CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

D39 VRHM, reactie DB op zienswijzen programmabegroting

Gemeenteraad 24 september 2026, gemeente HillegomBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken16.079 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

20 alinea's met “ontwerp”: 1 13 16 19 24 27 29 30 31 37 40 43 47 51 54 57 60 64 72 79

Bezoekadres Rooseveltstraat 4a 2321 BM Leiden Postadres Postbus 1123 2302 BC Leiden Raden van deelnemende gemeenten aan Veiligheidsregio Hollands Midden Datum: 4 september 2026 Telefoon: 06 18 22 35 37 Bijlage: 1 Ons kenmerk: D2026-00034756 E-mail: willem.pos@vrhm.nl Uw kenmerk: Onderwerp: Reactie Dagelijks Bestuur op zienswijzen Programmabegroting Uw brief van: Contactpersoon: Willem Pos Graag bij correspondentie kenmerk en onderwerp vermelden. Geachte leden van de raad, Het Dagelijks Bestuur van Veiligheidsregio Hollands Midden zegt u hartelijk dank voor de vele zienswijzen die zijn ingediend op de ontwerp-Programmabegroting VRHM 2027. Uw zienswijzen getuigen van betrokkenheid op het werk van de veiligheidsregio. In deze brief en bijgevoegde bijlage vindt u de reactie van het Dagelijks Bestuur op de zienswijzen. Vanuit de zienswijzen stelt het Dagelijks Bestuur geen aanpassingen voor in de ontwerp-Programmabegroting 2027 VRHM, die op 10 september aanstaande ter vaststelling voorligt in de vergadering van het Algemeen Bestuur. De hoofdlijnen van de zienswijzen op de ontwerp-Programmabegroting VRHM 2027 betreffen: 1. De raden spreken graag hun waardering uit voor rol die de VRHM pakt, daar waar het gaat om het versterken van de weerbaarheid en de faciliterende en coördinerende rol ten aanzien van de noodsteunpunten.

Reactie Dagelijks Bestuur De veiligheidsregio heeft de afgelopen tijd gewerkt aan onder meer de pilot van coördinatie- en noodsteunpunten en de versterking van de bedrijfscontinuïteit. Het Dagelijks Bestuur is de gemeenteraad erkentelijk voor de waardering die de veiligheidsregio daarvoor mag ontvangen. Dat geldt ook voor het opmerken van de inspanningen die VRHM als werkgever doet op het gebied van mentaal welzijn en PTSS. 2. Vanuit gemeenteraden is opgemerkt dat 2027 het laatste jaar is van de huidige beleidsplanperiode en dat besluitvorming over het nieuwe Regionaal Beleidsplan 2028-2031 nog volgt. Raden hechten eraan dat de fundamentele keuzes over ambities en financiële ontwikkeling in dat kader plaatsvinden. Daarbij onderkennen zij dat verdere bezuinigingen op dit moment direct gevolgen kunnen hebben voor de veiligheid en continuïteit van de organisatie. Voor de komende beleidsperiode wordt verwacht dat opnieuw kritisch wordt gekeken naar het kostenniveau en de structurele ontwikkeling van de gemeentelijke 2 bijdragen.

De raden vragen daarom blijvend te zoeken naar mogelijkheden tot beleidsmatige versobering binnen bestaande taken, dat incidentele en structurele meevallers aantoonbaar worden betrokken bij de afweging om de ontwikkeling van de gemeentelijke bijdragen te beperken; in aanloop naar het nieuwe beleidsplan 2028-2031 expliciet inzichtelijk te maken welke keuzes worden gemaakt ten aanzien van ambities, prioriteiten en financiële consequenties; dat de inzet en opbouw van reserves, in het bijzonder ten aanzien van weerbaarheid en bedrijfscontinuïteitsmanagement, terughoudend en transparant plaatsvindt. Reactie Dagelijks Bestuur Deze zomer werd eens te meer duidelijk dat een parate brandweer- en crisisorganisatie robuust en schokbestendig moet zijn. De dag waarop voor het eerst code rood werd gegeven vanwege hitte, eindigde in een nacht waarin de brandweer druk was met wateroverlast en blikseminslag. En langdurige droogte maakte natuurgebieden zeer brandbaar, zo bleek dit voorjaar in het duingebied bij De Zilk en deze zomer tussen Katwijk en Wassenaar. Om op kritieke momenten adequaat te kunnen reageren, is een solide organisatie noodzakelijk. Voor de instandhouding daarvan is voorspelbare financiering, zonder (grote) fluctuaties, een voorwaarde. Anderzijds is de wens van gemeenten te begrijpen om kosten niet verder te laten oplopen en waar mogelijk te zoeken naar optimalisaties.

De veiligheidsregio is steeds alert op keuzes die gemaakt kunnen worden, die leiden tot mogelijkheden voor besparingen of ombuigingen. Eerder is na een uitgebreid bestuurlijk traject (in 2025) besloten tot een structurele taakstelling vanaf 2026 voor de veiligheidsregio van € 1,1 miljoen ombuigingen en € 0,4 miljoen bezuinigen. Het huidige Regionaal Beleidsplan loopt ten einde. Het Dagelijks Bestuur ziet de totstandkoming van het nieuwe Beleidsplan (2028-2031) als een logisch moment om in gezamenlijkheid het ambitieniveau vast te stellen. De begroting van vandaag heeft betrekking op de brandweer- en crisisorganisatie van vandaag. De uitdagingen naar de toekomst toe zijn echter groot en de middelen om die het hoofd te bieden wellicht niet (meer) toereikend. 3. Ten aanzien van de begrotingen van gemeenschappelijke regelingen heeft de Werkgroep Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen (FKGR) geadviseerd om voor 2027 een prijsindexatie toe te kennen van 4,53% voor beloning van werknemers en 2,6% voor overige kosten. Ervan uitgaande dat de personeelslasten bij de meeste gemeenschappelijke regelingen ongeveer 75% van de totale begroting bedragen en de overige kosten ongeveer 25%, zou dat tot een (gewogen) indexering van de gemeentelijke bijdragen mogen leiden van ongeveer 4,05% ten opzichte van 2026.

De raden constateren dat de voorgestelde indexering voor 2027 bij VRHM leidt tot een stijging van het totaal van de gemeentelijke bijdragen met circa 4,98%. Dit wijkt af van het advies van de Werkgroep FKGR. Reactie Dagelijks Bestuur Het advies van de werkgroep FKGR zou voor de veiligheidsregio een structurele bezuiniging van € 780.000,- betekenen, over 2027 en verder. Wij hebben echter een organisatie die veel taken heeft met een klein prijskaartje. Een bezuiniging van deze grootte zou dan ook kunnen leiden tot het sluiten van grofweg drie tot vier vrijwilligerskazernes. Die bezuiniging zou significant hoger zijn dan de € 400.000,- vanuit 2026, waaraan een uitgebreid bestuurlijk traject voorafging. Daarvoor kiest het bestuur nadrukkelijk níet. De afgelopen zomer 2026 is immers opnieuw gebleken dat een parate brandweer- en crisisorganisatie onmisbaar is en in verregaande mate berekend moet zijn op escalaties. Wij dienen te alle tijden klaar te staan en capaciteit te hebben voor de grote uitdagingen die komen gaan: Langdurige en mogelijk meerdere, grote opgaven. Wellicht tegelijkertijd. 3 Het Algemeen Bestuur heeft daarom besloten de meerjarenbegroting waardevast te houden en die niet te belasten met een extra bezuiniging als gevolg van een correctie op de indexering.

In de Kadernota 2027 is de keuze nader toegelicht om de begroting 2027 te indexeren met de gewogen (reguliere) index. Het bestuur vraagt hierdoor geen verhoging van de indexatie voor meerkosten, maar een jaarlijkse (reguliere) indexatie, vanuit een sobere en doelmatige begroting 2027. Nieuw brandweermaterieel is door de fors gestegen prijzen al lastig te financieren. Met een korting over de indexatie zou de brandweer nog meer moeite krijgen om de kostenontwikkeling bij te benen. Voor wat betreft de beloning voor werknemers heeft de huidige CAO-overeenkomst voor de veiligheidsregio’s een looptijd van 1 augustus 2025 tot en met 31 juli 2027. Daarmee is de te verwachten indexatie 2027 nog niet bekend. Dat zal op zijn vroegst pas in de loop van 2027 bekend worden. Hierdoor is voor de veiligheidsregio noodzakelijk om de ‘reguliere’ indexatie van de ‘prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers’ te hanteren. Deze indexatie houdt daarnaast ook rekening met de daadwerkelijke prijs via een systeem van nacalculatie. Ieder jaar vindt een T-1 en T-2 verrekening plaats met de nieuw vastgestelde prijs. Als voorbeeld zit in de indexatie 2027 (personele component) een correctie over de indexatie 2026 met negatief 0,8%. 4.

