Db02 Raadsbrief Voortgangsbericht RES Holland Rijnland.pdf
Tekst van het document
Hillegom
Raadsbrief Voortgangsbericht RES Holland Rijnland aan:
de raad van de gemeente Hillegom
zaaknummer: Z-23-310924 datum collegevergadering: 30 mei 2023 portefeuillehouder: Mevr. C.J. Hoekstra behandelend ambtenaar: Marijke Ottolini emailadres: m.ottolini@hltsamen.nl telefoon: 14 0252 embargo: ☐
Graag informeren wij u over het voortgangsbericht van de Regionale Energiestrategie (RES) Holland Rijnland. Dit bericht beschrijft de stand van zaken van onze RES-regio voor wat betreft de voortgang richting de ambities zoals in de RES 1.0 opgenomen. Het bericht wordt namens de samenwerkende RES-partijen op uiterlijk 30 juni ingediend bij het Nationaal Programma RES. Inleiding en achtergrond In het nationale Klimaatakkoord is vastgelegd dat we in Nederland in 2030 minstens de helft minder CO2 willen uitstoten dan in 1990 en zelfs 95% minder in 2050. Onderdeel daarvan is dat in 2030 jaarlijks zo’n 35 TWh (Terawattuur) duurzame energie wordt opgewekt uit grootschalige wind- en zonneprojecten op land in heel Nederland. Ook is afgesproken stevige stappen te zetten op weg naar een duurzame verwarming van de gebouwde omgeving. De decentrale overheden (gemeenten, provincies en waterschappen) hebben zich ook aan het Klimaatakkoord verbonden. Dertig regio’s hebben een Regionale Energie Strategie (RES) opgesteld, waarin ze de nationale afspraken uit het Klimaatakkoord vertalen naar de eigen regio. In de RES 1.0 van Holland Rijnland hebben de samenwerkende RES-partijen1 regionale ambities vastgelegd om invulling te geven aan onderdelen van het nationale Klimaatakkoord.
Onze RES 1.0 is vastgesteld door gemeenteraden, Provinciale Staten en de Verenigde Vergaderingen van de samenwerkende partijen, waarbij in verschillende gevallen moties en amendementen zijn aangenomen. Regiobreed geldt dat de meeste moties en amendementen betrekking hebben op de grootschalige opwek op land van duurzame elektriciteit. En dat deze moties en amendementen hoofdzakelijk een beperkend effect hebben op de in de RES 1.0 vastgestelde ambitie voor opwek. Tegelijkertijd zijn inmiddels gedragen procesafspraken gemaakt om, meer vanuit lokale schaal opgebouwd, te komen tot lokale bijdragen aan de gezamenlijke regionale ambitie. In onze Raad is de RES 1.0 vastgesteld op 27 mei 2021. Een eventuele ‘RES 2.0’ is pas aan de orde bij aanpassing van kaders en ambities ten opzichte van de RES 1.0. Hiervan is binnen de RES-regio Holland Rijnland nu nog geen sprake.
1
De RES is (een samenwerking) van de Gemeenten Alphen aan den Rijn, Hillegom, Kaag en Braasem, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Noordwijk, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten, Zoeterwoude, Provincie Zuid-Holland en het Hoogheemraadschap van Rijnland en Waterschap Amstel, Gooi en Vecht. Netbeheerders Liander en Stedin en de Omgevingsdienst West-Holland hebben hieraan bijdragen geleverd. 1
Voortgangsbericht Landelijke afspraak is dat alle RES-regio’s de voortgang elke twee jaar in beeld brengen in een voortgangsdocument. Dit dient onder meer als input voor landelijke monitoring en analyse. Bijgevoegd voortgangsbericht is de eerste voor RES Holland Rijnland. Het voortgangsbericht is bedoeld om inzichtelijk te maken wat de stand van zaken is van het realiseren van de ambities uit de RES 1.0: waar staan we, wat hebben we bereikt en wat is eventueel aanvullend nodig om onze doelstellingen te bereiken? Het bericht is nadrukkelijk constaterend van aard. Het bevat geen nieuwe of aangepaste ambities, keuzes of kaders. Tegelijkertijd kan het uiteraard aanknopingspunten bieden voor het onderlinge bestuurlijke gesprek tussen de RES-partijen, bijvoorbeeld over welke bijsturing wenselijk en nodig is met het oog op het tijdig behalen van de ambities. Hoofdlijn inhoud Langs de verschillende uitvoeringslijnen die in de RES 1.0 zijn onderkend (energiebesparing, mobiliteit, duurzame opwek energie (DOE), zon op daken, warmte en communicatie en participatie) is de voortgang in beeld gebracht: Voor energiebesparing was de reductie 0,2 TWh (Terrawattuur) in 2021 ten opzichte van 2014. Met een doelstelling van 1,1 TWh in 2030 ten opzichte van 2014 liggen we als regio niet op koers voor deze doelstelling.
Zowel externe factoren als de transitie naar elektrische auto’s hebben een positieve bijdragen geleverd aan de reductie van het energiegebruik en de CO 2-uitstoot op het gebied van mobiliteit. Dit ligt in lijn met de ambities. De voortgang voor Duurzame Opwek Energie is op dit moment te beperkt, bezien vanuit de regionale ambities in de RES 1.0. Met de ambitie zon op daken binnen de RES-regio zijn we goed op weg naar de regionale ambitie. Tegelijkertijd is nog winst te halen bij het gericht inzetten op wegnemen van diverse drempels. Op het gebied van de regionale warmtevoorziening zijn relevante stappen gezet, die samen een stevige impuls vormen voor de voortgang voor de toekomstbestendige warmtevoorziening binnen Holland Rijnland. In de afgelopen periode is in de uitvoeringslijn communicatie en participatie de aandacht vooral uitgegaan naar projecten rondom energiebesparing en financiële maatregelen om de energiekosten te verlagen. Vervolg Komende periode gaan de RES-partijen verder met het realiseren van de ambities opgesteld in RES 1.0. Dit voortgangsbericht helpt daarbij door weer te geven waar de RES-regio staat en wat er nodig is om de ambities te bereiken. Het voortgangsbericht wordt namens de samenwerkende partijen in de RES-regio ingediend bij het Nationaal Programma RES.
Bijlage: Voortgangsbericht RES Holland Rijnland
2
Voortgangsbericht RES Holland Rijnland Voortgangsbericht RES HOLLAND RIJNLAND I april 2023
Voorwoord Voor u ligt het eerste voortgangsbericht van de Regionale
De resterende tijd is beperkt. De vergunningen voor de
Energiestrategie Holland Rijnland. Hierin leest u waar we
projecten die bijdragen aan de landelijke opgave van
als samenwerkende partijen in onze regio staan op weg
35 TWh moeten begin 2025 verleend zijn. Met het be-
naar ambities uit de RES 1.0. En waar we de komende tijd
schikbaar komen van rijksmiddelen, is het tijd om zo snel
extra op in gaan zetten.
en veel mogelijk tot uitvoering te komen. Niet alleen om onze doelstellingen van de RES invulling te geven; de
Om de wereldwijde temperatuurstijging te beperken willen
ambities voor 2030 vormen ook een tussendoel op weg
we in Nederland in 2030 minstens de helft minder CO2
naar verdere stappen richting de doelstellingen voor 2050.
