D49 VRHM, vaststelling programmabegroting 2027
Tekst van het document
Bezoekadres Rooseveltstraat 4a Leiden Postadres Postbus 1123 2302 BC Leiden Raden van deelnemende gemeenten aan veiligheidsregio Hollands Midden Datum: 14 september 2026 Telefoon: 088 - 246 5000 Bijlage: Programmabegroting VRHM 2027 Ons kenmerk: D2026-00036117 E-mail: sjors.kortekaas@vrhm.nl Uw kenmerk: Onderwerp: Vaststelling Programmabegroting 2027 Uw brief van: Contactpersoon: Sjors Kortekaas Graag bij correspondentie kenmerk en onderwerp vermelden. Geachte leden van de gemeenteraad, Dit voorjaar heeft het Dagelijks Bestuur van veiligheidsregio Hollands Midden (VRHM) uw zienswijze gevraagd op de ontwerp-Programmabegroting 2027. Het Algemeen Bestuur (AB) heeft op 10 september de Programmabegroting 2027 vastgesteld. Bij de vaststelling heeft het AB uitgesproken dat financiën in beeld zijn als aandachtspunt, gezien de financiële zorgen waar sommige gemeenten mee te kampen hebben, en dat deze aandacht een vast onderdeel is van de bedrijfsvoering bij de veiligheidsregio. Met deze brief wordt aan u als gemeenteraden de begroting gezonden, waarover u bij gedeputeerde staten uw zienswijze naar voren kunnen brengen, krachtens artikel 35, lid 5 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. De totale gemeentelijke bijdrage is vastgesteld op € 72.037.003,-. In bijgevoegde Programmabegroting is op pagina 79 een overzichtstabel ingevoegd met de exacte bijdrage per gemeente.
Met vriendelijke groet, Namens het Algemeen Bestuur, P.J. Heijkoop, voorzitter J.J. Zuidijk, secretaris (Deze brief is digitaal opgesteld en daarom niet voorzien van een fysieke handtekening.) Programmabegroting 2027 en Meerjarenraming 2028 - 2030 Programmabegroting 2027 en Meerjarenraming 2028 - 2030
Datum 10 september 2026 Auteurs Concernstaf Programmabegroting 2027 en Meerjarenraming 2028 - 2030 Programmabegroting 2027 en Meerjarenraming 2028 - 2030 2 1 Inleiding 2 Beleidsbegroting 3 Paragrafen 4 Financiële begroting 5 Bijlagen
Voorwoord De wereld verandert en de veiligheidsregio móét mee verande- ren. Deze opgave is in de achterliggende jaren steeds duidelijker geworden. Er wordt hoger, dieper en complexer gebouwd. Er zijn meer weerextremen als gevolg van klimaatverandering. Door vergrijzing treffen we steeds vaker mensen aan voor wie zelfred- zaamheid geen vanzelfsprekendheid meer is. De energietransitie confronteert ons met vraagstukken waarvoor ons gebruikelijke handelingsrepertoire niet meer voldoet. En de geopolitieke span- ningen noodzaken ons voor te bereiden op ongekende dreigin- gen. Het gaat allemaal sneller dan we denken en willen. Onzeker- heid is de nieuwe norm geworden. De voorliggende programmabegroting 2027 hoort bij het vierde en laatste jaar van het wettelijk verplichte beleidsplan van de veiligheids- regio voor de periode van 2024 tot en met 2027. Dit beleidsplan heeft als titel: ‘Focus op veiligheid, vandaag én morgen’. Het verwoordt kernachtig de inspanningen van de organisatie: dagelijks klaar staan en te hulp schieten waar hulp nodig is én de organisatie voorbereiden op de opgaven van morgen. Omdat het door alle onzekerheden bij het opstellen van het beleidsplan onmogelijk was om vier jaar vooruit te kijken, heeft het beleidsplan het karakter van een beleidsagenda met twaalf opgaven.
Jaarlijks worden bij het opstellen van de begro- ting en het jaarplan deze opgaven geladen met concrete ontwikkel- trajecten. Daarbij wordt steeds duidelijker dat we ons niet op alles kunnen voorbereiden. Er zijn grenzen aan het verandervermogen en aan de betaalbaarheid. De veiligheidsregio wendbaar en weerbaar maken is nu de juiste strategie in deze tijden van onzekerheid. Wendbaar zodat we ons gemakkelijk kunnen aanpassen aan een veranderende omge- ving. Weerbaar om ook zelf schokken op te kunnen vangen en snel op te kunnen staan als onverhoopt de eigen organisatie is getroffen. Bij dit alles is de financiële weerbaarheid van de organisatie een belangrijk aandachtspunt. Heeft de organisatie het vermogen om financiële schokken op te vangen? Dat is een nieuwe lens om naar de inkomsten en uitgaven van de veiligheidsregio te kijken. In de voor- liggende begroting is geen budgetuitbreiding in de gemeentelijke bijdragen opgenomen om de organisatie voor te bereiden op het uit- breidende takenpakket. Wel is de noodzakelijke indexering doorbere- kend om de begroting van de veiligheidsregio waardevast te houden. Dat is het minimale en noodzakelijke fundament onder financiële weerbaarheid. Ook in 2027 zal de veiligheidsregio zich blijven inspannen om de toekomst veilig te stellen. Samen met onze mensen, samen met onze inwoners en samen met onze partners.
Hans Zuidijk Directeur Veiligheidsregio Hollands Midden Regionaal commandant Brandweer Hollands Midden Programmabegroting 2027 en Meerjarenraming 2028 - 2030 Programmabegroting 2027 en Meerjarenraming 2028 - 2030 3 1 Inleiding 2 Beleidsbegroting 3 Paragrafen 4 Financiële begroting 5 Bijlagen
Inhoudsopgave 3 Paragrafen | 51 3.1 | Weerstandsvermogen, weerstandscapaciteit en risicobeheersing | 51 3.2 | Onderhoud kapitaalgoederen | 63 3.3 | Financiering | 67 3.4 | Bedrijfsvoering | 71 3.5 | Verbonden partijen | 71 1 Inleiding | 64 Financiële begroting | 72 1.1 Context | 6 1.2 Samenvatting | 9 | 4.1 | Overzicht van baten en lasten en toelichting | 72 1.3 | Vaststellingsbesluit programmabegroting 2027 | 12 | 4.2 | Verdeling naar de verschillende taakvelden | 74 4.3 | Geprognosticeerde balans en toelichting | 74 4.4 | Incidentele baten en lasten | 78 2 Beleidsbegroting | 13 2.1 | Programmaplan Fysieke Veiligheid | 13 2.2 | Programmataak Meldkamer Brandweer | 15 | 5 Bijlagen | 79 2.3 | Programmataak Brandweerzorg | 20 | 1. | Overzicht inwonersbijdrage per gemeente | 79 2.4 | Programmataak Risico -en Crisisbeheersing | 25 | 2. | EMU-saldo | 80 2.5 | Programmataak Bevolkingszorg en Gemeentelijke | 3. | Overzicht bijdrage Slachtofferhulp per gemeente | 81 Crisisbeheersing | 28 | 4. | Overzicht naar IV-3 rapportage | 82 2.6 | Programmataak GHOR | 31 | 5. | Ontwikkeling van de gemeentelijke bijdrage op basis 2.7 | Programmataak Bedrijfsvoering | 36 | van de Cebeon-norm | 83 2.8 | Regionaal beleidsplan 2024-2027: Onze opgaven | 40 | 6. | Lijst met afkortingen | 84 2.9 | Overzicht van de algemene dekkingsmiddelen | 47 4 Begroting 2027 in één oogopslag Rijksbijdragen € 12,5 mln.
