CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

D50 Nakad Law, staatsontvoeringen in Nederland.pdf

Gemeenteraad 28 april 2022, gemeente HillegomBij agendapunt: 13: Ingekomen stukken13.133 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Van: Nakad Law | Mw. Mr. Dr. H.W.R. Nakad-Weststrate Verzonden: vrijdag 8 april 2022 10:06 Onderwerp: Staatsontvoeringen in Nederland | State kidnappings in The Netherlands Urgentie: Hoog Aan: Raadsgriffies van de Nederlandse Gemeenten To: The Clerks of the Dutch Municipalities Cc: Het bestuur van de Vereniging Nederlandse Gemeenten CC: The Board of the Association of Dutch Municipalities  Mr. Van Zanen (Jan), burgemeester Den Haag (voorzitter)  Dhr. Bruls (Hubert), burgemeester Nijmegen (vicevoorzitter)  Dhr. Van Oosterhout (Eric), burgemeester Emmen (secretaris/penningmeester)  Dhr. Snijders (Peter), burgemeester Zwolle (commissievoorzitter Informatiesamenleving)  Dhr. Weterings (Theo), burgemeester Tilburg (commissievoorzitter Bestuur en Veiligheid)  Dhr. Everhardt (Victor), wethouder Amsterdam (commissievoorzitter Financiën)  Dhr. Eerenberg (Eelco), wethouder Utrecht (commissievoorzitter Zorg, Jeugd en Onderwijs)  Dhr. Heijkoop (Peter), wethouder Dordrecht (commissievoorzitter Participatie, Schuldhulpverlening en Integratie)  Mw. Van Hooijdonk (Lot), wethouder Utrecht (commissievoorzitter Economie, Klimaat, Energie en Milieu)  Dhr. Lenferink (Henri), burgemeester Leiden (commissievoorzitter College van Dienstverlening)  Dhr. Heerts (Ton), burgemeester Apeldoorn (voorzitter College voor Arbeidszaken)  Dhr.

Lievense (Robbert), raadslid Schouwen-Duiveland (commissievoorzitter Raadsleden en Griffiers)  Mw. Van Selm (Ellen), burgemeester Opsterland (lid)  Dhr. Kompier (Jean-Paul), wethouder Vaals (lid)  Dhr. Hofland (Arco), burgemeester Rijssen-Holten (lid)  Dhr. Van Soest (Geert), griffier Venlo (lid)  Dhr. Rutten (Casper), raadslid Breda (lid)  Mw. Mutluer (Songül), wethouder Zaanstad (lid)  Dhr. Reinders (Ap), burgemeester Stichtse Vecht (vicevoorzitter commissie E&I)  Dhr. Mulder (Anne), wethouder Den Haag (lid)  Dhr. Anker (Ed), wethouder Zwolle (commissievoorzitter Ruimte, Wonen & Mobiliteit)  Dhr. Van der Kraan (Martien), gemeentesecretaris Delft (lid)  Mw. De Vries-Chang (Ojanne), raadslid Heerenveen (lid)  Mw. Diks (Isabelle), wethouder Groningen (lid)

“Good leaders inspire people to have confidence in their leader. Great leaders inspire people to have confidence in themselves.” ~Eleanor Roosevelt

Amstelveen, 8 april 2022 | 8 April 2022

Geachte raadsgriffier,

English translation below 1. Hoewel jeugdzorg is bedoeld voor “bescherming”, “zorg” en “hulp” veroorzaakt zij in Nederland al tientallen jaren veel menselijk leed, en biedt zij weinig tot geen bescherming, zorg en hulp. Vanwege de enorme omvang van deze publiek-private miljardenindustrie, is een humanitaire ramp van ongekende omvang ontstaan. Verreweg de meeste kinderen in de jeugdzorg zijn slachtoffer van onrechtmatige uithuisplaatsingen, “Staatsontvoeringen”[1], en daarmee slachtoffer van mensenhandel/exploitatie/moderne slavernij (OTS/UHP). Er zijn 450.000-900.000 kinderen slachtoffer van onrechtmatige staatsbemoeienis en daarmee eveneens van mensenhandel/exploitatie/moderne slavernij (OTS). Toch groeit de jeugdzorgindustrie ongehinderd door. Feitelijk is de Nederlandse jeugdzorg geen onderdeel meer van de rechtsstaat, maar is sprake van georganiseerde misdaad, verweven met het openbaar bestuur (maffia). 2. Doordat sprake is van een bewuste wijdverbreide, stelselmatige aanval gericht tegen de Nederlandse burgerbevolking (mannen, vrouwen en kinderen), kwalificeren deze mensenrechtenschendingen als misdaden tegen de menselijkheid; deze verjaren niet. Deze misdaden worden sinds 2015 gepleegd in naam van de gemeente. Het College van B&W vormt het dagelijks bestuur, ambtenaren zijn betrokken, en de gemeenteraad is het hoogste orgaan dat de rechtmatigheid moet controleren.

Individuele gemeenteraadsleden zijn daarom persoonlijk verantwoordelijk en aansprakelijk. Ik verzoek u daarom met klem ervoor zorg te dragen dat alle leden van de gemeenteraad, van het College van B&W en de betrokken ambtenaren dit mailbericht met bijlagen ontvangen.. 3. Dit document bevat een formele analyse aan de hand van wetten en verdragen over de (on)rechtmatigheid en onrechtstatelijkheid van de Nederlandse jeugdzorg (hoofdstuk 3 – 5). De uitkomsten zijn schokkend, omdat hierdoor wordt aangetoond dat de ketenpartners opereren als een misdaadsyndicaat, en dat het openbaar bestuur en de rechterlijke macht zijn vermengd met georganiseerde misdaad. De analyse wijst uit dat (vrijwel) elke getroffen kinderbeschermingsmaatregel sinds 2015 nietig, onrechtstatelijk, onwettig (illegaal) en/of onrechtmatig is. Deze formele bevindingen staan los van eventuele toekomstige bevindingen (van toetsingscommissies) in het kader van de materiële toetsing op individueel dossierniveau. Hoewel die exercities nuttig zijn, kunnen we niet meer op de uitkomsten gaan wachten. 4. Dit document is niet alleen bedoeld voor gemeenteraadsleden, het College van B&W, gemeentelijke ambtenaren en de formateurs die nu in onderhandeling zijn na de verkiezingen van 16 maart 2022.

Het advies is ook bestemd voor elke jurist, elk bestuurslid en elke leidinggevende van een GI, elk fractie van de Eerste of Tweede Kamer der Staten-Generaal, elke Minister, elke beleidsambtenaar van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, elke jeugdbeschermer van een GI die aan beroepsstandaarden moet voldoen, elke raadsonderzoeker van de Raad voor de Kinderbescherming, elke hoogleraar en elke lector van universiteiten en hogescholen, elke advocaat en elke rechter, elke pleegouder, elke gezinshuisouder en elke zzp’er, werknemer of organisatie in de jeugdzorgketen. 5. Nederland is op papier een rechtsstaat, maar de uitvoeringspraktijk van jeugdzorg is dat niet. Alle idealen over “naar 0 uithuisplaatsingen” blijven illusoir zolang de vermenging van georganiseerde misdaad met het openbaar bestuur en de rechtspraak niet wordt opgeheven: voor de komende vier jaar is opnieuw een verdubbeling van de groei van jeugdzorg voorzienbaar. De gemeenten mogen in de geschetste omstandigheden niet meer afgaan op een rechterlijke beschikking. U bent met dit advies, wat een vervolg is op eerdere stukken – laatstelijk mijn brief van 28 januari 2022 – op de hoogte, voor zover u als professional of bestuurder deze wettelijke bepalingen en verdragsbepalingen al niet kende, of behoorde te kennen. 6.

Schuift u uw gevoelens en uw geweten daarom niet langer opzij, maar doet u wat nodig is: recht doen aan de slachtoffers en voorkómen van nieuwe slachtoffers. De gemeenten hebben de sleutel in handen om deze inhumane en barbaarse commerciële praktijk te stoppen. De eerste concrete stap is de financiering te beëindigen en te zorgen dat de kinderen kunnen terugkeren naar huis. De kinderen die zonder wettelijke grondslag, illegaal, of onrechtmatig, onder Staatstoezicht zijn geplaatst, dienen ook daaruit te worden ontslagen. Door middel van aangepast beleid kunnen – en moeten – gemeenten nieuwe mensenrechtenschendingen voorkómen.

