CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

Db02.5 College, bijlage voorontwerpbp bijlage bij toelichting.pdf

Gemeenteraad 30 juni 2022, gemeente HillegomBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken8.953 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Molenlaan 39 t/m 43

bestemmingsplan Molenlaan 39 t/m 43

Inhoudsopgave

Bijlagen bij de toelichting

3

Bijlage 1

Ecologisch onderzoek 10.02.2022

4

Bijlage 2

Participatie omgeving december 2021

31

Bijlage 3

Participatie direct omwonenden (anoniem)

37

2

Inhoudsopgave (voorontwerp)

bestemmingsplan Molenlaan 39 t/m 43

Bijlagen bij de toelichting

Bijlagen bij de toelichting (voorontwerp)

3

bestemmingsplan Molenlaan 39 t/m 43

Bijlage 1 Ecologisch onderzoek 10.02.2022

4

Bijlagen bij de toelichting (voorontwerp)

Quickscan Wet natuurbescherming Molenlaan 39-43 Oriënterend onderzoek ecologie in het kader van de Wet natuurbescherming

Colofon

Status:

Definitief

Project:

2021-1192

Datum:

8 december 2021

Revisie:

10 februari 2022

Samensteller:

ing. R.C. Pickert

Collegiale toets:

ir. T.W.D. Schrader

Opdrachtgever:

AGROM advies ruimtelijke ordening milieu

Contactpersoon:

H. Misset

Disclaimer Blom Ecologie B.V. is niet aansprakelijk voor schade die voortkomt uit toepassing van de resultaten van werkzaamheden en/of gegevens verkregen van Blom Ecologie B.V. Niets uit deze rapportage mag zonder schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en Blom Ecologie B.V. worden gebruikt door derden. Onder gebruik worden alle vormen van kopie, openbaarmaking en elke andere toepassing begrepen. Deze rapportage mag alleen gebruikt worden voor het doel waarvoor het is samengesteld.

Inhoud 1 Inleiding 1.1

Planlocatie

2 Methode

4 5

7

2.1

Uitvoering onderzoek

7

2.2

Soortenbescherming

7

2.3

Gebiedsbescherming

8

2.4

Houtopstanden

9

3 Beoordeling

10

3.1

Soortenbescherming

10

3.2

Gebiedsbescherming

14

3.3

Houtopstanden

16

4 Samenvatting

17

4.1

Soortenbescherming

17

4.2

Gebiedsbescherming

17

4.3

Houtopstanden

17

5 Conclusie

18

5.1

Conclusie

18

5.2

Uitvoerbaarheid

18

5.3

Vervolgstappen

18

5.4

Te treffen maatregelen

18

1 Inleiding Aan de Molenlaan 39-43 te Hillegom is een braakliggend perceel gesitueerd. De initiatiefnemer is voornemens de bestaande groenstructuren op de planlocatie te verwijderen ten behoeve van drie woningen. Het bestemmingsplan voorziet niet in de beoogde ontwikkeling en dient derhalve te worden gewijzigd van ‘nadere invulling’ naar ‘wonen’. De beoogde ontwikkeling heeft mogelijk een negatief effect op beschermde flora en fauna (soortenbescherming), beschermde natuurgebieden (gebiedsbescherming) en/of beschermde houtopstanden. Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling geldt de wettelijke verplichting onderzoek te verrichten naar de aanwezigheid van beschermde flora en fauna en de mogelijke effecten van de ruimtelijke ingreep daarop. Middels voorliggend ecologisch oriënterend onderzoek is de (potentiële) aanwezigheid van beschermde flora en fauna en de betekenis van de planlocatie voor deze soorten in kaart gebracht. Tevens is de ligging van het gebied ten opzichte van beschermde natuurgebieden en beschermde structuren in kaart gebracht en eventuele effecten beoordeeld. AGROM begeleidt de ruimtelijke procedure en heeft Blom Ecologie verzocht de planlocatie te onderzoeken op aanwezigheid van beschermde flora en fauna en deze vervolgens te toetsen aan de effecten van de werkzaamheden en het geldende bestemmingsplan.

Onderzoeksdoelen • Is het bestemmingsplan dat wordt opgesteld voor het project zoals hiervoor omschreven uitvoerbaar zoals het bepaalde in de Wro (art. 3.1.6 Bro)? • Welke, krachtens de Wet natuurbescherming, beschermde flora en fauna zijn (potentieel) aanwezig op de planlocatie en welke negatieve effecten kunnen optreden als gevolg van de beoogde ruimtelijke ingreep? • Heeft de beoogde ruimtelijke ingreep een negatief effect op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden of de wezenlijke kenmerken en waarden van provinciaal aangewezen beschermde gebieden. • Leidt de beoogde ruimtelijke ingreep tot kap van houtopstanden zoals bedoeld in de Wet natuurbescherming? • Dienen er vervolgstappen in het kader van de Wet natuurbescherming en/of provinciaal aangewezen beschermde gebieden te worden genomen, en zo ja, welke?

Figuur 1.1 Het plangebied is gelegen aan de Molenlaan 39-43 te Hillegom. 4

1.1

Planlocatie De planlocatie is gelegen aan de Molenlaan 39-43 te Hillegom (figuur 1). De planlocatie bestaat uit een braakliggend perceel. Het perceel is deels onbegroeid en grotendeels begroeid met bomen en dicht struikgewas. Op het perceel is tevens een reeds gesloopt gebouw aanwezig. Er is geen oppervlaktewater op de planlocatie aanwezig, echter loopt direct langs de westzijde van de planlocatie een sloot. In figuur 1.3 en bijlage 1 zijn een aantal foto’s opgenomen die een impressie geven van de planlocatie en de directe omgeving hiervan.

Figuur 1.2 De planlocatie (rood omkaderd) is gelegen aan de Molenlaan 39-43 te Hillegom. De directe omgeving van de planlocatie wordt gekenmerkt door woonwijken met eengezinswoningen ten westen en zuiden van de planlocatie, en een bedrijventerrein ten noorden van de planlocatie. Op circa 400 m afstand ligt agrarisch gebied. Circa 200 m ten westen ligt de N208. Beoogde ruimtelijke ingreep De beoogde ruimtelijke ingreep betreft het realiseren van drie woningen. Daarbij worden meerdere bomen gekapt en de groenstructuren verwijderd. De functie van het perceel dient te wijzigen van ‘nadere invulling’ naar ‘wonen’. Onderstaand volgt een korte opsomming van de ingrepen en effecten: • • • • •

kappen van bomen: kapwerkzaamheden en afvoer hout; verwijderen terreininrichting, waaronder gedeelte van het groen: graafwerkzaamheden, transport (afvoer) van materiaal en groen; egaliseren terrein: graafwerkzaamheden en grondtransport; realisatie nieuwbouw: algemene bouwwerkzaamheden; revitalisatie terrein en aanleg verharding: allerhande (straat- en hoveniers) werkzaamheden.

5

Figuur 1.3 Visuele representatie van de beoogde situatie.

6

2 Methode Dit oriënterend onderzoek verkent alle relevante vakgebieden met betrekking tot de Wet natuurbescherming. Hierbij wordt een beoordeling gegeven van de aanwezigheid van specifieke potentie voor beschermde flora en fauna op de planlocatie, de betekenis van de planlocatie voor de aanwezige soorten en de effecten van de voorgenomen ingrepen op de soorten. Dit onderzoek bestaat uit een veldbezoek en raadpleging van externe bronnen. De reikwijdte bestaat uit de Wet natuurbescherming en relevante provinciale aanwijzingen.

2.1

Uitvoering onderzoek Het veldbezoek is een momentopname van de aanwezige flora en fauna. Op basis van dit veldbezoek wordt een inschatting gemaakt omtrent de mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten. Tijdens het veldbezoek is de planlocatie nauwkeurig onderzocht, waarbij ook gelet werd op sporen en delen of restanten van planten en/of dieren. Het veldbezoek heeft plaatsgevonden op 22 november 2021 en is uitgevoerd door ing. R.C. Pickert De weersomstandigheden tijdens het veldbezoek waren; droog, 4/8 bewolkt, 10 Celsius en windkracht 0-1 (Bft). Vaak zijn er al gegevens bekend over een planlocatie en de directe omgeving hiervan. Deze gegevens worden onder andere beheerd in rapporten en naslagwerken en door de Nationale Database Flora en Fauna (NDFF). In NDFF wordt normaliter hierbij een straal van 2 km aangehouden rondom de planlocatie. Afhankelijk van het karakter en ligging van de planlocatie kan een afwijkende afstand aangehouden worden. Raadpleging van externe bronnen levert vaak nuttige aanvullende informatie op en biedt daarmee een vollediger beeld van de (mogelijk) aanwezige flora en fauna.

