D23 CDA Teylingen, schriftelijke vragen aan college Teylingen iz reactie op rapport VON.pdf
Tekst van het document
Bij andere deelnemende gemeenten18, waar bijvoorbeeld in een rondetafelgesprek de GOM een hoofdonderwerp is, biedt de gemeenteraad ruim de tijd voor beeldvorming. De gemeenteraad van Teylingen heeft de indruk dat de methodiek waarmee de activiteiten van de GOM worden gefinancierd niet doeltreffend is, of zelfs contraproductief werkt19. Dit met name ten aanzien van de uitgifte van bouwtitels voor greenportwoningen. Zoals eerder beschreven ontvangt de GOM door uitgifte van bouwtitels gelden waarmee de kernactiviteiten van GOM gefinancierd worden, namelijk het behouden van bollengrond en het tegengaan van verrommeling van het bollengebied. Tegelijkertijd wordt door de uitgifte van bouwtitels bollengrond in het buitengebied opgeofferd. De gemeenteraad vraagt zich af of de aldus opgeofferde grond ook werkelijk opweegt tegen de resultaten die GOM op regionaal niveau realiseert. ZICHT OP FINANCIËLE MIDDELEN De gemeenteraad heeft zicht op de financiële middelen van de GOM via het jaarverslag. De gemeenteraad ontvangt het jaarverslag (zie ook punt 4 op blz. 12). Dit is een rapportage achteraf; het is een verantwoordingsdocument waarop de gemeenteraad formeel geen zienswijze op kan formuleren. Het college kan dat wel en doet dat via de AvA. ZICHT OP HET PERSPECTIEF VAN DE LOKALE SAMENLEVING (VRAAG 3C)
De gemeenteraad heeft zicht op het perspectief van de lokale samenleving via zijn volksvertegenwoordigende rol. Gemeenteraadsleden spreken met individuele agrariërs en recent hebben agrariërs ingesproken in de raads- en commissievergadering en hun bedenkingen geuit ten aanzien van het door de gemeente gevoerde beleid en de uitvoering daarvan via de GOM. De belangrijkste bedenkingen zijn: 1 Het is naar de mening van de betrokken agrariërs onwenselijk om greenportwoningen te bouwen op bruikbare bollengrond. 2 Het ISG-beleid werkt marktverstorend omdat het een prijsopdrijvend effect zou hebben.
17 Bron: interviews 18 Bron: interviews 19 Bron: interviews
Pagina 20
3 Goede en bruikbare opstallen worden gesloopt, er zou sprake zijn van kapitaalvernietiging. Tijdens het onderzoek hebben de onderzoekers gesproken met agrariërs die van mening zijn dat het ISG-beleid marktverstorend zou werken. Voorbeelden die genoemd worden zijn onder andere een agrariër die enkele opstallen wil verkopen. De eigenaar van de opstallen heeft dan twee mogelijkheden. De opstallen verkopen aan een andere agrariër die zijn bedrijf wil uitbreiden, of gebruik maken van de financieringsregeling vanuit het ISG. Doordat deze keuzemogelijkheid er is, is er volgens de gesproken agrariërs sprake van beïnvloeding van de markt door de overheid. Andere gesprekspartners tijdens dit onderzoek hebben hier weer een ander beeld over: 1 De financieringsregeling vanuit het ISG is geheel vrijwillig. De verkoper van de opstallen kan er gebruik van maken maar kan ook ingaan op een bod vanuit de markt. 2 De financieringsregeling is sober. Een agrariër die serieus zijn bedrijf wil uitbreiden zal daarvoor een bod doen dat aantrekkelijker is dan de financieringsregeling vanuit het ISG. 3 Als prijsopdrijving al aan de orde is zal het alternatief voor een nog veel groter prijsopdrijvend effect zorgen. Zonder ISG-beleid zullen projectontwikkelaars namelijk hun gang kunnen gaan in het bollengebied. Dat heeft zeker een prijsopdrijvend effect tot gevolg door grondspeculatie.
De gemeenteraad heeft verder geen structureel contact met koepelorganisaties zoals LTO en KAVB om te toetsen of het beeld dat de agrariërs die hebben ingesproken ook breed wordt gedragen. Wel wil de gemeenteraad de specifieke casussen inzien die aansluiten op de bedenkingen van agrariërs, maar dat kan enkel onder geheimhouding20. ZICHT OP HET PERSPECTIEF VAN DE ANDERE GEMEENTEN
Er is geen structureel overleg op regionaal niveau tussen de gemeenteraden over het ISG-beleid en de uitvoering door de GOM. Op 18 december 2019 is er voor het eerst, of sinds lange tijd, wel een gezamenlijke bijeenkomst georganiseerd voor de gemeenteraden. Dit is echter meer reactief dan proactief. De bijeenkomst wordt georganiseerd naar aanleiding van de discussie die is ontstaan binnen de gemeenteraad van Teylingen als gevolg van het initiatief om 60 greenportwoningen te bouwen. DE PARAGRAAF VERBONDEN PARTIJEN (VRAAG 3D) In de paragraaf Verbonden partijen van de gemeentelijke begroting van Teylingen wordt beperkt informatie gegeven over deze samenwerkingsverbanden. De informatie omvat: het doel van de verbonden partij, de bestuurlijke vertegenwoordiging, de financiële bijdrage en financiële kerngegevens en de risico’s.
4.2
Informatie- en beïnvloedingsmomenten voor de gemeenteraad
In deze paragraaf wordt vraag 4 beantwoord. De informatie- en beïnvloedingsmomenten, sturings- en controlemogelijkheden en het gebruik daarvan door de gemeenteraad zijn als volgt: 1
Met het jaarverslag van de GOM heeft de gemeenteraad zicht op de uitvoeringsprestaties van de GOM en de financiële middelen die hiermee gemoeid zijn. De gemeenteraad heeft daarmee echter geen zicht op de maatschappelijke effecten (doeltreffendheid), en stelt tegelijkertijd ook vraagtekens bij de doeltreffendheid.
20 Bron: interviews
Pagina 21
De gemeenteraad kan geen zienswijze indienen op het jaarverslag. Het college kan dit wel, namelijk via de AvA. 2
Tot medio 2017 ontving de gemeenteraad via het college tussentijdse rapportage van de GOM. Deze werden onder geheimhouding ter beschikking gesteld. Na 2017 ontvangt de gemeenteraad deze rapportages niet meer.
3
De afspraken (in ontwikkeling of uitvoering) die de GOM met derden maakt over specifieke casussen zijn niet openbaar. De gemeenteraad heeft wel de mogelijkheid deze in te zien maar mag hierover verder geen informatie delen, ook dit is onder geheimhouding.
4
De gemeenteraad kan de portefeuillehouder bevragen of de portefeuillehouder verzoeken de directeur van de GOM een toelichting te laten geven op het jaarverslag of specifieke casussen. De gemeenteraad van Teylingen maakt hier echter beperkt gebruik van, en als de directeur van GOM is uitgenodigd krijgt deze minder tijd voor een toelichting, dan in de andere gemeenten gebruikelijk is.
5
Er zijn geen enkele ruimtelijke beleidsbevoegdheden overgedragen aan de GOM, daarmee is enkel de raad bevoegd tot vaststelling van bestemmingsplannen.
6
De gemeenteraden hebben via regionale bijeenkomsten geen momenten voor informatie uitwisseling of gezamenlijke beeldvorming. Ook zijn er geen bijeenkomsten met koepel- of belangenorganisaties waarin bijvoorbeeld de ISG en de uitvoering door de GOM onderwerp zijn. Doordat sommige agrariërs gebruik maken van het inspraakrecht ontvangt de gemeenteraad wel kritische geluiden, maar heeft daarmee nog geen beeld of deze representatief zijn voor de sector als geheel.
Pagina 22
5
Evaluatie van samenwerking Dit hoofdstuk behandelt deelvragen vijf en zes: blok D uit het evaluatiemodel. 5 6
Wordt de GOM periodiek geëvalueerd? In welke mate is de gemeenteraad op basis van tijdige en voldoende informatie van het college in staat bij te sturen of te sturen op de beëindiging van of uitreding uit het samenwerkingsverband?
