CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

D19 Kinderombudsman en Nationale ombudsman, rapport Als de overheid niet thuis geeft.pdf

Gemeenteraad 23 februari 2023, gemeente HillegomBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken23.494 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Ik heb weer een urgentieverklaring aangevraagd bij de gemeente en die is opnieuw afgewezen. Dit keer ben ik in beroep gegaan tegen de afwijzing. De rechter heeft mijn bezwaar gegrond verklaard. Er is onvoldoende gekeken naar mijn situatie. De gemeente gaat de aanvraag nu opnieuw beoordelen. Daar wacht ik inmiddels 7 weken op. Als ik de urgentieverklaring niet krijg, ga ik stoppen met mijn studie en fulltime werken. Dat zou ik heel jammer vinden. Ik zou willen dat instanties meer zouden luisteren naar mensen die hulp nodig hebben, in plaats van direct te oordelen over iemands situatie.

Als de overheid niet thuis geeft…

38

kinderombudsman

5

nationale ombudsman

Conclusies en aanbevelingen 5.1

Inleiding

In dit onderzoek stond de vraag centraal hoe de wijze waarop huisuitzettingen in weten regelgeving zijn verankerd en in de praktijk worden uitgevoerd zich verhoudt tot de mensen- en kinderrechtelijke verplichtingen. Bij de beantwoording van deze vraag hebben de ombudsmannen gebruik gemaakt van het mensen- en kinderrechtelijk kader77 dat in hoofdstuk 2 staat beschreven. In de hoofdstukken 3 en 4 hebben zij de algemene en specifieke verplichtingen uit dit kader getoetst op wetgeving, beleid en praktijk bij huisuitzettingen. De conclusies die de ombudsmannen op basis van deze toetsing trekken, en de aanbevelingen die hieruit volgen, komen in dit hoofdstuk aan de orde.

5.2 De waardigheid van gezinnen en ontwikkeling van kinderen worden onvoldoende beschermd tijdens een huisuitzettingsproces, omdat mensen- en kinderrechtelijke verplichtingen nauwelijks in (lokale) regelgeving en beleid zijn verankerd De overheid beseft onvoldoende dat huisuitzettingen een mensen- en kinderrechtenkwestie is. Veel mensen- en kinderrechtelijke verplichtingen zijn daardoor nauwelijks in (lokale) wetgeving en beleid verankerd. De onduidelijkheden en ruimte die hierdoor in de uitvoeringspraktijk ontstaan maken dat de verwezenlijking van de mensen- en kinderrechten in het huisuitzettingsproces afhankelijk is van lokale kennis, keuzes in beleid, en inzet van individuele gemeenteambtenaren en hulpverleners. Dat is onwenselijk, omdat dit te vrijblijvend is en kan leiden tot willekeur, ongelijkheid en uitsluiting. De ombudsmannen vinden dat de overheid ervoor moet zorgen dat een huisuitzetting die bij wet is geregeld, voldoet aan mensenrechtelijke en kinderrechtelijke verplichtingen. Alleen op die manier wordt de waardigheid van gezinnen en de ontwikkeling van kinderen tijdens het huisuitzettingsproces beschermd. Doordat regelgeving en beleid (te) vrijblijvend zijn, raken (sommige) gezinnen verder in de problemen.

Dit onderzoek toont aan dat als mensen- en kinderrechtelijke verplichtingen onvoldoende in wetgeving en beleid worden geborgd, gezinnen die hun huis (dreigen te) worden uitgezet nóg verder in de knel komen. Zo zagen we bij Dora, uit de eerste casus van dit rapport, dat zij door de hele situatie zó gestrest raakte dat het haar niet lukte haar baan te behouden. Hierdoor kwamen zij en haar dochter Miriam in serieuze financiële problemen. Toen Dora en Miriam vervolgens voor hulp bij de gemeenten aanklopten vond er met geen van beiden ‘betekenisvolle’ consultatie plaats. Er werd niet naar hen geluisterd en er werd niet meegedacht. Integendeel, het huis waar zij tijdelijk verbleven werd onbewoonbaar verklaard. En verder moesten ze het maar uitzoeken. Een urgentieverklaring werd niet afgegeven en zij belandden uiteindelijk in een stacaravan en vervolgens bij haar ouders. Oplossingen die niet voldoen aan standaarden voor adequate huisvesting en die tot feitelijke dakloosheid leiden.

77 De algemene onderzoeksvraag is uitgesplitst in vijf deelvragen. De eerste drie deelvragen zijn in hoofdstuk 2 beantwoord. De overige deelvragen zien op de beantwoording van de centrale onderzoeksvraag en komen (impliciet) in dit hoofdstuk aan de orde.