[1] https://www.ad.nl/show/peter-pannekoek-krijgt-volop-bijval-na-uithaal-rond-staatsontvoeringen-naar-rutte~a49a8c9d/

7. Mocht u vragen hebben, of concrete hulp willen voor uw gemeente of organisatie, dan ben ik uiteraard beschikbaar.

---------------------------------------

Kind regards/met vriendelijke groet, Henriette Nakad-Weststrate

NAKAD LAW YOUR PARTNER IN JUSTICE

Mrs. dr. H.W.R. Nakad-Weststrate, human rights advocate/burgerrechtenactiviste (formerly registered as a lawyer at the Dutch Bar in Amsterdam/oud-advocaat)

1181 PJ AMSTELVEEN

STAATSONTVOERINGEN mensenrechtenschendingen in de Nederlandse jeugdzorg

EEN FORMELE WETSTECHNISCHE ANALYSE Hoe Nederlandse gemeenten de misstanden in de jeugdzorg onmiddellijk kunnen beëindigen, en waarom dit ook moet Amstelveen, 8 april 2022

Mw. mr. dr. H.W.R. Nakad-Weststrate henriette@nakadlaw.nl

Voorwoord 1. Hoewel jeugdzorg is bedoeld voor “bescherming”, “zorg” en “hulp” veroorzaakt zij in Nederland al tientallen jaren veel menselijk leed, en biedt zij weinig tot geen bescherming, zorg en hulp. Vanwege de enorme omvang van deze publiek-private miljardenindustrie, is een humanitaire ramp van ongekende omvang ontstaan. Verreweg de meeste kinderen in de jeugdzorg zijn slachtoffer van onrechtmatige uithuisplaatsingen, “Staatsontvoeringen”1, en daarmee slachtoffer van mensenhandel/exploitatie/moderne slavernij (OTS/UHP). Er zijn 450.000-900.000 kinderen slachtoffer van onrechtmatige staatsbemoeienis en daarmee eveneens van mensenhandel/exploitatie/moderne slavernij (OTS). Toch groeit de jeugdzorgindustrie ongehinderd door. Feitelijk is de Nederlandse jeugdzorg geen onderdeel meer van de rechtsstaat, maar is sprake van georganiseerde misdaad, verweven met het openbaar bestuur (maffia). 2. Doordat sprake is van een bewuste wijdverbreide, stelselmatige aanval gericht tegen de Nederlandse burgerbevolking (mannen, vrouwen en kinderen), kwalificeren deze mensenrechtenschendingen als misdaden tegen de menselijkheid; deze verjaren niet. Deze misdaden worden sinds 2015 gepleegd in naam van de gemeente. Het College van B&W vormt het dagelijks bestuur, ambtenaren zijn betrokken, en de gemeenteraad is het hoogste orgaan dat de rechtmatigheid moet controleren.

Individuele gemeenteraadsleden zijn daarom persoonlijk verantwoordelijk en aansprakelijk. 3. Dit document bevat een formele analyse aan de hand van wetten en verdragen over de (on)rechtmatigheid en onrechtstatelijkheid van de Nederlandse jeugdzorg (hoofdstuk 3 – 5). De uitkomsten zijn schokkend, omdat hierdoor wordt aangetoond dat de ketenpartners opereren als een misdaadsyndicaat, en dat het openbaar bestuur en de rechterlijke macht zijn vermengd met georganiseerde misdaad. De analyse wijst uit dat (vrijwel) elke getroffen kinderbeschermingsmaatregel sinds 2015 nietig, onrechtstatelijk, onwettig (illegaal) en/of onrechtmatig is. Deze formele bevindingen staan los van eventuele toekomstige bevindingen (van toetsingscommissies) in het kader van de materiële toetsing op individueel dossierniveau. Hoewel die exercities nuttig zijn, kunnen we niet meer op de uitkomsten gaan wachten. 4. Dit document is niet alleen bedoeld voor gemeenteraadsleden, het College van B&W, gemeentelijke ambtenaren en de formateurs die nu in onderhandeling zijn na de verkiezingen van 16 maart 2022.

Het advies is ook bestemd voor elke jurist, elk bestuurslid en elke leidinggevende van een GI, elk fractie van de Eerste of Tweede Kamer der Staten-Generaal, elke Minister, elke beleidsambtenaar van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, elke jeugdbeschermer van een GI die aan beroepsstandaarden moet voldoen, elke raadsonderzoeker van de Raad voor de Kinderbescherming, elke hoogleraar en elke lector van universiteiten en hogescholen, elke advocaat en elke rechter, elke pleegouder, elke gezinshuisouder en elke zzp’er, werknemer of organisatie in de jeugdzorgketen. 5. Nederland is op papier een rechtsstaat, maar de uitvoeringspraktijk van jeugdzorg is dat niet. Alle idealen over “naar 0 uithuisplaatsingen” blijven illusoir zolang de vermenging van georganiseerde misdaad met het openbaar bestuur en de rechtspraak niet wordt opgeheven: voor de komende vier jaar is opnieuw een verdubbeling van de groei van jeugdzorg voorzienbaar. De gemeenten mogen in de geschetste omstandigheden niet meer afgaan op een rechterlijke beschikking. U bent met dit advies, wat een vervolg is op eerdere stukken – laatstelijk mijn brief van 28 januari 2022 – op de hoogte, voor zover u als professional of bestuurder deze wettelijke bepalingen en verdragsbepalingen al niet kende, of behoorde te kennen. 6.

Schuift u uw gevoelens en uw geweten daarom niet langer opzij, maar doet u wat nodig is: recht doen aan de slachtoffers en voorkómen van nieuwe slachtoffers. De gemeenten hebben de sleutel in handen om deze inhumane en barbaarse commerciële praktijk te stoppen. De eerste concrete stap is de financiering te beëindigen en te zorgen dat de kinderen kunnen terugkeren naar huis. De kinderen die zonder wettelijke grondslag, illegaal, of onrechtmatig, onder Staatstoezicht zijn geplaatst, dienen ook daaruit te worden ontslagen. Door middel van aangepast beleid kunnen – en moeten – gemeenten nieuwe mensenrechtenschendingen voorkómen. 7. Mocht u vragen hebben, of concrete hulp willen voor uw gemeente of organisatie, dan ben ik uiteraard beschikbaar.

Henriette Nakad-Weststrate 1

https://www.ad.nl/show/peter-pannekoek-krijgt-volop-bijval-na-uithaal-rond-staatsontvoeringen-naar-rutte~a49a8c9d/

1 | mw. mr. dr. H.W.R. Nakad-Weststrate

Inhoud Voorwoord ...................................................................................................................................................... 1 Hoofdstuk 1: Staatsontvoeringen ................................................................................................................ 3 1.1 Mensenhandel ....................................................................................................................................... 3 1.2 Een humanitaire ramp ........................................................................................................................... 4 1.3 Herstel van gemaakte fouten................................................................................................................. 5 1.4 Het voorkómen van nieuwe mensenrechtenschendingen ..................................................................... 6 Hoofdstuk 2: Indeling jeugdzorg volgens het NJI ...................................................................................... 7 2.1 Wat is jeugdzorg volgens het NJI .......................................................................................................... 7 2.2 Terminologie ..........................................................................................................................................

7 Hoofdstuk 3: Vrijwillige of gedwongen hulp ............................................................................................... 9 3.1 Vrijwillige hulp is hoofdregel .................................................................................................................. 9 3.2 Gedwongen hulp is zeer zeldzaam ..................................................................................................... 10 3.3 Gevolgen van de vermenging voor de rechtsbescherming ................................................................. 10 Hoofdstuk 4: integriteitsproblemen ........................................................................................................... 11 4.1 Belangenverstrengeling en netwerkcorruptie ...................................................................................... 11 4.2 Perverse financiële prikkels ................................................................................................................. 11 4.3 Een schadelijk systeem ....................................................................................................................... 12 4.4 Bestuurscultuur: staatsterreur .............................................................................................................

