D22 College, raadsbrief Stand van zaken en uitstel decentralisatie Maatschappelijke Zorg.pdf
Tekst van het document
Hillegom
Raadsbrief Stand van zaken en uitstel decentralisatie Maatschappelijke Zorg aan: datum:
de raad van de gemeente Hillegom 7 januari 2021
zaaknummer: Z-21-163746 datum collegevergadering: 26 januari 2021 portefeuillehouder: Dhr. J. van Rijn behandelend ambtenaar: Anja de Rijk embargo: ☐ Inhoud mededeling Geachte raads- en burgerleden, Het afgelopen jaar hebben veel ontwikkelingen plaatsgevonden in de Maatschappelijke Zorg. Om u daarin mee te nemen informeren we u in deze brief over het uitstel van de het moment van decentraliseren van de Maatschappelijke Zorg en de stand van zaken van de voorbereidingen op de decentralisatie en transformatie van de Maatschappelijke Zorg. Een groot gedeelte hiervan hebben wij ook gepresenteerd tijdens de raadsinformatieavond Maatschappelijke Zorg op 14 oktober jl. We starten met het uitstel, vervolgens een schets van de voorgeschiedenis, we beschrijven een aantal belangrijke ontwikkelingen op landelijk niveau, Holland Rijnland-niveau en binnen de Duin- en Bollenstreek en we sluiten af met een korte vooruitblik naar 2021. 1. Uitstel decentralisatie In het afgelopen jaar hebben we ons volop voorbereid op de decentralisatie van de Maatschappelijke Zorg die per 1 januari 2022 zou plaatsvinden. Onlangs is gebleken dat het verdeelmodel sociaal domein, waaronder Beschermd Wonen valt, later dan gepland beschikbaar komt. Dit betekent dat de decentralisatie van taken per 1 januari 2022 niet meer haalbaar is.
Naar verwachting komt er in het eerste kwartaal van 2021 duidelijkheid over het verdeelmodel Beschermd Wonen. Door dit nieuwe tijdpad van de Rijksoverheid is er onvoldoende tijd om u een besluit te laten nemen over de financiële kaders én de inkooptrajecten zorgvuldig te kunnen uitvoeren. Daarom is binnen de regio Holland Rijnland besloten de decentralisatie van de Maatschappelijke Zorg met een jaar uit te stellen tot 1 januari 2023. 2. Voorgeschiedenis Met de wijziging van de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) in 2015 werden verschillende taken vanuit de toenmalige Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) overgeheveld naar de gemeente. De bekendste taken zijn (woon-)begeleiding en dagbesteding. Ook de taken voor Beschermd Wonen en bijvoorbeeld de inloopfunctie (O)GGZ zijn toen overgeheveld. In Holland Rijnland hebben de gemeenten door het verlenen van een mandaat destijds besloten de taken voor Beschermd Wonen te beleggen bij centrumgemeente Leiden. Dit gebeurde omdat de financiële middelen van het Rijk op dat moment overgeheveld werden naar de centrumgemeenten en niet naar de individuele gemeenten. De gemeente Leiden voerde al de taken op het gebied van Maatschappelijke Opvang, verslavingszorg en -preventie en OGGZ (bemoeizorg) uit, eveneens WMO-taken.
Hiermee werd de gemeente Leiden in 2015 verantwoordelijk voor de uitvoering van de zorg voor de meest kwetsbare inwoners, oftewel de Maatschappelijke Zorg1, in Holland Rijnland.