Als de overheid niet thuis geeft…

39

kinderombudsman

nationale ombudsman

De ombudsmannen vragen zich af in hoeverre huisuitzettingen, zoals die nu plaatsvinden, vanuit het perspectief van mensen- en kinderrechten legaal zijn. Zeker gezien de beperkte mate waarin mensen- en kinderrechtelijke verplichtingen gewaarborgd zijn in wetgeving en beleid. Het gaat hierbij om de volgende punten: a. De overheid doet te weinig om huisuitzettingen te voorkomen. b. De overheid houdt zich niet aan de verplichting dat huisuitzettingen niet tot dakloosheid mogen leiden en realiseert zich (nog) onvoldoende dat tijdelijke oplossingen tot feitelijke dakloosheid leiden. c. De overheid verzaakt gevolg te geven aan de verplichting tot betekenisvolle consultatie met als doel om een huisuitzetting te voorkomen en, als dit niet lukt om alternatieve huisvesting te zoeken. d. De overheid zorgt niet voor voldoende rechtsbescherming, waaronder toegankelijke informatieverstrekking. Ad a. De overheid doet onvoldoende om huisuitzettingen te voorkomen. Hoewel huisuitzettingen niet verboden zijn, moet de overheid er alles aan doen om deze te voorkomen. En dat gebeurt te weinig. Weliswaar spant de overheid zich hiervoor in, maar zij doet dat niet altijd en niet voor iedereen. De ombudsmannen constateren dat de overheid (nog) te vaak uitgaat van de eigen verantwoordelijkheid (en daarmee eigen schuld) van gezinnen en dat is niet terecht.

Omdat de overheid daarmee te weinig oog heeft voor haar eigen aandeel in situaties die leiden tot een huisuitzetting. Of voor haar eigen verplichtingen als het gaat om het aanbieden van hulp aan deze gezinnen. Wel signaleren de ombudsmannen dat de overheid steeds meer inzet op vroegsignalering. Dat is positief te noemen. Sinds vroegsignalering een wettelijke taak van gemeenten is geworden en verhuurders betaalachterstanden melden, is het aantal huisuitzettingen vanwege betaalachterstanden afgenomen. Helaas komt vroegsignalering door verschillende oorzaken niet altijd even goed van de grond. Een van die oorzaken is dat de reikwijdte van deze verplichting onduidelijk is en niet van toepassing is als het gaat om overlast of (risico op) drugscriminaliteit. Bovendien zijn er zorgwekkende signalen dat die reikwijdte van deze vroegsignalering te beperkt is. Dat geldt met name voor de mate waarin het in de praktijk wordt toegepast, denk aan private verhuur of aan tijdelijke huurcontracten. Daarom zijn extra inspanningen en andere maatregelen, hard nodig. Een andere belemmerende factor voor vroegsignalering en het voorkomen van een huisuitzetting, is volgens (gemeente)ambtenaren, regelgeving op het gebied van privacy. Het delen van gegevens zou sinds de invoering van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) in veel gevallen niet mogelijk zijn.

Hierdoor is een integrale aanpak gericht op het voorkomen van een huisuitzetting, volgens deze ambtenaren moeilijk uitvoerbaar. De ombudsmannen vinden het nodig dat deze (mogelijke) belemmeringen in privacywetgeving nader worden bekeken. Wellicht dat de ervaringen die zijn opgedaan met de Doorbraakmethode van Instituut Publieke Waarden hierbij helpend zijn. Ad b. Tijdelijke oplossingen leiden – in strijd met mensen — en kinderrechtelijke verplichtingen tot feitelijke dakloosheid. Ondanks de mensenrechtelijke en kinderrechtelijke verplichting dat huisuitzettingen niet mogen leiden tot dakloosheid, is er geen wettelijk verbod op dakloosheid vanwege een huisuitzetting in Nederland. Ook is er geen wettelijke verplichting om te zorgen voor alternatieve huisvesting na een huisuitzetting. Mede doordat deze verplichtingen niet in wetgeving vertaald zijn, is een dreigende dakloosheid geen reden voor de rechter om af te zien van de huisuitzetting. De volledige verantwoordelijkheid voor het vinden van huisvesting na een huisuitzetting wordt afgewenteld op de gezinnen zelf.

Als de overheid niet thuis geeft…

40

kinderombudsman

nationale ombudsman

Omdat het vinden van nieuwe huisvesting zo goed als onmogelijk is, grijpen gezinnen in de praktijk vaak terug op hun eigen netwerk. Een oplossing die in veel gevallen noch duurzaam, noch veilig is, zeker wanneer het alleenstaande moeders met kinderen betreft. In de praktijk is voor hen het risico groot dat ze in potentieel gevaarlijke afhankelijke relaties blijven of komen. De zorg over mogelijk verlies van kinderen vergroot dit risico nog meer. Als de gemeente bijspringt dan is dit meestal in de vorm van toegang tot opvang of een tijdelijk alternatief (hotelkamer of vakantiewoning). Deze oplossingen zijn niet alleen tijdelijk en mogelijk schadelijk, met name voor kinderen, het zijn ook allemaal leefsituaties die onder de definitie van feitelijke dakloosheid vallen. Overheden doen te weinig om te voorkomen dat gezinnen (feitelijk) dakloos raken na een huisuitzetting. Zij wijzen hierbij dikwijls op de schuld en verantwoordelijkheid van de ouders, maar vergeten daarbij hun eigen verantwoordelijkheid. Overheden moeten zich realiseren dat zij een zorgplicht hebben voor haar burgers en de verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat gezinnen in kwetsbare situaties niet buiten de boot vallen. Ook hebben zij de verantwoordelijkheid ouders te hulp te schieten als zij niet zelf voor een veilige ontwikkeling voor hun kinderen kunnen zorgen.