2.2 Soortenbescherming De soortenbescherming is opgedeeld in de volgende beschermingsregimes: Vogelrichtlijnsoorten (art. 3.1), Habitatrichtlijnsoorten (art. 3.5) en Andere soorten (art. 3.10). Hierin worden ook rust- en voortplantingsverblijfplaatsen en het functioneel leefgebied beschermd. Bij negatieve effecten op soorten in de specifieke soortenbescherming geldt een ontheffingsplicht. Van de verboden als bedoeld in Andere soorten art. 3.10 eerste lid kan door bevoegd gezag vrijstelling verleend worden voor het opzettelijk doden of vangen van individuen en voor het opzettelijk beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen of vaste rustplaatsen voor bepaalde soorten. Voor alle soorten in Nederland geldt dat er sprake is van een Algemene zorgplicht (art. 1.11) . Hierin wordt voorgeschreven dat nadelige gevolgen voor flora en fauna voorkomen moeten worden. Het uitgangspunt van de Algemene zorgplicht is dat het doden, verwonden, verontrusten of beschadigen van flora en fauna wordt vermeden. Deze zorgplicht geldt voor iedereen. In de Omgevingsverordening van Zuid-Holland is voor de volgende soorten vrijstelling opgenomen in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen:

7

Tabel 2.1

Vrijgestelde soorten in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen in de provincie ZuidHolland.

Vrijgestelde soorten Aardmuis

Gewone bosspitsmuis

Ondergrondse woelmuis

Bastaardkikker

Gewone pad

Ree

Bosmuis

Haas

Rosse woelmuis

Bruine kikker

Huisspitsmuis

Tweekleurige bosspitsmuis

Dwergmuis

Kleine watersalamander

Veldmuis

Dwergspitsmuis

Konijn

Vos

Egel

Meerkikker

Woelrat

2.3 Gebiedsbescherming Naast de specifieke soortenbescherming kent Nederland ook gebiedsbescherming, waarbij bepaalde gebieden extra bescherming genieten. Het gaat hier hoofdzakelijk om Natura 2000-gebieden en de provinciaal beschermde gebieden. Het beschermingsregime van overige op provinciaal niveau beschermde gebieden kan sterk verschillen tussen provincies. Natura 2000-gebieden Voor werkzaamheden in Natura 2000-gebieden is bij mogelijke effecten een Voortoets vereist. Met de Voortoets wordt bepaald of de plannen mogelijk negatieve effecten hebben op de doelstellingen van Natura 2000-gebieden. Ten aanzien van Natura 2000-gebieden kunnen ook externe effecten als stikstofdepositie en licht- of geluidsuitstraling van invloed zijn. Bij negatieve effecten op beschermde natuurgebieden dient een vergunning voorhanden te zijn. Provinciaal beleid Onderstaande teksten zijn gebaseerd op de meest recente versie van de Omgevingsverordening. Natuurnetwerk Nederland Binnen het Natuurnetwerk Nederland, onderverdeeld in bestaande en nieuwe natuur, waternatuur en ecologische verbindingen, geldt het ‘nee, tenzij’-principe.

Het uitgangspunt is dat een bestemmingsplan geen nieuwe activiteiten mogelijk maakt die de instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van deze gebieden significant beperken, of leiden tot een significante vermindering van de oppervlakte, kwaliteit of samenhang van die gebieden. Mocht een ontwikkeling wel negatieve gevolgen hebben op de bovengenoemde aspecten, is deze ontwikkeling alleen mogelijk als er geen reële alternatieven zijn en de negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarde, oppervlakte, kwaliteit en samenhang van het Natuurnetwerk Nederland worden beperkt en de overblijvende effecten gelijkwaardig worden gecompenseerd. Voor dergelijke ontwikkelingen dient tevens een ontheffing voorhanden te zijn. In de provincie Zuid-Holland valt het Natuurnetwerk Nederland onder beschermingscategorie 1. Bescherming van de ruimtelijke kwaliteit Provincie Zuid-Holland heeft gebieden aangewezen met speciale bescherming van de ruimtelijke kwaliteit. Deze bescherming is opgedeeld in beschermingscategorie 1 en beschermingscategorie 2.

8

Beschermingscategorie 1 Een bestemmingsplan voor een gebied met beschermingscategorie 1 kan niet voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling die leidt tot een wijziging van de bestaande gebiedsidentiteit op structuurniveau, of welke leidt tot het transformeren van de bestaande gebiedsidentiteit, tenzij het gaat om de ontwikkeling van bovenlokale infrastructuur of van natuur of om een in het Programma ruimte uitgezonde ruimtelijke ontwikkeling of een zwaarwegend algemeen belang en voort wordt voldaan aan gestelde voorwaarden. De gebieden met betrekking tot natuur binnen beschermingscategorie 1 betreffen Natuurnetwerk Nederland en Beschermd grasland in de Bollenstreek. Beschermingscategorie 2 Een bestemmingsplan voor een gebied met beschermingscategorie 2 kan niet voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling die leidt tot het transformeren van de bestaande gebiedsidentiteit, tenzij het gaat om de ontwikkeling van bovenlokale infrastructuur of van natuur of om een in het Programma ruimte uitgezonde ruimtelijke ontwikkeling of een zwaarwegend algemeen belang en voort wordt voldaan aan gestelde voorwaarden. De gebieden met betrekking tot natuur binnen beschermingscategorie 2 betreffen Belangrijk weidevogelgebied en de Groene buffer.

2.4 Houtopstanden Houtopstanden onder de Wnb betreffen zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, met een oppervlakte van 1000 m2 of meer, of een rijbeplanting met meer dan 20 bomen. Het is verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, zonder voorafgaand melding te doen bij gedeputeerde staten. Ingeval een houtopstand geheel of gedeeltelijk is geveld, dient deze binnen drie jaar herplant te worden. Het vellen van houtopstanden is niet meldingsplichtig in het kader van de Wnb als het één van de volgende typen houtopstanden betreft (Wnb art.

4.1): a) houtopstanden binnen de door gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom; b) houtopstanden op erven of in tuinen; c) fruitbomen en windschermen om boomgaarden; d) naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, niet ouder dan twintig jaar; e) kweekgoed; f) uit populieren of wilgen bestaande: (1) wegbeplantingen, (2) beplantingen langs waterwegen en/of (3) éénrijige beplantingen langs landbouwgronden; g) het dunnen van een houtopstand; h) uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: (1) ten minste eens per tien jaar worden geoogst, (2) bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en (3) zijn aangelegd na 1 januari 2013.

9

3 Beoordeling 3.1

Soortenbescherming Op basis van het veldbezoek en de bureaustudie wordt per soortgroep besproken wat de potentie van de planlocatie en de directe omgeving daarvan voor het voorkomen van soorten is, en welke effecten daarop te verwachten zijn ten gevolge van de beoogde ruimtelijke ingreep. Voor een aantal van de nationaal beschermde soorten (beschermingsregime ‘Andere soorten’) geldt vrijstelling in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen (zie soortenbescherming). In de voorliggende beoordeling is specifiek gelet op de potentiële aanwezigheid van beschermde soorten waarvoor geen vrijstelling geldt c.q. soorten waarvoor een ontheffingsplicht noodzakelijk is. Planten In de directe omgeving van de planlocatie is het voorkomen bekend van de wilde ridderspoor (NDFF 2011-2021). De planlocatie is een braakliggend terrein wat voornamelijk begroeid is met gewone braam. Wilde ridderspoor groeit op zonnige, kalkrijke, matig-stikstofrijke plekken. Voorbeelden hiervan zijn akkerranden en omgewerkte ruderale plekken. De soort is éénmalig waargenomen in 2015 op het bedrijventerrein ten noorden van de planlocatie. Het geschikte habitattype is afwezig op de planlocatie wegens de dichte ondergroei waardoor negatieve effecten op deze soort uitgesloten zijn. Ter plaatse van de planlocatie is slechts sprake van inheemse of aangeplante planten zonder beschermde status.