1
Wanneer we spreken over Maatschappelijke Zorg bedoelen we de taken Maatschappelijke Opvang, Beschermd Wonen, verslavingszorg en bemoeizorg. 1
Met de verandering van de WMO in 2015 heeft de Commissie Toekomst Beschermd Wonen (ook wel Commissie Dannenberg genoemd) aan het Rijk advies uitgebracht om Beschermd Wonen zoveel mogelijk lokaal, in de wijk en ambulant plaats te laten vinden: van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis. Het Rijk heeft toen uitgesproken om de middelen voor Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang in de toekomst rechtstreeks te willen verstrekken aan alle gemeenten in plaats van via de centrumgemeenten. Met als doel meer lokale verantwoordelijkheid en lokaal maatwerk voor deze taken mogelijk te maken. 3. Eerdere besluitvorming 3.1 Beleidskader Maatschappelijke Zorg Holland Rijnland 2017-2025 In navolging van de adviezen van de Commissie Toekomst Beschermd Wonen is in de regio Holland Rijnland een regionaal beleidskader voor de Maatschappelijke Zorg opgesteld. Eind 2016/begin 2017 hebben alle gemeenteraden in de regio Holland Rijnland het Beleidskader Maatschappelijke Zorg Holland Rijnland 2017-2025 vastgesteld. 3.2 Uitvoeringsprogramma’s ‘De Maatschappelijke Zorg dichterbij’ en ‘Omzien naar Elkaar’ De visie uit voorgenoemd beleidskader is vertaald naar een Uitvoeringsprogramma Maatschappelijke Zorg Holland Rijnland 2018–2020 ‘De Maatschappelijke Zorg dichterbij’.
In dit uitvoeringsprogramma is vastgelegd hoe de gemeenten uit Holland Rijnland zich gaan voorbereiden op de decentralisatie van de Maatschappelijke Zorg. In navolging van het Uitvoeringsprogramma Maatschappelijke Zorg Holland Rijnland 2018– 2020 hebben de drie sub regio’s in Holland Rijnland - de Rijnstreek, de Duin- en Bollenstreek en de Leidse Regio - ieder een sub regionale uitvoeringsagenda opgesteld. De uitvoeringsagenda ‘Omzien naar Elkaar’ van de Duin- en Bollenstreek is in februari 2018 in het college vastgesteld. De gemeenteraad is hierover geïnformeerd in maart 2018. Deze uitvoeringsagenda is een nadere uitwerking van de door u vastgestelde kaders. Het gaat hierbij om een verregaande samenwerking tussen de gemeenten van de Duin- en Bollenstreek met als doel de Maatschappelijke Zorg toekomstbestendig en efficiënt in te richten. Investeringsfonds In 2018 is het Investeringsfonds Maatschappelijke Zorg ingesteld om de gemeenten in Holland Rijnland zich goed voor te laten bereiden op de decentralisatie Maatschappelijke Zorg. Dit Investeringsfonds wordt gedekt vanuit de middelen die door de centrumgemeente Leiden beschikbaar gesteld worden vanuit de reserve Beschermd Wonen. Jaarlijks ontvangt centrumgemeente Leiden vanuit het Rijk meer middelen dan zij uitgeven aan Beschermd Wonen. Men ging er toen van uit, dat de decentralisatie in 2021 zou ingaan.
