D14.1 Bijlage Begroting 2026 en Meerjarenbegroting 2027-2030 OBODB.pdf
Tekst van het document
OPLEGGER
Onderwerp/titel
Begroting 2026 en meerjarenbegroting 2027-2030
Geschreven door
Controller i.o.v. bestuurder
Domein
Financiën
Proces
Maak een keuze
Toelichting document:
pagina 1
19 december 2025
ter informatie
Definitief
De begroting 2026 en de meerjarenbegroting 2027-2030 is door de bestuurder van OBODB vastgesteld en ter informatie besproken in de regiegroep van wethouders van de vijf gemeentes. De begroting wordt nu, conform de statuten (artikel 15) van OBODB aan de vijf gemeenteraden toegestuurd ter informatie.
BEGROTING 2026 Meerjaren 2027-2030 OBO Duin en Bollenstreek Van
M. Brinkhuis, bestuurder
Aan
Directie, GMR, RvT
Datum
9 december 2025
Presentatie directie
27 november 2025
Advies
Bespreken fin. Commissie GMR
11 november 2025
Advies
Bespreken GMR ter inistemming
4 december 2025
Instemming op hoofdlijnen
Bespreken audit commissie RvT
11 november 2025
Advies
Bespreken met RvT ter goedkeuring
8 december 2025
Goedkeuring
Vasstelling bestuurder
9 december 2025
Vaststellen
Ingangsdatum
1 januari 2026
Inhoud Inleiding
3
Gewoon prima onderwijs
3
Begrotingsproces
3
Leeswijzer
4
Hoofdstuk 1 Uitgangspunten van de begroting 2026-2030
5
Meerjaren beleid
5
Leerlingaantallen
6
Formatie
6
Investeringen
7
Financiële uitgangspunten
7
Meerjaren exploitatiebegroting
10
Overzicht meerjarenbegroting
10
Toelichting meerjarenbegroting
10
Toelichting kosten bovenschools en bestuursbureau
14
Toelichting diverse subsidies
16
Balans-kengetallen- kasstroomoverzicht
18
Meerjarenbalans
18
Kasstroomoverzicht
19
Financiële kengetallen
19
Risicoparagraaf
21
Risico’s
21
Maatregelen
23
Bijlage 1 Leerlingontwikkeling
24
Bijlage 2 FTE ontwikkeling
27
2
Inleiding Hierbij presenteren wij de begroting 2026 en de meerjarenbegroting 2027-2030 van Stichting OBODB.
Gewoon prima onderwijs Voor u ligt de begroting 2026 en de meerjarenbegroting 2026-2029. Met deze begroting hebben de directeuren, stafkantoor en bestuurder samen gewerkt aan een begroting, waarin zoveel mogelijk de verantwoordelijkheid daar ligt waar de beslissingen worden genomen, namelijk door de directeur op school. Zoals we al in de kaderbrief hebben geschreven, hebben we die kosten, die niet beinvloedbaar zijn, bovenschools getrokken. Hierdoor kan elke school het beschikbare budget zodanig inzetten, dat men kan werken aan de ambities die de directeur met het team gesteld heeft. We dragen zo ertoe bij dat we solidair met elkaar een gezonde stichting zijn, die geld uitgeeft, waar het voor bedoeld is en dat is het beste onderwijs voor elk kind in de Duin- en Bollenstreek.
Begrotingsproces Het opstellen van de begroting 2026 heeft plaatsgevonden in samenhang met het opstellen van de meerjarenbegroting 2027-2030. Daarmee worden besluiten in meerjarig perspectief bezien en wordt er rekening gehouden met mogelijke meerjarige financiële consequenties van beleidsmatige keuzes op bestuurs- en/of op schoolniveau. Het opstellen van de begroting is een zorgvuldig proces geweest, waarbij is gestart met het opstellen van de kaderbrief. Deze kaderbrief is besproken met de auditcommissie van de RvT en de financiële commissie van de GMR. De kaderbrief bevat kaders en uitgangspunten die zijn gebruikt om te komen tot een nieuwe meerjarenbegroting. Met de directeuren is een sessie met betrekking tot begroten gegeven onder leiding van bureau Leeuwendaal. Hierin is aan de orde gekomen hoe beleid aan geld te koppelen, er is inzicht in kengetallen per school en wat bovenschoolse en bureaukosten zijn. Dit jaar zijn er begrotingscafe’s gehouden waarin directeuren aan de begroting konden werken en beleidsmedewerkers financiën en personeel aanwezig waren om te ondersteunen. Het uitgangspunt bij een schoolbegroting is dat deze een financiële vertaling is van het schoolplan, waarin de uitwerking van de strategische koers is gemaakt op schoolniveau.