Enkele waargenomen soorten betreffen: Canadese fijnstraal, gewone braam, grote brandnetel, klimop en wilde aardbei. Op de brokstukken van het gesloopte gebouw na is er geen verharding op de planlocatie. Er zijn verschillende soorten bomen op de planlocatie aanwezig, bijvoorbeeld beuk, een groep coniferen, tamme kastanje en zwarte els. De beoogde ontwikkeling leidt niet tot aantasting van beschermde en/of kwetsbare vegetatie. Beschermde planten stellen over het algemeen specifieke eisen aan hun milieu, zoals kalkhoudende, stikstofarme of vochtige groeiplaatsen. Gelet op de functie, ligging en het gebruik van het perceel in relatie tot de habitatpreferentie van kwetsbare en zeldzame soorten wordt de aanwezigheid hiervan niet verwacht, waarmee negatieve effecten ten aanzien van beschermde planten derhalve kunnen worden uitgesloten. Grondgebonden zoogdieren Binnen een straal van circa 2 km is de aanwezigheid bekend van de volgende zoogdieren: bosmuis, bruine rat, bunzing, egel, haas, huismuis, huisspitsmuis, konijn, mol, ree, rode eekhoorn, veldmuis, vos en woelrat (NDFF 2011-2021). Voor de rode eekhoorn geldt dat deze beschermd is onder de Wet natuurbescherming en dat er geen vrijstelling geldt in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen. Tijdens het veldbezoek zijn geen sporen aangetroffen van (beschermde) zoogdieren.

De rode eekhoorn komt voor in bossen en parken met grote bomen. Wanneer er voldoende voedsel beschikbaar is kan de rode eekhoorn tevens in achtertuinen voorkomen. De rode eekhoorn is enkel op meer dan 1 km van de planlocatie waargenomen. In de bomen zijn geen nesten van de rode eekhoorn aangetroffen. Daarnaast wordt de planlocatie omgeven door een bedrijventerrein en woonwijken met veel verstoring, waaronder katten, wat het migreren naar de planlocatie bemoeilijkt. De brokstukken van het reeds gesloopte gebouw biedt mogelijk geschikt leefgebied voor de steenmarter en kleine marterachtigen, echter zijn de kleine marterachtigen vrijgesteld voor ruimtelijke ontwikkelingen. Er is recent een marteronderzoek gedaan in het noorden van Hillegom waarbij een steenmarter is waargenomen (Pieterman, 2021). Deze waarneming betreft een migratieroute op circa 750 m afstand van de planlocatie.

10

Hierbij is geconcludeerd dat de vaste rust en verblijfplaats aannemelijk in het agrarisch gebied ten oosten van Hillegom ligt, gezien het geschikte habitat en het waarnemingspatroon. Naast deze waarneming is er geen bekend verspreidingsgebied van de steenmarter in de omgeving van de planlocatie. De woning op de planlocatie is recent gesloopt, waardoor de planlocatie nog niet lang geschikt zou kunnen zijn voor de steenmarter. Daarnaast zijn er tijdens het veldbezoek geen sporen als wissels, prooiresten of uitwerpselen aangetroffen. Dit zal mede komen door het feit dat de planlocatie midden in de bebouwde kom ligt en er derhalve veel verstoring rond de planlocatie is. Cumulatief kan uitgesloten worden dat de planlocatie een vaste rust- of verblijfplaats biedt voor de steenmarter. Door vorengenoemde is het uitgesloten dat de planlocatie een essentiële functie bevat voor soorten van de Habitatrichtlijn en niet vrijgestelde Andere soorten. De planlocatie heeft enkel mogelijk een functie voor algemene soorten. Dit betreft met name egel, konijn, mol en veldmuis. Dergelijke soorten zijn dermate opportunistisch dat in de directe omgeving voldoende vergelijkbaar habitat aanwezig is waar ze zich al dan niet tijdelijk kunnen ophouden. Bovendien geldt voor dergelijke algemene soorten vrijstelling in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen.

Op en rondom de planlocatie zijn geen holen, nesten of sporen aangetroffen die duiden op de aanwezigheid van beschermde zoogdiersoorten die buiten de Omgevingsverordening van de provincie vallen (zie Wnb art 3.10). Effecten op beschermde grondgebonden zoogdieren zijn uitgesloten. Vleermuizen Binnen een straal van 2 km is het voorkomen bekend van de volgende vleermuissoorten: gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger, meervleermuis, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en watervleermuis (NDFF 2011-2021). Onder de Wet natuurbescherming zijn alle in Nederland voorkomende vleermuizen als Habitatrichtlijnsoorten beschermd. Laanvormige bomenrijen, oude bomen met gaten en scheuren, (oude) gebouwen met kieren en spleten en/of structuurrijke groenelementen kunnen een functioneel onderdeel zijn van een vleermuishabitat. Ongeacht de mogelijke aanwezigheid van vleermuisverblijfplaatsen kunnen vleermuizen gebruikmaken van de planlocatie tijdens vliegbewegingen en foerageeractiviteiten. Hier dienen in het kader van de Algemene zorgplicht mogelijk maatregelen genomen te worden (zie H5.4). Op de planlocatie zijn de grote bomen geïnspecteerd op de aanwezigheid van boomholten loshangende bastdelen, scheuren, spleten of andere openingen welke kunnen dienen als verblijfplaats.

Er worden enkele tientallen bomen gekapt, waarvan slechts enkele dik genoeg zijn voor geschikte boomholten. Op de planlocatie zijn geen voor vleermuizen geschikte boomholten aanwezig welke kunnen dienen als verblijfplaats. De ontwikkeling resulteert derhalve niet in het wegnemen van verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen. Er zijn geen gebouwen op de planlocatie aanwezig. Wegens het ontbreken van bebouwing is het voor vleermuizen onmogelijk om een geschikte verblijfplaats te vinden. Het is uit te sluiten dat de planlocatie gebruikt wordt door vleermuizen die in bebouwing leven, zoals gewone dwergvleermuis, laatvlieger en ruige dwergvleermuis. Hoewel het uitgesloten is dat vleermuizen de planlocatie gebruiken als verblijfplaats, bestaat de mogelijkheid dat vleermuizen de planlocatie gebruiken als foerageergebied en/of vliegroute. Er is geen sprake lang lijnvormige structuren, het gebruik als vliegroute is derhalve uitgesloten. Het is niet uit te sluiten dat de planlocatie sporadisch als foerageergebied gebruikt wordt. Echter biedt de groene woonwijk ten zuiden van de planlocatie voldoende foerageergebied. Daarnaast zullen de tuinen rond de te bouwen woningen tevens groen ingericht worden, waardoor er slechts sprake is van een geringe afname van groenstructuren. Derhalve is er geen sprake van afname van essentieel foerageergebied.

In de luwte van opgaande vegetatie kunnen vliegbewegingen en foerageeractiviteiten van vleermuizen plaatsvinden. Hierbij kan sprake zijn van tijdelijke verstoring van vleermuizen ten gevolge van werkzaamheden of lichtgebruik. Vleermuizen jagen op insecten waarbij ze opportunistisch gebruik maken van een groot netwerk aan jachtgebieden. De omvang en het gebruik van een gebied alsmede de jachttechniek en prooien verschillen per soort. Gedurende het foerageren verspreiden vleermuizen zich diffuus over het landschap waarbij veelal gebruik wordt gemaakt van bosranden, bomenlanen, 11

oeverzones of andere structuurrijke zones. Vleermuizen kunnen verblind en daardoor gedesoriënteerd raken als gevolg van felle verlichting. Sterk verlichte locaties worden gemeden door vleermuizen. Tijdens en na de beoogde ontwikkeling dient bij voorkeur geen verlichting te worden toegepast. Bij voorkeur de werkzaamheden uitvoeren tussen zonsopkomst en zonsondergang. Mocht verlichting noodzakelijk zijn wordt vleermuisvriendelijke verlichting geadviseerd. Amfibieën Binnen een straal van circa 2 km is de aanwezigheid bekend van de volgende amfibieënsoorten: boomkikker, bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander, meerkikker en rugstreeppad (NDFF 2011-2021). Voor de volgende soorten geldt dat deze beschermd zijn onder de Wet natuurbescherming en dat er geen vrijstelling geldt in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen: boomkikker en rugstreeppad. Amfibieën leven in zowel een aquatisch (m.n. lente/zomer) als een terrestrisch (m.n. herfst/winter) habitat. Beide habitatonderdelen dienen op korte afstand van elkaar te liggen. Op de planlocatie is geen oppervlaktewater aanwezig. De boomkikker brengt het grootste deel van zijn volwassen tijd door op het land, waarbij hij in zonnig gelegen bomen, struwelen, hoge meerjarige kruiden en oeverplanten voorkomt. Het gebruikelijke habitat van de boomkikker is de zoomvegetatie in de overgang van een bos naar een natte zone.

