsverplichting voor het overig water. Een deel van de opgave betreft vermindering van nutriënten en stoffen vanuit het landelijk gebied, dit vraagt om een integrale aanpak. ǒ We zetten in op het creëren van zoveel mogelijk Natte Ecologische Zones en het verbinden ervan tot een aaneengesloten robuust ecologisch netwerk. Een voorbeeld hiervan is dat de gemeente op hun eigen gronden zo veel als mogelijk natuurvriendelijke oevers aanlegt. Op deze manier dragen deze oevers bij aan het blauwgroene netwerk zoals ook opgenomen is in het Rijnlandse Actieplan biodiversiteit. Belangrijk is deze stedelijke netwerken, op knooppunten, ook te verbinden met de netwerken in het landelijk gebied. ǒ Het streven is om alle woningen aan te sluiten op de riolering. Wanneer dit door de ligging van de woning niet kan neemt de gemeente contact op met Rijnland om te zoeken naar een alternatieve oplossing zoals bijvoorbeeld de aanleg van een Individuele Behandeling van Afvalwater (IBA) of een verbeterde septic tank (VST). ǒ Vanwege de Europese opgave voor KRW-stroomgebieden heeft Rijnland de uitdrukkelijke wens dat afvalwaterlozingspunten in KRW-(stroom)gebieden altijd gerioleerd worden en hier nooit te kiezen voor alternatieve rioleringsmogelijkheden vanwege het nadelige effect op de waterkwaliteit van IBA-lozingen en riool overstorten.
Biodiversiteit
De wereld kan niet zonder biodiversiteit. Soorten en ecosystemen zorgen voor de productie van zuurstof, afbraak van dode dieren en planten, bestuiving van planten (waaronder landbouwgewassen), waterzuivering en het beheersen van plagen. Momenteel is, waarschijnlijk door de invloed van de mens, slechts 14 % van alle soorten die ooit in Nederland voorkwamen nog aanwezig. Biodiversiteit zorgt voor schone lucht, een goede kwaliteit van het water en de bodem en de bestuiving van gewassen. Het helpt om klimaatverandering te bestrijden en ons eraan aan te passen. Biodiversiteit heeft een dempende werking op invloeden die een gebied onder druk zetten, zoals plagen, vervuiling en klimaatverandering.
We noemen dit ecosysteemdiensten. Waterberging, stadskoeling en drinkwater zijn hier voorbeelden van. In het Actieplan biodiversiteit (rijnland.net) is tot 2027 opgenomen op welke wijze Rijnland een bijdrage aan de versterking wil leveren. De gemeenten zijn hier ook mee bezig zoals het waar mogelijk natuurvriendelijke oevers aangelegen en worden de bermen en oevers onderhouden conform de KleurKeur Groen. Hiermee creëren de gemeenten de condities om meer biodiversiteit te bevorderen. Doel ǒ Ombuigen van biodiversiteitsverlies naar herstel. Beoogd resultaat ǒ Door het vergroten van de biodiversiteit beschermen we ons beter tegen toenemende hitte, droogte en hevige regenbuien. ǒ De gemeenten richten de openbare ruimte natuur-inclusief in, waardoor de stedelijke gebieden beter voorbereid zijn op de veranderende weersomstandigheden en de natuur de ruimte krijgt. ǒ Voor het versterken van de natuur heeft Rijnland een participerende en stimulerende rol en sluit aan bij de ambities van de gemeenten. ǒ Rijnland bevordert de biodiversiteit op haar assets en in de watergangen en kades. ǒ Werken we samen aan een blauwgroen netwerk. Afspraken ǒ Stimuleren van minder tuinverhardingen en waterdoorlatende bestrating openbare ruimte. ǒ Een zichtbaar resultaat van verbetering van de biodiversiteit in de wateren en op het land. ǒ Bij vervangen beschoeiing kijken naar mogelijkheden NVO’s.
Hard waar het moet, zacht waar het kan. ǒ Meedoen aan groene cirkel bijenlandschap. ǒ Realiseren van blauwgroene dooradering van stad en landelijk gebied (Ecologische verbindingszones) en waar mogelijk aansluiten op NNN (N2000) gebieden. ǒ Aanleggen van bloemrijke bermen of dijklichamen. Onderhoud in overeenstemming met KleurKeur. ǒ Ecologisch beheer van sloot en oevers waar gemeenten onderhoudsplichtige is. Rijnland geeft op de hoofdwatergangen het goede voorbeeld.
