CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

D25 College, raadsbrief Voortgangsinformatiebrief Mobiliteitsmaatregelen Noordelijke Bollenstreek maart 2022.pdf

Gemeenteraad 28 april 2022, gemeente HillegomBij agendapunt: 13: Ingekomen stukken2.101 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Hillegom

Raadsbrief Voortgangsinformatiebrief Mobiliteitsmaatregelen Noordelijke Bollenstreek, versie 4 maart 2022 aan:

de raad van de gemeente Hillegom

zaaknummer: Z-22-241495 datum collegevergadering: 29 maart 2022 portefeuillehouder: K. Hoekstra behandelend ambtenaar: Peter Snoeren emailadres: P.Snoeren@hltsamen.nl telefoon: 14 0252 embargo: ☐

Inhoud mededeling Met de voortgangsinformatiebrief van 4 maart 2022 leest u de laatste ontwikkelingen van het project ‘Mobiliteitsmaatregelen Noordelijke Bollenstreek’.

Bijlagen: Voortgangsinformatiebrief Mobiliteitsmaatregelen Noordelijke Bollenstreek, versie 4 maart 2022

Nummer 4, maart 2022

Mobiliteitsmaatregelen Noordelijke Duin- en Bollenstreek Provincie Zuid-Holland, de regio Holland Rijnland en de gemeenten Hillegom, Lisse, Noordwijk en Teylingen werken samen aan multimodale maatregelen voor een toekomstbestendige verbetering van de bereikbaarheid, de leefbaarheid en de verkeersveiligheid in de noordelijke Duin- & Bollenstreek. Het Plan van Aanpak, waarover in februari 2021 door Provinciale Staten besloten is, kent drie fasen. Het uiteindelijke resultaat is een gezamenlijk voorkeurspakket voor de korte, middellange en lange termijn, inclusief dekkingsvoorstellen.

Voortgangsinformatie 1e kwartaal 2022 Begin 2022 is de stuurgroep, bestaande uit de Gedeputeerde verkeer en vervoer, het Dagelijks Bestuurslid mobiliteit van Holland Rijnland en de wethouders mobiliteit van de gemeenten Hillegom, Lisse, Noordwijk en Teylingen, voortvarend aan de gang gegaan om te komen tot een onderbouwd voorstel voor een maatregelenpakket dat de bereikbaarheid van en in de noordelijke Duin- en Bollenstreek verbetert. Er zijn zoekgebieden gedefinieerd, de indicatoren voor de Maatschappelijke Kosten Batenanalyse (MKBA) zijn vastgesteld, er is een bureau gevonden dat binnen de beperkte beschikbare tijd een MKBA kan uitvoeren. Met deze vierde voortgangsinformatiebrief houden wij u op de hoogte van de ontwikkelingen van het project Mobiliteitsmaatregelen Noordelijke Duin- en Bollenstreek. Manifest Bedrijfsleven Duin- en Bollenstreek Het gezamenlijke bedrijfsleven in de Duin- en Bollenstreek heeft het Manifest “Betere Bereikbaarheid Bollenstreek, Waar een wil is, is een weg…….” aan de stuurgroep aangeboden. Met dit manifest roept het bedrijfsleven de overheden op de urgentie van de mobiliteitsproblematiek op te pakken. Zij stellen een achttal projecten voor op het gebied van openbaar vervoer, fiets en autoverkeer. Dit om de bereikbaarheid, de verkeersveiligheid en de leefbaarheid te verbeteren.

Wonen, werken, recreëren en leefbaarheid in de Bollenstreek zijn gebaat bij zowel een doeltreffende ontsluiting als doorstroming. Een delegatie van de ondertekenaars van het manifest is uitgenodigd om in de bijeenkomst van de stuurgroep op 31 maart een toelichting te komen geven. Maatschappelijke Kosten Batenanalyse Provinciale Staten hebben per motie (motie 1051) op 10 november 2021 de Provincie en de regio opgeroepen om het voorstel voor een totaalpakket van mobiliteitsmaatregelen te onderbouwen met een Maatschappelijke Kosten en Baten Analyse (MKBA).