Het waterhabitat bestaat vooral uit geïsoleerde, stilstaande wateren met voldoende voedsel. Belangrijk voor voortplantingswateren zijn een zonnige ligging, beschutting tegen de wind, goed ontwikkelde watervegetatie en de afwezigheid van vissen. De sloot naast de planlocatie is niet geschikt voor de boomkikker. Daarnaast is de boomkikker op circa 1,9 km van de planlocatie waargenomen. Derhalve kan de aanwezigheid van de boomkikker op de planlocatie uitgesloten worden. De rugstreeppad is een pionierssoort welke snel nieuw leefgebied kan koloniseren. Het voortplantingswater is ondiep, zonnig en zonder vegetatie. De rugstreeppad is recent (NDFF, 2020) op minder dan 1 km afstand waargenomen. Op het moment is er geen geschikt habitat voor de rugstreeppad aanwezig, echter kan dit tijdens de bouwwerkzaamheden wel ontstaan. Om kolonisatie van de rugstreeppad te voorkomen dienen er maatregelen genomen te worden (zie te treffen maatregelen). De reeds gesloopte woning ligt nog steeds in grote brokstukken op de planlocatie. Dit creëert zeer geschikte overwinteringslocaties voor amfibieën. Om negatieve effecten op overwinterende amfibieën te voorkomen dienen er maatregelen getroffen te worden. Het is niet uit te sluiten dat algemene soorten, zoals de bruine kikker en gewone pad, gedurende de terrestrische (herfst/winter) periode voorkomen binnen de planlocatie.

Deze dieren vallen echter onder de vrijstelling voor ruimtelijke ontwikkelingen op basis van de vastgestelde provinciale verordeningen. Reptielen Binnen een straal van circa 2 km is de aanwezigheid bekend van de volgende inheemse reptielen: zandhagedis (NDFF 2011-2021). Voor alle inheemse reptielen geldt dat deze beschermd zijn onder de Wet natuurbescherming en geen vrijstelling geldt in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen. Reptielen zijn over het algemeen verbonden aan structuurrijke en weinig verstoorde biotopen als heidevelden, bosgebied en natuurlijke oevers. De zandhagedis komt voornamelijk voor in de duinen en op heidevelden. De zandhagedis is op meer dan 1 km afstand van de planlocatie waargenomen. Op de planlocatie is geen zandgrond aanwezig. Derhalve kan de aanwezigheid van de zandhagedis uitgesloten worden. Negatieve effecten op beschermde reptielen zijn derhalve uitgesloten. Vissen Binnen een straal van 2 km is de aanwezigheid van beschermde vissoorten niet bekend (NDFF 20112021). 12

Op de planlocatie en binnen de invloedssfeer van de beoogde ruimtelijke ingreep bevindt zich geen oppervlaktewater. Negatieve effecten op (beschermde) vissen zijn uitgesloten. Insecten en andere ongewervelden Binnen een straal van 2 km is de aanwezigheid van beschermde insecten of ongewervelden niet bekend (NDFF 2011-2021). Op de planlocatie zijn gedurende het veldbezoek geen (sporen en/of delen van) beschermde vlinders, libellen of andere ongewervelden aangetroffen. Op de planlocatie zijn geen plantensoorten aangetroffen die specifiek voor een beschermde ongewervelde een waardplant vormen. Ook is er geen sprake van oud hout, zure vennetjes of andere specifieke omstandigheden die duiden op de mogelijke aanwezigheid van beschermde insecten of andere ongewervelden. Negatieve effecten op de soortgroep zijn uitgesloten. Vogels Op de planlocatie en de directe omgeving hiervan zijn tijdens het veldbezoek de volgende soorten waargenomen: ekster, kauw, koolmees, pimpelmees, roodborst en Turkse tortel. Gedurende het veldbezoek zijn geen individuen, nesten en/of sporen aangetroffen van vogelsoorten met een jaarrond beschermde nestlocatie en/of leefgebied. Binnen een straal van 100 meter van de planlocatie is vastgestelde aanwezigheid van nestlocaties van jaarrond beschermde vogels niet bekend (NDFF 20112021). Vogels - Jaarrond beschermde nestlocaties (cat.

1 t/m 4) De huismus broedt vrijwel altijd bij bebouwing en bouwt zijn nesten onder dakpannen, onder golfplaten, kieren/gaten in de muur en in spantconstructies. Vanuit de nestlocatie en/of vanaf een uitzichtpunt moet de huismus zijn omgeving kunnen zien. Hierbij moet er in de directe omgeving continu voedsel te vinden zijn in de vorm van zaden van grassen en onkruiden en larven van insecten. Daarnaast moet er beschutting nabij de foerageerlocaties, voldoende jaarrond groene struiken of heesters, plaatsen met stof en grind voor stofbaden en water voor waterbaden aanwezig zijn (BIJ12 kennisdocument Huismus, 2017). Er is geen bebouwing op de planlocatie aanwezig. Het voorkomen van nestlocaties van huismus op de planlocatie kan derhalve uitgesloten worden. Er zijn geen nestlocaties in de directe omgeving van de planlocatie bekend, derhalve maken de groenstructuren aannemelijk geen deel uit van het leefgebied van de huismus. Daarnaast is er voldoende groen in de directe omgeving van de planlocatie. Van aantasting van nestlocaties en functioneel leefgebied van de huismus is derhalve geen sprake. De gierzwaluw heeft als oorspronkelijk rotsbewoner de rotsen ingeruild voor bebouwing. De soort broedt daardoor hoofdzakelijk in stedelijk gebied in donkere holtes van ventilatieschachten, spleten in muren en onder (pannen)daken (BIJ12 kennisdocument Gierzwaluw, 2017).

Gezien de soort niet direct vanuit zijn nest kan opstijgen, moet hij zich naar beneden kunnen laten vallen. Het nest dient hierdoor een vrije aanvliegroute van minimaal 1 meter breed, en minimaal 3 meter onder de nestopening te bevatten. Hierbij dienen zo min mogelijk belemmerende elementen, zoals bomen, aanwezig te zijn. Voedselvluchten kunnen op vele kilometers (tot wel 1000 km) van het nest plaatsvinden, waardoor het foerageergebied niet nader te definiëren is. Er is geen bebouwing op de planlocatie aanwezig. Hierdoor kan de aanwezigheid van gierzwaluw op de planlocatie uitgesloten worden. Op de planlocatie is geen sprake van functioneel leefgebied van uilen wegens de stedelijke omgeving en het lage aantal bekende waarnemingen in de omgeving. Er zijn geen grote nesten of horsten aangetroffen in de bomen op en rondom de planlocatie. De aanwezigheid van in bomen broedende soorten als buizerd, sperwer en ransuil kan uitgesloten worden. Op de planlocatie is geen sprake van functioneel leefgebied van roofvogelsoorten wegens het gebrek aan open landschap. Van overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van vogels met jaarrond beschermde nestlocaties en functioneel leefgebied is geen sprake.

13

Vogels - Algemene broedvogels en cat. 5 De planlocatie voorziet in beperkt voedselaanbod en structuurrijke schuilgelegenheden voor algemene soorten. De struiken en bomen vormen voor algemene broedvogels zoals merel, duiven en kleine zangvogels geschikte nestlocaties. Gedurende het broedseizoen zijn de nesten en de functionele leefomgeving van voornoemde soorten beschermd. Het broedseizoen vangt aan onder bepaalde klimatologische omstandigheden en betreft indicatief de periode 15 maart t/m 15 juli. Ten aanzien van algemene broedvogels en categorie 5 soorten kunnen de kapwerkzaamheden worden opgestart buiten het broedseizoen en/of na het ongeschikt maken van de planlocatie. Indien de beoogde werkzaamheden in het broedseizoen worden opgestart dient de locatie voorafgaand aan de werkzaamheden geïnspecteerd te worden door een ter zake deskundige.

3.2 Gebiedsbescherming Natura 2000 De planlocatie maakt geen deel uit van een Natura 2000-gebied. . Op een afstand van circa 2,7 km ligt het Natura 2000-gebied ‘Kennemerland-Zuid’ (figuur 3.1).