Biodiversiteit betekent voor de mens voedsel, bouwmateriaal, brandstof (hout) en grondstoffen voor kleding (zoals katoen) en medicijnen. Maar ook ontspanning en verwondering en beleving.
9
Exoten aanpak
In en rond Rijnlands water komen exotische dieren en planten voor. Denk aan muskusratten, Amerikaanse rivierkreeften, grote waternavel of Japanse duizendknoop. Deze exoten kunnen een schadelijke invloed hebben op de veiligheid, waterkwantiteit, waterkwaliteit en ecologie en op de biodiversiteit. Exotenbestrijding is, met uitzondering van de bescherming van waterkeringen tegen de graverij van muskusratten, geen wettelijke taak van het waterschap. Rijnland probeert het schadelijk effect van exoten op de uitvoering van de taken te beperken. Doel Intensiever samen werken met betrekking tot het bedwingen van exoten. Resultaat ǒ Rijnland beschermt de waterkeringen tegen de graverij van muskus- en beverratten. ǒ Exotische planten in het water worden door Rijnland zoveel mogelijk verwijderd om problemen met wateraanvoer en - afvoer te voorkomen. ǒ De gemeenten hebben (nog) geen actief beleid op het bestrijden van exoten op eigen terreinen, maar willen in deze beleidsperiode dit nader uitwerken met Rijnland. ǒ Gezamenlijk zijn wij een “goede buur” die exoten verwijderen waar onze gebieden aan elkaar raken om te voorkomen dat we elkaar over en weer “besmetten” met exoten. ǒ Rijnland volgt onderzoeken en participeert in onderzoek naar methoden om schade te beperken en exoten te beheersen. ǒ De gemeenten helpen met het in beeld hebben en houden van exoten.
ǒ De gemeenten helpen met communicatie naar het publiek/ inwoners. Afspraken ǒ Rijnland neemt actief deel aan de taskforce ‘Ontwikkeling Beheersingsaanpak Uitheemse Rivierkreeft’ en trekt hierin de gezamenlijke onderzoekagenda. In dit kader voert Rijnland een aantal pilots uit in het eigen werkgebied (oa. Park Cronesteyn te Leiden, Vrouwvennepolder te Oud Ade) om middels verbetering van het watersysteem de overlast van rivierkreeften te verminderen.
Rijnland verwacht van de gemeenten geen verantwoordelijkheid in de pilots. ǒ De partijen informeren elkaar over de aanwezigheid van exoten en leren van elkaar over de beheersing en bestrijding van bestaande en nieuwe exoten.
Voldoende water: veranderende vraag naar water. Rijnland streeft ernaar dat de waterpeilen kloppen. Dat de gevolgen van wateroverlast vanuit het oppervlaktewatersysteem worden beperkt en dat er voldoende zoet water is op de juiste plek. Niet te veel en niet te weinig en van de juiste kwaliteit en (doelmatig) passend bij het landgebruik. Door klimaatverandering nemen extremen toe. De resultaten hiervan zijn een toename van de wa-tervraag, een afname van waterbeschikbaarheid, maar ook de toename van risico’s op wateroverlast.
Zoetwater en droogte
We krijgen te maken met hogere temperaturen. Dit resulteert in meer verdamping en grotere neerslagtekorten in de zomer. Droogte noopt enerzijds tot zuinig omspringen met water, anderzijds tot transities in de ruimtelijke ordening en de inrichting en het beheer van wateren en bodem. Door het vasthouden van water en het creëren van voldoende water(berging) op eigen terrein of in de open-bare ruimte, kunnen de effecten van klimaatverandering worden beperkt. Het is goed voor de natuur, de leefbaarheid in de stad en het voorkomen van hittestress. Daarom wordt ingezet op maatregelen om zoetwater vast te houden en de beschikbaarheid van zoetwater te vergroten en de afhankelijkheid van zoetwater te beperken (meer zelfvoorzienend). Minder vraag naar schaars zoetwater draagt bij aan minder onttrekkingen van grondwater. Minder verbruik van drinkwater draagt ook bij aan een doelmatiger zuiveringsproces. Hogere temperaturen en meer verdamping kunnen ook resulteren in verzilting.