De begroting is de financiële vertaling van ons primaire proces en vormt het financiële kader voor de besluitvorming over (extra) investeringen in het onderwijs. In de begroting zijn de doelstellingen en leerlingenaantallen en verplichtingen doorgerekend. We streven de komende jaren naar sluitende begrotingen. Dat wil zeggen dat we de baten voor het geven van goed onderwijs daar ook gelijk weer voor inzetten. Het financiële kader is dan ook een 0-begroting de komende jaren. Daarmee
3
houden we, conform het advies uit de controlscan, voldoende reserve om financiële risico’s het hoofd te bieden en de benodigde structurele en reguliere investeringen in het onderwijs te financieren. Een sluitende begroting is na jaren van extra incidentele subsidies een uitdaging. De rijksbaten dalen de komende jaren bovendien door een verwachte lichte leerlingendaling. De formatie zal mee moeten bewegen met de verandering in rijksbaten, waarbij een goede onderwijskwaliteit gegarandeerd blijft. Door monitoring gesprekken gedurende het jaar met bestuurder, directie, controller en beleidsmedewerkers houden we grip op de onderwijskwaliteit, de formatie en de verschillende deelexploitaties die samen de stichtingsexploitatie vormen.
Leeswijzer Deze begroting start met de belangrijkste uitgangspunten, te weten: beleid, leerlingenaantallen, formatie (inclusief taakstelling), investeringen en financiële uitgangspunten (hoofdstuk 1). In hoofdstuk 2 staat de meerjarenbegroting en de toelichting op de verschillende posten. Hoofdstuk 3 geeft inzicht in de verschillende deelexploitaties, waaronder de bovenschoolse kosten. In dit hoofdstuk lichten we verder de begrote uitputting van verschillende subsidies toe. In hoofdstuk 4 rekenen we de begroting door in in de meerjaren balans en financiële kengetallen. De waarden van de financiële kengetallen toetsen we aan het onze signaleringswaarden (financiële kader).
4
Hoofdstuk 1 Uitgangspunten van de begroting 2026-2030 Meerjaren beleid Afgelopen mei zijn we gestart met nieuw strategisch plan voor OBODB. De concept versie is klaar en wordt eind dit jaar vastgesteld (zie bijlage 1). Tijdens het begrotingsproces is de strategische koers dus nog niet klaar. Dat geldt ook voor de vertaling van doelen naar activiteiten. De richting is echter wel duidelijk. In het strategische koersplan spreken we van ankerpunten op de kerndomeinen. De belangrijkste ankerpunten zijn: Iedere school behoudt het basisarrangement van de Inspectie en streeft hogere ambities na. 1. Door o.a. structurele kwaliteitszorg in PDCA cyclus met zelfevaluatie en audits, professionele leergemeenschappen, regiegroep O&K 2. Strategisch personeelsbeleid met HR dashbord, onboardingprogramma, talentontwikkelprogramma 3. Preventief verzuimbeleid, werdrukverlaging en vitaliteit 4. Optimale inzet van middelen en efficienter werken o.a. met gezamenlijke inkooptrajecten 5. Duurzaam huisvestingsbeleid en organisatie daarvan De ankerpunten zijn op verschillende plaatsen terug te vinden in de begroting en maken veelal onderdeel uit van de structurele (going concern) begroting en zijn daardoor niet apart aan te wijzen in de begroting. De meeste ankerpunten zien we in de begroting terug als salarislasten van de bestaande formatie.