Figuur 3.1 De planlocatie ligt op een afstand van circa 2,7 km tot het Natura 2000-gebied ‘Kennemerland-Zuid’ (bron: nationaal Georegister PDOK). De beoogde ruimtelijke ingreep betreft de realisatie van drie woningen. Ondanks dat deze buiten een Natura 2000-gebied uitgevoerd wordt, kunnen er nog steeds effecten optreden. Voor een aantal effecten (trillingen, geluid, optische verstoring etc.) geldt dat de afstand tot de omliggende Natura 2000-gebieden per definitie te groot is om te resulteren in negatieve effecten. Een toename in stikstofdepositie kan een negatief effect sorteren op stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden. Ten opzichte van de huidige situatie leidt de beoogde ruimtelijke ingreep in de gebruiksfase tot een beperkte toename in het aantal verkeersbewegingen. Gedurende de bouwfase kan er een beperkte en tijdelijke stikstofemissie verwacht worden ten gevolge van het gebruik van mobiele werktuigen en bijbehorende verkeersbewegingen. De Wet natuurbescherming bevat ten gevolge van de Stikstofwet per d.d. 1 juli 2021 een partiële vrijstelling voor activiteiten gedurende de bouwfase. 14

Hiermee kunnen de gevolgen van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden door aangewezen activiteiten van de bouwsector buiten beschouwing worden gelaten (Wnb art. 2.9a). Momenteel is de juridische houdbaarheid van deze partiële vrijstelling onzeker. Als activiteiten van de bouwsector worden aangewezen (algemene maatregelen van bestuur stikstofreductie en natuurverbetering): a. het verrichten van een bouwactiviteit of een sloopactiviteit die het feitelijk verrichten van bouw- of sloopwerkzaamheden aan een bouwwerk betreft, met inbegrip van de daarmee samenhangende vervoersbewegingen; b. het aanleggen, veranderen of verwijderen van een werk, met inbegrip van de daarmee samenhangende vervoersbewegingen. Gezien er sprake is van een grote afstand (2,7 km) tussen het plangebied en het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied en er sprake is van een ontwikkeling van beperkte omvang wordt op voorhand uitgesloten dat er sprake is van een verhoging van de stikstofdepositie in stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden binnen Natura 2000-gebieden. Een berekening middels de AERIUS Calculator kan derhalve achterwege blijven. Provinciaal aangewezen gebieden De planlocatie maakt geen deel uit van een beschermd gebied betreffende beschermingscategorie 1 (Natuurnetwerk Nederland en beschermd grasland in de Bollenstreek) of beschermingscategorie 2 (Belangrijk weidevogelgebied en Groene buffer).

Op een afstand van circa 1,8 km ligt het Natuurnetwerk Nederland en op een afstand van circa 2,2 km ligt beschermd grasland in de Bollenstreek (figuur 5). Op een afstand van circa 7,5 km ligt Belangrijk weidevogelgebied en op een afstand van circa 8,9 km ligt de Groene buffer. Er zijn geen karakteristieke landschapselementen aanwezig op de planlocatie die weggenomen worden ten gevolge van de beoogde ingreep.

Figuur 3.2 De planlocatie ligt op een afstand van circa 1,8 km tot het Natuurnetwerk Nederland en op een afstand van circa 2,2 km tot het beschermd grasland in de bollenstreek. Het kroonjuweel cultureel erfgoed geniet geen bescherming (Bron: ruimtelijkeplannenzuidholland.nl).

15

3.3 Houtopstanden Wnb In de beoogde ingreep zijn geen kapwerkzaamheden voorzien aan (i) zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, met een oppervlakte van 1000 m2 of meer of (ii) een rijbeplanting met meer dan 20 bomen. Een meldingsplicht in het kader van Wnb is niet noodzakelijk. APV Naast het landelijk en provinciaal beleid waar deze beoordeling op wordt getoetst hebben gemeenten echter vaak een eigen beleid omtrent het kappen dan wel vellen van bomen en struiken. Dit is vaak opgenomen in een Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Gemeentelijke Verordeningen mogen niet strijdig zijn met landelijk/provinciaal beleid. Het is derhalve aanbevelingswaardig om in de voorbereidende fase de bepalingen in de APV af te stemmen met de gemeente om conflicterende situaties in een later stadium te voorkomen.

16

4 Samenvatting 4.1

Soortenbescherming De planlocatie heeft geen essentiële betekenis voor beschermde soorten. De planlocatie is mogelijk geschikt leefgebied voor algemene zoogdieren, amfibieën en insecten welke niet beschermd zijn (behoudens de Algemene zorgplicht) onder de Wet natuurbescherming. Voor broedvogels geldt dat de nesten van alle soorten beschermd zijn tijdens het broedseizoen (indicatief 15 maart – 15 juli).

Tabel 4.1

Overzicht van de Soortenbescherming.

Soortgroep

Bescherming Wnb

Soortspecifiek onderzoek

Planten

Nee

Grondgebonden zoogdieren

Nee

Vleermuizen

Nee

Amfibieën

Nee

Reptielen

Nee

Vissen

Nee

Insecten en andere ongewervelden

Nee

Vogels (cat. 1 t/m 4)

Nee

Vogels (Algemeen en cat. 5)

Nee

Mogelijke functie planlocatie

4.2 Gebiedsbescherming De planlocatie maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied, het Natuurnetwerk Nederland, beschermd grasland in de bollensreek, een Belangrijk weidevogelgebied of een Groene buffer en er zijn geen karakteristieke landschapselementen aanwezig. Gelet op de aard van de werkzaamheden, de afstand tot de gebieden en de beoogde situatie is van externe werking op omliggende Natura 2000gebieden geen sprake. Een Voortoets, AERIUS-Berekening en/of ‘nee, tenzij’-toets is niet noodzakelijk.

Tabel 4.2 Overzicht van beschermde gebieden in het kader van gebiedsbescherming. Gebiedsbescherming

Afstand

Effecten

Nader onderzoek

Natura 2000

2,7 km

Geen

N.v.t.

Natuurnetwerk Nederland

1,7 km

Geen

N.v.t.

2,2 km

Geen

N.v.t.

7,5 km

Geen

N.v.t.

Beschermd grasland bollenstreek

in

Belangrijk weidevogelgebied

de

4.3 Houtopstanden Op de planlocatie zijn geen houtopstanden aanwezig waarvoor bij kap een meldingsplicht geldt in het kader van de Wet natuurbescherming.

17

5 Conclusie 5.1

Conclusie De bouw van drie woningen aan de Molenlaan 39-41 te Hillegom is uitvoerbaar zoals bepaald in de Wro (art. 3.1.6 Bro).

5.2 Uitvoerbaarheid De beoogde ruimtelijke ingreep leidt niet tot overtreding van verbodsbepalingen omtrent soortenbescherming, gebiedsbescherming en houtopstanden in het kader van de Wet natuurbescherming. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met de (mogelijke) aanwezigheid van zoogdieren, kolonisatie door rugstreeppadden, algemene amfibieën en algemene broedvogels (in het kader van Algemene zorgplicht). Voor deze soorten dienen maatregelen te worden getroffen om effecten te voorkomen.

5.3 Vervolgstappen De beoogde ruimtelijke ingreep leidt niet tot aantasting van beschermde natuurwaarden (soortbescherming, gebiedsbescherming en houtopstanden). Derhalve is het uitvoeren van aanvullend onderzoek niet noodzakelijk.

5.4 Te treffen maatregelen • Tijdens de werkzaamheden moet voorzichtig worden gehandeld met alle voorkomende flora en fauna (Algemene zorgplicht). • Wanneer ondanks zorgvuldig handelen, onderzoek en advies schade lijkt te ontstaan voor beschermde flora en fauna, dient direct contact opgenomen te worden met een ter zake deskundige. • Eventueel aanwezige vegetatie of bodemmateriaal (takken, stronken) voorafgaand aan de werkzaamheden gefaseerd verwijderen. Dit om grondgebonden dieren de kans te bieden zelfstandig de planlocatie te verlaten. • Er wordt gelegenheid gegeven aan dieren, die tijdens de werkzaamheden worden gevonden, te vluchten of zich te verplaatsen naar een schuilplaats buiten het bereik van de werkzaamheden. • De planlocatie tijdens de werkzaamheden en in de nieuwe situatie bij voorkeur niet verlichten en in de periode april-oktober de werkzaamheden tussen zonsopgang en zonsondergang uitvoeren (buiten schemerperiodes). Mocht verlichting noodzakelijk zijn hierbij een vleermuisvriendelijke verlichtingswijze toepassen (amberkleurig licht, lichtbundel nederwaarts richten, toepassen geconvergeerde lichtbundel). • Mogelijke overwinteringslocaties van algemene amfibieën (vorstvrije structuren als stenenstapels, houtwallen, dichte struwelen etc.) dienen verwijderd of ongeschikt gemaakt te worden buiten de overwinteringsperiode oktober – april.