Daarom vinden de ombudsmannen dat de gemeenten verplicht moeten worden fatsoenlijke accommodatie te regelen voor gezinnen die uit huis worden gezet. Hiervoor is het noodzakelijk dat gemeenten (nog) meer preventief optreden tegen dakloosheid. Het Nationaal Actieplan Dakloosheid en de ambities op preventie is een mooie aanzet maar is wat de ombudsmannen betreft nog te vrijblijvend en te weinig concreet. Ad c. De wijze waarop gezinnen bejegend worden tijdens het huisuitzettingsproces toont aan dat verplichting tot betekenisvolle consultatie in de praktijk niet plaatsvindt. Betekenisvolle consultatie is cruciaal omdat hiermee de autonomie en zelfbeschikking van gezinnen worden beschermd zodat zij vanuit een autonome positie een keuze kunnen maken en/of accepteren. Consultatie van kinderen betekent dat er rekening gehouden wordt met hun ontwikkeling bij elk besluit dat in het proces van de huisuitzetting genomen wordt. Van de andere betrokkenen vraagt het expertise en inspanningen, en de juiste grondhouding, om ervoor te zorgen dat er betekenisvolle consultatie is met gezinnen die uit hun huis dreigen te worden gezet. Consultatie van kinderen in het huisuitzettingsproces vindt op geen enkele manier plaats. Hiermee wordt hun ontwikkelbelang genegeerd en is het risico dat er besluiten worden genomen die schadelijk zijn voor hun ontwikkeling groter.

Bij consultatie van volwassenen is er sprake van een scheve machtsverhouding tussen verhuurders en overheid (en deurwaarders) aan de ene kant en het gezin aan de andere kant. Wanneer een gezin uit huis dreigt te worden gezet heeft het op verschillende leefgebieden uitdagingen. De ombudsmannen signaleren dat overheden en andere betrokkenen hier weinig oog voor hebben. Niet in de communicatie met - en daarmee ook niet in de consultatie van – deze gezinnen. Hierbij valt op dat de intentie om rekening te houden met de stressfactoren wederom het grootst is bij huisuitzettingen vanwege betaalachterstanden en steeds meer afneemt wanneer er sprake is van overlast. Bij de toepassing van de Wet Damocles is betekenisvolle consultatie nauwelijks aan de orde. Uiteraard spelen belangen van omwonenden, en hun rechten, als ook eigen verantwoordelijkheid voor de ontstane situatie een belangrijke rol. Tegelijkertijd zouden deze redenen niet bepalend mogen zijn voor de bescherming van mensen- en kinderrechtenrechten in een huisuitzettingsproces. Hoe betekenisvolle consultatie eruit moet zien, staat nergens beschreven en is voor een groot deel maatwerk. Er moet immers rekening gehouden worden met de belemmeringen die mensen ervaren om volwaardig in zo’n proces deel te nemen.

Als de overheid niet thuis geeft…

41

kinderombudsman

nationale ombudsman

De ombudsmannen benadrukken het belang van een concrete invulling van betekenisvolle consultatie in het proces van huisuitzettingen. Dit zou niet afhankelijk moeten zijn van individuen. Mensen willen altijd tijdig en juist worden geïnformeerd. Ook willen zij kunnen begrijpen waarom een besluit wordt genomen, een eerlijke afweging ervaren en weten welke gevolgen een besluit voor hen heeft. Alleen dán kunnen zij in waardigheid, en op autonome wijze keuzes maken bij een (dreigende) huisuitzetting en het welzijn en ontwikkelbelang van hun kinderen beschermen. Daarom moeten overheden concrete richtlijnen op het gebied van betekenisvolle consultatie voor volwassenen en kinderen opstellen die gelden voor alle gemeenten en andere partners, zoals woningcorporaties. Op die manier wordt concreet hoe betekenisvolle consultatie eruit kan zien, zodat aantoonbaar recht wordt gedaan aan autonomie en zelfbeschikking van ouders en kinderen. Die informatie moet ook begrijpelijk zijn voor kinderen. Ad d. Gezinnen in kwetsbare situaties genieten onvoldoende rechtsbescherming. In het hele proces van huisuitzettingen, tot en met de rechter, staat een gezin in principe alleen tegenover een machtig apparaat van overheid en verhuurder. Mensen die hun huis (dreigen te) worden uitgezet weten soms niet waar te beginnen en dreigen aan alle kanten vast te lopen als zij een beroep doen op de overheid.

Zij missen vaak (praktische) informatie over hun rechten en plichten. Vaak is onduidelijk wat er op hen afkomt, bij wie ze kunnen aankloppen en welke acties genomen moeten worden om verdere escalatie te voorkomen. Voor gezinnen in dit soort situaties is het belangrijk dat zij bij de overheid hun verhaal kwijt kunnen, serieus worden genomen en dat samen naar een passende oplossing wordt gezocht. Hierbij is de hulp van onafhankelijke ondersteuning (of belangenbehartiging), van grote betekenis. Ook een gestandaardiseerd informatiepakket, ontwikkeld voor gezinnen die te maken hebben met een (dreigende) huisuitzetting, kan hierbij helpend zijn. Daarbij kan worden gedacht aan een verplichte vorm van procesvertegenwoordiging. De ombudsmannen zien namelijk dat veel gezinnen een gerechtelijke procedure niet afwachten en hun huis op voorhand ‘vrijwillig’ verlaten. Zij verschijnen niet op de zitting. Hierdoor neemt de rechter een beslissing op basis van de aangeleverde informatie door de verhuurder en beslist doorgaans in het voordeel van die verhuurder. De verhuurder op zijn of haar beurt is niet verplicht te melden wie er getroffen gaan worden door de huisuitzetting. Zo kan het gebeuren dat een rechter besluit tot ontbinding van een huurovereenkomst zonder dat hij of zij weet dat hier ook kinderen bij betrokken zijn.

