CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

D25.2 VNG, Ledenbrief 26-025 Bijlage 2 Model Reintegratieverordening Participatiewet Nieuw Model Juli 2026

Gemeenteraad 24 september 2026, gemeente HillegomBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken5.759 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl | vng.nl 1/24 Bijlage 2: Model Re-integratieverordening Participatiewet (nieuw model, juni 2026) Leeswijzer Deze VNG modelverordening biedt verschillende mogelijkheden tot aanpassing aan de lokale situatie van een gemeente. Deze worden expliciet gemaakt door blokhaken en een korte instructie in blauw. Deze zijn ook eenvoudig te vinden door te zoeken (Ctrl+F) op een blokhaak ([) in de tekst. - [invullen: …] of [invullen: iets] = door gemeente in te vullen, zie bijvoorbeeld artikel 1. - [eventueel opnemen: iets] = facultatief, zie bijvoorbeeld artikel 1. - [kies optie: iets OF iets] = door gemeente te kiezen, zie bijvoorbeeld artikel 9, derde lid. - [(bijvoorbeeld: iets)] = een voorbeeld ter illustratie of uitleg voor gemeente, zie bijvoorbeeld artikel 2. - Combinaties zijn ook mogelijk, zie bijvoorbeeld artikel 3, eerste lid, onderdeel f. Het model is opgemaakt in de Word-importstijlen van KOOP. Het model kan hierdoor na aanpassing eenvoudig worden geüpload in DROP voor publicatie. Zie voor meer informatie: DROP | Decentrale Regelgeving en Officiële Publicaties | Voor overheden | KOOP Kennis- en exploitatiecentrum officiële overheidspublicaties.

Voorafgaand aan het aanbieden aan de gemeenteraad en het uploaden moeten de keuzes zijn gemaakt en moeten deze leeswijzer, de blauwe teksten en de kop- & voettekst zijn verwijderd. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 2/24 Nadere uitleg en instructies zijn opgenomen in de implementatiehandleiding die hoort bij dit model. Bij dit model hoort ook een model toelichting voor de gemeenteraad. Besluit van de raad van de gemeente [invullen: naam gemeente ] tot vaststelling van de Re-integratieverordening Participatiewet [invullen: naam gemeente en eventueel jaartal ] (Re-integratieverordening Participatiewet [invullen: naam gemeente en eventueel jaartal ]) De raad van de gemeente [invullen: naam gemeente]; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van [invullen: datum en nummer]; gelet op artikelen 8a, eerste lid en tweede lid en 10b, [eventueel opnemen: vijfde lid en] zevende lid, van de Participatiewet; gezien het advies van de [invullen: naam commissie]; besluit vast te stellen de volgende verordening: Re-integratieverordening Participatiewet [invullen: naam gemeente en eventueel jaartal] Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1.

Definities In deze verordening verstaan onder: - college: college van burgemeester en wethouders van de [invullen: naam gemeente]; - doelgroep: personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, of artikel 7a, eerste lid, van de wet; - grote afstand tot de arbeidsmarkt: deelname aan de arbeidsmarkt is redelijkerwijs niet mogelijk binnen één jaar; - interne werkbegeleiding: door een collega geboden dagelijkse werkbegeleiding op de werkvloer omdat de werknemer anders niet in staat is zijn werkzaamheden uit te voeren, en waarbij sprake is van meer dan de gebruikelijke begeleiding van een werknemer op een werkplek; Vereniging van Nederlandse Gemeenten 3/24 - jobcoaching: door een erkende deskundige geboden methodische ondersteuning aan personen met een arbeidsbeperking en aan werkgevers, gericht op het vinden en behouden van werk; - korte afstand tot de arbeidsmarkt: deelname aan de arbeidsmarkt is redelijkerwijs mogelijk binnen één jaar; - overige voorzieningen: voorzieningen als bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onder f, van de wet; - persoonlijke ondersteuning bij werk: ondersteuning als bedoeld in artikel 10, eerste en derde lid, van de wet en begeleiding op de werkplek als bedoeld in artikel 10da van de wet; - [eventueel opnemen: praktijkroute: het proces om de persoon, behorend tot de doelgroep, toegang tot het doelgroepenregister te laten verkrijgen op basis van

loonwaardevaststelling op de werkplek;] - voorziening: door het college noodzakelijk geachte voorziening, gericht op arbeidsinschakeling waaronder mede wordt begrepen persoonlijke ondersteuning bij het verrichten van opgedragen taken; - werkgever: degene die op basis van een arbeidsovereenkomst de bevoegdheid heeft om de arbeid van een werknemer gedurende een overeengekomen periode aan te wenden in zijn organisatie; - werknemer: persoon die op basis van een arbeidsovereenkomst arbeid verricht bij de werkgever, daaronder begrepen een persoon als bedoeld in artikel 10d eerste of tweede lid van de wet met wie de werkgever een dienstbetrekking is aangegaan, dan wel dit van plan is; - wet: Participatiewet. Hoofdstuk 2. Beleid en evaluatie Artikel 2. Evenwichtige verdeling 1. Het college kan de voorziening, bedoeld in [invullen: artikelen (bijvoorbeeld: artikel 6)], aanbieden aan personen die behoren tot de doelgroep met een korte afstand tot de arbeidsmarkt. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 4/24 2. Het college kan de voorzieningen, bedoeld in [invullen: artikelen (bijvoorbeeld: de artikelen 4, 5a en 8)], aanbieden aan personen die behoren tot de doelgroep met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. 3. Het college houdt bij het aanbieden van de in deze verordening opgenomen voorzieningen rekening met de omstandigheden en functionele beperkingen van een persoon.

