D24 VNG, ledenbrief 26-024 Handreiking Ontheffingsbevoegdheid Wet Veilige Jaarwisseling
Tekst van het document
De minimale veiligheidsafstand moet te allen tijde in acht worden genomen ter bescherming van omstanders. Daarnaast kan het voorkomen dat er een onveilige situatie optreedt, waardoor het afsteken moet worden gestaakt. Dit is in ieder geval zo wanneer omstanders nabij de veiligheidszone ander vuurwerk afsteken of het publiek de veiligheidszone betreedt. Ook moet het afsteken van het vuurwerk onmiddellijk worden gestaakt in het geval van bepaalde weersomstandigheden, zoals bij onverwachte harde wind. Dat is een windsnelheid van windkracht 5 of hoger. Maar ook bij extreme droogte, of dichte mist waardoor het zicht minder dan 200 meter bedraagt moet het afsteken worden gestaakt. 22 Vereniging van Nederlandse Gemeenten Mogelijk aanvullende eis: Aansprakelijkheid Er kan worden overwogen om aanvragers te vragen aan te tonen dat zij beschikken over een passende aansprakelijkheidsverzekering. Het Besluit schrijft dit niet voor, waardoor het aan de burgemeester is om te beoordelen of dit in een concreet geval wenselijk is. Bij die afweging kan worden meegewogen dat schade als gevolg van een vuurwerkevenement aanzienlijk kan zijn. Verenigingen en stichtingen beschikken niet altijd over voldoende financiële middelen om dergelijke schade zelf te dragen. Een passende verzekering kan daarom bijdragen aan de bescherming van zowel betrokkenen als de organisator.
Als de rechtspersoon (nog) geen aansprakelijkheidsverzekering heeft die dekking biedt, zou een tijdelijke evenementenverzekering met dekking voor aansprakelijkheid een optie kunnen zijn. Of verzekeraars in de praktijk aansprakelijkheidsverzekeringen voor deze activiteiten zullen aanbieden, zal echter per situatie verschillen. Uit contacten met het Verbond van Verzekeraars blijkt dat dit maatwerk blijft en dat de mogelijkheden duidelijker zullen worden nadat de wet in werking is getreden. Daarnaast is het van belang dat de gemeente aandacht besteedt aan toezicht en de naleving van de aan de ontheffing verbonden voorschriften. De burgemeester heeft hierbij beleidsruimte, maar moet besluiten zorgvuldig voorbereiden en uitvoeren. Onder omstandigheden kan de gemeente aansprakelijk worden gesteld als sprake is van onrechtmatig handelen. Een zorgvuldige afweging van de verzekeringssituatie en een passende inrichting van toezicht en handhaving kunnen daarom bijdragen aan het beperken van risico’s. Stap 4: Beoordeling van de aanvraag Na ontvangst van een volledige aanvraag zal de burgemeester het besluit zorgvuldig moeten voorbereiden, zoals voorgeschreven in artikel 3:2 van de Awb. Dit betekent dat alle relevante feiten en belangen moeten worden verzameld en afgewogen.
Met betrekking tot de vraag of er sprake is van een volledige aanvraag, zal de burgemeester moeten beoordelen of de aanvraag alle benodigde stukken omvat. Dit betreft op zijn minst een volledig ingevulde aanvraag met daarbij een veiligheidsplan, inclusief een situatietekening en een overzicht van het af te steken vuurwerk, waarin wordt beschreven hoe de veiligheidsvoorschriften zullen worden nageleefd. Als er sprake is van een volledige aanvraag, zal de burgemeester de aanvraag inhoudelijk moeten toetsen aan de vereisten van 2.3.2 van het Besluit. Dit betekent dat er moet worden bezien of de aanvrager een vereniging en stichting met lokale binding is en of de aanvrager staat ingeschreven bij de KvK. Vervolgens zal het veiligheidsplan, inclusief een situatietekening en een overzicht van het af te steken vuurwerk, getoetst moeten worden aan de voorschriften in artikel 2.3.2a van het Besluit. Daarbij moet de burgemeester nagaan of het afsteekterrein geschikt is voor het veilig afsteken van vuurwerk waarbij van belang is dat dit geen binnenruimte betreft en deze plek goed bereikbaar is voor de hulpdiensten. Verder controleert de burgemeester of het af te steken vuurwerk binnen de categorie F2 valt en niet de maximumgrens van 200 kg overschrijdt. Daarnaast zal de situatietekening beoordeeld moeten worden.