Overige bijdragen € 1,2 mln. Baten Brandweerzorg € 42,0 mln. Risico- en crisisbeheersing € 11,0 mln. Bevolkingszorg € 1,1 mln. GHOR € 2,3 mln. Lasten Noordwijk Katwijk Lisse Hillegom Teylingen Voorschoten Oegstgeest Leiden Zoeterwoude Leiderdorp Alphen aan den Rijn Kaag en Braassem Nieuwkoop Bodegraven-Reeuwijk Waddinxveen Zuidplas Gouda Krimpenerwaard Meldkamer € 1,6 mln. Gemeentelijke bijdragen € 71,7 mln. Bedrijfsvoering € 23,0 mln. Directie en staf € 5,8 mln. De VRHM heeft in totaal circa 850.000 inwoners 18 deelnemende gemeenten Ca. 265 kantoormedewerkers Ca. 1.000 brandweervrijwilli- gers en 150 beroepskrachten 45 brandweerkazernes met in totaal 7.500 uitrukken per jaar Mutatie bestemmingsreserves 2027 € 1,4 miljoen Programmabegroting 2027 en Meerjarenraming 2028 - 2030 5 Programmabegroting 2027 en Meerjarenraming 2028 - 2030
1 Inleiding 1.1 Context Sinds 1 oktober 2010 is de Wet veiligheidsregio’s (Wvr) van kracht. Het doel van de wet is het realiseren van een efficiënte en kwalitatief hoogwaardige organisatie van de brandweerzorg, geneeskundige hulpverlening, rampenbestrijding en crisisbeheersing onder één regio- nale bestuurlijke regie. De verantwoordelijkheid voor veiligheid is op gemeentelijk niveau be- legd. Het college van B&W is primair verantwoordelijk voor de organi- satie hiervan. De burgemeester voert het bevel als zich in zijn of haar gemeente een incident, crisis of ramp voordoet. De voorzitter van de veiligheidsregio heeft de leiding bij crises of rampen die de gemeente- grens overschrijden of meer dan een plaatselijke betekenis hebben. De organisatie van de regionale crisisbeheersing en rampenbestrijding is belegd bij de veiligheidsregio, een wettelijke verplichte gemeen- schappelijke regeling waarbij een openbaar lichaam is ingesteld. Binnen de veiligheidsregio werken verschillende organisaties in de regio samen. Voor de aanpak van incidenten hebben zij een geza- menlijke crisisorganisatie ingericht. Het algemeen bestuur (AB) van de veiligheidsregio bestaat uit de burgemeesters van de deelnemende gemeenten in een regio. De voorzitter van het bestuur wordt bij ko- ninklijk besluit benoemd uit de burgemeesters van de gemeenten in de regio.
De voorzitter neemt ook deel aan het Veiligheidsberaad, dat bestaat uit de voorzitters van de 25 veiligheidsregio’s die met elkaar van gedachten wisselen over strategische en integrale veiligheidsvraag- stukken en -ontwikkelingen van nu en in de toekomst. Ook neemt het Veiligheidsberaad landelijk bestuurlijke standpunten in namens de veiligheidsregio’s en is gesprekspartner van de minister van Justitie en Veiligheid. De minister van Justitie en Veiligheid is de coördinerend minister op het gebied van crisisbeheersing. De minister is verantwoordelijk voor de inrichting, de werking, de samenhang en de integrale aanpak van het crisisbeheersingsbeleid en het bijbehorende stelsel (systeemverant- woordelijk). De Inspectie Justitie en Veiligheid is op grond van de Wet veiligheids- regio’s, onder gezag van de minister van Justitie en Veiligheid, belast met het toetsen van de wijze waarop een veiligheidsregio uitvoering geeft aan de taken met betrekking tot de brandweerzorg, de rampen- bestrijding of crisisbeheersing. De Inspectie, als toezichthouder, toetst periodiek de voorbereiding op de crisisbeheersing en rampenbestrij- ding door de veiligheidsregio en verricht onderzoek naar aanleiding van een brand, ramp of crisis (art. 57 lid 1 Wvr).
Het algemeen bestuur stelt de hoofdlijnen voor het te voeren beleid van de veiligheidsregio vast en de financiële kaders na overleg met de gemeenteraden. Ook controleert het algemeen bestuur het dagelijks bestuur (DB). De belangrijkste instrumenten van het algemeen bestuur zijn: • Vaststellen en wijzigingen van de begroting. • Vaststellen van de jaarstukken (jaarrekening). • Vaststellen en wijzigen van het risicoprofiel. • Vaststellen en wijzigen van het crisisplan. • Vaststellen en wijzigen van het beleidsplan. • Vaststellen en wijzigen van jaarplannen. Programmabegroting 2027 en Meerjarenraming 2028 - 2030 6 1 Inleiding 2 Beleidsbegroting 3 Paragrafen 4 Financiële begroting 5 Bijlagen
De rol van de betrokken gemeenteraden is vastgelegd in de Wet veiligheidsregio’s, de Wet gemeenschappelijke regelingen en de Ge- meenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Hollands Midden. Naast de formele rol van gemeenteraden bij het vaststellen van de begroting en de jaarstukken, hebben de gemeenteraden ook een taak bij het opstellen van het regionaal risicoprofiel en het regionaal beleidsplan (RBP). De gemeenteraden voeren hun controlerende taak uit via het college van burgemeester en wethouders en hun burgemeester, als bestuurder van de Veiligheidsregio Hollands Midden. Wat doen wij Veiligheidsregio Hollands Midden (VRHM) is opgericht door de ge- meenten in Hollands Midden op 8 oktober 2010. De taken, verant- woordelijkheden en bevoegdheden van VRHM zijn vastgesteld in de Wet veiligheidsregio’s en in de Gemeenschappelijke Regeling Veilig- heidsregio Hollands Midden. Het gaat hierbij om de volgende taken die namens de achttien1 deel- nemende gemeenten worden uitgevoerd: • Meldkamerfunctie voor brandweer, crisisbeheersing en geneeskundige hulpverlening. • Risicobeheersing. • Rampenbestrijding en crisisbeheersing. • Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de regio (GHOR). • Bevolkingszorg Gemeentelijke Crisisbeheersing (BGC). • Brandweerzorg. VRHM is hiermee in feite een uitvoeringsorganisatie voor deze taken van de gemeenten.
Deze taken voert zij uit voor de veiligheid en continuïteit van de samenleving in de regio en haar ongeveer 848.000 inwoners (CBS, 2025). 1 Alphen aan den Rijn, Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Hillegom, Kaag en Braasem, Katwijk, Krimpenerwaard, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Noordwijk, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten, Waddinxveen, Zoeterwoude en Zuidplas Anders dan soms wordt verondersteld, behoren de politietaken niet tot de taken van de veiligheidsregio. De politie is een landelijke organisatie. Wel is de politie een belangrijke en betrokken hulpver- lenings- en veiligheidspartner voor de veiligheidsregio. Samen met de gemeenten, GHOR en brandweer vormt de politie de kern van de crisisbeheersing. Naast bovenstaande wettelijke taken voert VRHM ook een aantal niet- wettelijke taken uit. Zij adviseert gevraagd en ongevraagd over de risico’s in de regio. Hiermee wordt bereikt dat veiligheid adequaat en tijdig wordt meegenomen in bestuurlijke afwegingen over ruimtelijk gebruik en ruimtelijke ontwikkeling. Dit onder meer op het gebied van evenementenveiligheid en in het kader van het omgevingsrecht. Op basis van bestuurlijke besluitvorming en in goede afstemming met de Regionale Ambulance Voorziening (RAV) voert de brandweer de niet-wettelijke taak uit van het assisteren van de ambulancedienst (op hoogte, op het water of in terrein).
Ook functioneert de VRHM indien gewenst als een bestuurlijk platform voor sociaal-maatschappelijke veiligheidsthema’s voor de gemeenten in de regio, uiteraard in goede afstemming met andere gremia. VRHM faciliteert dit platform, zodat bestuurlijke afstemming kan plaatsvinden over gezamenlijke thema’s. De overige niet-wettelijke taken zijn de jeugdbrandweer, het uitruk- ken voor reanimaties, het assisteren van de ambulancedienst zonder spoed, het testen van spanning op bovenleidingen van het spoor en deelname aan bijzondere eenheden als het internationaal inzetbare Urban Search And Rescue team (USAR), het landelijk Specialisme Tech- nische Hulpverlening (STH). Alleen voor de jeugdbrandweer ontvangt VRHM geen inkomsten. Voor de andere bovengenoemde niet-wettelij- ke taken ontvangt de veiligheidsregio kostendekkende vergoedingen van respectievelijk de ambulancedienst en het Rijk. Tot slot heeft de veiligheidsregio op dit moment een coördinerende rol in de opvang van ontheemden. Programmabegroting 2027 en Meerjarenraming 2028 - 2030 Programmabegroting 2027 en Meerjarenraming 2028 - 2030 7 1 Inleiding 2 Beleidsbegroting 3 Paragrafen 4 Financiële begroting 5 Bijlagen
Het Regionaal Risicoprofiel van Hollands Midden Volgens artikel 15 Wvr stelt het bestuur van de veiligheidsregio het risicoprofiel vast na overleg met de raden van de deelnemende ge- meenten en betrokken partners. Daarbij verzoekt het bestuur tevens aan de raden hun wensen kenbaar te maken over het in het beleids- plan op te nemen beleid. Iedere vier jaar dient het Regionaal Risicoprofiel te worden vastge- steld. Het regionaal risicoprofiel is een inventarisatie en analyse van de in de veiligheidsregio aanwezige risico’s, inclusief relevante risico’s uit omliggende regio’s. Om het risicoprofiel op te kunnen stellen zijn samen met gemeenten, partners, experts en betrokken hulpdiensten themabijeenkomsten georganiseerd. Ook zijn trends en ontwikkelin- gen beschouwd, die van invloed kunnen zijn op de risico’s (aanjagers). Het risicoprofiel geeft ook input voor het regionaal beleidsplan. Op basis van het risicoprofiel kan het veiligheidsbestuur strategisch beleid voeren om de aanwezige risico´s in de toekomst te voorkomen en te beperken en om de crisisorganisatie op specifieke risico´s voor te berei- den. Uit het risicoprofiel blijkt dat de aanjagers van significante invloed zijn op de (regionale) risico’s. Aanjagers zijn trends of ontwikkelingen die de kans op of de gevolgen van bestaande risico’s voor de fysieke vei- ligheid binnen onze regio kunnen vergroten.