• Voor rugstreeppad dient het terrein gedurende de ontwikkeling ongeschikt gehouden te worden (bijv. aanbrengen puinbed, voorkomen ontstaan puinhopen, egaliseren terrein e.d.) en/of ontoegankelijk gemaakt te worden voor de soort gedurende de bouwwerkzaamheden. Het ontoegankelijk maken dient bij voorkeur voor de migratie- en voortplantingsperiode plaats te vinden. Dit kan bijvoorbeeld door het plaatsen van schermen van stevig plastic of worteldoek van 50 centimeter hoog en minimaal 10 centimeter ingegraven in de grond.

18

De voorzieningen die getroffen zijn om het gebied ontoegankelijk te maken moeten zodanig geplaatst en beheerd worden dat ze hun functie ten allen tijden kunnen vervullen. • De kapwerkzaamheden opstarten of uitvoeren buiten het broedseizoen van vogels (indicatief medio maart t/m medio juli). Als dit niet mogelijk is dienen de potentiële nestlocaties van algemene broedvogels ruim voorafgaand aan het broedseizoen ongeschikt of ontoegankelijk gemaakt te worden. E.e.a. op aanwijzing van deskundige. Als werkzaamheden in het broedseizoen worden uitgevoerd die mogelijk resulteren in het wegnemen of verstoren van broedgevallen dient voor aanvang door een ter zake deskundig gecontroleerd te worden of er broedvogels aanwezig zijn.

19

Bronvermelding Geraadpleegde documenten (BIJ12, 2017) Kennisdocument Gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) Kennisdocument Gierzwaluw (Apus apus) Kennisdocument Huismus (Passer domesticus) Kennisdocument Rugstreeppad (Epidalea calamita) Kennisdocument Ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii) Kennisdocument Zandhagedis (Lacerta agilis) Geraadpleegde websites www.arcgis.com www.bij12.nl www.ndff.nl www.ruimtelijkeplannenzuidholland.nl www.vleermuisprotocol.nl

Bijlage 1 Bijlage 2

Fotografische impressie Ecologie rugstreeppad

20

Bijlage 1

Fotografische impressie

Figuur 1

De planlocatie is gelegen aan de Molenlaan 39-43 te Hillegom en bestaat uit braakliggend terrein. De beoogde ruimtelijke ingreep betreft de bouw van drie woningen.

Figuur 2

De restanten van het gesloopte gebouw zijn nog aanwezig. 21

Figuur 3

De planlocatie is deels onbegaanbaar.

Figuur 4

De planlocatie is deels onbegaanbaar. 22

Bijlage 2 Rugstreeppad Herkenning De rugstreeppad (Epidalea calamita) is een middelgrote pad met een lengte van circa 4,5 - 7 cm. De pad heeft vrij korte poten en heeft op de rug een karakteristieke lichtgele lengtestreep. Verder is de rug grijsbruin met groenige vlekken en heeft de buik een lichtgrijze kleur met grijszwarte vlekken. De ogen zijn geelgroen en hebben een horizontale pupil. Mannetjes zijn in de paartijd te onderscheiden van vrouwtjes door een paars/blauwe verkleuring van de keel. Gedurende het voortplantingsseizoen is tijdens de kooractiviteiten een typische en harde roep te horen die over een afstand van 1 - 3 km is waar te nemen (Creemers & Van Delft, 2009). De larven van rugstreeppad zijn maximaal 2,5 cm lang en zwart van kleur. Oudere larven hebben een lichte keelvlek en soms een streep over de rug (figuur 1, Diepenbeek & Creemers, 2006).

Figuur 1

Impressies van de verschillende levensstadia van rugstreeppad. Bron: bovenste foto’s RAVON, onderste foto’s: Blom Ecologie.

23

Gedrag De rugstreeppad is een typische pioniersoort die opportunistisch profiteert van tijdelijke gunstige omstandigheden. Veranderingen in weersomstandigheden als vocht en temperatuur vormen in sterke mate een sein voor migratie, voortplanting en dergelijke. Onderstaande periodes zijn dan ook indicatief. Bij het koloniseren van nieuwe gebieden kunnen jonge rugstreeppadden afstanden tot wel 5 km afleggen (BIJ12 kennisdocument Rugstreeppad, 2017). De overwintering vindt plaats van oktober/november tot en met maart. De eerste dieren kunnen vanaf begin maart de overwinteringslocatie verlaten om vervolgens al dan niet direct door te trekken naar de voortplantingslocaties. De voortplanting vindt plaats in de periode april - september met een hoogtepunt rond half april - mei. Het vaststellen van aan- of afwezigheid van rugstreeppadden kan middels drie gerichte (avond)veldbezoeken in de periode 15 april – juli (BIJ12 kennisdocument Rugstreeppad, 2017). Habitat en verblijfplaatsen De geprefereerde habitat van de rugstreeppad bestaat uit een dynamische omgeving met vergraafbaar zand of fijne grond. De verblijfplaatsen van de soort kunnen worden onderverdeeld in voortplantings-, zomer- en overwinteringshabitat. De voortplantingshabitat is aquatisch en na de voortplanting zijn rugstreeppadden hoofdzakelijk op het land te vinden.

Het functionele leefgebied bestaat ook uit het gebied tussen deze habitats (migratieroutes). De eitjes worden afgezet in veelal tijdelijke, ondiepe en wateren zonder vegetatie, waar weinig tot geen sprake is van concurrentie of predatie. Voorbeelden hiervan zijn greppels, rijsporen, regenplassen en geschoonde sloten. De zomer en- en winterlocaties bevinden zich op het land in hoogwatervrije terreinen. Voor de overwintering gebruikt de rugstreeppad bestaande (muizen)holletjes, graaft deze zich in de bodem of kruipt de rugstreeppad onder materialen als: stenen, boomstammen, banden en houtstapels. Voorwaarde voor de winterhabitat is dat deze locatie vorstvrij dient te zijn. Populatieomvang Rugstreeppadden verspreiden zich in diverse richtingen waardoor de minimale populatieomvang en bijbehorend oppervlakte voor de gunstige staat van instandhouding locatiespecifiek is. Als vuistregel wordt gehanteerd dat een gezonde populatie uit minimaal 100 - 200 dieren bestaat en dat deze in verbinding staat met andere populaties (BIJ12 Kennisdocument Rugstreeppad, 2017). Voorkomen kolonisatie Doordat de rugstreeppad een typische pioniersoort is en een dynamische omgeving met vergraafbare grond prefereert, kan snel spontane kolonisatie van de soort in een braakliggend gebied of bouwterrein ontstaan. Om kolonisatie van rugstreeppad te voorkomen wordt geadviseerd maatregelen te treffen.

Deze maatregelen bestaan uit het ongeschikt dan wel ontoegankelijk houden van het plangebied. Indien er sprake is van het ontstaan van mogelijk geschikt voortplantingswater dient het ontoegankelijk maken van een perceel voor de migratie en voortplantingsperiode (april-september) uitgevoerd worden. Het ongeschikt houden van het plangebied voor rugstreeppadden houdt in dat zo min mogelijk vergraafbaar zand gebruikt of opgeslagen wordt binnen het bouwterrein. Bij het bouwrijp maken van het perceel dient het zand direct geëgaliseerd te worden. De aanleg van een zanddepot moet voorkomen worden. In de voorjaars- en zomerperiode zorgen dat er geen kleine poelen ontstaan waar rugstreeppadden eieren kunnen leggen. Diepe rijsporen van machines kunnen al voldoende diep zijn als voortplantingswater voor rugstreeppadden (figuur 2).

24

Figuur 2

Bij hevige regenval kunnen ondiepe plassen gevuld worden met water. Deze tijdelijke poelen zijn uitermate geschikt voor de rugstreeppad, waarin eisnoeren afgezet kunnen worden. Het ontstaan van deze geulen dient te allen tijde voorkomen te worden (bron: Blom Ecologie).