1

De MKBA dient twee doelen: 

De Stuurgroep Mobiliteitsmaatregelen Noordelijke Duin- en Bollenstreek te ondersteunen in de te maken keuzen voor het verbeteren van de bereikbaarheid voor alle vervoerwijzen, het verbeteren van de verkeersveiligheid en het verhogen van de leefbaarheid.  Een goede onderbouwing te bieden voor Provinciale Staten van Zuid-Holland voor de inzet van budgetten voor de realisatie van infrastructurele maatregelen. Deze onderbouwing helpt ook andere financiers, zoals Holland Rijnland, voor een verantwoorde besteding van hun middelen. De werkzaamheden om te komen tot een MKBA voert Bureau Decisio uit Amsterdam uit. Indicatoren De Stuurgroep heeft een achttal indicatoren geformuleerd die gezamenlijk een beeld moeten geven van het oplossend vermogen en de realisatiemogelijkheden van maatregelen. Het gaat daarbij om een aantal ‘technische’ indicatoren zoals het oplossen van doorstromingsknelpunten, het verhogen van de verkeersveiligheid, het versterken van de leefbaarheid en de bijdrage die maatregelen bieden aan de ontwikkelmogelijkheden van de Duin- en Bollenstreek, zoals die door provincie en regio zijn benoemd. Daarnaast zijn er indicatoren die een beeld geven van de realisatiemogelijkheden van maatregelen. Dan gaat het om bestuurlijk en maatschappelijk draagvlak, financieringsmogelijkheden van andere partijen dan Holland Rijnland en de provincie Zuid-Holland en realisatietijd.

Een specifieke omschrijving van de indicatoren is in de bijlage bij deze voortgangsinformatiebrief opgenomen. Multimodale oplossingen Het voor te stellen maatregelenpakket, en dus ook de MKBA, gaat uit van oplossingen voor alle modaliteiten. Het vervoer van goederen, ook al is dit niet expliciet benoemd, vormt een belangrijk onderdeel van de opgave als het gaat om de bereikbaarheid van en vanuit de Noordelijke Duin- en Bollenstreek. Gezien het karakter van het vervoer van goederen maakt het onderdeel uit van “inzet voor gemotoriseerd verkeer”. Vervoer over water maakt geen onderdeel uit van het voor te stellen maatregelenpakket. Het voorstel voor de inzet voor de verschillende modaliteiten is tot stand gekomen op basis van gesprekken met verschillende betrokkenpartijen, werksessies met en groot aantal organisaties in december 2021, aangevuld met het mobiliteitsbeleid van provincie, Holland Rijnland en de vier Duinen Bollenstreekgemeenten. Inzet Fiets Het regionale fietsnetwerk wordt gevormd door een samenhangend netwerk van doorfietsroutes, aangevuld met onderliggende fietsverbindingen. De afgelopen jaren is, als uitwerking van het provinciale fietsbeleid (Samen verder fietsen) en dit van de regio (Regionale Strategie Mobiliteit), een goed beeld ontstaan hoe dit netwerk van doorfietsroutes er uit moet zien.

Inzet Openbaar Vervoer Openbaar Vervoer heeft een belangrijke functie waar het gaat om de bereikbaarheid van dorpen, steden en regio’s. Een verdere doorontwikkeling van het (H)OV kan het gebruik er van doen toenemen en andere modaliteiten ontlasten (maar niet vervangen). Een voorbeeld betreft de HOVlijn Noordwijk-Schiphol, die momenteel in ontwikkeling is. Een belangrijke schakel is de geplande nieuwe brug over de Ringvaart ter hoogte van de IJsbaan van Lisserbroek. Deze brug vormt ook een schakel in het doorfietsnetwerk. Ook de OV-verbinding tussen Hillegom en het ziekenhuis in Hoofddorp vraagt om aandacht. De verbinding Leiden-Haarlem (lijn 50) is een belangrijke voor de ontsluiting van de Duin- en Bollenstreek naar de stations Haarlem en Leiden. De doorstroming laat echter te wensen over.

2

Inzet gemotoriseerd verkeer Al vele jaren is de ontsluiting van de Noordelijke Duin- en Bollenstreek problematisch. De ruimtelijk economische ontwikkelingen in de afgelopen decennia en de mogelijkheden die de Strategische Agenda Ruimte Duin- en Bollenstreek voorstaat, leiden tot een ander patroon van verplaatsingen van noord-zuid georiënteerd verkeer naar oost-west gerichte verplaatsingen. En daarbij valt te constateren dat de oost-west gerichte infrastructuur hiervoor onvoldoende is toegerust. Er is voor het autoverkeer (inclusief het transport van goederen) een zestal scenario’s benoemd om te komen tot structurele oplossingen voor een verbeterde ontsluiting van de noordelijke Duin- en Bollenstreek. De robuustheid van het wegennet vormt de essentie van dit totaalpakket. Dit totaalpakket van zoekgebieden vormt de basis voor de uit te voeren MKBA als het gaat om ‘inzet gemotoriseerd verkeer’. Van noord naar zuid: 