Deze aanjagers kunnen bovendien ook elkaar beïnvloeden en zo de gevolgen van risico’s nog verder versterken. De zeven aanjagers betreffen: • Hyperconnectiviteit. • Digitale afhankelijkheid. • Klimaatverandering. • Energietransitie. • Vergrijzing en langer zelfstandig blijven wonen. • Verdichting. • Polarisatie en radicalisering. Het huidige risicoprofiel is het vierde risicoprofiel en geldt voor de periode 2023-2026. Een nieuw regionaal risicoprofiel voor de periode 2027-2030 is in voorbereiding en wordt in de loop van 2026 gedeeld met de gemeenteraden Het Regionaal Beleidsplan (RBP 2024-2027) van Hollands Midden De Wvr schrijft voor dat het bestuur van de veiligheidsregio ten minste eenmaal in de vier jaar een beleidsplan vaststelt (art. 14 Wvr). Dit be- leidsplan dient mede gebaseerd te zijn op een door het bestuur van de veiligheidsregio vastgesteld risicoprofiel (art. 15 Wvr). Het huidige beleidsplan is het vierde beleidsplan sinds de oprichting van VRHM. De achtereenvolgende beleidsplannen laten een duidelijke ontwikkeling zien van de veiligheidsregio: van een geregionaliseerde brandweerorganisatie naar een moderne hulpverlenings- en crisisor- ganisatie.
Een organisatie die er niet alleen is voor de veiligheid van haar inwoners, maar ook een onmisbare motor is gebleken voor het openbaar bestuur om invulling te kunnen geven aan hun crisisverant- woordelijkheden tijdens bijvoorbeeld de langdurige corona-, Oekra- ine- en migratiecrises. In het vorige Regionaal Beleidsplan 2020-2023 waren deze nieuwe, ongekende crisestypen (nog) niet opgenomen. De grote, langdurige inzet van VRHM bij deze crises heeft echter wel gevolgen gehad voor de uitvoering van het beleidsplan in de afgelopen periode. Het werk wat uit deze nieuwe crises voortvloeide vroeg en vraagt veel van de bestaande capaciteit en middelen van de veiligheidsregio. Deze crises zijn voorbeelden van hoe de wereld om ons heen verandert. Ontwik- kelingen in de samenleving als toenemende stedelijke verdichting (hoog- en complexbouw), energie- en materiaaltransitie, klimaatver- andering, digitaliseringvergrijzing en toenemende geopolitieke drei- ging leiden tot nieuwe en complexere risico’s voor de veiligheid van de inwoners. De beschikbare capaciteit en middelen voor deze nieuwe opgaven zijn echter beperkt. Het heeft ons geleerd dat dit vraagt om een wendbare organisatie en het voortdurend maken van keuzes ten aanzien van de inzet van beschikbare capaciteiten.
Programmabegroting 2027 en Meerjarenraming 2028 - 2030 8 1 Inleiding 2 Beleidsbegroting 3 Paragrafen 4 Financiële begroting 5 Bijlagen
Financiële kaderstelling De ingewikkeldheden van deze nieuwe tijd hebben een belangrijke | Voor het opstellen van de programmabegroting 2027 zijn de financi- plaats gehad bij het opstellen van het Regionaal Beleidsplan 2024- | ele kaders toegepast, zoals vastgesteld in de Kadernota 2027 door het 2027 ‘Focus op veiligheid, vandaag én morgen’. Sommige ontwik- | algemeen bestuur in haar vergadering van 26 februari 2026. kelingen gaan zo snel, dat hier nu nog geen pasklaar antwoord op is. Het beleidsplan heeft daarom het karakter van een beleidsagenda | In januari 2025 is bij de begrotingsvoorbereiding voor 2026 een inten- met een twaalf ontwikkelopgaven, die voor ons leidend zijn voor de | sief bestuurlijk traject gevoerd over de mogelijkheden en gevolgen ontwikkeling van ons vakgebied en onze organisatie in de komende | bij het niet laten groeien van de begroting 2026 van de VRHM. Bij die jaren. In paragraaf 2.8 staan de 12 ontwikkelopgaven met de bijbeho- | extra bestuursvergaderingen is afgesproken dat in de begroting 2026 rende activiteiten voor 2027 beschreven. Dit is dan ook het laatste jaar | een bedrag ter grootte van € 1,1 miljoen voor onvermijdelijke meer- van het huidige beleidsplan. | kosten via interne ombuigingen moet worden bekostigd én een extra bezuiniging van € 0,4 miljoen moet worden doorgevoerd.
Die ombui- gingen en taakstelling zijn verwerkt en worden in 2026 nauwkeurig 1.2 Samenvatting | gemonitord. Inmiddels kunnen de belangrijkste nieuwe ontwikkelingen niet buiten Programmabegroting 2027: Programmataken en op te | extra middelen. Die thema’s betreffen versterking weerbaarheid, pakken onderwerpen uit het beleidsplan | intensiveren van bedrijfscontinuïteitsmanagement en het thema ar- Veiligheidsregio Hollands Midden kent één programma geheten Fysie- | beidsrelaties, waaronder de uitvoering van de regeling PTSS. ke Veiligheid. Die kent, volgens de taken in de Wet veiligheidsregio’s, een onderverdeling in de programmataken Meldkamer Brandweer, | Wat gaat het kosten? Brandweerzorg, Risico- en Crisisbeheersing, Bevolkingszorg, GHOR en | VRHM heeft kennisgenomen van het advies van de werkgroep FKGR nog de programmataak Bedrijfsvoering. | maar acht de geadviseerde correctie op de indexering niet realistisch. Om de meerjarenbegroting waardevast te houden en die niet te VRHM is in belangrijke mate een uitvoeringsorganisatie. Onze capaci- | belasten met een extra bezuiniging als gevolg van een correctie op de teit en middelen worden met name ingezet voor de reguliere advise- | indexering, is de begroting 2027 met een gewogen index van 4,98% ring over toezicht op veiligheid, de paraatheid, de vakbekwaamheid, | geïndexeerd. het onderhoud en de bijbehorende bedrijfsvoering.
Dit noemen wij de going concern. Daarnaast vindt in ons dagelijks werk continue aanpas- | Een stijging van het aantal inwoners is niet altijd evenredig verbonden singen en verbeteringen plaats, het zogenoemde growing concern. | aan hogere lasten. De veiligheidsregio brengt daarom een eventuele Vanaf paragraaf 2.2 worden deze per programmataak toegelicht. Met | volumestijging van de lasten afzonderlijk in beeld. In het specifieke de financiële kaders die als uitgangspunt zijn opgenomen zijn zowel | geval van 2027 betreft dit de bijdrage aan Slachtofferhulp Nederland, de going- en de growing concern van de veiligheidsregio gedekt. | zoals genoemd in de tabel in bijlage 3. 9 Het overige deel van het positieve jaarresultaat 2025 De overeengekomen indexeringsmethode resulteert dat de lasten | (€ 156.000,-) zal VRHM terugvloeien naar de gemeenten. worden geïndexeerd met: • | De verwachte loonontwikkeling in 2027 met 6,3%. | Samenvatting besluit resultaatsbestemming 2025: • | De index op de materiële lasten van 2,6%. | Resultaat 2025 • | Met een verhouding van 64,20% personeel en 35,80% materieel, | (bedragen x € 1.000) | 1.879 resulteert dit in een totale indexatie van 4,98%. De totale lasten over de gemeentelijke bijdragen in de programma- | Mutatie bestemmingsreserves | Onttrekking | Dotatie begroting 2026 bedroegen € 68,6 miljoen.