De gemeenteraad is van mening dat de VRHM zich, evenals de andere gemeenschappelijke regelingen, dient te houden aan de door de bestuurlijke werkgroep FKGR vastgestelde maximale indexatie van lonen en materiële lasten voor 2027 zoals vastgelegd in hun brief van 31 oktober 2025; Reactie Dagelijks Bestuur Gezien de ontwikkelingen moet de brandweer- en crisisorganisatie die de veiligheidsregio is, er staan als het nodig is. De veiligheidsregio spant zich in voor veiligheid, als een van de kerntaken van de overheid. Uit de steeds urgentere opgaven blijkt dat de veiligheidsregio schokbestendig moet zijn. Schokbestendig betekent ook dat wij beroep kunnen doen op ondersteuning vanuit andere regio’s, als de nood aan de man is. Waar wij ook wederkerig kunnen ondersteunen bij grote opgaven elders. Om de meerjarenbegroting waardevast te houden en die niet te belasten met een extra bezuiniging als gevolg van een correctie op de indexering, heeft het Algemeen Bestuur daarom besloten om de begroting 2027 te indexeren met de gewogen (reguliere) index. De werkgroep FKGR adviseert over de te hanteren indexatie voor de verschillende gemeenschappelijke regelingen (GR’en) in onze regio. Die verschillende GR’en hebben allemaal een verschillend takenpakket. Om eenduidigheid en eenvoud te creëren, wordt aan één index vastgehouden voor alle GR’en.

Om ongewenste negatieve effecten hiervan te voorkomen, blijft het bestuur gerechtigd om hier van af te wijken (‘pas toe of leg uit’). De motivatie hiervoor is in de Kadernota 2027 aan de orde gesteld. 5. Raden vragen aandacht voor de omvang van de bestemmingsreserves. De huidige reserves van ruim € 5 miljoen achten een aantal raden aanzienlijk. Het eerder omschreven belang van reserves voor weerbaarheid en bedrijfscontinuïteitsmanagement wordt erkend, maar roepen vragen op in hoeverre verdere groei van de totale reserves noodzakelijk is. Samen met de algemene reserve is deze inmiddels opgelopen tot bijna € 8,0 miljoen. Gezien het feit dat er nauwelijks mutaties in zijn dringt de raad er bij u op aan de mogelijkheid te onderzoeken om de bestemmingsreserves op te schonen temeer omdat dit zou kunnen leiden tot terugbetaling aan de deelnemende gemeenten. 4 Reactie Dagelijks Bestuur De bestemmingsreserves zijn opgebouwd ter financiële dekking van projecten en incidentele lasten. Op basis van de “Nota Reserves 2024 - 2027” is nader door het Algemeen Bestuur besloten welke onttrekking en dotaties de komende jaren zullen worden verricht. In de lopende beleidsplanperiode 2024-2027 is overeengekomen dat de veiligheidsregio geen extra middelen via de gemeentelijke bijdragen aanvraagt. In 2025 is € 330.000,- onttrokken uit vier bestemmingsreserves.

Daarbij is een dotatie gedaan vanuit het positieve resultaat 2025 voor bedrijfscontinuïteitsmanagement en noodcommunicatie. Hiermee wordt geen beroep gedaan op extra bijdrage vanuit de gemeenten. Vanuit een eerder gevormde reserve wordt bijvoorbeeld tweemaal € 100.000,- onttrokken voor de noodzakelijke ontwikkeling in vastgoedsturing met externe begeleiding. De veiligheidsregio krijgt meer en meer te maken met een eventuele overdracht van huurkazernes naar koop. Als juiste opvolging van het Strategisch Vastgoedbeleid is hiermee goede begeleiding nodig in de noodzakelijke ontwikkeling in vastgoedsturing. Een andere oorzaak van de vorming van reserves is een ‘plotselinge financieringsstroom’ vanuit het ministerie van Justitie en Veiligheid. Een in het najaar gecommuniceerde Rijksfinanciering kan niet altijd gericht worden besteed in datzelfde jaar. Dat heeft tot gevolg dat deze middelen in een reserve worden geplaatst, om op een later moment doelmatig te kunnen besteden. Conform de Programmabegroting 2027 is de omvang van de bestemmingsreserves ultimo 2027 € 4,8 miljoen. Samen met de omvang van de algemene reserve geeft dit een solvabiliteit van 7,8%. Dat is aan de (zeer) lage kant in vergelijking met het gemiddelde van alle Nederlands gemeenten (40%, BDO-Benchmark gemeenten 2026). 6.

lndien sprake is van belangrijke nieuwe taken die de VRHM op basis van nieuwe ontwikkelingen voor zichzelf ziet, dan dient zij deze nieuwe taken te specificeren, de noodzaak daarvan aan te tonen, apart te budgetteren en het geheel ter besluitvorming aan het AB voor te leggen. Reactie Dagelijks Bestuur Het bestuur ziet drie thema’s die momenteel extra aandacht vragen. Dat betreffen de versterking van weerbaarheid, intensiveren van bedrijfscontinuïteitsmanagement en het thema arbeidsrelaties, waaronder de uitvoering van de regeling PTSS. Op weerbaarheid na, vinden deze ontwikkelingen echter plaats binnen bestaande taken. Het kunnen blijven bieden van de huidige mate van dienstverlening vraagt dan ook continu aandacht, inspanning en middelen. Voor weerbaarheid ontvangt de veiligheidsregio deels geld vanuit het rijk. De eerste aanzet voor bedrijfscontinuïteitsmanagement wordt bekostigd uit het rekeningresultaat 2025 en voor het thema arbeidsrelaties volgt op een later moment een bestedingsvoorstel. Een specifiek thema als het strategisch vastgoedbeleid wordt dan ook als een aparte ontwikkeling voorgelegd aan het bestuur. 7. De raad wil specifiek ingaan op paragraaf 3.3.5 waarin de financiële kengetallen zijn opgenomen. Deze kengetallen bieden gezamenlijk inzicht in de financiële positie en weerbaarheid van de Veiligheidsregio.

Deze kengetallen zijn van belang voor de beoordeling van de houdbaarheid van de financiële positie op de langere termijn en de ruimte voor nieuwe investeringen. In de huidige rapportage ontbreken echter signaalwaarden, waardoor het voor de raad lastig is om de ontwikkeling van deze kengetallen goed te duiden. De raad verzoekt u 5 daarom om vanaf de programmabegroting 2028 per kengetal duidelijke signaalwaarden op te nemen. Reactie Dagelijks Bestuur Het Dagelijks Bestuur herkent dat momenteel signaalwaarden voor bijvoorbeeld de netto schuldquote en de solvabiliteit niet zijn vastgesteld. Voor de hoogte van de weerstandsratio streeft VRHM naar minimaal 1,0. In de toekomst zullen financiële signaalwaarden worden betrokken bij het vaststellen van financieel beleid. 8. De raad merkt op dat in de programmabegroting geconstateerd wordt dat de prijsstijgingen voor materieel en materiaal voor de brandweer vele malen hoger zijn dan de door de gemeenten toegekende indexering. Zonder tegenmaatregelen betekent dit dat op termijn de huidige taakuitvoering niet in continuïteit uitgevoerd zal kunnen worden. Ook zal dit de dekking van kazernes over de regio negatief kunnen beïnvloeden. Voor de gemeenteraad is het van belang dat de brandweer structureel over voldoende budget beschikt.

Daarom beveelt de gemeenteraad aan om specifiek aandacht te vragen bij de lobby met het Ministerie van Justitie en Veiligheid en het Veiligheidsberaad voor structurele dekking voor de inzet van de brandweer en de structurele hogere kosten die er nodig zijn om de huidige inzet op peil te houden. Reactie Dagelijks Bestuur Vanuit het Veiligheidsberaad worden gesprekken gevoerd met het ministerie van JenV over onder andere de financiering van de brandweer. De voorzitter van veiligheidsregio Hollands Midden zal de gestegen materieelkosten, als onderdeel van het bredere gesprek over de betaalbaarheid van brandweer en rampenbestrijding, onder de aandacht brengen bij de betrokken bestuurders. Veiligheidsregio’s worden echter bestuurd door burgemeesters en zijn verlengd lokaal bestuur. Gemeenten hebben als eigenaar van de veiligheidsregio dan ook een eigen verantwoordelijkheid voor de paraatheid en continuïteit van de brandweer- en crisisorganisatie. Met vriendelijke groeten, Namens het Dagelijks Bestuur, P.J. Heijkoop, voorzitter J.J. Zuidijk, secretaris Deze brief is digitaal opgesteld en bevat derhalve geen fysieke handtekening.