5.1
Evaluatie van de ISG
In deze paragraaf wordt vraag 5 beantwoord. In december 2009 is de ISG en het handelingskader van de GOM door de afzonderlijke gemeenteraden vastgesteld. In het raadsvoorstel ter vaststelling is aangegeven dat de ISG na drie jaar zal worden geëvalueerd. Deze evaluatie is uitgevoerd in de periode september 2014-februari 201521. De hoofdconclusies van de evaluatie waren22: 1 Het totaalbeeld is dat de stakeholders overwegend positief zijn over de ISG en de resultaten van de GOM. De GOM wordt positief gewaardeerd door de actieve en succesvolle aanpak van verrommeling. 2 De planologische duidelijkheid van de ISG wordt gewaardeerd, waarmee de belangen van de greenport en het landschap goed wordt beschermd. 3 Door de planologische duidelijkheid van de ISG worden de grondprijzen van hun speculatieve overwaarde ontdaan. 4 De financiële keerzijde hiervan wordt overigens wel ervaren door telers zonder bedrijfsopvolging. Er wordt voor een modernisering gepleit van de regelgeving, om goed in te kunnen spelen op veranderende bedrijfstypen en om sterke en innovatieve spelers de ruimte te geven. Hiermee kan meer dynamiek gegeven worden aan de herstructurering. De resultaten van de evaluatie zijn verwerkt in de ISG 2016, die door de gemeenteraad van Teylingen is vastgesteld op 30 juni 2016.
Relevante zaken, in het kader van dit onderzoek, zijn te vinden in de nota van beantwoording en wijzigingen: Het belangrijkste is dat de spelregels voor bollencompensatie overeind blijven; dat is de basis onder het handelingskader van de GOM. Wel kan aan de hand van concrete voorbeelden met sectorpartijen worden bezien in welke gevallen de regeling daadwerkelijk knelpunten oplevert voor de groeimogelijkheden van teelbedrijven en welke (maatwerk)oplossingen hiervoor denkbaar zijn. Relevante wijzigingen ten aanzien van het financieringsmodel van de GOM zijn niet te vinden in deze nota. Er zijn geen wijzigingen gevonden ten aanzien van de uitgifte van bouwtitels of de sloopregeling van opstallen. In de herziene ISG van 2016 is verder geen nieuw evaluatiemoment opgenomen.
21 Bron: Inleiding van de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport 2016. 22 Bron: Evaluatie ISG Duin- en Bollenstreek, februari 2015 en interviews
Pagina 23
5.2
Informatie- en beïnvloedingsmomenten voor de gemeenteraad
In deze paragraaf wordt vraag 6 beantwoord. 1 De evaluatie was een beïnvloedingsmoment voor de gemeenteraad, zowel vooraf als achteraf: Voorafgaande aan de evaluatie had de gemeenteraad het doel en de vraagstelling kunnen beïnvloeden. Uit het evaluatierapport blijkt niet dat de gemeenteraden zijn betrokken in de voorbereiding van de evaluatie. In het Bestuurlijke Overleg van de portefeuillehouders Ruimtelijke Ordening is op 10 september 2014 besloten de evaluatie te starten. Wel blijkt uit het evaluatierapport dat in de aanpak gekozen is om met partners in de greenport te spreken, evenals met ambtelijk medewerkers en bestuurders van de gemeenten. In maart 2015 hebben de gemeenteraden ingestemd met het starten van de herziening van de ISG op basis van conclusies en aanbevelingen uit de evaluatie en in april 2015 is het plan van aanpak van de herziening door de coördinerend portefeuillehouder Greenport Duin- en Bollenstreek aangeboden aan de gemeenteraden en is in mei 2015 een startbijeenkomst georganiseerd waar raadsleden uit de gemeenten aanwezig waren. De herijkte ISG is door de gemeenteraad in 2016 vastgesteld. Hiermee is de gemeenteraad akkoord gegaan met alle wijzigingen, ten opzichte van de ISG uit 2009, en heeft de onderdelen die niet zijn gewijzigd herbevestigd. 2
Een belangrijke uitkomst van de evaluatie van de ISG is dat de spelregels voor bollencompensatie gehandhaafd blijven. Tegelijkertijd is aangegeven dat aan de hand van concrete voorbeelden met sectorpartijen worden bezien in welke gevallen de regeling daadwerkelijk knelpunten oplevert voor de groeimogelijkheden van teelbedrijven en welke (maatwerk)oplossingen hiervoor denkbaar zijn. De gemeenteraad heeft nog niet gecontroleerd of het college dit daadwerkelijk heeft gedaan23: welke knelpunten worden onderzocht en welke (maatwerk)oplossingen zijn denkbaar?
3
Om vraag 6 volledig te beantwoorden gaan we als laatste in op de vraag in welke mate de gemeenteraad in staat is om te sturen op beëindiging van of uittreding uit de GOM. Hier is in de statuten het volgende over geregeld24: “Een aandeelhouder kan in beginsel zijn aandelen overdragen aan medeaandeelhouders. Ook de vennootschap kan de aandelen kopen”. Daarbij is in de statuten gesteld dat een eventuele overdracht van aandelen enkel kan plaatsvinden na unanieme goedkeuring door de AvA, ook wel een blokkeringsregeling genoemd. Voor alle duidelijkheid: uittreding uit de GOM heeft verder geen effect op het planologisch kader uit de ISG. Wijzigingen of herziening van de ISG dienen te worden vastgesteld door de gemeenteraad, los van eventuele uitreding uit de GOM.
23 Bron: interviews
24
Bron: Statuten Greenport Ontwikkelingsmaatschappij.
Pagina 24
6
Conclusies en aanbevelingen
In dit hoofdstuk staat de hoofdnorm van het onderzoek centraal. De hoofdnorm is dat er sprake moet zijn van verlengd lokaal bestuur, in plaats van verlegd lokaal bestuur. Bij verlengd lokaal bestuur heeft de gemeenteraad grip op de GOM in de zin dat de gezamenlijke regionale, en daarmee de eigen gemeentelijke doelen, centraal staan. De gemeenteraad heeft dan voldoende instrumenten om de doelen en kaders voor de GOM te bepalen, de uitvoering door de GOM te controleren en daar waar nodig bij te sturen. Bij verlegd lokaal bestuur voert de GOM taken uit zonder een heldere aansturing vanuit de gemeenteraad of college en komt los te staan van de gemeente. De GOM gaat dan als het ware ‘een eigen leven leiden’ en de GOM (en niet de gemeenten) bepaald de doelen en kaders.
6.1
Conclusies
Kernconclusie Er is met betrekking tot de sturing op de GOM sprake van verlengd lokaal bestuur, zie verder de toelichting. Er zijn daarentegen nog mogelijkheden om de grip op het eigen ISG-beleid en de uitvoering door de GOM verder te verstevigen, zie de onderstaande drie deelconclusies.
Deelconclusies A De gemeenteraad heeft wel zicht op uitvoeringsprestaties van de GOM, maar geen zicht op de maatschappelijke effecten op de regio als geheel. Hierdoor kan de raad, indien zich een specifieke lokale casus voordoet, moeilijk afwegingen maken tussen het regionale en lokale belang. Het ISG-beleid biedt hiervoor ook nog onvoldoende een roer. Met vaststelling van het ISGbeleid zijn regionale doelen gesteld. De bijdragen aan de realisatie van de doelen van de individuele samenwerkende gemeenten is echter niet vastgesteld. Dat maakt dat lokale belangen dominant zijn en daarmee het realiseren van regionale doelen in de weg kan staan. B De gemeenteraad speelt nog onvoldoende effectief in op signalen uit de samenleving. Kritische geluiden vanuit agrariërs over eventuele negatieve bijeffecten van het ISG-beleid of de uitvoering door de GOM hoort de raad wel aan maar kan deze moeilijk beoordelen. C De gemeenteraad vult nog onvoldoende tijdig en op een transparante wijze zijn controlerende rol in en wordt daartoe ook niet in alle gevallen in staat gesteld. A t/m C tezamen dragen bij aan twijfels binnen de gemeenteraad of het ISG-beleid - en de uitvoering door de GOM - voldoende doeltreffend is of zelfs contraproductief werkt. Zie verder de toelichting op de deelconclusies A t/m C.
Pagina 25
TOELICHTING OP DE KERNCONCLUSIE Er is met betrekking tot de sturing op de GOM sprake van verlengd lokaal bestuur. De gemeenteraad heeft hiervoor alle noodzakelijke beïnvloedingsinstrumenten in handen:
1
2 3 4 5
De GOM is een uitvoeringsorganisatie, er zijn geen beleidsbevoegdheden vanuit de gemeenten overgedragen aan de GOM. De GOM heeft geen enkele publiekrechtelijke bevoegdheid voor ordening van het buitengebied van de gemeenten. Met vaststelling van de ISG in 2009, en de herziene versie in 2016, heeft de gemeenteraad de doelen en kaders met betrekking tot de ruimtelijke ordening van het buitengebied vastgesteld. Met een samenwerkingsovereenkomst uit 2008, en een uitvoeringsparagraaf van de ISG, heeft de gemeenteraad de spelregels en het handelingskader van de GOM vastgesteld. De ISG is geëvalueerd, evaluatiemomenten bieden voor de gemeenteraad kansen om het eigen beleid (ISG) en de sturing op de GOM bij te sturen. Handelingen van de GOM, die kunnen leiden tot wijziging van het bestemmingsplan van (delen) van het buitengebied, zijn in feite enkel voorbereidend voor de reguliere ruimtelijke procedure van de gemeente. Binnen deze procedure heeft de gemeenteraad een stevige positie.