De omstandigheden hebben in ieder geval betrekking op zorgtaken van die persoon en de mogelijkheid dat hij behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie of gebruik maakt van de voorziening beschut werk. 4. Onder zorgtaken wordt in ieder geval verstaan: a. de opvang van ten laste komende kinderen tot vijf jaar; en b. de noodzakelijkheid van het verrichten van mantelzorg. 5. Het college zendt [invullen: termijn (bijvoorbeeld: tweejaarlijks)] aan de gemeenteraad een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze verordening in de praktijk. Het verslag bevat in ieder geval het oordeel van de cliëntenraad. 6. Het college verzamelt voor het verslag systematisch informatie over: a. [invullen: …]; b. [invullen: …]; en c. [invullen: …]. Hoofdstuk 3. Voorzieningen Artikel 3. Algemene bepalingen over voorzieningen 1. Het college kan een voorziening weigeren als: a. de persoon ten behoeve van wie de voorziening zou worden verstrekt niet behoort tot de doelgroep; b. de persoon onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek dat nodig is voor het beoordelen van het recht op de voorziening; Vereniging van Nederlandse Gemeenten 5/24 c. de persoon een beroep kan doen op een voorziening op basis van een andere wettelijke regeling, waardoor er sprake is van een voorliggende voorziening; d.

de voorziening naar het oordeel van het college onvoldoende bijdraagt aan de arbeidsinschakeling; of e. er niet wordt voldaan aan de voorwaarden die in deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening; f. [eventueel opnemen: de persoon, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Wet, jonger is dan [invullen: leeftijd (bijvoorbeeld: zestien jaar)];] g. [eventueel opnemen: het bevoegd gezag van een instelling als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs, school voor praktijkonderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs of een instelling of een school als bedoeld in de Wet op de expertisecentra, het verzoek om ondersteuning heeft gedaan en daarbij geen overgangsdocument heeft verstrekt.] 2. Het college kan een voorziening beëindigen als: a. de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn verplichtingen als bedoeld in de artikelen 9 en 17 van de wet, de artikelen 13 en 37 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de artikelen 13 en 37 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen niet nakomt; b. de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep; c.

de persoon die aan de voorziening deelneemt algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een in deze verordening genoemde voorziening, tenzij het betreft een persoon als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, van de wet; d. de voorziening naar het oordeel van het college niet langer voldoende bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling; Vereniging van Nederlandse Gemeenten 6/24 e. de voorziening naar het oordeel van het college niet meer geschikt is voor de persoon die gebruik maakt van de voorziening; f. de persoon die aan de voorziening deelneemt niet naar behoren gebruik maakt van de aangeboden voorziening; of g. de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer voldoet aan de voorwaarden die in deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening. 3. Het college biedt de goedkoopst adequate voorziening aan, houdt bij het voorzieningenaanbod rekening met andere voorzieningen die in het kader van het sociaal domein beschikbaar zijn en stemt het aanbod, als dat nodig is, intern af zodat het optimaal bijdraagt aan een integrale ondersteuning van de persoon. Het college houdt bij de afstemming ook rekening met voorzieningen op grond van andere wettelijke regelingen en stemt dit af in het plan van aanpak, bedoeld in artikel 44a van de wet. [eventueel opnemen: Artikel 4. Werkstage 1.

Het college kan een persoon een werkstage gericht op arbeidsinschakeling aanbieden als deze: a. behoort tot de doelgroep; en b. nog niet actief is geweest op de arbeidsmarkt of een afstand tot de arbeidsmarkt heeft door langdurige werkloosheid. 2. Het doel van een werkstage is het opdoen van werkervaring of het leren functioneren in een arbeidsrelatie. 3. Het college plaatst de persoon uitsluitend als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt. 4. In een schriftelijke overeenkomst wordt in ieder geval vastgelegd: a. het doel van de werkstage; en b. de wijze waarop de begeleiding plaatsvindt.] Vereniging van Nederlandse Gemeenten 7/24 Artikel 5. Maatschappelijke participatie gericht op arbeidsinschakeling 1. Het college kan een persoon die behoort tot de doelgroep ondersteunen bij maatschappelijke participatie gericht op arbeidsinschakeling, zowel met een aanbod tot maatschappelijke participatie als bedoeld in het tweede lid, als bij een eigen initiatief van de persoon. 2. De ondersteuning bestaat uit: a. activiteiten of voorzieningen die gericht zijn op arbeidsinschakeling, zoals scholing, sollicitatietraining, stage en proefplaatsing; of b.