Op basis van het overzicht van het af te steken vuurwerk kan de burgemeester de benodigde veiligheidsafstand tot het publiek bepalen, waarbij in ieder geval de minimale veiligheidsafstanden uit het besluit in acht moeten worden genomen. De afstand tussen de afsteekplaats en de buitenrand van het afsteekterrein is ten minste 10 meter, maar de veiligheidsafstand tot het publiek is afhankelijk van het type vuurwerk. Tenslotte wordt beoordeeld of er voldoende supervisors en ontbranders zijn aangesteld en of deze voldoen aan het leeftijdsvereiste van minimaal 18 jaar. Als de burgemeester 23 Vereniging van Nederlandse Gemeenten aanvullende voorschriften in de beleidsregel heeft opgenomen, zal de aanvraag ook daaraan getoetst moeten worden. Het ligt voor de hand dat de burgemeester bij het beoordelen van de aanvraag ook advies inwint bij de politie, brandweer, omgevingsdienst of andere partners. Daarnaast is het wenselijk om binnen de eigen Veiligheidsregio te verkennen of er regionaal afspraken kunnen worden gemaakt over een uniforme beoordeling van aanvragen en het uniform uitvoeren van het toezicht en handhaving op de verleende ontheffingen. Ook ligt het voor de hand dat de burgemeester de gemeenteraad uiteindelijk over het aantal ingediende aanvragen en het aantal verleende ontheffingen informeert.
Schematisch overzicht toetsing van de aanvraag (artikel 2.3.2 van het Besluit) Stap 1. Voldoet de aanvrager aan de eisen? a. Betreft het een vereniging of stichting ingeschreven in de KvK? b. Is er sprake van lokale binding? Stap 2. Bevat de aanvraag een veiligheidsplan met situatietekening en overzicht van het af te steken vuurwerk, dat aansluit bij de voorschriften uit artikel 2.3.3a? Stap 3. Is het afsteekterrein geschikt? a. Is het een buitenruimte met voldoende plek voor een veiligheidszone? b. Is het bereikbaar voor hulpdiensten? c. Is het gelegen nabij kwetsbare gebouwen, gehouden dieren of brandbare objecten? Stap 4. Voldoet het af te steken vuurwerk aan de eisen? a. Gaat het om maximum 200kg aan vuurwerk in de categorie F2? b. Op basis van het type vuurwerk, wat is de benodigde minimum veiligheidsafstand? Stap 5. Zijn er geschikte supervisors (minimaal 1 of 2) en ontbranders (maximaal 8) aangesteld? a. Zijn deze allen 18 jaar of ouder? b. Bevat de aanvraag een telefoonnummer van de aangewezen supervisor(s)? Stap 6. Voldoet de aanvraag aan de (door de burgemeester) opgestelde beleidsregel omtrent het aanvragen van ontheffing van het vuurwerkverbod? Stap 7. Burgemeester stelt een besluit op voor het wel of niet verlenen van ontheffing. In het geval van verlenen, worden de aanvraag en alle relevante stukken opgenomen in het draaiboek voor de jaarwisseling.
Weigering van de ontheffing De burgemeester weigert een aanvraag als deze niet voldoet aan de eisen die worden gesteld in artikel 2.3.2 van het Besluit. Het gaat dan om: a. De aanvrager is een vereniging of stichting die staat ingeschreven in het handelsregister; b. De aanvraag gaat vergezeld van een naar het oordeel van de burgemeester afdoende veiligheidsplan met situatietekening en een overzicht van het af te steken vuurwerk waarin wordt beschreven hoe de ingevolge artikel 2.3.2a, eerste lid, aan de ontheffing te verbinden voorschriften zullen worden nageleefd; c. Het afsteekterrein waarop de aanvraag ziet, is niet de binnenruimte van een gebouw, is goed bereikbaar voor de hulpdiensten, is zodanig gelegen dat voldoende ruimte bestaat voor de veiligheidszone waarin zich geen zeer kwetsbare gebouwen en locaties 24 Vereniging van Nederlandse Gemeenten bevinden, bedrijfsmatig dieren worden gehouden, brandbare objecten of voer- of vaartuigen bevinden en is, naar het oordeel van de burgemeester, geschikt voor het op veilige wijze tot ontbranding brengen en het daaraan voorafgaand bewaren van vuurwerk zoals aangevraagd; d. De aanvraag heeft betrekking op maximaal 200 kg verpakt bij ministeriële regeling aangewezen vuurwerk van categorie F2; e.