DEELCONCLUSIE A: ZICHT OP MAATSCHAPPELIJKE EFFECTEN De gemeenteraad heeft via de jaarverslagen van de GOM goed zicht op de uitvoeringsprestaties van de GOM. Het biedt zicht op: 1 Het aantal en de plekken waar verrommeling is opgeruimd en opstallen zijn gesloopt. 2 Het aantal, de plekken en omvang in ha waarbij sprake is geweest van bollengrondcompensatie. 3 Het aantal, de plekken en omvang in ha waarbij sprake is van bollengrondverbetering. 4 Het aantal en de plekken waar bouwtitels voor greenportwoningen zijn uitgegeven en waar de woningen zijn gerealiseerd. 5 De projecten die onderhanden zijn en een overzichtskaart met locaties van gerealiseerde greenportwoningen en locaties die zijn afgewezen door gemeenten.
Ondanks al deze informatie is het voor de gemeenteraad niet te bepalen wat het daadwerkelijke maatschappelijke effect is, ook omdat in de ISG hiervoor geen evalueerbare doelen worden gesteld. Dat roept bij raadsleden vragen op, zoals: wat zegt het aantal plekken waar verrommeling is opgeruimd over de stand van zaken in het hele gebied? Wat zegt het aantal ha waarbij sprake is van bollengrondcompensatie en bollengrondverbetering over de status van de hele regio? Is de regio nu werkelijk vitaler geworden: wat is het effect voor de regionale economie, werkgelegenheid en leefbaarheid? Doordat dit zicht niet helder is heeft de raad moeite om lokale belangen af te wegen tegen regionale belangen en daar zich richting de samenleving over te verantwoorden. Bijvoorbeeld rondom het idee om de bouw van een cluster van greenportwoningen toe te staan. Is de opoffering van bollengrond te rechtvaardigen? Hoe is de bouw van relatieve dure greenportwoningen te verantwoorden in het geval er nog een tekort is aan goedkopere woningen? Er is verder ook geen dwingend kader om dergelijke keuzes te rechtvaardigen. De samenwerkende gemeenten hebben met vaststelling van het ISG-beleid een maximum vastgesteld met betrekking tot de uitgifte van bouwtitels voor greenportwoningen voor de gehele regio. Er is echter niet vastgesteld welk aandeel iedere gemeente hier in heeft.
DEELCONCLUSIE B: INSPELEN OP SIGNALEN UIT DE SAMENLEVING Er zijn kritische geluiden van agrariërs over het ISG-beleid, met name over eventuele negatieve bijeffecten van dat beleid. Deze geluiden bereiken ook de raad, mede omdat betrokkenen gebruik maken van het inspreekrecht. De kritische geluiden gaan in de ogen van betrokkenen over het
Pagina 26
onnodig opofferen van goede bollengrond, het marktverstorende effect van het ISG-beleid en de kapitaalvernietiging door sloop van bruikbare stallen. In het kader van dit onderzoek zijn deze geluiden verder niet inhoudelijk beoordeeld. De relevantie voor dit onderzoek zit in het feit dat de raad kan inspelen op deze kritische geluiden door zijn volksvertegenwoordigende en controlerende rol in te vullen: door te beoordelen of de genoemde negatieve bijeffecten inderdaad aan de orde zijn. De raad vult op dit punt echter zijn rol niet voldoende in of wordt daartoe onvoldoende in staat gesteld, want:
De individuele casussen (dossiers) zijn enkel onder geheimhouding door raadsleden in te zien. Dat belemmert de raad in het voeren van een transparant debat op basis van feitelijk materiaal. Het gevolg is dat er allerlei beeldvorming ontstaat zonder dat daar goed richting aan kan worden gegeven. De raad roept nog niet voldoende het college ter verantwoording of draagt het college op een onderzoek te doen naar eventuele negatieve bijeffecten van het ISG-beleid of de uitvoering door de GOM. Er is geen structureel overleg met agrarische koepel- of belangenorganisaties waarin het beleid - de doeltreffendheid en eventuele bijeffecten - met enige regelmatig wordt besproken. Er is geen structureel en regelmatig overleg tussen gemeenteraden op regionaal niveau waarbij ervaringen worden gedeeld over de doeltreffendheid van het ISG-beleid, de uitvoering door de GOM en eventuele bijeffecten van het beleid.
Daarbij opgemerkt dat de raad wel recent een raadswerkgroep heeft ingericht om eigen onderzoek te doen en er in december 2019 een regionale raadsbijeenkomst is georganiseerd. DEELCONCLUSIE C: TIJDIGE EN TRANSPARANTE INVULLING VAN DE CONTROLERENDE ROL De gemeenteraad vult nog onvoldoende tijdig en op een transparante wijze zijn controlerende rol in en wordt daartoe ook niet in alle gevallen door het college in staat gesteld. In de voorliggende deelconclusies is hier op onderdelen al wat over gezegd. In deze deelconclusie wordt dit vanuit een bestuursrechtelijk perspectief verder toegelicht.
De GOM is een privaatrechtelijk persoon en wordt niet beheerst door het publiekrecht. Hierdoor moeten waarborgen met betrekking tot openbaarheid van verantwoording en informatie afzonderlijk worden geregeld, terwijl deze bij publiekrechtelijke verbanden van rechtswege gegeven zijn. Deze waarborgen zijn echter in het geval van de GOM niet geregeld. Dit uit zich in de volgende zaken die de kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraad belemmeren of bemoeilijken: Aan de raad is geen expliciete keuzemogelijkheid voorgelegd met zicht op alle voor- en nadelen van een publiekrechtelijke en een privaatrechtelijke samenwerkingsvorm, en er is geen voorstel voorgelegd hoe de nadelen van een privaatrechtelijke vorm kunnen worden opgeheven. De huidige nota verbonden partijen van 2018 biedt hiervoor overigens wel een handreiking maar die was in de periode van besluitvorming over de oprichting van de GOM nog niet voorhanden. De gemeenteraad ontvangt geen begroting, jaarplannen of tussentijdse rapportages over de uitvoering van het ISG-beleid door de GOM. De gemeenteraad ontvangt een jaarverslag van de GOM maar kan daar formeel geen zienswijze op indienen. De gemeenteraad kan enkel onder geheimhouding kennis nemen van specifieke casussen.
Pagina 27
6.2
Aanbevelingen
In dit hoofdstuk staat het doel van het onderzoek van de rekenkamercommissie centraal. Namelijk een bijdrage leveren aan het inzicht in de beïnvloedingsmogelijkheden van de gemeenteraad op de doelen en activiteiten van de GOM, teneinde de kaderstellende, controlerende en volksvertegenwoordigende rol van de gemeenteraad te versterken. De onderstaande aanbevelingen sluiten aan op de conclusies uit de voorgaande paragraaf. Dat wil zeggen aanbeveling 1 sluit aan op conclusie 1, aanbeveling 2 op conclusie 2 et cetera. Daarbij opgemerkt dat de opvolging van een afzonderlijke aanbeveling versterkend kan werken voor andere aanbevelingen. De aanbevelingen moeten dus ook in samenhang worden bezien. AANBEVELING AAN DE RAAD
1
Maak het mogelijk om regionale doelen (de ISG) af te wegen tegen lokale belangen en vraag het college hiertoe de gemeenteraad in staat te stellen. Hiervoor is het volgende nodig: Ontstijg het niveau van sturing op enkel middelen en uitvoeringsprestaties. Richt de sturing meer op maatschappelijke doelen en het verband met uitvoeringsprestaties. Zie als handreiking de onderstaande figuur met voorbeelden voor kernvragen. Zorg voor meer zicht op regionale maatschappelijke effecten van het ISG-beleid en de uitvoering daarvan door de GOM. Weeg op basis van dat zicht af of een lokaal besluit voor de bouw van een cluster van greenportwoningen opweegt tegen de regionale maatschappelijke effecten. Borg dit structureel in raadsvoorstellen door een paragraaf op te nemen waarbij regionale én lokale effecten inzichtelijk zijn.