6 Bijlage 1: Overzicht zienswijzen ontwerp-Programmabegroting VRHM 2027 en reactie Dagelijks Bestuur VRHM = Veiligheidsregio Hollands Midden FKGR = (werkgroep) Financiële Kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen Gemeente Zienswi jze en reactie DB Alphen aan den Rijn Zienswijze Op 17 april 2026 heeft u de ontwerp-Programmabegroting 2027 en de meerjarenraming 2028- 2030 van de Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Hollands Midden (VRHM) aan ons aangeboden met een uitgebreide uiteenzetting over de totstandkoming hiervan. In januari 2025 is bij de voorbereiding van de begroting 2026 afgesproken om € 1,1 miljoen aan onvermijdelijke meerkosten via interne ombuigingen op te vangen en aanvullend € 0,4 miljoen te bezuinigen. Deze maatregelen zijn verwerkt in de begroting 2026, worden nauwgezet gemonitord en zijn structureel doorgetrokken in de ontwerp-Programmabegroting 2027. Dank voor de heldere toelichting, deze is toereikend. Dat laat onverlet dat deze gemeente, net als veel andere gemeenten in Nederland, financieel onder druk staat en dat het borgen van een gezonde begroting een gezamenlijke verantwoordelijkheid is en blijft. De raad heeft in zijn vergadering van 25 juni 2026 ingestemd met de verzending van deze brief.

Reactie DB Het Dagelijks Bestuur herkent de gezamenlijke opgave om te komen tot een gezonde en waardevaste begroting, die recht doet aan ieders belangen, inclusief een robuuste en schokbestendige organisatie. Bodegraven- Reeuwijk Zienswijze Onze gemeente staat, evenals andere gemeenten, voor een stevige financiële opgave. Dit vraagt om blijvende scherpte, ook richting gemeenschappelijke regelingen. Ten aanzien van de begrotingen van gemeenschappelijke regelingen heeft de Werkgroep Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen (FKGR) geadviseerd om voor 2027 een prijsindexatie toe te kennen van 4,53% voor beloning van werknemers en 2,6% voor overige kosten. Ervan uitgaande dat de personeelslasten bij de meeste gemeenschappelijke regelingen ongeveer 75% van de totale begroting bedragen en de overige kosten ongeveer 25%, zou dat volgens onze berekeningen dan tot een (gewogen) indexering van de gemeentelijke bijdragen mogen leiden van ongeveer 4,05% ten opzichte van 2026. Wanneer wij de door van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk op basis van de primitieve begroting 2026 gevraagde bijdrage (€ 2.983.371) vergelijken met die voor 2027 (€ 3.097.029) dan zien wij een stijging van 3,81%. Goed om te constateren dat dat inderdaad in de lijn ligt van of zelfs minder is dan het percentage dat wij op grond van het advies van de Werkgroep FKGR hadden mogen verwachten.

Wij constateren echter wel dat de door in uw begroting voorgestelde indexering voor 2027 leidt tot een stijging van het totaal van de gemeentelijke bijdragen met circa 4,98%. Dit wijkt wel af van het advies van de Werkgroep FKGR, dat voor ons het uitgangspunt blijft. Tegelijkertijd erkennen wij dat deze ontwikkeling voortvloeit uit de bestuurlijke afspraken die in het kader van de begroting 2026 zijn gemaakt. De veiligheidsregio heeft invulling gegeven aan de afgesproken interne ombuigingen en aanvullende bezuinigingen. Wij spreken onze waardering uit voor de wijze waarop de gemeenten hierin heeft meegenomen en de inspanningen die zijn geleverd. Wij stellen vast dat 2027 het laatste jaar is van de huidige beleidsplanpenode en dat besluitvorming over het nieuwe Regionaal Beleidsplan 2028-2031 nog volgt. Wij hechten eraan dat de fundamentele keuzes over ambities en financiële ontwikkeling in dat kader plaatsvinden. Wij onderkennen dat verdere bezuinigingen op dit moment direct gevolgen kunnen hebben voor de veiligheid en continuïteit van de organisatie. Dit neemt niet weg dat wij het van belang vinden dat de huidige afwijking van de FKGR-systematiek als uitzonderlijk wordt beschouwd. Voor de komende beleidsperiode verwachten wij dat 7 opnieuw kritisch wordt gekeken naar het kostenniveau en de structurele ontwikkeling van de gemeentelijke bijdragen.

Wij vragen daarom blijvend te zoeken naar mogelijkheden tot beleidsmatige versobering binnen bestaande taken, dat incidentele en structurele meevallers aantoonbaar worden betrokken bij de afweging om de ontwikkeling van de gemeentelijke bijdragen te beperken; in aanloop naar het nieuwe beleidsplan 2028-2031 expliciet inzichtelijk te maken welke keuzes worden gemaakt ten aanzien van ambities, prioriteiten en financiële consequenties; dat de inzet en opbouw van reserves, in het bijzonder ten aanzien van weerbaarheid en bedrijfscontinuïteitsmanagement, terughoudend en transparant plaatsvindt. Gelet op het bovenstaande zien wij geen aanleiding om in deze fase aanvullende zienswijzen in te dienen en kunnen wij instemmen met de ontwerpprogrammabegroting 2027. Reactie DB Deze zomer werd eens te meer duidelijk dat een parate brandweer- en crisisorganisatie robuust en schokbestendig moet zijn. De dag waarop voor het eerst code rood werd gegeven vanwege hitte, eindigde in een nacht waarin de brandweer druk was met wateroverlast en blikseminslag. En langdurige droogte maakte natuurgebieden zeer brandbaar, zo bleek dit voorjaar in het duingebied bij De Zilk en deze zomer tussen Katwijk en Wassenaar. Om op kritieke momenten adequaat te kunnen reageren, is een solide organisatie noodzakelijk.

Voor de instandhouding daarvan is voorspelbare financiering, zonder (grote) fluctuaties, een voorwaarde. Anderzijds is de wens van gemeenten te begrijpen om kosten niet verder te laten oplopen en waar mogelijk te zoeken naar optimalisaties. De veiligheidsregio is steeds alert op keuzes die gemaakt kunnen worden, die leiden tot mogelijkheden voor besparingen of ombuigingen. Eerder is na een uitgebreid bestuurlijk traject (in 2025) besloten tot een structurele taakstelling vanaf 2026 voor de veiligheidsregio van € 1,1 miljoen ombuigingen en € 0,4 miljoen bezuinigen. Het advies van de werkgroep FKGR zou voor de veiligheidsregio een structurele bezuiniging van € 780.000,- betekenen, over 2027 en verder. Wij hebben echter een organisatie die veel taken heeft met een klein prijskaartje. Een bezuiniging van deze grootte zou dan ook kunnen leiden tot het sluiten van grofweg drie tot vier vrijwilligerskazernes. Die bezuiniging zou significant hoger zijn dan de € 400.000,- vanuit 2026, waaraan een uitgebreid bestuurlijk traject voorafging. Daarvoor kiest het bestuur nadrukkelijk níet. De afgelopen zomer 2026 is immers opnieuw gebleken dat een parate brandweer- en crisisorganisatie onmisbaar is en in verregaande mate berekend moet zijn op escalaties.

Wij dienen te alle tijden klaar te staan en capaciteit te hebben voor de grote uitdagingen die komen gaan: Langdurige en mogelijk meerdere, grote opgaven. Wellicht tegelijkertijd. Het Algemeen Bestuur heeft daarom besloten de meerjarenbegroting waardevast te houden en die niet te belasten met een extra bezuiniging als gevolg van een correctie op de indexering. In de Kadernota 2027 is de keuze nader toegelicht om de begroting 2027 te indexeren met de gewogen (reguliere) index. Het bestuur vraagt hierdoor geen verhoging van de indexatie voor meerkosten, maar een jaarlijkse (reguliere) indexatie, vanuit een sobere en doelmatige begroting 2027. Nieuw brandweermaterieel is door de fors gestegen prijzen al lastig te financieren. Met een korting over de indexatie zou de brandweer nog meer moeite krijgen om de kostenontwikkeling bij te benen. Voor wat betreft de beloning voor werknemers heeft de huidige CAO-overeenkomst voor de veiligheidsregio’s een looptijd van 1 augustus 2025 tot en met 31 juli 2027. Daarmee is de te verwachten indexatie 2027 nog niet bekend. Dat zal op zijn vroegst pas in de loop van 2027 bekend worden. Hierdoor is voor de veiligheidsregio noodzakelijk om de ‘reguliere’ indexatie van de ‘prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers’ te hanteren. Deze indexatie houdt daarnaast ook rekening met de daadwerkelijke prijs via een systeem van nacalculatie.