het verstrekken van informatie en advies over participatiemogelijkheden, het motiveren en ondersteunen van de persoon bij het zetten van stappen richting arbeidsinschakeling, het wijzen op bestaande voorzieningen en activiteiten waaraan de persoon kan deelnemen of het wegnemen of beheersbaar maken van praktische belemmeringen, ter bevordering van arbeidsinschakeling. 3. Het college biedt uitsluitend ondersteuning voor zover deze: a. bijdraagt aan de doelen van maatschappelijke participatie; b. noodzakelijk is omdat de maatschappelijke participatie anders redelijkerwijs niet kan worden gerealiseerd; c. wat betreft kosten in een redelijke verhouding staat tot het te verwachten resultaat; d. de arbeidsinschakeling niet belemmert; e. de concurrentieverhoudingen niet beïnvloedt; f. niet leidt tot verdringing op de arbeidsmarkt; en g. waar relevant, in samenhang met voorzieningen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 wordt vormgegeven. 4. Het college stemt de aard, inhoud en duur van de ondersteuning af op de behoeftes, mogelijkheden en capaciteiten van de persoon en vermeldt de hieraan verbonden voorwaarden en verplichtingen. Artikel 5a. Maatschappelijke participatie niet gericht op arbeidsinschakeling Vereniging van Nederlandse Gemeenten 8/24 1.

Het college kan een persoon die behoort tot de doelgroep ondersteunen bij maatschappelijke participatie indien arbeidsinschakeling niet mogelijk is, zowel met een aanbod tot maatschappelijke participatie als bedoeld in het tweede lid, als bij een eigen initiatief van de persoon. 2. De ondersteuning bestaat uit: a. activiteiten of voorzieningen die gericht zijn op deelname aan het maatschappelijk leven om sociaal isolement te voorkomen en te doorbreken, zoals cursus, training, mantelzorg, vrijwilligerswerk, deelname aan sociale netwerken; of b. het verstrekken van informatie en advies over participatiemogelijkheden, het motiveren en ondersteunen van de persoon bij het zetten van stappen richting maatschappelijke participatie niet gericht op arbeidsinschakeling, het wijzen op bestaande initiatieven en activiteiten waaraan de persoon kan deelnemen, of het wegnemen of beheersbaar maken van praktische belemmeringen voor participatie, indien arbeidsinschakeling niet mogelijk is. 3. Het derde en vierde lid van artikel 5 zijn van overeenkomstige toepassing. [eventueel opnemen: Artikel 6. Detacheringsbaan 1. Het college kan door detachering zorgen voor toeleiding van een persoon die behoort tot de doelgroep naar een dienstverband met een werkgever, gericht op arbeidsinschakeling. 2. De werknemer wordt voor het verrichten van arbeid gedetacheerd bij een onderneming.

De detachering wordt vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst tussen zowel de werkgever en inlenende organisatie als tussen de werknemer en inlenende organisatie. 3. Een werknemer wordt uitsluitend geplaatst als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt.] Artikel 7. Scholing Vereniging van Nederlandse Gemeenten 9/24 1. Het college kan een persoon die behoort tot de doelgroep een scholingstraject aanbieden. 2. Een scholingstraject voldoet in ieder geval aan de volgende eisen: a. [invullen: …]; b. [invullen: …]; en c. [invullen: …]. Artikel 8. Participatieplaats 1. [eventueel opnemen: Het college kan een persoon van 27 jaar of ouder met recht op algemene bijstand overeenkomstig artikel 10a van de wet onbeloonde additionele werkzaamheden laten verrichten. 2. Het college zorgt ervoor dat de te verrichten additionele werkzaamheden worden vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst die wordt ondertekend door het college, de werkgever en de persoon die de additionele werkzaamheden gaat verrichten.] 3. De premie, bedoeld in artikel 10a, zesde lid, van de wet bedraagt [invullen: bedrag (bijvoorbeeld: € 100)] per zes maanden, mits in die zes maanden voldoende is meegewerkt aan het vergroten van de kans op inschakeling in het arbeidsproces. Artikel 9. Participatievoorziening beschut werk 1.

Het college verstrekt om de in artikel 10b, eerste lid, van de wet, bedoelde werkzaamheden mogelijk te maken de volgende voorzieningen: a. fysieke aanpassingen van de werkplek of de werkomgeving; b. uitsplitsing van taken; of c. aanpassingen in de wijze van werkbegeleiding, werktempo of arbeidsduur. 2. Het college kan aan personen van wie is vastgesteld dat zij uitsluitend in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben, tot het moment van aanvang van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten 10/24 dienstbetrekking, bedoeld in artikel 10b, eerste lid, van de wet, daarnaast de volgende voorzieningen aanbieden: a. arbeidsmatige dagbesteding als bedoeld in artikel [invullen: artikelnummer] van de [invullen: citeertitel Wmo-verordening]; b. maatschappelijke participatie gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 5; c. scholing als bedoeld in artikel 7; d. persoonlijke ondersteuning als bedoeld in artikel 11; of e. schuldhulpverlening als bedoeld in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. 3. [eventueel opnemen: In aanvulling op het aantal ten minste te realiseren dienstbetrekkingen, bedoeld in artikel 10b, vierde lid, van de wet, worden [kies optie: ten hoogste [invullen: aantal] OF wordt een aantal van ten hoogste [invullen: percentage] aan] additionele dienstbetrekkingen per jaar gerealiseerd. 4.