Voor de VRHM betekent | Afschrijvingskosten Meldkamer HM | 150 | 150 dit een indexering van € 3,4 miljoen ten opzichte van 2026. | Gepresenteerd resultaat 2025 | 2.029 De uitwerking van het percentage index (4,98%) verschilt per gemeen- | Reserve Groot Onderhoud Gebouwen | 20 | 20 te. Dit als gevolg van: | Tweede Loopbaanbeleid | 9 | 9 Wijzigingen in de relatieve bijdrage in de som van de middelen | Wendbare en Weerbare Bedrijfsvoering | 151 | 151 • | voor brandweer en rampenbestrijding. Die ontvangen gemeenten | Subtotaal resultaat 2025 | 2.209 via het gemeentefonds (volgens septembercirculaire 2025). | Mutatie bestemmingsreserves • | Het relatieve aandeel in het aantal inwoners per 1 januari 2025. | Weerbaarheid & BCM | -1.153 | -1.153 In bijlage 1 is een tabel opgenomen met de wijzigingen in de relatieve | Weerbaarheid & BCM | -899 | -899 bijdragen. | Subtotaal resultaat 2025 | 156 Besluit jaarresultaat 2025 | Voorstel terugvloeien naar gemeenten | -156 | -156 Het exploitatieresultaat 2025 is € 2,0 miljoen, na onttrekking uit de | Saldo 2025 na verwerking reserves/mutaties bestemmingsreserves en voor resultaatsbestemming. Er is door het AB vastgesteld dat een deel van het positieve jaarresultaat over 2025 ingezet wordt om de noodzakelijke uitgaven in het kader van bedrijfs- continuïteitsmanagement (BCM) te financieren.
De ingeschatte € 1,15 miljoen leidt hiermee in deze fase niet tot een extra financie- ringsvraag bij gemeenten. Voorts is nog een van de meest cruciale aandachtspunten - de nood- communicatie - verder op te pakken. Inmiddels verenigen de veilig- heidsregio’s zich hiervoor ook bovenregionaal voor verdere plan- vorming. Hoewel de kosten in dit stadium nog niet te voorzien zijn, zullen deze fors zijn. De VRHM heeft uit het exploitatieoverschot van 2025 een bedrag van de extra BDuR-uitkering (€ 899.000,-) toege- voegd aan de reserve Weerbaarheid & BCM. 10 Gemeentelijke bijdragen 2027 De beleidsmatige en financiële kaders leiden tot de volgende bijdragen voor 2027: Omschrijving | Brandweer en | Meldkamer (bedragen x €1.000) | Crisisbeheersing | BrW HM | Bevolkingszorg | GHOR | Totaal VRHM Bijdrage 2026 - factuur | 64.293 | 1.438 | 782 | 2.081 | 68.594 Index 2027: 4,98% | 3.199 | 72 | 39 | 104 | 3.413 Extra bijdrage Slachtofferhulp | 30 | - | - | - | 30 Bijdrage 2027 - factuur | 67.522 | 1.509 | 821 | 2.185 | 72.037 De bronnen voor de financiering in 2027 van de VRHM zijn: Omschrijving | Veiligheidsregio Hollands Midden wordt als gemeenschappelijke rege- (bedragen x €1.000) | Bedrag | % | ling met name gefinancierd door de deelnemende gemeenten (€ 72,0 miljoen, wat resulteert in gemiddeld € 84,58 per inwoner).
Gemeentelijke bijdragen van 18 gemeenten | 71.735 | 83,7% | VRHM ontvangt jaarlijks een vast bedrag van gemeente Gouda van Vordering gemeente Gouda ingevolge FLO | 302 | 0,4% | € 0,3 miljoen voor de afkoop van de FLO-rechten van voormalig Rijksbijdrage (Brede Doeluitkering Rampenbestrijding, BDuR) | 8.560 | 10,0% | Goudse medewerkers die bij de regionalisatie in dienst zijn gekomen Aanvullende Rijksbijdrage | 2.536 | 3,0%van VRHM. Het Rijk levert door middel van de Rijksbijdrage ‘Brede Bijdrage noodsteunpunten en Burgerhulpverlening | 1.400 | 1,6% | Doeluitkering Rampenbestrijding’ een financiële bijdrage van € 11,0 Overige baten | 1.193 | 1,4%miljoen. De 25 veiligheidsregio’s ontvangen een bedrag (lumpsum) voor een aanvulling in de bekostiging van het totale takenpakket Totaal | 85.726 | 100%met een extra bedrag bestemd voor de versterking van de (toekom- stige) crisisbeheersing, de informatiepositie en het inrichten van een nieuw knooppunt voor de coördinatie tussen Rijk en veiligheidsregio’s (KCR2). Daarnaast ontvangt VRHM vanaf 2027 jaarlijks een bijdrage van € 1,4 miljoen voor noodsteunpunten en burgerhulpverlening. Zie bijlage 5 voor de vergelijking van de gemeentelijke bijdragen met de Cebeon-norm. 11 1.3 | Vaststellingsbesluit programmabegroting 2027 Het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling Veilig- | II.
V ast te stellen de volgende mutaties voor 2027 in de bestemmings- heidsregio Hollands Midden; | reserves: Gezien het voorstel van het dagelijks bestuur van 16 april 2026, Overwegende dat het dagelijks bestuur van de Veiligheidsregio Hol- | Mutaties reserves Fysieke Veiligheid | Programmabegroting 2027 lands Midden de programmabegroting 2027 en de meerjarenraming | (bedragen x €1.000) | Dotatie | Onttrekking | Saldo 2028 - 2030 aan de gemeenteraden van de aan de gemeenschappelijke regeling deelnemende gemeenten heeft aangeboden; | Resterende expl. lasten | - | -150 | -150 Dat is voldaan aan het bepaalde in de artikelen 44 van de gemeen- | Mutaties ten behoeve van ontwikkel schappelijke regeling Veiligheidsregio Hollands Midden. | en Innovatiebudget VRHM | - | -100 | -100 Mutaties ten behoeve van Groot Besluit: | Onderhoud Gebouwen | 100 | - | 100 I. Vast te stellen de baten en lasten voor het jaar 2027 voor het pro- | Mutaties ten behoeve van tweede loopbaanbeleid | 73 | -87 | -14 gramma Fysieke Veiligheid: | Mutaties ten behoeve van WWB | - | -212 | -212 Weerbaarheid & BCM | - | -1.011 | -1.011 Programma Fysieke Veiligheid | Programmabegroting | Totaal | 173 | -1.560 | -1.387 (bedragen x €1.000) | 2027 BATEN PROGRAMMA FYSIEKE VEILIGHEID | -85.424 | III.
| Vast te stellen de in de programmabegroting 2027 opgenomen Gemeentelijke bijdrage | -71.735paragrafen; Rijksbijdrage (BDuR) | -8.560IV. | Kennis te nemen van de meerjarenramingen 2028 tot en met 2030; Rijksbijdrage (aanvullende BDuR) | -2.536 | V. | Kennis te nemen van de in de programmabegroting 2027 opgeno- Rijksbijdrage (NSP en BHV) | -1.400 Overige bijdragen | -1.193men risico’s; LASTEN PROGRAMMA FYSIEKE VEILIGHEID | 86.811 | VI. Beschikbaar te stellen de voorgenomen kredieten voor de inves- Meldkamer Brandweer | 1.629teringen en machtiging te verlenen tot het aantrekken van de Brandweerzorg | 41.949benodigde financiering voor investeringen; Risico- en Crisisbeheersing | 10.980Aldus besloten in de openbare vergadering van het algemeen bestuur Bevolkingszorg | 1.131 GHOR | 2.287van 10 september 2026. Directie & Staf | 5.812 Bedrijfsvoering | 23.022De secretaris, | De voorzitter, Saldo | 1.387 J.J. Zuidijk | P.J. Heijkoop Ingezonden op 11 september 2026 aan het College van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland 12 2 Beleidsbegroting 2.1 Programmaplan Fysieke Veiligheid De Veiligheidsregio Hollands Midden kent één programma ge- heten Fysieke Veiligheid. Dit programma is onderverdeeld in de programmataken Meldkamer Brandweer, Brandweerzorg, Risico- en Crisisbeheersing, BGC en GHOR, volgens de taken in de Wet veiligheidsregio’s.