Met instemming constateren de ombudsmannen dat de aanwezigheid van kinderen in een gezin in zijn algemeenheid leidt tot meer inspanningen van gemeenten, corporaties en (andere) hulpverleners om een huisuitzetting te voorkomen. Maar zij constateren ook dat kinderen, paradoxaal genoeg, in de verschillende fases van het huisuitzettingsproces niet worden gezien, gehoord, geïnformeerd én gekend. En dat is op zijn minst opmerkelijk te noemen. Kennelijk worden kinderen niet beschouwd als volwaardig rechthebbenden in het huisuitzettingsproces. Belangen van kinderen worden hierdoor niet meegenomen in de besluitvorming. Kinderen en hun rechten spelen amper een rol. Een recente uitspraak van de Rechtbank Amsterdam vormt hierop een uitzondering. In deze uitspraak leidde toepassing van art. 3 IVRK tot afwijzing van de ontbinding van de huurovereenkomst. Dit biedt hoop dat de positie van kinderen op het gebied van rechtsbescherming in de toekomst verbetert.

Als de overheid niet thuis geeft…

42

kinderombudsman

5.3

nationale ombudsman

Cijfers ontbreken

Informatie over (aantallen) mensen die (jaarlijks) geconfronteerd worden met een huisuitzetting ontbreken nagenoeg. Hierdoor is onvoldoende zichtbaar op welke wijze mensen door een huisuitzetting worden getroffen, wie deze mensen zijn, of er kansen en mogelijkheden worden benut om een huisuitzetting te voorkomen, én wat er met hen gebeurt als zij hun huis zijn uitgezet. Ook zijn geen data bekend over gezinnen die te maken krijgen met een dreigende huisuitzetting en een eventuele huisuitzetting niet afwachten (de “Noorderzonners”). Deze data zijn echter wel van belang om passend beleid te maken. Het is daarnaast noodzakelijk om na te gaan of bepaalde gezinnen onevenredig worden getroffen door huisuitzettingen.

5.4

Aanbevelingen

De ombudsmannen doen de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening de volgende aanbevelingen: • Voer een mensen- en kinderrechtentoets uit voor nieuw beleid en wetgeving en kijk daarbij naar de impact van beleid en wetgeving op sociale grondrechten. Betrek hierbij actief mensen met ervaringskennis en belangenbehartigers. • Hef belemmeringen zo snel mogelijk op waarvan de uitvoeringspraktijk zegt dat die een integrale aanpak in de weg staan. • Verplicht gemeenten fatsoenlijke alternatieve accommodatie te regelen voor gezinnen die uit hun huis worden gezet. • Zorg voor beleid op het gebied van betekenisvolle consultatie dat geldt voor gemeenten en woningcorporaties. Maak concreet hoe betekenisvolle consultatie eruit dient te zien. Hieronder valt onder meer het verstrekken van begrijpelijke informatie, óók voor kinderen. • Verzamel en monitor betrouwbare data over huisuitzettingen en breng in kaart waar gezinnen naar toe gaan als zij hun huis onvrijwillig verlaten. De ombudsmannen doen het College van Burgemeester en Wethouders (B&W) van gemeenten de volgende aanbevelingen: • Neem verplichtingen uit het mensen- en kinderrechtenkader als richtlijn voor huisuitzettingsprocessen.78 • Treedt preventief op tegen dakloosheid. Zorg voor een fatsoenlijke woonvoorziening voor gezinnen die uit hun huis worden gezet.

• Zet de tijdelijke sluiting van een woning op basis van de Wet Damocles in als laatste remedie. De ombudsmannen bevelen de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en de Colleges van B&W gezamenlijk aan: • Zorg voor een informatiepakket voor gezinnen die te maken krijgen met een (mogelijke) huisuitzetting. Deze informatie moet laagdrempelig en begrijpelijk zijn, óók voor kinderen. • Regel rechtsbijstand en onafhankelijke ondersteuning voor gezinnen waarbij een huisuitzettingsprocedure wordt begonnen. • Stel in alle stappen van een huisuitzettingsproces de belangen van kinderen op grond van artikel 3 van het Kinderrechtenverdrag en General Comment 14 van het Kinderrechtencomité voorop. Gebruik hiervoor de handreiking ‘Het beste besluit voor kinderen bij huisvestingsproblemen’.79 Tot slot geven de ombudsmannen de rechtspraak in overweging om bij elke vordering tot ontbinding van een huurovereenkomst na te gaan of er kinderen zijn betrokken in de voorliggende zaak.

78 Kinderombudsman (2020). Ongehoord! De onzichtbaarheid van kinderen bij huisvestingsproblemen, rapportnummer KOM 010/2020. 79 Zie bijlage 2.

Als de overheid niet thuis geeft…

43

kinderombudsman

nationale ombudsman

BIJLAGE 1: Schematisch overzicht van mensenrechtelijke- en kinderrechtelijke verplichtingen Fase

Mensenrechten

Kinderrechten

Voorafgaand aan de huis­ uitzetting

Alle mogelijke alternatieven zijn bekeken in consultatie met de bewoners

Kinderen moeten betrokken worden bij consultatie­processen. Ze moeten gehoord worden. Het belang van het kind staat voorop.