Zoekgebied Verlegde N208 Dit zoekgebied betreft de verbinding tussen de provinciale wegen N442 en N208 ten westen van de spoorlijn Leiden – Haarlem. Zoekgebied N442 –N206 Het zoekgebied verbindt de provinciale weg N442 met de provinciale weg N206 in het gebied tussen de kernen van De Zilk en Ruigenhoek. Zoekgebied N207 – N442 De verbinding tussen de provinciale weg N207 en de provinciale weg N442 vormt de kern van dit zoekgebied. Zoekgebied N207 richting het parkeerterrein van Keukenhof. Het zoekgebied omvat een directe verbinding tussen het hoofdwegennet (A4 en A44 via N207) en de parkeerterreinen van Keukenhof. Zoekgebied rijksweg A44 nabij Abbenes en de provinciale weg N208 Dit zoekgebied concentreert zich op een verbinding tussen het autosnelwegennet nabij de aansluiting op rijksweg A44 bij Abbenes, ten zuiden van Lisserbroek en Lisse, naar de provinciale weg N208. Zoekgebied N208 – N443 – N206 Dit zoekgebied betreft in essentie een geheel of gedeeltelijk alternatief voor de provinciale weg N443 en het deel van de N208 tussen het kruispunt met de Hoofdstraat in Sassenheim en rijksweg A44 (afrit 3)

Inzet op hubs Om ketenmobiliteit te stimuleren, de overstap tussen de verschillende modaliteiten, zijn “hubs” noodzakelijk. Bij verschillende stations bestaat de mogelijkheid om de overstap tussen fiets of auto en openbaar vervoer te bevorderen. Naast het bevorderen van ketenmobiliteit is het ook gewenst om zogeheten logistieke hubs te faciliteren. Vervolg in twee stappen De Stuurgroep Mobiliteitsmaatregelen Noordelijke Duin- en Bollenstreek heeft met het benoemen van indicatoren en het definiëren van de uitgangspunten voor maatregelen voor fiets, openbaar vervoer en gemotoriseerd verkeer de inhoud van de MKBA geformuleerd. Uitwerking hiervan gebeurt in twee fasen. Dit versnelt uiteindelijk het proces om tot afgewogen keuzen te komen. De eerste fase, die in juni gereed is, geeft een onderbouwing voor de keuze van een voorstel voor maatregelen: het voorkeurspakket. Dat voorkeurspakket vormt een balans tussen maatregelen voor 3

alle modaliteiten. De tweede fase richt zich meer op de maatregelen voor gemotoriseerd verkeer uit het voorkeurspakket. Met een dan geactualiseerd verkeersmodel worden deze maatregelen geanalyseerd op de bijdrage die ze leveren aan de ontsluiting van de Noordelijke Duin- en Bollenstreek. Frederik Zevenbergen (gedeputeerde verkeer en vervoer provincie Zuid-Holland) Arno van Kempen (Dagelijks Bestuurslid mobiliteit Holland Rijnland) Karin Hoekstra (wethouder mobiliteit gemeente Hillegom) Jolanda Langeveld (wethouder mobiliteit gemeente Lisse) Roberto ter Hark (wethouder mobiliteit Noordwijk) Marlies Volten (wethouder Mobiliteit Teylingen)

4

Bijlage Effectindicatoren Maatschappelijke Kosten Batenanalyse De effectindicatoren, die voor de Maatsschappelijke Kosten Batenanalyse (MKBA) worden gehanteerd, zijn in een achttal rubrieken opgedeeld. De eerste drie indicatoren vloeien rechtsreeks voort uit de door de provincie Zuid-Holland gehanteerde MKBA-methodiek. Daarmee voldoet de MKBA aan een van de twee doelen: provinciale staten een helder en eenduidig beeld bieden, gerelateerd aan andere infrastructurele investeringen. 1. Oplossend vermogen voor de noordelijke Duin- en Bollenstreek Het gaat hier om het verminderen van doorstromingsknelpunten en om (toekomstige) bereikbaarheid. Daarbij concentreert deze indicator zich in eerste instantie op de regio Duin- en Bollenstreek. Er is een meerwaarde wanneer ook aanpalende regio’s kunnen ‘profiteren’ van een verbeterde bereikbaarheid.

