CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

D24 Werkgroep FKGR, advies FKGR begroting 2026.pdf

Gemeenteraad 12 december 2024, gemeente HillegomBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken5.672 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Van: Smit, Hans Verzonden: maandag 2 december 2024 17:12 Onderwerp: RE: Informeren gemeenteraad over het advies financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen (FKGR) begroting 2026

Beste Griffiers, Bijgaand doe ik u ter informatie voor uw gemeenteraad twee brieven toekomen over het financieel kader gemeenschappelijke regelingen voor 2026. Het gaat om een brief van het AB van de Veiligheidsregio Hollands Midden op het financieel kader voor 2026 en het antwoord op die brief van de voorzitter van de bestuurlijke werkgroep financiële kaderstelling. Met vriendelijke groet, Hans Smit Voorzitter ambtelijke werkgroep FKGR Adviseur concernfinancien Cluster IDA/Team concerncontrol

Bestuurlijke werkgroep financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen Hollands Midden

Aan het Algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Hollands Midden T.a.v de heer J.J. Zuidijk

Datum Ons kenmerk Onderwerp

22 november 2024 Z/24/3752082

Contactpersoon Hans Smit Doorkiesnummer

Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen Hollands-Midden voor begrotingen 2026.

Geachte heer Zuidijk, Dank voor uw reactie op ons uitgebrachte advies aan de gemeenschappelijke regelingen en colleges voor het financieel kader 2026. De bestuurlijke werkgroep FKGR heeft een technisch advies geven voor het financieel kader voor de begroting 2026. Uw reactie vergt een bestuurlijke- en politieke afweging. Die afweging is niet aan onze werkgroep en behoort ook niet tot onze opdracht. Het toepassen van ons advies, evenals als het afwijken daarvan, is aan uw bestuur en de deelnemers van uw gemeenschappelijke regeling. In onze brief hebben wij daarom ook uitdrukkelijk gewezen op het complex samenspel en de uitdagingen die we als gemeenten en gemeenschappelijke regelingen samen hebben. Daarom vind ik het ook goed om te lezen dat u uw verantwoordelijkheid neemt binnen uw mogelijkheden. Uw reactie op ons advies stuur ik met mijn antwoord door naar de colleges van B&W en de gemeenteraden in Hollands Midden. Wij zullen als werkgroep de discussies en besluitvorming bij u en andere gemeenschappelijke regelingen met belangstelling volgen. Met vriendelijke groet,

Kees van der Zwet Voorzitter bestuurlijke werkgroep FKGR

Werkgroep Financiële Kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen Hollands Midden

Postadres Postbus 1123 2302 BC Leiden

24 oktober 2024 Ons kenmerk: D2024-00034746 Datum:

Telefoon:

Uw kenmerk:

Onderwerp:

Bijlage:

E-mail:

Advies werkgroep FKGR

Uw brief van: Contactpersoon:

Hans Zuidijk

Graag bij correspondentie kenmerk en onderwerp vermelden.

Geachte leden van de werkgroep FKGR, Wij zijn er bekend mee dat veel gemeenten, ook binnen het werkgebied van de Veiligheidsregio Hollands Midden (VRHM), voor een forse financiële opgave vanaf 2026 staan. Als Algemeen Bestuur van de VRHM voelen wij de verantwoordelijkheid om binnen onze mogelijkheden daaraan bij te dragen. De directie van de VRHM heeft ons een terugkoppeling gegeven van hetgeen behandeld is in het overleg met u als werkgroep FKGR, op 11 oktober jongstleden. De eerder verstrekte overzichten en de informatie die tijdens dat overleg werden gedeeld, vervullen het Algemeen Bestuur van de veiligheidsregio met zorg en noodzaken ons u deze brief te zenden. In deze brief schetsen we daarom eerst de financiële context van de VRHM en de toekomstige inhoudelijke opgaven waarvoor de veiligheidsregio gesteld staat. We besluiten de brief met een oproep. Context VRHM De VRHM is in belangrijke mate een parate uitvoeringsorganisatie die verantwoordelijk is voor de belangrijkste kerntaak van de overheid: de veiligheid van de inwoners in onze regio. De pijlers zijn de brandweer, GHOR en bevolkingszorg, die zich richten op incidentbestrijding, risico-advisering en crisisbeheersing. De dagelijkse bedrijfsvoering is primair gericht op personele en materiële instandhouding, inclusief opleiding, oefening en training.

Daarbij is de VRHM, anders dan andere gemeenschappelijke regelingen, een kapitaalsintensieve organisatie: er is sprake van veel materieel en gebouwen die over lange termijn worden afgeschreven, zoals kazernes en voertuigen. Daarnaast is sprake van een groot aandeel in de begroting voor personele lasten. De VRHM-begroting kent geen structurele ontwikkelbudgetten; ontwikkelingen worden tot op heden gefinancierd uit onderuitputting. Die onderuitputting neemt door de grote materieelvernieuwing in de komende jaren af, terwijl de ontwikkelnoodzaak toeneemt. Daarmee ontbreekt het zowel aan structurele als aan incidentele financiële middelen om nieuwe ontwikkelingen het hoofd te bieden.