Ieder jaar vindt een T-1 en T-2 verrekening plaats met de nieuw vastgestelde prijs. Als voorbeeld zit in de indexatie 2027 (personele component) een correctie over de indexatie 2026 met negatief 0,8%. 8 Het huidige Regionaal Beleidsplan loopt ten einde. Het Dagelijks Bestuur ziet de totstandkoming van het nieuwe Beleidsplan (2028-2031) als een logisch moment om in gezamenlijkheid het ambitieniveau vast te stellen. De begroting van vandaag heeft betrekking op de brandweer- en crisisorganisatie van vandaag. De uitdagingen naar de toekomst toe zijn echter groot en de middelen om die het hoofd te bieden wellicht niet (meer) toereikend. Gouda Zienswijze De raad heeft daarbij vastgesteld dat, hoewel de in de ontwerpbegroting van de Veiligheidsregio Hollands Midden opgenomen bijdrage voor het jaar 2027 ad € 6.668.422,-- niet geheel past binnen de daarvoor beschikbare begrotingspost in de begroting van Gouda, zij deze zal verwerken en het verschil van € 74.583,-- zal dekken binnen de begroting 2027. De raad spreekt zijn waardering uit voor de grote betrokkenheid en inzet van de medewerkers van de Veiligheidsregio Hollands Midden in een wereld vol uitdagingen, zoals klimaatverandering en de geopolitieke situatie.

Ook de inzet bij incidenten, zoals een brand in een appartementencomplex in oktober 2025, laat zien hoe belangrijk de samenwerking tussen de Veiligheidsregio en de gemeente is. U geeft aan dat uw begroting voor 2027 voortvloeit uit de bestuurlijke afspraken die in het kader van de begroting 2026 zijn gemaakt. De Veiligheidsregio Hollands-Midden heeft naar aanleiding van die afspraken invulling gegeven aan interne ombuigingen en aanvullende bezuinigingen. Inmiddels kunnen ook de belangrijkste nieuwe ontwikkelingen niet buiten extra middelen. Die ontwikkelingen betreffen versterking van weerbaarheid bij langdurige crisissituaties, het intensiveren van bedrijfscontinuïteitsmanagement en het thema arbeidsrelaties, waaronder de uitvoering van de regeling PTSS. Tevens deelt u mede dat verdere bezuinigingen op dit moment mogelijk direct gevolgen kunnen hebben voor de continuïteit en paraatheid van de organisatie. De raad heeft begrip voor het feit dat dit in het huidige tijdsgewricht onwenselijk is. Onze raad constateert bestuurlijk ongemak bij het feit dat enkele GR'en zich niet houden aan het advies inzake de FKGR-index, terwijl andere GR'en zich wel aan houden. Ook omdat meerdere gemeenschappelijke regelingen expliciet maken dat de gekozen index voor hun organisatie een knelpunt vormt in relatie tot met name de verwachte (CPB) loonontwikkeling.

Voor de komende bestuursperiode verdient het daarom aanbeveling dat er (opnieuw) tussen de verschillende gemeenschappelijke regelingen en de FKGR ambtelijk en bestuurlijk een gesprek gevoerd wordt over een breed gedragen indexering die recht doet aan de toekomstige situatie. Voor de komende beleidsperiode vragen wij u echter opnieuw te onderzoeken of kostenbesparingen en efficiencywinst in de taakstelling mogelijk zijn. Reactie DB Het Dagelijks Bestuur dankt de gemeenteraad van Gouda voor de waarderende woorden die in de zienswijze zijn opgenomen. Deze zomer werd eens te meer duidelijk dat een parate brandweer- en crisisorganisatie robuust en schokbestendig moet zijn. De dag waarop voor het eerst code rood werd gegeven vanwege hitte, eindigde in een nacht waarin de brandweer druk was met wateroverlast en blikseminslag. En langdurige droogte maakte natuurgebieden zeer brandbaar, zo bleek dit voorjaar in het duingebied bij De Zilk en deze zomer tussen Katwijk en Wassenaar. Om op kritieke momenten adequaat te kunnen reageren, is een solide organisatie noodzakelijk. Voor de instandhouding daarvan is voorspelbare financiering, zonder (grote) fluctuaties, een voorwaarde. Anderzijds is de wens van gemeenten te begrijpen om kosten niet verder te laten oplopen en waar mogelijk te zoeken naar optimalisaties.

De veiligheidsregio is steeds alert op keuzes die gemaakt kunnen worden, die leiden tot mogelijkheden voor besparingen of ombuigingen. Eerder is na een uitgebreid bestuurlijk traject (in 2025) besloten tot een structurele taakstelling vanaf 2026 voor de veiligheidsregio van € 1,1 miljoen ombuigingen en € 0,4 miljoen bezuinigen. Gezien de ontwikkelingen moet de brandweer- en crisisorganisatie die de veiligheidsregio is, er staan als het nodig is. De veiligheidsregio spant zich in voor veiligheid, als een van de kerntaken van de overheid. Uit de steeds urgentere opgaven blijkt dat de veiligheidsregio schokbestendig moet zijn. Schokbestendig betekent ook dat wij beroep kunnen doen op 9 ondersteuning vanuit andere regio’s, als de nood aan de man is. Waar wij ook wederkerig kunnen ondersteunen bij grote opgaven elders. Om de meerjarenbegroting waardevast te houden en die niet te belasten met een extra bezuiniging als gevolg van een correctie op de indexering, heeft het Algemeen Bestuur daarom besloten om de begroting 2027 te indexeren met de gewogen (reguliere) index. De werkgroep FKGR adviseert over de te hanteren indexatie voor de verschillende gemeenschappelijke regelingen (GR’en) in onze regio. Die verschillende GR’en hebben allemaal een verschillend takenpakket. Om eenduidigheid en eenvoud te creëren, wordt aan één index vastgehouden voor alle GR’en.

Om ongewenste negatieve effecten hiervan te voorkomen, blijft het bestuur gerechtigd om hier van af te wijken (‘pas toe of leg uit’). De motivatie hiervoor is in de Kadernota 2027 aan de orde gesteld. Door bureau Berenschot is een evaluatie van de werkgroep FKGR uitgevoerd. Een van de aanbevelingen is om meer en eerder contact te hebben tussen de werkgroep FKGR en gemeenschappelijke regelingen over onder andere uitvoerbaarheid van het advies. Het Dagelijks Bestuur geeft graag gevolg aan die aanbeveling. Hillegom Zienswijze Bij de begrotingsvoorbereiding voor 2026 is een intensief bestuurlijk traject doorlopen, waarbij de mogelijkheden en gevolgen zijn besproken van het doorvoeren van de uniforme inspanningsverplichting van 6%. Deze inspanningsverplichting aan alle GR-en was destijds het advies van de FKGR (werkgroep Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen). De gevolgen daarvan werden niet wenselijk gevonden. Voor de resterende beleidsplanperiode (tot en met 2027) is daarom vervolgens afgesproken dat de VRHM € 1,1 miljoen (onvermijdelijke kosten) intern zou bekostigen en dat de veiligheidsregio nog € 0,4 miljoen zou bezuinigen. Dit komt noch voor 2026, noch voor 2027 in de buurt van de 6%, maar zo is het afgesproken.