De aanvrager wijst een of twee supervisors aan die ter plaatse verantwoordelijk zijn voor een goede gang van zaken, alsmede ten hoogste acht ontbranders die vuurwerk tot ontbranding mogen brengen en geeft een telefoonnummer waarop de supervisor of supervisors bereikbaar zijn. Er is in het Besluit geen weigeringsgrond voor gebrek aan vertrouwen opgenomen, maar de burgemeester zou dit wel als voorschrift aan een ontheffing kunnen verbinden. De burgemeester kan een toekomstige aanvraag dan weigeren, als de vereniging of stichting die de aanvraag doet, zich bij de vorige jaarwisseling niet aan de voorschriften heeft gehouden of betrokken was bij een incident. Eventueel kan de burgemeester ook een verbeterplan vragen, waaruit blijkt dat er geleerd is van eerdere fouten en er maatregelen zijn genomen om herhaling te voorkomen. Stap 5: Besluiten over de aanvraag Na afronding van de beoordeling zal de burgemeester een besluit op de aanvraag moeten nemen. Dit besluit moet voldoende gemotiveerd zijn en moet schriftelijk bekendgemaakt worden aan de aanvrager en eventuele belanghebbenden. In het besluit zullen ook de ontheffingsvoorwaarden opgenomen moeten worden. Daarnaast is het aan te raden duidelijk vast te leggen dat de ontheffing op naam van de aanvrager staat en alleen geldt voor de betreffende locatie. Daarmee is direct duidelijk dat de ontheffing niet kan worden overgedragen.
Als de ontheffing wordt verleend, is het daarnaast aan te raden om de aanvraag en de bijbehorende stukken op te nemen in het draaiboek voor de jaarwisseling. Zo zijn alle betrokken partijen hiervan op de hoogte. Verder is het aan te raden tijdens de jaarwisseling toezicht te houden op de naleving van de ontheffingsvoorwaarden en -voorschriften, incidenten te registreren en na afloop een evaluatie te laten plaatsvinden, waarin leerpunten worden meegenomen voor het volgende jaar. Daarnaast is het in het kader van handhaving17 aan te raden om de brandweer en de politie op de hoogte te stellen van de verleende ontheffingen en de locaties daarvan. Hierdoor weet de brandweer waar voorafgaand aan en tijdens de jaarwisseling vuurwerk wordt bewaard en de politie waar legaal vuurwerk wordt afgestoken. Een model voor het ontheffingsbesluit is opgenomen in Bijlage 6.2. Intrekken van de ontheffing Artikel 2.3.2b van het Besluit bevat bepalingen over het intrekken van de ontheffing. In het eerste lid staat in welke gevallen de burgemeester de ontheffing onmiddellijk geheel of gedeeltelijk moet intrekken. Dat is in elk geval aan de orde als: a. De weersomstandigheden het veilig afsteken van vuurwerk niet meer toelaten.
Dit is bijvoorbeeld zo bij harde wind, vanaf ongeveer windkracht 5), maar ook bij extreme droogte of bij dichte mist waarbij het zicht minder is dan 200 meter; 17 Zie voor meer informatie met betrekking tot handhaving het Handhavingsplan Jaarwisseling van het ministerie van Justitie en Veiligheid, maart 2026. 25 Vereniging van Nederlandse Gemeenten b. Bij de aanvraag onjuiste gegevens zijn verstrekt, terwijl de juiste gegevens zouden hebben geleid tot weigering van de ontheffing; c. Na de aanvraag relevante wijzigingen zijn opgetreden ten opzichte van verstrekte gegevens, die als ze toen beken waren geweest, tot weigering van de ontheffing zouden hebben geleid. Het wordt aanbevolen om een besluit tot intrekking, voor zover mogelijk, uiterlijk op 30 december te nemen. Dan is het vuurwerk meestal nog niet aan de houder verstrekt. Als het vuurwerk al wel is verstrekt, is het raadzaam de ontheffing gedeeltelijk in te trekken. Zo wordt voorkomen dat de vereniging of stichting die het vuurwerk al in bezit heeft, direct strafbaar wordt. Daarnaast kan de burgemeester op grond van het tweede lid de ontheffing intrekken als blijkt dat de houder zich niet houdt aan de gestelde voorwaarden of voorschriften. Gelet op de veiligheid en het doel van de wet, een algeheel vuurwerkverbod, ligt het voor de hand deze bevoegdheid strikt toe te passen.