De VRHM heeft medio 2023, om meer inzicht te krijgen in kosten en formatie van de organisatie in verhouding tot andere veiligheidsregio’s, deelgenomen aan de benchmark Veiligheidsregio’s. Deze benchmark schetst het beeld dat voor zowel de primaire processen als de overheadprocessen, aanzienlijk minder geld beschikbaar is dan bij andere veiligheidsregio’s. Deze schraalheid is een gevolg van een bezuiniging van 16,6% die in de periode 2011 – 2018 is doorgevoerd om de VRHM-begroting te verlagen naar het beschikbare budget in het subcluster Brandweerzorg en Rampenbestrijding van het Gemeentefonds. Recent Cebeon-onderzoek heeft aangetoond dat op dit moment slechts 83% van dit cluster wordt besteed aan deze doelen. Dat betekent dat gemeenten per saldo nu meer uit het gemeentefonds ontvangen dan aan bijdragen aan de veiligheidsregio wordt betaald. Noodzaak om voor te bereiden op de nieuwe tijd De VRHM heeft de voortdurende opgave om ‘bij de tijd’ te blijven en zich voor te bereiden op ‘de nieuwe tijd’. Het gaat hierbij om opgaven als voorbereiding op stedelijke verdichting, klimaatverandering en de energietransitie. Hiervoor is een stevige impuls nodig. In het voorbereidingstraject van het Regionaal Beleidsplan 2024-2027 was in 2023 een groeiscenario ter grootte van € 4,8 miljoen opgenomen in de kadernota 2024.

Deze claim bestond onder andere uit gelden voor versterking van (brandweer)vakbekwaamheid, onze ontwikkelcapaciteit om ons voor te bereiden op nieuwe risico's zoals hierboven omschreven, vernieuwing en verduurzaming van huisvesting en goed werkgeverschap, gericht op het vinden en binden van voldoende beroeps- en kantoormedewerkers en vrijwilligers. Het Algemeen Bestuur koos er destijds voor deze claim gedurende de beleidsplanperiode 2024 2027 gefaseerd te behandelen. De huidige financiële situatie van gemeenten bemoeilijkt dat, maar de opgaven zijn daarmee echter onverminderd aanwezig. Dit betekent dat er keuzes moeten worden gemaakt ten gunste van ontwikkelingen die noodzakelijk zijn voor de voorbereiding op deze uitdagingen. De keuze om in 2026 geen extra claim in te dienen, maar via reallocatie middelen te besteden aan deze opgaven, vraagt al dat er ingewikkelde keuzes gemaakt moeten worden in mensen, materieel en toekomst. Dat komt bovenop nieuwe opgaven als preventie van PTSS, verduurzaming van huisvesting (kazernes) en de Wet Deregulering beoordeling arbeidsrelatie (DBA), waardoor onze flexibele schil van docenten, instructeurs en andere vakbekwaamheidsfunctionarissen anders moet worden vormgegeven. Ook krijgt de VRHM onverwachts te maken met een korting op de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) van het Rijk.

In de Miljoenennota is een bezuiniging van 10% op de BDuR opgenomen, wat resulteert in een korting van ongeveer € 1 miljoen (structureel). Via het Veiligheidsberaad ondernemen we pogingen het kabinet hierover op andere gedachten te brengen, maar de uitkomsten daarvan zijn onzeker. In het licht van het bovenstaande is een korting van 6% op de gemeentelijke bijdragen voor de VRHM, hetgeen zich vertaald in een aanvullende bezuiniging van ruim €4 miljoen, niet uitvoerbaar zonder te raken aan de veiligheid van de inwoners. Daarbij moet worden gedacht aan keuzes die niet alleen raken aan de planvorming en bedrijfsvoering, maar ook aan incidentbestrijding. Voorbeelden hiervan zijn het moeten inkorten van oefenprogramma's en het sluiten van kazernes, met als gevolg daarvan langere aanrijtijden. Oproep Vanaf deze zomer heeft bureau Berenschot in opdracht van u als werkgroep in kaart gebracht welk deel van onze uitgaven beïnvloedbaar is. De VRHM heeft hierover veel informatie verstrekt, in de hoop dat dit zou leiden tot realistische inzichten om te komen tot inhoudelijke gedachtenvorming over financiële mogelijkheden. Uit het tussentijds verstrekte overzicht bleek het percentage beïnvloedbare kosten het laagste te zijn van de onderzochte GR’en. Volgens Berenschot zijn bij de VRHM louter de personeelskosten beïnvloedbaar. Besparingen zouden dan 2

moeten plaatsvinden door bij uitstroom geen nieuwe medewerkers te werven. De VRHM is echter in hoge mate een continuïteitsorganisatie: het niet-invullen van vacatures raakt aan het uitvoeren van onze taken en daarmee aan de veiligheid van onze inwoners in de regio. Het (concept)advies om tot een generieke taakstelling van 6% (ruim €4 miljoen) te komen, brengt ons in een impasse als kapitaalintensieve organisatie. Temeer daar de VRHM zich reeds gesteld ziet voor de bovengenoemde opgave van €1 miljoen korting op BDuR-gelden, niet toegekende €4,8 miljoen ontwikkelgelden en een interne reallocatie om in deze moeilijke tijden voorlopig niet aanvullend om structurele middelen te verzoeken in het belang van de gemeenten. De Veiligheidsregio is zich bewust van het uitdagend financieel perspectief van gemeenten en begrijpt dat op onderdelen bijsturing nodig is. De keuzes waarmee we als Veiligheidsregio te maken hebben, moeten echter te verantwoorden zijn. Een niet onderbouwde taakstelling van 6% brengt ons echter tot een onrealistisch pad van takendiscussies in een context waar wij ons moeten klaarmaken voor de toekomst. De VRHM roept derhalve op om: 1. De voorgestelde taakstelling van 6% niet af te geven aan de VRHM dan wel met een inhoudelijk onderbouwde toelichting hierop te komen; 2. Hierover alsnog het eerder aangekondigde bestuurlijk gesprek te voeren.