Daarnaast wordt de programmataak Bedrijfs- voering toegevoegd. VRHM is in belangrijke mate een uitvoeringsorganisatie. De capaciteit en middelen worden met name ingezet voor de reguliere advisering over en toezicht op veilig- heid (1.700 adviezen omgevingsveiligheid, 1.100 adviezen brandveiligheid,750 evenementen-adviezen en 1.000 brandveiligheidscontroles per jaar), de paraatheid (7.500 uitrukken, 24.000 telefoontjes meldkamer, 9 multidisci- plinaire crisisinzetten per jaar), de vakbekwaamheid (250 opleidingen, 5.000 oefen- en bijscholingsmomenten per jaar), het onderhoud (45 kazernes en 110 voertuigen) en de bijbehorende bedrijfsvoering. Deze opsomming gaat over het zogeheten going concern. Daarnaast vinden in ons dagelijks werk continu aanpassingen en verbeterin- gen plaats, het zogenoemde growing concern. Hierna worden deze vanaf paragraaf 2.2 tot en met 2.7 per programmataak toegelicht. In paragraaf 2.8 wordt een toelichting gegeven op het Regionaal Beleidsplan VRHM 2024-2027 ‘Focus op vei- ligheid, vandaag én morgen’. Dit beleidsplan heeft het karakter van een beleidsagenda met twaalf opgaven die leidend zijn voor de ontwikkeling van ons vakgebied en onze organisatie in 2027. Programmabegroting 2027 en Meerjarenraming 2028 - 2030 13 1 Inleiding 2 Beleidsbegroting 3 Paragrafen 4 Financiële begroting 5 Bijlagen Programmabegroting 2027 en Meerjarenraming 2028 - 2030
Programmataak Meldkamer
2.2 Programmataak Meldkamer Brandweer 2.2.1 Going concern De gezamenlijke meldkamer is de startmotor voor incident- en crisis- bestrijding. Een hulpvraag van een burger in nood komt hier als eerste binnen. Op basis hiervan alarmeert de meldkamer de brandweer, doet een eerste inschatting van het benodigde hulpaanbod en ondersteunt de eenheden die onderweg gaan naar het incident. De meldkamer is 24/7 bereikbaar en in staat om bij opschaling van de multidisciplinaire crisisorganisatie (GRIP, Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdings- procedure) haar rol hierin te vervullen. Tevens vervult de meldkamer een rol en taak in het alarmeren van ketenpartners in de crisisbeheer- sing. Denk hierbij aan de Officier van Dienst Bevolkingszorg voor de gemeentelijke processen. De ontwikkelrichting voor de meldkamers is met het Transitieakkoord Meldkamer van de toekomst, de Heroriëntatie, het Uitwerkingskader en de Wijzigingswet meldkamers bepaald. Momenteel wordt toe- gewerkt naar een virtueel genetwerkte organisatie van alle meldka- mers in Nederland met maximaal tien meldkamerlocaties die werken volgens een gestandaardiseerde werkwijze. Het onderdeel ‘Landelijke Meldkamer Samenwerking (LMS)’ binnen de politie ondersteunt deze organisatie. Landelijke Meldkamer Samenwerking (LMS) Sinds 2020 is de LMS verantwoordelijk voor het beheer van de meldka- mers conform de Wijzigingswet meldkamers.
Onder het beheer vallen onder andere de informatievoorziening (IV) & ICT infrastructuur, de ICT-systemen en alle gebruikersapplicaties die door de Meldkamer Den Haag werden overgedragen aan de LMS. Buiten de scope van het be- heer vallen de operationele leiding en operationele processen van de meldkamerfuncties, het meldkamerpersoneel en de voorziening van de calamiteitencoördinator. Dit blijft een eigen verantwoordelijkheid per meldkamer. De LMS heeft de volgende doelen: • De burger zo veel mogelijk helpen bij het eerste contact door mid- del van een goede intake. • Een landelijk kwaliteitsniveau waardoor de burger overal kan re- kenen op dezelfde dienstverlening van de meldkamer ongeacht de locatie van de noodhulpvraag. • Het verbeteren van de telefonische bereikbaarheid van de meldka- merlocaties tijdens piekbelastingen. • Het verbeteren van de uitwijkmogelijkheden van meldkamerloca- ties bij uitval. • Een verbetering van de informatie-uitwisseling, zowel tussen hulp- verleningsdiensten onderling als tussen de verschillende regio’s. Convenant Meldkamerfunctie Brandweer Haaglanden en Hol- lands Midden Wanneer in het werkgebied van één meldkamer verschillende veilig- heidsregio’s zijn gesitueerd bepaalt de wet dat de besturen van die veiligheidsregio’s een convenant sluiten waarin tenminste afspraken worden gemaakt over de gezamenlijke uitvoering van de meldkamer- functie.
De afspraken zorgen voor een eenduidige manier van werken binnen het werkgebied van die meldkamer. Verder dient in dit conve- nant de onderlinge verantwoordelijkheidsverdeling te worden vastge- legd. De veiligheidsregio’s Haaglanden en Hollands Midden beschik- ken over een dergelijk convenant. Programmabegroting 2027 en Meerjarenraming 2028 - 2030 15 1 Inleiding 2 Beleidsbegroting 3 Paragrafen 4 Financiële begroting 5 Bijlagen
2.2.2 | Growing concer n Na het afronden van een interne verbouwing is de meldkamer aangesloten op het landelijke ICT-systeem voor de meldkamers in Nederland. Hierdoor kunnen de meldkamers elkaar beter ondersteunen bij drukte of uitval. De 24/7 aanwezigheid van de Calamiteiten Coördinator (CaCo), noodzakelijk om uitvoering te geven aan de multidisciplinaire coördinatie van de meldkamerprocessen tijdens een (dreigende) crisissituatie (GRIP), is gegaran- deerd conform de wettelijke verplichting. Afgelopen jaar is de structuur en organisatie rondom de functie van de Calamiteiten Coördinator ingericht. Voor 2027 worden meerdere ontwikkelingen verwacht voor wat betreft landelijke samenwerking en nieuwe ontwikkelingen op het gebied van techniek en verbindingen. Het gaat hierbij om belangrijke vervangingen van het huidige gemeenschappelijke meldkamersysteem GMS (naar Adaptief Basis Systeem (ABS) en het huidige com- municatiesysteem C2000/P2000) en tussen meldkamer en de hulpverlening op straat (naar Missie Kritische Commu- nicatie (VMX)). Deze systemen zijn van groot belang voor het tijdig en veilig kunnen uitvoeren van de werkzaam- heden van de brandweer en andere hulpverleners. Deze vervangingen leiden wel tot een nieuwe verdeling van werkzaamheden tussen LMS/meldkamer en interne brandweerorganisatie (voor ABS) en mogelijk tot een kosten- verschuiving voor (VMX).
De precieze omvang is nog onderwerp van landelijke onderhandelingen met het Rijk. In 2027 wordt, op basis van een landelijk protocol, het risico- en continuïteitsmanagement van de meldkamer verder versterkt. 2.2.3 | Raming van de lasten Meldkamer Brandweer Meldkamer Brandweer | Realisatie | Begroting | Begroting | Meerjarenramingen (bedragen x €1.000) | 2025 | 202620272028 | 2029 | 2030 LASTEN MELDKAMER BRANDWEER | 1.353 | 1.557 | 1.629 | 1.629 | 1.629 | 1.629 Exploitatielasten Lasten | 1.353 | 1.557 | 1.629 | 1.629 | 1.629 | 1.629 Toelichting op de cijfers: In bovenstaande tabel worden de totale lasten van de programmataak Meldkamer Brandweer weergegeven. De lasten nemen in het jaar 2027 met 4,5% toe ten opzichte van 2026. De toename van de lasten in 2027 is het gevolg van indexatie en CAO-verhoging. 16 Tim Witteveen, senior bevelvoerder Leiden-Noord ‘ Verdichting vraagt om nieuwe brandweertactieken’ De verdichting van stedelijke kernen verandert het werk van de brandweer ingrijpend. Meer woningen, hogere gebou- wen en multifunctioneel ruimtegebruik zorgen voor nieuwe risico’s en complexere situaties. In Hollands Midden wordt daarom gezocht naar andere manieren van optreden. Senior bevelvoerder Tim Witteveen van kazerne Leiden-Noord ex- perimenteert met een aanpak die rookontwikkeling bij brand beter onder controle moet houden. De eerste resultaten zijn veelbelovend.