Pagina 28
2
Organiseer structureel en regelmatig bijeenkomsten met andere gemeenteraden in combinatie met ruimte voor koepel- en belangenorganisaties. Benut deze bijeenkomsten om ervaringen uit te wisselen, te komen tot gedeelde beeldvorming over effecten en bijeffecten van het ISGbeleid en de uitvoering daarvan door de GOM. Verken de kansen om effecten van het beleid te vergroten en eventuele negatieve bijeffecten tegen te gaan. Denk bij dit laatste aan de door sommige agrariërs veronderstelde verstoring van de markt, door bijvoorbeeld hierover meningen te peilen of het college te verzoeken een onderzoek te starten. Verleg hiermee het samenwerkingsspel naar regionaal niveau, waardoor de afweging tussen regionale doelen (ISG) en lokale belangen ook gevoed kan worden. Dit biedt onder meer kansen om: Vitale coalities te smeden, gezamenlijke standpunten te ontwikkelen en door krachtenbundeling de beïnvloedingskracht te versterken. Hier zijn landelijk al veel voorbeelden van. Bijvoorbeeld in die gevallen waarbij gemeenteraden gezamenlijk een zienswijze afstemmen op de begrotingen van gemeenschappelijke regelingen. Regionale doelen te vertalen naar lokale bijdragen aan die doelen, en die bijdragen op elkaar af te stemmen. Meer van buiten naar binnen te werken door signalen uit de lokale samenleving meer te bundelen en te komen tot inzichten die structureel van aard zijn.
3
Vraag aan het college om de mogelijkheden te verkennen om waarborgen in te bouwen met betrekking tot openbaarheid van verantwoording door en informatie van de GOM, vergelijkbaar met die van een publiekrechtelijke samenwerkingsvorm. Daarbij is de kernvraag aan de orde of geheimhouding van informatie opweegt tegen het publieke belang ten aanzien van openbaarheid van bestuur. Stel hierbij in ieder geval de volgende onderwerpen ter discussie en voer hierover het gesprek met het college: De aansluiting op de nota verbonden partijen waarin aangegeven is dat nadere regels kunnen worden vastgesteld voor privaatrechtelijke samenwerkingsvormen. Dit is ook van toepassing op de GOM en kan in het vervolg ook worden opgenomen in raadsvoorstellen over eventuele toekomstige deelname aan privaatrechtelijke samenwerkingen. Het recht om zienswijzen in te dienen op de begroting en (meer)jaarplannen van de GOM. Het ontvangen van tussentijdse openbare rapportages over de uitvoering door de GOM. Het openbaar maken van informatie over specifieke projecten en casussen. Het opbouwen van een overzichtelijk dashboard waarmee de gemeenteraad snel en actueel zicht heeft op relevante stuurinformatie. Het in dit rapport opgenomen dashboard kan hierbij ter inspiratie dienen en er zijn voorbeelden van gemeenten die hiervoor online tools gebruiken.
AANBEVELING AAN HET COLLEGE
1
Ontwikkel meer zicht op maatschappelijke effecten van het ISG-beleid, om daartoe de raad in staat te stellen lokale belangen af te wegen tegen regionale belangen. Wellicht vraagt dit om meer te investeren in ‘beleidsintelligentie en –monitoring’, dat ook mogelijk bruikbaar is op andere beleidsterreinen.
2
Ontwikkel met de andere colleges van de samenwerkende gemeenten een regionale agenda of programma voor structurele en regelmatige bijeenkomsten op regionaal niveau tussen gemeenteraden met ruimte voor koepel- en belangenorganisaties en de GOM.
Pagina 29
3
Bezie met andere colleges hoe waarborgen in te bouwen naar de GOM met betrekking tot openbaarheid van verantwoording en informatie van de GOM. Dit bovenop de bestaande samenwerkingsafspraken en statuten van de GOM. Stel daarmee de gemeenteraad meer in staat zijn controlerende rol in te vullen. Dit biedt mede een ontwikkelperspectief om het gesprek tussen de gemeenteraad en het college meer op strategisch niveau te tillen. Hiervan zijn overigens al voorbeelden voorhanden. Bijvoorbeeld binnen de provincie ZuidHolland waar ook dergelijke waarborgen zijn ingebouwd voor de sturing op privaatrechtelijke samenwerkingsverbanden.
Pagina 30
Bijlage 1
Dashboard van de GOM
Achtergrond en functie van het dashboard In dit deel wordt het dashboard van de GOM gepresenteerd. Het dashboard is een instrument dat de gemeenteraad direct zicht biedt op de belangrijkste sturingsinformatie. Het dashboard van de GOM is gevuld met de bevindingen uit het onderzoek, maar kan in de toekomst ook door de gemeente Teylingen zelf gebruikt worden voor actualisatie. Het dashboard kan dan fungeren als (zelf)evaluatietool. De informatie wordt dan periodiek bijgewerkt.
Opbouw dashboard Het dashboard is opgebouwd uit drie tabellen: 1 De eerste tabel gaat over de algemene kenmerken van een samenwerkingsverband. In deze tabel wordt het samenwerkingsverband algemeen beschreven, de sturings- en controlemogelijkheden weergegeven en het relatief belang. Het laatste in termen van financieel belang, risico’s en politiek-bestuurlijk belang. 2 De tweede tabel presenteert de resultaten van het samenwerkingsverband: de doelen en mate waarin de doelen worden gerealiseerd en de politieke aandachtspunten. 3 De derde tabel behandelt de mate waarin de gemeente grip heeft op het samenwerkingsverband. In de vorm van een kernwaardering (Is er grip op samenwerking?), en met onderliggende variabelen als afwegingskader om tot een kernwaardering te komen. Daar waar sprake is van een waardering wordt dat als volgt uitgedrukt: + Voldoende 0 Gemiddeld Onvoldoende
Pagina 31
Pagina 32
Pagina 33
Pagina 34
Bijlage 2 Normenkader Normenkader HOOFDNORM: VERLENGD IN PLAATS VAN VERLEGD LOKAAL BESTUUR De hoofdnorm vormt de rode draad in het onderzoek en laat zien vanuit welk perspectief wij de grip van de gemeente(raad) op samenwerkingsverbanden beoordelen. Wij sluiten hiervoor aan bij het beproefde onderscheid tussen verlegd en verlengd lokaal bestuur.
Bij verlengd lokaal bestuur houdt de gemeente grip en regie op de samenwerking in de zin dat eigen doelen centraal staan. Belangrijk onderscheid hierbij is de samenwerking gericht op beleidsafstemming en de samenwerking gericht op uitvoering. – Verlengd lokaal bestuur bij beleidsafstemming betekent dat het college met een helder inhoudelijk mandaat vanuit de gemeenteraad werkt en in de eventuele onderhandelingen in het samenwerkingsverband de belangen en visie van de gemeente goed kan behartigen. – Verlengd lokaal bestuur bij uitvoering betekent dat er sprake is van een goede opdrachtgever/ opdrachtnemer relatie. Het gemeentebestuur is in staat precies te formuleren wat de beoogde resultaten zijn en de opdrachtnemer kan deze resultaten leveren – zonder dat er sprake is van afhankelijkheid. Indien de prestaties onder de maat zijn of veel te duur, kan de opdrachtgever bijsturen of een andere opdrachtnemer ‘inhuren’. Van verlegd lokaal bestuur is sprake indien samenwerkingsverbanden taken overnemen van de gemeente zonder heldere aansturing. Bij verlegd bestuur gaan samenwerkingsorganen ‘een eigen leven leiden’, ze komen los te staan van de gemeente en het samenwerkingsorgaan (en niet de gemeenten) bepalen de doelen en de richting.
Figuur: Verlengd versus verlegd lokaal bestuur
Pagina 35
Vanuit het perspectief van ‘verlengd of verlegd lokaal bestuur’ is het normenkader opgesteld, wij sluiten daarbij aan op de blokken uit het evaluatiemodel.
(A) Inventarisatie van samenwerkingsverbanden Het betreft een inventarisatie en beschrijving. Daarvoor gelden geen normen.
(B) Aangaan van samenwerking Bij het aangaan van een samenwerkingsverband is het van belang dat de gemeenteraad heldere kaders meegeeft aan het college. Hiervoor zijn in ieder geval de volgende zaken van belang: 1
Er is een heldere en door de gemeenteraad gedragen strategische visie op samenwerking. In deze visie is bijvoorbeeld opgenomen wat de ambities en doelen zijn op het gebied van samenwerking, wie/wat eventueel preferente partners en vormen zijn en welke samenwerkingsverbanden er al zijn. De visie helpt om vanuit overzicht keuzes te maken over het aangaan van samenwerking, in plaats van dat dit ‘verkokerd’ of ad hoc gebeurt.