Mocht daartoe niet meer de mogelijkheid zijn, verzoeken wij u deze brief mee te sturen met uw advies aan de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten. De Veiligheidsregio staat met vele beroepskrachten en vrijwilligers klaar om hulp te bieden ten tijde van incidenten en crises: overal in de regio en altijd. Namens het Algemeen Bestuur van de VRHM,

P.J. Heijkoop, Eerste plv. voorzitter

J.J. Zuidijk, Secretaris

3

Bestuurlijke werkgroep financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen Hollands Midden

Aan de colleges van B&W in de regio Hollands Midden

31 oktober 2024 Ons kenmerk Z/24/3752082 Onderwerp Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen Hollands-Midden voor begrotingen 2026. Datum

Contactpersoon

Hans Smit

Doorkiesnummer

Geacht college, Met deze brief informeer ik u over het advies van de bestuurlijke werkgroep financiële kaderstelling over het financieel kader voor de begrotingen van 2026 van de gemeenschappelijke regelingen in de regio Hollands Midden. Op 12 september heb ik u al tussentijds geïnformeerd over de voorbereidingen van dit kader. In dit kader zijn wijzigingen doorgevoerd aan de hand van een advies van Berenschot over de methodiek en de neergang van het Gemeentefonds van 2025 naar 2026. De rapportage waar de wijzigingen op gebaseerd zijn is bijgevoegd. De doorgevoerde wijzigingen zijn een concretisering en invulling van de oproep die bij het kader 2025 gedaan is aan gemeenschappelijke regelingen om te inventariseren hoe bijgedragen kan worden aan het opvangen van de aankomende neergang van de middelen uit het gemeentefonds in 2026. Berenschot heeft tevens een onderzoek gedaan naar de beïnvloedbaarheid van de lasten van de gemeenschappelijke regelingen. Hoewel de beïnvloedbaarheid verschilt is de algehele conclusie dat een taakstelling zoals opgenomen in het kader van 2026 valt binnen de omvang van de keuzeruimte bij gemeenschappelijke regelingen.

Hoe werkt het financieel kader gemeenschappelijke regelingen (FKGR)? Met de “Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen” beschikken de gemeenten in de regio Hollands-Midden sinds 2010 over een gedragen instrument om, voor alle gemeenschappelijke regelingen waarin zij deelnemen, uniforme afspraken te maken over de jaarlijkse indexering en een eventuele algemene taakstelling voor de op te stellen begrotingen. Om dit proces in goede banen te leiden is afgesproken dat een bestuurlijke werkgroep met portefeuillehouders financiën jaarlijks in overleg met de gemeenschappelijke regelingen het financieel kader adviseren. De werkgroep bestaat uit acht leden. De afgelopen jaren heeft het kader zich beperkt tot het advies voor de jaarlijkse indexering van de gemeenschappelijke regelingen binnen Hollands Midden en Holland Rijnland. In onze adviezen voor de begrotingen 2024 en 2025 hebben we wel reeds aandacht gevraagd bij de gemeenschappelijke regelingen voor de effecten van het ravijnjaar voor de gemeentelijke

Datum

31 oktober 2024

Kenmerk

Z/24/3752082

Pagina

2/3

begrotingen en hebben hen gevraagd actief mee te denken over een door hen te leveren bijdrage. Gebruikelijk is dat de voorzitter van de bestuurlijke werkgroep financiële kaderstelling de gemeenschappelijke regelingen voor 1 november informeert over de indexering voor de eerstvolgende begroting. Het advies voor het financieel kader 2026 treft u in bijgaande brief aan de gemeenschappelijke regelingen aan. Kortheidshalve verwijs ik naar deze brief. Wat zijn de belangrijkste adviezen voor het financieel kader voor 2026? • Een uniforme taakstelling van 6% voor alle gemeenschappelijke regelingen • Een indexering gebaseerd op de indices van CPB voor 2026 van 2,1% voor beloning werknemers en 2,7% voor netto materieel. (In deze percentages is een correctie verwerkt voor 2024 en 2025) • De stijging van de lasten door volumegroei afzonderlijk in beeld te brengen in de kadernota en begroting en afzonderlijk voor besluitvorming voor te leggen Ik verzoek u dit advies te agenderen in uw college en dit kaderstellend te betrekken in de besprekingen met de gemeenschappelijke regelingen over de begroting 2026. Waarom is het belangrijk dat u dit financieel kader binnen uw college bespreekt en kaderstellend hanteert naar GR’en? We ontvangen als gemeenten vanaf 2026 minder geld uit het gemeentefonds. Ook wel aangeduid als het “ravijnjaar”.

