D25.5 VNG, ledenbrief 26-025 Bijlage 5 Model Verordening Maatregelen Participatiewet Ioaw En Ioaz Nieuw Model Juli 2026
Tekst van het document
Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl | vng.nl 1/8 Bijlage 5: Model Verordening maatregelen Participatiewet, IOAW en IOAZ (nieuw model, juli 2026) Leeswijzer Deze VNG modelverordening biedt verschillende mogelijkheden tot aanpassing aan de lokale situatie van een gemeente. Deze worden expliciet gemaakt door blokhaken en een korte instructie in blauw. Deze zijn ook eenvoudig te vinden door te zoeken (Ctrl+F) op een blokhaak ([) in de tekst. - [invullen: …] of [invullen: iets] = door gemeente in te vullen, zie bijvoorbeeld artikel 1. - [eventueel opnemen: iets] = facultatief, zie bijvoorbeeld artikel 3, eerste lid. - [kies optie: iets OF iets] = door gemeente te kiezen, zie bijvoorbeeld artikel 1. - [(bijvoorbeeld: iets)] = een voorbeeld ter illustratie of uitleg voor gemeente, zie bijvoorbeeld artikel 8, derde lid. - [Variant kiezen: Variant A iets Variant B iets] = varianten waaruit gekozen kan worden, zie bijvoorbeeld varianten A en B bij artikel 8, tweede lid. - Combinaties zijn ook mogelijk, zie bijvoorbeeld artikel 3, eerste lid. Het model is opgemaakt in de Word-importstijlen van KOOP. Het model kan hierdoor na aanpassing eenvoudig worden geüpload in DROP voor publicatie.
Zie voor meer informatie: DROP | Decentrale Regelgeving en Officiële Publicaties | Voor overheden | KOOP Kennis- en exploitatiecentrum officiële overheidspublicaties. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 2/8 Voorafgaand aan het aanbieden aan de gemeenteraad en het uploaden moeten de keuzes zijn gemaakt en moeten deze leeswijzer, de blauwe teksten en de kop- & voettekst zijn verwijderd. Nadere uitleg en instructies zijn opgenomen in de implementatiehandleiding die hoort bij dit model. Bij dit model hoort ook een model toelichting voor de gemeenteraad. Besluit van de raad van de gemeente [invullen: naam gemeente ] tot vaststelling van de Verordening maatregelen Participatiewet, IOAW en IOAZ [invullen: naam gemeente en eventueel jaartal ] (Verordening maatregelen Participatiewet, IOAW en IOAZ [invullen: naam gemeente en eventueel jaartal ]) De raad van de gemeente [invullen: naam gemeente]; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van [invullen: datum en nummer]; gelet op artikel 8, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Participatiewet, artikel 35, aanhef en onder a en c, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en artikel 35, aanhef en onder a en c, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; gezien het advies van [invullen: naam commissie]; besluit vast te
stellen de volgende verordening: Verordening maatregelen Participatiewet, IOAW en IOAZ [invullen: naam gemeente en eventueel jaartal] Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Definities In deze verordening wordt verstaan onder: - [kies optie: benadelingsbedrag: netto-uitkering waarop eerder, langer of tot een hoger bedrag een beroep op bijstand wordt gedaan als gevolg van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid OF benadelingsperiode: periode waarin eerder, langer of tot een hoger bedrag een beroep op bijstand wordt gedaan als gevolg van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid]; - college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente [invullen: naam gemeente]; Vereniging van Nederlandse Gemeenten 3/8 - IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers; - IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; - maatregel: besluit waarmee een uitkering geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd wegens het niet naleven van een wettelijke verplichting of het tonen van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid; - tekortschietend besef van verantwoordelijkheid: tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de Participatiewet; - uitkering: bijstand op grond van de Participatiewet of een uitkering
op grond van de IOAW of de IOAZ. Artikel 2. Toepassingsbereik Deze verordening is van toepassing op de volgende gedragingen: a. het niet nakomen door de belanghebbende van een verplichting voortvloeiend uit de Participatiewet, met uitzondering van de artikelen 17, eerste lid, en 36b, vierde lid, van die wet; b. het tonen van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid; c. het niet nakomen door de belanghebbende die voor de zelfstandige voorziening in het bestaan is aangewezen op arbeid in dienstbetrekking, van een verplichting als bedoeld in artikel 13, tweede of vierde lid, van de IOAW of een op grond van hoofdstuk III van die wet aan de uitkering verbonden verplichting; d. het niet nakomen door de belanghebbende van een verplichting als bedoeld in artikel 13, tweede of vierde lid, van de IOAZ of een op grond van hoofdstuk III van die wet aan de uitkering verbonden verplichting. Hoofdstuk 2. Procedurele voorschriften Vereniging van Nederlandse Gemeenten 4/8 Artikel 3. Redelijke termijn bij oplegging maatregel 1. Het college legt de maatregel op binnen een redelijke termijn na het bekend worden van de met de maatregel verband houdende feiten en omstandigheden die zijn gemeld door de belanghebbende of waarover een signaal is ontvangen uit voor het college toegankelijke administraties.
[eventueel opnemen: De redelijke termijn is in ieder geval verstreken na [invullen: termijn].] 2. De maatregel wordt niet opgelegd als het recht op uitkering is beëindigd. Artikel 4. Zienswijze 1. Voordat de maatregel wordt opgelegd, stelt het college de belanghebbende in de gelegenheid over het voornemen daartoe binnen een redelijke termijn mondeling of schriftelijk een zienswijze naar voren te brengen. 2. Het voornemen vermeldt in ieder geval de reden en duur van de voorgenomen maatregel en het bedrag of het percentage waarmee de uitkering wordt verlaagd. 3. Het college kan toepassing van het eerste en tweede lid achterwege laten als: a. de belanghebbende al eerder in de gelegenheid is gesteld een zienswijze naar voren te brengen en zich sindsdien geen nieuwe feiten of omstandigheden hebben voorgedaan; of b. de belanghebbende aangeeft hiervan geen gebruik te willen maken. Artikel 5. Inhoud De maatregel vermeldt in ieder geval de reden en duur daarvan, het bedrag of het percentage waarmee de uitkering wordt verlaagd en de wijze waarop rekening is gehouden met de individuele omstandigheden van de belanghebbende. Artikel 6.