Door agendering op de verschillende bestaande overleggen en verschuivingen in het taakbeleid wordt tijd ingeruimd voor de ankerpunten. De ankerpunten zijn als volgt vertaald in de begroting: Ankerpunten Onderdeel van de structurele begroting Kwaliteitszorg In de bestaande formatie Basisvaardigheden
Strategisch personeelsbeleid en talentontwikkelprogramma Preventief verzuimbeleid, werdrukverlaging en vitaliteit Optimale inzet van middelen en aanbestedingstrajecten
In de bestaande formatie van HR
Begrote extra kosten Extern advies kwaliteitszorg € 5K Professionalisering € 300K Ontwikkelmaterialen € 140K Dashbord Applicatie voor talentregistratie pm Kosten Arbodienst € 45K
In de bestaande formatie HR, directeuren en verzuimcoach Aanpassen medewerkertevredenheidsonderzoek In de bestaande formatie van F&C en Extern advies € 10K kosten SIVON
5
Duurzaam huisvestingsbeleid en organisatie
In de bestaande formatie van H&F
Hogere kosten Versluis € 45K
Leerlingaantallen In de begroting gaan we uit van de volgende leerlingenaantallen en leerlingenprognose. 1-2-2024 3.065
1-2-2025 3.089 24 0,8% ↑
1-2-2026 3.069 -20 -0,6 % ↓
1-2-2027 3.035 -34 -1,1%
1-2-2028 2.982 -53 -1,7%
1-2-2029 2.948 -34 -1,1%
Op 1 februari 2025 lag het aantal leerlingen 24 hoger dan het jaar ervoor. Voor de komende jaren wordt een lichte daling verwacht. De prognoses zijn in overleg met de directeuren opgesteld op basis van de verwachte uitstroom en de gemiddelde instroom.
Formatie Hieronder wordt de begrote ontwikkeling van de formatie weergegeven op basis van de huidige aanstellingen. Deze formatie is exclusief de stagiaires, duurzame inzetbaarheid en ouderschapsverlof. In 2026 is 7,51 fte begroot op (incidentele) subsidies, in 2027 is dit 2,5 fte. Gemiddelde formatie Scholen Bovenschools Bestuursbureau Ziektevervanging Totaal Mutatie per jaar Fte per leerling (excl. ziektevervanging)
2025 2,3 7
2026 196,09 2,3 7,66 7 213,05 14,9
2027 188,88 2,3 7,6 7 205,78 -7,27 15,27
2028 182,8 2,3 7,6 7 199,7 -6,08 15,47
2029 179,56 2,3 7,6 7 196,46 -3,24 15,56
In de begrote ontwikkeling van de formatie is rekening gehouden met een bezuiniging op de formatie (taakstelling) als gevolg van de daling in de leerlingenprognose. De begrote taakstelling ziet er als volgt uit: Taakstelling 2026 in fte1 Per jaar -0,417 Cumulatief
1
2027
2028
2029
2030
-1,208 -1,625
-2,683 -4,308
-1,03 -5,34
-3,8 -9,14
Uitgaande van fte OP met een gemiddelde personele last van € 90.000 per fte.
6
Stichtingsbreed kan de taakstelling in kwantitatieve zin tot en met 2029 gerealiseerd worden met de uitstroom door pensioen. In de praktijk is deze puzzel lastiger te leggen.
Investeringen In de begroting gaan we uit van de volgende investeringen:
De begrote investeringen zijn inclusief investeringen groot onderhoud, omdat het groot onderhoud (sinds 2025) geactiveerd wordt. Vóór 2025 werd het groot onderhoud gefinancierd via de onderhoudsvoorziening. In 2026 is voor € 2,07 miljoen gepland aan investeringen. Ook de jaren erna zijn de begrote investeringen hoog. Dit is o.a. het gevolg van terughoudendheid in het vervangen en/of up to date brengen van materiële vaste activa en keuzes ten aanzien van de aanschaf van chromebooks in het verleden. Het geplande investeringsniveau is in 2026 te hoog, gelet op de liquiditeit. In deze begroting stellen we een limiet aan de investeringen van 1,5 miljoen in 2026, zodat het banksaldo voldoende blijft om aan de betalingsverplichtingen te kunnen voldoen.
Financiële uitgangspunten ●
●
De rijksbaten zijn berekend op basis van de leerlingenaantallen en prognose. De salarislasten zijn gebaseerd op de formatieve verplichtingen, minus een taakstelling op op een sluitende begroting uit te komen. De overige baten en lasten zijn doorgetrokken conform de prognose van 2025. De kosten voor groot onderhoud in de vorm van afschrijvingen lopen nog achter bij de vroegere jaarlijkse dotatie aan de voorziening groot onderhoud van 450k, omdat we pas vorig jaar gestart zijn met activeren van groot onderhoud. De afschrijvingskosten voor groot onderhoud in deze begroting zijn met € 47k in 2026 oplopend naar € 145k in 2029 slechts een fractie voor de vroegere dotatie aan de onderhoudsvoorziening. Het verschil in kosten wordt financieel gezien idealiter als positief resultaat toegevoegd aan de bestemmingsreserve huisvesting.