Daarnaast stijgen de kosten van bijvoorbeeld de WMO en de Jeugdzorg. Veel gemeenten moeten bezuinigen en verwachten daarbij ook een besparing te realiseren op de bijdragen aan de gemeenschappelijke regelingen. Om besparingen bij onze gemeenschappelijke regelingen te realiseren moeten we als gemeenten onderling afspraken maken. Dit om te bereiken dat een geraamde taakstelling in uw begroting op een gemeenschappelijke regeling ook daadwerkelijk meetelt in de bepaling van een structureel sluitende begroting voor 2026 e.v.. Gemeenschappelijke regelingen zijn gebaat bij een heldere en eenduidige opdracht van gemeenten. Daarom is het belang dat wij als colleges éénsluidend kaderstellend optreden. Met dit nieuwe kader van de FKGR heeft u hiertoe ook het instrument in handen om dit met elkaar te bereiken. Voor een nadere toelichting over het belang van het samenspel in de regio en de uitdaging om te komen tot besluitvorming over de invulling van de taakstellingen wijs u graag op hoofdstuk 4 van het rapport Financiële kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen 2026 van Berenschot.

Hoe kan een GR de taakstelling van 6% voor 2026 invullen? Wij hebben hiervoor aan Berenschot gevraagd om samen met een aantal gemeenschappelijke regelingen de wettelijke en niet wettelijke taken en beïnvloedbare lasten van hun organisatie in beeld te brengen. Overzichten uit het hiervoor ontwikkelde dashboard met het adviesrapport van Berenschot treft u bijgaand aan. Wij vragen in dit kader aan gemeenschappelijke regelingen een concretisering te maken van de keuzeopties zoals door Berenschot in beeld zijn gebracht. Uit deze concretisering kan dan door de Dagelijks- en Algemeen Besturen gekozen worden met welke maatregelen invulling gegeven gaat worden aan de geadviseerde taakstelling.

Datum

31 oktober 2024

Kenmerk

Z/24/3752082

Pagina

3/3

Op deze wijze kunt u met de gemeenschappelijke regelingen de bezuinigingsopties bespreken en de taakstelling invullen. Webinar over het financieel kader voor 2026. In samenwerking met Peter Verheij van Berenschot verzorgen wij een webinar over het financieel kader en het dashboard van beïnvloedbare taken en lasten. Dit webinar vindt plaats op 19 november van 14.00 tot 15.00. Een uitnodiging hiervoor heeft u eerder al ontvangen. Tot slot. We ervaren dat de neergang van het gemeentefonds bij velen van ons pijn doet. Daarom doen we als gemeenten ook een beroep op de gemeenschappelijke regelingen om hier, evenals onze eigen gemeentelijke organisatie, een bijdrage te leveren. Indien we niet komen tot een bijdrage van gemeenschappelijke regelingen in de neergang van het gemeentefonds, betekent dit dat we naast de in de gemeenten al door te voeren (pijnlijke) bezuinigingen, om de overige daling in het gemeentefonds op te vangen, extra moeten bezuinigen op de overige lokale taken. Wij vinden het niet meer dan redelijk de pijn te spreiden over àlle taken van gemeenten en daarbij ook de taken die door gemeenschappelijke regelingen voor ons worden uitgevoerd daarin te laten delen.

Uit de daling van het gemeentefonds van ruim € 100 miljoen voor de achttien gemeenten van Hollands Midden, zoals blijkt uit het rapport van Berenschot, slaat bij een taakstelling van 6% € 12 miljoen neer bij gemeenschappelijke regelingen. De overige € 88 miljoen is reeds onderdeel van de lokale ombuigingsoperaties die in nagenoeg alle gemeenten plaatsvinden.

Met vriendelijke groet, Namens de bestuurlijke werkgroep financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen

Kees van der Zwet Voorzitter bestuurlijke werkgroep FKGR Wethouder Lisse

Bijlagen: 1. Brief aan de besturen van de gemeenschappelijke regeling over het financieel kader voor 2026 2. Rapport van Berenschot “Financiële kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen 2026”

Bestuurlijke werkgroep financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen Hollands Midden

Dagelijks en Algemeen Besturen van de Gemeenschappelijke Regelingen in de Regio Hollands-Midden Ter attentie van de secretaris

31 oktober 2024 Ons kenmerk Z/24/3752082 Onderwerp Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen Hollands-Midden voor begrotingen 2026 Datum

Contactpersoon

Hans Smit

Doorkiesnummer

Geacht Bestuur Met de “Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen” beschikken de gemeenten in de regio Hollands-Midden sinds 2010 over een gedragen instrument om, met alle gemeenschappelijke regelingen waarin zij deelnemen, uniforme afspraken te maken over indexering en algemene taakstelling voor de op te stellen begrotingen. Op 10 juli 2024 heb ik u een vooraankondiging voor het financieel kader voor de begroting 2026 gestuurd. De kaderstelling voor de begroting 2026 is op 22 oktober 2024 in de bestuurlijke werkgroep Financiële Kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen (FKGR) van de gemeenten in Hollands Midden besproken. Wat zijn de belangrijkste wijzigingen in het financieel kader voor 2026? 1. Uniforme taakstelling van 6% voor alle gemeenschappelijke regelingen vanaf 2026. Door krimp van het gemeentefonds vanaf 2026 verslechtert de financiële positie van gemeenten aanzienlijk. Er is sprake van een reële neergang van het gemeentefonds van 6% van 2025 naar 2026. Zie hiervoor de berekening in het onderzoeks- en advies rapport van Berenschot. (Bij een negental gemeenschappelijke regeling is een onderzoek verricht naar de mate waarin er sprake is van op korte termijn beïnvloedbare lasten.