10
Beoogd resultaat Om verzilting tegen te gaan, wordt bij dreigende verzilting in het gebied water uit de Lek en het Amsterdam-Rijnkanaal naar het westen van Nederland gevoerd, de zogeheten Klimaatbestendige Water Aanvoervoorziening (KWA). Dat blijft Rijnland doen, maar door klimaatverandering, zeespiegelstijging, langere periodes van droogte, verminderde rivierafvoeren en bodemdaling, zal het op termijn vaker voorkomen dat er langere periodes niet voldoende zoet water beschikbaar zal zijn om altijd de verzilting te bestrijden. Dan treedt de verdringingsreeks bij watertekort in werking. Daarnaast zullen we als samenleving en overheden ook keuzes moeten maken over functies die in be-paalde gebieden niet meer kunnen. Dit zal natuurlijke maatschappelijke en economische gevolgen met zich meebrengen. Afspraken Bij woningbouw en gebiedsontwikkeling/ herstructurering is de inzet: ǒ Zoveel mogelijk water in het gebied vast te houden. ǒ Het drinkwaterverbruik te verminderen door het opvangen en hergebruik van hemelwater (grijs-water). ǒ Intensief samenwerken met betrokken stakeholders (waterleidingbedrijven) om waterverbruik terug te brengen en de bewustwording hiervan bij bewoners te stimuleren. ǒ In te zetten op robuuste watersystemen, zo groot mogelijke beheereenheden heeft de voorkeur boven versnippering van peilgebieden.
ǒ Inzet op het scheiden van zwart en grijs water en het hergebruiken van regenwater (nieuwe sanitatie) draagt bij in de zorg voor voldoende water. ǒ Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten in principe zelfvoorzienend zijn en dat in tijden van wateroverschot en droogte water zoveel als mogelijk water in het gebied opvangen en nuttig gebruikt moet worden. ǒ Vaak zal dat betekenen dat, waar dat past binnen de gebiedskarakteristieken en wateroverlast-criteria, flexibel peilbeheer moet worden toegepast (bij voorkeur 20 tot 30 centimeter). ǒ En bij nieuwe ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met het risico van toenemende verzilting. Dit kan gevolgen hebben voor de bouwwijze, maar ook voor bijvoorbeeld toe te passen groenvoorzieningen.
NPLG
In 2022 heeft het Rijk het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) geïntroduceerd waarin diverse opgaven in de fysieke leefomgeving zijn opgenomen (stikstofreductie, reductie broeikasgassen, klimaat, waterkwaliteit/KRW, wateroverlast en - tekort, biodiversiteit). Dit is ook voor de inwoners van de nabijgelegen stad/stedelijke omgeving van belang. Doel Door middel van een zogenaamde gebiedsgerichte aanpak onder regie van de provincies die daarvoor een overkoepelend Provinciaal Programma Landelijk Gebied opstellen, moeten deze opgaven in samenwerking met gebiedspartners worden opgepakt. Dit biedt ook een enorme kans: samen kunnen we een landelijk gebied realiseren waar we prettig, veilig en gezond werken, wonen, ondernemen en recreëren. Beoogd resultaat Beschermen en bevorderen van een vitaal landelijk gebied, waar je prettig, gezond en veilig kunt wonen, werken, ondernemen en recreëren. Met een levend en aantrekkelijk landschap, waarin ruimte is voor vitale landbouw, veerkrachtige natuur en overige functies.