In de voorliggende ontwerp-Programmabegroting, zo is onze raad opgevallen, hanteert de veiligheidsregio ten aanzien van de indexering een percentage van 6,3% op personeel en 2,6% op materieel. Het advies van de FKGR is om uit te gaan van een indexering van 4,53% op personeel en 2,6% op materieel. Hiervoor wordt geen verklaring gegeven, wat ons zeer verwondert. Onze raad kan de voorliggende ontwerp-Programmabegroting VRHM 2027 alleen steunen als daarin de door de FKGR geadviseerde indexering wordt gehanteerd, of er een zeer goede verklaring komt voor de hogere toegepaste indexering op personeel. Daarnaast spreekt de raad graag haar waardering uit voor rol die de VRHM pakt, daar waar het gaat om het versterken van de weerbaarheid en de faciliterende en coördinerende rol ten aanzien van de noodsteunpunten. Reactie DB Deze zomer werd eens te meer duidelijk dat een parate brandweer- en crisisorganisatie robuust en schokbestendig moet zijn. De dag waarop voor het eerst code rood werd gegeven vanwege hitte, eindigde in een nacht waarin de brandweer druk was met wateroverlast en blikseminslag. En langdurige droogte maakte natuurgebieden zeer brandbaar, zo bleek dit voorjaar in het duingebied bij De Zilk en deze zomer tussen Katwijk en Wassenaar. Om op kritieke momenten adequaat te kunnen reageren, is een solide organisatie noodzakelijk.

Voor de instandhouding daarvan is voorspelbare financiering, zonder (grote) fluctuaties, een voorwaarde. Anderzijds is de wens van gemeenten te begrijpen om kosten niet verder te laten oplopen en waar mogelijk te zoeken naar optimalisaties. De veiligheidsregio is steeds alert op keuzes die gemaakt kunnen worden, die leiden tot mogelijkheden voor besparingen of ombuigingen. Eerder is na een uitgebreid bestuurlijk traject (in 2025) besloten tot een structurele taakstelling vanaf 2026 voor de veiligheidsregio van € 1,1 miljoen ombuigingen en € 0,4 miljoen bezuinigen. Het huidige Regionaal Beleidsplan loopt ten einde. Het Dagelijks Bestuur ziet de totstandkoming van het nieuwe Beleidsplan (2028-2031) als een logisch moment om in gezamenlijkheid het ambitieniveau vast te stellen. De begroting van vandaag heeft betrekking 10 op de brandweer- en crisisorganisatie van vandaag. De uitdagingen naar de toekomst toe zijn echter groot en de middelen om die het hoofd te bieden wellicht niet (meer) toereikend. Het advies van de werkgroep FKGR zou voor de veiligheidsregio een structurele bezuiniging van € 780.000,- betekenen, over 2027 en verder. Wij hebben echter een organisatie die veel taken heeft met een klein prijskaartje. Een bezuiniging van deze grootte zou dan ook kunnen leiden tot het sluiten van grofweg drie tot vier vrijwilligerskazernes.

Die bezuiniging zou significant hoger zijn dan de € 400.000,- vanuit 2026, waaraan een uitgebreid bestuurlijk traject voorafging. Daarvoor kiest het bestuur nadrukkelijk níet. De afgelopen zomer 2026 is immers opnieuw gebleken dat een parate brandweer- en crisisorganisatie onmisbaar is en in verregaande mate berekend moet zijn op escalaties. Wij dienen te alle tijden klaar te staan en capaciteit te hebben voor de grote uitdagingen die komen gaan: Langdurige en mogelijk meerdere, grote opgaven. Wellicht tegelijkertijd. Het Algemeen Bestuur heeft daarom besloten de meerjarenbegroting waardevast te houden en die niet te belasten met een extra bezuiniging als gevolg van een correctie op de indexering. In de Kadernota 2027 is de keuze nader toegelicht om de begroting 2027 te indexeren met de gewogen (reguliere) index. Het bestuur vraagt hierdoor geen verhoging van de indexatie voor meerkosten, maar een jaarlijkse (reguliere) indexatie, vanuit een sobere en doelmatige begroting 2027. Nieuw brandweermaterieel is door de fors gestegen prijzen al lastig te financieren. Met een korting over de indexatie zou de brandweer nog meer moeite krijgen om de kostenontwikkeling bij te benen. Voor wat betreft de beloning voor werknemers heeft de huidige CAO-overeenkomst voor de veiligheidsregio’s een looptijd van 1 augustus 2025 tot en met 31 juli 2027.

Daarmee is de te verwachten indexatie 2027 nog niet bekend. Dat zal op zijn vroegst pas in de loop van 2027 bekend worden. Hierdoor is voor de veiligheidsregio noodzakelijk om de ‘reguliere’ indexatie van de ‘prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers’ te hanteren. Deze indexatie houdt daarnaast ook rekening met de daadwerkelijke prijs via een systeem van nacalculatie. Ieder jaar vindt een T-1 en T-2 verrekening plaats met de nieuw vastgestelde prijs. Als voorbeeld zit in de indexatie 2027 (personele component) een correctie over de indexatie 2026 met negatief 0,8%. De veiligheidsregio heeft de afgelopen tijd gewerkt aan onder meer de pilot van coördinatie- en noodsteunpunten en de versterking van de bedrijfscontinuïteit. Het Dagelijks Bestuur is de gemeenteraad erkentelijk voor de waardering die de veiligheidsregio daarvoor mag ontvangen. Dat geldt ook voor het opmerken van de inspanningen die VRHM als werkgever doet op het gebied van mentaal welzijn en PTSS. Kaag en Braassem Zienswijze Met belangstelling hebben wij kennisgenomen van de ontwerpprogrammabegroting 2027 van de Veiligheidsregio Hollands Midden (VRHM). Wij constateren dat in de begroting uitvoering wordt gegeven aan de uitgangspunten zoals vastgesteld in de kaderbrief 2027, waarin de inzet van de VRHM voor de komende jaren is uitgewerkt.

Daarbij willen wij benadrukken dat de VRHM in het afgelopen jaar reeds een substantiële bijdrage heeft geleverd aan de gezamenlijke financiële opgave door invulling te geven aan de afgesproken ombuigingen ter waarde van € 1,1 miljoen en de aanvullende bezuiniging van € 400.000. Wij waarderen deze inspanning en zien dat hiermee serieus invulling is gegeven aan de oproep vanuit gemeenten om scherp te sturen op doelmatigheid en kostenbeheersing. Ten aanzien van het advies van de werkgroep FKGR constateren wij dat u de voorgestelde correctie op de indexering niet overneemt. Het Algemeen Bestuur heeft hierover besloten, mede omdat dit zou leiden tot een extra bezuiniging bovenop de reeds doorgevoerde bezuinigingen. Onze gemeenteraad kan zich vinden in deze afweging. Gelet op de reeds gerealiseerde besparingen en de maatschappelijke opgave van de veiligheidsregio achten wij verdere bezuinigingen op dit moment niet wenselijk.

Onze gemeenteraad kan instemmen met de ontwerpprogrammabegroting 2027, met 11 aandacht voor het volgende: • Blijf nadrukkelijk rekening houden met de financiële positie van gemeenten en maak waar mogelijk scherpe en goed onderbouwde keuzes; • Versterk de toelichting op het opbouwen en inzetten van reserves, zodat de noodzaak en proportionaliteit hiervan helder blijven; • Blijf in toekomstige begrotingen helder motiveren op welke wijze bestuurlijke en financiële afwegingen tot stand komen. Tot slot benadrukken wij het belang van een financieel gezonde, transparante en toekomstbestendige veiligheidsregio. Gemeenten staan financieel onder druk en vragen daarom om een realistische en goed onderbouwde invulling van financiële keuzes, passend bij de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor veiligheid in de regio. Wij spreken onze waardering uit voor de wijze waarop de Veiligheidsregio inspeelt op veranderende veiligheidsvraagstukken en danken u voor uw blijvende inzet voor de veiligheid van onze inwoners. Reactie DB De veiligheidsregio heeft de afgelopen tijd gewerkt aan onder meer de pilot van coördinatie- en noodsteunpunten en de versterking van de bedrijfscontinuïteit. Het Dagelijks Bestuur is de gemeenteraad erkentelijk voor de waardering die de veiligheidsregio daarvoor mag ontvangen.

Dat geldt ook voor het opmerken van de inspanningen die VRHM als werkgever doet op het gebied van mentaal welzijn en PTSS. Ook zal het de meegegeven aandachtspunten mee laten wegen bij de totstandkoming van toekomstige (ontwerp-)programmabegrotingen. Katwijk Geen zienswijze ingediend. Krimpenerwaard Zienswijze De raad spreekt zijn waardering uit voor het werk dat door de Veiligheidsregio Hollands-Midden wordt verricht. Met name op het terrein van weerbaarheid en bedrijfscontinuïteitsmanagement zijn belangrijke (eerste) stappen gezet. Ook zien wij dat het, mede gezien maatschappelijke ontwikkelingen en arbeidsmarktkrapte, een grote opgave is om de paraatheid van de brandweerzorg op peil te houden. We danken u voor de inzet en inspanningen op deze essentiële onderdelen. De huidige geopolitieke ontwikkelingen leggen extra druk op de Veiligheidsregio's. In combinatie met de structurele opgaven binnen de brandweerzorg leidt dit tot oplopende meerkosten. Wij spreken onze waardering uit voor het feit dat u de onvermijdelijke meerkosten van € 1,1 miljoen binnen de eigen begroting heeft opgevangen en daarnaast in 2026 een aanvullende ombuiging van € 0,4 miljoen realiseert. De Werkgroep Financiële Kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen (FKGR) heeft geadviseerd om voor 2027 een prijsindexatie toe te kennen van 4,53% voor beloning van werknemers en 2,6% voor overige kosten.