In de additionele dienstbetrekkingen wordt voorzien in volgorde van vaststelling dat gegadigden uitsluitend in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben. Personen die [invullen: voorrangsgroep (bijvoorbeeld: ten minste [invullen: …] jaar oud zijn, die algemene bijstand ontvangen, met een loonwaarde van ten minste [invullen: …], met een verstandelijke of lichamelijke beperking, chronische psychische of psychosociale problemen)] hebben daarbij voorrang.] [eventueel opnemen: Artikel 10. Ondersteuning bij leer-werktraject Het college kan met toepassing van artikel 7a, derde lid, van de wet, een persoon zonder startkwalificatie als bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de wet, ondersteuning bieden voor zover die ondersteuning nodig is voor het volgen van een leer-werktraject.] Artikel 11. Persoonlijke ondersteuning bij werk Vereniging van Nederlandse Gemeenten 11/24 1. Het college kan persoonlijke ondersteuning bij werk aanbieden aan personen behorend tot de doelgroep. 2. Persoonlijke ondersteuning bij werk als bedoeld in het eerste lid wordt, onverminderd het bepaalde in artikel 3, verstrekt overeenkomstig de bepalingen van paragrafen 3A.2 en 3A.3. Artikel 12. No-riskpolis (Vervallen) [eventueel opnemen: Artikel 13. Loonkostensubsidie kwetsbare werknemers 1.

Het college kan een loonkostensubsidie, anders dan de loonkostensubsidie bedoeld in hoofdstuk 3A, verstrekken aan werkgevers die met een kwetsbare, of uiterst kwetsbare werknemer een arbeidsovereenkomst sluiten. 2. De loonkostensubsidie, bedoeld in het eerste lid, bedraagt ten hoogste [invullen: percentage (bijvoorbeeld: 50 procent)] van de loonkosten gedurende maximaal [invullen: periode (bijvoorbeeld: 12 maanden)] respectievelijk [invullen: periode (bijvoorbeeld: 24 maanden)] ten behoeve van de kwetsbare respectievelijk de uiterst kwetsbare werknemer. 3. Onder kwetsbare werknemer wordt verstaan de persoon die: c. voorafgaand aan de indienstneming gedurende [invullen: periode (bijvoorbeeld: 6 maanden)] geen reguliere betaalde betrekking heeft gevonden; d. geen startkwalificatie bezit; e. ouder is dan [invullen: leeftijd (bijvoorbeeld: 50 jaar)]; of f. alleenstaande ouder is. 2. Onder uiterst kwetsbare werknemer wordt verstaan de persoon die onmiddellijk voorafgaand aan de indiensttreding ten minste [invullen: periode (bijvoorbeeld: 24 maanden)] werkloos is geweest. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 12/24 3. De loonkostensubsidie wordt uitsluitend verstrekt als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt. 4.

De loonkostensubsidie wordt niet verstrekt als de werkgever op grond van een andere regeling aanspraak maakt op financiële tegemoetkomingen in verband met de indiensttreding van de werknemer of als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de persoon ook zonder loonkostensubsidie kan worden aangenomen voor dat werk.] [eventueel opnemen: Artikel 14. Uitstroompremie 1. Het college kan eenmalig een uitstroompremie van [invullen: bedrag] toekennen aan een langdurig werkloze die duurzaam uitstroomt naar algemeen geaccepteerde arbeid en daardoor niet langer recht heeft op een uitkering van het college. 2. Onder een langdurig werkloze wordt verstaan: een persoon die gedurende een aaneengesloten periode van twaalf maanden of langer op een uitkering van het college aangewezen is geweest. 3. Onder duurzame uitstroom wordt verstaan: een periode van uitkeringsonafhankelijkheid van tenminste [invullen: periode (bijvoorbeeld: 6 maanden)]. 4. De premie kan worden aangevraagd vanaf [invullen: tijdstip (bijvoorbeeld: de zevende maand)] na de indiensttreding en moet binnen [invullen: periode (bijvoorbeeld: 18 maanden)] na de indiensttreding zijn aangevraagd.] Artikel 14a. Proefplaats 1.