uitstoten dan in 1990. En in 2050 zelfs 95% minder. Dat is vastgelegd in het nationale Klimaatakkoord. Onderdeel
Dit vraagt om de juiste balans tussen voortvarende lokale
daarvan is dat in 2030 jaarlijks zo’n 35 TWh (Terawat-
uitvoeringskracht enerzijds en slimme en gerichte af-
tuur) duurzame energie wordt opgewekt uit grootschalige
stemming op bovenlokale en regionale schaal anderzijds.
wind- en zonneprojecten op land in heel Nederland. Ook
Het eerste is nodig om tot realisatie te komen, passend
is afgesproken stevige stappen zetten op weg naar een
bij en in de lokale omgeving en context. Het tweede om
duurzame verwarming van de gebouwde omgeving. De
te borgen dat we slimme keuzes maken die gezamenlijk
decentrale overheden (gemeenten, provincies en wa-
bijdragen aan een toekomstbestendige regio met een
terschappen) hebben zich ook aan het Klimaatakkoord
bijbehorend energiesysteem.
verbonden. Dertig regio’s hebben een Regionale Energie Strategie (RES) opgesteld, waarin ze de nationale afspra-
Daarom roep ik alle partijen op om een passende bijdrage
ken uit het Klimaatakkoord vertalen naar de eigen regio.
te leveren aan de nationale doelstellingen waaraan we
Hoewel in Holland Rijnland hard gewerkt is en wordt aan
ons hebben gecommitteerd. Door voortvarend samen
realisatie en uitwerking van onze ambities, liggen we als
verder stappen te zetten op weg naar een duurzaam en
regio nog niet voor alle onderwerpen op koers.
toekomstbestendig Holland Rijnland, voor onze inwoners en ondernemers. Yvonne van Delft Voorzitter bestuurlijk overleg RES Holland Rijnland Portefeuillehouder Energie Dagelijks Bestuur
Voortgangsbericht RES HOLLAND RIJNLAND I april 2023
Holland Rijnland
2
Inhoudopgave
Voorwoord2
1
Inleiding4
2
RES Holland Rijnland – Hoe staan we ervoor?
5
3
Voortgang per uitvoeringslijn
7
3.1. Energiebesparing
8
3.2. Duurzame mobiliteit
11
3.3. Duurzame Opwek Energie (DOE)
13
3.4. Zon op Dak
16
3.5. Warmte
17
3.6. Communicatie en participatie
19
Bijlagen
21
Voortgangsbericht RES HOLLAND RIJNLAND I april 2023
3
1
Inleiding Wat is het doel van dit voortgangsbericht?
Tegelijkertijd zorgt het beeld en inzicht voor aankno-
In combinatie met de kaders van de provincie voor groot-
In de Regionale Energiestrategie (RES) 1.0 van Holland
pingspunten voor het onderlinge bestuurlijke gesprek
schalige opwek is hiermee voor het onderwerp duurzame
Rijnland hebben de samenwerkende RES-partijen1
tussen de RES-partijen, bijvoorbeeld over welke bijsturing
opwek op land (zon en wind) een gecompliceerde vertrek-
verschillende regionale ambities vastgelegd. Dit voort-
wenselijk en nodig is met het oog op het tijdig behalen
situatie voor het vervolg ontstaan, aangezien deze moties
gangsbericht maakt duidelijk wat de stand van zaken is
van de ambities.
en amendementen hoofdzakelijk een beperkend effect
van het realiseren van de ambities: waar staan we, wat
hebben. Zie hiervoor ook de kaarten in bijlage 2. Verderop
hebben we bereikt en wat is eventueel aanvullend nodig
Voor wie is dit voortgangsbericht?
lichten we toe welke procesafspraken hierover zijn ge-
om onze doelstellingen te bereiken? Zoals afgesproken
Dit voortgangsbericht is gericht op enerzijds de regionale
maakt, waarbij de ambitie uit de RES 1.0 het uitgangspunt
wordt dit voortgangsbericht uiterlijk 1 juli 2023 ingediend
RES-bestuurders en anderzijds het Nationaal Programma
blijft voor het vervolg. De overige onderwerpen leverden
bij het Nationaal Programma RES; en zoals binnen de
Regionale Energiestrategie (NP RES). Daarnaast kan het
in de besluitvorming niet tot nauwelijks discussie op.
provincie Zuid-Holland met alle RES-regio’s is afgesproken,
uiteraard worden ingezet om bredere betrokkenen, waar-
hanteren we als peildatum 1 april 2023.
onder nadrukkelijk volksvertegenwoordigers, te informeren.
Leeswijzer Hoofdstuk twee geeft de hoofdlijn van de stand van za-
Alle dertig RES-regio’s wordt gevraagd om dit inzicht
Context
ken en voortgang weer. De hoofdstukken daarna geven
tweejaarlijks te delen, onder meer voor de landelijke
De RES 1.0 Holland Rijnland is vastgesteld door gemeen-
nader inzicht in de voortgang per thema (uitvoeringslijnen)
monitoring van de bijdragen aan het Klimaatakkoord
teraden, Provinciale Staten en de Verenigde Vergaderin-
binnen de RES: energiebesparing, mobiliteit, duurzame
via de RES.
gen. Daarbij zijn moties en amendementen aangenomen.
opwek energie (DOE), zon op dak, warmte en communi-
Deze moties en amendementen hebben vrijwel allemaal
catie en participatie.
Dit voortgangsbericht is constaterend van aard. Het
betrekking op de grootschalige opwek op land van duur-
bevat geen nieuwe of aangepaste ambities, keuzes of
zame elektriciteit.
kaders.
1 De RES is (een samenwerking) van de Gemeenten Alphen aan den Rijn, Hillegom, Kaag en Braasem, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Noordwijk, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten, Zoeterwoude, Provincie Zuid-Holland en het Hoogheemraadschap van Rijnland en Waterschap Amstel, Gooi en Vecht. Netbeheerders Liander en Stedin en de Omgevingsdienst West-Holland hebben hieraan bijdragen geleverd.
Voortgangsbericht RES HOLLAND RIJNLAND I april 2023
4
2
RES Holland Rijnland – Hoe staan we ervoor? Na oplevering van de RES 1.0 is op verschillende manieren
Hoewel in 2020 een positieve ontwikkeling te zien was,
Duurzame elektriciteit op land
gewerkt aan concretisering en realisatie van de ambities.
lijkt deze goeddeels tijdelijk van aard te zijn, en hoofd-
De grootschalige opwek van duurzame elektriciteit op
Zowel binnen de afzonderlijke overheden als in onderlinge
zakelijk toe te wijzen aan de COVID-pandemie (minder
land (wind en zon) heeft de afgelopen periode veel aan-
samenwerking. Daarbij waren de omstandigheden om
mobiliteit, meer thuiswerken). Verdere opschaling vraagt
dacht gevraagd, vooral gericht op het komen tot een
voortgang te boeken niet altijd even eenvoudig. Zoals in
om meer capaciteit en middelen, inzet op handhaving
passende gezamenlijke regionale inzet.
de RES 1.0 aangegeven vormen de benodigde middelen in
van bestaande normen en om inzet van juridische en/ of
brede zin een belangrijke randvoorwaarde. Het gaat dan
financiële instrumenten.