Nu de decentralisatie twee jaar later plaatsvindt, is het wenselijk het Investeringsfonds te verlengen. Hierover neemt de gemeenteraad van centrumgemeente Leiden binnenkort een besluit. 4. Ontwikkelingen 4.1 Landelijke ontwikkelingen In de komende jaren verandert er op landelijk niveau een aantal zaken in de verdeling van financiële middelen voor Maatschappelijke Zorg. Deze schetsen we hieronder: 4.1.1 Herverdeling van de financiële middelen voor Maatschappelijke Zorg In navolging van het advies dat de Commissie Toekomst Beschermd Wonen (ook wel Commissie Dannenberg genoemd) eind 2015 uitbracht, had het Rijk het voornemen de middelen voor Maatschappelijke Opvang 2 en Beschermd Wonen per 2020 toe te voegen aan de middelen voor WMO-begeleiding en -dagbesteding. Deze middelen zouden volgens een nieuw verdeelmodel integraal herverdeeld worden over alle gemeenten. Het ontwikkelen van een financiële verdeelsystematiek bleek lastig: de voorzieningen voor Maatschappelijke Zorg zijn namelijk ongelijk verdeeld over het land. Zo zijn ervan oudsher grote landelijke instellingen voor verblijf van psychiatrische patiënten in de bossen, een vorm van verblijf die we nu Beschermd Wonen noemen. Wanneer een objectief model
In het vervolg wordt kortweg gesproken over Maatschappelijke Opvang, waar het eigenlijk gaat om de taken Maatschappelijke Opvang, verslavingszorg en -preventie, en OGGZ oftewel bemoeizorg. 2
2
ingericht wordt – dus op basis van feitelijke kenmerken van gemeenten – ontstaan grote herverdeeleffecten met nadeel voor gemeenten die over grote woonvoorzieningen beschikken. Het hanteren van een historisch model, gebaseerd op gegroeide ontwikkelingen, frustreert gemeenten die niet over dergelijke voorzieningen beschikken. Deze gemeenten ontvangen in dit model niet de middelen om een nieuw adequaat ondersteuningsaanbod te organiseren voor de inwoners. Door de worsteling om tot een goede financiële verdeelsystematiek te komen, is de decentralisatie – de overdracht van middelen en taken vanuit de centrumgemeente naar de individuele gemeenten – al diverse keren uitgesteld. De decentralisatie van Beschermd Wonen stond gepland per 2022. Voor Maatschappelijke Opvang is de decentralisatie van middelen door de Rijksoverheid voorlopig uitgesteld naar 2026. 4.1.1.1. Verdeelsystematiek Beschermd Wonen De Rijksoverheid ging er vooralsnog van uit, dat de decentralisatie van Beschermd Wonen zou ingaan per 2022. Inmiddels is gebleken dat het nieuwe objectieve verdeelmodel Beschermd Wonen voor nieuwe cliënten niet gepubliceerd zal worden in de decembercirculaire van 2020. Het verdeelmodel zal nu naar verwachting in het eerste kwartaal van 2021 beschikbaar komen.
Ingroeipad binnen de regio Voor de verdeling van de middelen voor Beschermd Wonen heeft de Rijksoverheid gekozen voor een ingroeipad. Dit is een ingroeipad binnen de regio: tussen de centrumgemeente en alle individuele gemeenten binnen de regio. Middels dit ingroeipad zal gedurende zeven jaar de middelen voor Beschermd Wonen via twee geldstromen vanuit de Rijksoverheid verdeeld worden: een voor huidige cliënten en een voor nieuwe cliënten. Voor de huidige cliënten zullen de centrumgemeenten de middelen voor voorzieningen blijven ontvangen volgens de huidige historische verdeling. Op den duur zal het aantal huidige cliënten na de decentralisatie afnemen. Dit betekent dat het budget volgens deze historische verdeling voor de centrumgemeente ook afneemt. De middelen voor voorzieningen voor nieuwe cliënten worden echter gefaseerd aan elke gemeenten verstrekt. Het budget hiervoor wordt vanuit de Rijksoverheid op objectieve gronden over de gemeenten verdeeld. Het aantal nieuwe cliënten zal na de decentralisatie blijven toenemen, waardoor ook het budget van elke individuele gemeente toe zal nemen. Ingroeipad tussen regio’s Landelijk is de doelstelling dat cliënten zoveel mogelijk in de eigen omgeving beschermd kunnen wonen. Hiertoe is een verschuiving van aanbod van voorzieningen nodig. Daarom wordt tegelijkertijd een aanvullend ingroeipad ingericht tussen regio’s.