Het college kan, als dit door hem noodzakelijk wordt geacht, een persoon [kies optie: die behoort tot de doelgroep OF als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de wet] die algemene bijstand ontvangt, toestemming verlenen om op een proefplaats bij een werkgever voor de duur van twee maanden, met de mogelijkheid tot verlenging met maximaal vier maanden, onbeloonde werkzaamheden te verrichten met behoud van uitkering. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 13/24 2. [eventueel opnemen: Het doel van een proefplaatsing is [kies optie: het voor een beperkte duur opdoen van werkervaring in een specifieke functie OF de inschakeling van de persoon in arbeid bij een werkgever te bevorderen, waarbij de proefplaats voor een zo beperkt mogelijke duur wordt ingezet].] 3. Voor een proefplaats wordt uitsluitend toestemming verleend als: a. de persoon, gelet op zijn vaardigheden en capaciteiten, tot de werkzaamheden in staat is; b. het college verwacht dat de plaatsing bijdraagt aan het vergroten van de kans op arbeidsinschakeling; c. als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt; d. de werkzaamheden van de persoon niet al eerder onbeloond door hem bij die werkgever, of diens rechtsvoorganger, zijn verricht; en e.

de werkgever bij aanvang van de proefplaats schriftelijk de intentie heeft uitgesproken dat hij de persoon, bij gebleken geschiktheid, direct aansluitend aan zijn proefplaatsing, voor minimaal zes maanden, zonder proeftijd, in dienst zal nemen. 4. Het college weigert de toestemming, bedoeld in het eerste lid, als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de persoon ook zonder proefplaatsing kan worden aangenomen voor dat werk [eventueel opnemen: of als direct na de proefplaatsing sprake is van een dienstverband met forfaitaire loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d, vijfde lid, van de wet]. 5. Als de werkzaamheden op de proefplaats wegens ziekte worden onderbroken, dan wordt deze periode voor de toepassing van de maximale periode, bedoeld in het eerste lid, buiten beschouwing gelaten. 6. [eventueel opnemen: Het college kan een persoon op een proefplaats persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen toekennen overeenkomstig de bepalingen van Hoofdstuk 3A paragrafen 3A.2 en 3A.3.] Vereniging van Nederlandse Gemeenten 14/24 Hoofdstuk 3A. Specifieke bepalingen doelgroep Breed offensief Paragraaf 3A.1 Administratief proces loonkostensubsidie Artikel 14b. Specifiek aanvraagproces loonkostensubsidie 1.

Het college verstrekt overeenkomstig artikel 10d van de wet, ambtshalve of op aanvraag, loonkostensubsidie aan de werkgever die voornemens is een dienstbetrekking aan te gaan met een persoon die behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, bedoeld in artikel 6, onder e, van de wet. In geval van een aanvraag zijn het tweede tot en met het vijfde lid van dit artikel van toepassing. 2. Het college bevestigt de ontvangst van de aanvraag schriftelijk aan de werkgever, of als de aanvraag wordt gedaan door de persoon, aan de werkgever en de persoon. 3. Een aanvraag voor loonkostensubsidie wordt, als het een persoon betreft die nog niet behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, ook beschouwd als een aanvraag om vast te stellen of de persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, bedoeld in artikel 10c, eerste lid, onder a, van de wet. [eventueel opnemen: Als deze aanvraag is gedaan na het begin van de dienstbetrekking voor een persoon als bedoeld in artikel 10d, tweede lid, van de wet, wordt de vaststelling of de persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie bepaald door middel van de Praktijkroute.] 4. Het college stelt binnen [invullen: aantal] weken na ontvangst van de aanvraag de loonwaarde vast, tenzij in overleg met de werkgever toepassing wordt gegeven aan artikel 10d, vijfde lid, van de wet. 5.

Het college neemt bij het verstrekken van de loonkostensubsidie het [kies optie: preferente proces loonkostensubsidie OF administratieve proces zoals weergegeven in de Bijlage] in acht. Paragraaf 3A.2 Procedure persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen Artikel 14c. Voorwaarden toekenning persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen Vereniging van Nederlandse Gemeenten 15/24 1. Het college kan persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen verstrekken ten behoeve van een persoon met een arbeidsbeperking. 2. Bij de toekenning van persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen gelden, onverminderd het bepaalde in artikel 3, de volgende voorwaarden: a. de persoon behoort tot de doelgroep en is minimaal [invullen: leeftijd (bijvoorbeeld: achttien)] jaar oud of heeft VSO/PRO-onderwijs genoten; b. de persoon kan zonder deze vorm van ondersteuning niet aan het arbeidsproces deelnemen; c. de werkgever biedt een dienstbetrekking aan van minimaal [invullen: aantal (bijvoorbeeld: zes)] maanden, met een minimale arbeidsduur van [invullen: aantal] uur per week; d. het betreft geen Arbo-taak waarvoor de werkgever verantwoordelijk is; e. het betreft geen meeneembare voorziening die tot de standaarduitrusting van de werkgever behoort of algemeen gebruikelijk is in een organisatie; f.