om voldoende passende capaciteit, bijbehorende finan-
Niet alleen in het verlengde van de opbrengsten van de besluitvorming op de RES 1.0 en de bijbehorende moties
ciën, en juridische instrumenten. De gemeenteraadsver-
Duurzame mobiliteit
kiezingen in 2022 hebben in sommige gemeenten geleid
Door actieve betrokkenheid bij de Regionale Agenda
le bestuursakkoorden. De voortgang is op dit moment te
tot veranderende opinies over de energietransitie in het
Laadinfrastructuur (RAL) Zuidwest is de inbreng op het ge-
beperkt, bezien vanuit de regionale ambities van de RES
algemeen en de RES in het bijzonder. In een aantal ge-
bied van duurzame mobiliteit vanuit de RES-regio Holland
1.0. Tegelijkertijd zijn inmiddels gedragen procesafspraken
meenten zijn expliciete uitspraken over duurzame opwek
Rijnland goed tot zijn recht gekomen. Met als resultaat
gemaakt om, meer vanuit lokale schaal opgebouwd, te
en de RES in de coalitieakkoorden opgenomen.
dat RAL-Zuidwest een snellaad-strategie voor onze regio
komen tot lokale bijdragen aan de gezamenlijke regionale
ontwikkelt. Ook als voorbeeld voor andere regio’s. Tevens
Energiebesparing
ambitie. Hierbij blijft de oorspronkelijke inzet uit de RES 1.0
is en wordt gewerkt aan voldoende laadvoorzieningen
het uitgangspunt. Dit laat onverlet dat de oorspronkelijke
De energiebesparing binnen de gebouwde omgeving en
voor elektrische auto’s: een dekkend netwerk als basis
regionale doelstelling nadrukkelijk vraagt om versnelling
mobiliteit vraagt aandacht met het oog op de gestelde
en voorwaarde voor de transitie naar elektrische auto-
en opschaling van projecten die dit mogelijk maken. Het
ambities. De lokale inzet op stimulering van besparing
mobiliteit. Binnen Holland Rijnland wordt goed gebruik
beperkte aantal projecten en het lage volume van die
laat nog beperkt herleidbaar resultaat zien.
gemaakt van de landelijke subsidies voor de aanschaf
projecten benadrukt dat deze ambitie onder druk staat.
van een elektrische auto.
Zeker gezien de beperkt resterende tijd en de procedurele
en amendementen, maar ook als gevolg van nieuwe loka-
doorlooptijden voor onder meer beleidsverankering die nog veelal nodig is.
Voortgangsbericht RES HOLLAND RIJNLAND I april 2023
5
Zon op Daken
Besparing op warmte heeft door de hoge gasprijzen een
De ontwikkeling van Zon op Daken ligt op koers van de
hoge urgentie gekregen. Daarnaast gebruiken mensen
regionale ambities, zowel voor ‘klein’ als ‘groot’ dakop-
minder energie, onder andere door betere isolatie en het
pervlak. Winst valt nog te halen bij het gericht inzetten op
aanpassen van gedrag. Om vanuit lokale en regionale
wegnemen van juridische, technische en organisatorische
schaal de uitvoering verder te stimuleren en ter hand te
drempels, die er nu nog voor zorgen dat een deel van de
kunnen nemen zijn passend rijksbeleid, wet- en regelge-
SDE-aanvragen2 niet benut wordt.
ving en bijbehorende instrumenten nodig.
Warmtevoorziening
Participatie en communicatie
Op het gebied van de regionale warmtevoorziening zijn
Alle genoemde inhoudelijke ontwikkelingen kennen bijbe-
relevante stappen gezet. Het Rijk, de provincie en Gasunie
horende inzet van participatie en communicatie. Hierbij
hebben, mede in afstemming met de RES-regio, in 2022
is de inhoudelijke lijn bepalend voor een passende vorm.
besloten om het tracé van WarmtelinQ tussen Rijswijk
Net als bij de ontwikkeling van de RES 1.0 geldt dat ook
en Leiden aan te leggen. Hiermee komt restwarmte be-
voor de uitvoering van de RES participatie en communi-
schikbaar in de regio Holland Rijnland. Dat is een stevige
catie primair belegd zijn bij de gemeenten. Op verzoek
impuls voor de toekomstbestendige warmtevoorziening
en rond specifieke onderwerpen wordt soms regionaal
binnen Holland Rijnland.
ondersteuning geleverd vanuit de RES-organisatie. Dat gebeurt onder meer door gezamenlijk met gemeenten,
De gemeenten in de Leidse regio3 werken intensief samen
lokaal in te zetten middelen te ontwikkelen en bijeenkom-
aan een optimale inzet van bovenlokale bronnen zoals
sten met betrokkenen te organiseren. Hierbij kan worden
geothermie uit de regio en de restwarmte uit Rotterdam.
gedacht aan het organiseren van informerende bijeen-
Hierbij wordt ook afgestemd met gemeenten buiten de
komsten voor volksvertegenwoordigers en/of stakeholders
Leidse regio (vooral Noordwijk en Alphen aan den Rijn).
(Tour-du-Soleil en regiobrede raadsinformatie). Dit alles
Ook de gemeenten in de Duin- en Bollenstreek4 werken
gebeurt op basis van de behoefte van en in afstemming
constructief samen aan de realisatie van geothermie.
met de regiopartijen.
2 Stimulering Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie. 3 Gemeenten Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Oegstgeest, Voorschoten en Zoeterwoude. 4 Gemeenten Hillegom, Katwijk, Lisse, Noordwijk, Noordwijkerhout en Teylingen.
Voortgangsbericht RES HOLLAND RIJNLAND I april 2023
6
3
Voortgang per uitvoeringslijn Dit hoofdstuk gaat nader in op de stand van zaken per uitvoeringslijn van de RES Holland Rijnland. Per uitvoeringslijn worden als eerste de ambities zoals opgenomen in de RES 1.0 benoemd, om vervolgens de voortgang en stand van zaken te beschrijven. Dit is zo veel als mogelijk cijfermatig onderbouwd en geïllustreerd aan de hand van de meest recente data. Voor het grootste deel zijn deze data afkomstig uit de landelijke bronnen (onder meer de Nationale Klimaatmonitor). Vervolgens wordt de voortgang zo goed als mogelijk geduid: In welke mate liggen we op koers om de regionale ambities waar te maken? En welke factoren hebben de voortgang en stand van zaken bepaald? Hierbij wordt er ook ingegaan op wat er goed is gegaan en wat minder goed is gegaan. Als laatste komt aan de orde wat eventueel aanvullend nodig is om de ambities uit de RES 1.0 te realiseren.
Toelichting Doelmonitoring Holland Rijnland en data Ter ondersteuning van de RES wordt gemonitord op de kwantitatieve doelen uit de RES 1.0. Dit wordt de doelmonitor genoemd. De doelmonitor alleen geeft nooit een compleet beeld, maar wel een stevige inhoudelijke basis. De doelmonitor gebruikt de meest recent beschikbare regionale data op het moment van updaten (laatste update is april 2023). Deze data komen van de Landelijke Klimaatmonitor en zijn helaas niet up to date. Bij conclusies in deze voortgangsrapportage wordt daarom ook expliciet het jaartal benoemd van de data waar wij ons op baseren. Er is bewust de keuze gemaakt om niet overal op hetzelfde jaartal te rapporteren, aangezien dan de oudste cijfers bepalend worden voor het geheel (in dit geval 2020) en nieuwe gegevens dan niet gebruikt zouden worden. De laatste versie van de regionale monitor (april 2023) is meegenomen in dit voortgangsbericht
3.1.
