D16.2 Bijlage raadsbrief Convenant Zorg- en Veiligheidstafel Jeugd 2021.pdf
Tekst van het document
Convenant Zorg- en Veiligheidstafel Jeugd Hillegom, Lisse & Teylingen Ondergetekenden: Driehoekspartners: 1. Gemeente Hillegom, te dezen vertegenwoordigd door burgemeester A. van Erk; 2. Gemeente Lisse, te dezen vertegenwoordigd door burgemeester L. Spruit; 3. Gemeente Teylingen, te dezen vertegenwoordigd door burgemeester C.G.J. Breuer; 4. Politie Eenheid Den Haag, te dezen vertegenwoordigd door de waarnemend chef van het Basisteam Bollenstreek Noord, mw. M. J. M. Blom (politie); 5. Politie Eenheid Den Haag, te dezen vertegenwoordigd door de chef van het Basisteam Noordwijk, dhr. H. Woppenkamp (politie); 6. Openbaar Ministerie, te dezen vertegenwoordigd door dhr. R. J. L. van Bokhoven, gebiedsofficier van Justitie, arrondissementsparket Den Haag (OM); Partners: 1. Stichting Voorieder1, te dezen vertegenwoordigd door mw. M. Goedhart, directeur stichting Voor Ieder 1; 2. GGD Hollands Midden, te dezen vertegenwoordigd door dhr. J.M. M. de Gouw, directeur Publieke Gezondheid (JPT); 3. Regionaal Bureau Leerplicht, te dezen vertegenwoordigd door dhr. S. Janssen, Hoofd Regionaal Bureau Leerplicht (RBL); 4. Welzijnskwartier, te dezen vertegenwoordigd door dhr. P. van Arkel, Directeur (Jongerenwerk); 5. St. Jeugdbescherming West Zuid-Holland, te dezen vertegenwoordigd door mw. A. J. Rotering, Voorzitter Raad van Bestuur (jeugdbescherming/ jeugdreclassering); 6.
Stichting Halt, te dezen vertegenwoordigd door mw. C. Mooijman, Regiomanager Halt Den Haag en Rotterdam (halt); 7. Brijder Verslavingszorg, te dezen vertegenwoordigd door mw. C. Kempe; 8. William Schrikkergroep, te dezen vertegenwoordigd door dhr. H.N. Poot, directeur; 9. Kwadraad maatschappelijk werk, te dezen vertegenwoordigd door mw. B. de Groot, accounthouder; 10. Stichting Fioretti Teylingen, te dezen vertegenwoordigd door dhr. C. H. P. Vreugdenhil, College van bestuur (VO Fioretti Hillegom, Lisse en KTS in Voorhout); 11. Stichting Het Rijnlands Lyceum, te dezen vertegenwoordigd door dhr. W. M. Knoester, bestuurder stichting (VO Teylingen); 12. Sophia scholen, te dezen vertegenwoordigd door dhr. F. Dekker, Interim- bestuurder (PO Hillegom, Lisse en Teylingen: De Buitenplaats, Kindercampus Joseph, P.C. Basisschool De Fontein, P. C. Basisschool De Lisbloem, P.C. Basisschool De Rank, P.C. Basisschool De Regenboog, R. K. Basisschool Andreas, R. K. Basisschool Antonius, R. K. Basisschool De Giraf, R.K. Basisschool De Kinderburg, R. K. Basisschool De Klarinet, R. K. Basisschool De Leerwinkel, R.K. Basisschool De Overplaats, R.K. Basisschool De Springplank, R.K. Basisschool De Startbaan, R. K. Basisschool Emmaus, R.K. Basisschool Johannesschool, R.K. Basisschool St. Jozef, R.K. Basisschool St. Willibrord); 13.