Juridische remedies en procedures moeten openstaan voor een ieder die geraakt wordt door een huisuitzettingsbevel Tijdens de huisuitzetting

Er is sprake van ‘betekenisvolle’ consultatie met de getroffenen.

Kinderen moeten betrokken worden bij consultatieprocessen. Zo moeten zij in elk geval gehoord worden. Het belang van het kind weegt extra mee in alternatieven voor huisuitzetting.

Informatie: Mensen worden op tijd geïnformeerd over de datum van de huisuitzetting.

Het besluit tot huisuitzetting moet in begrijpelijke taal worden uitgelegd aan kinderen, inclusief informatie over waar ze naartoe kunnen gaan als ze het er niet mee eens zijn.

Informatie over de huisuitzetting wordt op tijd en in begrijpelijke taal gegeven. Er is ook informatie over het ‘waarom’. Procedurele regels: Overheidsvertegenwoordigers (of hun vertegen­woordigers) zijn aanwezig bij de huisuitzetting. De mensen die de huisuitzetting doen zijn duidelijk identificeerbaar en hebben legitimatie bij zich. Huisuitzettingen mogen niet plaatsvinden in de nacht en/of bij slecht weer (bijvoorbeeld veel regen of kou).

Als de overheid niet thuis geeft…

44

kinderombudsman

Fase

Mensenrechten

Tijdens de huisuitzetting

Toegang tot recht: Er zijn mogelijkheden om bezwaar aan te tekenen of anderszins (juridische) actie te ondernemen. Deze mogelijkheid moet open zijn, maar ook begrijpelijk worden gecommuniceerd.

nationale ombudsman

Kinderrechten

Er is mogelijkheid tot rechtsbijstand voor mensen die geen advocaat kunnen inhuren. Individuen hebben recht op adequate compensatie voor eigendommen die beschadigd worden. Na de huis­ uitzetting

Impact huisuitzetting: Een huisuitzetting mag niet leiden tot dakloosheid. Of tot het schenden van andere mensenrechten;

Verbod op het scheiden van ouders en hun kinderen vanwege huisvestingsproblematiek.

Het is de verantwoordelijkheid van de overheid om te zorgen voor een alternatief dat voldoet aan de standaarden van behoorlijke huisvesting. N.B.: Alternatieve accommodatie moet voorhanden zijn alvorens iemand daadwerkelijk uit huis wordt gezet.

Als de overheid niet thuis geeft…

45

kinderombudsman

nationale ombudsman

BIJLAGE 2: Handreiking het beste besluit voor het kind bij huisvestingsproblemen

Het beste besluit voor het kind bij huisvestingsproblemen 1

Als de overheid niet thuis geeft…

46

kinderombudsman

Als de overheid niet thuis geeft…

nationale ombudsman

47

kinderombudsman

Als de overheid niet thuis geeft…

nationale ombudsman

48

kinderombudsman

nationale ombudsman

2

Als de overheid niet thuis geeft…

49

kinderombudsman

nationale ombudsman

Inhoudsopgave Introductie en uitleg

4

Stappenplan voor kinderen bij huisvestingsproblemen

6

De vier stappen toegepast

8

3

Als de overheid niet thuis geeft…

50

kinderombudsman

nationale ombudsman

Introductie en uitleg

Ieder kind heeft recht op passende huisvesting. Hoewel ouders primair verantwoordelijk zijn om hiervoor te zorgen, moet de overheid hen daarbij helpen als zij hier niet in slagen. Zodra gezinnen met kinderen bij de overheid aankloppen vanwege huisvestingsproblemen, is de reflex om zo snel mogelijk te zorgen voor een dak boven het hoofd van deze kinderen. Dat lijkt terecht, want een dak boven je hoofd is een eerste vereiste. Maar andere zaken die invloed hebben op het welzijn en het ontwikkelingsperspectief van betrokken kinderen worden niet onderzocht. En hierdoor dus ook niet meegenomen in een dergelijk besluit. Gevolg is dat er met de beste bedoelingen besluiten genomen worden, die negatieve effecten (kunnen) hebben op het welzijn en het ontwikkelingsperspectief van kinderen met huisvestingsproblemen. In sommige gevallen worden de problemen zelfs verergerd. Zo horen wij dat ouders en kinderen soms gescheiden van elkaar worden opgevangen als er geen plaats is in de daklozenopvang, of dat een vraag om urgentie wordt afgewezen zonder dat er rekening is gehouden met de situatie waarin de betrokken kinderen verkeren. Het Kinderrechtenverdrag en het Kinderrechtencomité – dat toezicht houdt op de naleving van het Kinderrechtenverdrag – geven duidelijke richtlijnen over hoe je in besluiten over huisvestingsproblemen van gezinnen rekening moet houden met de belangen van kinderen.

4

Als de overheid niet thuis geeft…

51

kinderombudsman

nationale ombudsman

In dit document legt de Kinderombudsman uit hoe dit soort besluiten in vier stappen genomen moeten worden. Een goed onderbouwd besluit vraagt volgens het Kinderrechtencomité om een kindvriendelijk, volledig onderzoek. En daarnaast om een zorgvuldige afweging tussen wat het beste is voor een kind en welke andere belangen meespelen. -

-

Dit geldt voor besluiten die gaan overeen groep kinderen, zoals wetten, beleid en regelingen van het Rijk over huisvesting. Dit geldt voor besluiten van rechterlijke instanties. Dit geldt voor besluiten over hoe een gemeente omgaat met de verdeling van (schaarse) woningen. En dit geldt ook voor besluiten in individuele zaken.