Energiebesparing
Doelstelling RES 1.0 De regionale ambitie voor energiebesparing is in totaal 1,1 TWh (Terrawattuur) in 2030 ten opzichte van 2014. Wat overeenkomt met een 11% reductie op het totale regionale energieverbruik over diezelfde periode. Deze energiebesparing betreft de sectoren mobiliteit en gebouwde omgeving. Voorwaarde daarbij is dat het energiegebruik van de landbouw en de industrie minimaal gelijk blijft. De ambities voor de sectoren mobiliteit en gebouwde omgeving bedragen respectievelijk 11 en 15 procent reductie. Om de doelstelling van 1,1 TWh te halen is in RES 1.0 afgesproken dat elke gemeente minimaal 15 procent bespaart op de gebouwde omgeving. In de uitvoeringslijn energiebesparing wordt er gefocust op het behalen van de doelstelling binnen de gebouwde omgeving. De doelstelling voor mobiliteit valt onder de uitvoeringslijn duurzame mobiliteit en wordt daar ook verder uitgewerkt.
en is per eind april online beschikbaar via https:// monitor.wijzijnon.nl/
Voortgangsbericht RES HOLLAND RIJNLAND I april 2023
7
Om de ambitie voor de gebouwde omgeving te behalen
Energiegebruik Holland Rijnland
is in RES 1.0 een basisstrategie bepaald. Die geeft aan dat alle huishoudens/woningen minimaal label D moe-
In 2021 omvatte het energiegebruik in Holland Rijnland bijna 10 TWh (Terrawattuur). Hiervan is ruim 5 TWh warmte,
ten hebben in 2030. Dit zorgt voor ruim twintig procent
3 TWh brandstof voor mobiliteit en 2 TWh is elektriciteitsvraag. Het energiegebruik zit voor meer dan de helft (53
besparing op warmte. Ten tweede moeten alle diensten/
procent) in de woning en de dienstensector, gevolgd door mobiliteit (31 procent). Industrie en landbouw hebben
utiliteit minimaal label B hebben in 2030. Als laatste, in het
beide een energiegebruik van 8 procent (zie figuur 1). Ten opzichte van 2014 is de totale energiegebruik gelijk ge-
bouwbesluit van 2012 staat dat per 1 januari 2023 kan-
bleven, deze was in 2014 namelijk ook ongeveer 10 TWh.
toorgebouwen minimaal energielabel C moeten hebben. De ambitie voor mobiliteit en gebouwde omgeving is om in 2050 gezamenlijk 3,0 TWh te besparen (oftewel 30 procent) ten opzichte van 2014.
Figuur 1: Energiegebruik in RES Holland Rijnland per sector in 2021
Voortgangsbericht RES HOLLAND RIJNLAND I april 2023
8
Waar staan we nu?
Totaal energiegebruik en doelstelling
Eind 2021 (meest actuele gegevens) is een reductie behaald op het totale regionale energiegebruik van 0,2 TWh ten opzichte van 2014. Dit betekent dat we als regio nog zeker niet op koers liggen voor de doelstelling (geïllustreerd door figuur 2). Door de COVID-pandemie is sprake geweest van een tijdelijke daling in 2020. Tegelijkertijd geldt dat in 2021 het totale energiegebruik is gestegen vanwege met name de koude winter (hogere vraag naar aardgas) en toename van de mobiliteit na de pandemie. Ook als we specifieker kijken naar de sector gebouwde omgeving geldt dat de regio in 2021 niet op koers ligt van de doelstelling van 2030. In figuur 3 is te zien dat, ondanks een dalende trend tot en met 2020, deze niet doorzet in 2021 en zelfs weer toeneemt. Landelijk is in
Figuur 2: Deze grafiek gaat over al het energiegebruik (elektriciteit, warmte én voertuigbrandstoffen) binnen de grenzen van Holland Rijnland. De trendlijn is bepaald op basis van de doelstelling voor 2030 uit de RES 1.0. De tussenjaren zijn geen doelstelling, maar zijn indicatief.
Ontwikkeling energiegebruik gebouwde omgeving
2022 een daling te zien in het gebruik van aardgas van bijna 25%5 . Dit komt door zowel een zachtere winter als door hogere gasprijzen.
Figuur 3: Ontwikkeling energiegebruik gebouwde omgeving RES Holland Rijnland van 2014 tot 2020. In 2020 lag Holland Rijnland op koers, maar in 2021 vanwege de relatief koude winter is de vraag naar aardgas zowel in woningen, commerciële als publieke diensten gestegen.
Voortgangsbericht RES HOLLAND RIJNLAND I april 2023
9
De ontwikkeling van het aandeel woningen met minimaal
Wat is er nodig om de ambitie te realiseren?
energielabel D is vrijwel in lijn met de doelstelling (85% in
•
Binnen de huidige mogelijkheden van partijen is de
plaats van 87%; vierde kwartaal 2022). Het aandeel utiliteit
inzet om te besparen vooral gericht op stimulering
met minimaal label B ligt niet in lijn met de doelstelling,
en verleiding van eigenaren en gebruikers. Dit vraagt
want deze is 10 procentpunt lager dan de trendlijn (68% in
stevige tijdsinzet en middelen. Tegelijkertijd zal ook
plaats van 78%). Hier kunnen dus nog stappen gemaakt
bij veel steviger inzet de vraag blijven of dit volstaat
worden.
om de doelstellingen te bereiken. •
Stappen kunnen effectiever worden gezet door in te
Nadere duiding stand van zaken en voortgang
zetten op financiële regelingen en juridische instru-
Besparing is bij uitstek een lokaal vraagstuk, en is daar-
menten zoals de energiebesparingsplicht (vergun-
om belegd bij de gemeenten. Op een aantal manieren
ningplichten), kantoren te verhogen naar label C en
is in de regio ingezet op besparing. Hierbij kan worden
door de energieprestatie van gebouwen te verbete-
gedacht aan inzet op regelingen als Regeling Reductie
ren volgens de Europese richtlijn, ook wel EPBDIII. In
Energiegebruik (RRE) en Regeling Reductie Energiegebruik
dit kader kan ook worden gedacht aan een bredere
Woningen (RREW), Spuk (specifieke Uitkering) gelden voor
uitrol van de subsidie gericht op de labelplicht zoals
energiearmoede, Nationaal Isolatieprogramma (NIP) en
die in enkele gemeenten gestart is.
de inzet van energiecoaches binnen gemeenten om de
•
Signalen vanuit gemeenten leren dat de beperkende
besparingsdoelstelling te bereiken. Rondom deze onder-
factor op dit moment ook zit in voldoende producten
werpen wisselen de RES-partijen inzichten en ervaringen
en aannemers om de verduurzaming in de woningen
uit.
te realiseren. Dit vraagt nadere aandacht, mogelijk in combinatie met scholingstrajecten.
Gesteld kan worden dat de positieve aanzetten en bijdragen op lokale schaal tot nu toe wegvallen tegen de effecten van grote externe ontwikkelingen zoals de koude winter en thuiswerken ten tijde van COVID-epidemie.
