D18 College, raadsbrief Behandelen van initiatieven tijdens de overgangsfase naar inwerkingtreding Omgevingswet.pdf
Tekst van het document
Hillegom
Raadsbrief Behandelen van initiatieven tijdens de overgangsfase naar inwerkingtreding Omgevingswet. aan:
de raad van de gemeente Hillegom
zaaknummer: Z-21-221992 datum collegevergadering: 21 december 2021 portefeuillehouder: Mevr. C.J. Hoekstra behandelend ambtenaar: D. Schaap, F.E. Sinke embargo: ☒
Geachte leden van de raad, Met deze brief informeren wij u over het behandelen van ruimtelijke initiatieven gedurende de zogenaamde overgangsfase naar inwerkingtreding van de Omgevingswet. De genoemde overgangsfase behelst grofweg de periode van een halfjaar voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, momenteel is de verwachting nog 1 juli 2022. Aanleiding en context Na inwerkingtreding van de Omgevingswet moeten ruimtelijke initiatieven aan deze wet worden getoetst. Tot aan het moment van inwerkingtreding worden aanvragen getoetst aan het huidige vigerende recht.1 De inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft gevolgen voor de werkwijze binnen de gemeente als het gaat om aanvragen voor omgevingsvergunningen en verzoeken tot aanpassing van een bestemmingsplan tussen nu en de dag van inwerkingtreding van de wet. Het is zaak om tijdens deze overgangsfase de dienstverlening op peil te houden en te voorkomen dat plannen stil komen te liggen. Overgangsrecht voor lopende ruimtelijke procedures In de Omgevingswet is opgenomen dat een bestemmingsplan volgens het huidige recht (Wro) mag worden afgehandeld, indien er vóór de datum van inwerkingtreding, vooralsnog 1 juli 2022, een ontwerpbestemmingsplan ter inzage is gelegd.
Voor omgevingsvergunningen is de datum van de aanvraag bepalend; als de betreffende vergunning vóór genoemde datum is aangevraagd, dan mag deze worden afgehandeld volgens het huidige recht (Wabo). Voorbereidingstijd bij bestemmingsplanprocedures Het ter inzage leggen van een ontwerpbestemmingsplan kent een aanzienlijke voorbereidingstijd. De voorbereidingstijd die nodig is om een ontwerpbestemmingsplan op te stellen en ter inzage te leggen is minimaal 6 maanden. De inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft dan ook directe gevolgen voor verzoeken tot aanpassing van een bestemmingsplan. 1
Dit betreft name de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)
Wanneer een verzoek tot aanpassing van een bestemmingsplan niet tijdig wordt ingediend, is de kans groot dat een ontwerpbestemmingsplan voor die ontwikkeling niet tijdig (voor inwerkingtreding van de Omgevingswet) ter inzage kan worden gelegd. Met het gevolg dat het bestemmingsplan moet worden ‘omgebouwd’ naar een wijziging van het Omgevingsplan en de daarbij behorende kosten voor initiatiefnemer zijn. Het ombouwen naar een wijziging van het Omgevingsplan is in veel gevallen een onwenselijke situatie. Het wijzigen van het Omgevingsplan is namelijk een complexe procedure, en met name in de beginperiode zal daarbij naar verwachting sprake zijn van de nodige kinderziektes. Het is immers een geheel nieuw instrumentarium waar nog geen (echte) ervaring mee is opgedaan binnen gemeenten. Dit zal (verdere) vertraging van het initiatief tot gevolg hebben. Overgangstermijn behandelen verzoeken wijziging bestemmingsplan Om te voorkomen dat nieuwe ruimtelijke initiatieven onnodig vertraging op lopen en om te voldoen aan de inspanningsverplichting, is het noodzakelijk dat we enige tijd voor inwerkingtreding van de Omgevingswet initiatiefnemers adviseren geen aanvragen tot herziening van een bestemmingsplan meer in te dienen, maar te werken op basis van de nieuwe regelgeving onder de Omgevingswet.