Onderdelen die bij deze effectindicator horen zijn: - doorstroming: gemiddelde rijsnelheid in de spits versus die buiten de spits; de snelheid in de spits < 75% van de snelheid in dalperiode - de gemiddelde rijsnelheid van 5 procent van het verkeer in de spits is lager dan 30 km per uur en het probleem in de spits is 50 keer groter dan in de nachtelijke uren (tussen 0-7); - de verhouding tussen intensiteit en capaciteit is hoger dan 0,9; - reistijd en de betrouwbaarheid van reistijden; - robuustheid van het netwerk: het gaat hierbij vooral om het blijven functioneren van het mobiliteitssysteem; - weginrichting: hoe verhouden de vastgestelde weginrichtingsprincipes zich tot de werkelijke weginrichting; Veel van deze aspecten worden zichtbaar door berekeningen vanuit een verkeersmodel. 2. Leefbaarheid Leefbaarheid vormt een indicator die steeds belangrijker wordt gevonden. Het gaat hierbij om aspecten als barrièrewerking, gezondheid, geluid- en stankoverlast als gevolg van verkeer. Geluidbelasting, luchtkwaliteit en omgevingsveiligheid kunnen bepaald worden met kentallen en uitkomsten van het onder 1 genoemde verkeersmodel. Onder de effectindicator leefbaarheid kunnen ook ‘natuur en landschap’-aspecten worden begrepen zoals Natura2000-gebieden en de ecologische hoofdstructuren. 3.

Verkeersveiligheid De effectindicator verkeersveiligheid beschrijft zowel de objectieve als subjectieve verkeersveiligheid. De risicogestuurde benadering, gepromoot door het Strategisch Plan Verkeersveiligheid, vormt de basis om inzicht te krijgen in mogelijke verkeersveiligheidsrisico’s. Safety Performance Indicators (SPI) bieden een beeld van locaties waar weginrichting niet overeenkomt met de gewenste duurzaam veilig inrichting. 4. Bijdrage aan de lange termijn visie van de Duin- en Bollenstreek De in 2021 vastgestelde Ruimtelijke Omgevingsagenda en de Regionale Strategie Mobiliteit (en de subregionale bijdragen) beschrijven de lange termijnvisie als gaat om ruimtelijke economische ontwikkelingen en de bijbehorende mobiliteit. Naast de ruimtelijke ontwikkeling binnen de Duinen Bollenstreek zijn ontwikkelingen in de omliggende regio’s van belang. Het betreft hier de ruimtelijk-economische verbindingen tussen greenports, mainports en verstedelijkingsopgaven. Het gaat ook om toekomstige ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden. De omgevingsvisie van de verschillende gemeenten vormen onderdeel van deze effectindicator.

Tenslotte dienen de maatregelen te passen binnen de ruimtelijke hoofdstructuur die vastgelegd is in de Omgevingsvisie van de Provincie Zuid-Holland welke het kader vormt voor een quick scan van ruimtelijke knelpunten tussen de wegenhiërarchie en de ruimtelijke kwaliteit. Daarbij is niet alleen gekeken naar de landschappelijke (of stedelijke) kwaliteiten, maar ook naar de ruimtelijke 5

Bijlage ambities en opgaven. 5. Maatschappelijk draagvlak Onder maatschappelijk draagvlak worden de opvattingen van bijvoorbeeld cultuurhistorische organisaties, ondernemersverenigingen, belangengroepen van inwoners gevat, maar ook om ‘technische’ beperkingen, zoals neergelegd in het Pact van Teylingen. 6. Bestuurlijk draagvlak Het bestuurlijk draagvlak is gebaseerd op het beleid van de verschillende partijen die vertegenwoordigd zijn in de stuurgroep. Een deel van dit beleid is recentelijk geactualiseerd en verwoord in bijvoorbeeld de Regionale Strategie Mobiliteit van Holland Rijnland, lokale mobiliteitsplannen en het programma Zuid-Hollandse Infrastructuur. 7. Financieringsmogelijkheden Bij financieringsstrategieën gaat het om koppelkansen met andere werkzaamheden en om financiële bijdragen van overheids- en private partijen. Hierbij valt te denken aan landelijke subsidieregelingen, ontwikkelbijdragen, financiering door gemeenten, provincies en organisaties als ProRail. Naast de investeringskosten worden ook structurele kosten voor beheer en onderhoud en eventuele te vermijden investeringen meegenomen. 8. Realisatietijd Het betreft de beoordeling van de te verwachte realisatietijd van de structurele maatregelen. Hierbij moet gedacht aan procedures voor de aanpassing van een bestemmingsplan of het omgevingsplan, grondverwervingsprocessen enzovoort.

6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/1447/documents/18050