er is naar het oordeel van het college geen sprake van een werkplekaanpassing die in zijn algemeenheid van de werkgever kan worden verlangd; en g. de kosten van de voorziening(en) zijn naar het oordeel van het college proportioneel, dat wil zeggen dat de investering in de voorziening moet opwegen tegen de [eventueel opnemen: maatschappelijke] opbrengsten van uitstroom naar werk. Artikel 14d. Aanvraagprocedure persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen 1. Een aanvraag om persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen kan bij het college worden ingediend door de persoon of zijn werkgever. Het college kan hiervoor een aanvraagformulier vaststellen. 2. Het college bevestigt de ontvangst van de aanvraag. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 16/24 3. [eventueel opnemen: Het college onderzoekt, zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen [invullen: aantal] weken na de aanvraag, de mogelijkheden en ondersteuningsbehoefte van de persoon.] 4. [eventueel opnemen: Het college kan een deskundig oordeel en advies inwinnen, als de beoordeling van een aanvraag dit vereist.] 5. Het college bepaalt na overleg met de persoon, en indien van toepassing met de werkgever, welke ondersteuning of voorziening(en) het beste kunnen bijdragen aan de arbeidsinschakeling. 6.

Het college onderzoekt, voor zover nodig en gelet op de omstandigheden van de persoon, in daartoe voorkomende gevallen de mogelijkheden om door samenwerking met andere partijen, onder meer op het gebied van (publieke) gezondheid, jeugdhulp, maatschappelijke ondersteuning, onderwijs, schuldhulpverlening, welzijn en wonen, te komen tot een zo goed mogelijk afgestemde integrale dienstverlening met het oog op de arbeidsinschakeling, bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onder g, onderdeel 1, van de wet of de wijze van voortgezette persoonlijke ondersteuning, bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onder g, onderdeel 2, van de wet. 7. [eventueel opnemen: Het college maakt binnen [aantal] werkdagen na afronding van het onderzoek, een schriftelijke weergave van de uitkomsten van het onderzoek dat wordt neergelegd in een onderzoeksverslag. 8. Op basis van het onderzoeksverslag neemt het college een besluit en zendt dit aan de persoon of zijn gemachtigde en, indien van toepassing, aan de werkgever.] Artikel 14e. Inhoud beschikking persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen 1. Het college geeft in een beschikking tot toekenning van persoonlijke ondersteuning of een overige voorziening in ieder geval aan: a. welke persoonlijke ondersteuning of overige voorziening wordt verstrekt; b. als subsidie wordt verstrekt, wat de omvang is van het subsidiebedrag; c.

de duur en intensiteit van de ondersteuning; Vereniging van Nederlandse Gemeenten 17/24 d. de ingangsdatum van de ondersteuning of overige voorziening; e. als de verstrekking afwijkt van wat is aangevraagd, wat de reden is van afwijking; en f. voor zover van toepassing, welke andere ondersteuning of voorziening relevant is, of kan zijn, waaronder de wijze waarop de persoon integraal kan worden ondersteund. 2. [eventueel opnemen: Het college geeft in een beschikking tot afwijzing van persoonlijke ondersteuning of een overige voorziening op grond van het feit dat er een voorliggende voorziening bestaat, in ieder geval aan welke voorziening dit betreft.] Paragraaf 3A.3 Specifieke bepalingen persoonlijke ondersteuning bij werk Artikel 14f. Persoonlijke ondersteuning bij werk 1. Het college kan persoonlijke ondersteuning bij werk in de vorm van jobcoaching in natura verstrekken door middel van een jobcoach die werkzaam is in een dienstverband bij of in opdracht van [optie kiezen: de gemeente OF een derde, waarbij de gemeente de uitvoering van de jobcoaching heeft ingekocht]. 2. Het college kan persoonlijke ondersteuning bij werk in de vorm van een subsidie toekennen aan de werkgever voor: a. jobcoaching door een interne of externe jobcoach; of b. interne werkbegeleiding door een interne werkbegeleider. 3.

[eventueel opnemen: De in het eerste of tweede lid genoemde ondersteuning kan ook worden aangeboden met het oog op het verrichten van werkzaamheden, anders dan in dienstverband, zoals bij een proefplaats of een leer-werktraject.] Artikel 14g. Specifieke voorwaarden toekenning persoonlijke ondersteuning bij werk 1. De aanvraag voor persoonlijke ondersteuning bij werk moet binnen [invullen: aantal] weken na de ingangsdatum van de dienstbetrekking zijn ontvangen, Vereniging van Nederlandse Gemeenten 18/24 tenzij voorafgaand aan of op het moment van aanvang van het dienstverband de noodzaak voor die ondersteuning redelijkerwijs nog niet bekend kon zijn. 2. Het college besluit op basis van individueel maatwerk, waarbij de aard, omvang, duur en intensiteit van de persoonlijke ondersteuning wordt gewogen. Artikel 14h. Jobcoaching 1. Een jobcoach die de persoonlijke ondersteuning bij werk verzorgt moet voldoen aan [optie kiezen: de kwaliteitseisen zoals opgenomen in de Bijlage OF een van de in de Bijlage genoemde keurmerken]. 2.