Het is dus noodzakelijk om hierover helderheid te scheppen richting (potentiële) initiatiefnemers van dergelijke ruimtelijke procedures. Gelet op de voorbereidingstijd van een ontwerpbestemmingsplan kiezen wij ervoor om naar buiten toe kenbaar te maken dat aanvragen tot herziening van een bestemmingsplan tot uiterlijk 6 maanden voor inwerkingtreding van de Omgevingswet kunnen worden ingediend, willen deze nog op basis van het huidige recht worden vastgesteld. Voor aanvragen die ná deze 6 maanden worden ingediend kunnen wij redelijkerwijs niet meer garanderen dat een ontwerpbestemmingsplan tijdig, vóór inwerkingtreding van de wet, ter inzage wordt gelegd. Het te laat indienen van een aanvraag tot herziening van een bestemmingsplan komt voor rekening en risico van de initiatiefnemer. Deze nieuwe werkwijze betekent nadrukkelijk niet dat plannen die binnen 6 maanden voor inwerkingtreding van de Omgevingswet worden ingediend stil komen te vallen. In die gevallen pakt de gemeente projecten namelijk zoveel mogelijk op met een omgevingsvergunning procedure. Plannen die afwijken van het bestemmingsplan kunnen in de meeste gevallen ook met een omgevingsvergunning (uitgebreide procedure) worden gerealiseerd. Het indienen van een aanvraag omgevingsvergunning op basis van de huidige wetgeving blijft mogelijk tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet, vooralsnog op 1 juli 2022.
Voor aanvragen die vanaf die datum worden ingediend, gelden de nieuwe regels van de Omgevingswet. Behandelen van initiatieven ná inwerkingtreding van de Omgevingswet Wanneer het niet meer haalbaar lijkt om voor 1 juli 2022 een ontwerpbestemmingsplan ter inzage te leggen of een aanvraag omgevingsvergunning in te dienen, moet er gekeken worden naar de mogelijkheden die de Omgevingswet biedt om tot planrealisatie te komen. Onder de Omgevingswet bestaan twee instrumenten: een omgevingsvergunning voor buitenplanse omgevingsplanactiviteit (OPA) of het wijzigen van het Omgevingsplan. Voorgesteld wordt om voor initiatieven die niet passen in het tijdelijk deel 2 van het Omgevingsplan, zoveel mogelijk medewerking te verlenen via een OPA. De looptijd van 2
Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet ontstaat van rechtswege een tijdelijk deel van het Omgevingsplan. In het tijdelijk deel worden alle ruimtelijke regels uit bestaande instrumenten
deze procedure is in principe 8 weken, terwijl een wijziging van het Omgevingsplan vele maanden zal kosten. Dit komt omdat een Omgevingsplan veel uitgebreider en complexer is dan het opstellen van een bestemmingsplan. Daarbij geldt wel dat de OPA mogelijk geen geschikt instrument is voor grotere samenhangende gebiedsontwikkelingen. Het is denkbaar dat deze projecten middels een wijziging van het Omgevingsplan gefaciliteerd moeten worden. Communicatie Het is belangrijk om tijdig en duidelijk te communiceren over de voorgestelde werkwijze ten aanzien van het in behandeling nemen van aanvragen tot herziening van een bestemmingsplan. Hiertoe wordt een communicatietraject opgezet bestaande uit diverse communicatieactiviteiten en communicatiemomenten. Voor lopende projecten wordt deze informatie zoveel mogelijk gedeeld door de gemeentelijke projectleiders. Met initiatiefnemers wordt afgestemd welke procedure passend is gezien het initiatief en de invoeringsdatum van de Omgevingswet. Nieuwe initiatiefnemers moeten via andere kanalen worden geïnformeerd, zoals via nieuwsberichten op de gemeentelijke website en de gemeentepagina in de lokale krant. Daarnaast kunnen nieuwe initiatiefnemers worden geïnformeerd via social media en door case managers aan het loket in het gemeentehuis.
samengevoegd. Het tijdelijk deel bevat onder andere de vigerende bestemmingsplannen en beheersverordeningen.