2
De gemeenteraad beschikt over en gebruikt een afwegingskader voor het aangaan van nieuwe samenwerking. Het afwegingskader biedt bijvoorbeeld zicht op de stappen en afwegingen die doorlopen moeten worden bij het maken van keuzes over nieuwe samenwerkingsverbanden en de (voor- en nadelen van) mogelijke samenwerkingsvormen.
3
De gemeenteraad geeft heldere kaders mee aan het college wanneer de mogelijkheden tot samenwerking verkend worden. De kaders bevatten in ieder geval: > Inhoudelijke en evalueerbare doelen ten aanzien van de taak waarop mogelijk samengewerkt gaat worden: wat moet er inhoudelijk bereikt worden? > Motieven voor samenwerking: welke meerwaarde moet samenwerking bieden boven de taak of opgave alleen oppakken? > Randvoorwaarden: bijvoorbeeld welke sturingsmogelijkheden/bevoegdheden wil de gemeenteraad behouden, op welke manier moet de gemeente vertegenwoordigd zijn in de samenwerking en hoe eenvoudig moet het zijn om uit te treden? Evalueerbare doelen zijn doelen die op een dusdanige manier zijn geformuleerd dat de gemeenteraad ook achteraf kan controleren in welke mate de doelen zijn gerealiseerd. Aan evalueerbare geformuleerde doelen stellen wij de volgende eisen: Specifiek: het beoogde resultaat is concreet, eenduidig te interpreteren en helder afgebakend. Meetbaar: de maatstaf voor het resultaat is duidelijk. Die maatstaf kan kwantitatief van aard zijn (telbare eenheid) of kwalitatief (voorbeelden die de kern raken, beeldmateriaal, enquêtes et cetera). Of ook een mix van kwantitatieve en kwalitatieve maatstaven is mogelijk. Tijdgebonden: het is duidelijk wanneer het beoogde resultaat is bereikt.
4
Het college stelt de gemeenteraad in staat om op basis van zicht op verwachte kosten en prestaties een keuze te maken over het wel of niet aangaan van samenwerking.
(C) Beheren: sturing, controle en verantwoording van samenwerking 5
De gemeente(raad) heeft voldoende overzicht en inzicht. Het gaat onder meer om: > Tijdige en accurate informatie van het college over nieuwe ontwikkelingen, risico’s, resultaten en politiek relevante keuzevraagstukken. > Informatie aan de gemeenteraad is ‘lokaal’ en biedt inzicht in de financiële en inhoudelijke resultaten voor de eigen gemeente. > Zicht op realisatie van de beoogde meerwaarde van samenwerking.
Pagina 36
6
De gemeente(raad) heeft voldoende sturingsmogelijkheden en maakt hier gebruik van. Hierbij gaat het onder meer om: > Bevoegdheden en invloedsmiddelen. Moet de gemeenteraad bijvoorbeeld instemmen met de begroting of is de gemeente slechts een van de vele aandeelhouders die stemt op een aandeelhoudersvergadering? > Lokale beleidsruimte en mogelijkheden voor lokaal maatwerk: biedt samenwerking de mogelijkheid tegen aanvaardbare kosten lokaal maatwerk af te nemen of is het ‘one size fits all’? > Heldere kaders/mandaat meegeven: gaan vertegenwoordigers van de gemeente in de samenwerking met een heldere opdracht of boodschap op pad om het gesprek of de onderhandeling met andere gemeenten aan te gaan? > Contact tussen de verschillende gemeenteraden of collega-fracties om een succesvolle invloedspoging te organiseren. > Timing: komt de gemeenteraad op tijd in beeld om te kunnen sturen en controleren?
7
De verantwoording van de samenwerkingsverbanden biedt informatie op maat. De gemeenteraad heeft op basis van deze informatie voldoende zicht op de samenwerkingsverbanden en de mate waarin zij (tegen welke kosten) lokale doelen realiseren. Dit stelt de gemeenteraad in staat om het samenwerkingsverband te controleren en een oordeel te vellen over doeltreffendheid en doelmatigheid van het samenwerkingsverband.
8
De lokale samenleving wordt (burgers, maatschappelijke organisaties en/of bedrijven) betrokken bij beleids- en planontwikkeling en/of de uitvoering daarvan.
(D) Evaluatie van samenwerking 9
Voor alle samenwerkingsverbanden wordt door gemeenteraad en college periodiek (en wanneer daar directe aanleiding toe is) geëvalueerd in welke mate deze nog steeds de beoogde meerwaarde bieden. Indien nodig wordt besloten tot wijziging, uittreding of beëindiging van samenwerking.
10
De gemeenteraad is in staat om de samenwerking te wijzigen, te verlaten of te beëindigen indien daartoe aanleiding bestaat.
11
Bij de start van samenwerkingsverbanden worden afspraken gemaakt over de mogelijkheden voor uittreding en beëindiging van samenwerking. De gemeenteraad heeft zicht op deze mogelijkheden (en de materiële en immateriële kosten hiervan).
Pagina 37
Bijlage 3 Respondenten- en Bronnenlijst Dhr., mevr., Voorletter(s) Dhr. H. de Dhr. G. Dhr. M. Dhr. R. Mw. M. Dhr. O.
Naam
Functie
Organisatie
Jong Mostert Randsdorp Rietveld Volten Zwart
Wethouder, portefeuillehouder Wethouder, portefeuillehouder Ambtelijk accounthouder Ambtelijk accounthouder Wethouder, portefeuillehouder Directeur
Gemeente Noordwijk Gemeente Katwijk Gemeente Teylingen Gemeente Teylingen Gemeente Teylingen GOM
Dhr. F. Dhr. R. Dhr. F. Dhr. F. Dhr. D. Mevr. S. Mevr. R. Dhr. F.
Beijk Konings Koot Nederstigt Verhoeff Vries- van den Beukel Wietsema Welters
Fractie VVD Fractie VVD Fractie D66 Fractie CU Fractie GroenLinks Fractie CDA Fractie CDA Fractie Trilokaal
N.N. N.N. N.N. N.N.
N.N. N.N. N.N. N.N.
Agrariër gemeente Teylingen Agrariër gemeente Teylingen Agrariër gemeente Teylingen Agrariër gemeente Teylingen
Jaar 2009 2014 2015 2016 2017 2018
2018 2018 2018 2018 2018 2019 2019
Titelbeschrijving Samenwerkingsovereenkomst Greenport Duin- en Bollenstreek 1 januari 2009 Greenport Ontwikkelingsmaatschappij (GOM) Gezamenlijk grondbedrijf in Duin- en Bollenstreek, artikel, 8 september 2014 Samenwerkende greenportgemeenten, Evaluatie Intergemeentelijke structuurvisie Greenport Duin- en Bollenstreek, februari 2015 Samenwerkende Greenportgemeenten, Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport 2016, februari 2016 Greenport Ontwikkelingsmaatschappij (GOM), Op weg naar een toekomstbestendige bollenstreek: focus op modernisering en vooruitgang, jaarverslag 2016, 24 mei 2017 Gemeente Teylingen, Nota Verbonden partijen 2018, 5 februari 2018.
Inclusief: Conceptnota verbonden partijen 2018, collegebesluit, kenmerk Z-17-030464/D-79478, 27 februari 2018 Greenport Ontwikkelingsmaatschappij (GOM), Adviesaanvraag en maatwerkadvies voor Maatwerk in de Greenport, locatie Loosterweg 51f, Voorhout, aanvraag door gemeente Teylingen, februari 2018 Greenport Ontwikkelingsmaatschappij (GOM), Meerjarenprogramma 2018-2023, 3 mei 2018 Greenport Ontwikkelingsmaatschappij (GOM), Adviesaanvraag en maatwerkadvies voor Maatwerk in de Greenport, locatie Akervoorderlaan 40, Voorhout, aanvraag door gemeente Teylingen, oktober 2018 Gemeente Teylingen, Programmabegroting 2019-2022, 8 november 2018 Nota Verbonden partijen Greenport Ontwikkelingsmaatschappij (GOM), Vastberaden vooruit, verantwoord versnellen, jaarverslag 2018, juli 2019 Greenport Ontwikkelingsmaatschappij (GOM), , Adviesaanvraag en maatwerkadvies voor Maatwerk in de Greenport, locatie Jacoba van Beierenweg 152, Voorhout, aanvraag door gemeente Teylingen, oktober 2019
/ gemeente
± Noordwijk Aan VON/Vrije Ondernemers Noordwijk Voorstraat 42 220] HW Noordwijk
Postbus 208 2200 AG Noordwijk T ~3] (0)71 36 60 000
Noordwijk, 18 december 2020
gemeente @ noordwijk. n I www.noordwijk.nl
Uw kenmerk Uw brief van
Zaaknu mm er Behandeld door Verzenddatum Onderwerp Bij lag en
11 november2020 80262
Kvi< nummer 73538469 BTW NL8257.92.150.BO1
23 DEC 21)20
BAN NL340N0H0285044621
Rapport Duin- en Bollenstreek 2020+
Bio BNGHNL2G
Geachte heer/mevrouw, Bij brief van 11 november 2020 hebt u de colleges van burgemeester en wethouders alsmede de gemeenteraden van de Greenportgemeenten, het rapport 'Duin- en Bollenstreek 2020~' toegezonden. Een, zoals u aangeeft, analyse van de herstructurering van de Duin- en Bollenstreek en het resultaat
van 10 jaar Greenport Ontwikkelingsmaatschappij (GOM).