5 Https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2023/07/gasverbruik-nederland-in-2022-laagste-in-50-jaar
Voortgangsbericht RES HOLLAND RIJNLAND I april 2023
10 10
3.2.
Duurzame mobiliteit
Waar staan we nu? Van 2014 tot en met 2021 is een reductie behaald in het
Doelstelling RES 1.0
energiegebruik en in de CO2-uitstoot in de mobiliteit sec-
Voor het onderwerp duurzame mobiliteit zijn in de RES
tor van respectievelijk 4% en 5%. De ontwikkelingen voor
twee concrete doelen voor 2030 opgenomen. Het eerste
het energiegebruik past in de lijn van de doelstelling van
doel is, zoals aangegeven in paragraaf 3.1, een reductie
2030 (zie figuur 4). De CO2-uitstoot voor mobiliteit ligt
van het energieverbruik met 11 procent in 2030 ten op-
vrijwel op de lijn van de regionale ambitie (zie figuur 5).
zichte van 2014. Het tweede doel is een reductie van de CO2-uitstoot met 22 procent in 2030 ten opzichte van
Door de COVID-pandemie was het energiegebruik ruim
1990. Om deze ambities te bereiken, wordt ingezet op
op koers in 2020 (minder mobiliteit door onder meer lock-
drie veranderingen in de regionale mobiliteit, namelijk;
downs). Deze positieve trendbreuk was tijdelijk. In 2021 is
•
Schoner: de transitie naar zero emissie.
het energiegebruik gestegen doordat de mobiliteit weer
•
Slimmer: minder en slimmer verplaatsen (bijvoorbeeld
steeg. Hoewel de regio-specifieke cijfers voor 2022 nog
thuiswerken of carpoolen).
niet beschikbaar zijn, is landelijk het energiegebruik naar
Anders: veranderen van modaliteit, zoals vervoer van
schatting met ca. 1% gedaald6 .
•
weg naar water of van auto naar fiets. Naast de genoemde externe factoren die geleid hebben De ambities voor duurzame mobiliteit van Holland Rijnland
tot een reductie in het energieverbruik en de CO2-uit-
zijn ook verankerd in de Regionale Strategie Mobiliteit
stoot heeft de transitie naar elektrische auto’s ook een
(RSM) en de Regionale Omgevingsagenda (ROA) en ver-
positieve bijdragen geleverd. Een deel van de daling in
schillende lokale beleidsdocumenten.
het energieverbruik en in de CO2-uitstoot is gekomen doordat een op de twintig brandstofauto’s in Holland Rijnland zijn omgeruild voor een elektrisch auto.
6 https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2023/11/uitstoot-broeikasgassen-9-procent-lager-in-2022#:~:text=Uitstoot%20CO2%20Nederlandse%20economie,2%20uitgestoten%20dan%20in%202021. Inschatting op basis van een daling van 1% CO2-uitstoot van de sector mobiliteit volgens de Klimaatakkoord definitie.
Voortgangsbericht RES HOLLAND RIJNLAND I april 2023
11 11
Ontwikkeling energiegebruik mobiliteit
Figuur 4: Ontwikkeling energiegebruik mobiliteit
Voortgangsbericht RES HOLLAND RIJNLAND I april 2023
Figuur 5: Ontwikkeling van het energiegebruik van mobiliteit in RES Holland Rijnland.
12
Nadere duiding stand van zaken en voortgang
Hierbij kan worden gedacht aan het ondersteunen van
Zie ook bijlage 2 voor nadere informatie hierover. In feite
De actieve betrokkenheid bij de Regionale Agenda Laad-
subsidieaanvragen, gezamenlijk ontwikkelen van (hand-
is er geen sprake meer van één gedeelde RES 1.0 op dit
infrastructuur (RAL) Zuidwest zorgt ervoor dat de stem van
reikingen voor) beleid, kaders en uitvoering voor bijvoor-
onderwerp. Dit maakt de status van de ambitie diffuus.
Holland Rijnland goed wordt gehoord. Zo heeft gemeente
beeld deelmobiliteit en laadvoorzieningen.
De samenwerkende RES-partijen hebben uitgesproken
Leiden verschillende gemeenten met het open markt-
dat de oorspronkelijke regionale ambitie tot nader order
model in Zeeland en Zuid-Holland vertegenwoordigd in
Om tot schonere, andere en slimmere mobiliteit te komen
gesprekken met marktpartijen voor laadinfrastructuur.
is gedragsverandering nodig. Dit vraagt om bestuurlijke
Deze betrokkenheid heeft er ook toe geleidt dat een snel-
afwegingen. Hiervoor is het nodig dat er voldoende en
Met het oog op tijdige realisatie in 2030 is het nodig dat
laad-strategie voor onze regio wordt gefinancierd door
passende informatievoorziening komt voor bewoners,
voor de projecten die deze ambitie invulling geven per
de RAL Zuidwest, waar andere regio’s van kunnen leren.
volksvertegenwoordigers en raadsleden. Hierbij kan wor-
begin 2025 de vergunningen verleend moeten zijn.
het vertrekpunt blijft.
den gedacht aan campagnes, bestuurlijke informatieEr is een dekkend netwerk van laadpalen gerealiseerd in
voorziening, etc.
de RES-gemeenten. Dat zorgt ervoor dat meer mensen overstappen op elektrische auto’s. Ook wordt in Holland
Waar staan we nu? Eind 2021 was ongeveer 0,06 TWh gerealiseerd, te weten
3.3.
Duurzame Opwek Energie (DOE)
ongeveer 0,006 TWh zon op veld en 0,05 TWh wind.
Rijnland goed gebruik gemaakt van de landelijke subsidies voor de aanschaf van een elektrische auto. Tevens
Doelstelling RES 1.0
Sinds afronding van de RES 1.0, medio 2021, zijn er geen
maakt de regio zich sterk voor een doorfietsroutenetwerk,
De ambitie uit de RES 1.0 voor opwek van zon en wind op
grote projecten gepland. Specifiek voor wind geldt dat
wat onder meer geresulteerd heeft in een intentieverkla-
land bedraagt 0,9 TWh in 2030 (totaal duurzame elektrici-
die er ook niet waren. Wel zijn er bescheiden positieve
ring voor de doorfietsroute Leiden - Zoeterwoude - Alphen
teit 1,14 TWh, waarvan 0,25 TWh zon op dak (zie verderop)).
ontwikkelingen voor zon op veld: een aantal projecten
aan den Rijn.
Deze doelstelling komt voort uit het Holland Rijnland Ener-
blijft in de pijplijn, bij elkaar goed voor een verwachte
gieakkoord uit 2017. Notie hierbij is dat de besluitvorming
bijdrage van 0,01 TWh. Daarnaast bevat de pijplijn on-
Wat is er nodig om de ambitie te realiseren?
op de RES 1.0 in verschillende volksvertegenwoordigende
geveer 0,01 TWh voor zon op grote daken (zie figuur 6).
Het behalen van de gestelde doelen vraagt in elk geval
organen moties en amendementen heeft opgeleverd, die
om het voortzetten en waar mogelijk versterken van de
doorwerken op de regionale ambities voor dit onderdeel.
huidige samenwerking binnen de regio.