Dit ten behoeve van de mogelijkheid dat gemeenschappelijke regelingen een bijdrage te leveren aan de bezuinigingsopgaven waar veel gemeente zich voor gesteld zien.) Daarbij komt dat een groot aantal gemeenten in Hollands Midden ook nog eens minder geld ontvangt uit het gemeentefonds door de nieuwe verdeling van het gemeentefonds. De overgangsregeling, om “nadeelgemeenten” geleidelijk aan te laten wennen aan het nadeel, loopt in 2026 af. Wij kunnen een verdere afbouw van de suppletie-uitkering niet uitsluiten

Datum

30 oktober 2024

Kenmerk

Z/24/3752082

Pagina

2 / 11

gelet op de nog lopende aanvullende onderzoeken naar de herijking van het gemeentefonds. Het effect verschilt per gemeente. Voor alle gemeenten in Hollands Midden gezamenlijk zou dit, bij ongewijzigde doorvoering, leiden tot een aanvullende daling van 0,58%. Wij vragen dan ook aan u om een bijdrage te leveren in deze neergang. Uit de daling van het gemeentefonds van ruim € 100 miljoen voor de achttien gemeenten van Hollands Midden, zoals blijkt uit het rapport van Berenschot, slaat bij een taakstelling van 6% € 12 miljoen neer bij gemeenschappelijke regelingen. De overige € 88 miljoen is reeds onderdeel van de lokale ombuigingsoperaties die in nagenoeg alle gemeenten plaatsvinden. Invulling van uw bijdrage aan deze neergang kan door bezuinigingsopties aan te bieden aan de gemeenten in de concept-begroting om deze taakstelling met gemeenten e.a. te kunnen invullen. Wij adviseren u om inzichtelijk te maken waar de beïnvloedbaarheid in de begroting zit (welke keuzes kunnen worden gemaakt), om van daaruit het pakket maatregelen dat optelt tot 6% te maken. Om u hierbij te ondersteunen heeft uw directie samen met adviseurs van Berenschot de beïnvloedbare lasten van uw organisatie in beeld gebracht. Overzichten uit het hiervoor ontwikkelde dashboard treft u in bijgaand rapport van Berenschot aan. Ombuigingen kunnen gepaard gaan met frictiekosten.

Veel gemeenschappelijke regelingen kennen een beperkte reservepositie. Wij adviseren om eventuele frictiekosten incidenteel bij gemeenten in rekening te brengen. Om tot bezuinigingen te komen zullen we op diverse niveaus met elkaar discussiëren en de voorstellen afwegen. Dat is een complex samenspel. Voor een nadere toelichting over het belang van het samenspel in de regio en de uitdaging om te komen tot besluitvorming over de invulling van de taakstellingen wijs u graag op hoofdstuk 4 van het rapport Financiële kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen 2026 van Berenschot. 2. Nieuwe methodiek voor bepaling van de groei van het gemeentefonds vanaf 2024. De groei het gemeentefonds is voortaan gekoppeld aan de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (bbp). De indexatie is gesplitst in een volumedeel en een prijsdeel. Na het “ravijnjaar” 2026 groeit het gemeentefonds vanaf aanzienlijk minder doordat de “samen de trap op en -af” afspraak definitief is vervangen door een koppeling van het gemeentefonds aan de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (bbp). De volumeontwikkeling van de fondsen is gebaseerd op een 8-jaars (t-9 t/m t-2) historisch gemiddelde van de ontwikkeling van het bbp. De indexatie voor inflatie volgt de prijs bbp van het lopende jaar. 2.1. Loon- en prijscompensatie vanaf 2026.

De nieuwe wijze van indexeren voor inflatie prijs bbp is soberder dan indexeren op basis van de indices van het CPB voor loon- en prijsontwikkeling sector overheid. Het verschil voor 2026 bedraagt 0,4%. (zie ook bijlage 1). Omdat gemeenschappelijke regelingen een relatief hoge salariscomponent in de lasten hebben geven wij het advies om de indexering te blijven baseren op de zgn. loon- en prijsontwikkeling (lpo) methodiek en vooralsnog niet

Datum

30 oktober 2024

Kenmerk

Z/24/3752082

Pagina

3 / 11

te indexeren volgens het bbp voor prijzen. Wel zullen wij een koppeling op afstand maken en op het moment dat er een verschil van cumulatief meer dan 2% ontstaat dan zullen wij adviseren dit verschil te corrigeren en een generieke correctie voor gemeenschappelijke regelingen toe te passen. Daarbij speelt ook de vraag in welke mate bij gemeenten de nieuwe bbp systematiek voor prijzen leidt tot financiële nadelen door ondercompensatie vanuit het Rijk. 2.2. De geadviseerde indexatie voor 2026 bedraagt 2,1% voor beloning werknemers en 2,7% voor netto materieel. Op 22 oktober 2024 is de bestuurlijke werkgroep FKGR bijeen geweest. Daarbij is de indexering voor 2026 zoals deze in 2020 is opgezet en is vastgesteld door de bestuurlijke werkgroep FKGR bepaald. De systematiek betreft een waardevaste indexering. Hierbij wordt de indexering voor 2026 gecorrigeerd voor ontwikkelingen in het jaar 2024 t/m 2025, zoals deze worden aangegeven in de laatst bekende septembercirculaire; de septembercirculaire 2024. In bijlage I is te zien, dat deze systematiek leidt tot correcties op zowel de indexering van personele lasten als de indexering van materiële lasten. • De indexering van personele lasten wordt gecorrigeerd met -1,4%% (tot 2,1%). • De indexering van materiële lasten wordt gecorrigeerd met +0,5%% (tot 2,7%).