Omdat u het rapport hebt aangeboden aan alle Greenportgemeenten willen wij als gezamenlijke colleges van burgemeester en wethouders een reactie geven op dit rapport. Ruimtelijk beleid voor de Greenport Duin- en Bollenstreek.
In eerste instantie merken wij op dat wij het waarderen dat ook vanuit ondernemerskringen binnen
de Greenport Duin- en Bollenstreek wordt meegedacht aan de realisatie van een breed gedragen ruimtelijk duurzaam doel, namelijk de integrale herstructurering van de Greenport Duin- en Bollenstreek, gekoppeld aan de verbetering van het kenmerkende cultuurhistorische en natuurlijke
waardevolle landschap van de streek. Dat is immers ook de reden geweest dat door de Greenportgemeenten al decennialang een ruimtelijk wordt gevoerd om deze hoofddoelen te
realiseren. In eerste instantie gezamenlijk met het, door alle stakeholders in de Duin- en Bollenstreek waaronder de agrarische sector, breed gedragen manifest Pact van Teylingen (1996). De doelstellingen van het Pact van Teylingen zijn vervolgens gecontinueerd in de in 2009
Gemeente Noordwijk, îToordwijk, Noordwijkerhout & De Zilk
vastgestelde Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport Duin- en Bollenstreek (ISO) en zijn, meest
recentelijk, herbevestigd bij de evaluatie en integrale herziening van de ISG eind 2016. Bij de evaluatie van de ISO van 2009 in 2016 is overigens gebleken dat: ¯
de planologische duidelijkheid voor de Greenport van groot belang is en overeind moet blijven.
¯
de aanpak door de OOM wordt gewaardeerd.
de hoofdlijnen van de ISG niet ter discussie worden gesteld. binnen de kaders kan en wel gezocht moet worden naar mogelijkheden om de dynamiek
¯
¯
te vergroten en de uitvoering te versnellen. Er worden door diverse partijen verbeteringen gewenst in de gezamenlijke beleidsvorming en aanpak van de herstructureringsopgave.
Om krachtdadig en efficiënt tot uitvoering te komen van de herstructureringsopgave, hebben de Greenportgemeenten in 2010 GOM opgericht. OOM opereert binnen de door de gemeenteraden van
de Greenportgemeenten vastgestelde kaders van de 15G. In het geval er nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden (bijvoorbeeld de bouw van Greenportwoningen of de in het verleden bestaande mogelijkheid voor compensatiewoningen op grond van de regeling Ruimte -voor-ruimte), dan is daarvoor voorafgaand separate instemming noodzakelijk van de betreffende gebiedsgemeente. Kortom, de verantwoordelijkheid voor de ruimtelijk kaders in de ISO en de uitvoering daarvan in ruimtelijke plannen, berust volledig bij de gemeenteraden van de Greenpoortgemeenten. OOM heeft daarin geen bevoegdheden maar slechts een op concrete
uitvoering gerichte taak binnen de door de gemeenteraden bepaalde ruimtelijke kaders.
Duin- en Bollenstreek 2020+, Visie naar Voren Zoals hiervoor is aangeven, stellen wij het op prijs dat vanuit de samenleving breed wordt meegedacht over, en ook mede uitvoering wordt gegeven aan de breed gedragen doelstellingen van het ruimtelijk beleid voor het Oreenportgebied, vastgelegd in de ISO. Wij merken daarbij op dat sprake moet zijn van de juiste feiten en omstandigheden waarop het 'meedenken' is gebaseerd. Dat is met het analyse 'Duin- en Bollensteek 2020+, en Visie naar Voren' helaas voor het overgrote deel
van het rapport niet geval. Het bedoelde rapport bevat meerdere foutieve aannames, berekeningen, feitelijke onjuistheden en
daarom onjuiste conclusies. Dit rechtvaardigt een reactie op hoofdlijnen met de volgende inhoud: ¯
Uw analyse bevestigt het beleid van de ISO om een minimum areaal le klas (2625 ha)
bollengrond te handhaven. Ook het belang van het behoud van het minimum areaal bollengrond voor
de economie, het toerisme en het landschap wordt door u bevestigd.
Pagina 2 van 4
¯
Om, ook de door u, ondersteunde en beschreven handhaving van de bollenteelt en het
kenmerkende landschap veilig te stellen, is juist de ISG vastgesteld. Het is vervolgens aan de Greenportgemeenten om uitvoering te geven aan het ISG -beleid. Eén van de onderdelen van het ISG
-
beleid is het uitvoeren van concrete herstructureringsprojecten, waarvoor de Greenportgemeenten GOM BV. hebben opgericht. De planologische bevoegdheid bij de uitvoering van het ISG -beleid, en
dus ook bij herstructureringsprojecten, berust geheel bij de Greenportgemeenten. Zo is ook voor de
bouw van Greenportwoningen een instemmend planologisch besluit noodzakelijk van de gemeenteraad van die gemeente waarbinnen een dergelijk project plaatsvindt. Het door u aangevoerde 'lukraak' bouwen door GOM van Greenportwoningen is feitelijk onjuist. De GOM bouwt
geen woningen maar verkoopt alleen bouwtitels voor Greenportwoningen, waarmee de
gemeenteraden in planologische zin hebben ingestemd op basis van een uitgebreide ruimtelijke onderbouwing. In de betreffende ruimtelijke onderbouwing wordt door de gemeenten getoetst aan
ondermeer het geldende bestemmingsplan, het Landschapsperspectief van de lSG en een aanvullend locatiespecifiek landschappelijk/stedenbouwkundig advies ten aanzien van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling. Bij de alsdan te volgen ruimtelijke procedures staan bovendien de gebruikelijke wettelijke inspraak- en beroepsmogelijkheden open. Dit is een zorgvuldig
democratisch besluitvormingsproces dat allerminst als 'lukraak' kan worden bestempeld. ¯
In uw analyse wordt ten onrechte beweerd dat GOM een organisatie is zonder sturing. GOM
werkt binnen haar taakopdracht namelijk als verlengd bestuur op basis van een vastgestelde governance (vastgelegde afspraken over besturen, gedragscode en toezicht). De Greenportgemeenten zijn de enige aandeelhouders van B.V. GOM. De Greenportgemeenten vormen
gezamenlijk de Algemene Vergadering van Aandeelhouders en als zodanig beschikken zij over de
wettelijk verankerde vennootschapsrechtelijke bevoegdheden. De Raad van Commissarissen treedt op als onafhankelijk toezichthouder op het bestuur van GOM. ¯
Het behoud van het areaal le klas bollengrond alleen is niet voldoende voor een duurzame
toekomstige ontwikkeling van het Geenportgebied, en daarmee van de bollensector. Daarvoor is een integrale herstructurering van de bollensector noodzakelijk in combinatie met landschapsherstel.