Voortgangsbericht RES HOLLAND RIJNLAND I april 2023
13
Stand van zaken grootschalige opwek van electriciteit in Holland Rijnland
Hoewel er in een beperkt aantal gemeenten wordt gewerkt aan het vertalen van zoekgebieden naar concrete projectlocaties, is de voortgang over de gehele regio bezien beperkt. Er zijn verschillende zoekgebieden voor wind- als zonne-energie afgevallen, en geen nieuwe zoekgebieden of significante projecten bijgekomen. Op basis hiervan kan worden gesteld dat de regio niet op koers ligt voor het behalen van de regionale ambitie. Zeker met het oog op de beperkte tijd die resteert tot aan begin 2025 (wanneer de vergunningen voor de projecten verleend moeten zijn). Aangezien dit in de meeste gemeenten nog verankering in het lokale beleid
Figuur 6: Stand van zaken huidige productie (wind, zon op veld en zon op dak), pijplijn en resterende ambitie ten opzichte van het RES 1.0 bod, volgens het begrippenkader data en monitoring van het NP RES.
Huidige situatie grootschalige opwek van electriciteit
vraagt, wat ook de nodige tijd vraagt, is hiervoor (zeer) sterke versnelling en opschaling nodig van projecten. Ingegeven door de constatering dat een gezamenlijk beeld, interpretatie van de regionale ambitie en inzet ontbrak, is hier de afgelopen tijd hard gewerkt. Inmiddels zijn gedragen procesafspraken gemaakt om, meer vanuit lokale schaal opgebouwd, te komen tot lokale bijdragen aan de gezamenlijke regionale ambitie. Hierbij blijft de oorspronkelijke inzet uit de RES 1.0 het uitgangspunt. Het resultaat van de bijbehorende regionale dialoog op basis van de lokale ambities en uitwerkingen kan input vormen voor een latere herijking van de regionale ambitie.
Figuur 7: Huidige situatie van grootschalige opwek van elektriciteit in RES Holland Rijnland.
Voortgangsbericht RES HOLLAND RIJNLAND I april 2023
14
Nadere duiding stand van zaken en voortgang
Gedachte hierachter is dat door eerst lokaal aan de slag
Daarnaast wordt door de gemeenten die dat willen in-
De voornaamste reden voor de beperkte voortgang
te gaan, ruimte ontstaat voor de uitwerking van lokale
gezet op het integraal inpassen van de energietransitie
is het ontbreken van een gezamenlijke en gedragen
ambities en zorgvuldige participatie met de omgeving.
in ruimtelijke ontwikkeling en verstedelijking. De koppeling
basis voor uitwerking van de zoekgebieden uit de RES
Dat draagt bij aan lokaal eigenaarschap, zodat vanuit
met ruimtelijke ontwikkeling en verstedelijking zoals het
1.0. Dit is op zijn beurt het gevolg van het vervallen van
die beweging kan worden samengewerkt aan regionale
realiseren van 30.500 woningen tot en met 2030 inclusief
zoekgebieden, ook in regionale samenhang, door de
ambities. Dit vraagt voornamelijk om de bijbehorende pri-
een bijbehorende vraag naar elektriciteit, zorgt voor een
amendementen en moties in de besluitvorming op de RES
oriteit en inzet (middelen en capaciteit) op lokale schaal.
beter verankerde besluitvorming, en een breder gedragen
1.0. Tevens hebben ook nieuwe lokale coalitieakkoorden
proces dat minder vrijblijvend wordt ervaren.
(na de gemeenteraadsverkiezingen) nieuwe beperkingen
Gezien de beperkte resterende theoretische potentie uit
opgeleverd ten opzichte van de oorspronkelijke regionale
de RES 1.0, vraagt het vasthouden van de oorspronkelijke
Om de urgentie en noodzaak van wind en zon op land
inzet. Dit heeft geleid tot een vermindering van de
regionale ambitie om aanvullende zoekgebieden. Daarbij
duidelijker over te brengen is er regionaal behoefte aan
maximale theoretische potentie in de regio, van 1,9 naar
is tevens relevant in welke mate de zoekgebieden uit de
een campagne vanuit het Rijk. Zowel politiek als maat-
0,7 TWh voor zon op veld en wind op land (zie bijlage 2).
RES 1.0 benut worden, dit vraagt de benodigde aandacht:
schappelijk kan dit sterk bijdragen aan de acceptatie
het laten vervallen van specifieke zoekgebieden lijkt de
van de energietransitie als noodzaak en van duurzame
Relevant is om te melden dat er positieve uitzonderingen
druk op de resterende zoekgebieden te verhogen. En dat
opwek van elektriciteit met zon en wind in het bijzonder.
zijn op dit beeld, te weten een aantal zonneprojecten
leidt weer tot discussie over ook de status van die reste-
dat wordt uitgewerkt.
rende zoekgebieden. Juist om die reden is het van belang
3.4.
Zon op Dak
dat, naast het vinden van aanvullende zoekgebieden, Wat is er nodig om de ambitie te realiseren?
ook de mogelijkheden binnen bestaande zoekgebieden
Doelstelling RES 1.0
Zoals aangegeven is het nu aan de gemeenten om van-
goed onderzocht worden.
In RES 1.0 is vastgelegd dat alle daarvoor geschikte daken
uit de lokale schaal met passende, concrete plannen
in 2050 een tweede functie hebben. Opwek van elektrici-
en bijdragen te komen. Dit in het verlengde van de ge-
Tegelijkertijd vraagt dit alles om een bijpassende wijze
teit en warmte van zon heeft daarbij de voorkeur. Voor het
meentelijke wens om nu eerst in te zetten op versnelling
van regionale samenwerking op dit thema. Niet alleen
opwekken van elektriciteit met behulp van zonnepanelen
van lokale beleids- en projectontwikkeling als basis voor
om goede ervaringen en kennis uit te wisselen, maar ook
wordt onderscheid gemaakt tussen kleine en grote daken.
versnelling in realisatie.
om waar nodig -de regionale ambitie bij te sturen en bovenlokale samenhang te blijven borgen.
Voortgangsbericht RES HOLLAND RIJNLAND I april 2023
15
Grote daken zijn daken waar meer dan 15 kWp (kiloWattpiek) opgewekt kan worden. De ambitie is om 0,25 TWh
Opwek met systemen op dak (kleiner dan 15 kW)
op te wekken op grote daken in 2030. De totale potentie van grote daken in de RES-regio is 1,2 TWh. Hierbij wordt 100% van alle grote daken bezet. Het behalen van de regionale doelstelling van 0,25 TWh vraagt dus om een realisatie van 22% van de totale potentie van grote daken. Kleine daken zijn daken waar minder dan 15 kWp opgewekt kan worden. De doelstelling voor kleine daken is om 0,24 TWh op te wekken in 2030. Voor zon op dak is er ook de doelstelling om 0,03 TWh in 2030 op te wekken met behulp van zonthermie (warmte uit zonlicht).
Opwek met systemen op dak (groterdan 15 kW)
Waar staan we nu? Eind 2021 was de daadwerkelijke opwek van zon op grote daken 0,09 TWh van de 0,25 TWh in 20307 . Voor kleine daken was de realisatie eind 2021 0,14 TWh van de 0,24 TWh doelstelling in 2030 (zie figuur 8 en 9).
Figuur 8 en 9: Ontwikkeling zon op kleine (<15 kWp) en grote daken (>15 kWp). Grafieken beschrijven daadwerkelijke opwek. Beide zijn op koers en zon op kleine daken ligt zelfs boven de doellijn.