Wij wijzen erop dat de indexeringsmethode volgens FKGR betekent dat de lasten met de in deze paragraaf aangegeven percentages mogen worden geïndexeerd en niet de gemeentelijke bijdragen per inwoner. Stijging van het aantal inwoners is niet altijd evenredig verbonden aan hogere lasten. Daarom is het van belang een eventuele volumestijging van de lasten afzonderlijk in beeld te brengen. 2.3. Compensatie volumeontwikkeling. De overgang van de compensatie voor volumeontwikkeling van het gemeentefonds naar het 8-jaars historisch gemiddelde (t-9 t/m t-2) betekent dat het gemeentefonds de komende jaren aanzienlijk minder hard groeit ten opzichte van de oude “Samen de trap op en -af afspraak”. De nieuwe afspraak is wel stabieler. Dat neemt niet weg dat de groei van het gemeentefonds niet toereikend is om de stijging van de kosten van gemeenten voor bevolkingsgroei en nieuwe uitdagingen voor de toekomst te compenseren. Daarom stellen wij voor dat u de stijging van de lasten door volumegroei afzonderlijk in beeld brengt in de kadernota en begroting en afzonderlijk voor besluitvorming voorlegt.

Datum

30 oktober 2024

Kenmerk

Z/24/3752082

Pagina

4 / 11

3. Informatiebijeenkomsten voor betrokken vakinhoudelijke- en financiële ambtenaren. Ik verzoek u om in de aanloop van de opstelling van financiële kadernota’s en begrotingen tijdig informatiebijeenkomsten met de betrokken vakinhoudelijke- en financiële ambtenaren te organiseren. Dit kan het uiteindelijke besluitvormingsproces aanzienlijk bevorderen doordat veel vragen al in een vroeg stadium zijn beantwoord.

Met vriendelijke groet, Namens de bestuurlijke werkgroep financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen

Kees van der Zwet Voorzitter Wethouder gemeente Lisse Bijlagen: 1. Berekening indexering 2026 2. Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen Hollands-Midden voor begrotingen 2026 (wijzigingen t.o.v. kader 2025 3. Rapport van Berenschot “Financiële kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen 2026”

Datum

30 oktober 2024

Kenmerk

Z/24/3752082

Pagina

5 / 11

Bijlage 1.

Datum

30 oktober 2024

Kenmerk

Z/24/3752082

Pagina

6 / 11

Datum

30 oktober 2024

Kenmerk

Z/24/3752082

Pagina

7 / 11

Bijlage 2 Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen Hollands-Midden voor begrotingen 2026 Beschrijving financiële kaderstelling NR KADERSTELLING 2025 A INDEXERING 1. De indexering voor 2025 wordt gecorrigeerd voor ontwikkelingen in het jaar 2023 t/m 2024. Deze correctie wordt dan toegepast op het indexpercentage voor 2025. Door de sterke inflatie in 2022 wordt als uitzondering in de kaderstelling van 2025 ook 2022 meegenomen in de indexering van 2025.

Voor arbeid: • de Prijsoverheidsconsumptie werknemers beloning werknemers (2025: 11,1%, hierin zit een correctie verwerkt voor 2022 t/m 2024 van 5,7% )

WIJZIGING KADERSTELLING 2026 De indexering voor 2026 wordt gecorrigeerd voor ontwikkelingen in het jaar 2024 t/m 2025. Deze correctie wordt dan toegepast op het indexpercentage voor 2026.

economische categorie: 1.1 Salarissen en sociale lasten

Voor arbeid: • de Prijsoverheidsconsumptie werknemers beloning werknemers (2025: 2,1%, hierin zit een correctie verwerkt voor 2024 t/m 2025 van -1,3% ) • economische categorie: 1.1 Salarissen en sociale lasten

Voor materieel (inclusief investeringen) • de Prijs overheidsconsumptie, netto materieel (imoc) (2025: 3,7% hierin is een correctie verwerkt voor 2022 t/m 2024 van 2,1%)

Voor materieel (inclusief investeringen) • de Prijs overheidsconsumptie, netto materieel (imoc) (2026: 2,7% hierin is een correctie verwerkt voor 2024 t/m 2025 van +0,5%)

economische categorieën: 3.2 (duurzame goederen) 3.5.1 (ingeleend personeel) 3.8 (overige goederen en diensten) 4.3.x (inkomensoverdrachten)

economische categorieën: 3.2 (duurzame goederen) 3.5.1 (ingeleend personeel) 3.8 (overige goederen en diensten) 4.3.x (inkomensoverdrachten)

2.

De indexering moet worden toegepast over de bijdrage van de gemeenten (per inwoner) of een andere van toepassing zijnde verrekengrondslag naar de verhouding tussen de loonkosten (cat. 1.1), de materiële kosten (cat. 3.2, 3.5.1, 3.8 en 4.3.x) en de kosten die niet worden geïndexeerd (overige categorieën).

3.