Identiteit van de Duin- en Bollenstreek:
Openheid van het cultuurlandschap, de leefbaarheid voor inwoners en ondernemers en brede welvaart staan centraal. In de samenwerking met de agrarische sector (bollenteelt en enkele veehouderijen) en andere stakeholders zetten we in op kansen en innovatie. In de strategie is aandacht voor de verdienmodellen van de agrariërs als ‘mede’-hoeders’ van het landschap. Goede voorbeelden en educatie helpen daarbij. Afspraken ǒ Met het oog op het voldoen aan internationale verplichtingen op het gebied van natuur, water en klimaat zal de draagkracht van het water- en bodemsysteem leidend worden, waarbij de ken-merken en de identiteit van het gebied centraal staan. ǒ We passen het principe van ‘niet afwentelen’ uit water en bodem sturend toe; o Niet afwentelen op toekomstige generaties o Niet afwentelen op andere gebieden of functies o Niet afwentelen van privaat naar publiek ǒ Als gebiedspartner adviseert Rijnland vanuit de verantwoordelijkheid voor een robuust watersysteem en het bereiken van de waterkwaliteitsdoelen. ǒ Projecten/werkzaamheden van Rijnland en de gemeente mogen, net als voor ieder ander geldt, niet leiden tot significant negatieve effecten op
11
beschermde natuurwaarden tenzij hier een natuurvergunning voor is verleend. ǒ Rijnland en de gemeente zijn geen ‘probleemeigenaar’ in het stikstofdossier en binnen de gebiedsgerichte aanpak hebben we als bevoegd gezag geen verplichtingen, maar denken we actief mee over oplossingen. ǒ We werken de gebiedsprogramma’s gezamenlijk langjarig, cyclisch en iteratief uit met aandacht voor reflectie, inbreng van nieuwe kennis, aanpassing en leren van elkaar. ǒ Voor de gebiedsgerichte uitwerking van voorgaande opgaven hanteren Rijnland en de gemeente het regionale uitgewerkte kader van de Blauwe Lens. ǒ Verminderen van de CO2 uitstoot en het voorkomen van bodemdaling in de veenweidengebieden. ǒ Binnen het werkgebied van Nationaal Park Hollandse Duinen welke binnen HLT valt, zal waar mogelijk intensief samengewerkt worden aan NPLG gebiedsprojecten.
Grondwater
Rijnland heeft een verantwoordelijkheid voor het grondwaterbeheer en streeft samen met de omliggende waterschappen, provincie en gemeenten naar een duurzaam grondwatersysteem. De provincies geven de kaders voor het grondwaterbeleid en de gemeenten hebben een zorgplicht voor grond- en hemelwater. Daarnaast hebben particuliere eigenaren een zorgplicht voor hun eigen perceel en alles wat daarop staat. Doel Een duurzaam beheerd grondwatersysteem waarbij zo min mogelijk risico’s zijn op schade door te lage of te hoge grondwaterstanden en oog voor een goede grondwaterkwaliteit. Beoogd resultaat ǒ Onttrekking en aanvulling van grondwater zijn zoveel mogelijk in evenwicht. ǒ Bij het vasthouden van water (zie onder Zoetwater) wordt ook gekeken naar de mogelijkheden die de ondergrond biedt (zowel ondiep (freatisch grondwater) als in de diepere watervoerende pakketten). ǒ Ingrepen in het grondwatersysteem leiden niet tot een verslechtering van de grondwaterkwaliteit. ǒ Gemeenten en Rijnland zien er elk vanuit hun eigen rol en taken op toe dat werkzaamheden in de ondergrond zorgvuldig worden uitgevoerd, waardoor ongewenste lekkages en kortsluitstromingen voorkomen worden.
Afspraken ǒ Gezamenlijke kennisuitwisseling en ontwikkeling van het grondwatersysteem en verzilting van het grondwater.
Waterveiligheid en calamiteiten
Door de klimaatverandering stijgt de zeespiegel en wordt er meer water afgevoerd via de grote rivieren. Dit kan grote gevolgen hebben voor de primaire waterkeringen langs de kust en de rivieren. Het is de taak van Rijnland het leefgebied, de inwoners en bedrijven te beschermen tegen overstromingen vanuit de zee, de rivieren en het regionale watersysteem. Rijnland volgt de ontwikkelingen op de voet en neemt waar nodig maatregelen, waarbij we nauw samenwerken met de omgeving. Na oplevering van de Risicoanalyse Regionale keringen in 2019 heeft de VRHM een doorvertaling gemaakt om crisisfunctionarissen te voorzien van een algemene informatiekaart over het incidenttype hoog water en een aparte informatiekaart over regionale keringen. Beide informatiekaarten zijn afgestemd met de betrokken partners (Defensie, Nationale Reddingsvloot en Waterschappen). De informatiekaarten bieden crisisfunctionarissen een handelingsperspectief en worden door de VRHM gebruikt als naslagwerk bij meerdere opleidings-, training – en oefenmomenten. Doel ǒ Rijnland zorgt voor veilige keringen en de gemeenten voor een goede infrastructuur. ǒ Regels en beleid met betrekking tot die waterveiligheid staan in het gebruik voorop waarbij zeker wordt ingespeeld op de klimaatverandering. Al de andere gebruiksfuncties zoals wonen, recreatie en natuur zijn hieraan ondergeschikt.