7 Voor het RES-bod mogen wij uitgaan van 0,11 TWh volgens van de PBL-methodiek, deze houdt rekening met de verwacht jaaropbrengst, ook van panelen die halverwege het jaar zijn gelegd. Zie: https://klimaatmonitor.databank. nl/dashboard/dashboard/begrippenkader-res--huidig
Voortgangsbericht RES HOLLAND RIJNLAND I april 2023
16
3.5.
Warmte
Voor beide doelstellingen liggen we, uitgaande van een
Bij dit laatste kan worden gedacht aan onvoldoende
lineaire groei naar de ambitie, op koers. In de periode tot
stevige daken, complexe eigendomssituaties, contractre-
2019 was de groei van gerealiseerde opwek door zon op
laties, verzekerbaarheid, etc. Anders gezegd gaat ook het
Doelstelling RES 1.0
dak exponentieel. Van 2019 tot en met 2021 zette deze
geluid op dat ‘de makkelijke’ daken inmiddels gerealiseerd
In de RES is de ambitie vastgelegd dat alle woningen
lineair door. In 2022 lijkt de opwek door zon op grote da-
zijn, en de ingewikkelder situaties meer vragen.
en gebouwen aardgasvrij zijn in 2050. Om dit te halen
ken landelijk af te vlakken8.
is afgesproken dat in 2050 de warmtevraag met 30% is Wat is er nodig om de ambitie te realiseren?
afgenomen is ten opzichte van 2014. De resterende warm-
•
Actief benaderen en werken aan informatievoorzie-
tevraag wordt volledig ingevuld met duurzame bronnen.
nen klaar, wat beperkte verwachtingen oplevert voor de
ning en ontzorging van eigenaren/ initiatiefnemers.
Daarbij is het streven om als regio zo veel als mogelijk
toekomstige groei van realisatie. Ook hierbij een kantte-
Gedacht kan worden aan doelgroepenbenaderingen
zelfvoorzienend te zijn (maximaal 24% importeren), inclu-
kening: de doorlooptijd voor zon op dak is relatief kort,
voor bedrijven, corporaties, schoolbesturen, VvE’s,
sief de benodigde elektrificatie van warmte. Inschatting
wat betekent dat projecten niet lang op de planning
ook op basis van potentie. Dit in combinatie met
is dat deze elektrificatie in 2040 om ongeveer 1,18 TWh
staan voordat ze gerealiseerd wordt. De planning voor
een aanbod voor passende informatievoorziening
extra elektriciteit opwek vraagt.
kleine daken is onbekend.
(denk aan subsidiemogelijkheden) en ontzorging voor
Op dit moment ligt er voor ongeveer 0,01 TWh aan plan-
de verschillende ervaren drempels. Hierbij kan ook
Afgeleide (proces)doelstelling voor de RES is daarbij om
Op dit moment is er geen opwek gerealiseerd voor zont-
worden gedacht aan energiescans en bezoeken aan
middels coördinatie van lokale ontwikkelingen (vraag/
hermie. Dit is hoofdzakelijk te wijten is aan onvoldoende
bedrijventerreinen.
afname, bronnen, infrastructuur) bij te dragen aan het
Viewer: Een zon op dak viewer realiseren (op basis
verzilveren van kansen op bovenlokale schaal. Om er zo
van diverse beschikbare data zoals de NP RES data,
voor te zorgen dat een optimaal regionaal warmtesys-
Nadere duiding stand van zaken en voortgang
netcongestiekaarten, Basisregistratie Adressen en
teem kan worden ontwikkeld, dat het mogelijk maakt om
In de afgelopen jaren zijn er veel SDE-subsidies aange-
Gebouwen data, etc.), zodat potentiële daken op
de genoemde doelstelling voor 2050 te halen. Vanuit dit
vraagd en toegekend in Zuid-Holland voor zon op dak.
adresniveau gemakkelijk inzichtelijk worden en er
oogpunt is onder meer de warmteladder9 opgenomen
Een relevant deel hiervan blijkt in praktijk geen opvolging
gericht acties kunnen worden opgestart.
in de RES 1.0.
rendabele projecten.
te krijgen. Oorzaak hiervan ligt in (combinatie van) knel-
•
•
Waar relevant samen met de netbeheerders zoeken
punten als gebrek aan tijd en kennis bij initiatiefnemers,
naar slimme oplossingen in geval van beperkingen
en technische, juridische en organisatorische complicaties.
vanuit de energie-infrastructuur (opslag, capaciteitsmanagement).
8 Mogelijkheid hierbij is dat realisatie zonder SDE ook mogelijk is met hoge energieprijzen, hetgeen registratie en monitoring bemoeilijkt.
Voortgangsbericht RES HOLLAND RIJNLAND I april 2023
17
Waar staan we nu? In 2020 was de warmtevraag 6 procent lager dan in 2014
Ontwikkeling warmtevraag en aanbod richting 2030
(dit komt overeen 0,3 TWh besparing), hetgeen past in een lineaire reductie van 30% naar in 2050 (Figuur 10). Op het gebied van de ontwikkeling van aanbod van duurzame warmte zijn de afgelopen periode belangrijke stappen gezet binnen de regio: In de planning voor afname van duurzame warmte zit WarmtelinQ Rijswijk – Leiden voor 40 MegaWatt (MW) en geothermie Shell en D4 met een aanbod van 40 MW (Figuur 11). De verwachtingen van de warmtevraag voor 2050 zijn onveranderd ten opzichte van de RES 1.0. Aan de kant van het aanbod is sprake van nieuwe inzichten: er is mogelijk
Figuur 10: Ontwikkeling van de warmtevraag in RES Holland Rijnland van 2014 tot en met 2030.
Verdieping totaal duurzaam aanbod
meer diepe geothermie (hogere maximale vollasturen) en minder restwarmte uit Rotterdam (lager maximaal vermogen is 104 MW ten opzichte van 116 MW in de RES 1.0). Daarnaast is het realistisch minimum van diepe geothermie verlaagd van 200 MW naar 140 MW in 2050 om aan te sluiten bij de bandbreedte van Energie Beheer Nederland.
Figuur 11: Verdieping van de totale duurzame warmte aanbod in RES Holland Rijnland.
9 De voorkeursvolgorde van warmtebronnen wordt weergegeven in de zogenoemde warmteladder: Restwarmte (1), Geothermie (2), Aquathermie (3), Open WKO’s (4), Warmtepompen en all-electric oplossingen (5), Groen Gas (6) en Biomassa (7). Deze ladder is onder meer gebaseerd op het principe dat we elektrificatie van de warmtevraag zoveel mogelijk proberen te voorkomen.