Vrije School voor de Bollenstreek De Toermalijn Hillegom, te dezen vertegenwoordigd door mw. J. Wiskerke, Directeur (Basisschool De Toermalijn); 14. Aloysius Stichting, te dezen vertegenwoordigd door dhr. H. Kelderman, voorzitter Raad van Bestuur (Basisschool De Burcht, De Leidse buitenschool Campus, Don Boscoschool, Savioschool); Pagina 1 van 21
15. Stichting Jenaplanscholen Bollenstreek, te dezen vertegenwoordig door dhr. F. van der Klein, directeur (Basisschool de Waterval); 16. Stichting OBODB, te dezen vertegenwoordigd door dhr. P. Went, directeur-bestuurder (Openbaar PO Hillegom, Lisse en Teylingen: Daltonschool Hillegom, OBS De Tweemaster, OBS Het Bolwerk en OBS De Achtbaan); Hierna gezamenlijk te noemen ‘partijen’, Overwegende dat: - partijen van mening zijn dat en door deelname aan de Zorg- en Veiligheidstafel ze primair samenwerken aan een toekomstperspectief voor overlast veroorzakende jeugdigen en dat daarmee de overlast wordt teruggedrongen; - het hiervoor nodig is om gezamenlijk tot een duurzame sluitende, effectieve en integrale aanpak te komen, waarbij vroegsignalering en preventie worden bevorderd en versterkt; - het noodzakelijk is, om tot die aanpak te komen, dat de domeinen Maatschappelijke Ontwikkeling en Buitenruimte (Openbare Orde en Veiligheid) binnen de gemeenten en de ketenpartners van de zorg- en veiligheidsdomeinen samenwerken om een gezamenlijke werkwijze en aanpak te ontwikkelen, te versterken en te verankeren in hun eigen werkprocessen; - partijen op basis van een convenant sinds 7 oktober 2019 uitvoering hebben gegeven aan voornoemde samenwerking en aanpak; - dit convenant een beperkte looptijd kent van 2 jaar en derhalve eindigt op 7 oktober 2021; - het huidige convenant, in afwachting
van het nieuwe convenant, middels een addendum is verlengd en derhalve eindigt op 1 maart 2022; - partijen de samenwerking en aanpak wensen voort te zetten;
Gelet op dat: - artikel 3 van het Verdrag inzake de rechten van het Kind (IVRK) zowel publiekrechtelijke instanties als privaatrechtelijke instellingen opdraagt om bij het nemen van maatregelen de belangen van het kind steeds de eerste overweging te laten zijn; - artikel 16 van het IVRK, artikel 8 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en artikel 10 van de Grondwet, de privacy en de persoonlijke levenssfeer van de jeugdige(n) en diens wettelijke vertegenwoordigers beschermen en de daarop gebaseerde regelgeving en rechtspraak bij de uitvoering van dit convenant in acht worden genomen; - de Algemene Verordening Gegevensbescherming en in het bijzonder hoofdstuk II en III, en de uitvoeringswet AVG, de normen bevat die partijen bij de gegevensverwerking voor de uitvoering van dit convenant eerbiedigen en naleven; - partijen een wettelijke taak en bevoegdheden hebben of een wettelijke taak als derde onder verantwoordelijkheid van het college verrichten, dan wel een zwaarwegend belang hebben in het kader van het aanbieden van hulp en (gezondheids-)zorg aan jeugdigen of de handhaving van de rechts- of openbare orde, dat voor de verschillende fasen in het kader van de Zorg- en Veiligheidstafel als grondslag kan dienen om gegevens te verwerken indien die verwerking niet verder gaat dan voor het doel van een bepaalde fase noodzakelijk is; - het van belang is
dat partijen in het kader van de in dit convenant beschreven werkprocessen een zorgvuldige afweging maken om per fase en vraagstuk niet meer gegevens te verwerken dan dat noodzakelijk is voor te bereiken doel in een bepaalde fase of voor de uitvoering van een plan van aanpak en zelf verantwoordelijk zijn voor het tijdig maken van de afweging; - partijen gedurende alle fasen van de Zorg- en Veiligheidstafel zeggenschap houden over de gegevens die zij inbrengen en het verwerken ervan door de andere partijen bij het convenant en dat gegevens uitsluitend gebruikt worden voor het doel waarvoor door een deelnemende partij gevraagd is de gegevens te verwerken. Pagina 2 van 21
Komen overeen: Afdeling I – Begripsbepalingen, doel en samenwerking en structuur Zorg- en Veiligheidstafel Artikel 1 - Begripsbepalingen -
-
Aanmelder: een ketenpartner die een vraagstuk aanmeldt bij de ketenregisseur; Casusregisseur: afgevaardigde van ketenpartner die de regie heeft bij uitvoering van afspraken en besluiten, bedoeld in artikel 5; College: college van burgemeester en wethouders van een van de gemeenten; Convenant: het Convenant Zorg- en Veiligheidstafel Jeugd Hillegom, Lisse & Teylingen; Gegevensverwerking: verwerking van persoonsgegevens als bedoeld in artikel 4 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming; Jeugdigen: jeugdigen als bedoeld in artikel 1 van de Jeugdwet; Gemeenten: de gemeente Lisse, de gemeente Hillegom en de gemeente Teylingen; Ketenpartner: een (afgevaardigde van) een der partijen, met uitzondering van de gemeenten; Ketenregisseur: ambtenaar van de werkorganisatie HLTsamen die werkzaam is voor het domein Maatschappelijke Ontwikkeling of voor het domein Buitenruimte (Openbare Orde en Veiligheid) en binnen de werkorganisatie HLTsamen is aangesteld als projectleiders van de Zorg- en Veiligheidstafel Jeugd HLT; Kerngroep focusoverleg (groepsaanpak): ketenregisseur HLTsamen, politie, JGT, jongerenwerk; Stuurgroep: burgemeester en wethouder(s) verantwoordelijk voor jeugd en (jeugd)zorg; Veiligheidsketenpartners: politie, HALT, jeugdreclassering; Verzorgingsgebied: het gezamenlijke grondgebied van de gemeenten; Werkproces: bijlage van het convenant waarin de werkwijze en procedures
van de Zorg- en Veiligheidstafel worden opgenomen. Zorgketenpartners: Brijder preventie Zuid-Holland Noord, Welzijnskwartier, Jeugd Preventie Team (GGD Hollands Midden), Regionaal Bureau Leerplicht Holland Rijnland, Stichting Voorieder1, Stichting Jeugdbescherming West, primair en voorgezet onderwijs.