Dit ingroeipad zal tien jaar in beslag nemen, gericht op de landelijke op- en afbouw van voorzieningen naar aanleiding van deze benodigde verschuiving van aanbod. Omdat de voorzieningen nog niet evenredig over gemeenten verdeeld zijn, komt er een woonplaatsbeginsel of kostenverrekening. Hierdoor dragen gemeenten financieel bij aan kosten voor hun inwoners die naar een andere gemeente verhuizen om beschermd te gaan wonen. Op die manier worden gemeenten die nu nog relatief veel aanbod hebben hier niet voor benadeeld. Voor nieuwe cliënten uit een andere gemeente krijgen zij immers financiële compensatie van de herkomstgemeente. 4.1.1.2. Aanpak Maatschappelijke Opvang Medio 2019 heeft de Rijksoverheid besloten om de middelen voor Maatschappelijke Opvang in elk geval tot 2026 aan de centrumgemeenten te blijven verstrekken. Aan de hand van een evaluatie zal te zijner tijd landelijk nader bekeken worden hoe hier verder mee om te gaan. 4.1.2 Wijziging van de Wet langdurige zorg (Wlz) Per 2021 wordt de Wlz opengesteld voor inwoners die ‘levenslang en levensbreed’ intensieve ondersteuning nodig hebben bij wonen en leven vanwege psychiatrische problematiek. Hierdoor zal naar verwachting circa een derde (1/3) van de inwoners die nu een beroep doen op de WMO (Beschermd Wonen) onder de Wlz gaan vallen. Dit betreft veelal de meest ‘zware’ categorie cliënten.
Momenteel stelt het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) de indicaties hiervoor op. De beoordelingen zouden voor 1 januari 2021 plaatsvinden. Door het grote aantal aanvragen is hierin vertraging opgelopen en zullen er in begin 2021 nog beoordelingen moeten 3
plaatsvinden. Met deze wetswijziging zullen ook de middelen hiervoor verschuiven van de Wmo naar de Wlz. Dit zal voor gemeenten kostenneutraal gebeuren: de huidige kosten van de cliënten die overgaan zullen in mindering worden gebracht op het gemeentelijk budget. Om hoeveel cliënten en middelen het precies gaat, wordt in de loop van 2021 duidelijk. 4.2 Regionale ontwikkelingen: Holland Rijnland-niveau De gemeenten in Holland Rijnland bereiden zich – vanuit het vastgestelde beleidskader ‘Maatschappelijke Zorg Holland Rijnland 2017-2025’ – al sinds 2017 voor op de decentralisatie van de Maatschappelijke Zorg. Er is in de afgelopen periode gewerkt aan het concretiseren van de uitgangspunten uit dit kader. We lichten hieronder de ontwikkelingen toe over het regionale financiële verdeelmodel en we nemen u op uitvoeringsniveau mee in enkele inhoudelijke regionale afspraken. Over al deze punten is veelvuldig gesproken in het PHO Maatschappij, het afgelopen jaar zelfs maandelijks. 4.2.1 Een regionaal verdeelmodel: in één keer decentraliseren en uitwerken van een regionaal verdeelmodel Zoals hierboven onder landelijke ontwikkelingen (3.1) geschetst, is er een splitsing in het landelijke tijdpad voor het decentraliseren voor Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang ontstaan. Een dergelijke splitsing wordt in Holland Rijnland onwenselijk geacht.
Dit is namelijk in strijd met de inhoudelijke keuzes die gemaakt zijn in het vastgestelde beleidskader. Daarnaast zijn er financiële redenen om geen splitsing aan te brengen. Binnen de Duin- en Bollenstreek voeren we de taken vanuit Maatschappelijk Opvang uit zoals vastgelegd in het convenant Maatschappelijke Opvang. Deze lopen in 2021 en verdere jaren door en worden gezamenlijk uitgevoerd. Het externe adviesbureau Andersson Elffers Felix (AEF) heeft in 2020 gewerkt aan een eigen verdeelmodel voor Holland Rijnland. Daarmee zijn we in staat om per 2023 de middelen en taken voor Maatschappelijke Zorg op een verantwoorde manier over te dragen vanuit de centrumgemeente. Het adviesbureau AEF heeft een regionaal verdeelmodel voor de Maatschappelijke Zorgtaken gemaakt dat goed zal aansluiten op de nieuwe landelijke verdeling omdat AEF die eveneens ontwerpt. Hieronder een schets van de ontwikkelde systematiek voor Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang. Een budgetverdeling middels de door AEF ontworpen systematiek kan plaatsvinden zodra de landelijke verdeelbudgetten en het aantal cliënten dat verschuift van de WMO naar de Wlz bekend zijn. Deze verdeling zal plaatsvinden op basis van de (voorlopige) realisatiecijfers van 2020. Dit brengt met zich mee dat gemeenten niet eerder dan in het eerste kwartaal van 2021 inzicht hebben in de beschikbare budgetten.