De meerjarenraming bij voorkeur op te stellen op basis van constante prijzen. Indien de gemeenschappelijke regeling zijn meerjarenraming in lopende prijzen opstelt, de gemeenschappelijke regeling te verzoeken ter

De indexering moet worden toegepast over het totaal van de begrote lasten van de begroting 2025. Hogere lasten voor volumegroei moeten afzonderlijk in de begroting worden aangemeld en van dekking worden voorzien Op deze wijze wordt duidelijk wat de groei van de gemeenten voor een effect heeft op de dienstverlening van de gemeenschappelijke regelingen Ongewijzigd

4.

Ongewijzigd

Datum

30 oktober 2024

Kenmerk

Z/24/3752082

Pagina

8 / 11

NR

KADERSTELLING 2025 informatie ook een overzicht van de meerjarenraming te leveren op basis van constante prijzen. B TAAKSTELLING 5. De gemeenschappelijke regelingen een uniforme taakstelling mee te geven ten opzichte van de meerjarenraming 2020-2023.

WIJZIGING KADERSTELLING 2026

De gemeenschappelijke regelingen een uniforme taakstelling mee te geven ten opzichte van de meerjarenraming 2025-2028.

De taakstelling wordt alleen geëffectueerd bij een verwachte – in de betreffende 4 – jaarsperiode – gemiddelde krimp van het Gemeentefonds van circa 2% per jaar of meer.

De groei van het gemeentefonds is vanaf 2027 gebaseerd op het historisch Bbp van T-2 t/m T-9. Daarmee is de groei stabieler dan de oude normeringssystematiek.

Bij een gemiddelde jaarlijkse krimp van het Gemeentefonds van circa 2% per jaar of meer wordt een nieuwe algemene taakstelling voor de begroting (t) opgelegd ter grootte van het reële krimppercentage van de Algemene uitkering in jaar (t)

Toch kan er een krimp van het gemeentefonds zich voordoen door bezuinigingen van het Rijk, herverdeling van het gemeentefonds of een ontoereikende loon- en prijscompensatie.

Nieuw m.i.v. 2017 is dus de introductie van een drempelpercentage. De toevoeging van “circa” beoogt aan te geven dat deze drempel van 2% per jaar geen absoluut gegeven is.

Bij een meerjarige krimp van het gemeentefonds van cumulatief 2% structureel zal de werkgroep adviseren een correctie toe te passen van dit opgelopen verschil.

Deze 2% is een richtgetal1, dat de bestuurlijke klankbordgroep jaarlijks hanteert bij haar beoordeling van of de gemeenten te maken hebben van een materiële achteruitgang van het Gemeentefonds, waarvoor een bijdrage van de gemeenschappelijke regelingen aan deze achteruitgang – indachtig de uitgangspunten van dit instrument – op zijn plaats is.

6.

7.

De taakstelling bedraagt voor de begroting 2025 0,00% ten opzichte van 2024

De taakstelling bedraagt voor de begroting 2026 6,00% ten opzichte van 2025

Het mechanisme binnen de financiële kaderstelling waarbij de omvang van de financiële bijdragen van gemeenten aan gemeenschappelijke regelingen zijn gekoppeld aan de algemene, reële ontwikkeling van het Gemeentefonds blijft gehandhaafd.

Indien de implementatie van de taakstelling tot incidentele frictiekosten leidt wordt verzocht deze afzonderlijk in beeld te brengen en deze via een afzonderlijk besluit voor te leggen aan het Algemeen Bestuur waarbij incidentele dekking aan gemeenten gevraagd kan worden. Het mechanisme binnen de financiële kaderstelling waarbij de omvang van de financiële bijdragen van gemeenten aan gemeenschappelijke regelingen zijn gekoppeld aan de algemene, reële ontwikkeling van het Gemeentefonds blijft gehandhaafd.

Met de introductie van een drempelpercentage voor de inwerkingtreding van een nieuwe taakstelling wordt de werking van het instrument met het oog op de wisselvallige ontwikkeling van het Gemeentefonds gedempt om daarmee

Met de koppeling aan het meerjarig gemiddelde BBP wordt een stabiele ontwikkeling van het Gemeentefonds verwacht. In geval van onverwacht ingrepen op de methodiek van

Datum

30 oktober 2024

Kenmerk

Z/24/3752082

Pagina

9 / 11

NR

KADERSTELLING 2025 financiële rust richting de gemeenschappelijke regelingen te kunnen bieden. Pas bij materiële (wezenlijke achteruitgang van het Gemeentefonds van gemiddeld circa 2% per jaar of meer over de voorliggende vierjaarsperiode wordt weer een bijdrage van de gemeenschappelijke regelingen gevraagd. Opwaartse aanpassingen (“trap-op?”) van gemeentelijke bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen anders dan uit hoofde van de vaststelling van de toegestane prijscompensatie vallen buiten de scope van dit instrument

8.

9.