Artikel 2 - Doel van de samenwerking 1. De samenwerking is bedoeld om in een vroeg stadium jeugdigen te signaleren die overlast veroorzaken in het verzorgingsgebied en deze overlast op een sluitende, effectieve en interdisciplinaire wijze aan te pakken, zo nodig en waar mogelijk door middel van (preventieve) interventies. 2. Het in het eerste lid genoemde doel wordt bereikt door gezamenlijk de vroegsignalering van de aan de overlast onderliggende problematiek te bevorderen en preventieve handelingsperspectieven te versterken. 3. Voor de in het eerste lid genoemde doelen wordt voor iedere afzonderlijke gemeente een Zorg- en Veiligheidstafel ingesteld, als bedoeld in artikel 3. Artikel 3 - De Zorg- en Veiligheidstafel 1. De Zorg- en Veiligheidstafel is een samenwerkingsverband van de gemeenten en ketenpartners in het verzorgingsgebied, onder regie van de gemeente via een ketenregisseur, waarbinnen vraagstukken ten aanzien van overlast gevende jeugdigen, zowel individueel als in groepsverband, waarbij sprake is van meervoudige problematiek zowel op het gebied van zorg als veiligheid, kunnen worden besproken en aangepakt. Pagina 3 van 21
2. De Zorg- en Veiligheidstafel faciliteert de procedure voor de toegang tot en van het casusoverleg waar complexe vraagstukken kunnen worden besproken. 3. Daarnaast fungeert de Zorg- en Veiligheidstafel ter signalering van relevante trends en ontwikkelingen ten behoeve van de verantwoordelijkheid van de colleges voor een doelmatig, doeltreffend en samenhangend gemeentelijk beleid ten aanzien van de preventie, de toegang tot en verlening van jeugdhulp ingevolge de Jeugdwet. 4. De colleges van de gemeenten mogen voor de doeleinden bedoeld in het derde lid, ingevolge artikel 7.4.1, tweede lid, van de Jeugdwet, voor zover dat noodzakelijk is voor de in dat artikel genoemde doeleinden gegevens verwerken overeenkomstig de wijze voorgeschreven in paragraaf 7.4 van de Jeugdwet. Artikel 4 - Structuur Zorg- en Veiligheidstafel De Zorg- en Veiligheidstafel kent de volgende structuur: - Een casusoverleg, dat volgt op de aanmeld- en triagefase; - Een ketenregisseur, met secretariële ondersteuning, die de regie voert over de voortgang van de verschillende fases en procedures en zo nodig de casusregisseur ondersteunt; - Een kerngroep, voor het focusoverleg; - Een stuurgroep, ter bevordering van de voortgang en eenheid van de zorg- en veiligheidstafel en samenwerking.
Afdeling II - Aanmeldfase, triagefase, focus- en casusoverleg Artikel 5 - Casusoverleg 1. Met enige regelmaat organiseert de ketenregisseur in iedere gemeente een casusoverleg. 2. De besluiten en afspraken die in het casusoverleg worden genomen en gemaakt komen in gemeenschappelijk overleg tot stand, indien: a. een afgevaardigde ketenpartner niet aanwezig kan zijn, regelt deze vervanging of draagt zorg voor een schriftelijke inbreng over het vraagstuk zodat de overige aanwezigen bij het casusoverleg in gemeenschappelijk overleg afspraken en besluiten tot stand kunnen laten komen; b. de ketenpartners tijdens het casusoverleg niet tot gemeenschappelijke besluiten en afspraken over een vraagstuk kunnen komen doet de ketenregisseur een procesvoorstel om te bezien of afspraken en besluiten alsnog tot stand kunnen komen zo nodig in een volgend casusoverleg; c. in het uiterste geval dat na het procesvoorstel van de ketenregisseur, bedoeld in onderdeel b, geen gemeenschappelijke afspraken en besluiten tot stand kunnen komen dan wel een of meerdere ketenpartners zich onthouden van het uitvoeren van besluiten en afspraken die reeds in een casusoverleg stand zijn gekomen, kan de ketenregisseur de stuurgroep van de gemeente waar het casusoverleg plaatsvindt verzoeken om een procesvoorstel.