Deze verplichting geldt dus ten aanzien van alle besluiten, waarbij individuele of groepen kinderen betrokken zijn, die worden genomen door openbare of particuliere instellingen voor maatschappelijk welzijn, rechterlijke instanties, bestuurlijke autoriteiten en wetgevende lichamen.

5

Als de overheid niet thuis geeft…

52

kinderombudsman

nationale ombudsman

Stappenplan voor kinderen bij huisvestingsproblemen Een besluit over huisvestingsproblemen waarbij kinderrechten voorop staan, neem je in vier stappen. 1.

In stap 1 onderzoek je wat het beste is voor het kind of kinderen met huisvestingsproblemen. Je onderzoekt eerst wat het ideale besluit zou zijn als je alleen maar rekening hoeft te houden met het belang van het kind of van de betrokken kinderen.

2.

In stap 2 breng je de andere belangen in kaart, zoals de belangen van andere woningzoekenden, organisaties of gemeentes en de risico’s die bij het te nemen besluit meespelen.

‘Het belang van het kind of van de kinderen moet voorop worden gesteld’ 6

Als de overheid niet thuis geeft…

53

kinderombudsman

3.

In stap 3 weeg je de belangen van het individuele kind of kinderen af tegen de andere belangen en risico’s. Hierbij moet het belang van het kind of van de kinderen voorop worden gesteld.

4.

In stap 4 leg je het besluit heel goed uit aan het kind of de kinderen, en bespreek je met het kind of de kinderen wat ertegen gedaan kan worden als hij of zij het niet met het besluit eens is.

nationale ombudsman

Verderop hebben wij deze stappen en de daaraan gekoppelde zeven elementen toegepast op het vraagstuk hoe besluiten genomen moeten worden over huisvestingsproblemen waar kinderen bij betrokken zijn, zoals het Kinderrechtencomité dit voorschrijft.

7

Als de overheid niet thuis geeft…

54

kinderombudsman

nationale ombudsman

De vier stappen toegepast

STAP 1 Onderzoek het belang van het kind aan de hand van zeven elementen die corresponderen met rechten uit het IVRK Opmerking vooraf: Onderstaande zeven elementen gelden voor zowel individuele als groepen kinderen. Waar we het hieronder alleen hebben over ‘het kind’ kan ook ‘de groep kinderen’ gelezen worden. 1. De mening van het kind • Elk kind heeft het recht zijn of haar mening te geven over de situatie waarin hij of zij zich bevindt. Op deze manier krijgt het kind een gevoel van regie over zijn of haar situatie. • Dit element vereist dat je in gesprek gaat met het kind over mogelijke oplossingen van het probleem. Wat wil het kind zelf? Welke oplossing ziet het kind als het meest ideaal? • Voor hulp bij gespreksonderwerpen, zie de jongerenversie uit de toolkit ‘het beste besluit voor het kind’ op www.kinderombudsman.nl.

2. Behoud van gezinsomgeving en belangrijke contacten (artikel 9 IVRK) • Bij dit element beoordeel je bij welk besluit de gezinssamenstelling onveranderd blijft en vermijd je zoveel mogelijk besluiten die ervoor zorgen dat ouders en kinderen apart van elkaar opgevangen worden.

08 8

Als de overheid niet thuis geeft…

55

kinderombudsman

nationale ombudsman

• Het is zeer schadelijk voor het welzijn en het ontwikkelingsperspectief van een kind om gescheiden te worden van zijn of haar ouders. Om die reden staat er in het Kinderrechtenverdrag dat kinderen niet tegen hun wil gescheiden mogen worden van hun ouders tenzij de relatie tussen kind en ouders onveilig is. • Een kind mag ook niet van zijn of haar broertjes en zusjes gescheiden worden. • Daarnaast is het voor het welzijn en het ontwikkelingsbelang van het kind belangrijk dat een kind contact kan hebben met andere volwassenen die belangrijk voor hem of haar zijn en bij wie hij of zij zich vertrouwd voelt zoals opa’s, oma’s, ooms en tantes. Ook hier moet rekening mee gehouden worden in het te nemen besluit.

‘Elk kind heeft het recht zijn of haar mening te geven over de situatie waarin hij of zij zich bevindt.’

09 9

Als de overheid niet thuis geeft…

56

kinderombudsman

nationale ombudsman

10

Als de overheid niet thuis geeft…

57

kinderombudsman

nationale ombudsman

3. Identiteit van het kind (artikel 8 IVRK) • Bij dit element beoordeel je bij welk besluit de identiteit van het kind het best wordt gewaarborgd. • Bijvoorbeeld: welke leeftijd heeft het kind en welk besluit past het beste bij deze leeftijdsfase? Welke godsdienst heeft het kind en bij welk besluit kan een kind hier zoveel mogelijk uiting aan geven?