12 4.5 Aantasting van de menselijke waardigheid (artikel 1 Handvest EU) ................................................... 14 Hoofdstuk 5: nietigheid vernietigbaarheid ................................................................................................ 15 5.1 Nietigheid (schending legaliteitsbeginsel) ........................................................................................... 15 5.2 Nietigheid (strijd met dwingende bepaling/schending verdragsbepaling) ........................................... 15 5.3 Vernietigbaarheid (wilsgebreken) ........................................................................................................ 17 5.4 Rechtsgeldige gronden van uithuisplaatsing ....................................................................................... 18 5.5 Illegale richtlijnen terugplaatsing ......................................................................................................... 19 5.6 De tenuitvoerlegging van beschikkingen ............................................................................................. 19

2 | mw. mr. dr. H.W.R. Nakad-Weststrate

Hoofdstuk 1: Staatsontvoeringen 1.1 Mensenhandel 8. Volgens de Verenigde Naties is mensenhandel het werven, vervoeren, overbrengen, huisvesten of opnemen van mensen door middel van geweld, fraude of bedrog, met als doel hen voor winst uit te buiten. Mannen, vrouwen en kinderen van alle leeftijden en van alle achtergronden kunnen het slachtoffer worden van deze misdaad, die in elke regio van de wereld voorkomt.2 9. In Nederland vindt kinderhandel al meer dan 80 jaar plaats, georganiseerd en gefinancierd door de Nederlandse Staat. Dit gebeurt onder de noemers “Jeugdzorg”, “Jeugdbescherming”, “Jeugdhulp” etc. in een stelsel van publiek-private samenwerking. Met deze handel verdient men vooral geld naarmate de kinderen meer beschadigd raken c.q. er meer problemen kunnen worden gedetecteerd, gefabriceerd of verzonnen.3 Men verdient niet of nauwelijks, althans minder geld, als het welzijn van kinderen wordt bevorderd en eventuele daadwerkelijke problemen of hulpvragen snel en passend worden opgelost. Deze aanpak is de basis van een miljardenindustrie op kosten van de belastingbetaler. 10.

Jeugdzorg is een wereld waarin kinderen op basis van ondeugdelijke dossiers bij hun ouders worden weggehaald en naar een onbekende locatie worden gebracht, bij vreemden, waarna het contact met hun dierbaren wordt verboden of slechts sporadisch wordt toegestaan, vaak onder het mom van ‘verwarrend’ en ‘laten wennen’.4 Deze traumatiserende ervaringen veroorzaken per definitie psychische beschadigingen bij kind en ouders. Daarnaast worden kinderen ook vaak mishandeld en misbruikt en blijft passende hulp uit. Veel kinderen worden aldus geparkeerd en vastgehouden voor financieel gewin, op basis van niet meer dan valse meldingen, ongefundeerde zorgen, misdiagnoses, giswerk, het problematiseren en medicaliseren van de kinderen door diegenen die daar een financieel belang bij hebben, en die ook niet terugdeinzen voor verdere (valse) beschuldigingen van en ongefundeerde zorgen over de ouders. 11. Door repressie en psychologische foltering worden kinderen en ouders gedwongen tot gehoorzaamheid, volgzaamheid en zwijgzaamheid en ontstaat een angstcultuur (Rutte Doctrine5). Uitingen van wanhoop en verdriet worden bestraft door (verdere) contactverboden, afname ouderlijk gezag (via de jeugdrechter), geldboetes en gevangenisstraf (via de strafrechter, bijvoorbeeld wegens belediging) of de dreiging met dergelijke strafmaatregelen.

Vanwege de treiterijen, beledigingen, vernederingen, de intimidatie, bedreigingen en vergeldingsacties, etc. in de dagelijkse omgang met jeugdzorg, is er veel psychologisch leed, soms met zelfmoord, hersenbloedingen, hartinfarcten en kanker etc. tot gevolg. 12. Jeugdzorg is ook een wereld waarin de daders zich opwerpen als gesprekspartners en vertrouwelingen, die de slachtoffers (dwingend) uitnodigen hun gevoelens met hen te delen. Maar die ook dwingen om psychologische en medische handelingen en onderzoeken door derden te ondergaan, met hooguit het doel dat zij de onrechtmatige situatie zo snel mogelijk ‘leren accepteren’. Daarbij is een ongeschreven regel dat de informatie – selectief, al dan niet in verdraaide vorm – door de gecertificeerde instellingen tegen hen mag worden gebruikt bij de verdere dossiervorming en rechtszaken.6 Dat geldt ook voor de weigering hieraan mee te werken. 13. Het is een wereld waarin de eigen fouten en onrechtmatig handelen niet hersteld worden, en het tijdsverloop juist verdere garanties biedt om de kinderen te verzilveren. Het tijdsverloop leidt tot verdere versteviging van de eigen rechtspositie en de (eigendoms)rechten op de geëxploiteerde kinderen (moderne slavernij).

Een wereld waar de private equity fondsen, veroordeelde zedendelinquenten en frauduleuze zorgaanbieders hun intrede hebben gedaan, aan wie geen strobreed in de weg wordt gelegd. Een wereld die mensen aantrekt met persoonlijkheidsstoornissen zoals narcisme, psychopathie en sociopathie wat een klim op de carrièreladder niet verhindert. Integendeel. Een wereld waarin klokkenluiders genadeloos worden aangepakt en opgejaagd, zelfs buiten de landsgrenzen, net zoals

2

https://www.unodc.org/unodc/en/human-trafficking/human-trafficking.html Bij meerdere problemen wordt doorgaans de term “complexe problematiek” gehanteerd. Er zijn meer patronen zichtbaar bij de behandeling van dossiers die wijzen op schadelijke psychologische manipulatie van kinderen en ouders die ook worden toegepast in religieuze sektes, zie voor de beschrijving daarvan bijvoorbeeld https://sterzoeker.blogspot.com/2012/03/leer-van-de-sektes.html. Daar tegenover is informatie publiek beschikbaar over de herkenning en behandeling van daadwerkelijke psychische/psychiatrische problematiek, zoals bijvoorbeeld https://www.studeersnel.nl/nl/document/rijksuniversiteit-groningen/inleiding-psychiatrie-voor-juristen/inleiding-psychiatrie-voorjuristen-samenvatting/12136303 5 https://www.greelane.com/nl/geesteswetenschappen/problemen/us-constitution-22th-amendment-text-105391/; https://www.managementimpact.nl/artikel/machtsmisbruik-door-managers-een-bedreiging-voor-menswaardige-organisaties/; https://overheid.fnv-magazine.nl/012021/rutte-doctrine/; 6 https://recovery-freechoice.com/kenmerken-sekte/ 3 4

3 | mw. mr. dr. H.W.R. Nakad-Weststrate

ouders die Nederland proberen te ontvluchten om hun kinderen te beschermen worden aangepakt en opgejaagd.

1.2 Een humanitaire ramp 14. Door de enorme omvang van de commerciële jeugdhulp is sprake van een humanitaire ramp. Verreweg de meeste kinderen in de jeugdzorg zijn slachtoffer van onrechtmatige uithuisplaatsingen, “Staatsontvoeringen,” en daarmee slachtoffer van mensenhandel/exploitatie/moderne slavernij (OTS/UHP). Er zijn 450.000-900.000 kinderen slachtoffer van onrechtmatige staatsbemoeienis en daarmee eveneens van mensenhandel/exploitatie/moderne slavernij (OTS). Ondanks de misstanden, mensenrechtenschendingen en het menselijke leed, groeit de jeugdzorgindustrie (hard) door. 15. Dit document bevat een formele analyse aan de hand van wetten en verdragen over de (on)rechtmatigheid van de Nederlandse jeugdzorg (hoofdstuk 3 – 5). De uitkomsten zijn schokkend. De analyse wijst uit dat (vrijwel) elke getroffen kinderbeschermingsmaatregel sinds 2015 nietig, onrechtstatelijk, onwettig (illegaal) en/of onrechtmatig is. Meestal komt dit doordat er: (1) geen wettelijke grondslag bestaat voor dwangmaatregelen, of (2) sprake is van nietigheid wegens schending van het legaliteitsbeginsel, strijd met dwingende wetsbepalingen, schending van verdragsbepalingen, schendingen van beginselen van de rechtsstaat. De bestuurscultuur heeft kenmerken van narcisme en soms sadisme, wat in strijd is met de beginselen van behoorlijk bestuur.