De stuurgroep kan, na de bestuurder(s) van de betreffende ketenpartner(s) te hebben gehoord, in het procesvoorstel verzoeken: i. het vraagstuk opnieuw laten agenderen voor een casusoverleg rekening houdend met de gevoelens van de betreffende ketenpartner(s) of het vraagstuk in zijn geheel opnieuw in een casusoverleg te laten behandelen; ii. de medewerking van de betreffende ketenpartner(s) gelasten. 3. In uitzonderlijke gevallen kan, in afwijking van het tweede lid, en niet dan nadat eerst een procesvoorstel, als bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, is gedaan, de stuurgroep, overeenkomstig een advies van de ketenregisseur, besluiten en afspraken vaststellen. Een dergelijk advies van de ketenregisseur heeft ten minste de instemming van de meerderheid van de bij het vraagstuk betrokken ketenpartners. Pagina 4 van 21
4. De bij het casusoverleg betrokken ketenpartners verwerken gegevens op de grondslagen genoemd in artikel 12, indien deze voor de uitvoering van afspraken en besluiten uit het casusoverleg noodzakelijk zijns. 5. Het casusoverleg is niet openbaar. Deelname door de ketenpartners, de jeugdige en diens wettelijke vertegenwoordigers geschiedt uitsluitend op uitnodiging van de ketenregisseur. 6. Nadere procedurele regels over de werkwijze van het casusoverleg kunnen worden opgenomen in het bij dit convenant behorende werkproces. Artikel 6 – voorwaarde casusoverleg Een vraagstuk wordt niet in het casusoverleg, besproken dan nadat het ingevolge de procedures in artikelen 7 en 8 is aangemeld onderscheidenlijk behandeld is in de triagefase. Artikel 7 - Aanmeldfase 1. Een ketenpartner meldt bij de ketenregisseur een complex vraagstuk waarvan hij bespreking in het casusoverleg noodzakelijk vindt. 2. De ketenregisseur beoordeelt of het vraagstuk voldoet aan de criteria die voor de toegang tot het casusoverleg in het werkproces hiervoor zijn opgenomen uitsluitend op basis van de door de aanmelder verstrekte gegevens. 3. Indien de ketenregisseur oordeelt dat het vraagstuk voldoet aan de criteria voor verdere behandeling wordt dit gemeld aan de betreffende ketenpartner en kan het vraagstuk door naar behandeling in de triagefase, als bedoeld in artikel 8. 4.
Nadat de ketenregisseur heeft beoordeeld of het vraagstuk in aanmerking komt voor verdere behandeling bij de Zorg- en Veiligheidstafel, informeert de aanmelder de jeugdige en diens wettelijke vertegenwoordigers over de aanmelding, de beoordeling van de ketenregisseur en de verdere vervolgstappen. Het informeren geschiedt met toepassing van artikel 7.1.5.1 van de Jeugdwet. 5. Indien het een groepsvraagstuk betreft blijft het informeren van individuele leden voor de aanmeldfase achterwege. 6. Nadere procedurele regels over de werkwijze van de aanmeldfase, en in het bijzonder de werkwijze voor de vraagstukken die niet of niet zonder meer voor behandeling in het casusoverleg in aanmerking komen, kunnen worden opgenomen in het bij dit convenant behorende werkproces. Artikel 8 - Triagefase en focusoverleg 1. Na aanmelding als bedoeld in artikel 7 wordt: a. een individueel vraagstuk door de ketenregisseur in de triagefase voorbereid voor bespreking in het casusoverleg, of: b. een groepsvraagstuk wordt op voordracht van de ketenregisseur in het kader van de triage besproken in de kerngroep focusoverleg groepsaanpak . 2. De relevante ketenpartners voor de behandeling van het individuele vraagstuk verwerken op verzoek van de ketenregisseur uitsluitend de voor deze fase noodzakelijke gegevens. 3.
Op basis van gegevensverwerking die in het kader van deze fase plaatsvindt, maakt de ketenregisseur een afweging of het individuele vraagstuk voldoende is voorbereid om in het casusoverleg te worden besproken of dat het nodig is een focusoverleg over het vraagstuk te gelasten met de kerngroep focusoverleg. 4. Indien het een groepsvraagstuk betreft dan wordt: a. in de kerngroep focusoverleg groepsaanpak op basis van de groepsscan een prioritering gemaakt van de individuele leden van de groep. Indien een individueel groepslid een hoge prioriteit toegewezen krijgt, wordt het een individueel vraagstuk dat door de ketenregisseur wordt voorbereid; b. de ketenregisseur verantwoordelijk dat de individuele leden van de groepsscan, worden geïnformeerd dat zij: Pagina 5 van 21
i. in een groepsscan van de politie zijn genoemd; ii. welke vervolgstappen worden ondernomen; 5. Nadere procedurele regels over de werkwijze van de triagefase alsmede het focusoverleg kunnen worden opgenomen in het bij dit convenant behorende werkproces.
Afdeling III – Privacy, doelbinding, dataminimalisatie en gegevensverwerking Artikel 9 – Dataminimalisatie en toestemming gegevensverwerking door ketenpartners 1. Ketenpartners en gemeenten verwerken uitsluitend de persoonsgegevens, en verrichten in het kader van de verwerking geen andere (verwerkings)handelingen dan, die voor de doeleinden van een afzonderlijke fase van de Zorg- en Veiligheidstafel noodzakelijk zijn. 2. Persoonsgegevens die voor een bepaalde fase of overleg voor de Zorg- en Veiligheidstafel zijn verwerkt worden niet zonder toestemming van de verstrekkende ketenpartners voor andere doeleinden verwerkt dan dat waarvoor ze zijn verstrekt. 3. Indien het wenselijk is dat persoonsgegevens worden verwerkt voor andere doeleinden dan waarvoor deze zijn verstrekt, wordt door de gegevensverstrekker beoordeeld of de oorspronkelijke verstrekking daarmee verenigbaar is. 4. Persoonsgegevens die in het kader van de Zorg- en Veiligheidstafel worden verwerkt door ketenpartners worden door andere ketenpartners niet langer bewaard dan noodzakelijk voor het doel waarvoor ze zijn verstrekt. De persoonsgegevens die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van besluiten en afspraken uit het casusoverleg, worden niet langer bewaard dan één jaar nadat een casus is afgeschaald, mits het belang van de jeugdige zich daar niet tegen verzet. 5.