7
● ●
● ● ●
● ●
●
●
● ●
●
●
Alle opbrengsten en kosten worden zoveel mogelijk decentraal begroot bij de scholen. Van de basisbekostiging (exclusief werkdrukmiddelen), bekostiging regeling professionalisering&begeleiding starters en de aanvullende bekostiging in het kader van onderwijsachterstandenbeleid wordt 20,5% afdracht berekend voor de dekking van de kosten van het bestuurskantoor, bovenschoolse kosten, kosten voor verzuim, duurzame inzetbaarheid en ouderschapsverlof en gezamenlijke huisvestingslasten (energie, groot onderhoud, deel bijdrage beheerslasten) Voor de kosten voor verzuim is in totaal € 878K begroot, bestaande uit vervanging via 7 fte en € 200K voor externe inhuur. Medewerkers waarvan verwacht wordt dat deze de WIA instromen na 2 jaar ziekte zijn niet in de begroting opgenomen. De nog te verwachten salariskosten worden gefinancierd met de voorziening langdurig zieken. In de formatiebegroting begroot de school de netto formatie; kosten voor duurzame inzetbaarheid en ouderschapsverlof zijn bovenschools begroot. Voor het opvangen van zwangerschapsverlof komt geld binnen van het UWV waarmee de vervanging kan worden bekostigd. De begroting wordt gedetailleerd, op het niveau van grootboekrekening, kostenplaats en eventueel kostendrager opgesteld. In de begroting is de nieuwe CAO niet verwerkt, maar is het begrotingsadvies van de PO Raad gevolgd.
In de begroting zijn de bedragen van de 1e regeling bekostiging 2026 overgenomen met daarbovenop een stijging van 3,8%. De loonkosten zijn met 5,5% geïndexeerd. Vanaf 1 januari geldt er een andere systematiek met betrekking tot het groot onderhoud. Voor de begroting 2026 zijn investeringen op basis van de huidige MJOP’s opgenomen. Op de balans staat een bestemmingsreserve huisvesting van € 1492 K, deze blijft gedurende de begrotingsperiode in tact. Voor de regeling professionalisering en bekostiging schoolleider geldt dat € 53 per leerling is toegevoegd aan de basisbekostiging. Verder wordt verwacht dat uit de RATO € 25 per leerling naar de scholen wordt doorgestort. De algemene reserve is gedurende de begrotingsperiode minimaal € 2.009K om benodigde risico’s op te vangen (Zie Risicoparagraaf) Vanuit de overheid is de toezegging gedaan dat er vanaf 2027 structureel geld beschikbaar komt voor het primair onderwijs. Vanaf 1 januari 2027 zou dit uitkomen op € 182 per leerling. In de meerjarenbegroting is dit extracomptabel opgenomen. In de begroting is geen rekening gehouden met de arbeidsmarkttoelage, bij toekenning zal een notitie worden geschreven hoe deze middelen besteed zullen worden. Naar verwachting komt er in oktober een informatietool beschikbaar en worden in maart 2026 beschikkingen verstuurd.
In meerjarig perspectief is niet gerekend met indexatie, omdat uitgangspunt is dat deze kostenstijging door indexatie in Rijksbijdragen wordt gedekt.
8
Vanaf 2029 wordt structurele bekostiging verwacht door de bundeling en omzetting van de subsidies School en omgeving, Schoolmaaltijden en Brugfunctionaris. Hier is in de begroting nog geen rekening mee gehouden.
9
Meerjaren exploitatiebegroting Overzicht meerjarenbegroting De begroting voor 2026 en het meerjarenperspectief ziet er als volgt uit:
Het resultaat in 2026 is begroot op 36k negatief. In de jaren erna begroten we een positief resultaat, mede door de gerichte bekostiging basisvaardigheden. Vanaf 2027 nemen de Rijksbijdragen af als het gevolg van het aflopen van de subsidie basisvaardigheden (€852K in 2026 en € 310K in 2027) en door de begrote daling van het aantal leerlingen. Zoals vermeld bij de uitgangspunten is in de begroting gerekend met een bezuiniging op de personele lasten (taakstelling) om ervoor te zorgen dat de lasten in lijn blijven met de dalende baten. Door de stelselwijziging ten aanzien van groot onderhoud is in de komende jaren (boekhoudkundig) sprake van een meevaller in de kosten groot onderhoud, omdat de afschrijvingslasten groot onderhoud lager zijn dan de vroegere dotatie groot onderhoud. In 2026 zou het resultaat 400k positief moeten zijn, waarna dit bedrag wordt toegevoegd aan de bestemmingsreserve groot onderhoud. We kiezen er echter voor om dit niet te doen, zodat de taakstelling behapbaar blijft. Op basis van het geactualiseerde MJOP moet bepaald worden wat de gemiddelde uitgaven zijn aan groot onderhoud, uitgaande van een ideaalcomplex. De bestemmingsreserve moet hoog genoeg zijn om het verschil in afschrijvingskosten groot onderhoud en uitgaven op basis van een ideaalcomplex aan te vullen, totdat het ideaalcomplex is bereikt.