Deze bestuurscultuur wordt mede verklaard door de (integriteits-)problemen op systeemniveau, en leidt op haar beurt weer tot (verdere) aantasting van de menselijke waardigheid; schending artikel 1 Handvest EU, de belangrijkste verdragsbepaling in de EU. Aan toetsingscommissies voor de materiële toetsing op individueel dossierniveau, komen wij daarom niet meer toe. 16. Doordat sprake is van een bewuste, wijdverbreide, stelselmatige aanval gericht tegen de Nederlandse burgerbevolking (mannen, vrouwen en kinderen), kwalificeren de strafbare feiten als misdaden tegen de menselijkheid. Deze verjaren niet. Deze misdaden worden sinds 2015 gepleegd in naam van de gemeente. Het College van B&W vormt het dagelijks bestuur, ambtenaren zijn betrokken, en de gemeenteraad is het hoogste orgaan dat de rechtmatigheid moet controleren. Individuele gemeenteraadsleden zijn derhalve verantwoordelijk en aansprakelijk hiervoor. 17. Feitelijk is de Nederlandse jeugdzorg geen onderdeel meer van de rechtsstaat, maar is sprake van georganiseerde misdaad, verweven met het openbaar bestuur (maffia).

Het voorstel van de nieuwe Minister voor Rechtsbescherming Franc Weerwind voor 420 kinderen, te weten een (kostbare, tijdrovende, casuïstische) materiële toetsing op dossierniveau, en de rechterlijke macht die bij voorbaat aangeeft dat een deel van de kinderen niet terug naar huis zal mogen terugkeren, maakt dit zichtbaar. Hoewel ook die materiële toetsing, op termijn, vrijwel altijd zal moeten leiden tot de conclusie van onrechtmatigheid (de meeste dossiers missen valide en betrouwbaar bewijs, gaan niet over concrete, ernstige ontwikkelingsbedreigingen, zijn ondeugdelijk door valsheid in geschrifte, leugenachtige verklaringen, ongefundeerde zorgen, valse beschuldigingen, misdiagnoses, eenzijdige, selectieve dossieropbouw, etc.), worden die materiële problemen op dossierniveau niet in dit stuk behandeld. We komen daar niet meer aan toe, omdat de uithuisplaatsingen toch al nietig of onrechtmatig zijn op grond van formele, systeemproblemen. 18.

Is uithuisplaatsing van kinderen door perverse financiële prikkels in de jeugdzorg, mensenhandel? Het antwoord werd al in 2012 gegeven: “Als de gemeenten ook nog zo verstandig zijn om het nieuwe financieringssysteem zo in te richten dat afgerekend wordt op daadwerkelijke resultaten in plaats van activiteiten en doorlooptijden, dan komt ook aan het perverse effect, dat met sturen op jeugdzorgtrajecten en maximale doorlooptijden het doel (kinderen zich veilig laten ontwikkelen) uit beeld raakt, een einde.” 7 19. Het is niet alleen een kwestie van verstand om de mensenrechtenschendingen te stoppen, maar ook een kwestie van de rechtsstaat, van dwingende wets- en verdragsbepalingen, en van integriteit en menselijkheid. Een klein, beschaafd land als Nederland zou, wanneer zij jeugdzorg weer terugbrengt binnen de grenzen van de rechtsstaat, hooguit in totaal 420 kinderen uit huis geplaatst behoren te hebben, en hooguit 5.000 onder Staatstoezicht. 20. De gemeenten mogen in de huidige situatie niet meer afgaan op een rechterlijke beschikking. Zij hebben de sleutel in handen om deze inhumane en barbaarse commerciële praktijk te stoppen. De eerste concrete 7

Binnenlands bestuur, 02 april 2012: Het einde van de perverse prikkels. Column van Erik Gerritsen over de financiering van de jeugdzorg. Link: https://www.binnenlandsbestuur.nl/sociaal/het-einde-van-de-perverse-prikkels-column-van-erik-gerritsen-overde-financiering-van-de

4 | mw. mr. dr. H.W.R. Nakad-Weststrate

stap is de financiering te beëindigen en te zorgen dat de kinderen kunnen terugkeren naar huis. De kinderen die zonder wettelijke grondslag, illegaal, of onrechtmatig, onder Staatstoezicht zijn geplaatst, dienen ook daaruit te worden ontslagen. In hun beleid kunnen – en moeten – gemeenten nieuwe mensenrechtenschendingen voorkómen, waarvoor zij zelf (mede) verantwoordelijk worden gehouden. 21. De wettelijke en verdragsbepalingen zijn niet ingewikkeld, maar sluiten aan bij het gezonde verstand en het rechtvaardigheidsgevoel waarmee elk mens van nature is uitgerust. Dit document is niet alleen bedoeld voor een ieder die een rol speelt in de jeugdzorgketen. Ministers, Kamerleden, bestuurders, beleidsbepalers, juristen, advocaten en rechters worden geacht de wetten en verdragen te kennen.

1.3 Herstel van gemaakte fouten 22. Gemeenten kunnen – en moeten – het volgende doen om de rechtsorde te herstellen: a. Gemeentes staken de financiering van nietige en onrechtmatige uithuisplaatsingen en toezicht. b. Gemeentes hebben het recht en de plicht om de financiering van nietige kinderbeschermingsmaatregelen in afgelopen jaren terug te claimen. Zij zijn ex artikel 162 Sv verplicht aangifte te doen van strafbare feiten. c. Onrechtmatig uit huis geplaatste kinderen moeten onmiddellijk terug naar huis, zonder nader onderzoek, rechterlijke beschikking of terugplaatsingstraject, omdat zij zonder rechtsgrond bij vreemden verblijven. Onrechtmatige staatsbemoeienis (toezicht) moet onmiddellijk worden gestaakt met inbegrip van vroeg signalering en risicolijsten op de wijze zoals dit nu is ingericht. De “bescherming” is nietig, onrechtmatig en schadelijk. d. Ouders en kinderen worden ruimhartig financieel gecompenseerd voor de schade en het aangedane leed. 23. Onder nietige en onrechtmatige uithuisplaatsingen en toezicht wordt het volgende in elk geval verstaan (zie hoofdstuk 3 t/m 5). a.

Een (‘vrijwillige’) overeenkomst van toezicht en/of gezamenlijke regie door de Gecertificeerde Instelling (OTS) en/of de uithuisplaatsing (UHP) via het contractenrecht, dus zonder rechterlijke beschikking, waarbij de ouders niet meer zelfstandig en autonoom kunnen beslissen wanneer de hulp eindigt, is nietig, (1) vanwege strijd met dwingende wetsbepalingen en (2) vanwege schending van internationale verdragsbepalingen, waardoor zij door hun inhoud of strekking in strijd zijn met de goede zeden of de openbare orde.

b.

De rechterlijke beschikking waarin een uithuisplaatsing is uitgesproken, moet vermelden welke minder schadelijke alternatieven eerst zijn geprobeerd (artikel 8 EVRM). Rechterlijke beschikkingen waarin uithuisplaatsing is uitgesproken, zonder dat het netwerk in kaart is gebracht, nog levende familieleden, vrienden, buren, kerk, moskee, sjoel, etc. en anderen, en de rechter niet heeft vastgesteld dat zij weigeren het kind hulp te bieden, en daaraan geen voorrang heeft gegeven, zijn onrechtmatig. Minder schadelijke alternatieven waaraan prioriteit behoort te worden gegeven, zijn ten minste: (i) ouders kunnen een opvoedcursus volgen; (ii) ouders kunnen een autismecursus of andere relevante cursus volgen en eventueel ambulante hulp en/of dagopvang afhankelijk van de wens van de ouders; (iii) ouder(s) en kind gaan (tijdelijk) inwonen bij familie of anderen uit het netwerk; (iv) familie of anderen uit het netwerk komen tijdelijk inwonen ter ondersteuning; (v) er komt mantelzorg of ambulante zorg aan huis een of meerdere dagen per week, of alleen gedurende de ‘spitstijden’ (kinderen klaarmaken voor school, etenstijd, etc.); (vi) bij financiële problemen wordt het gezin door de eigen familie en het netwerk, eventueel met hulp van de gemeente beschermd en geholpen, zodat ook de stress die dit veroorzaakt afneemt; (vii) de gemeente zorgt dat er voldoende afwisselend woonaanbod is, zodat

het gezin eventueel kan inwonen in een woongroep, waar het kind beschermd wordt en ouders elkaar ondersteuning en gezelligheid bieden; (viii) bij huiselijk geweld wordt niet het kind uit huis gehaald, maar moet altijd de pleger van geweld het huis verlaten (bij familie of vrienden of andere woonruimte, wat een eigen verantwoordelijkheid van de pleger is), en worden minder schadelijke vormen van ondersteuning en nazorg georganiseerd.

c.