De in te zetten jobcoaching wordt bepaald op basis van [optie kiezen: de volgende begeleidingsregiems: [invullen: regiems en zwaarte met daarbij bij elk van de regiems een percentage aan begeleiding van het aantal gewerkte uren en de maximale duur van de regiems] OF een regiem waarbij de verleende jobcoaching in de eerste drie jaar wordt verleend voor een aantal uren dat maximaal overeenkomt met respectievelijk [invullen: percentage van aantal gewerkte uren in het eerste, tweede en derde jaar] van het aantal uren dat de aan de persoon opgedragen taken in beslag nemen OF een regiem waarbij de jobcoaching kan worden verleend voor een aantal uren jobcoaching per halfjaar en wel voor het eerste halfjaar maximaal [invullen: aantal uren], voor het tweede halfjaar maximaal [invullen: aantal uren] en vervolgens voor maximaal [invullen: aantal uren] per halfjaar voor de duur van [invullen: periode]]. 3. Het college kan van de in het tweede lid bedoelde maximale [optie kiezen: percentages OF uren] afwijken voor zover toepassing daarvan, gelet op het belang dat beoogt te worden beschermd, leidt tot onbillijkheid van overwegende aard. 4. Als de gemeente een of meer jobcoaches zelf [optie kiezen: in dienst OF gecontracteerd] heeft, biedt het college deze bij voorrang aan. 5. [eventueel opnemen: Voordat het college de jobcoaching beëindigt verricht het college onderzoek.

Wanneer de beëindiging plaatsvindt met instemming van de werkgever en de werknemer kan het college van dit onderzoek afzien.] Vereniging van Nederlandse Gemeenten 19/24 Artikel 14i. Jobcoaching in natura 1. Het college kan ambtshalve, of op aanvraag, jobcoaching in natura aanbieden. 2. Bij aanvragen om jobcoaching in natura en de voorbereiding van een beschikking op de aanvraag is het bepaalde in de artikelen 14c tot en met 14h van overeenkomstige toepassing. Artikel 14j. Subsidie voor het organiseren van jobcoaching 1. Het college kan op aanvraag subsidie voor het organiseren van jobcoaching verlenen aan de werkgever. 2. Subsidie voor het organiseren van jobcoaching kan, met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 14c tot en met 14h, worden verleend als: a. de jobcoaching bestaande uit een individueel trainings- of inwerkprogramma en een systematische begeleiding van de persoon behorend tot de doelgroep, gericht op het kunnen uitvoeren van de aan hem opgedragen taken, wordt geborgd door middel van een coachingsplan; b. de omvang en de kwaliteit van de georganiseerde jobcoaching passend is; c. de continuïteit van de jobcoaching geborgd is; en d. de persoon voor wie de subsidie wordt gevraagd daarvan op de hoogte is en schriftelijk instemt met het organiseren van jobcoaching door de werkgever. 3.

Het college kan voor jobcoaching een maximumtarief per uur hanteren dat toereikend is voor de organisatie van jobcoaching, waarbij het college zorgdraagt voor de kenbaarheid van de voor het betreffende jaar van toepassing zijnde tarieven. 4. [eventueel opnemen: Het college kan in beleidsregels uitwerken: a. aan welke eisen het coachingsplan moet voldoen; b. welke activiteiten een jobcoach moet kunnen uitvoeren; Vereniging van Nederlandse Gemeenten 20/24 c. hoe de continuïteit van de jobcoaching geborgd moet zijn; of d. hoe de evaluatie van de jobcoaching plaats vindt.] 5. [eventueel opnemen: Met instemming van de werkgever en de werknemer voor wie de subsidie wordt verleend, kan de jobcoach mede: a. ondersteuning geven gericht op het vinden van werk; of b. integrale ondersteuning geven bij de overgang van werk naar werk en van werk naar onderwijs.] Artikel 14k. Interne werkbegeleiding 1. Als een persoon uit de doelgroep voor het kunnen verrichten van werk is aangewezen op begeleiding die de gebruikelijke begeleiding door de werkgever en andere werknemers aanzienlijk te boven gaat, kan het college een subsidie verlenen aan de werkgever voor de aangetoonde meerkosten die verbonden zijn aan het organiseren van de interne werkbegeleiding. 2.

[eventueel opnemen: Het college kan aan de werkgever ambtshalve of op aanvraag een training aanbieden voor een of meer medewerkers om hen in staat te stellen aan personen behorend tot de doelgroep interne werkbegeleiding te bieden.] Paragraaf 3A.4 Specifieke bepalingen overige voorzieningen Artikel 14l. Specifieke voorwaarden toekenning vervoersvoorziening 1. Het college kan een vervoersvoorziening toekennen aan een persoon die door zijn beperking niet zelfstandig naar zijn werkplek, proefplaats of opleidingslocatie kan reizen. Deze vervoersvoorziening kan zowel in natura als in de vorm van een vergoeding in geld worden verstrekt. 2. Het college biedt een vervoersvoorziening aan als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. de persoon kan door zijn beperking niet zelfstandig reizen of gebruik maken van het openbaar vervoer; en Vereniging van Nederlandse Gemeenten 21/24 b. het vervoer is beperkt tot woon-werkverkeer. 4. De hoogte van de vergoeding in geld hangt af van het aantal dagen dat moet worden gewerkt en bedraagt het in de markt reguliere tarief voor een taxi of een andere vorm van vervoer. 5. Het college brengt een eventueel bedrag voor een vervoersvoorziening van de werkgever aan de werknemer in mindering op de te verstrekken vervoersvoorziening. Artikel 14m. Specifieke voorwaarden noodzakelijke intermediaire activiteit bij motorische beperking 1.