De aanvraag- en beslistermijn In het Besluit is bepaald dat de houder van de ontheffing op 29, 30 en 31 december vuurwerk mag kopen en dit op 31 december tussen 12.00 en 18.00 in bezit mag nemen. Daarom wordt aanbevolen om de uiterste beslisdatum voor de burgemeester op het wel of niet verlenen van de ontheffing op 29 december om 00.00 te stellen, zodat er diezelfde dag vuurwerk gekocht kan worden. Op die manier wordt de verkoop van vuurwerk over drie dagen verspreid, waardoor verkopers minder worden belast en de kopers enigszins marge hebben in het inkopen. Omdat een aanvrager waarschijnlijk ook andere voorbereidingen moet treffen, zoals het uitnodigen van publiek en de inkoop van eten en drinken, maar ook als het aankomt op het naleven van de veiligheidsvoorwaarden en -voorschriften ligt het voor de hand een ruimere termijn voor het verlenen van de ontheffing te hanteren. Vanuit het oogpunt van zorgvuldigheid is het in ieder geval verstandig om de uiterste beslisdatum naar voren te halen, bijvoorbeeld naar 1 december. Daaraan voorafgaand moet de aanvraag worden behandeld. Dit dient binnen een redelijke termijn gebeuren. Er staat geen specifieke termijn in de Wet, dus geldt op grond van de Awb een maximale termijn van acht weken. Deze termijn kan met een redelijke termijn worden verlengd, als de burgemeester niet binnen acht weken tot een beslissing kan komen.
Zeker in gemeenten waar veel aanvragen worden ingediend, is het aannemelijk dat een verlenging nodig is. Omdat het voor de hand ligt om voor de beslissing op de aanvraag advies in te winnen bij de omgevingsdienst, de brandweer, de politie en andere relevante partijen, kan een redelijke termijn voor de verlening acht weken zijn. Een aanvraag bij de omgevingsdienst kan in elk geval acht weken duren.18 Uitgaande van een verlening van de ontheffing op 1 december, is de uiterste aanvraagdatum dan 11 augustus. Daarbij moet wel worden opgemerkt dat deze termijnen geen ruimte bieden voor bezwaar en beroep. Als belanghebbenden tegen de ontheffing willen opkomen zullen zij dus een voorlopige voorziening moeten vragen. Als het wenselijk wordt gevonden om wel ruimte te houden voor bezwaar en beroep, dan zouden de termijnen nog twaalf weken moeten worden vervroegd. Er is voor de belanghebbende dan zes weken de tijd om bezwaar te maken en voor de burgemeester zes weken om hierop te beslissen. De uiterste aanvraagdatum verschuift dan dus naar 16 juni.
18 Hoe lang duurt het? 26 Vereniging van Nederlandse Gemeenten Schematisch overzicht tijdpad aanvraag en beslistermijnen Scenario 1 (uiterste beslisdatum 29 december) • 8 september: uiterste datum indienen aanvraag (gebaseerd op beslistermijn van acht + acht weken) • 29 december: uiterste beslisdatum burgemeester Daarna is alleen nog op zeer korte termijn een voorlopige voorziening mogelijk. Scenario 2 (uiterste beslisdatum 1 december) • 11 augustus: uiterste datum indienen aanvraag (gebaseerd op beslistermijn van acht + acht weken) • 1 december: uiterste beslisdatum burgemeester Daarna is alleen nog een voorlopige voorziening mogelijk. Scenario 3 (uiterste beslisdatum 6 oktober) • 16 juni: uiterste datum indienen aanvraag (gebaseerd op beslistermijn van acht + acht weken) • 6 oktober: uiterste beslisdatum burgemeester Daarna zijn nog twaalf weken beschikbaar voor bezwaar en beroep. Voor aankomende jaarwisseling is bovenstaand tijdpad dus zeer krap, gezien de Wet op 1 augustus 2026 in werking treedt. Hoewel van het voorgestelde tijdpad kan worden afgeweken, kan dit de besluitvorming onder druk zetten.
Mocht een burgemeester toch overwegen om af te wijken van dit tijdpad, dan is het raadzaam rekening te houden met de volgende aandachtspunten: • Bied alle geïnteresseerde verenigingen en stichtingen tijdig de mogelijkheid een aanvraag in te dienen (mededingingsruimte); • Stel beleidsregels zo vroeg mogelijk vast en maak deze bekend; • Hanteer een redelijke aanvraagtermijn (bij voorkeur minimaal zes weken); • Zorg voor tijdige besluitvorming, zodat ontheffinghouders tijdig vuurwerk kunnen aanschaffen; • Stem de besluitvorming vooraf af met betrokken partners en adviseurs; • Maak besluiten zo snel mogelijk bekend, zodat belanghebbenden gebruik kunnen maken van de mogelijkheden voor bezwaar en voorlopige voorzieningen. Hier wordt in de volgende paragraaf nader op ingegaan. Bezwaar en beroep tegen het besluit Als er een besluit genomen wordt, staat hiertegen bezwaar open voor de aanvrager.19 Ook anderen (bijvoorbeeld omwonenden) kunnen bezwaar maken als zij belanghebbenden zijn. De aanvrager of belanghebbende kan binnen zes weken bezwaar maken. Op het bezwaar zijn de regels van Hoofdstuk 7 van de Awb van toepassing, waarbij belanghebbenden het recht hebben gehoord te worden, tenzij er sprake is van een van de uitzonderingen. In beginsel wordt het bezwaar behandeld door hetzelfde bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen.