4. Zorg, bescherming en veiligheid (artikel 19 IVRK) • Ieder kind heeft recht op veiligheid. Dit gaat niet alleen over bescherming tegen geweld maar ook over een gevoel van basisveiligheid waarin een kind voldoende rust, stabiliteit en structuur in zijn of haar leven heeft. • Bij dit element beoordeel je welk besluit het kind de meeste veiligheid en bescherming biedt. • Indien het besluit ziet op de vraag in welke opvang het geplaatst moet worden, zul je er rekening mee moeten houden of de opvang veilig is? Wonen er bijvoorbeeld andere mensen die het voor het kind mogelijk onveilig maken? Zoals volwassenen met (mentale) problemen of moeilijk gedrag? • Is de buurt en/of het vervangend huis veilig en adequaat? Is er gas/water/licht/elektriciteit, zijn er schimmels of andere schadelijke elementen voor de gezondheid in het huis, is het bouwtechnisch veilig, etc.? Zijn er veiligheidsrisico’s in de buurt?

11

Als de overheid niet thuis geeft…

58

kinderombudsman

nationale ombudsman

5. Kwetsbaarheid • Bij dit element beoordeel je of bij het te nemen besluit zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met de kwetsbare positie van het kind. Heeft het kind bijvoorbeeld een fysieke of mentale beperking? Heeft het kind een trauma of heeft het te maken (gehad) met huiselijk geweld? • Bijvoorbeeld; het kind zit in een rolstoel en kwam uit een aangepast huis. Bij welk besluit wordt de mobiliteit van het kind het meest gewaarborgd? • Bijvoorbeeld het kind heeft autisme en kan slecht tegen veranderingen en de huisvesting is tijdelijk en onrustig. Bij welk besluit krijgt dit kind wel de rust en stabiliteit? 6. Recht op gezondheid en zorg (artikel 24 IVRK) • Bij dit element beoordeel je wat het effect zal zijn van het te nemen besluit op de mentale of fysieke gezondheid van het kind. • Is het kind qua mentale of fysieke gezondheid kwetsbaar en krijgt het kind hier hulp voor? Dan dient er rekening mee gehouden te worden dat het kind deze hulp ook krijgt in de nieuwe situatie. 7. Recht op onderwijs (artikel 28 IVRK) • Bij dit element beoordeel je bij welk besluit er rekening gehouden wordt met de continuïteit in onderwijs van het kind. Het is belangrijk voor een kind om zonder onderbreking te kunnen werken aan alle aspecten van z’n ontwikkeling. Zowel cognitief als ook sociaal-emotioneel en fysiek.

• Daarnaast beoordeel je bij dit element bij welk besluit een kind zoveel mogelijk in zijn of haar vertrouwde omgeving onderwijs kan blijven volgen. Dit is belangrijk omdat met het wegvallen van de veiligheid van een huis, de school zekerheid en vertrouwen biedt.

12

Als de overheid niet thuis geeft…

59

kinderombudsman

nationale ombudsman

Tot slot zal er gekeken moeten worden of er in individuele gevallen nog meer feiten en omstandigheden en/of andere rechten van het kind in het geding zijn, die belangrijk zijn voor de kinderen en waar rekening mee gehouden moet worden

13

Als de overheid niet thuis geeft…

60

kinderombudsman

nationale ombudsman

STAP 2 Inventariseer de overige belangen Bij deze stap bepaal je alle andere belangen die meespelen bij het nemen van het besluit. Belangen die bij het besluit over de oplossing van het huisvestingsprobleem een rol kunnen spelen zijn bijvoorbeeld:

Belangen van de (landelijke en gemeentelijke) instanties: • Handhaven van openbare orde • Financieel (huuropbrengsten, kosten bijbehorende zorg en/of begeleiding) • Verdeling schaarse betaalbare woningen • Druk op opvanglocaties controleren Belang van ouder(s): • Wens om omgang/contact te hebben met hun kind(eren) • Belang om zo goed mogelijk voor hun kinderen te kunnen zorgen (ruimte in het hoofd en fysieke ruimte voor opvoeding, voldoende financiële middelen etc.) Draagvlak bij andere woningzoekenden (zonder kinderen): • Starters op de woningmarkt • Volwassenen zonder kinderen met huisvestingsproblemen

14

Als de overheid niet thuis geeft…

61

kinderombudsman

nationale ombudsman

STAP 3 Maak een belangenafweging waarin het belang van het kind voorop staat De belangen van het individuele kind of de betrokken kinderen om een oplossing voor het huisvestingsprobleem te krijgen, die zo goed mogelijk is voor het welzijn en het ontwikkelingsperspectief van het kind, worden afgewogen tegen de andere belangen die in kaart zijn gebracht in stap 2.

STAP 4 Verplichting om het besluit uit te leggen Bij de uitleg van het besluit hoe het huisvestingsprobleem opgelost wordt, wordt goed uitgelegd hoe het belang van het kind of de betrokken kinderen op een zo goed mogelijke ontwikkeling is meegenomen in het besluit. Daarnaast wordt uitgelegd of er tegen het besluit in bezwaar/ beroep kan worden gegaan. En zo ja, waar en hoe.

‘Een gevoel van basisveiligheid waarin een kind voldoende rust, stabiliteit en structuur in zijn of haar leven heeft.’

15

Als de overheid niet thuis geeft…

62

kinderombudsman

nationale ombudsman

Kinderombudsman Postbus 93122 2509 AC Den Haag 0800 87 54 32 maandag t/m vrijdag van 12.00 tot 17.00 uur

ombudswerk@kinderombudsman.nl www.kinderombudsman.nl

16

Als de overheid niet thuis geeft…

63

Nationale ombudsman Postbus 93122 2509 AC Den Haag Telefoon 070 356 35 63 nationaleombudsman.nl Dit rapport is een uitgave van de Nationale ombudsman en de Kinderombudsman.