Toelichting meerjarenbegroting Rijksbijdragen: De Rijksbekostiging bestaat uit diverse regelingen ● Basisbekostiging
10
●
●
●
●
●
● ●
Door de loon- en prijsstelling en de eenmalige extra middelen in 2025 zijn de bekostigingsbedragen met 5,176% toegenomen ten opzichte van 2024. De PO Raad heeft geadviseerd om in de begroting de bekostigingsbedragen voor 2026 ten opzichte van de bedragen in de 1e regeling bekostiging op te hogen met 3,8%. Dit in verband met de nieuw af te sluiten CAO waarin rekening moet worden gehouden met een stijging van de brutobedragen ter hoogte van 5,5%. Werkdrukmiddelen In 2025 is de laatste ophoging van het budget voor de aanpak van werkdruk verwerkt, in de eerste regeling bekostiging betreft het bedrag € 338,61 per leerling. Personele bekostiging groei In de begroting is rekening gehouden met personele bekostiging groei van € 60K. Dit is een inschatting. In 2025 is € 72K ontvangen. Groeibekostiging wordt verstrekt als een schoolbestuur in een bepaalde maand met 4% of meer is gegroeid ten opzichte van het aantal leerlingen op de teldatum (1 feb van het voorgaande jaar). De groei wordt maandelijks berekend op basis van het aantal leerlingen dat op de eerste dag van de maand staat ingeschreven. Deze regeling professionalisering en startende schoolleiders is per 2026 komen te vervallen. € 53 per leerling is toegevoegd aan de basisbekostiging, het resterende bedrag gaat naar de Onderwijsregio.
In de begroting is er vanuit gegaan dat er vanuit de Onderwijsregio € 25 per leerling wordt doorgestort naar het bestuur. Aanvullende bekostiging onderwijsachterstandenbeleid Op basis van de nieuwe achterstandsscores die het CBS heeft gepubliceerd ontvangen vijf scholen onderwijsachterstandsmiddelen voor een totaalbedrag van circa € 864K. Bekostiging nieuwkomers Deze bekostiging speelt voornamelijk bij de Verrekijker een rol. Vier keer per jaar wordt deze bekostiging aangevraagd. In de meerjarenbegroting is rekening gehouden met € 350K, een daling van € 50K ten opzichte van 2025. Dit gezien de ontwikkelingen van het aantal leerlingen op de Verrekijker.Daarnaast ontvangt de Verrekijker aanvullende bekostiging voor leerlingen die verblijven in een gezinslocatie van het COA (€ 165K). In de begroting is geen rekening gehouden met de bekostiging voor nieuwkomers >1 jaar, omdat dit niet te voorspellen is. Budget passend onderwijs Vanuit het SWV wordt € 175 per leerling toegekend. Overige subsidies ministerie Onder de overige subsidies ministerie vallen de subsidies Basisvaardigheden, School en omgeving en Brugfunctionaris. Deze subsidies zijn budgetneutraal in de begroting verwerkt.
In de bijlage staan de begrote leerlingenaantallen per school en een toelichting per school op de leerlingenprognose Overige overheidsbijdragen en subsidies: Onder de overige overheidsbijdragen en subsidies vallen de vergoedingen van gemeenten. De scholen in Noordwijk ontvangen de subsidie
11
combinatiefunctionaris voor bewegingsonderwijs en de Witte school ontvangt geld voor het onderhouden van het rieten dak. In verband met bezuinigingen bij de gemeente vervalt de subsidie combinatiefunctionaris vanaf 2027. Overige baten: Onderstaande baten vallen onder de overige baten: ● Verhuur; de inkomsten uit verhuur nemen af, omdat de verhuurinkomsten van het SWV stoppen halverwege 2026. ● Detacheringsopbrengsten; de opbrengsten zijn lager omdat in eerdere jaren er medewerkers in verband met NT2 werden gedetacheerd, dit is gestopt. ● Ouderbijdragen (TSO, schoolreisjes/kamp); de opbrengsten van de TSO zijn lager, omdat er in de begroting bij de Tweemaster is uitgegaan dat de TSO per 1 januari 2026 geheel wordt uitbesteed. ● Onder de overige baten vallen de subsidie van het Jeugdeducatiefonds van Daltonschool Katwijk en de Verrekijker, bijdragen voor het schoolzwemmen van de Witte School, en een vergoeding van de Onderwijs Inkoopgroep. Lonen en salarissen: De huidige CAO loopt 31 oktober 2025 af. Op advies van de PO Raad zijn de lonen en salarissen met 5,5% geïndexeerd. De lonen en salarissen zijn in de jaren 2026 en 2027 hoger door de subsidie basisvaardigheden. Daarna nemen de loonkosten af. Als gevolg van dalende leerlingaantallen zijn er vanaf 2027 diverse taakstellingen opgenomen.