Opwaartse aanpassingen van de gemeentelijke bijdragen kunnen alleen voortkomen uit specifieke besluitvorming hierover in de afzonderlijke Algemeen Besturen van de GR-en. De taakstelling is van toepassing op de bijdrage per inwoner of ene andere verrekengrondslag zoals kostprijs product of uurtarief. Het gaat om een reële verlaging van de bijdrage, dus onder verrekening van de prijsontwikkeling op basis van de index BBP en taakwijziging

C IMPLEMENTATIE & RAPPORTAGE 10 Aan de gemeenschappelijke regeling te verzoeken zelf aan te tonen hoe de taakstelling gerealiseerd kan worden

WIJZIGING KADERSTELLING 2026 aanmerkelijke aard zal de FKGR zich beraden over het formuleren van een taakstelling om ook GR’en hierin bij te laten dragen aan het opvangen van een neergang. Opwaartse aanpassingen van de begroting van gemeentelijke bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen anders dan uit hoofde van de vaststelling van de toegestane prijscompensatie vallen buiten de scope van dit instrument Opwaartse aanpassingen van de gemeentelijke bijdragen kunnen alleen voortkomen uit specifieke besluitvorming hierover in de afzonderlijke Algemeen Besturen van de GR-en.

De taakstelling is van toepassing op het totaal van de begrote lasten (t-1) m.u.v. die lasten die gedekt worden door specifieke uitkeringen of bijdragen, Het gaat om een reële verlaging van de lasten in de begroting, dus onder verrekening van de prijsontwikkeling op basis van de indexering en taakwijziging Aan de gemeenschappelijke regeling te verzoeken zelf aan te tonen hoe de taakstelling gerealiseerd kan worden Voor 2026 wordt gevraagd aan de hand van de beïnvloedbare ruimte zoals geïnventariseerd door Berenschot de keuzeopties te inventariseren en te rapporteren aan het Algemeen Bestuur.

11

De bezuinigingslijn is standaard. Indien een gemeenschappelijke regeling een zwaarwegende reden heeft om deze taakstelling niet haalbaar of reëel te achten, doet zij hiervan een actieve melding in het bestuur van de gemeenschappelijke regeling. De uitzondering vraagt dus om bewijsvoering

Aan de hand van dit (bredere) palet aan keuzeopties wordt gevraagd uit deze inventarisatie een voorstel te doen en te verwerken in de conceptbegroting ter omvang van de taakstelling. Ongewijzigd

De gemeenschappelijke regeling meldt uiterlijk 31 januari van (t-1) aan de deelnemers of zij de taakstelling voor begroting jaar (t) gaat realiseren in de komende begroting.

12.

In het geval dat de gemeenschappelijke regeling de taakstelling geheel of gedeeltelijk niet kan realiseren, geeft zij dat gemotiveerd aan. Deze financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen is zonder uitzondering op tenminste

Ongewijzigd

Datum

30 oktober 2024

Kenmerk

Z/24/3752082

Pagina

10 / 11

NR

13

14

15

KADERSTELLING 2025 onderstaande gemeenschappelijke regelingen in de regio Hollands-Midden van toepassing: Veiligheidsregio Hollands MIdden Samenwerkingsorgaan Holland-Rijnland GR Regio Midden-Holland Omgevingsdienst West-Holland Omgevingsdienst Midden-Holland Hecht, Regionale dienst Openbare gezondheidszorg/GGD Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland (BSGR) ISD Bollenstreek Een positief rekeningresultaat vloeit in beginsel terug naar de deelnemers De toevoeging van de “in beginsel” beoogt alleen aan te geven dat dit instrument weliswaar een kader stelt aan de omvang van de Algemene reserves en bestemming van mogelijk positieve rekening resultaten . maar dat de definitieve besluitvorming over reservevorming en bestemming blijft voorbehouden aan de afzonderlijke Algemeen Besturen van de gemeenschappelijke regelingen. De gemeenschappelijke regelingen nemen in hun begrotingen en jaarrekeningen een paragraaf op over de toepassing van het kader en de ontwikkeling van het eigen vermogen

De gemeenschappelijke regelingen nemen in hun begrotingen en jaarrekeningen een paragraaf op over de toepassing van de in het kader vastgestelde indexering verdeeld naar economische categorieën.

WIJZIGING KADERSTELLING 2026

Ongewijzigd

Ongewijzigd.

Ongewijzigd

De wegingsfactor van de economische categorieën wordt telkens op basis van de meest recent beschikbaar gekomen jaarrekening voor een periode van 4 jaar vastgesteld (2020 t/m 2023; 2024 t/m 2027; etc.). Index

16

wegingsfactor xx%

indexatie

Beloning 10x,x werknemers Netto materieel xx% 10x,x Overige xx% 10x,x (niet geïndexeerd) Gewogen 100% 10x,x gemiddelde indexatie De gemeenschappelijke regelingen nemen in hun begrotingen en jaarrekeningen een risicoparagraaf op. In deze paragraaf lichten zij de risico’s toe in relatie tot de omvang van het weerstandsvermogen.

Ongewijzigd

Datum

30 oktober 2024

Kenmerk

Z/24/3752082

Pagina

11 / 11

NR

KADERSTELLING 2025 Risic Kan Risico- Weerstand o s bedrag svermogen aaa xx% € € xx.xxx xx.xxx aaa xx% € € xx.xxx xx.xxx aaa xx% € € xx.xxx xx.xxx

WIJZIGING KADERSTELLING 2026 Toelich -ting aaa aaa aaa

Indien sprake is van een te hoge algemene reserve ten opzichte van het benodigd weerstandsvermogen (risico’s) wordt in begrotingen en jaarrekeningen gemotiveerd of dit overschot in de algemene reserve vrij besteedbaar is.n.v.t.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/1643/documents/22384