We constateren dat de door u in de begroting voorgestelde indexering voor 2027 leidt tot een stijging van het totaal van de gemeentelijke bijdrage met 4,98%. Dit wijkt af van het advies van de FKGR. Al meerdere jaren op rij worden substantiële positieve resultaten gerealiseerd. Om aan te sluiten bij het advies van de FKGR, en gezien de financiële situatie van onze gemeente, verzoeken wij u nadrukkelijk om scherper te ramen en -waar nodig- tijdig bij te sturen, met als doel de exploitatie zo veel mogelijk op een nagenoeg sluitend (nul) resultaat te laten uitkomen. Daarnaast vraagt de raad opnieuw aandacht voor de omvang van de bestemmingsreserves. De huidige reserves van ruim 5 miljoen achten wij aanzienlijk. Wij onderkennen het eerder omschreven belang van reserves voor weerbaarheid en bedrijfscontinuïteitsmanagement, maar vragen ons af in hoeverre verdere groei van de totale reserves noodzakelijk is. Samen met de algemene reserve is deze inmiddels opgelopen tot bijna € 8,0 miljoen. Gezien het feit dat er nauwelijks mutaties in zijn dringt de raad er bij u op aan de mogelijkheid te onderzoeken om de bestemmingsreserves op te schonen temeer omdat dit zou kunnen leiden tot terugbetaling aan de deelnemende gemeenten. Beleidsmatig kan de raad instemmen met de ontwerp-programmabegroting 2027.

Tegelijkertijd vragen wij 12 uw blijvende aandacht voor de financiële beheersing en verzoeken u om ook in de komende jaren actief te zoeken naar mogelijkheden voor kostenbeheersing of bezuinigingen. We wensen u veel wijsheid en succes met de belangrijke taken en opgaven waar u voor staat. Als raad willen we graag in het volgende jaar voldoende tijd zodat ook onderlinge afstemming tussen de raden van deelnemende gemeenten over de zienswijzen mogelijk wordt. Daarvoor vragen we u om het mogelijk te maken dat we pas een besluit op de zienswijzen kunnen nemen in de raadsvergadering van donderdag 15 juli 2027. Reactie DB Deze zomer werd eens te meer duidelijk dat een parate brandweer- en crisisorganisatie robuust en schokbestendig moet zijn. De dag waarop voor het eerst code rood werd gegeven vanwege hitte, eindigde in een nacht waarin de brandweer druk was met wateroverlast en blikseminslag. En langdurige droogte maakte natuurgebieden zeer brandbaar, zo bleek dit voorjaar in het duingebied bij De Zilk en deze zomer tussen Katwijk en Wassenaar. Om op kritieke momenten adequaat te kunnen reageren, is een solide organisatie noodzakelijk. Voor de instandhouding daarvan is voorspelbare financiering, zonder (grote) fluctuaties, een voorwaarde. Anderzijds is de wens van gemeenten te begrijpen om kosten niet verder te laten oplopen en waar mogelijk te zoeken naar optimalisaties.

De veiligheidsregio is steeds alert op keuzes die gemaakt kunnen worden, die leiden tot mogelijkheden voor besparingen of ombuigingen. Eerder is na een uitgebreid bestuurlijk traject (in 2025) besloten tot een structurele taakstelling vanaf 2026 voor de veiligheidsregio van € 1,1 miljoen ombuigingen en € 0,4 miljoen bezuinigen. Het advies van de werkgroep FKGR zou voor de veiligheidsregio een structurele bezuiniging van € 780.000,- betekenen, over 2027 en verder. Wij hebben echter een organisatie die veel taken heeft met een klein prijskaartje. Een bezuiniging van deze grootte zou dan ook kunnen leiden tot het sluiten van grofweg drie tot vier vrijwilligerskazernes. Die bezuiniging zou significant hoger zijn dan de € 400.000,- vanuit 2026, waaraan een uitgebreid bestuurlijk traject voorafging. Daarvoor kiest het bestuur nadrukkelijk níet. De afgelopen zomer 2026 is immers opnieuw gebleken dat een parate brandweer- en crisisorganisatie onmisbaar is en in verregaande mate berekend moet zijn op escalaties. Wij dienen te alle tijden klaar te staan en capaciteit te hebben voor de grote uitdagingen die komen gaan: Langdurige en mogelijk meerdere, grote opgaven. Wellicht tegelijkertijd. Het Algemeen Bestuur heeft daarom besloten de meerjarenbegroting waardevast te houden en die niet te belasten met een extra bezuiniging als gevolg van een correctie op de indexering.

In de Kadernota 2027 is de keuze nader toegelicht om de begroting 2027 te indexeren met de gewogen (reguliere) index. Het bestuur vraagt hierdoor geen verhoging van de indexatie voor meerkosten, maar een jaarlijkse (reguliere) indexatie, vanuit een sobere en doelmatige begroting 2027. Nieuw brandweermaterieel is door de fors gestegen prijzen al lastig te financieren. Met een korting over de indexatie zou de brandweer nog meer moeite krijgen om de kostenontwikkeling bij te benen. Voor wat betreft de beloning voor werknemers heeft de huidige CAO-overeenkomst voor de veiligheidsregio’s een looptijd van 1 augustus 2025 tot en met 31 juli 2027. Daarmee is de te verwachten indexatie 2027 nog niet bekend. Dat zal op zijn vroegst pas in de loop van 2027 bekend worden. Hierdoor is voor de veiligheidsregio noodzakelijk om de ‘reguliere’ indexatie van de ‘prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers’ te hanteren. Deze indexatie houdt daarnaast ook rekening met de daadwerkelijke prijs via een systeem van nacalculatie. Ieder jaar vindt een T-1 en T-2 verrekening plaats met de nieuw vastgestelde prijs. Als voorbeeld zit in de indexatie 2027 (personele component) een correctie over de indexatie 2026 met negatief 0,8%. De afgelopen jaren heeft VRHM zwarte cijfers geschreven.

Enkele structurele factoren die daaraan ten grondslag liggen, zijn: • Een andere oorzaak van de vorming van reserves is een ‘plotselinge financieringsstroom’ vanuit het ministerie van Justitie en Veiligheid. Een in het najaar gecommuniceerde Rijksfinanciering kan niet altijd gericht worden besteed in datzelfde 13 jaar. Dat heeft tot gevolg dat deze middelen in een reserve worden geplaatst, om op een later moment doelmatig te kunnen besteden. • De complexe arbeidsmarkt, waardoor vacatures vaker en langer openstaan dan voorheen. Bijsturing is daarom een voortdurend punt van aandacht. De bestemmingsreserves zijn opgebouwd ter financiële dekking van projecten en incidentele lasten. Op basis van de “Nota Reserves 2024 - 2027” is nader door het Algemeen Bestuur besloten welke onttrekking en dotaties de komende jaren zullen worden verricht. In de lopende beleidsplanperiode 2024-2027 is overeengekomen dat de veiligheidsregio geen extra middelen via de gemeentelijke bijdragen aanvraagt. In 2025 is € 330.000,- onttrokken uit vier bestemmingsreserves. Daarbij is een dotatie gedaan vanuit het positieve resultaat 2025 voor bedrijfscontinuïteitsmanagement en noodcommunicatie. Hiermee wordt geen beroep gedaan op extra bijdrage vanuit de gemeenten.