In het geval van de ontheffing is dit dus de burgemeester. De burgemeester kan wel een adviescommissie instellen om over het bezwaar te adviseren. 19 Artikel 6:2 en 7:1 van de Algemene wet Bestuursrecht. De beschikking is immers een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet Bestuursrecht. 27 Vereniging van Nederlandse Gemeenten Na de bezwaarprocedure staat beroep open bij de rechtbank.20 Als er voor bezwaar en beroep onvoldoende tijd is, kan een aanvrager of belanghebbende tegelijkertijd met een bezwaar een verzoek om een voorlopige voorziening indienen bij de bestuursrechter. De belanghebbende moet in dit geval wel kunnen aantonen dat er sprake is van onverwijlde spoed. De bestuursrechter kan in een voorlopige voorziening het besluit van de burgemeester om wel of geen ontheffing te verlenen schorsen. 20 Dit op grond van artikel 7:1, tweede lid, van de Awb waarbij ook hoofdstuk 8 van de Awb van toepassing is. 28 Vereniging van Nederlandse Gemeenten 5 Vervolg Met deze handreiking biedt de VNG gemeenten een overzichtelijk en praktisch hulpmiddel voor de toepassing van de ontheffingsbevoegdheid. Naast deze ontheffingsbevoegdheid zijn er binnen het vuurwerkverbod echter ook andere onderwerpen waarmee gemeenten rekening moeten houden. Zo is voor gemeenten communicatie ook van groot belang.
Duidelijke communicatie richting inwoners, ondernemers en betrokken partners draagt bij aan begrip van de nieuwe regels, een goede naleving en een veiligere jaarwisseling. Hiervoor heeft de Rijksoverheid een communicatiestrategie met bijbehorende toolkit ontwikkeld. Daarnaast vraagt de handhaving omtrent het vuurwerkverbod aandacht. De strafrechtelijke handhaving van de nieuwe regels is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van politie en boa’s, onder gezag van de officier van justitie en de burgemeester. Daarbij richt de politie zich met name op de aanpak van illegale productie, handel, transport en grootschalig bezit van vuurwerk en op de handhaving van de openbare orde, terwijl boa’s vooral een rol spelen bij het toezicht op kleinschalig bezit en gebruik van vuurwerk. Goede afstemming tussen alle betrokken partijen is daarbij essentieel. Voor overige informatie verwijzen wij u graag naar het Handhavingsplan. Deze handreiking wordt gepubliceerd wanneer de Wet nog niet in is gegaan. De Wet treedt op 1 augustus 2026 in werking. Dit document vormt een eerste stap; de verdere uitwerking vraagt om gedegen samenwerking binnen de gemeentelijke organisatie en met ketenpartners. De VNG blijft gemeenten dan ook op dit dossier ondersteunen, onder meer via webinars, bijeenkomsten en het delen van actuele informatie.
Daarnaast blijft de VNG nauw samenwerken met de betrokken ministeries, het NGB en uiteraard gemeenten. Actuele informatie is te vinden op de landingspagina ‘Jaarwisseling en vuurwerk’. Vragen kunnen worden gesteld via het VNG-forum Jaarwisseling. Wij wensen u veel succes met de implementatie. Mocht u vragen hebben, dan denken wij graag met u mee. 29 Vereniging van Nederlandse Gemeenten 6 Bijlagen 6.1 Model aanwijzingsbesluit ontheffing vuurwerkverbod Aanwijzingsbesluit [kiezen: locatie OF locaties] ontheffing vuurwerkverbod Gemeente [invullen: naam gemeente] De burgemeester van [invullen: naam gemeente], Overwegende dat: • Op 1 augustus 2026 de Wet veilige jaarwisseling (hierna: de Wet) in werking getreden is. Deze Wet wijzigt de Wet milieubeheer en de Wet op de economische delicten en zorgt er daarmee voor dat er een algemeen vuurwerkverbod voor consumenten geldt. • Artikel 9.2.2.1a, eerste lid en tweede lid, van de Wet milieubeheer na de inwerkingtreding van de Wet het bezit, het gebruik en de verkoop van vuurwerk in de categorieën F2 en F3 voor en aan anderen dan personen met gespecialiseerde kennis verbiedt.