Nieuwsbericht dinsdag 24 januari 2023

Wanneer de overheid niet thuis geeft

Mensen- en kinderrechten van gezinnen onvoldoende beschermd bij huisuitzettingen

Wanneer gezinnen gedwongen uit huis worden gezet, voldoet de overheid niet altijd aan haar mensenrechtelijke en kinderrechtelijke verplichtingen. Hierdoor worden de waardigheid, welzijn en ontwikkeling van volwassen en kinderen geschaad. Dit constateren de Nationale ombudsman en Kinderombudsman na een gezamenlijk onderzoek. Zij hebben hun bevindingen gepubliceerd en per brief gedeeld met Minister De Jonge voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en gemeenten in Nederland. Ook doen zij aanbevelingen om de situatie te verbeteren. Met regelmaat ontvangen de ombudsmannen klachten en signalen van ouders, kinderen en betrokken professionals over huisuitzettingen van gezinnen. Zij zijn daarom vorig jaar een onderzoek gestart naar de verplichtingen van de overheid en de knelpunten die gezinnen hierbij ervaren in de praktijk. Dakloos ondanks verbod Het recht op behoorlijke huisvesting is een fundamenteel mensenrecht. Toch kunnen gezinnen uiteindelijk uit huis worden gezet vanwege huurachterstand, overlast of (drugs)criminaliteit. Als dit gebeurt, moet er wel aan mensen- en kinderrechtelijke verplichten worden voldaan. Zo is het verboden dat gezinnen dakloos worden door een huisuitzetting. Ook moeten het welzijn en de ontwikkeling van kinderen tijdens het proces beschermd worden. De overheid heeft de plicht om ervoor te zorgen dat er aan deze rechten voldaan wordt.

Toch concluderen de ombudsmannen dat dit niet altijd gebeurt. Nationale ombudsman Reinier van Zutphen: "Ik zie dat er mensen dakloos dreigen te raken nadat ze hun huis uit zijn gezet en zelf verantwoordelijk worden geacht om nieuwe huisvesting te vinden. Als er wel hulp komt van gemeenten, belanden gezinnen vaak langdurig in allerlei tijdelijke woonoplossingen. Dan wordt hun leven overleven en kunnen zij niet aan hun toekomst werken. Deze mensen ervaren enorm veel stress en zijn dan feitelijk dakloos. De overheid realiseert zich dit onvoldoende en voldoet daarmee niet aan haar zorgplicht."

Nieuwsbericht

Pagina 1/2

Verplichtingen onvoldoende verankerd in regelgeving De ombudsmannen concluderen dat rechten en verplichtingen uit internationale verdragen onvoldoende verankerd zijn in regelgeving en beleid. Er is nog te veel afhankelijk van lokale kennis, keuzes in beleid en de inzet van individuele gemeenteambtenaren en hulpverleners. De ombudsmannen noemen dit onwenselijk en wijzen erop dat deze vrijblijvendheid kan leiden tot willekeur, ongelijkheid en uitsluiting. Volgens Kinderombudsvrouw Margrite Kalverboer zijn kinderen bij huisuitzettingen onzichtbaar. Kalverboer: "Er wordt nooit met kinderen gepraat, ze krijgen geen ondersteuning en ze worden niet voorbereid op wat de toekomst gaat brengen. Juist voor kinderen is de impact van huisuitzettingen enorm. We weten hoe belangrijk het is voor kinderen om in een stabiele en veilige omgeving op te groeien. Zij zouden dus extra goed beschermd moeten worden." Extra stappen op goede weg De ombudsmannen zien ook dat er al wel stappen in de goede richting worden gezet. In de afgelopen jaren is ingezet op vroegsignalering van betaalachterstanden waardoor huisuitzettingen kunnen worden voorkomen. Tijdens de coronacrisis was er een huisuitzettingsverbod. Reinier van Zutphen: "Vroegsignalering helpt, maar is slechts een deel van de puzzel.

De Kinderombudsman en ik roepen Minister De Jonge voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening dan ook op om extra stappen te zetten. Er moet op basis van een mensen- en kinderrechtentoets nieuw beleid en wetgeving komen waarbij de impact op sociale grondrechten centraal staat. Dit zal onder andere moeten leiden tot de verplichting van gemeenten om te zorgen voor behoorlijke alternatieve huisvesting en tot beleid voor gemeenten en woningcorporaties dat voorschrijft hoe je ouders en kinderen goed betrekt en informeert rondom en tijdens een huisuitzetting. Huisuitzettingen zullen altijd een nare ervaring zijn, maar de overheid speelt een cruciale rol bij het borgen van de toekomst van deze gezinnen."

Noot voor de redactie Neem voor meer informatie contact op met: Nationale ombudsman: Bram Inklaar 06- 21 94 77 98 B.inklaar@nationaleombudsman.nl en Kinderombudsman: Carla van Lomwel 06- 52 59 53 07 Carla.vanLomwel@kinderombudsman.nl Kijk voor meer nieuws, rapporten en achtergrondinformatie op www.nationaleombudsman.nl.

Nieuwsbericht

Pagina 2/2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/1535/documents/19376