Verdichting is ook in deze regio zichtbaar. Binnen bestaande stadsgrenzen wordt steeds intensiever gebouwd. “Ga maar na,” zegt Tim. “Bij station Leiden Lammenschans is een compleet dorp de hoogte in gegaan. En kijk naar het Leiden Bio Science Park, met steeds meer studentenflats en andere hoogbouw.” Deze ontwikkeling heeft directe gevolgen voor de inzet van de brandweer. Straten worden drukker en soms smaller, waardoor de bereikbaarheid van incidentlocaties onder druk komt te staan. Ook zijn er minder opstelplaatsen voor voertuigen. Tegelijkertijd nemen de risico’s toe. Hoogbouw en gemengde functies zorgen voor complexere gebouwen, waarin ontruimingen lastiger zijn en incidenten zich anders ontwikkelen dan voorheen. Programmabegroting 2027 en Meerjarenraming 2028 - 2030 17 Programmabegroting 2027 en Meerjarenraming 2028 - 2030
Rook als grootste gevaar Volgens Tim vraagt deze nieuwe werkelijkheid om een andere manier van denken en handelen. “Rook is vaak schadelijker dan de brand zelf,” legt hij uit. “Het ver- spreidt zich razendsnel, maakt snel slachtoffers en heeft grote invloed op onze inzet. Zeker in complexe woon- gebouwen met inpandige woningen kan een verkeerde tactiek grote gevolgen hebben.” Juist daarom richt hij zich op het beheersen van rook. In plaats van pas later in het proces te ventileren, onder- zoekt hij of vroegtijdige ventilatie juist helpt om situaties veiliger en overzichtelijker te maken. Eerst ventileren, dan zoeken De kern van zijn aanpak is eenvoudig, maar wijkt af van de traditionele volgorde. “We zijn gewend om eerst te blussen, daarna mensen te redden en vervolgens te ventileren,” zegt Tim. “Mijn idee is dat we in complexe gebouwen soms eerst moeten voorkomen dat rook zich verspreidt. Door vroegtijdig te ventileren, houden we de situatie beheersbaar. Daarna kunnen we sneller en ef- fectiever op zoek naar slachtoffers.” Dat kan bijvoorbeeld met ventilatoren op accu’s, waarmee rook gecontroleerd uit een gebouw kan worden afgevoerd. Dat zorgt voor beter zicht en een veiliger werkomgeving voor de brand- weer. De voordelen van deze aanpak zijn groot, verwacht Tim. “Zoeken in dichte rook is intensief en tijdrovend.
Als we rook kunnen sturen en afvoeren, winnen we tijd en overzicht. Dat verkleint de kans dat we iemand over het hoofd zien. En uiteindelijk draait het daar om: levens red- den.” Kleinschalige experimenten laten zien dat de theorie werkt. “De eerste signalen zijn positief. Wat we verwach- ten, zien we ook terug in de praktijk. Maar tot nu toe gaat het om relatief eenvoudige oefensituaties. De vol- gende stap is om dit verder te onderzoeken in realistische omstandigheden.” Van experiment naar praktijk Voor dat vervolgonderzoek zijn middelen, mankracht en geschikte oefenlocaties nodig. Het doel is om te komen tot een duidelijke en toepasbare werkwijze. “Uiteindelijk willen we dit vertalen naar een instructie en opnemen in ons oefenprogramma,” zegt Tim. Volgens hem is dat geen luxe, maar noodzaak. “Je ziet dat andere regio’s hier ook mee bezig zijn. Ons werk wordt complexer, dus we moeten ons aanpassen. Verdich- ting blijft de komende jaren een belangrijk thema. Dat vraagt om nieuwe tactieken en een andere manier van denken.” Winst voor de samenleving De mogelijke opbrengst voor de samenleving is groot. Minder slachtoffers, minder rookschade en minder impact voor bewoners en hulpverleners. “Als we eerder grip krijgen op rook, kunnen we echt verschil maken,” besluit Tim.
“Daar ligt een belangrijke opgave voor de komende jaren.” Programmabegroting 2027 en Meerjarenraming 2028 - 2030 18
Programmataak Brandweerzorg Programmabegroting 2027 en Meerjarenraming 2028 - 2030
2.3 | Programmataak Brandweerzorg 2.3.1 | Going concer n De taak van de brandweer kent een wettelijke grondslag. Het deelpro- | De brandweer is een frontlijnorganisatie. Bij incidenten en het verle- gramma Brandweerzorg heeft artikel 25 uit de Wet veiligheidsregio’s | nen van hulp staat de brandweer vooraan. Voor de sector Brandweer- als basis. Daarmee draagt Brandweerzorg verantwoordelijkheid voor | zorg geldt dan ook dat het in stand houden van de going concern de de volgende taken: | taak is waar 95% van de tijd en middelen naartoe gaat. Het 24/7 ope- rationeel en paraat zijn vraagt veel van onze organisatie. De groeien- • | Het redden van slachtoffers en het beperken van schade bij bran- | de aandacht voor het volhoudvermogen van dit proces bij langdurige den (brandbestrijding). | incidenten en crises doet deze belasting zelfs nog toenemen. Continuï- • | Het opsporen en bevrijden van slachtoffers en het verlenen van le- | teit en redundantie vragen extra inzet en middelen. vensreddende en technische hulp bij ongevallen anders dan brand (technische hulpverlening waaronder begrepen waterongevallen- | De brandweer rukt dagdagelijks uit. Dat gebeurt in Hollands Midden bestrijding en incidentbestrijding gevaarlijke stoffen). | circa 7.500 keer per jaar. Dit gebeurt vanuit 45 kazernes.
Er zijn ruim • | Het verlenen van diensten, anders dan de wettelijke taken brand- | 1000 brandweervrijwilligers en 150 beroepsbrandweermensen die bestrijding en technische hulpverlening (bijvoorbeeld met spoed | zorgen dat de basisbrandweerzorg en de specialismen altijd kunnen assisteren van de ambulancedienst op hoogte). | worden geleverd. Daarmee is paraatheid geen individuele maar een • | Het bewaken van de inzetbaarheid van de operationele brand- | collectieve prestatie. De verantwoording om de aanwezigheid te bor- weereenheden ten behoeve van de brandbestrijdings-, technische | gen is een gezamenlijke taak. hulpverlenings- en dienstverleningstaken (bewaken operationele inzetbaarheid). | De voorbereiding van deze repressieve prestatie gebeurt door meer • | Het opleiden, trainen en oefenen van brandweereenheden en lei- | dan 100 medewerkers die elk met hun eigen taak bijdragen aan het dinggevenden /piketfunctionarissen, dusdanig dat zij bij een inzet | borgen van de paraatheid. Dit varieert van operationele voorbereiding in staat zijn effectief het incident te bestrijden respectievelijk te | en vakbekwaamheid tot planning, onderhoud en logistiek. Paraatheid coördineren en leiding te geven (vakbekwaam worden en blijven).
| bestaat niet alleen uit het er zijn op het moment dat het ertoe doet • | Het opstellen en actueel houden van operationele plannen en pro- | maar ook uit vakbekwame mensen en betrouwbaar materieel. En de cedures (operationele planvorming). | continuïteit van deze paraatheid vraagt om duidelijke operationele • | Het beheren en onderhouden van materieel en materialen voor | afspraken zodat vooraf duidelijk is wat er gebeurt bij langdurige be- brandbestrijding en hulpverlening dusdanig dat inzetbaarheid is | lasting of schaarste. gegarandeerd (beheer en onderhoud materieel). • | Het plannen van de beschikbaarheid van medewerkers, brandweer- | Om niet alleen vandaag maar ook in de toekomst blijvend paraat te eenheden, materieel en materiaal ten behoeve van brandbestrij- | zijn is het noodzakelijk om oog te hebben voor veranderingen in het ding en hulpverlening, vakbekwaamheids-momenten, keuringen | vak en in de wereld om ons heen. en onderhoud (planning operationele beschikbaarheid). • | Het leren van incidenten doormiddel van brandonderzoek en het evalueren van incidenten bij brand en hulpverlening. 20 2.3.2 | Growing concer n In 2027 geeft VRHM uitvoering aan het laatste jaar van het huidige regionaal beleidsplan. In deze planperiode heeft de brandweer geleerd dat tijd en aandacht voor nieuwe ontwikkelingen stelselmatig onder druk staan.
Dit komt omdat 95% van de tijd en middelen gaan naar het paraat houden van de operationele organisatie. De tijd die overblijft voor ontwikkeling is hiermee schaars. De les uit de praktijk is dat aandacht voor de dagelijkse opera- ties altijd voorrang heeft op ontwikkeling en vernieuwing. En omdat de brandweer niet alleen nu maar ook in de toekomst paraat willen zijn, dient hierin een nieuwe balans gevonden te worden. Dit vraagt om aandacht voor het huidige maar zeker ook voor het nieuwe werk. In de afgelopen jaren is hard gewerkt om overzicht te creëren in de noodzakelijke investeringen om de brand- weerzorg op het huidige niveau te kunnen garanderen. Echter, geconstateerd wordt dat de prijsstijgingen voor materieel en materiaal vele malen hoger zijn dan de door de gemeenten toegekende indexering. Zonder tegen- maatregelen betekent dit dat op termijn de huidige taakuitvoering niet in continuïteit uitgevoerd zal kunnen worden. Dit staat nog los van de noodzakelijke investeringen en capaciteit om in te kunnen spelen op nieuwe risico’s en incidenttypen.