Nadere procedurele regels over dataminimalisatie en toestemming, als bedoeld in dit artikel, kunnen worden opgenomen in het bij dit convenant behorende werkproces. Artikel 10 – Verwerkingsverantwoordelijke 1. Ketenpartners blijven tijdens deelname aan de Zorg- en Veiligheidstafel te allen tijde zelf verwerkingsverantwoordelijke, als bedoeld in artikel 4, onderdeel zeven, van de AVG, voor de persoonsgegevens die zij voor de samenwerking verstrekken aan de ketenregisseur dan wel de casusregisseur. 2. Ketenpartners en gemeenten zijn gezamenlijk verwerkingsverantwoordelijke, als bedoeld in artikel 26 van de AVG, voor de verwerking van de persoonsgegevens bij het casusoverleg. 3. De gemeente is verwerkingsverantwoordelijk, als bedoeld in artikel 4, onderdeel zeven, van de AVG, voor de verwerking van de persoonsgegevens door de casusregisseur die ketenpartners of gemeenten aan de casusregisseur verstrekken in het kader van de uitvoering van de besluiten en afspraken, bedoeld in artikel vijf. Indien een of meerdere van die besluiten of afspraken door de casusregisseur gezamenlijk met een of meerdere ketenpartners wordt uitgevoerd dan is de gemeente voor de persoonsgegevens die door ketenpartners worden verwerkt slechts de verwerker. 4.
De gemeente is gegevensverantwoordelijke voor de verwerking van de persoonsgegevens die door de ketenregisseur worden verwerkt voor de doeleinden zoals omschreven in artikel 12, derde lid. 5. Ketenpartners en gemeenten besteden de verwerking van de persoonsgegevens onder dit convenant niet uit aan een derde, zonder dat de stuurgroep daarover de besturen van de ketenpartners heeft gehoord en niet dan nadat het voorwaarden heeft gesteld ten aanzien van het beschermingsniveau dat minimaal door een derde moet worden gerealiseerd. 6. Nadere procedurele regels over de werkwijze van gegevensverantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in het kader van de Zorg- en Veiligheidstafel, kunnen worden opgenomen in het bij dit convenant behorende werkproces.
Pagina 6 van 21
Artikel 11 – Informeren betrokken jeugdigen en diens wettelijke vertegenwoordigers over gegevensverstrekking 1. De ketenpartner die een vraagstuk heeft aangemeld informeert de jeugdige en diens wettelijke vertegenwoordigers hierover overeenkomstig artikel 7.1.5.1 van de Jeugdwet. 2. De ketenpartner, bedoeld in het eerste lid, informeert de betrokken jeugdige en diens wettelijke vertegenwoordigers voorafgaand aan de verwerking en vermeldt ten minste de doeleinden waarvoor de gegevens worden verwerkt, wie er kennis van nemen en de rechten die de betrokkene heeft ten aanzien van de gegevens en de verwerking ervan, tenzij sprake is van de omstandigheid bedoeld in artikel 13, zesde lid. 3. In afwijking van het tweede lid vindt het informeren op een later moment plaats of blijft achterwege indien er een zwaarwegend belang is, zoals: a. bescherming van de jeugdige of van de rechten en vrijheden van anderen b. de veiligheid van de staat, dan wel in het belang van de openbare orde. 4. Na het informeren deelt de ketenpartner de andere ketenpartners die het aangaat dat dit heeft plaatsgevonden. 5. Nadere procedurele regels over het informeren over gegevensverstrekking kunnen worden opgenomen in het bij dit convenant behorende werkproces. Artikel 12 – Doelbinding 1.
Een college mag ingevolge artikel 7.4.0, eerste lid, van de Jeugdwet voor de doeleinden genoemd in de onderdelen a tot en met d van dat lid, de in dat artikel genoemde persoonsgegevens verwerken van de jeugdige of diens wettelijke vertegenwoordigers ten behoeve van de uitvoering van de Jeugdwet en ten behoeve van beleidsinformatie. Voor zover de doeleinden van dit convenant samenvallen met de doeleinden genoemd in artikel 7.4.0, eerste lid, van de Jeugdwet verstrekken ketenpartners, die onder de reikwijdte van artikel 7.4.0, tweede lid, van de Jeugdwet vallen, uit hoofde van die bepaling gegevens ten behoeve van de samenwerking. 2. Bij het verwerken van persoonsgegevens voor de doeleinden en voor de in afdeling II genoemde fasen en overleggen, zijn de volgende wettelijke taken dan wel taken algemeen belang van toepassing: a. Voor colleges: het belang van het welzijn van jeugdigen in het verzorgingsgebied en het verlenen van adequate jeugdhulp en de taken en verantwoordelijkheden die daar mee verband houden op grond van de Jeugdwet en in het bijzonder hoofdstuk 2 en de artikelen 2.1, eerste lid, onderdeel f, 2.3, 2.4 en 2.7 van de Jeugdwet, artikel 4.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning en artikel 16 van de Leerplichtwet 1969; b.