Het is nog niet bekend waar de gerichte bekostiging basisvaardigheden aan mag worden besteed, mogelijk kunnen hier personele lasten tegenover staan. Overige personele lasten: De overige personele lasten zijn lager dan de begroting 2025. Dit is te verklaren omdat er in de begroting van 2025 bedragen voor de NPO subsidie waren begroot. Verder dalen de kosten van de externe inhuur, ook hiervoor geldt dat in de begroting 2025 bedragen op de NPO subsidie waren begroot. Verder was bij de Tweemaster de externe inhuur van een IB’er begroot, deze positie is inmiddels ingevuld. De overige personele lasten dalen verder na 2027 door het aflopen van de subsidie basisvaardigheden. Afschrijvingen: Het niveau van de afschrijvingen laat een stijgende lijn zien als gevolg van de stelselwijziging met betrekking tot groot onderhoud. Op basis van de huidige MJOP’s is een zo goed mogelijke inschatting gemaakt van de investeringen voor de komende jaren. Huisvestingslasten: De begrote huisvestingslasten zijn ten opzichte van 2025 €239K lager. Dit komt doordat er in 2026 geen bedrag is opgenomen voor de voorziening groot onderhoud. Het groot onderhoud is verwerkt bij de investeringen. Er wordt een lichte stijging verwacht van de schoonmaakkosten. De energielasten lijken stabiel.
De bijdrage huisvestingskosten vallen hoger uit dan begroot, dit zijn de kosten van de scholen die samen met scholen van andere stichtingen in een gebouw zitten.
12
Daarnaast hebben het Bolwerk en de Verrekijker extra kosten in 2026 opgenomen in verband met verhuizing naar een ander gebouw. Overige lasten: De overige lasten bestaan uit onderstaande categorieën: ● De administratie- en beheerslasten vallen hoger uit dan de begroting 2025, omdat de kosten van het administratiekantoor te laag waren begroot. Verder is de post voor deskundig advies hoger, omdat de begeleiding van een subsidie niet was begroot en er bij huisvesting in 2026 eenmalig bedragen zijn opgenomen voor de actualisatie van het MJOP en het opstellen van gebouwkaarten. Vanaf 2027 dalen de kosten voor de administratie- en beheerslasten weer. ● Onder de kosten van inventaris en apparatuur vallen de kosten voor ICT licenties, klein inventaris en reproductie. Deze kosten stijgen licht, doordat sommige scholen in 2026 bedragen hebben begroot voor een nieuwe website en doordat de post kopieermaterialen in 2025 te laag begroot was. ● De kosten voor leer- en hulpmiddelen stijgen, omdat er in toenemende mate leermiddelen licenties worden gebruikt in plaats van leermethoden die in het verleden onder de investeringen vielen. Verder stijgen de prijzen van de leermiddelen. ● De overige lasten zijn fors lager, omdat in 2025 € 150K was begroot bij overige onderwijslasten voor de subsidies NPO.
Op basivaardigheden was in 2025 € 367K begroot in 2026 is dit € 259K.Daarnaast is het budget bijzondere lasten (door de bestuurder in te zetten voor specifieke projecten) verlaagd van € 175K naar € 75K. Financiële baten en lasten Vanaf eind 2022 ontvangt OBODB rente uit het schatkistbankieren. In verband met de dalende rente en daling in liquide middelen is het bedrag voor 2026 naar beneden bijgesteld.
13
Toelichting kosten bovenschools en bestuursbureau Hieronder worden de kosten bovenschools, het bestuursbureau en de gezamenlijke huisvestingslasten voor de komende drie jaar verder gespecificeerd. Jaarlijks wordt er kritisch gekeken naar deze kosten, omdat er gestreefd wordt zoveel mogelijk geld naar het primaire proces te laten gaan.