Zodra dit bekend is zal dit ter besluitvorming aan u worden voorgelegd. Beschermd Wonen binnen Holland Rijnland Een gefaseerde decentralisatie zoals de Rijksoverheid voor ogen heeft bij Beschermd Wonen acht Holland Rijnland niet wenselijk. Het zou betekenen dat nieuwe cliënten een directe relatie met de eigen woongemeente hebben en ondersteuning die stevig lokaal ingebed is, terwijl op dezelfde locatie ook bewoners zijn die een regionaal bekostigd, ander aanbod kunnen krijgen. Daarnaast betekent het dat aanbieders op één locatie met meerdere verschillende contracten te maken kunnen krijgen. Regionaal (op Holland Rijnland-niveau) is dan ook de wens om voor Beschermd Wonen géén ingroeipad binnen de regio te hanteren. De wens is om na de decentralisatie alle inwoners in een voorziening inhoudelijk en financieel onder de verantwoordelijkheid te brengen van de gemeente waar zij nu Beschermd Wonen. Dit brengt met zich mee dat ook het historisch budget voor Beschermd Wonen dat de komende jaren nog naar de centrumgemeente blijft gaan, vanaf de decentralisatie verdeeld wordt over alle gemeenten. Op het moment van decentralisatie zal elke gemeente rechtsreeks middelen ontvangen voor nieuwe cliënten Beschermd Wonen. Er komt een landelijk objectief verdeelmodel voor de verdeling van deze middelen.
Zoals hiervoor toegelicht is, worden de middelen voor huidige cliënten Beschermd Wonen nog uitgekeerd aan de centrumgemeente op dezelfde wijze als nu het geval is. Dit is een historisch verdeelmodel. Omdat centrumgemeente Leiden de kosten van de huidige cliënten kent, kunnen de middelen voor deze kosten vanaf 2023 overgeheveld worden naar de gemeenten waar deze cliënten wonen. Elke gemeente moet dus in staat zijn deze kosten voor de eigen cliënten te dragen.
4
Voor de dekking van de lokale kosten Beschermd Wonen ontvangt de gemeente dus de middelen vanuit twee geldstromen: één vanuit de Rijksoverheid welke jaarlijks toeneemt, en één vanuit de regio die jaarlijks afneemt en na 7 tot 10 jaar zal wegvallen. In bijgevoegde infographic wordt in beeld gebracht hoe bovenbeschreven voorgestelde aanpak in Holland Rijnland zich verhoudt tot het landelijke tijdpad. Maatschappelijke Opvang Voor de verdeling van het landelijke budget Maatschappelijke Opvang over de 44 regio’s bestaat al een objectief verdeelmodel. De maatstaven daarvoor zijn: ‐ Aantal inwoners per leeftijdscategorie; ‐ Regionale aantrekkingskracht; ‐ Aantal huishoudens met een laag inkomen; ‐ Aantal uitkeringsontvangers; ‐ Aantal minderheden; ‐ Aantal eenouderhuishoudens. Omdat deze kenmerken ook per gemeente beschikbaar zijn kan het regiobudget volgens de landelijke verdeelsystematiek verdeeld worden over de gemeenten binnen de regio. Zoals opgemerkt is bij 3.2.1. zullen we de afspraken uitvoeren zoals is overeengekomen in het convenant.