• De burgemeester op grond van artikel 9.2.2.1a, vierde lid, van de Wet milieubeheer de bevoegdheid heeft om ontheffing te verlenen van het verbod op het bezit en gebruik van vuurwerk van de categorie F2 dat op grond van het Vuurwerkbesluit is aangewezen ten behoeve van de ontbranding ervan tijdens de jaarwisseling. • Er in het Vuurwerkbesluit regels zijn gesteld over de voorwaarden waaronder de burgemeester op aanvraag ontheffing van het verbod kan verlenen en onderdeel van die voorwaarden is dat eisen worden gesteld aan de locatie waar het ontbranden van het vuurwerk plaatsvindt. • Het wenselijk is vooraf [kiezen: een locatie OF locaties] aan te wijzen waar het mogelijk is om aan de voorwaarden uit het Vuurwerkbesluit te voldoen. Dit zorgt er ook voor dat er sneller op de aanvraag kan worden beslist en er duidelijkheid is over het aantal ontheffingen. • De verdere regels over de procedure voor het aanvragen van de ontheffing en de verdelingssystematiek zijn opgenomen in [invullen: naam beleidsregel].
Besluit: Artikel I De [kiezen: locatie OF locaties] op de plattegrond in de bijlage [toevoegen: plattegrond] aan te wijzen als [kiezen: locatie OF locaties] waarvoor op grond van artikel 9.2.2.1a, vierde lid, van de Wet milieubeheer een ontheffing kan worden verleend van het verbod op het bezit en gebruik van vuurwerk van de categorie F2 dat op grond van het Vuurwerkbesluit is aangewezen ten behoeve van de ontbranding ervan tijdens de jaarwisseling. [Facultatief: De [kiezen: locatie wordt OF locaties worden] begrensd door: [toevoegen: beschrijving begrenzing locatie of locaties met straatnamen].] Artikel II [Facultatief: Dat dit besluit geldt voor [invullen: datum].] 30 Vereniging van Nederlandse Gemeenten Artikel III Dat dit besluit wordt gepubliceerd in het Gemeenteblad en in werking treedt op de dag na publicatie van het Gemeenteblad waarin dit besluit wordt geplaatst. Aldus besloten op: [invullen: datum]. De burgemeester van [invullen: naam gemeente], [invullen: naam] [toevoegen: handtekening] Bezwaar: Op grond van de Algemene Wet Bestuursrecht kunnen belanghebbenden binnen zes weken na publicatie van dit besluit een bezwaarschrift indienen bij de burgemeester. Het indienen van een bezwaarschrift schorst de werking van dit besluit niet.
U kunt een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening (schorsing) indienen bij de Voorzieningenrechter van de van de Rechtbank [invullen: naam en adres rechtbank]. Bijlage [toevoegen: plattegrond] 31 Vereniging van Nederlandse Gemeenten 6.2 Model ontheffingsbesluit vuurwerkverbod Besluit op de aanvraag om een ontheffing van het vuurwerkverbod Gemeente [invullen: naam gemeente] Kenmerk: [invullen: kenmerk]. De burgemeester van [invullen: naam gemeente], Overwegende dat: • Op 1 augustus 2026 de Wet veilige jaarwisseling (hierna: de Wet) in werking getreden is. Deze Wet wijzigt de Wet milieubeheer en de Wet op de economische delicten en zorgt er daarmee voor dat er een algemeen vuurwerkverbod voor consumenten geldt. • Artikel 9.2.2.1a, eerste lid en tweede lid, van de Wet milieubeheer na de inwerkingtreding van de Wet het bezit, het gebruik en de verkoop van vuurwerk in de categorieën F2 en F3 voor en aan anderen dan personen met gespecialiseerde kennis verbiedt. • De burgemeester op grond van artikel 9.2.2.1a, vierde lid, van de Wet milieubeheer de bevoegdheid heeft om op verzoek ontheffing te verlenen van het verbod op het bezit en gebruik van vuurwerk van de categorie F2 dat op grond van het Vuurwerkbesluit is aangewezen ten behoeve van de ontbranding ervan tijdens de jaarwisseling.