Samenwerking is nodig om de waterveiligheid te waarborgen. Beoogd resultaat ǒ Een veilige leefgebied voor de inwoners en bedrijven. De provincie stelt de normen voor regionale waterkeringen vast. Het Rijk doet dit voor de primaire waterkeringen. Rijnland levert de kennis die nodig is voor het bepalen van de norm. Afspraken ǒ Rijnland is verantwoordelijk voor de goede staat van de waterkeringen in het leefgebied. Daarom inspecteren we regelmatig de kwaliteit en staat van onderhoud.
12
ǒ De perceeleigenaren zijn verantwoordelijk voor
ǒ Partijen zijn zeer terughoudend over alternatieve
het herstel van gebruiksschades en het dagelijks onderhoud. ǒ Werkzaamheden, schades en calamiteiten worden aan elkaar gemeld, communicatie aan derden gebeurt bij voorkeur in overleg. ǒ Rijnland is verantwoordelijk voor het buitengewone onderhoud. De regels hiervoor staan in de Keur van Rijnland en de uitvoeringsregels. ǒ Het elkaar tijdig informeren over toekomstige werkzaamheden, zodat de mogelijkheid om werk met werk maken optimaal benut wordt. ǒ Afstemming tussen de Calamiteitenorganisatie van de gemeenten en Rijnland ǒ Veiligheidsregio’s voor de hoog risico gebieden zullen in het uitvoeringsprogramma uitgewerkt worden.
rioleringsmogelijkheden in KRW-(stroom)gebieden omdat dit een nadelig effect kan hebben op de waterkwaliteit. Ook eventuele riool-overstorten in deze gebieden proberen we maximaal te voorkomen. ǒ Beide partijen zetten in op (of stimuleren) een gedragsverandering gericht op het ontvlechten van schone- en vuile waterstromen en het ontstenen van de buitenruimte. Bijvoorbeeld door samen op te trekken in publiekscampagnes ‘niet in het riool’ en ‘tegel eruit, groen er in’. ǒ Regenwater voeren we zo min mogelijk af naar de afvalwaterzuivering en houden we zo veel mogelijk in het systeem vast. Zo houden we schoon water schoon en kan het water benut worden om schade als gevolg van verdroging en stedelijke opwarming tegen te gaan. ǒ Partijen vergroten voortdurend het inzicht in de waterketen en de interactie met (de waterkwaliteit van) het watersysteem en voeren hierop gezamenlijk analyses uit.
Waterketen
De gemeenten en Rijnland zijn samen verantwoordelijk voor een goede behandeling van afvalwater. De kerntaken van Rijnland (zuiveren) en de gemeente (inzamelen en transport van afvalwater) voeren we uit als waren we één organisatie met een integrale benadering en in relatie tot het hele watersysteem. We houden vuil water zoveel mogelijk gescheiden van schoon water, verwerken het afvalwater in Rijnlandsgebied zoveel mogelijk centraal op onze zuiveringen en stimuleren particulieren om hun regenwater te hergebruiken, te infiltreren of in ieder geval gescheiden van afvalwater aan te bieden. Er zijn normen gesteld aan effluentkwaliteit van de AWZI, en lozingen vanuit het gemeentelijk riool (overstorten) en lozingen uit Iba’s minimaal aan de gestelde wettelijke normen te voldoen. Doel Het verzorgen van de diensten voor de burger tegen maatschappelijk te verantwoorden kosten door een efficiënte, doelmatige en transparante bedrijfsvoering en uitvoering van de taken in de zorgplichten voor afval-hemel en grondwater. Beoogd resultaat ǒ Rijnland behandelt (huishoudelijk) afvalwater van huishoudens en bedrijven om de volksgezondheid, het milieu en de waterkwaliteit te beschermen. ǒ Partijen zetten in op bronaanpak van vervuiling van het milieu en stimuleren schoonhouden of gescheiden houden van afval- en vuilwater. We beperken zoveel mogelijk vervuilde lozingen op het oppervlaktewater.