2.3.3 | Raming van de lasten Brandweerzorg Brandweerzorg | Realisatie | Begroting | Begroting | Meerjarenramingen (bedragen x €1.000) | 2025 | 202620272028 | 2029 | 2030 LASTEN BRANDWEERZORG | 38.972 | 40.135 | 41.949 | 41.906 | 41.983 | 42.093 Exploitatielasten Lasten | 38.972 | 40.135 | 41.949 | 41.906 | 41.983 | 42.093 Toelichting op de cijfers: In bovenstaande tabel worden de totale lasten van de programmataak Brandweer getoond. De lasten nemen in 2027 met 4,5% toe ten opzichte van 2026. De lasten nemen toe door CAO-verhoging in combinatie met (meerja- ren) gestegen kapitaallasten als gevolg van geplande investeringen in 2026. 21 Zijn we als organisatie klaar als we getroffen worden door 72 uur stroomuitval? Het eerlijke antwoord is: nee. Tegelijk wordt er hard gewerkt om dat te ver- beteren, zegt Leendert Klok, projectleider Bedrijfs- continuïteitsmanagement (BCM). “We weten waar de kwetsbaarheden zitten. Nu is het zaak om daarop te handelen.” Wat kan ons als organisatie overkomen? Welke proces- sen mogen absoluut niet uitvallen? En wat doen we als dat toch gebeurt? Wat is dan ons herstelplan? Dat zijn de kernvragen van bedrijfscontinuïteitsmanagement (BCM). Leendert werkt hieraan samen met AON, een dienstverle- ner op het gebied van risico-oplossingen.
“Het doel is sim- pel: zorgen dat we als organisatie kunnen blijven functio- neren, ook als omstandigheden plotseling veranderen of systemen uitvallen. Ofwel: dat we zijn voorbereid op het onverwachte.” Van verantwoordelijkheid naar structuur Om grip te krijgen op BCM wordt langs twee sporen ge- werkt. Het eerste spoor is de borging binnen de organisa- tie: wie is waarvoor verantwoordelijk? “BCM is van ieder- een een beetje en dat vraagt om regie,” zegt Leendert. Leendert Klok, projectleider Bedrijfscontinuïteitsmanagement ‘ Voorbereid zijn op het onverwachte’ Programmabegroting 2027 en Meerjarenraming 2028 - 2030 22
“Daarom leggen we vast vast wie, wanneer en aan de lat staat. Het idee is dat een coördinator straks de organisa- tie aanjaagt en de verantwoordelijken scherp houdt op dit thema.” Daarmee krijgt BCM een duidelijkere plek binnen de organisatie. Parallel loopt een tweede, sneller spoor: wat gebeurt er als de stroom 72 uur uitvalt? Zijn we daarop voorbereid? “De realiteit is dat we dan hard geraakt worden,” zegt Leendert. “We hebben bijvoorbeeld onvoldoende nood- stroom. Telecom valt na ongeveer vier uur uit en ons C2000-systeem na zes tot acht uur. Elektrische voertuigen zijn na zo’n 18 uur niet meer inzetbaar en veel systemen in onze tankautospuiten zijn afhankelijk van elektrici- teit.” De oplossing ligt deels voor de hand: zorgen voor noodstroomaggregaten op kazernes en crisislocaties. “Maar dat vraagt wel om investeringen én om goede voorbereiding.” Brandstof en logistiek onder druk Ook de brandstofvoorziening wordt kwetsbaar bij lang- durige uitval. “Tanken aan de pomp wordt lastig,” zegt Leendert. “Daarom kijken we naar alternatieven. Bijvoor- beeld door het aanschaffen van extra mobiele brand- stofaanhangers en brandstoftanks in eigen beheer.” Hetzelfde geldt voor andere basisvoorzieningen. “Je moet nadenken over voedsel, water en materialen. Wat hebben we nodig en waar? Daar zijn we nu plannen voor aan het maken.” Communicatie is een ander groot aandachtspunt.
“Als telefonie en het alarmeringssysteem uitvalt, hoe komen meldingen dan nog binnen? En hoe bereiken we elkaar dan nog en onze vrijwilligers?” zegt Leendert. “Daar hebben we nog geen kant-en-klare oplossing voor. Dat vraagt verder onderzoek.” Ook het werkgeverschap verandert in zo’n scenario. “Je moet nadenken over op- komstlocaties waar mensen elkaar fysiek kunnen treffen en welke werkzaamheden afgeschaald of misschien wel stilgelegd worden. Tegelijk kunnen mensen dan wellicht ingezet worden voor andere taken. Dat vraagt om duide- lijke afspraken en voorzieningen.” Van plan naar uitvoering De komende jaren staan in het teken van doorpakken. “In 2026 verwachten we de stap te zetten naar concrete investeringen,” zegt Leendert. “Daarna volgen de in- kooptrajecten en de implementatie. Dat gaat gefaseerd, tot in 2027, want we kunnen niet alles tegelijk doen.” Daarbij hoort ook opleiding. “Als we bijvoorbeeld nood- aggregaten plaatsen, moeten mensen ook weten hoe ze ermee werken.” Het uiteindelijke doel is helder. “Hoe prettig is het als bij een grote stroomuitval het licht gewoon blijft branden op de kazerne,” zegt Leendert. “En dat we als hulpver- leningsorganisatie kunnen blijven functioneren?” Juist dat maakt bedrijfscontinuïteitsmanagement de komende jaren essentieel, besluit hij.
“Het gaat erom dat we voor- bereid zijn als het echt nodig is.” Leendert Klok, projectleider Bedrijfscontinuïteitsmanagement ‘ Voorbereid zijn op het onverwachte’ Programmabegroting 2027 en Meerjarenraming 2028 - 2030
Programmataak Risico -en Crisisbeheersing
2.4 Programmataak Risico -en Crisisbeheersing 2.4.1 Going concern Op basis van de Wet veiligheidsregio’s zijn risicobeheersing en cri- sisbeheersing taken van de veiligheidsregio. Onder crisisbeheersing wordt verstaan de multidisciplinaire afstemming en coördinatie van (de voorbereiding op) rampen en crises. In die voorbereiding speelt ook risicobeheersing een belangrijke rol vanuit de benadering van een samenhangende veiligheidsketen. De uitvoering van de programmataak risico- en crisisbeheersing is ondergebracht bij de sector Risico- en Crisisbeheersing (RCB). De sector bestaat uit zes afdelingen (Risicoduiding, Risicoadvisering, Brandveilig- heid, Crisisbeheersing, GHOR en BGC). Voor GHOR en BGC geldt dat zij een eigen (deel)programmataak hebben. De going- en growing thema’s voor GHOR en BGC zijn daarom opgenomen in de volgende paragrafen. Met dat voorbehoud zijn binnen de sector de volgende taken en be- drijfsprocessen ondergebracht: • Het uitvoeren van risicoanalyses over fysieke veiligheid in de open- bare ruimte (risicoduiding, actueel regionaal risicobeeld). • Het opstellen van adviezen voor de vergunningverlening en hand- having gericht op de fysieke veiligheid (risicoadvisering omge- vingsvisies en -plannen, evenementenveiligheid, externe veiligheid, brandveiligheid, toezicht op brandveiligheid). • Het uitvoeren van toezicht gericht op fysieke veiligheid.
• Het opstellen van repressieve operationele informatie ten behoeve van Brandweerzorg. Waaronder het verwerken van wegafsluitin- gen in onze routenavigatie, het weergeven van bluswatervoorzie- ningen en de digitale vertaalslag van (brandveiligheids)informatie bij objecten. • Het coördineren en uitvoeren van de externe communicatie met burgers en bedrijven over risico’s en handelingsperspectief ten tijde van branden, incidenten of bij dreiging (risico- en crisiscommunica- tie, (Brand)Veilig Leven: voorlichting, informatie en advies, nazorg). • Het voorbereiden van de multidisciplinaire crisisorganisatie op een (dreiging van een) grootschalig incident door planvorming, oplei- dingen, trainingen en oefeningen: crisisbeheersing. • Het inzetten van de multidisciplinaire crisisorganisatie door coördi- natie en leiding van een (dreiging van een) grootschalig incident, inclusief informatiemanagement, de risico- en crisiscommunicatie aan burgers en crisisfaciliteiten (vergaderruimtes, voertuigen). • Het onderhouden van contacten met diverse netwerkpartners. • Het evalueren van een incident, crisis of ramp (brandonderzoek en inzetevaluaties). De evaluaties worden steeds gebruikt om in de voorbereiding verbeterslagen te maken. Programmabegroting 2027 en Meerjarenraming 2028 - 2030 25 1 Inleiding 2 Beleidsbegroting 3 Paragrafen 4 Financiële begroting 5 Bijlagen
2.4.2 | Growing concer n De basis voor wat in 2027 wordt opgepakt ligt in verschillende opgaven uit het RBP 2024-2027 en het jaarplan 2026. In paragraaf 2.8 wordt nader uiteengezet hoe daar in 2027 vanuit RCB aan wordt bijgedragen. In het licht van growing concern is het belangrijk te vermelden dat bij de going concern-werkzaamheden de primaire werk- processen standaard beschouwd worden op verbeter- en ontwikkelmogelijkheden. Voor 2027 staan hiervoor de volgende thema’s op de agenda: • | Implementatie visie risicobeheersing: In 2027 implementeren we de aangescherpte visie op risicobeheersing, waarbij risicogericht werken het leidend principe is. We passen de indeling in focus- en monitorrisico’s toe in advisering, toezicht en inzet van capaciteit, in samenwerking met gemeenten en omgevingsdiensten. Hiermee richten we onze inzet op de belangrijkste maatschappelijke risico’s en versterken we onze rol als veiligheidsex- pert in een veilige fysieke leefomgeving en effectief repressief optreden. • | Via onze accounthouders en adviseurs vraagt dit het versterken van een goed samenspel met gemeenten, omgevingsdiensten en eventueel andere partners over de inhoud en prioritering van de verschillende uitvoe- ringsplannen van de sector én blijven investeren in de kennis (onder andere nieuwe risico’s) en competenties van deze medewerkers.