• Er in artikel 2.3.2 van het Vuurwerkbesluit regels zijn gesteld over de voorwaarden waaronder de burgemeester ontheffing kan verlenen en de burgemeester op grond van artikel 2.3.2a van het Vuurwerkbesluit in elk geval een aantal voorschriften aan de ontheffing moet verbinden. • De burgemeester in aanvulling hierop [facultatief:, in verband met diens bevoegdheid, een beleidsregel heeft vastgesteld en] ook zelf kan besluiten voorschriften aan het verlenen van de ontheffing te verbinden. • Aanvrager namens [invullen: naam, adres en nummer uit het Handelsregister van de Kamer van Koophandel van vereniging of stichting] op [invullen: datum] een aanvraag heeft ingediend voor een ontheffing. • De aanvraag voldoet aan de voorwaarden uit artikel 2.3.2 van het Vuurwerkbesluit en de voorschriften uit artikel 2.3.2a van het Vuurwerkbesluit. [facultatief: En ook aan de door de burgemeester vastgestelde beleidsregel] [invullen: naam beleidsregel] [facultatief: en in overeenstemming is met het aanwijzingsbesluit dat de burgemeester heeft genomen]. Besluit: 1. Ontheffing te verlenen aan [invullen: naam, adres en nummer uit het Handelsregister van de Kamer van Koophandel van vereniging of stichting] van het vuurwerkverbod op grond van artikel 9.2.2.1a, vierde lid, van de Wet milieubeheer. 2.
De ontheffing is geldig van [invullen: datum] om [invullen: tijdstip] uur tot [invullen: datum] om [invullen: tijdstip] uur. 3. De houder van de ontheffing is bij het gebruik van de ontheffing verplicht om aan onderstaande voorwaarden en voorschriften te voldoen. 4. De ontheffing is tijdelijk en kan worden ingetrokken in een geval als bedoeld in artikel 2.3.2b van het Vuurwerkbesluit of wanneer de houder van de ontheffing niet, niet langer of niet volledig aan onderstaande voorwaarden en voorschriften voldoet. Voorwaarden en voorschriften: • Op de ontheffing zijn in de voorwaarden uit artikel 2.3.2 en de voorschriften uit artikel 2.3.2a van het Vuurwerkbesluit van toepassing. Deze voorwaarden en voorschriften zijn als bijlage bij dit besluit op de aanvraag om een ontheffing van het vuurwerkverbod opgenomen. • [Facultatief: In aanvulling op de voorwaarden en voorschriften uit het Vuurwerkbesluit heeft de burgemeester besloten ook aanvullende voorschriften aan dit besluit op de aanvraag om een ontheffing van het vuurwerkverbod te verbinden. Het betreft: - [toevoegen: aanvullend voorschrift; - toevoegen: aanvullend voorschrift; en 32 Vereniging van Nederlandse Gemeenten - toevoegen: aanvullend voorschrift].
Ook deze voorschriften zijn op dit besluit van toepassing.] Bezwaar Op grond van de Algemene Wet Bestuursrecht kunnen belanghebbenden binnen zes weken na publicatie van dit besluit een bezwaarschrift indienen bij de burgemeester. Het indienen van een bezwaarschrift schorst de werking van dit besluit niet. U kunt een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening (schorsing) indienen bij de Voorzieningenrechter van de van de Rechtbank [invullen: naam en adres rechtbank]. Aldus besloten op [invullen: datum]. [De burgemeester van [invullen: naam gemeente], [invullen: naam] [toevoegen: handtekening] OF Namens de burgemeester van [invullen: naam gemeente], [invullen: naam] [invullen: functie] [toevoegen: handtekening].] Bijlage bij het besluit op de aanvraag om een ontheffing van het vuurwerkverbod Voorwaarden uit artikel 2.3.2 van het Vuurwerkbesluit • Het afsteekterrein is niet de binnenruimte van een gebouw. • Het afsteekterrein is goed bereikbaar voor de hulpdiensten. • Het afsteekterrein biedt voldoende ruimte voor de voorgeschreven veiligheidszone en er bevinden zich geen zeer kwetsbare gebouwen en locaties, er worden niet bedrijfsmatig dieren gehouden en er bevinden zich geen brandbare objecten of voer- of vaartuigen.
• Het afsteekterrein is, naar het oordeel van de burgemeester, geschikt voor het op veilige wijze tot ontbranding brengen en het daaraan voorafgaand bewaren van vuurwerk. • Er wordt maximaal 200 kg bij ministeriële regeling aangewezen vuurwerk van categorie F2 tot ontbranding gebracht en dit vuurwerk is verpakt. • De aanvrager wijst een of twee supervisors aan die ter plaatse verantwoordelijk zijn voor een goede gang van zaken en overlegt een telefoonnummer waarop zij bereikbaar zijn. • De aanvrager wijst ten hoogste acht ontbranders aan die vuurwerk tot ontbranding mogen brengen. Voorschriften uit artikel 2.3.2a van het Vuurwerkbesluit Voorschriften met betrekking tot de locatie • Het afsteekterrein en de veiligheidszone worden ingericht overeenkomstig het veiligheidsplan en zijn goed bereikbaar voor de hulpdiensten. • De veiligheidsafstand bedraagt: 15 meter indien alleen grondvuurwerk wordt afgeschoten, 40 meter indien luchtvuurwerk met een kaliber tot en met 1 inch wordt afgeschoten en 60 meter indien luchtvuurwerk met een kaliber vanaf 1 inch tot 2 inch wordt afgeschoten. • De veiligheidsafstanden voor luchtvuurwerk worden vermenigvuldigd met 1,5 indien dit schuin richting publiek wordt afgeschoten. • Voordat het vuurwerk op het afsteekterrein wordt neergelegd, wordt het afsteekterrein afgesloten voor het publiek.