14
Voor de vervangingskosten voor zieke medewerkers is € 878 K begroot op stichtingsniveau. Hierbij gaan wij ervan uit dat kortdurend verzuim in veel gevallen binnen de eigen formatie opgevangen kan worden. Er wordt uitgegaan van 7 fte en € 200K voor externe inhuur.
15
Toelichting diverse subsidies De laatste jaren krijgt het primair onderwijs in toenemende mate te maken met incidentele subsidies en brengt deze subsidieconfetti een veelvoud aan regels en bestedingsvoorschriften met zich mee. In het bovengenoemde resultaat wordt het uitgangspunt gehanteerd dat de subsidie-inkomsten gelijk staan aan de uitgaven, maar in de praktijk blijkt dat subsidiegelden niet altijd uitgegeven kunnen worden, omdat er bijvoorbeeld geen personeel te krijgen is. NPO De NPO-middelen mogen besteed worden tot 1 augustus 2025. Per 1 januari was de bestemmingsreserve NPO € 1.919K groot. Eventueel niet-bestede middelen kunnen niet worden teruggevorderd, hiervan zal een bestemmingsreserve Onderwijs& Kwaliteit worden gevormd waarvoor directeuren plannen in kunnen dienen. Basisvaardigheden In 2023 hebben drie scholen met de hoogste achterstandsscores de subsidie basisvaardigheden gekregen waarvan de termijn in 2024 eindigt. In 2024 hebben vier scholen de subsidie ontvangen. En in 2025 hebben de laatste vier scholen de subsidie basisvaardigheden ontvangen. Indien de subsidie is besteed conform de doelen in het plan dan hoeft het resterende bedrag niet terug. Deze middelen worden toegevoegd aan de bestemmingsreserve Onderwijs & Kwaliteit.
Brugfunctionaris Twee scholen hebben de subsidie brugfunctionaris ontvangen. Dit betreft een subsidie van € 120K voor de schooljaren 24-25, 25-26 en 26-27. In de begroting zijn de opbrengsten en kosten budgetneutraal verwerkt.
16
PO-VO Om scholen te stimuleren om actiever samen te werken, teneinde de doorstroom van het primair onderwijs naar het voortgezet onderwijs te versoepelen is er een subsidie van € 193K toegekend. Bij deze subsidie zijn De Dubbelburg, Daltonschool Katwijk, de Verrekijker en het vakcollege Rijnmond betrokken. In schooljaar 24-25 zijn er afspraken gemaakt. Deze subsidie is niet in de begroting meegenomen, maar staat op de balans. De projectadministratie door vakcollege Rijnmond wordt gedaan. School en omgeving In 2025 heeft Daltonschool Katwijk de subsidie School en omgeving toegekend gekregen voor een bedrag van €360K voor de schooljaren 25/26, 26/27 en 27/28. Voor de uitvoering wordt de school ondersteund door Maze subsidies, over de precieze invulling van de subsidie staat dit najaar een afspraak ingepland.
Schoolmaaltijden en Jeugdeducatiefonds De Verrekijker en Daltonschool Katwijk ontvangen de subsidies schoolmaaltijden en jeugdeducatiefonds. Dit helpt de scholen om gezonde maaltijden aan te bieden aan leerlingen uit huishoudens met een laag inkomen.Deze subsidies zijn budgetneutraal in de begroting verwerkt.
17
Balans-kengetallen- kasstroomoverzicht Meerjarenbalans Hieronder wordt het balans overzicht getoond waarin rekening is gehouden met de begrote exploitatielasten, de inzet van (bestemmings)reserves en investeringen en afschrijvingen.
De vaste activa zijn gebaseerd op de toekomstige investeringen. De investeringen stijgen als gevolg van het activeren van groot onderhoud. ● De verwachting is dat de vorderingen op gelijk niveau blijven ● Het totale eigen vermogen neemt toe als gevolg van de begrote positieve exploitatiesaldi. ● De voorzieningen nemen af. Doordat het verzuimpercentage afneemt en er meer grip is op verzuim zal de omvang van de voorziening langdurig zieken dalen. ● De kortlopende schulden nemen af als gevolg van het aflopen van subsidies. De algemene reserve is in de komende jaren hoog genoeg om risico’s op te vangen, uitgaande van een risicoprofiel van 6,5% van de baten (1,8 miljoen in 2026 en 1,7 miljoen in 2029). Het totale eigen vermogen is voldoende om naast de risico’s de helft van de investeringen in materiële vaste activa van te financieren. Het eigen vermogen ligt in de begrotingsperiode lager dan de signaleringswaarden bovenmatig publiek eigen vermogen.