Het college kan een voorziening in de vorm van een intermediaire activiteit toekennen die gericht is op de vervanging of ondersteuning van een door ziekte of gebrek geheel of gedeeltelijk ontbrekende motorische lichaamsfunctie. 2. [eventueel opnemen: Het college kan in beleidsregels nader uitwerken hoe het de omvang van de noodzakelijke intermediaire activiteit bepaalt.] Artikel 14n. Specifieke voorwaarden meeneembare voorzieningen 1. Het college kan een meeneembare voorziening toekennen, als dit nodig is voor de persoon om te kunnen werken. 2. Er is geen limitatieve lijst van voorzieningen. In principe kan elk product als een meeneembare voorziening worden beschouwd als de noodzaak en meerwaarde in de werksfeer aantoonbaar is. 3. De meeneembare voorziening wordt in principe in bruikleen beschikbaar gesteld. In bijzondere gevallen kan het college besluiten de voorziening in eigendom te verstrekken. 4. [eventueel opnemen: Het college kan in beleidsregels nader uitwerken hoe het de noodzaak en meerwaarde in de werksfeer bepaalt.] [eventueel opnemen: Artikel 14o. Specifieke voorwaarden werkplekaanpassingen Vereniging van Nederlandse Gemeenten 22/24 Het college kan een aanpassing van de werkplek toekennen aan een persoon, als dit noodzakelijk is om zijn werk uit te voeren.

In beginsel kan daarbij elk product als een werkplekaanpassing worden beschouwd als de noodzaak en meerwaarde in de werksfeer aantoonbaar zijn.] Hoofdstuk 3B. Specifieke bepalingen van school naar duurzaam werk [eventueel opnemen: Artikel 14p. Specifieke ondersteuning Het college kan personen als bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de wet ondersteuning bieden, door [invullen: vorm van specifieke ondersteuning (bijvoorbeeld: voorlichting te geven op locatie door het houden van een inloopspreekuur)].] Artikel 14q. Verzoeken van scholen en onderwijsinstellingen 1. Het college bevestigt binnen [invullen: aantal] weken de ontvangst van een verzoek om informatie, ondersteuning of een voorziening gedaan door het bevoegd gezag van een instelling als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs, school voor praktijkonderwijs, als bedoeld in de Wet voortgezet onderwijs 2020 of een instelling of een school als bedoeld in de Wet op de expertisecentra. 2. Als de reactie op het verzoek geen beschikking, als bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht, inhoudt, reageert het college binnen [invullen: aantal] weken op het verzoek, en deelt deze reactie schriftelijk mee aan het bevoegd gezag, bedoeld in het eerste lid, en aan de persoon op wie het verzoek betrekking heeft. Hoofdstuk 4. Slotbepalingen Artikel 15. Intrekken oude verordeningen en overgangsrecht 1.

De [invullen: citeertitel ‘oude’ Re-integratieverordening Participatiewet] wordt ingetrokken. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 23/24 2. Een persoon die gebruik maakt van een toegekende voorziening op grond van de [invullen: citeertitel ‘oude’ re-integratieverordening], die moet worden beëindigd op grond van deze verordening, behoudt deze voorziening voor zover wordt voldaan aan de voorwaarden uit de [invullen: citeertitel ‘oude’ re- integratieverordening] voor de duur: a. van [invullen: periode (bijvoorbeeld: 12 maanden)], gerekend vanaf de inwerkingtreding van deze verordening; of b. dat deze is verstrekt, als dat korter is dan de periode, bedoeld in onderdeel a. 3. Het college kan na afloop van de in het derde lid, onderdeel a, bedoelde periode, besluiten of een voorziening in verband met een bijzondere individuele situatie wordt voortgezet. 4. De [invullen: citeertitel ‘oude’ re-integratieverordening] blijft van toepassing ten aanzien van een voortgezette voorziening als bedoeld in het eerste en tweede lid. Artikel 16. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel F, van de Participatiewet in balans in werking treedt. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Re-integratieverordening Participatiewet [invullen: naam gemeente en eventueel jaartal].

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van [invullen: datum]. De voorzitter, De griffier, Vereniging van Nederlandse Gemeenten 24/24 [eventueel opnemen: Bijlage 1. Het administratieve proces als bedoeld in artikel 14b Re- integratieverordening Participatiewet [invullen: naam gemeente en eventueel jaartal] [invullen: …]] Bijlage 2. Eisen waaraan een jobcoach moet voldoen als bedoeld in artikel 14h Re- integratieverordening Participatiewet [invullen: naam gemeente en eventueel jaartal] [invullen: …]

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/1840/documents/24884