Een uithuisplaatsing zonder dat de beschikking vooraf is betekend ex artikel 430 lid 3 Rv, is nietig.

d.

Rechterlijke beschikkingen waarin een verlenging van een uithuisplaatsing is uitgesproken op grond van een perspectiefbesluit zijn nietig, (1) vanwege strijd met dwingende wetsbepalingen en

5 | mw. mr. dr. H.W.R. Nakad-Weststrate

(2) vanwege schending van internationale verdragsbepalingen. De rechters hadden deze richtlijnen ambtshalve buiten toepassing moeten laten ex artikel 94 Grondwet. e.

Een kinderbeschermingsmaatregel zonder voorafgaand plan, waardoor het niet voor de rechter vast staat dat de gevraagde maatregel zal werken, en zo ja, binnen welke (redelijke) termijn, of waarvan de positieve werking niet gegarandeerd kan worden, of dat de maatregel op zichzelf schade toebrengt en per saldo geen verbetering voor het kind meebrengt of dat daaraan getwijfeld kan worden. De wettelijke bepaling dat een plan binnen zes weken gemaakt kan worden, is van rechtswege nietig en had door rechters buiten toepassing moeten zijn gelaten ex artikel 94 Grondwet. Toezicht alleen vanwege de wens om het gezin te monitoren en/of de zorg dat er mogelijk in de toekomst problemen zouden kunnen rijzen, is in strijd met dwingende wetsbepalingen en internationale verdragen. Verlengingen van maatregelen op basis van een perspectiefbesluit dat (mede) is gebaseerd op illegale richtlijnen zijn eveneens nietig. Rechterlijke beschikkingen daarmee in strijd, zijn nietig en moeten buiten toepassing worden gelaten. Dit zijn vormen van moderne slavernij en exploitatie van kinderen.

f.

Spionage van ouders en gezinnen in naam van preventie en vroeg signalering, het aanleggen van zwarte lijsten aan de hand van risico-lijsten, zijn in strijd met dwingende wetsbepalingen en schending internationale verdragsbepalingen, maar vormen ook een schending van de rechtsstaat zelf. Preventief toezicht op jonge, zwangere meisjes en het afnemen van hun baby bij de bevalling of kort daarna, is eveneens verboden en nietig op dezelfde gronden. Dit is in strijd met dwingende wetsbepalingen, beschermende verdragsbepalingen en in strijd met de beginselen van de rechtsstaat.

g.

Het gehele systeem van jeugdzorg, waarbij geen Chinese Walls zijn geïmplementeerd tussen vrijwillige hulp en dwangmaatregelen, is onrechtmatig, omdat dit systeem per definitie tot mensenrechtenschendingen en rechteloosheid leidt, en de bescherming van het gezinsleven illusoir maakt. Dit is het gevolg van (voorzienbare) integriteitsproblemen, zoals belangenverstrengeling, netwerkcorruptie, perverse financiële prikkels, een bestuurscultuur van wetteloosheid en staatsterreur, en uiteindelijk persoonlijke belangen bij (het doorgaan met) het plegen van strafbare feiten, en naderhand de misdrijven te ontkennen, te nuanceren, en in de doofpot te stoppen. Het is een staat in een staat.

1.4 Het voorkómen van nieuwe mensenrechtenschendingen 24. De volgende stappen moeten – zonder verder uitstel – worden genomen om nieuwe misstanden en mensenrechtenschendingen te voorkómen: a. De gemeente staat geen nieuwe nietige en onrechtmatige vormen van staatstoezicht en uithuisplaatsingen meer toe. b. De gemeente staat geen plaatsing in gesloten accommodaties meer toe. c. De gemeente bestrijdt de integriteitsproblemen van het huidige bestel: zij ontmantelen spionagediensten en geheime politiediensten, en bouwen Chinese Walls om de scheiding tussen vrijwillige hulp en gedwongen bescherming te waarborgen; d. De gemeente staakt de toekomstige financiering van nietige en onrechtmatige kinderbeschermingsmaatregelen, zodat deze uitzonderingen blijven. e. Verantwoordelijken voor ernstige misstanden en mensenrechtenschendingen in het verleden worden niet benoemd tot wethouder jeugdzorg, en de gemeente verbreekt banden met instellingen die voor de schendingen verantwoordelijk waren. f. De gemeente bevordert hulp aan gezinnen in eigen regie via de eigen huisarts, en zorgt dat de administratie van de PGB’s zo eenvoudig is, dat elk gezin dit kan met hulp uit het eigen netwerk en desnoods vanuit de gemeente. Eenmaal verstrekte PGB’s worden niet teruggevorderd.

Fouten zijn voor rekening en risico van de gemeente; de betrokken ambtenaren en hun leidinggevenden bij SVB en de gemeenten zijn verantwoordelijk.

6 | mw. mr. dr. H.W.R. Nakad-Weststrate

Hoofdstuk 2: Indeling jeugdzorg volgens het NJI 2.1 Wat is jeugdzorg volgens het NJI 25. In juli 2021 verscheen een overzicht van Nederlands Jeugdinstituut, het NJI:8 “Help! Wat is het verschil tussen jeugdzorg en jeugdhulp?” Volgens het NJI is het begrip jeugdzorg een overkoepelend begrip, en wordt sinds de invoering van Jeugdwet 2015 daaronder het volgende verstaan: a. jeugdhulp: ➢ Hulp bij psychische problemen, verstandelijke beperking, opvoedproblemen. ➢ Jeugdhulp zonder verblijf: o Wijk- of buurtteam o Ambulante hulp op locatie aanbieder o Daghulp op locatie aanbieder o Hulp in netwerk (thuis, op school) ➢ Jeugdhulp met verblijf: o Pleeggezin o Gezinsgerichte opvang (logeerhuizen of zorgboerderijen) o Gesloten plaatsing in instelling o Overige jeugdhulp met verblijf Uitgevoerd door jeugdhulpaanbieders. b. jeugdbescherming: ➢ OTS ➢ Voogdij Uitgevoerd door gecertificeerde instellingen. c. jeugdreclassering ➢ Toezicht en begeleiding gedwongen ➢ Toezicht en begeleiding vrijwillig ➢ Individuele trajectbegeleiding Uitgevoerd door gecertificeerde instellingen. 26. Alvorens in hoofdstuk 3 t/m 5 te gaan op de schending van wetten en verdragen, die door dit overzicht zichtbaar worden gemaakt, wordt eerst in dit hoofdstuk 2 kort stilgestaan bij de terminologie die direct tot veel verwarring leidt.

2.2 Terminologie 27. De terminologie van het NJI sluit in het algemeen onvoldoende aan bij de Jeugdwet en het BW. 9 Voorbeelden: •

De Jeugdwet definieert “jeugdhulp” als volgt: 1. ondersteuning van en hulp en zorg, niet zijnde preventie, aan jeugdigen en hun ouders bij het verminderen, stabiliseren, behandelen en opheffen van of omgaan met de gevolgen van psychische problemen en stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of een verstandelijke beperking van de jeugdige, opvoedingsproblemen van de ouders of adoptie gerelateerde problemen; 2. het bevorderen van de deelname aan het maatschappelijk verkeer en van het zelfstandig functioneren van jeugdigen met een somatische, verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking, een chronisch psychisch probleem of een psychosociaal probleem en die de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt, en 3. het ondersteunen bij of het overnemen van activiteiten op het gebied van de persoonlijke verzorging gericht op het opheffen van een tekort aan zelfredzaamheid bij jeugdigen met een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking of een somatische of psychiatrische aandoening of beperking, die de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt.