Vanuit een eerder gevormde reserve wordt bijvoorbeeld tweemaal € 100.000,- onttrokken voor de noodzakelijke ontwikkeling in vastgoedsturing met externe begeleiding. De veiligheidsregio krijgt meer en meer te maken met een eventuele overdracht van huurkazernes naar koop. Als juiste opvolging van het Strategisch Vastgoedbeleid is hiermee goede begeleiding nodig in de noodzakelijke ontwikkeling in vastgoedsturing. Een andere oorzaak van de vorming van reserves is een ‘plotselinge financieringsstroom’ vanuit het ministerie van Justitie en Veiligheid. Een in het najaar gecommuniceerde Rijksfinanciering kan niet altijd gericht worden besteed in datzelfde jaar. Dat heeft tot gevolg dat deze middelen in een reserve worden geplaatst, om op een later moment doelmatig te kunnen besteden. Conform de Programmabegroting 2027 is de omvang van de bestemmingsreserves ultimo 2027 € 4,8 miljoen. Samen met de omvang van de algemene reserve geeft dit een solvabiliteit van 7,8%. Dat is aan de (zeer) lage kant in vergelijking met het gemiddelde van alle Nederlands gemeenten (40%, BDO-Benchmark gemeenten 2026). Voor wat betreft de zienswijzeperiode: de lengte daarvan is in de gemeenschappelijke regeling VRHM bepaald op 12 weken na verzending door het Dagelijks Bestuur.

Leiden Zienswijze De gemeenteraad van Leiden ziet geen belemmering(en) ten aanzien van het vaststellen van de ontwerp-Programmabegroting 2027 van de Veiligheidsregio Hollands Midden (VRHM) in het Algemeen Bestuur van 10 september 2026. Aangezien de VRHM afwijkt van het FKGR-advies acht de gemeenteraad het wenselijk dat in de Programmabegroting inzichtelijk wordt gemaakt welke consequenties het niet volgen van het FKGR-advies zou hebben voor de VRHM. Tevens dient de afwijking van het advies te worden gemotiveerd. Tot slot geeft de gemeenteraad van Leiden mee dat het belangrijk is dat de VRHM inspringt op de externe ontwikkelingen die als gevolg van wetgeving op de organisatie afkomen en blijvende aandacht heeft voor de digitale weerbaarheid van de eigen organisatie. Reactie DB Deze zomer werd eens te meer duidelijk dat een parate brandweer- en crisisorganisatie robuust en schokbestendig moet zijn. De dag waarop voor het eerst code rood werd gegeven vanwege hitte, eindigde in een nacht waarin de brandweer druk was met wateroverlast en blikseminslag. En langdurige droogte maakte natuurgebieden zeer brandbaar, zo bleek dit voorjaar in het duingebied bij De Zilk en deze zomer tussen Katwijk en Wassenaar. Om op kritieke momenten adequaat te kunnen reageren, is een solide organisatie noodzakelijk.

Voor de instandhouding daarvan is voorspelbare financiering, zonder (grote) fluctuaties, een voorwaarde. Anderzijds is de wens van gemeenten te begrijpen om kosten niet verder te laten oplopen en waar mogelijk te zoeken naar optimalisaties. De veiligheidsregio is steeds alert op keuzes die gemaakt kunnen worden, die leiden tot mogelijkheden voor besparingen of ombuigingen. 14 Eerder is na een uitgebreid bestuurlijk traject (in 2025) besloten tot een structurele taakstelling vanaf 2026 voor de veiligheidsregio van € 1,1 miljoen ombuigingen en € 0,4 miljoen bezuinigen. Het advies van de werkgroep FKGR zou voor de veiligheidsregio een structurele bezuiniging van € 780.000,- betekenen, over 2027 en verder. Wij hebben echter een organisatie die veel taken heeft met een klein prijskaartje. Een bezuiniging van deze grootte zou dan ook kunnen leiden tot het sluiten van grofweg drie tot vier vrijwilligerskazernes. Die bezuiniging zou significant hoger zijn dan de € 400.000,- vanuit 2026, waaraan een uitgebreid bestuurlijk traject voorafging. Daarvoor kiest het bestuur nadrukkelijk níet. De afgelopen zomer 2026 is immers opnieuw gebleken dat een parate brandweer- en crisisorganisatie onmisbaar is en in verregaande mate berekend moet zijn op escalaties.

Wij dienen te alle tijden klaar te staan en capaciteit te hebben voor de grote uitdagingen die komen gaan: Langdurige en mogelijk meerdere, grote opgaven. Wellicht tegelijkertijd. Het Algemeen Bestuur heeft daarom besloten de meerjarenbegroting waardevast te houden en die niet te belasten met een extra bezuiniging als gevolg van een correctie op de indexering. In de Kadernota 2027 is de keuze nader toegelicht om de begroting 2027 te indexeren met de gewogen (reguliere) index. Het bestuur vraagt hierdoor geen verhoging van de indexatie voor meerkosten, maar een jaarlijkse (reguliere) indexatie, vanuit een sobere en doelmatige begroting 2027. Nieuw brandweermaterieel is door de fors gestegen prijzen al lastig te financieren. Met een korting over de indexatie zou de brandweer nog meer moeite krijgen om de kostenontwikkeling bij te benen. Het Dagelijks Bestuur herkent het belang tijdig te anticiperen op ontwikkelingen als gevolg van wetgeving en digitale weerbaarheid. Op het gebied van wetgeving is daarom als risico opgenomen dat een aantal aanstellingen bij de afdeling Vakbekwaamheid moet worden herzien. Net als de andere beschreven risico’s en ontwikkelingen, kan dit meerjarig wel een mogelijke aanpassing van de kostenstructuur geven.

Leiderdorp Zienswijze De gemeenteraad constateert dat in de voorliggende ontwerp-Programmabegroting 2027 opnieuw wordt afgeweken van de FKGR-richtlijn. De voorgestelde indexering door VRHM bedraagt 6,3% voor personele lasten en 2,6% voor materiële lasten, wat leidt tot een gewogen indexering van de gemeentelijke bijdrage van 4,98%. Deze afwijking bevreemdt de gemeenteraad van Leiderdorp. Juist in een periode waarin gemeenten voor forse financiële opgaven staan en waarin ook Leiderdorp het gemeentelijke huishoudboekje scherp moet bewaken, mag van gemeenschappelijke regelingen worden verwacht dat zij zich solidair opstellen met de deelnemende gemeenten. Die solidariteit vraagt niet alleen om terughoudendheid in het vragen van extra middelen, maar vooral om een aantoonbare inspanning om de eigen organisatie, taken en kostenontwikkeling kritisch tegen het licht te houden. De gemeenteraad is vorig jaar al kritisch geweest op de wijze waarop de VRHM invulling gaf aan de gevraagde taakstelling. Daarbij is uitgesproken dat het niet-vragen van extra middelen niet gelijk kan worden gesteld aan het realiseren van een bezuiniging. De raad ziet zich genoodzaakt die kritiek dit jaar opnieuw uit te spreken. Ook nu ontstaat onvoldoende het beeld dat VRHM daadwerkelijk heeft onderzocht welke taken anders, soberder, efficiënter of niet langer uitgevoerd kunnen worden.

De raad stelt vast dat deze afwijking niet in lijn is met de eerder overeengekomen financiële kaders en taakstelling zoals vastgelegd binnen het FKGR. Daarmee ontstaat spanning met de afspraken die gezamenlijk zijn gemaakt over begrotingsdiscipline en kostenontwikkeling en voorspelbaarheid voor de gemeentelijke begrotingen. Wij begrijpen dat VRHM wordt geconfronteerd met een breed en complex palet aan opgaven. In uw toelichting wijst u onder meer op het borgen van de uitvoering van de kerntaken, weerbaarheid, bedrijfscontinuïteitsmanagement en arbeid gerelateerde vraagstukken, waaronder de uitvoering van de PTSS-regeling. Die toelichting maakt inzichtelijk waarom de VRHM aanvullende middelen wenselijk acht. De gemeenteraad heeft echter weiníg begrip voor de conclusie dat deze ontwikkelingen zonder verdere bijsturing, herprioritering of 15 besparingsvoorstellen moeten leiden tot een hogere bijdrage van de deelnemende gemeenten. Daarbij vraag de raad zich nadrukkelijk af of alle genoemde ontwikkelingen en opgaven vanzelfsprekend binnen de verantwoordelijkheid van de VRHM moeten vallen, danwel of deze in omvang, tempo of uitvoering anders kunnen worden vormgegeven.