Voor jeugdhulpaanbieders: de goede uitvoering van de taken die ingevolge de Jeugdwet aan hen toekomen of die zij als derde, bedoeld in artikel 2.11, eerste lid, van de Jeugdwet voor een college uitvoeren, voor zover die taken behulpzaam kunnen zijn voor de verwezenlijking van de doeleinden; c. Voor gecertificeerde instellingen: de goede uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering, op grond van de Jeugdwet en in het bijzonder hoofdstuk 3 van de Jeugdwet voor zover die taken behulpzaam kunnen zijn voor de verwezenlijking van de doeleinden; d. Voor een instelling voor de geestelijke gezondheidszorg: de uitvoering van taken bij behandeling van, verpleging, verzorging en bejegening van personen met een psychische stoornis, inclusief verslaving met of zonder verblijf in het kader van de Wet op de geneeskundige behandelingovereenkomst of de Wet verplichte GGZ en de Wet zorg en dwang, voor zover die taken behulpzaam kunnen zijn voor de verwezenlijking van de doeleinden; e. Voor Veilig thuis: de goede uitvoering van de taken van het advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling, waaronder in het bijzonder taken zoals bedoeld Pagina 7 van 21
artikel 4.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning, met inachtneming van het handelingsprotocol Veilig Thuis, voor zover die taken behulpzaam kunnen zijn voor de verwezenlijking van de doeleinden; f. Voor leerplichtambtenaren: de goede uitvoering van taken die ingevolge de Leerplichtwet 1969 aan hen toekomen, voor zover die taken behulpzaam kunnen zijn voor de verwezenlijking van de doeleinden; g. Voor bevoegde gezagen scholen: de goede invulling van artikel 2.7, eerste lid, van de Jeugdwet en taken die hen toekomen op basis van de Wet op het primair onderwijs of de Wet op het voortgezet onderwijs voor zover die taken behulpzaam kunnen zijn voor de verwezenlijking van de doeleinden; h. Voor burgemeesters: in het belang van de handhaving van de openbare orde, artikel 172 van de Gemeentewet en in het bijzonder de uitvoering van de taken en bevoegdheden, bedoeld of gebaseerd op de Gemeentewet; i. Voor een reclasseringsinstelling: de goede uitvoering van taken van de reclasseringsinstelling, waaronder in het bijzonder taken zoals bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Reclasseringsregeling 1995, voor zover die taken behulpzaam kunnen zijn voor de verwezenlijking van de doeleinden; j.
Voor de politie: de vervulling van taken zoals bedoeld in artikel 3 van de Politiewet (te weten taken op het gebied van opsporing, handhaving van de rechtsorde en hulp aan hen die dat behoeven en de verstrekking van gegevens, ook zijnde politiegegevens) geschiedt op grond van artikelen 8 en 20 van de Wet politiegegevens. 3. Het verwerken van persoonsgegevens op de Zorg- en Veiligheidstafels vindt plaats met als doel het gezamenlijk door partijen bijdragen aan de veiligheid als onderdeel van het integrale zorg- en veiligheidsbeleid van de gemeente(n). De domein overstijgende samenwerking is meer specifiek gericht op het voorkomen en verminderen van (ernstige) overlast, criminaliteit, recidive en maatschappelijke uitval bij complexe problemen, door een combinatie van repressie, bestuurlijke interventie én zorg, hetgeen gezien moet worden als een zwaarwegend algemeen belang. Artikel 13 - Geheimhouding en datalekken 1. Een ieder die op grond van dit convenant kennis neemt van gegevens die voor de Zorg- en Veiligheidstafel worden verwerkt is verplicht tot geheimhouding daarvan, tenzij de wet tot bekendmaking verplicht. 2. Ketenpartners en gemeenten dragen zorg voor en verzekeren dat geheimhouding door medewerkers die in het kader van de uitvoering van dit convenant gegevens verwerken of daarmee in aanraking komen gewaarborgd is. 3.
Onverminderd het eerste lid, is artikel 7 van de Wet politiegegevens onverkort van toepassing op gegevens die worden verwerkt in het kader van de Zorg- en Veiligheidstafel. 4. Indien politiegegevens over een betrokken jeugdige reeds op grond van artikel 16, eerste lid, onderdeel b, onder 2, van de Wet politiegegevens zijn verstrekt aan de burgemeester óf op grond van artikel 15 van die wet ter beschikking zijn gesteld aan een Buitengewone Opsporingsambtenaar van de gemeente óf op grond van het Besluit politiegegevens, voor een ander doel politiegegevens zijn verstrekt aan een van de ketenpartners, dan worden deze gegevens door de desbetreffende ontvanger alleen verstrekt aan de keten- of casusregisseur met toestemming van de verstrekker en indien dit voor de uitvoering van besluiten en afspraken noodzakelijk is. 5. Indien het voor de triagefase, het casusoverleg of voor de uitvoering van besluiten en afspraken noodzakelijk is, gelet op een dringende reden van algemeen belang die past binnen de doeleinden van dit convenant, dat toestemming voor het doorbreken van een wettelijke of beroepsmatige geheimhoudingsplicht nodig is, regelt de ketenpartner die het aangaat dat:
Pagina 8 van 21
6.