•

“Jeugdbescherming” is geen wettelijke term; de Jeugdwet definieert het begrip “kinderbeschermingsmaatregelen.” Hieronder wordt verstaan: 1. voogdij en voorlopige voogdij op grond van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, en 2. ondertoezichtstelling, bedoeld in artikel 255, eerste lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek en voorlopige ondertoezichtstelling, bedoeld in artikel 257, eerste lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek. (Het begrip jeugdbeschermingsmaatregelen komt één maal voor in artikel 8.2.1 lid 5 Jeugdwet.)

8

https://www.nji.nl/sites/default/files/2021-07/Wat-is-het-verschil-tussen-jeugdzorg-en-jeugdhulp-handout.pdf Daarnaast sluit de terminologie van de Jeugdwet niet aan bij het BW (bijvoorbeeld de definitie van “ouders”). Dit draagt bij aan de verwarring, maar valt buiten de reikwijdte van in dit commentaar. 9

7 | mw. mr. dr. H.W.R. Nakad-Weststrate

•

“Jeugdreclassering” betreft: 1. reclasseringswerkzaamheden, genoemd in artikel 77hh, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, 2. begeleiding, genoemd in artikel 77hh, tweede lid, van dat wetboek en 3. het begeleiden van en toezicht houden op jeugdigen die deel nemen aan een scholings- en trainingsprogramma als bedoeld in artikel 3 van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen, 4. het geven van de aanwijzingen, bedoeld in artikel 12, vijfde lid, van die wet, of 5. de overige taken die bij of krachtens de wet aan de gecertificeerde instellingen zijn opgedragen.

•

“Jeugdzorg met verblijf” is geen wettelijke term, maar een UHP. Dit is een vorm van kinderbescherming en niet van hulp, en is een laatste redmiddel.

•

“Gesloten jeugdhulp” is: de UHP met een opname, verblijf en jeugdhulp in een gesloten accommodatie (een bouwkundige voorziening of deel van een bouwkundige voorziening met het daarbij behorende terrein, waar gesloten jeugdhulp wordt verleend). Een gesloten accommodatie is feitelijk een jeugdgevangenis, waar kinderen (soms jarenlang), zonder strafrechtelijke veroordeling, van hun vrijheid worden beroofd. Bij gebrek aan bescherming en controle heerst in veel accommodaties een schrikregime. Het is een vorm van langdurige vrijheidsberoving van minderjarigen die op gespannen voet staat met internationale verdragen, onder andere wegens aantasting van de menselijke waardigheid. Overigens zijn de artikelen 6.1.2-6.1.4 Jeugdwet op onderdelen evident in strijd met wettelijke en verdragsbepalingen, bijvoorbeeld dat een minderjarige op niet meer dan vermoedens (giswerk) zou mogen worden opgesloten. Deze vorm van ‘hulp’ is zo schadelijk (“inhumaan en barbaars”) en ineffectief, dat volgens velen zij helemaal ontmanteld dient te worden.

•

Tot slot, het woord “jeugdzorg” komt overigens niet voor in de Jeugdwet 2015. Dit is niet alleen (i) een overkoepelend begrip, zoals het NJI terecht opmerkt, maar (ii) het is ook de verzamelnaam voor de gehele branche/jeugdzorgketen met inbegrip van de commerciële zorgaanbieders en zelfs van pleegouders en gezinshuishouders, en (iii) het wordt ook gebruikt als aanduiding van een of meer afzonderlijke organisaties uit de branche, de ketenpartners.

8 | mw. mr. dr. H.W.R. Nakad-Weststrate

Hoofdstuk 3: Vrijwillige of gedwongen hulp 28. Het eerste grote knelpunt in het NJI overzicht is de vermenging van (i) vrijwillige hulp en (ii) gedwongen hulp. Met name voor de rechtspositie van ouders en kind is de scheiding van die twee vormen van hulp van groot belang. Dat weet het NJI, althans behoort dat te weten, net zoals advocaten en rechters dit weten, althans behoren te weten.

3.1 Vrijwillige hulp is hoofdregel 29. Artikel 1:247 BW (het ouderlijk gezag) geeft ouders niet alleen het recht, maar legt aan hen ook de plicht op, elk eigen kind (zelf!) op te voeden en te verzorgen. Op grond van artikel 1:247 BW (ouderlijk gezag, ‘gezinsleven’) is de autonomie van de ouders leidend. Dit maakt vrijwillige hulp de hoofdregel. “De wet gaat er vanuit – en dat is ook de maatschappelijke opvatting – dat iedere ouder in beginsel geschikt is voor het ouderschap en het gezag over zijn of haar kinderen heeft of kan krijgen. Er zijn – gezien vanuit pedagogische optiek – zeer goede ouders, er zijn redelijke ouders en er zijn matige ouders. Allemaal zijn zij liefhebbende ouders en krijgen zij het gezag en zijn zij belast met de verzorging en opvoeding van hun kinderen en veelal – ook bij de matige ouders – zonder enige betrokkenheid van jeugdbescherming. De Raad zit op de lijn dat onderzocht moet worden – kort gezegd – of vader het wel kan. Voor vader geldt echter wat voor alle ouders in Nederland geldt: hij hoeft geen examen te doen om aan te tonen dat hij een goede ouder is. Het is omgekeerd: alleen als blijkt dat de vader het ouderschap niet aan kan, is er reden om in afwijking van het uitgangspunt vader niet met het gezag en de verzorging te belasten.”

Bron: uitspraak Rechtbank Noord-Holland d.d. 4 maart 2020, Zaaknummer C/15/290923 / FA RK 193922, ECLI:NL:RBNHO:2020:2091 30. Het ouderlijk gezag omvat de autonomie (de “algemene beleidsvoering”) en ook de eigen regie (concrete beslissingen), terwijl het kind in principe thuis woont, of na echtscheiding afwisselend bij de ouders (het reguliere gezinsleven, “family life). Het gezin is onderdeel van het sociale netwerk (opa’s en oma’s en verdere familie, vrienden, buren, kennissen, buurtkinderen, klasgenootjes, etc.).Het staat ouders vrij om waar nodig extern advies, bemoeienis of hulp te zoeken en/of toe te staan. Zij kunnen deze extern in te kopen, rechtstreeks of via de eigen huisarts ex artikel 2.6 lid 1 onder e Jeugdwet, dus zonder inmenging van jeugdzorg. Deze verwijzing geeft toegang tot jeugdhulp. Er zijn twee situaties wanneer ouders een beroep doen op de gemeente voor financiering: Situatie 1. De verwijzing betreft gecontracteerde jeugdhulp. Deze wordt rechtstreeks door de gemeente aan de jeugdhulpaanbieder betaald. Situatie 2. De verwijzing betreft niet-gecontracteerde jeugdhulp. Ouders kunnen in dat geval een PGB aanvragen. De gemeente mag controleren of aan de PGB-voorwaarden is voldaan, maar mag niet de noodzaak van toegang tot de jeugdhulp controleren als de huisarts dit al heeft vastgesteld. Als aan de PGB-voorwaarden is voldaan, geeft de gemeente de PGB af.

Als er niet aan de voorwaarden is voldaan, dan biedt de gemeente een gecontracteerd alternatief aan. 31. De autonomie van ouders impliceert overigens ook een hoge mate van (beleids-)vrijheid. Zo mogen ouders de situatie nog even aanzien (‘niet trekken aan gras om het sneller te laten groeien’). Bij zorgen rond de kinderen is het gebruikelijk dat ouders overleg voeren met mensen hun netwerk. 32. Verder ontlenen ouders en kinderen bescherming aan het VN Kinderrechtenverdrag en andere verdragen. a. De Nederlandse Staat moet op grond van artikel 3 lid 2 VN Kinderrechtenverdrag rekening houden met de rechten en plichten van ouders, en de Staat moet op grond van artikel 5 VN Kinderrechtenverdrag de verantwoordelijkheden, rechten en plichten van de ouders eerbiedigen. Kinderen en ouders genieten bescherming tegen inmenging van het gezinsleven door Europese en internationale verdragen.10 b. Artikel 43 Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden luidt: “(1) Elk der landen draagt zorg voor de verwezenlijking van de fundamentele menselijke rechten en vrijheden, de rechtszekerheid en de deugdelijkheid van het bestuur. (2) Het waarborgen van deze rechten, vrijheden, rechtszekerheid en deugdelijkheid van bestuur is aangelegenheid van het Koninkrijk.” c.