Van een organisatie met een begroting van deze omvang mag worden verwacht dat zij niet uitsluitend de noodzaak van extra middelen onderbouwt, maar ook concreet inzicht geeft in besparingsmogelijkheden, beleidskeuzes, taakafbakening en de risico's van alternatieve scenario’s. De raad benadrukt dat afwijkingen van de FKGR-richtlijn uitzonderlijk dienen te blijven. Zij mogen niet verworden tot structurele begrotingsruimte of tot een vanzelfsprekende route om nieuwe ontwikkelingen op te vangen. De raad verwacht van de VRHM dat zij eerdere doelstellingen en taakstellingen binnen de afgesproken financiële kaders serieus neemt en dat zij zichtbaar verantwoordelijkheid draagt voor het beperken van de lasten van de deelnemende gemeenten. Tegen deze achtergrond roept de gemeenteraad van Leiderdorp de VRHM op om toekomstige afwijkingen van de FKGR-richtlijn uiterst terughoudend toe te passen. Indien afwijking toch noodzakelijk wordt geacht, dient dit tijdig met de deelnemende gemeenten te worden gedeeld en te worden voorzien van een expliciete, transparante en navolgbare onderbouwing. Daarbij verwacht de raad nadrukkelijk inzicht in mogelijke alternatieven, bijsturingsopties, taakversobering, fasering en de financiële en inhoudelijke risico's die daarbij horen. De raad acht het van groot belang dat de voorspelbaarheid en betrouwbaarheid van de financiële kaders worden versterkt.

De deelnemende gemeenten zijn verantwoordelijk voor hun eigen begrotingen en gemeenteraden moeten kunnen vertrouwen op de financiële afspraken die binnen het FKGR worden gemaakt. Gemeenschappelijke regelingen gaan niet over de gemeentelijke portemonnee; zij hebben de verantwoordelijkheid om binnen de gezamenlijk gestelde kaders te opereren en tijdig inzicht te geven wanneer daarin knelpunten ontstaan. De gemeenteraad is van oordeel dat met de in deze ontwerp programmabegroting gehanteerde financiële kaders zowel het bestaande takenpakket (going concern) als de noodzakelijke doorontwikkeling (growing concern) ruim worden gedekt. De geraamde bijdrage voor Leiderdorp van € 2.416.124 achten wij hoog, zeker in het licht van de bredere financiële uitdagingen waarvoor onze gemeente staat. Wij zullen voor nu instemmen met de voorliggende programmabegroting 2027 van VRHM. Die instemming laat onverlet dat bovenstaande kanttekeningen nadrukkelijk onderdeel uitmaken van ons oordeel richting de toekomst en de meerjarenraming. De raad verwacht dat de VRHM deze zienswijze betrekt bij de verdere uitvoering van de begroting en bij de voorbereiding van toekomstige begrotingen. Tot slot spreekt de gemeenteraad opnieuw zijn teleurstelling uit over het uitblijven van een voldoende solidaire houding van de VRHM ten opzichte van de financiële uitdagingen van de deelnemende gemeenten.

Tegelijkertijd spreekt de gemeenteraad zijn waardering uit voor de medewerkers van de VRHM die zich dagelijks professioneel en toegewijd inzetten voor de veiligheid van onze inwoners. Reactie DB Deze zomer werd eens te meer duidelijk dat een parate brandweer- en crisisorganisatie robuust en schokbestendig moet zijn. De dag waarop voor het eerst code rood werd gegeven vanwege hitte, eindigde in een nacht waarin de brandweer druk was met wateroverlast en blikseminslag. En langdurige droogte maakte natuurgebieden zeer brandbaar, zo bleek dit voorjaar in het duingebied bij De Zilk en deze zomer tussen Katwijk en Wassenaar. Om op kritieke momenten adequaat te kunnen reageren, is een solide organisatie noodzakelijk. Voor de instandhouding daarvan is voorspelbare financiering, zonder (grote) fluctuaties, een voorwaarde. Anderzijds is de wens van gemeenten te begrijpen om kosten niet verder te laten oplopen en waar mogelijk te zoeken naar optimalisaties. De veiligheidsregio is steeds alert op keuzes die gemaakt kunnen worden, die leiden tot mogelijkheden voor besparingen of ombuigingen. Eerder is na een uitgebreid bestuurlijk traject (in 2025) besloten tot een structurele taakstelling vanaf 2026 voor de veiligheidsregio van € 1,1 miljoen ombuigingen en € 0,4 miljoen bezuinigen.

16 Het advies van de werkgroep FKGR zou voor de veiligheidsregio een structurele bezuiniging van € 780.000,- betekenen, over 2027 en verder. Wij hebben echter een organisatie die veel taken heeft met een klein prijskaartje. Een bezuiniging van deze grootte zou dan ook kunnen leiden tot het sluiten van grofweg drie tot vier vrijwilligerskazernes. Die bezuiniging zou significant hoger zijn dan de € 400.000,- vanuit 2026, waaraan een uitgebreid bestuurlijk traject voorafging. Daarvoor kiest het bestuur nadrukkelijk níet. De afgelopen zomer 2026 is immers opnieuw gebleken dat een parate brandweer- en crisisorganisatie onmisbaar is en in verregaande mate berekend moet zijn op escalaties. Wij dienen te alle tijden klaar te staan en capaciteit te hebben voor de grote uitdagingen die komen gaan: Langdurige en mogelijk meerdere, grote opgaven. Wellicht tegelijkertijd. Het Algemeen Bestuur heeft daarom besloten de meerjarenbegroting waardevast te houden en die niet te belasten met een extra bezuiniging als gevolg van een correctie op de indexering. In de Kadernota 2027 is de keuze nader toegelicht om de begroting 2027 te indexeren met de gewogen (reguliere) index. Het bestuur vraagt hierdoor geen verhoging van de indexatie voor meerkosten, maar een jaarlijkse (reguliere) indexatie, vanuit een sobere en doelmatige begroting 2027.

Nieuw brandweermaterieel is door de fors gestegen prijzen al lastig te financieren. Met een korting over de indexatie zou de brandweer nog meer moeite krijgen om de kostenontwikkeling bij te benen. Voor wat betreft de beloning voor werknemers heeft de huidige CAO-overeenkomst voor de veiligheidsregio’s een looptijd van 1 augustus 2025 tot en met 31 juli 2027. Daarmee is de te verwachten indexatie 2027 nog niet bekend. Dat zal op zijn vroegst pas in de loop van 2027 bekend worden. Hierdoor is voor de veiligheidsregio noodzakelijk om de ‘reguliere’ indexatie van de ‘prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers’ te hanteren. Deze indexatie houdt daarnaast ook rekening met de daadwerkelijke prijs via een systeem van nacalculatie. Ieder jaar vindt een T-1 en T-2 verrekening plaats met de nieuw vastgestelde prijs. Als voorbeeld zit in de indexatie 2027 (personele component) een correctie over de indexatie 2026 met negatief 0,8%. Het huidige Regionaal Beleidsplan loopt ten einde. Het Dagelijks Bestuur ziet de totstandkoming van het nieuwe Beleidsplan (2028-2031) als een logisch moment om in gezamenlijkheid het ambitieniveau vast te stellen. De begroting van vandaag heeft betrekking op de brandweer- en crisisorganisatie van vandaag. De uitdagingen naar de toekomst toe zijn echter groot en de middelen om die het hoofd te bieden wellicht niet (meer) toereikend.

Lisse Zienswijze Bij de begrotingsvoorbereiding voor 2026 is een intensief bestuurlijk traject doorlopen, waarbij de mogelijkheden en gevolgen zijn besproken van het doorvoeren van de uniforme inspanningsverplichting van 6%. Deze inspanningsverplichting aan alle GR-en was destijds het advies van de FKGR (werkgroep Financiele kaderstelling gemeenschappelijke regelingen). De gevolgen daarvan werden niet wenselijk gevonden. Voor de resterende beleidsplanperiode (tot en met 2027) is daarom vervolgens afgesproken dat de VRHM € 1,1 miljoen (onvermijdelijke kosten) intern zou bekostigen en dat de veiligheidsregio nog € 0,4 miljoen zou bezuinigen. Dit komt noch voor 2026, noch voor 2027 in de buurt van de 6%, maar zo is het afgesproken. In de voorliggende ontwerp-Programmabegroting, zo is onze raad opgevallen, hanteert de veiligheidsregio ten aanzien van de indexering een percentage van 6,3% op personeel en 2,6% op materieel (gewogen gemiddelde: 4.98%). Het advies van de FKGR is om uit te gaan van een indexering van 4,53% op personeel en 2,6% op materieel (gewogen gemiddelde: 3,84%). Hiervoor wordt geen verklaring gegeven, wat ons zeer verwondert. Onze raad kan de voorliggende ontwerp-Programmabegroting VRHM 2027 alleen steunen als daarin de door de FKGR geadviseerde indexering wordt gehanteerd, of er een zeer goede verklaring komt voor de hogere toegepaste indexering op personeel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/1840/documents/25006