Voortgangsbericht RES HOLLAND RIJNLAND I april 2023
18
Mede ingegeven door deze nieuwe inzichten is van belang
Nadere duiding stand van zaken en voortgang
dat maximaal wordt ingezet op realisatie van de potentie
Hoewel actuele gegevens nog ontbreken, zien we dat in
het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie
van het warmteaanbod. Hoewel de bronnen verschillen
het afgelopen jaar een stimulerende prijs voor alternatie-
(NPLW) vormt een nieuwe impuls in de samenwer-
in temperatuur en omvang lijken ze allemaal nodig om
ven is ontstaan als gevolg van de gestegen energieprij-
king tussen de verschillende overheidslagen. Samen-
de elektriciteitsvraag zo veel mogelijk te beperken. Het
zen door geopolitieke ontwikkelingen zoals de oorlog in
werking met woningcorporaties en de netbeheerder
verschil in temperatuur van de bronnen en bijbehoren-
Oekraïne. Verwachting is dat dit op termijn terug te zien
wordt steeds intensiever. Dit is mede dankzij het af-
de mogelijke inzet in het warmtesysteem veroorzaakt
is in de cijfers. Hierbij is nog onduidelijk welk effect dit
schaffen van de verhuurderheffing en toenemende
een aanzienlijke bandbreedte in de additionele gas- en
precies zal hebben.
congestie in het elektriciteitsnet.
•
Doorontwikkeling samenwerking - De oprichting van
elektriciteitsvraag die nodig is om de bronnen nuttig te kunnen gebruiken.
Wat is er nodig om de ambitie te realiseren? •
3.6.
Communicatie en participatie
Beleidsinstrumenten en budget - Gemeenten hebben
Als individuele oplossing is alleen de (hybride) warmte-
inmiddels extra middelen ontvangen om ambtelijke
Doelstelling RES 1.0
pomp een reële optie. Deze optie staat lager in de RES
capaciteit rond de warmtetransitie verder op te bou-
We maken onderscheid tussen regionale en lokale parti-
1.0 warmteladder voor 2050 ten opzichte van collectie-
wen. De Wet gemeentelijke instrumenten warmte-
cipatie. Communicatie en participatie rondom uitvoering
ve opties. Collectieve opties hebben, waar mogelijk, de
transitie is in voorbereiding maar nog niet in werking.
zijn primair belegd bij de regiopartijen die eigenaar zijn
voorkeur. Voor succesvolle ontwikkeling van collectieve
Deze is nodig om effectief te werk te kunnen gaan.
van die uitvoeringsactiviteiten. Concreet betekent dit
Wet collectieve warmtevoorziening – Ten tijde van de
dat communicatie met of participatie van inwoners op
opgaan. Het collectieve warmteaanbod kan oplopen
RES 1.0 werd duidelijkheid verwacht in 2021. Onder-
dit niveau ligt bij de gemeenten. Contact met bewoners,
tot 25% in 2030 (bij meevallende ontwikkeling diepe geo-
tussen weten we dat het kabinet inzet op een grote
volksvertegenwoordigers en stakeholders blijft, net als bij
thermie). Op de collectieve warmtevraagontwikkeling is
publieke rol in collectieve warmte-infrastructuur. Het
de ontwikkeling van de RES 1.0, de verantwoordelijkheid
meer onzekerheid. Volgens de analyse van de Transitie
ontwikkelen van de wet vraagt meer tijd dan eerder
van gemeenten. In RES-verband krijgt deze activiteit on-
Visies Warmte (TVW’s) zijn er in het westen van Holland
voorzien. Dit betekent dat de mogelijkheden van
dersteuning onder meer door middelen te ontwikkelen die
Rijnland ca. 8% van de woningen van het gas af gehaald
gemeenten om te kunnen sturen op realisatie langer
lokaal kunnen worden ingezet en door bijeenkomsten te
in 2030. Dit is fors lager dan qua warmteaanbod mogelijk
beperkt blijven.
organiseren met betrokkenen.
opties moeten warmteaanbod en warmtevraag gelijk
•
is. Hier zijn mogelijk goede verklaringen voor, maar het blijft een aandachtspunt.
Voortgangsbericht RES HOLLAND RIJNLAND I april 2023
19
Waar staan we nu?
Financiële participatie
Wat is er nodig om de ambitie te realiseren?
In afstemming met de RES-partners is de afgelopen tijd
Lokaal wordt gewerkt aan invulling van de ambitie uit
Vanuit de huidige ambities, de afspraken over het klimaat
gewerkt aan onder meer de volgende communicatie
het Klimaatakkoord om 50% lokaal eigendom te bereiken
bij de regiopartijen en de capaciteit bij gemeenten heb-
met stakeholders:
bij projecten. Financiële participatie van de omgeving in
ben we nu gerealiseerd wat haalbaar is. Dit ook vanuit
•
Webinar voor VVE’s over laadinfra op hun eigen
projecten maakt het mogelijk dat deze omgeving mee
de beperkte beschikbare capaciteit, die in de afgelopen
terrein (600+ kijkers).
kan delen in opbrengsten.
periode al leidde tot lange aanlooptijden van activiteiten.
•
•
Serie van drie webinars voor werkgevers in de
Als de ambities veranderen, dan vraagt dat ook iets van
regio hoe zij hun mobiliteit kunnen verduurzamen,
De bijbehorende aanpakken binnen de regio verschillen
gekoppeld aan een LinkedIn-campagne om de
onderling sterk.. Hier en daar is er een aantal projecten in
webinars onder de aandacht te brengen (bijna 400
de ontwikkelfase, in andere gemeenten zijn er nog geen
kijkers).
initiatieven. Ook verschilt het per gemeente of de ambitie
Bijeenkomst over kansen en belemmeringen voor
voor 50% lokaal eigendom is vastgelegd in beleid.
de huidige beschikbare capaciteit.
aquathermie voor professionals •
Tour du Soleil, programma gericht op bedrijventer-
Nadere duiding stand van zaken en voortgang
reinen om meer potentie te benutten voor zon op
In de afgelopen periode is, de vaak beperkt beschikbare
grote daken (nog in voorbereiding).
capaciteit, sterk gericht geweest op projecten rondom energiebesparing en financiële maatregelen om de ener-
In de afgelopen periode waren communicatie en par-
giekosten te verlagen. Dit past bij de actualiteit van het
ticipatie van gemeenten met hun inwoners onder meer
afgelopen jaar. Daarnaast is in gemeenten veel aandacht
gericht op energiebesparing en de warmte-transitie. Huis-
besteed aan de warmte-transitie. Daarmee is zeker bij-
aan-huis bladen, nieuwsbrieven en informatiekranten
gedragen aan het besparen van energie en het bekend
werden ingezet om inwoners te informeren. Om inwoners
maken van de alternatieven om in de toekomst huizen
te betrekken, zijn diverse inwonersavonden georganiseerd.
te verwarmen.
De opkomst was wisselend. Als gevolg van de ontwikkelingen rond het onderwerp opwek (zon en wind op land) is op dit onderwerp vanuit de gemeenten in de regio nauwelijks inzet gepleegd.
Voortgangsbericht RES HOLLAND RIJNLAND I april 2023
20
* Rekening gehouden met een correctie door de PBL-systematiek, die rekening houdt met de productie die nieuwe panelen zouden hebben wanneer ze er een heel jaar zouden liggen, zie https://klimaatmonitor.databank. nl/dashboard/dashboard/begrippenkader-res--huidig
Voortgangsbericht RES HOLLAND RIJNLAND I april 2023
21
Bijlage 2 Effect van moties, amendementen en lokaal beleid inclusief coalitieakkoorden op de RES 1.0
Figuur 12: Oorspronkelijke RES 1.0 kaart.
Voortgangsbericht RES HOLLAND RIJNLAND I april 2023
Figuur 13: RES 1.0 kaart met verwijderde zoekgebieden.
22
Voortgangsbericht RES HOLLAND RIJNLAND I april 2023
23