Afspraken ǒ Samenwerken in de werkprocessen die nodig zijn voor een doelmatige waterketen, en deze vastleggen in bijvoorbeeld een integraal WaterKetenPlan. ǒ Uitwisselen van data via landelijke standaarden in landelijke platforms en ontsluiten via het Dataportaal. ǒ Beoordelen BRP, in kaart brengen van ongerioleerde percelen, uitvoeren toets smalle kwaliteit spoor- en droge voetentoets, controleren van rioolwaterafname afspraken en toekomstige ontwikkelingen met impact op de waterketen. ǒ Stimuleren van afkoppelen, en verminderen van verhard oppervlak (ontharden van de buitenruimte). ǒ Gezamenlijke publiekscampagnes om schoonwater schoon- en vast te houden (tegel eruit, groen er in) en geen gekke dingen in het riool en de afvalwaterzuivering te gooien (campagne ‘niet in het riool’). ǒ Inzet op terugdringen drinkwaterverbruik en het scheiden van zwart en grijs water draagt bij in de zorg voor voldoende water.
“De kerntaken van Rijnland en de gemeente voeren we uit als waren we één organisatie met een integrale benadering en in relatie tot het hele watersysteem.”
13
Duurzaamheid en energietransitie
Duurzaam werken gaat over onze verantwoordelijkheid voor mens, maatschappij en planeet. Een duurzame organisatie vindt het juiste evenwicht tussen economische, sociale, milieu en natuurbelangen. Zowel voor deze als volgende generaties waarbij we uitgaan van het recht op schoon water en duurzame energie zoals ook in de wereldwijde SDG doelen zijn bepaald. In 2050 wil Nederland en daarmee ook Rijnland 100% circulair zijn. Gemeente Hillegom, Lisse en Teylingen hebben besloten in 2050 energie-neutraal en in 2050 klimaatneutraal te zijn. Met het vormgeven van de warmte- en energietransitie gaat er veel gebeuren in de ondergrond en het ruimtelijk domein. Dit betekent onder meer dat zonneweides en windmolens aangelegd worden, het elektriciteitsnet verzwaard moet worden en warmtenetten aangelegd gaan worden. De ontwikkeling van de mobiliteitstransitie biedt kansen in de vrijkomende openbare ruimte. Ook de bottom-up beweging waarbij inwoners en ondernemers samen met overheden zoeken naar oplossingen in hun leefomgeving, geeft een nieuwe kijk op verantwoordelijkheden, beheer en onderhoud. Het biedt kansen voor meervoudige waarde creatie (denk aan een lokale energie coöperatie die van de opbrengsten regentonnen aanschaft voor leden en een gezamenlijk voedselbos aanlegt). Doel` ǒ De gemeenten hebben de ambitie om in 2050 energieneutraal te zijn.
Alle energie die nodig is wordt dan op eigen grondgebied geproduceerd en in de totale vraag naar warmte, elektriciteit en mobiliteit wordt voorzien met alleen duurzame bronnen. ǒ Waar mogelijk werken partijen al samen op het gebied van energie en grondstoffen voor 100% hernieuwbaar, 100% emissievrij en 100% afvalvrij werken.