7.
8.
9.
a. de betreffende ketenpartner de jeugdige of diens wettelijke vertegenwoordigers informeert over de verwerking, doeleinden en rechten die hij in dit kader kan uitoefenen; b. gegevens die op basis van dit artikel zijn verwerkt worden vernietigd, indien de toestemming hiervoor om welke reden dan ook komt te vervallen. In afwijking van het vijfde lid kan, in zeer uitzonderlijke gevallen, indien toestemming niet verkregen wordt en de ketenpartner ervan overtuigd is dat een conflict van plichten zich voordoet of kan gaan voor doen, of goed hulpverlenerschap in het kader van de uitvoering van dit convenant de verwerking van gegevens verlangt, de betreffende ketenpartner een afweging maken of verstrekking alsnog gerechtvaardigd is. Het vijfde lid, onderdeel a en b zijn van overeenkomstige toepassing. Ketenpartners, uit hoofde van het zijn van gegevensverantwoordelijke, stellen indien nodig specifieke procedures vast en houden dergelijke procedures in stand die betrekking hebben op het detecteren, de beëindiging en het herstel van inbreuken op (beveiligings-)maatregelen. Ten aanzien van gegevens die aan de Zorg- en Veiligheidstafel worden verstrekt op grond van afdeling II van het convenant is daarvoor de ketenregisseur verantwoordelijk.
Ketenpartners, de ketenregisseur of gemeenten melden, indien zij daartoe wettelijk of ingevolge daartoe gestelde regels in het werkproces verplicht zijn, een inbreuk, bedoeld in het zevende lid, bij de Autoriteit Persoonsgegevens en maakt hiervan melding aan de bij het vraagstuk betrokken ketenpartners en de ketenregisseur. De ketenregisseur meldt de inbreuk en de wijze waarop het is afgehandeld aan de stuurgroep. Nadere procedurele regels over geheimhouding en toestemming alsmede de wijze waarop datalekken worden gemeld, als bedoeld in dit artikel, kunnen worden opgenomen in het bij dit convenant behorende werkproces.
Artikel 14 Rechten van jeugdige en diens wettelijke vertegenwoordigers 1. a. Een jeugdige die de leeftijd van zestien jaar heeft bereikt; b. De wettelijke vertegenwoordigers van een jeugdige die de leeftijd van twaalf jaar nog niet heeft bereikt; c. Een jeugdige die de leeftijd van twaalf jaar heeft bereikt doch nog niet de leeftijd van zestien jaar heeft bereikt en diens wettelijke vertegenwoordigers gezamenlijk; Kan (kunnen) een ketenpartner dan wel de ketenregisseur verzoeken om inzage te krijgen in, correctie te verlangen van onjuiste, bezwaar te maken tegen dan wel verzoeken tot het overdragen van gegevens die door een ketenpartner in het kader van de Zorg- en Veiligheidstafel worden verwerkt, zoals worden gewaarborgd in de afdelingen 2, 3 en 4 van hoofdstuk III van de AVG. 2. Een verzoek aan de ketenregisseur voor gegevens waarbij geen sprake is van gezamenlijke gegevensverantwoordelijkheid, wordt geacht te zijn gericht aan de ketenpartners die de gegevens heeft verstrekt. 3. Bij het inwilligen van een verzoek tot inzage worden ten minste vermeld: a. de verwerkingsdoeleinden; b. de verwerkte categorieën persoonsgegevens; c. de bron van de gegevens; d. de ontvangers van en welke categorie persoonsgegevens zij hebben ontvangen; e. de duur van de periode van de verwerking; f. dat de jeugdige of diens wettelijke vertegenwoordigers het recht heeft (hebben) om: i.
rectificatie te verlangen, ingevolge artikel 16 van de AVG, indien gegevens onjuist zijn; ii. de gegevensverwerking te beperken en bezwaar te maken tegen de verwerking, ingevolge artikel 18 van de AVG;
Pagina 9 van 21
4.
5.
6.