Artikel 93 Grondwet luidt: “Bepalingen van verdragen en van besluiten van volkenrechtelijke organisaties, die naar haar inhoud een ieder kunnen verbinden, hebben verbindende kracht nadat zij zijn bekendgemaakt.”

10

Denk aan: artikel 8 EVRM, artikel 1 en 7 Europees Handvest, het VN-Kinderrechtenverdrag, de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens, het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, artikel 3 Verdrag van Istanbul en artikel 7 Statuut van Rome, Artikel 12 Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, etc.

9 | mw. mr. dr. H.W.R. Nakad-Weststrate

d.

Artikel 94 Grondwet luidt: “Binnen het Koninkrijk geldende wettelijke voorschriften vinden geen toepassing, indien deze toepassing niet verenigbaar is met een ieder verbindende bepalingen van verdragen en van besluiten van volkenrechtelijke organisaties.”

3.2 Gedwongen hulp is zeer zeldzaam 33. Bij kinderbeschermingsmaatregelen wordt het ouderlijk gezag geheel of gedeeltelijk uitgehold of afgenomen op last van de Staat;11 deze maatregelen mogen alleen opgelegd worden wanneer is komen vast te staan op basis van valide en betrouwbaar bewijs, dat sprake is van een concrete, ernstige ontwikkelingsbedreiging van het kind, terwijl de ouders in de weg staan aan een noodzakelijke zorg. In dat geval wordt altijd de autonomie, maar meestal ook de eigen regie, geheel of gedeeltelijk afgenomen van de ouders (OTS). Bij OTS/UHP wordt het kind zelfs weggehaald en ter beschikking gesteld van derden, die de dagelijkse opvoeding en verzorging integraal overnemen. In al deze gevallen is sprake van inmenging in het gezinsleven. Dan worden de kinderen de “kinderen van de Staat”. 34. Nederland kent een opvallend hoog aantal kinderbeschermingsmaatregelen. Dit is een eerste aanwijzing dat er te snel naar deze middelen gegrepen wordt. Kinderen en ouders genieten zoals opgemerkt, juist bescherming tegen inmenging van het gezinsleven door Europese en internationale verdragen.12 Die bescherming gaat erg ver. Zelfs zo ver, dat op grond van artikel 94 Grondwet binnen het Koninkrijk geldende wettelijke voorschriften geen toepassing vinden, indien deze toepassing daarmee niet verenigbaar is. 35.

Daarbij heeft de overheid rekening te houden met de effectiviteit van de maatregelen, maar ook de eisen van proportionaliteit en van subsidiariteit en het verbod op détournement de pouvoir en andere beginselen van behoorlijk bestuur, waaraan burgers eveneens bescherming ontlenen, zijn niet zonder gevolgen. Dit betekent dat te allen tijde voorrang moet worden gegeven aan de opvoeding en verzorging door de ouders, met steun van het eigen sociale netwerk en daarbinnen met name de familie.

3.3 Gevolgen van de vermenging voor de rechtsbescherming 36. Het gevolg van de vermenging van vrijwillige hulp met gedwongen hulp is een aantasting van de rechtsbescherming. In de Nederlandse uitvoeringspraktijk ontbreekt de bescherming van het ouderlijk gezag en de bescherming van de rechten van het kind volledig, zoals uit het NJI overzicht blijkt. De praktijk kent veel voorbeelden. Voorbeeld 1. Een of meer medewerkers van de jeugdzorgketen worden door de gemeente ingezet bij de behandeling van verzoeken voor een PGB voor vrijwillige jeugdhulp, in plaats van ouders door te verwijzen naar de huisarts. Zij gaan zich toch een oordeel vormen over de noodzaak van de hulp. Voorbeeld 2. Deze medewerkers grijpen de gelegenheid aan een (verkapt) onderzoek te doen naar het gezin, en stellen de ouders vragen. Daarbij zoeken zij actief naar andere problemen dan de oorspronkelijke hulpvraag, bijvoorbeeld hechtingsstoornissen, gezinsproblematiek of andere aanknopingspunten om een dossier te bouwen voor kinderbeschermingsmaatregelen (détournement de pouvoir). Ook al zijn er geen concrete aanknopingspunten niet, toch ontwikkelen zij zorgen. In het gesprek krijgen de ouders te horen dat er veel zorgen zijn, deels kind eigen en deels gezin gerelateerd, en dat zij een vrijwillige overeenkomst moeten ondertekenen met de GI, want anders zal er via de rechter OTS worden aangevraagd.

Dit is feitelijk een veel voorkomende klacht: “Ik vroeg om hulp, maar ik kreeg problemen.” Voorbeeld 3. Wat de ouders verder niet weten, is dat de GI met de gemeente vaak heeft afgesproken (op papier of als ‘gentlemen’s agreement’) dat zij best medewerkers kosteloos ter beschikking wil stellen aan de periodieke jeugdbeschermingstafels, maar dat er dan wel ten minste twee kinderen per keer onder OTS worden geplaatst, waarvoor de gemeente financiering garandeert. Het klinkt als een win/win: de gemeente verzekert zich van kwaliteit, en de GI verzekert zich van een rendabele tijdsinvestering. Met andere woorden: dit is een van de meest directe vormen van kinderhandel binnen het systeem. Echter, deze afspraken moeten buiten toepassing blijven wegens de bescherming van het gezinsleven. 37. De naleving van wettelijke en verdragsbepalingen moet worden gegarandeerd. Het NJI weet dit, althans behoort dit te weten. Dit vereist een volledige scheiding tussen vrijwillige en gedwongen hulp, en dit moet in de organisatie van het jeugdzorgsysteem, en dus in het overzicht van het NJI tot uitdrukking komen. 11

Het eerste belangrijke doel van de Jeugdwet is: • Gebruik maken van de eigen kracht van jongeren, ouders en hun sociale netwerk. Het is belangrijk dat zij de regie blijven houden over hun leven. En dat ze samen met hun eigen omgeving en professionele hulpverleners naar oplossingen zoeken. https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/jeugdhulp/jeugdhulp-bijgemeenten#:~:text=Gemeenten%20zijn%20verantwoordelijk%20voor%20de,Dat%20staat%20in%20de%20Jeugdwet. 12 Denk aan: artikel 8 EVRM, artikel 1 en 7 Europees Handvest, het VN-Kinderrechtenverdrag, de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens, het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, artikel 3 Verdrag van Istanbul en artikel 7 Statuut van Rome, Artikel 12 Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, etc.

10 | mw. mr. dr. H.W.R. Nakad-Weststrate

Hoofdstuk 4: integriteitsproblemen 38. De vermenging van vrijwillige hulp en dwangmaatregelen, leidt niet alleen tot uitholling van de rechtsbescherming van ouders en kind, maar er ontstaan ook integriteitsproblemen.

4.1 Belangenverstrengeling en netwerkcorruptie 39. Er wordt in de praktijk, juist vanuit jeugdzorg, gedaan alsof gezinnen en jeugdzorg hetzelfde belang hebben en dienen, namelijk het belang van het kind. Dit is niet het geval. Gezinnen hebben andere belangen dan jeugdzorg. Aan de ene kant is het belang van ouders en kinderen de bescherming van hun gezinsleven en artikel 1:247 BW, en snelle antwoorden en oplossing voor hun hulpvragen. Aan de andere kant hebben de ketenpartners hebben een eigen belang om juist inbreuk te maken op het gezinsleven en de kinderen in hun macht te brengen. Zowel hun “business model” als hun bestaansgrond zijn gebaseerd op beschadigde kinderen dan wel tekort schietende, ongeschikte ouders. De toevoer van nieuwe beschadigde kinderen en/of de verdere beschadiging van reeds in hun macht geplaatste kinderen (OTS of OTS/UHP) is noodzakelijk voor de continuïteit van de ketenpartners, zowel ambtelijke organisaties als ondernemers: hiervan is hun jaarlijkse budget respectievelijk hun omzet afhankelijk. 40. De belangen van gezinnen en jeugdzorg zijn tegengesteld aan elkaar. (i) Door de vermenging van vrijwillige hulp en dwang moet een jeugdzorgmedewerker meerdere belangen dienen, die een zodanige invloed op elkaar kunnen uitoefenen dat de integriteit van het ene en/of het andere belang in het geding komt.