• Op het afsteekterrein wordt niet meer dan 200 kg verpakt vuurwerk van categorie F2 op veilige wijze en op ten minste 8 meter van de buitenrand van de veiligheidszone neergelegd en onder permanent toezicht geplaatst door de houder van de ontheffing. • Op het afsteekterrein zijn aanwezig: een afschrift van de ontheffing met de daaraan 33 Vereniging van Nederlandse Gemeenten verbonden voorschriften en een afschrift van de factuur waarop het aanwezige vuurwerk staat vermeld. • Binnen de veiligheidszone is geen open vuur aanwezig en wordt niet gerookt. • Op het afsteekterrein zijn ten minste twee goedgekeurde handblusapparaten met een inhoud van ten minste 6 kg ABC-poeder of 9 kg schuim aanwezig waarmee een beginnende brand zo snel mogelijk wordt bestreden. • Tijdens het tot ontbranding brengen van vuurwerk mag de veiligheidszone niet worden betreden door anderen dan de supervisor, de ontbranders en de toezichthouder • Handelingen nabij het vuurwerk die kunnen leiden tot statische elektriciteit, brand brandgevaar of onbedoelde ontsteking zijn niet toegestaan. • De veiligheidszone wordt direct na afloop van het tot ontbranding brengen van het vuurwerk opgeruimd en schoon opgeleverd. Voorschriften met betrekking tot supervisors en ontbranders • Het vuurwerk mag tot ontbranding worden gebracht door maximaal acht in de aanvraag genoemde ontbranders die ten minste 18 jaar oud zijn.
• De ontbranders staan onder leiding van ten minste één in de aanvraag genoemde supervisor die ten minste 18 jaar oud is. • De supervisor houdt tijdens de ontbranding zicht op het vuurwerk, de afsteekplaats, de veiligheidszone en de ontbranders. • De supervisor beschikt over communicatiemiddelen waarmee contact kan worden opgenomen met hulpdiensten en toezichthouders. • De supervisor en de ontbranders hebben kennis over het veilig omgaan met vuurwerk. • De supervisor en de ontbranders dragen een vuurwerkbril en de ontbranders gebruiken een aansteeklont bij het tot ontbranding te brengen van het vuurwerk. • De supervisor en de ontbranders zijn niet onder invloed van alcohol of andere verdovende of stimulerende middelen als bedoeld in artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994 gelezen in samenhang met artikel 3 van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer. Voorschriften met betrekking tot wijze en moment van ontbranding • Het vuurwerk wordt uitsluitend tot ontbranding gebracht tussen 31 december 18.00 uur en 1 januari 02.00 uur van het daaropvolgende jaar. • Het vuurwerk wordt afgestoken zoals vastgelegd in het veiligheidsplan dat bij de aanvraag is ingediend en aldus onderdeel uitmaakt van de verleende ontheffing. • Het vuurwerk wordt niet bewerkt en wordt uitsluitend handmatig afgestoken.
• Het tot ontbranding brengen vindt plaats volgens de gebruiksaanwijzing of het veiligheidsinformatieblad behorend bij het vuurwerkartikel, voor zover niet anders is bepaald. • Het vuurwerk is stabiel en op de grond opgesteld, loodrecht op het grondoppervlak. • De ondergrond die wordt gebruikt voor het opstellen van het vuurwerk is niet brandbaar. • Alvorens het vuurwerk tot ontbranding te brengen, wordt gecontroleerd of de minimale veiligheidsafstanden in acht worden genomen. • Indien nabij de veiligheidszone vuurwerk anders dan fop- en schertsvuurwerk wordt afgestoken of derden de veiligheidszone betreden, wordt het tot ontbranding brengen van vuurwerk onmiddellijk gestaakt. • Indien weers- of andere omstandigheden het veilig tot ontbranding brengen van vuurwerk bemoeilijken of belemmeren, wordt het tot ontbranding brengen onmiddellijk gestaakt. • Niet ontbrand vuurwerk wordt uiterlijk 1 januari 18.00 uur direct volgend op de jaarwisseling geretourneerd aan de verkoper. Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 2514 JS Den Haag +31 70 373 83 93 info@vng.nl juli 2026