In de najaar- en winterperiode moet gezorgd worden dat er geen overwintering van rugstreeppadden kan optreden. Voldoende vergraafbaar zand (zanddepot) kan gebruikt worden voor overwintering. Ook stenenstapels, houtstapels of andere vorstvrije structuren (onder een bouwkeet bijvoorbeeld) kunnen gebruikt worden voor overwintering. Dergelijke structuren dienen weggehaald te worden buiten de overwinteringsperiode (september-april) van de soort. Het ontoegankelijk houden van het plangebied voor rugstreeppadden houdt in dat voorzieningen worden geplaatst waardoor rugstreeppadden het plangebied niet kunnen bereiken. Dit kan bijvoorbeeld door het plaatsen van schermen van stevig plastic of worteldoek van 50 centimeter hoog en minimaal 10 centimeter ingegraven in de grond (figuur 3). De voorzieningen die getroffen zijn om het gebied ontoegankelijk te maken moeten zodanig geplaatst en beheerd worden dat ze hun functie ten allen tijden kunnen vervullen.

Figuur 3

Een incorrect geplaatst amfibiescherm (links). Een correct geplaatst amfibiescherm (rechts). Deze dienen minimaal 10 cm ingegraven te zijn (bron foto’s: Blom Ecologie).

25

Koeweistraat 2 4181 CD Waardenburg 0418 820 288

blomecologie.nl 26

bestemmingsplan Molenlaan 39 t/m 43

Bijlage 2 Participatie omgeving december 2021

Bijlagen bij de toelichting (voorontwerp)

31

Boxxed BV Satellietbaan 23A, 2181 MG Hillegom info@boxxedbv.nl www.boxxedbv.nl BTW: NL856129306B01 IBAN: NL02RABO0300651228 KvK: 65479483

Aan de bewoner(s) van dit adres

Hillegom, 15 december 2021

Betreft: Participatietraject 3 woonkavels Molenlaan 39, 41 en 43

Geachte heer, mevrouw, U ontvangt dit schrijven omdat wij u graag als omwonende van ons voorgenomen project aan de Molenlaan nummer 41 willen informeren. Ook zijn we benieuwd naar uw reactie op onze plannen. Graag informeren wij u in deze brief verder over de inhoud van dit plan en het traject. Inhoud van het plan Al jaren ligt de kavel aan de Molenlaan 41 er verlaten bij. In het begin van dit jaar is het idee ontstaan om de kavel (voorheen bekend als Molenlaan 41) te verdelen in 3 kavels. Op deze kavels kunnen daarna 1 vrijstaande en 1 2-onder-1-kapper worden gerealiseerd. U kunt een impressie van de vormgeving en de positie van de woningen terugvinden op onze internetpagina www.boxxedbv.nl Op dit moment zijn wij samen met de gemeente Hillegom aan het kijken naar de hoofdopzet van het plan, de positie van de kavels en verdere randvoorwaarden zoals goothoogte en nok. De definitieve vorm en uitstraling van de woningen laten wij bij de uiteindelijke kopers van de kavels. Hiervoor dienen zij apart nog een vergunning voor het bouwen van de woning aan te vragen bij de gemeente Hillegom en zal daarbij getoetst worden aan het vastgestelde bestemmingsplan. Wijzigen bestemmingsplan Het omzetten van de kavel naar 3 bouwkavels gaat niet vanzelf. Hiervoor is een wijziging van het bestemmingsplan noodzakelijk. Dit traject hebben wij al opgestart.

Tekeningen voor de indeling van het kavel en de projectie van de woningen zijn gemaakt. Onderdeel van de wijziging van het bestemmingsplan is “participatie”. Dat wil zeggen dat wij als ontwikkelaar de omwonenden (belanghebbenden) op de hoogte stellen van onze plannen en feedback proberen te krijgen van de omwonenden op het plan.

Pagina 1 van 2

Wat vragen wij van u? We willen u vragen om ons te voorzien van uw reactie op de bouwplannen. Dit kunt u op verschillende manieren doen. 1. Via de website kunt u een digitaal formulier invullen waarmee u kunt aangeven of u wel of geen bedenkingen heeft tegen het plan. 2. U kunt contact opnemen met ons via info@boxxedbv.nl en hierin uw feedback geven. 3. U kunt telefonisch contact met ons opnemen via de nummers onderaan deze brief. 4. U kunt deze brief voorzien de onderstaande invulvelden bij ons in de brievenbus doen. Wij vragen u om vóór 31 december 2021 te reageren.

Reactieformulier Ik heb kennisgenomen van het plan en, Ik vind het een goed plan, passend in zijn omgeving. Ik heb mijn bedenkingen tegen de voorgenomen plannen omdat:

Reden:

Naam: Adres: Telefoon of mail:

Met vriendelijke groet,

Sebastiaan van der Knijff Huub van ’t Pad Bosch Boxxed BV

Pagina 2 van 2

(06-53867528) (06-16051808)

Boxxed BV Satellietbaan 23A, 2181 MG Hillegom info@boxxedbv.nl www.boxxedbv.nl BTW: NL856129306B01 IBAN: NL02RABO0300651228 KvK: 65479483

Hillegom, 4 januari 2022

Betreft: Participatietraject 3 woonkavels Molenlaan 39, 41 en 43

In december 2021 heeft ontwikkelaar Boxxed BV een uitvraag gedaan aan omwonenden mee te participeren met het project aan de Molenlaan. Hier wil Boxxed het kavel splitsen in 3 kavels en de mogelijkheid bieden aan kopers om zelf een woning te bouwen. Bij de participatie zijn bij de volgende adressen brieven bezorgd, waarin wordt gevraagd om schriftelijk, per mail of middels het online formulier hun zienswijze te geven op de voorgenomen ontwikkeling.

Figuur 1: Reikwijdte participatie

Verschillende omwonenden hebben gereageerd waaruit diverse vragen en suggesties zijn gekomen. Alle vragen hebben wij hieronder gebundeld (zonder weergave van adresgegevens) en deze als terugkoppeling aan de omwonenden aan te bieden. De vragen zijn onderverdeeld in diverse onderwerpen.

Pagina 1 van 2

Parkeren: V. In de wijk is de parkeerdruk al hoog. In het plan is weliswaar rekening gehouden met een oprit voor 2 auto’s, echter geldt er binnen de gemeente nog geen wet waar het parkeren wordt verplicht op eigen terrein. A. De gemeente hanteert regels (normen) voor het aantal parkeerplekken per woning. In Hillegom is dit geregeld in het “Paraplu bestemmingplan parkeren”. De norm voor de 3 woningen is 1,6 p.p per kavel. Het totaal te realiseren aantal plekken komt daarmee op 4,8 = 5. Boxxed zet echter in op 2 parkeerplaatsen per kavel. Hiermee wordt voldaan aan de vereisten die de gemeente Hillegom aan het aantal parkeerplaatsen stelt. Bouwen: V. A.

V. A.

Groen: V.

A.

Hoe gaat het met het heien van de woningen? Er is angst voor trillingen bij het gebruik van prefab palen. De woningen zullen gefundeerd worden door middel van boorpalen, waarbij er een metalen buis draaiend de grond in wordt gebracht. Bij het uitdraaien van de buis wordt het gat gevuld met beton en voorzien van betonwapening. Dit boorsysteem is trillings- en geluidsarm. We vrezen voor zwaar bouwverkeer door de wijk. Boxxed ziet in dit proces op het ontwikkelen van de 3 kavels. Hierbij zijn alleen de contouren (maximale oppervlakte en hoogtes) bepaald. De definitieve invulling van de kavels is aan de kopers van deze kavels. Algemeen: Bouwen gaat vaak gepaard met groot materiaal en materieel voor bijvoorbeeld heiwerk, hijswerkzaamheden en grondverzet. Echter zal het de aannemer er altijd aan zijn gelegen zo min mogelijk overlast te veroorzaken voor de buurt.

Er staan slechts 2 bomen in de tekening opgenomen. Er staan nog meer bomen op het hoekperceel die de moeite waard zijn om te behouden. Wat wordt er de andere bomen gedaan buiten de 2 ingetekende bomen en hoe wordt voorkomen dat deze beschadigd raken? De 2 ingetekende bomen zijn in 2021 door de gemeente Hillegom als karakteristieke bomen gekenmerkt en opgenomen op de lijst van waardevolle bomen. Het gaat hier dan om de rode beuk halverwege en de groene beuk op de hoek van het perceel. Opname op de lijst betekent dat deze in elk geval behouden moeten worden. De overige aanwezige groenvoorzieningen zijn hierbij niet in tekening opgenomen. Boxxed richting richt zich op het ontwikkelen van 3 bouwkavels. De definitieve inrichting van het perceel is dan ook aan de kopers van de kavels. Beschadiging van de bomen is bij wet verboden. De aannemer van de woning(en) zal de 2 bomen moeten beschermen tijdens de bouwwerkzaamheden. Hier zijn goede voorzieningen voor nodig.