Bij tegengestelde belangen is er per definitie sprake van belangenverstrengeling. (ii) Op organisatieniveau ontstaat door de parallelle (financiële) belangen van de ketenpartners het probleem van netwerkcorruptie. Netwerkcorruptie is het fenomeen dat mensen die elkaar kennen, op lokaal of op nationaal niveau, een exclusief netwerk vormen dat anderen uitsluit. De leden zijn zeer loyaal en solidair en laten geen kritiek toe. In hun samenwerking – de ketenpartners zijn ook informanten van elkaar en leveren elkaar bewijs, dat door de rechters wordt geaccepteerd als onafhankelijk – kunnen zij toewerken naar een voor iedereen in de keten gunstig resultaat, waaraan de belangen van kind en ouders ondergeschikt worden gemaakt. 41. Beide fenomenen, de belangenverstrengeling en de netwerkcorruptie, zijn voorzienbaar. De Trias Politica was hiermee voor 2015 bekend door de wet- en regelgeving van het financieel toezicht, met inbegrip van de nadere regelgeving over beheerste en integere bedrijfsvoering en gedragstoezicht) dat de wetgevende en uitvoerende macht zelf gemaakt hebben, en waarover de rechterlijke macht zich al vaak heeft gebogen. Deze systeemfouten verklaren waarom de misstanden hebben kunnen ontstaan, zoals institutionele valsheid in geschrifte, ondeugdelijke dossiervorming, met ongekend onrecht en menselijk leed tot gevolg. 42.

De belangenverstrengeling wordt op organisatieniveau en persoonlijk niveau verder versterkt, doordat hoogleraren van universiteiten door de overheid gesponsord onderzoek mogen doen naar de jeugdzorg, doordat rechters cursussen geven aan jeugdzorginstellingen, door periodiek formeel en informeel overleg, bijeenkomsten, congressen en borrels tussen de ketenpartners, en de cultuur van bestraffingen en beloningen. Dit werkt een (stilzwijgende) erecode, de “Omerta in de polder”, in de hand.

4.2 Perverse financiële prikkels 43. Een bijkomend probleem zijn de perverse prikkels. Perverse prikkels ontstaan doordat de jeugdzorgketen (publiek/privaat) zo machtig is, dat zij de vraag naar haar eigen dienstverlening volledig kan sturen. 44. Dit doen de ketenpartners in de praktijk door valse beschuldigingen van ouders, door het oprekken van de gronden van uithuisplaatsing, door onnodig problematiseren en medicaliseren van kinderen, door het nalaten van snelle passende oplossingen en hulp, door het niet onderzoeken van minder schadelijke alternatieven, en door valsheid in geschrifte te plegen (problemen verzinnen, construeren, overdrijven, verergeren, veroorzaken, incidenten uitlokken, en voor ouders gunstige informatie negeren, van de hand wijzen, buiten het dossier houdenetc.), door bij echtscheidingen structureel de kant te kiezen van de gewelddadige, narcistische en problemen en onrust veroorzakende ouder en dit als een conflict tussen ouders te presenteren, en ten slotte elke vorm van kritiek van ouders de kop indrukken (ouders worden bedreigd als zij op social media hun onvrede, klachten of wanhoop durven uiten, en jeugdzorg slaat terug met vergeldingsacties zoals contactbeperkingen, -verboden of afname ouderlijk gezag). 45.

In het publieke domein wekken de ketenpartners juist de indruk dat zij wetten en verdragen stipt naleven, dat de meeste dossiers deugdelijk zijn maar dat er af en toe een fout gemaakt wordt, dat kinderen thuis niet veilig zouden zijn bij hun eigen ouders, en dat jeugdzorg hun situatie verbetert. Deze informatie is

11 | mw. mr. dr. H.W.R. Nakad-Weststrate

doorgaans onjuist en misleidend. Beginselen van behoorlijk bestuur, zoals transparantie en verantwoording, worden hierdoor geschonden.

4.3 Een schadelijk systeem 46. Het gevolg is dat ouders en advocaten die hen bijstaan, maar niet kunnen begrijpen hoe het mogelijk is dat er in elk dossier ‘domme fouten’ gemaakt worden. Dan ontstaat de neiging om dit toe te schrijven aan een gebrek aan opleidingsniveau. In werkelijkheid wordt de manier van werken ingegeven door de belangenverstrengeling, netwerkcorruptie en de perverse financiële prikkels, die de gehele keten raken, inclusief advocatuur en rechterlijke macht, inclusief de KinderOmbudsman en zelfs het College voor de Rechten van de Mens). a. Aangezien jeugdzorgmedewerkers in dienst zijn van de ketenpartners, lukt het hen niet – ondanks hun specialistische opleiding, ondanks de beschikbare kennis door moderne wetenschappelijke inzichten en ondanks miljardeninvesteringen van de overheid in opleidingen, methodologie, protocollen, richtlijnen, kennis en kunde van de branche – hun kerntaak (jeugdzorg) naar tevredenheid van ouders, kinderen en verdere familie uit te voeren en problemen goed en snel op te lossen, passende hulp te bieden, in een prettige samenwerking met ouders, broertjes en zusjes, grootouders, ooms en tantes, etc. buren en vrienden. b. Aangezien de Raad voor de kinderbescherming eveneens ketenpartner is, lukt het de raadsonderzoekers niet om de GI te controleren.

Zelfs als een verkeerd kind uit huis geplaatst wordt, keurt de Raad dit goed, en zelfs als de GI autisme verwart met verwaarlozing, keurt de Raad dit goed. Bij vragen of kritiek verwijst de Raad naar protocollen. c. Aangezien de rechterlijke macht eveneens een ketenpartner is, lukt het rechters niet hun kerntaak (rechtsbescherming, onafhankelijke en onpartijdige beoordeling) uit te voeren in het jeugdzorgdomein. Zij accepteren kritiekloos de stellingen van ketenpartners, laten zelfs anonieme informanten toe, en negeren de betwisting ervan door ouders, ongeacht het tegenbewijs. Rechters slaan geen acht op internationale verdragsbepalingen of nationale wetgeving van dwingend recht. Zelfs aan de jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie wordt geen precedentwerking toegekend. Een heel enkele keer, heel zeldzaam, valt een uitspraak in het voordeel van gezinshereniging uit, waardoor de schijn van een functionerende rechtsorde wordt hooggehouden. De realiteit is echter willekeur, geen rechtsbescherming en geen ‘fair trial’ in de zin van artikel 6 EVRM. Er is geen Constitutioneel Hof (Nederland is uniek in Europa) en rechters mogen niet toetsen aan de Grondwet (120 Grondwet). In de praktijk stellen rechters zich op als ketenpartners in weerwil van artikel 43 Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden.

Op 30 maart 2022 heeft de regering het voornemen tot een aantal Grondwetswijzigingen bekend gemaakt.13 Echter, het schrappen van artikel 120 Grondwet vormt daar geen onderdeel van. Hiermee gaat Nederland lijnrecht in tegen het advies van de Venetië Commissie.14 Ook maakt Nederland nog steeds geen aanstalten een Constitutioneel Hof in te voeren. Ook deze beslissingen zijn aanwijzingen voor het intentionele karakter bij het onrechtstatelijke handelen in de jeugdzorg, en de wens om door te gaan met mensenrechtenschendingen, tegen beter weten in. d. Doordat gemeenten, de wetgevende/controlerende macht (Eerste en Tweede Kamer van de StatenGeneraal) en de uitvoerende macht (Ministeries van Justitie en Veiligheid en van VWS) ook ketenpartners zijn, het stelsel hebben georganiseerd en in stand houden, blijven zij zich achter de beslissingen van ketenpartners, klachtencommissies en rechterlijke beschikkingen in individuele dossiers verschuilen. Over de systeemfouten en integriteitsproblemen blijven zij zwijgen. 4.4 Bestuurscultuur: staatsterreur 47. Vervolgens, omdat de ketenpartners weten dat zij boven de wet staan, dus dat zij door alle instanties worden beschermd (tot en met de rechterlijke macht, de KinderOmbudsman en zelfs het College voor de Rechten van de Mens aan toe), wordt een cultuur van onderdrukking van ouders en kinderen, en wetteloosheid verder in de hand gewerkt. a.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/1447/documents/18183