7.
iii. te verlangen dat de gegevens gewist worden, indien voor de verwerking geen andere grondslag is dan de toestemming van de jeugdige of diens wettelijke vertegenwoordigers noodzakelijk en de toestemming vervalt of indien door een daartoe bevoegde autoriteit is geoordeeld dat de gegevens onrechtmatig verwerkt zijn, op grond van artikel 17 van de AVG; iv. een klacht in te dienen bij de Autoriteit Persoonsgegevens over een onjuiste verwerking. De jeugdige of diens wettelijke vertegenwoordigers ontvangen binnen vier weken na een verzoek tot inzage te hebben gedaan een reactie van de betreffende ketenpartner of indien er sprake is van gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijkheid, door de ketenregisseur. De ketenpartner aan wie een verzoek wordt gedaan als bedoeld in het derde lid, onderdeel f, onder i en iii: a. regelt dat aan het verzoek kan worden voldaan, en; b. zorgt ervoor dat het verzoek afdoende en binnen vier weken wordt beantwoord. Indien niet aan een verzoek tot inzage, tot rectificatie of tot verwijdering kan worden voldaan, wordt de reden van de afwijzing deugdelijk gemotiveerd en in het bijzonder uitgelegd waarom het belang van verwerking zwaarder weegt dan het verzoek van de betrokkene.
Nadere procedurele regels over de wijze waarop wordt omgegaan met verzoek van jeugdigen of diens wettelijke vertegenwoordigers, kunnen worden opgenomen in het bij dit convenant behorende werkproces.
Afdeling IV –Wijzigingen, inspanningsverplichting, looptijd, beëindigen deelname Artikel 15 - Aanpassing werkproces 1. Zowel de ketenregisseur als ketenpartners kunnen wijzigingen van het werkproces voorstellen. 2. De ketenregisseur legt een voorstel tot wijziging van het werkproces aan de ketenpartners voor. 3. De ketenregisseur stelt een redelijke termijn aan de ketenpartners om te reageren op de voorgestelde wijziging van het werkproces. 4. De stuurgroep stelt een wijziging van het werkproces niet vast dan nadat, het voorleggen bedoeld in het tweede lid heeft plaatsgevonden en heeft geleid tot een gezamenlijk gedragen voorstel, en, de besturen van de ketenpartners zijn geraadpleegd. 5. Indien er niet tot een gezamenlijk voorstel kan worden gekomen is de procedure van artikel 5, tweede lid, onderdeel c, nummer i, en artikel 5, derde lid, van overeenkomstige toepassing.
Artikel 16 - Wijziging convenant 1. De ketenregisseur legt, al dan niet op verzoek van een of meerdere ketenpartners, een voorstel tot wijziging aan de ketenpartners voor ter raadpleging; 2. Indien, na raadpleging, de ketenpartners instemmen met het voorstel, wordt aan de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen het voorstel gedaan de wijziging van het convenant vast te stellen. 3. Indien de besturen van de ketenpartners niet kunnen instemmen met het voorstel dan vragen de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Hillegom, Lisse of Teylingen de ketenregisseur een nieuw voorstel te doen rekening houdend met de overwegingen van die ketenpartners. De colleges stellen het nieuwe voorstel vast nadat opnieuw het voorstel ter raadpleging aan de besturen van de ketenpartners is voorgelegd.
Pagina 10 van 21
Artikel 17 – Duur convenant
1. Het convenant wordt van kracht per 1 maart 2022. 2. Het convenant geldt voor onbepaalde tijd. 3. Indien de Wet gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden tot wet verheven wordt, treden partijen in overleg om te bezien of en hoe het convenant voortgezet kan worden. Hiertoe wordt de procedure gevolgd als beschreven in artikel 16. 4. Indien gedurende de looptijd van dit convenant een instelling of instantie, zijnde een ketenpartner, door beëindiging van de contractuele relatie met de gemeente of door faillissement of om een legitieme of dwingende reden niet langer partij kan zijn, dan geldt de rechtsopvolger als partij bij het convenant nadat deze hiervoor een addendum heeft ondertekend. Artikel 18 - Inspanningsverplichting 1. Partijen onderschrijven het doel van dit convenant. 2. Partijen spannen zich in om dit convenant na te leven en al datgene te doen waartoe zij redelijkerwijs in staat zijn en toe kunnen worden gehouden om de doelen te verwezenlijken en de samenwerking te optimaliseren. Artikel 19 – Beëindigen deelname 1. Indien een partij de deelname aan het convenant wenst te beëindigen, geeft zij dit aan bij de ketenregisseur. 2. De ketenregisseur stelt een beëindigingsovereenkomst op. 3. De ketenregisseur stelt de overige partijen schriftelijk op de hoogte van de beëindiging van deelname. 4.
De artikelen 13 en 14 blijven ook na beëindiging van deelname aan het convenant van kracht.
Aldus overeengekomen te [plaats] op [datum] Gemeente Hillegom Burgemeester A. van Erk
Gemeente Lisse Burgemeester L. Spruit
Gemeente Teylingen Burgemeester C.G.J. Breuer
Pagina 11 van 21
Naam organisatie en naam/functie medewerker die ondertekend
Hantekening
Gelieve te tekenen binnen de lijnen. De handtekeningen van de verschillende organisaties kunnen zo in 1 document worden geplakt. Het volledig ondertekend convenant wordt rondgestuurd.
Pagina 12 van 21
Pagina 13 van 21
Pagina 14 van 21
Pagina 15 van 21
Pagina 16 van 21
Pagina 17 van 21
Pagina 18 van 21
Pagina 19 van 21
Pagina 20 van 21
Pagina 21 van 21