Pagina 2 van 2

kavel 2. circa. 346m²

kavel 3. circa. 352m²

3000

4000

10000

6000

kavel 1. circa. 663m²

3000

1816 1500

3000

6000

6000

3000 1630

Roo i 6500

13000

21970

Molenlaan

10500

47

45 lijn

(ge

lijk

aan

Mo

len

laa

n4

5)

10630

Molenlaan

Molenlaan

an

Parkla

situatie schaal 1:250 gevelaanzichten schaal 1:250 Molenlaan 2181 GE Hillegom Datum Schaal Fase

08-12-2021 1:250 Principe verzoek

A

Nok = 8.500mm

B

Nok = 8.500mm

C D E

6500

Goot = 3.500mm

Goot = 4.500mm Goot = 3.500mm

F G H

45

PEIL = 0.000 13000

3000

3000

6000

6000

3000

PEIL = 0.000

47

2035 01

bestemmingsplan Molenlaan 39 t/m 43

Bijlage 3 Participatie direct omwonenden (anoniem)

Bijlagen bij de toelichting (voorontwerp)

37

Boxxed BV Satellietbaan 23A, 2181 MG Hillegom info@boxxedbv.nl www.boxxedbv.nl BTW: NL856129306B01 IBAN: NL02RABO0300651228 KvK: 65479483

Participatie traject – 3 woningen Molenlaan 39/41/43 Algemeen Voor het project is een participatietraject opgestart door initiatiefnemer Boxxed BV. Hiermee worden de primaire plannen voorgelegd aan de direct omwonenden bij het project. Plan tiny houses In een eerder stadium heeft Boxxed BV een plan voorgesteld met 13 tiny houses. Dit plan is niet goed gevallen. Er waren grote bezwaren tegen de formatie van 13 kleinere woningen op het perceel. Van dit plan heeft Boxxed BV na de negatieve zienswijzen afgezien. Belanghebbenden gaven aan meer te zien in een voortzetting van de laan zoals deze nu is ingericht. Dat wil zeggen; vrijstaande of half vrijstaande woningen. Plan 3 woningen Het huidige plan omvat 3 woningen. Één vrijstaande en één twee-onder-een-kapper. Dit plan is op hoofdlijnen gevisualiseerd in een ruimtelijke opzet. Documenten Documenten die aan belanghebbenden zijn overlegd zijn: • Tekening – 2035_Molenlaan_Hillegom_#03.pdf • Kaartfragment – Bestemmingsplan “Centrum” Betrokken direct omwonenden Molenlaan 37 Molenlaan 45 Molenlaan 47 Satellietbaan 15F NB: Molenlaan 49 zou normaliter betrokken zijn, maar dit is de huidig eigenaar van het perceel. Deze heeft Boxxed BV gemachtigd de plannen in te dienen tot het wijzigen van het bestemmingsplan.

Email bericht d.d. 11 november 2021 Beste [belanghebbende], Graag verwittigen wij u dat er plannen zijn voor het aanvragen van een omgevingsvergunning van een 2/1 kapper en een vrijstaande woning op de kavel tussen Molenlaan 37 en 45. Zoals eerder met u besproken hebben wij afgezien van de voorbereidingen en realisatie van 13 microwoningen omdat u heeft aangegeven dit niet wenselijk te vinden op deze locatie. U heeft aangegeven wel akkoord te kunnen gaan met 3 volwaardige woningen zolang dit maar past binnen het straatbeeld van de Molenlaan. Deze wens hebben wij ter harte genomen. Wij zouden u graag informeren wanneer wij meer duidelijkheid hebben van de gemeente betreffende de kaders van de nog te bepalen woningen. Heeft u hier voorafgaand nog ideeën bij dan vernemen wij dat uiteraard graag. Met vriendelijke groet, Huub van ’t Pad Bosch Boxxed BV 06 16051808 info@boxxedbv.nl

Reactie Molenlaan 37: Geen reactie ontvangen Reactie Molenlaan 45: Geen reactie ontvangen Reactie Molenlaan 47: Dank voor jullie bericht en update. Uiteraard is een aansprekende architectuur en ontwerp wenselijk dat past binnen de omgeving. Indien jullie iets op papier hebben vindt ik het leuk deze te komen bekijken. Uiteraard praten we graag mee met jullie initiatief, met groet,

Email bericht d.d. 23 november 2021 [bijlage tekening]

Geachte heer [Belanghebbende], Hierbij ontvangt u, in vervolg op onze eerdere mail, de versie waarmee wij het bestemmingsplan willen wijzigen. De wijziging hierbij heeft betrekking tot het mogelijk maken van 3 bouwvlakken in plaats van 2. Bestaande situatie De bestaande situatie laat de bestaande woning toe op nummer 41 als vrijstaande woning met daarnaast nog een vrijstellingsbevoegdheid tot het realiseren van eenzelfde vrijstaande woning. Zie hiervoor ook het kaartfragment vanuit het huidige bestemmingsplan hieronder.

Gewenste situatie Het volledige perceel zal worden opgedeeld in 3 afzonderlijke percelen. De meest linker kavel is en blijft eenzelfde bouwvlak voor een vrijstaande woning, echter zal deze in hoogte worden omgezet gelijk aan de vrijstaande woningen aan de Molenlaan met een nokhoogte van 8500mm. De middelste en rechter kavels worden benut als 2 onder 1 kappers met gelijke hoogte. Hiermee denken wij tegemoet te komen aan de wens van u als belanghebbende om zo min mogelijk te verdichten en de lijn van de (semi)vrijstaande woningen door te zetten. Eerst wijziging bestemmingsplan Voor de concrete invulling van de woning is nog geen plan. De kavels zullen na omzetting van het bestemmingsplan worden verkocht aan de geïnteresseerden die wij in het afgelopen jaar hebben verzameld. De omgevingsvergunning voor de woningen zelf wordt de verantwoordelijkheid van de kopers van de kavels. Eerste opzet ontwerp De hoofdvormen van de woningen zijn wel al bekend en worden vormgegeven in het nieuwe bestemmingsplan. Zo kunt u in de meegezonden tekening de goot en nokhoogte al zien, maar ook de bouwvlakken en garage is al ingetekend. Mocht u vragen of opmerkingen hebben over het ontwerp nodigen wij u uit om met ons in gesprek te gaan. In het kader van COVID nodigen wij geen groepen uit op ons kantoor. Desgewenst kan een persoonlijk gesprek ofwel een gesprek via MS Teams worden ingepland.

We hopen u met deze informatie voor nu voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, Sebastiaan van der Knijff en Huub van ’t Pad Bosch Boxxed BV Satellietbaan 23A 2181 MG Hillegom info@boxxedbv.nl 06-53867528 | 06-16051808

Reactie Molenlaan 37: Hartelijk dank voor de toegezonden informatie. Inderdaad de lijn van de vrijstaande woningen wordt hiermee doorgetrokken.

Ik zie vooralsnog geen bezwaren en wens jullie veel succes met de verkoop. Betekent het dat jullie verder geen bemoeienis meer hebben met de bouw en definitieve vormgeving en dat dit binnen de door jullie aangegeven kaders de verantwoordelijkheid wordt van de nieuwe eigenaars? Reactie Molenlaan 45: Geen reactie ontvangen Reactie Molenlaan 47: Op 3-12-2021 hebben wij van [bewoner] onderstaande reactie ontvangen: Geachte heer [] en [], Naar aanleiding van het ingezette participatietraject bericht ik jullie hierbij. De plannen zoals deze nu worden gepresenteerd komen overeen met het eerder besproken uitgangspunt om tot realisatie van 3 woningen (tw een vrijstaande en tweekapper) te komen op de locatie aan de Molenlaan 47/49 te Hillegom. Ook onderschrijf ik hierbij dat het voorgestelde plan past binnen de bebouwingsdichtheid van de Molenlaan en harmonieert met de bestaande woonomgeving. Uiteraard verneem ik graag hoe de uitgewerkte plannen er uit gaan zien, waarbij ik het vertrouwen heb in een eveneens passend beeld/kwaliteit. Ik wens jullie succes met de verdere uitwerking van de plannen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/1453/documents/18460