Daarvoor zijn middelen noodzakelijk, welke hoofdzakelijk beschikbaar moeten komen door de bouw
van Greenportwoningen, waarvoor bouwtitels moeten worden afgedragen alsmede door de
verplichting van bollengrondcompensatie. In beide situaties, of een combinatie daarvan, is een
afdracht aan GOM noodzakelijk. Primair moeten zowel de aankoop van bouwtitels als de bollengrondcompensatiê worden afgedragen aan de afzonderlijke Greenportgemeenten maar deze bevoegdheid is door de Greenportgemeenten overgedragen aan GOM. De ISG met de uitvoeringsinstrumenten van bouwtitels en bollengrondcompensatie, werkt sinds 2009 als een
'Zwitsers uurwerk'. Deze constatering is breed bevestigd door alle stakeholders, betrokken bij de evaluatie in 2015 van de in 2009 vastgestelde ISG. De doelstellingen en uitgangspunten van de ISG, inclusief de werkwijze van GOM, zijn bovendien raadsbreed herbevestigd door alle gemeenteraden
Pagina 3 van 4
van de Greenportgemeenten bij de vaststelling van de herziene ISG in 2016. Met de door u voorgestelde 'Visie naar voren', inhoudende dat er geen ruimte meer voor GOM zou zijn maar meer
ruimte om 'de markt zijn werk te laten doen', wordt de situatie weer hersteld van vóór de ISG, namelijk dat de verrommeling van het Greenportgebied juist weer toeneemt. Sterker nog, de breed gesteunde herstructurering van de sector alsmede het herstel van het karakteristieke
bollenlandschap wordt belemmerd en wordt zelfs in negatieve zin versterkt. ¯
Uw stelling dat door de bouw van Greenportwoningen bollengrond voor altijd verloren gaat
is feitelijk onjuist. Een aanzienlijk deel van de reeds gerealiseerde Greenportwoningen is namelijk
helemaal niet op voor planologisch bestemde bollengrond gebouwd maar wel op ondermeer glastuinbouwbestemmingen en bestaande agrarisch bouwvlakken. Daarnaast kunnen de gemeenten er in het kader van hun ruimtelijke ordeningsbevoegdheden bij uitstek voor zorgen dat geen onnodige bollengrond wordt onttrokken bij de ruimtelijke planprocedures. Mocht er onverhoopt toch
planologisch bestemde 1e klas bollengrond verloren gaan voor de bouw van Greenportwoningen, dan
zal ook die grond volledig gecompenseerd worden, conform de spelregels van de ISG. Het door u geschetste doemscenario is derhalve ongegrond en gebaseerd op onjuiste veronderstellingen.
Hoogachtend,
Burgemeester en wethouders van Noordwijk De secretaris, De burgemeester,
F.G. Mencke
Pagina 4 van 4
Mw. W.J.A. Verkleij
Duin- en Bollenstreek 2020+ VISIE NAAR VOREN
Analyse herstructurering in de Duin- en Bollenstreek en het resultaat van 10 jaar Greenport Ontwikkelings Maatschappij BV (GOM)
November 2020
VISIE NAAR VOREN
Voorwoord De afgelopen jaren klinken er opvallend veel geluiden van ondernemers en burgers die hun zorgen uiten over de herstructurering van de Duin- en Bollenstreek en met name over de rol die Greenport Ontwikkelings Maatschappij BV (GOM) daarin speelt. De rol van GOM in het buitengebied is zo ingrijpend dat velen er vroeg of laat mee te maken krijgen. Mensen durven dan ook niet openlijk met hun kritiek op GOM naar buiten te treden. Als Vrije Ondernemers Noordwijk (VON) hebben wij daarom besloten de informatie te analyseren. Voert GOM het beleid uit de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport Duin- en Bollenstreek (ISG) wel op de juiste manier uit? Het antwoord op deze vraag en overige gevolgen van het GOM-beleid hebben we in kaart gebracht en in dit rapport samengevat. In deze ‘VISIE NAAR VOREN’ laten we tevens zien waarom beleidsaanpassingen bij de inrichting van de ‘nieuwe toekomstbestendige Duin- en Bollenstreek’ noodzakelijk zijn. In het buitengebied is er een toenemende vraag naar alternatieve bestemmingen voor ‘vrijgekomen’ agrarische woningen, schuren, kassen en landerijen. Het huidige beleid staat dit echter niet toe. Er ontstaan steeds meer knellende situaties die om een spoedige oplossing vragen. Tegelijkertijd bieden juist deze situaties ‘kansen’ die benut kunnen worden. Die kansen zijn in feite de oplossing.
Maar die oplossing komt er alleen bij voorwaardelijke aanpassing en verruiming van het huidige beleid. Uit de verhalen van medeburgers blijkt dat we duidelijk moeten kiezen voor de weg naar voren. Niet kritisch langs de zijlijn, maar actief meedenken. Dynamiek en welvaart zijn nodig om de streek structureel levensvatbaar te houden. Het resultaat is een economisch gezonden aantrekkelijk woon/werkgebied. In dit document zien we dat GOM bij alle onderwerpen een leidende rol speelt en als het ware als een rode draad door het (planologische) bollenstreekbeleid loopt. 10 jaar GOM laat echter haar sporen na. Tijd om bij te sturen.
Anja Taverne - van der Meij Marco Bergman Huub Tonies E info@vonoordwijk.nl W www.vonoordwijk.nl
Duin- en Bollenstreek 2020+ / © VON 2020
1
VISIE NAAR VOREN
Inhoudsopgave 1.
Doelstellingen GOM
3
2.
Financiering GOM
3
3.
Voorbeeld werkwijze GOM
4
4.
Analyse en conclusies over GOM
6
5.
Gesprek met GOM
9
6.
Aanbevelingen m.b.t. GOM
10
7.
Areaal 2625 ha
12
8.
De Groene Parels van de Duin- en Bollenstreek
13
9.
Handhaving ODWH
17
10.
Aanbevelingen m.b.t. handhaving
20
11.
Landschapsbeleid Duin- en Bollenstreek
21
Bijlage 1 Noodoproep van jonge kwekers
24
Bijlage 2 Sloop panden Molenaar & van Ginhoven Voorhout
25
Bijlage 3 Berichtgeving GOM over M & G
27
Bijlage 4 Sloop bedrijfshallen en kassen Berbee Lisse
29
Bijlage 5 Verkoop burgerwoningen locatie Berbee Lisse
32
Bijlage 6 Sloop bedrijfspanden Gooweg Noordwijkerhout
35
Bijlage 7 Sloop kassencomplex Zeestraat Noordwijkerhout
37
Bijlage 8 Sloop Javo gebouwen Westeinde Noordwijkerhout
39
Bijlage 9 Sloopplannen Kraaierslaan 34 Noordwijk
41
Bijlage 10 Sloopplannen hoeve De Wolff Lisse
43
Bijlage 11 Abeelenpark Noordwijkerhout
45
Duin- en Bollenstreek 2020+ / © VON 2020
2
VISIE NAAR VOREN
1.
Doelstellingen GOM •
Behoud van 2.625 hectare 1e klas bollengrond (t.b.v. de hyacintenteelt)
•
Incourant vastgoed en verrommeling opruimen
•
Zichtlijnen en opener landschap creëren
•
Kenmerkende landschappelijke karakter van de Duin- en Bollenstreek behouden
•
Landschapskwaliteit en landschapsbeeld verbeteren
2.
Financiering GOM
GOM financiert bovenstaande doelstellingen door: •
Verkoop van bouwrechten voor maximaal 600 greenpoortwoningen op meestal 1e klas bollengrond verspreid in het buitengebied.
•
Een bouwrecht is te koop vanaf € 165.000 (excl. btw). Dit is exclusief de grond om op te bouwen. Totaal 600 x € 165.000 = ca. 100 miljoen euro (excl. btw).
•
Door middel van een Bollengrondcompensatiefonds. Bij planologische onttrekking van 1e klas bollengrond dient € 40,- per m2 (excl. btw) aan een fonds - beheerd door GOM - te worden betaald.
Duin- en Bollenstreek 2020+ / © VON 2020
3
VISIE NAAR VOREN
3.
Voorbeeld werkwijze GOM
Wij hebben meerdere grote projecten van GOM geanalyseerd. Een aantal voorbeelden van grote en dure projecten, zoals Berbee, M&G, Javo hebben we als bijlage toegevoegd. Een sprekend voorbeeld dat opgaat voor vergelijkbare projecten: Sloop van de panden Molenaar & van Ginhoven aan de Torenlaan te Voorhout
De vraagprijs voor het geheel was € 3,35 miljoen (bron: CNB makelaardij). Door GOM wordt een vergoeding betaald voor het slopen van bestaande opstallen en om de teelgrond weer in goede staat brengen. Aangezien GOM geen mededelingen verstrekt over de kosten die ze per project maken hebben wij m.b.t dit project drie scenario’s gemaakt. • • •
Scenario 1: Er is door GOM een afkoopvergoeding van € 3 miljoen betaald (90% van de verkoopwaarde) voor het slopen van de opstallen en om de teelgrond weer in goede staat te brengen. Scenario 2: Er is door GOM een afkoopvergoeding van € 2,5 miljoen betaald (75% van de verkoopwaarde) voor het slopen van de opstallen en om de teelgrond weer in goede staat te brengen. Scenario 3: Er is door GOM een afkoopvergoeding van € 2 miljoen betaald (60% van de verkoopwaarde) voor het slopen van de opstallen en om de teelgrond weer in goede staat te brengen.