4.2.2 Inhoudelijke afspraken (uitvoeringsniveau) Om een beeld te schetsen wat er in de regio (Holland Rijnland) geregeld gaat worden op het gebied van de Maatschappelijke Zorg ná de decentralisatie nemen we u hieronder mee in een aantal verschillende onderwerpen, te weten: specialistische voorzieningen; samenwerking, monitoring en sturing 4.2.2.1 Specialistische voorzieningen Sommige inwoners hebben een specifieke ondersteuningsbehoefte die niet lokaal of subregionaal te organiseren of te financieren is. Hiervoor gaan we regionaal (op Holland Rijnland-niveau) aanbieders contracteren. Concreet gaat het om voorzieningen voor de volgende ondersteuningsvragen: ‐ Inwoners met een lichte verstandelijke beperking in combinatie met verslavingsproblematiek; ‐ Inwoners met een ernstige psychiatrische aandoening (EPA) in combinatie met verslavingsproblematiek; ‐ Inwoners met een ernstige psychiatrische aandoening (EPA) in combinatie met somatische aandoeningen; ‐ Crisisplekken voor (eenouder) gezinnen; ‐ Daklozen met zware problematiek waarbij 24/7 begeleiding nodig is; ‐ Opvang dak- en thuislozen bij koude- of hitteregeling. Voor de financiering van de regionale specialistische voorzieningen levert elke gemeente naar rato een bijdrage van het eigen budget. Op basis van de vraag en de inkooptarieven zal jaarlijks een begroting opgesteld worden voor de regionale kosten.
4.2.2.2 Samenwerking, monitoring en sturing Ook na de daadwerkelijke decentralisatie blijven de gemeenten in Holland Rijnland nauw samenwerken in de Maatschappelijke Zorg. Samenwerking is om meerdere redenen nodig: ‐ De contractering en het contractmanagement van specialistische regionale voorzieningen, het reguleren van de toegang tot deze voorzieningen en het monitoren van het gebruik en de kosten moet in regionaal verband gebeuren. We richten hiervoor een regionaal team in, met expertise vanuit de centrumgemeente en regiogemeenten; ‐ De opgave om tot een evenwichtige regionale spreiding van voorzieningen en meer ambulante vormen van Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang te komen vergt een lange adem. Samenwerking is nodig om het voorzieningenniveau in de regio op een goed peil te brengen en te houden en zo nodig elkaar bij te staan om de juiste plek voor een cliënt te kunnen bieden; ‐ Vanuit de Rijksoverheid blijft de centrumgemeente het aanspreekpunt voor de huidige cliënten Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang; ‐ Landelijk is afgesproken dat gemeenten de Norm voor Opdrachtgeverschap (NvO) hanteren. Deze geldt voor het jeugddomein en voor de WMO-taken Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang. Deze norm gaat uit van regionale samenwerking om beschikbaarheid en continuïteit van zorg te garanderen. Onderdeel van deze NvO is het 5
maken van niet-vrijblijvende regionale governance afspraken en een regionaal aanspreekpunt. De gemeenten in Holland Rijnland beschikken al over het ‘Regionale Samenwerkingsverband Holland Rijnland’ waarbij ook taken op het gebied van de Jeugdwet zijn neergelegd. Daarom ligt het voor de hand dit samenwerkingsverband eveneens te benutten voor de samenwerking op het terrein van Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang. 5. Vooruitblik Uitstel van de decentralisatie houdt niet in dat het proces ‘on hold’ staat. Er zijn voldoende actiepunten en (lopende) projecten om mee verder te gaan. Deze zijn onder andere gericht op voorkomen van dakloosheid, transformatie van Beschermd Wonen en verdere voorbereidingen op de decentralisatie van de Maatschappelijke Zorg van centrumgemeente naar afzonderlijke gemeenten. We werken de actiepunten en projecten verder uit in het verlengde uitvoeringsprogramma 2021 – 2023.
Bijlagen: Infographic ‘Doordecentralisatie Maatschappelijke Zorg’
6