2.4.3 | Raming van de lasten Risico- en Crisisbeheersing Risico- en Crisisbeheersing | Realisatie | Begroting | Begroting | Meerjarenramingen (bedragen x €1.000) | 2025 | 202620272028 | 2029 | 2030 LASTEN RISICO- EN CRISISBEHEERSING | 7.734 | 9.662 | 10.980 | 10.846 | 10.756 | 10.691 Exploitatielasten Lasten | 7.734 | 9.662 | 10.980 | 10.846 | 10.756 | 10.691 Toelichting op de cijfers: In bovenstaande tabel worden de totale lasten van de programmataak Risico- en Crisisbeheersing getoond. De lasten nemen in 2027 met € 2 miljoen toe ten opzichte van 2026. De toename van de lasten is deels het gevolg van indexatie en CAO-verhoging. Maar vooral door de uitgaven in het kader van de noodsteunpunten. 26 Programmataak Bevolkingszorg en Gemeentelijke Crisisbeheersing Programmabegroting 2027 en Meerjarenraming 2028 - 2030
2.5 Programmataak Bevolkingszorg en Gemeentelijke Crisisbeheersing 2.5.1 Going concern Tijdens een ramp of crisis is de gemeente verantwoordelijk voor de bevolkingszorgtaken crisiscommunicatie (voorlichting aan de bevol- king), acute bevolkingszorg (voorzien in opvang/verzorging van de bevolking) en nazorg (voorbereiden op de herstelzorg). De regionale coördinatie op bevolkingszorg is ondergebracht bij de veiligheidsregio en wordt uitgevoerd door de afdeling BGC. Er wordt nauw samen- gewerkt met de adviseurs crisisbeheersing (ACB’ers) van de achttien gemeenten, onder ambtelijke eindverantwoordelijkheid van de Coör- dinerend Functionaris (CF). De CF is belast met de coördinatie van de maatregelen en voorzieningen die de gemeenten treffen met het oog op een ramp of crisis. De afdeling BGC ondersteunt de CF inhoudelijk bij zijn taken. Bij de afdeling BGC zijn de volgende taken/processen ondergebracht: • Stimuleren van de samenwerking tussen gemeenten en clusters van gemeenten die bevolkingszorgtaken uitvoeren door kennisdeling, toegang tot expertise en het faciliteren van gezamenlijke afspra- ken en processen. • Uitvoering geven aan het vakbekwaamheidsprogramma voor de gemeentelijke crisisfunctionarissen van de achttien gemeenten, waarin de thema’s uit het risicoprofiel en de lessen uit evaluaties worden meegenomen.
Hierbij wordt ook de examinering van ze- ven gemeentelijke crisisfuncties onderhouden. • Het, indien nodig, aanpassen van crisisplannen en uitvoeringsproce- dures voor de gemeentelijke crisisorganisatie en het vertegenwoor- digen van gemeenten (als crisispartner) binnen de veiligheidsregio bij het opstellen van multidisciplinaire plannen en programma’s. Het borgen van de 24/7-inzetbaarheid van gemeentelijke crisis- teams en -functionarissen (piketbeheer) door periodieke werving en selectie, het vakbekwaamheidsprogramma en het onderhoud van de crisisfaciliteiten (als piketcoördinatie van Algemeen Commandanten, informatiecoördinatoren en crisiscommunicatie- functionarissen). • Jaarlijks rapporteren over de vakbekwaamheid aan zowel het Rijk als aan het algemeen bestuur van de regio. Dit gebeurt aan de hand van een landelijke basisset van kwaliteitsindicatoren. 2.5.2 Growing concern Ook in 2027 richt de afdeling BGC zich met name op de opgaven 3, 7 en 8 uit het RBP 2024-2027 (zie paragraaf 2.8), waarbij het stimuleren van de Zelfredzaamheid van inwoners, Moderniseren van de Crisisor- ganisatie en Verbeteren van de integrale samenwerking met partners centraal staat. Daarnaast vraagt de implementatie van het landelijke programma Uniformering Kwaliteit Bevolkingszorg (UKB) ook in 2027 de nodige aandacht.
Met de organisatorische aanpassingen die per 2025 zijn gerealiseerd (waarvoor ook extra gelden uit de extra BDuR 2025 beschikbaar zijn gesteld), is het van belang de ambitie voor de afdeling BGC en het brede domein bevolkingszorg/gemeentelijke crisisbeheersing te herij- ken. Deze ambitie zal in 2027, samen met de 18 gemeenten, worden vormgegeven. Nog onduidelijk is op welke manier Bevolkingszorg wordt verankerd in de verwachte wijzigingen in de Wet veiligheidsregio’s. In deze voorstellen zal mogelijk een duidelijke definitie van Bevolkingszorg worden opgenomen om het onderscheid met gemeentelijke crisisbe- heersing te markeren. De input uit dit wetgevingstraject wordt benut bij de hierboven genoemde herijking van de ambitie van VRHM op dit domein. Programmabegroting 2027 en Meerjarenraming 2028 - 2030 28 1 Inleiding 2 Beleidsbegroting 3 Paragrafen 4 Financiële begroting 5 Bijlagen
2.5.3 | Raming van de lasten van Bevolkingszorg en Gemeentelijke Crisisbeheersing BGC | Realisatie | Begroting | Begroting | Meerjarenramingen (bedragen x €1.000) | 2025 | 202620272028 | 2029 | 2030 LASTEN BGC | 790 | 903 | 1.131 | 1.131 | 1.131 | 1.131 Exploitatielasten Lasten | 790 | 903 | 1.131 | 1.131 | 1.131 | 1.131 Toelichting op de cijfers: In bovenstaande tabel worden de totale lasten van de programmataak BGC weergegeven. De lasten nemen in het jaar 2027 toe ten opzichte van 2026. De lasten gaan in 2027 omhoog door hogere begrote personele lasten, in combinatie met een veranderde inzet van beschikbare formatie. De middelen hiervoor zijn beschikbaar vanuit de extra BDuR. 29 Programmataak GHOR Programmabegroting 2027 en Meerjarenraming 2028 - 2030 30
2.6 Programmataak GHOR 2.6.1 Going concern De GHOR is verantwoordelijk voor de geneeskundige crisisorganisatie en zorgt voor monitoring, afstemming en coördinatie tussen veilig- heidspartners en zorginstellingen in voorbereiding op- en tijdens een crisis. De GHOR signaleert hiermee knelpunten in de hele zorgketen en belegt die bij de verantwoordelijke partij. De GHOR doet dit vanuit de werkgebieden waarop de GHOR actief is: risicobeheersing, crisisbeheersing, vakbekwaamheid en ketencontinu- iteit: • Het werkgebied risicobeheersing maakt de koppeling tussen veilig- heid en zorg door het duiden van de effecten van omgevingsvisies en -plannen en evenementen op de geneeskundige hulpverlening, continuïteit van zorg, zelfredzaamheid en fysieke veiligheid. • Het werkgebied crisisbeheersing houdt zich bezig met maatrege- len en voorzieningen voor rampenbestrijding en crisisbeheersing vanuit de geneeskundige hulpverlening. • Het werkgebied vakbekwaamheid zorgt dat de GHOR-crisisfuncti- onarissen voldoen aan de wettelijke competenties die daaraan zijn gesteld. • Het werkgebied ketencontinuïteit van zorg zorgt voor afstemming over de samenwerking tussen de GHOR en zorginstellingen. Deze vier werkgebieden samen zorgen voor monitoring, afstemming en coördinatie tussen de veiligheidsregio en zorginstellingen in voor- bereiding op en tijdens een crisis.