•
Opbrengst: In ieder scenario is er voor GOM een mogelijke opbrengst door de verkoop van drie bouwtitels à € 165.000. Deze opbrengst is niet zeker aangezien er door de gemeente nog goedkeuring verleend moet worden. Als die goedkeuring er niet komt is er geen opbrengst voor GOM.
•
Daling waarde: Door de sloop van de opstallen is er 13.700 m2 nieuwe teelgrond ontstaan met een economische waarde van ca. € 250.000. Omgerekend betaalt GOM een grondprijs van € 150 tot € 220 per m2 -afhankelijk van het scenario- terwijl het waard is € 17 à € 18 per m2.
Duin- en Bollenstreek 2020+ / © VON 2020
4
VISIE NAAR VOREN
Analyse van de GOM-doelstellingen bij dit project: - Door de sloop van de bedrijfsgebouwen is er in deze situatie sprake van een opener landschap en open zichtlijnen. Indien er op dezelfde locatie één of meerdere GOMburgerwoningen worden gebouwd worden de nieuwe zichtlijnen en het opener landschap grotendeels weer tenietgedaan. - Het kenmerkende landschappelijke karakter wordt behouden als er geen toestemming wordt verleend voor de bouw van nieuwe GOM-woningen. Wordt daar wel toestemming voor verleend dan zal het een vrij algemeen beeld worden en raakt het kenmerkende landschappelijke beeld verloren. - De panden in dit voorbeeld waren nog in prima staat. Er was geen sprake van ‘verrommeling’. - Er zijn goed onderhouden panden gesloopt en daardoor onttrokken aan de voorraad gebouwen voor agrarische handelsbedrijven. Hierdoor wordt de doorstroming binnen het (bloem)bollenvak bemoeilijkt, zo niet onmogelijk gemaakt. Als GOM bovenstaande doelstellingen niet realiseert, waar zit dan het nut voor deze sloop? Misschien in een positieve grondbalans? We hebben namelijk nog één doelstelling over: Het behoud van 2.625 ha 1e klas bollengrond. Wordt deze dan gerealiseerd? Om de grondbalans in beeld te brengen kijken we nader naar de drie scenario’s: In scenario 1 wordt er een vergoeding van € 3 miljoen door GOM betaald. Om deze vergoeding op te kunnen brengen moeten er ca.
18 bouwtitels voor burgerwoningen à € 165.000 (excl. btw) worden verkocht. Iedere bouwtitel voor een burgerwoning in een clusterlocatie betreft ca. 1.400 m2 grond inclusief infrastructuur, wegen, afwatering en groenvoorziening (zie bijlage 11, Abeelenpark). 18 Woningen kosten dus ca. 25.000 m2 aan bollengrond. In scenario 2 wordt een vergoeding van € 2,5 miljoen door GOM betaald. Dat houdt in dat er ca. 15 bouwtitels moeten worden verkocht. 15 Woningen kosten ca. 21.000 m2 aan bollengrond. In scenario 3 wordt een vergoeding van € 2 miljoen door GOM betaald. Dat houdt in dat er ca. 12 bouwtitels moeten worden verkocht. 12 Woningen kosten ca. 17.000 m2 aan bollengrond. Samenvattend betekent dit dat er door de sloop 13.700 m2 bollengrond ontstaat, terwijl elders 17.000 à 25.000 m2 bollengrond -afhankelijk tegen welke vergoeding GOM heeft afgekocht- wordt onttrokken. Zelfs in scenario 3, het scenario waarin maar 60% van de verkoopwaarde wordt betaald, wordt er door dit sloopbeleid ca. 3.000 m2 bollengrond onttrokken aan de Duin- en Bollenstreek. Zelfs deze belangrijke doelstelling wordt door GOM dus niet gehaald. Is dit GOM-beleid dan niet een zeer kostbare en hopeloze vicieuze cirkel?
Duin- en Bollenstreek 2020+ / © VON 2020
5
VISIE NAAR VOREN
4.
Analyse en conclusies over GOM
Vijf doelstellingen van GOM nader geanalyseerd: • Behoud van 2.625 hectare 1e klas bollengrond t.b.v. de hyacintenteelt Het blijkt dat GOM bij veel sloopprojecten een negatieve grondbalans veroorzaakt. In bovenstaand voorbeeld wordt duidelijk dat er meer bollengrond verloren gaat dan er gewonnen wordt. Datzelfde beeld zien wij bij andere projecten ook terug. Hoe meer GOM sloopt, des te meer bollengrond er verdwijnt. Bij het GOM-project Abeelenpark blijkt dat iedere woning ca. 1.400 m2 aan 1e klas bollengrond kost (zie bijlage 11). Het uitgeven van ca. 600 bouwtitels voor GOM-burgerwoningen houdt dan in dat er ca. 800.000 m2 bollengrond definitief verloren gaat. Compensatie van deze bollengrond is moeilijk te vinden in een gebied waar al grote druk op de schaarse grond staat. GOM blijkt, hoe paradoxaal, zelf de grootste onttrekker van 1e klas bollengrond te zijn. • Incourant vastgoed en verrommeling opruimen - In plaats van echte verrommeling op te ruimen is GOM verworden tot een projectontwikkelaar die marktverstorend werkt en daarmee voor een ongelijk speelveld zorgt. Agrarische bedrijven (zowel starters als doorstromers) moeten sinds de komst van GOM voor hun voortbestaan opboksen tegen de particuliere woningmarkt.
Er is door ons uitgebreid bewijs verzameld dat bedrijven liever zakendoen met GOM én de ontwikkeling en bouw van burgerwoningen -vanwege fors hogere (grond)opbrengsten- dan met collega agrariërs. Zie o.a. bijlage 9. - Het door GOM opruimen van zgn. ‘verrommeling’ leidt er o.a. toe dat kleinere, betaalbare bedrijfjes verdwijnen. Jonge en/of startende kwekers wordt daarmee de kans ontnomen om überhaupt nog te kunnen beginnen aan het opbouwen van een toekomst in onze Duin- en Bollenstreek (zie bijlage 1). Dit is een groot verlies, voor hen, maar ook voor de streek als geheel. Als die objecten zijn opgeruimd stopt de ontwikkeling van de (bloem)bollenteelt definitief. Een uiterst onwenselijke situatie waarmee het voortbestaan en de uniciteit van de Duin- en Bollenstreek ernstig en onherstelbaar in het geding komt. Het gebied wordt daarmee ook nog eens economisch bijzonder kwetsbaar. - Wat voor de één incourant vastgoed is, is voor de ander wel courant vastgoed. Ook grotere bedrijfspanden, die nog in prima staat zijn en dienst kunnen doen voor de (bloem)bollenteelt en export, worden door GOM gesloopt. Gevolg is dat de doorstroming van kwekersbedrijven en handelsbedrijven stokt. Ook dit is een funeste ontwikkeling voor onze mooie en unieke Duin- en Bollenstreek.
- Volgens LTO en KAVB (bron: interview LTO en KAVB Leidsch Dagblad 5 juli 2018) is er juist behoefte aan grotere bedrijfspanden wegens de schaalvergroting in de Duin- en Bollenstreek. Waarom wordt er dan zo veel gesloopt door GOM? • Zichtlijnen en opener landschap creëren Bij veel projecten die worden gesloopt blijkt dat GOM bouwtitels verkoopt aan de betreffende agrariër die stopt. Dat betekent dat er aan de ene kant bebouwing wordt
Duin- en Bollenstreek 2020+ / © VON 2020
6
VISIE NAAR VOREN
gesloopt maar aan de andere kant burgerwoningen voor terugkomen. Op die manier worden er juist geen zichtlijnen gecreëerd en wordt het landschap niet opener. Het lukraak bouwen van burgerwoningen in het buitengebied staat haaks op de doelstelling. • Kenmerkende landschappelijke karakter van de Duin- en Bollenstreek behouden Doordat bollenschuren, handelsbedrijven en kassen worden geruimd en er burgerwoningen, -wel of niet geclusterd- voor terugkomen, betekent dit een stelselmatige sloop van onze karakteristieke bollenstreek. Dit staat haaks op de doelstelling. • Landschapskwaliteit en landschapsbeeld verbeteren Door de bouw van burgerwoningen in het buitengebied is er eerder sprake van een structurele verandering van het landschapsbeeld, dan van een verbetering. Er ontstaat ‘nieuwe verrommeling’, want er komen grote villa’s tussen de agrarische bedrijven te staan. Burgers klagen over bemesting, overlast van herrie en het spuiten van de velden voor onkruidbestrijding en gewasbescherming. Het wordt op deze manier voor kwekers steeds moeilijker om hun werk te blijven doen, terwijl zij daarmee wel de boterham voor hun eigen gezinnen en die van hun medewerkers moeten verdienen.