Tenuitvoerlegging De maatregel wordt ten uitvoer gelegd met ingang van de kalendermaand die volgt op de maand waarin de maatregel aan de belanghebbende is Vereniging van Nederlandse Gemeenten 5/8 bekendgemaakt of, als dat niet mogelijk is dan wel gelet op de omstandigheden van het geval naar het oordeel van het college niet wenselijk is: a. over de periode waarin de aan de maatregel ten grondslag liggende gedraging plaatsvond; b. vanaf de datum van toekenning van de uitkering; of c. op een later moment, maar niet later dan [invullen: termijn] na bekendmaking van de maatregel en niet nadat het recht op uitkering is beëindigd. Hoofdstuk 3. Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid Artikel 7. Definitie Onder tekortschietend besef van verantwoordelijkheid worden in ieder geval de volgende gedragingen verstaan waardoor eerder, langer of tot een hoger bedrag een beroep op bijstand wordt gedaan: a. het in de periode voorafgaand aan de bijstandsverlening verwijtbaar niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid; b. het nalaten om tijdig een aanvraag te doen voor een voorliggende voorziening; c. het voor of tijdens de bijstandsverlening per maand meer dan anderhalf keer de relevante bijstandsnorm besteden aan algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan zonder dat sprake is van bijzondere omstandigheden die dat rechtvaardigen; d.
het voor of tijdens de bijstandsverlening onverantwoord interen op eigen vermogen door het wegschenken of opmaken van vermogen dat, als het was gebruikt voor de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan, ertoe had geleid dat de belanghebbende gedurende een langere tijd geen beroep had hoeven doen op bijstand; e. [eventueel opnemen: [invullen: …].] Artikel 8. Berekening hoogte en duur van de maatregel Vereniging van Nederlandse Gemeenten 6/8 1. Bij tekortschietend besef van verantwoordelijkheid als bedoeld in artikel 7, onder a, wordt de maatregel vastgesteld op [invullen: percentage] van de uitkering gedurende ten hoogste [invullen: periode]. [Variant kiezen: Variant A 2. In de overige gevallen van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid wordt de maatregel vastgesteld op [invullen: percentage] van de uitkering gedurende een periode die overeenkomt met de benadelingsperiode tot ten hoogste [invullen: periode]. Variant B 2. In de overige gevallen van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid wordt de maatregel vastgesteld op: a. [invullen: percentage] van de uitkering gedurende [invullen: periode] bij een benadelingsbedrag tot [invullen: bedrag]; b. [invullen: percentage] van de uitkering gedurende [invullen: periode] bij een benadelingsbedrag vanaf [invullen: bedrag] tot [invullen: bedrag]; c.
[eventueel opnemen: [invullen: percentage] van de uitkering gedurende [invullen: periode] bij een benadelingsbedrag vanaf [invullen: bedrag] tot [invullen: bedrag];] d. [invullen: percentage] van de uitkering gedurende [invullen: periode] bij een benadelingsbedrag van [invullen: bedrag] of hoger. Variant C Vereniging van Nederlandse Gemeenten 7/8 2. In de overige gevallen van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid wordt de maatregel vastgesteld op het benadelingsbedrag, gedurende ten hoogste [invullen: periode].] 3. Als de belanghebbende binnen [invullen: periode] na bekendmaking van een maatregel als bedoeld in dit artikel opnieuw een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid toont, kan het college [invullen: … (bijvoorbeeld: het percentage of de duur)] van de maatregel verdubbelen. 4. [eventueel opnemen: Een maatregel als bedoeld in dit artikel wordt niet opgelegd als deze minder dan [invullen: bedrag] bedraagt.] Hoofdstuk 4. Slot- en overgangsbepalingen [eventueel opnemen: Artikel 9. Evaluatie 1. Het door het gemeentebestuur gevoerde beleid wordt eenmaal per [aantal] jaar geëvalueerd. Het college zendt hiertoe de gemeenteraad en de cliëntenraad een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de verordening in de praktijk. 2. Ten behoeve van de evaluatie verzamelt het college systematisch en in gepseudonimiseerde vorm informatie over: a.
[invullen: …]; b. [invullen: …]; en c. [invullen: …].] Artikel 10. Overgangsrecht, intrekking oude verordening 1. De [invullen: citeertitel oude verordening] wordt ingetrokken. 2. Op maatregelen die zijn opgelegd voor de datum van inwerkingtreding van deze verordening blijft de [invullen: citeertitel oude verordening] van toepassing. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 8/8 3. Op gedragingen die plaatsvonden voor de datum van inwerkingtreding van deze verordening en op bezwaarschriften waarop voor de datum van inwerkingtreding van deze verordening nog niet is beslist, blijft de [invullen: citeertitel oude verordening] van toepassing als dat voor de belanghebbende gunstiger is. Artikel 11. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op het tijdstip waarop: a. het wetsvoorstel Wet handhaving sociale zekerheid tot wet is verheven en in werking treedt; en b. artikel I, onderdeel E, van de Participatiewet in balans in werking treedt. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening maatregelen Participatiewet, IOAW en IOAZ [invullen: naam gemeente en eventueel jaartal]. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van [invullen: datum]. De voorzitter, De griffier,