Beoogd resultaat ǒ Alleen gebruik maken van schone, hernieuwbare energie en grondstoffen. ǒ Geen schadelijke uitstoot veroorzaken naar bodem, lucht of water. ǒ Afvalvrij werken door reststromen zo hoogwaardig mogelijk te hergebruiken en daar bij ontwerp al rekening mee te houden, ook bij de selectie van toeleveranciers. ǒ Emissie loze samenleving. ǒ In beeld brengen wat potentiële locaties zijn voor aquathermie die een plek krijgen in warmtebeleid. ǒ Energy hubs bij de zuiveringen van Rijnland. ǒ Geen afval in het riool. ǒ Ruimte bieden aan lokale initiatieven en samenwerkingen, lokaal eigenaarschap en beheer. Afspraken ǒ Onderzoeken of we grondstoffen van elkaar kunnen gebruiken; samen optrekken ǒ Te verkennen of er gezamenlijk kabels en leidingen gelegd kunnen worden. ǒ Gebruik te maken van dubbel ruimtegebruik waardoor er ruimte kan ontstaan voor lokale peilverhogingen, waterberging en biodiversiteit. ǒ We nemen actief deel aan het door ontwikkelen van de Regionale Energie Strategie (RES) om samen kansen te pakken op het gebied van energietransitie. ǒ Uit een gezamenlijke verkenning blijkt of er kansen voor ‘energie uit water’ zijn. Aanbod (oppervlaktewater, rioolwater en grondwater) en vraag worden hierbij bij elkaar gebracht en worden dan verder onderzocht. ǒ Gezamenlijke communicatie richting inwoners, bedrijven en organisaties “niet in het riool”.
ǒ Duurzaamheidsafspraken en energietransitie worden onderdeel van het uitvoeringsprogramma.
14
Beheer en onderhoud
Het oppervlaktewaterbeheer kent gedeelde verantwoordelijkheden. Het waterschap is verantwoordelijk voor het onderhoud van het primaire watersysteem en de gemeente voor de overige watergangen (voor zover in haar eigendom). Voor onze inwoners is dat onderscheid niet zichtbaar. Ook is het inwoners niet altijd duidelijk dat zij een regulier en/of groot onderhoudstaak hebben. Daarom werken we samen met speciale aandacht voor het ‘overig water’. Voor het maai- en slootbeheer zoeken we een balans tussen het belang van doorstroming en ecologische kwaliteit. Doel Zorgen voor een goed waterbeheer door een optimale samenwerking. Waarbij voor inwoners onderscheid van de verschillende beheerders niet zichtbaar is en duidelijk is, waar inwoners zelf voor het onderhoud aan de lat staan. Beoogd resultaat ǒ Een goede doorstroming van de watergangen en verbetering van de biodiversiteit; ǒ Het voorkomen van ongewenste en gevaarlijke situaties. ǒ Beheer en onderhoud van de watergangen wordt uitgevoerd door de verantwoordelijke eigenaar.
Afspraken ǒ Partijen werken structureel en planmatig samen bij maaien van de bermen en oevers en baggeren. Hiervoor stellen we een meerjarenplanning op. ǒ Om verstoring van soorten en vernietigen van de habitat te voorkomen worden werkzaamheden gefaseerd uitgevoerd. ǒ Rijnland houdt jaarlijks een schouw, waarbij o.a. gelet wordt op de doorstroming en het peil- en oeverbeheer. ǒ Als de gemeenten aan de slag gaan met wegen wordt een check op de duikers gedaan of deze nog goed liggen en blijven liggen. ǒ Het gebruikte materieel en de uitvoering van de werkzaamheden is bij voorkeur natuurvriendelijk. ǒ Het elkaar tijdig informeren van toekomstige werkzaamheden, zodat de mogelijkheid om werk met werk maken optimaal benut wordt. ǒ Bij overname van assets (peil regulerende kunstwerken) voor bijvoorbeeld stedelijk water worden per asset afspraken gemaakt en vastgelegd. ǒ Jaarlijks vindt evaluatie plaats van het beheer en onderhoud en lopende convenanten. ǒ Gemeentelijke transportriolen binnen AWZI’s dienen op doelmatige wijze beheerd en onderhouden kunnen worden door de gemeente, ongeacht de eigendomsverhoudingen.
15
Hoofdstuk 4. Communicatie “Wie leert vergaart kennis en wie kennis heeft kan meepraten en meedoen”. Water is belangrijk en het werk wat we hieraan doen ook, een goede onderlinge afstemming is van essentieel belang. Het waterbewustzijn onder de inwoners en bedrijven kan verder worden vergroot waarbij er aandacht is voor het eigen handelingsperspectief: ‘Wat kan ik doen om bewuster met water bezig te zijn?’