18
Kasstroomoverzicht Om de vermogenspositie van de stichting en in het bijzonder de liquiditeit te kunnen beoordelen is voor de komende jaren een geprognotiseerd kasstroomoverzicht opgesteld. Dit overzicht is opgesteld op basis van de prognosebalans en geeft het verloop van de liquide middelen weer.
Als alle geplande investeringen gedaan worden dan nemen de beschikbare liquide middelen in 2026 af met € 1,7 miljoen en komen daarmee op een kritiek laag niveau te liggen. Om die reden maximeren we de investeringen in 2026 op 1,5 miljoen.
Financiële kengetallen Om te beoordelen of een onderwijsinstelling wellicht financiële problemen heeft, wordt een aantal signaleringswaarden gebruikt. Signaleringswaarden zijn geen harde normen, maar kunnen aanleiding geven tot het heroverwegen van bepaalde financiële besluiten.
19
De onderwijsinspectie hanteert voor liquiditeit een signaleringswaarde van 0,75. Conform het adviesrapport van de controlscan hanteren we een hogere signaleringswaarde van 1, zodat één op één voldaan kan worden aan de kortlopende schulden. De PO raad onderschrijft de noodzaak om de huidige systematiek te herzien, omdat de keuze rondom de verwerkingswijze van het groot onderhoud daarop van grote invloed is. Hierover wordt gesproken met OCW en de Inspectie van het Onderwijs. Alle signaleringswaardes van de financiële kengetallen liggen in de begrotingsperiode boven de ondergrenzen. Dit houdt in dat we onze doelstellingen grotendeels kunnen realiseren (behoudens de maximering van de investeringen). Wel staan we voor de uitdaging om de formatie in lijn te brengen met de teruglopende baten en tegelijkertijd goed onderwijs te blijven geven.
20
Risicoparagraaf Risico’s In de begroting zijn aannames gedaan over o.a. leerlingenaantallen, omvang formatie, investeringen, bekostiging en kosten. In deze paragraaf stippen we mogelijke afwijkingen in de aannames (risico’s in de begroting) aan Rijksbekostiging De rijksbekostiging wordt in de loop van het bekostigingsjaar geïndexeerd conform de 'referentiesystematiek'. Deze systematiek vertaalt de ontwikkeling van arbeidskosten in de marktsectordoor naar de overheidssector. De marktsector is dus het referentiepunt: stijgen/dalen de arbeidskosten in de marktsector, dan stijgt/daalt de compensatie voor de ontwikkeling van de arbeidskosten. De mate van compensatie hangt vervolgens af van politieke keuzes. De indexering loopt daarmee per definitie niet gelijk met de daadwerkelijke loonkosten bij OBODB. Doordat de definitieve bekostiging pas in september/oktober bekend is, is het niet meer mogelijk om de lasten in de resterende maanden aan te passen. De rijksbekostiging is gebaseerd op het aantal leerlingen. Bij een zeer sterke fluctuatie in leerlingenaantallen is het niet mogelijk om de formatie op tijd mee te laten bewegen. Een sterke daling van leerlingen leidt tot een negatieve personele exploitatie en een sterke stijging van leerlingen tot een positieve exploitatie, met risico’s voor de onderwijskwaliteit. De ontwikkeling van het aantal leerlingen is zorgelijk.
In Voorhout wordt een nieuwe school gebouwd wat leidt tot een overcapaciteit waardoor er te veel scholen zijn voor het aantal leerlingen. Het aantal leerlingen op de Dubbelburg loopt terug, veel leerlingen gaan naar het DOK en bij Wereldwijs is groei nog niet zichtbaar. De exploitatie van de Verrekijker is afhankelijk van het aantal aanmeldingen en dit is een onzekere factor. De bekostiging fluctueert aanzienlijk met het aantal aanmeldingen. De school moet er wel voor zorgen dat er voldoende medewerkers zijn en moet de formatie op peil houden. Bij minder aanmeldingen is het risico op een negatieve personele exploitatie groot. Verdwijnen kleine scholentoeslag Basisscholen met 150 leerlingen of minder ontvangen een kleine scholentoeslag. Deze toeslag bestaat uit een startbedrag en een verminderingsbedrag per leerling. Hoe groter de school, hoe hoger het verminderingsbedrag. Deze aanvullende bekostiging voor kleine scholen wordt de komende jaren zeer waarschijnlijk omgezet naar een dunbevolktheidstoeslag. Dit heeft gevolgen voor de bekostiging van de kleine scholen van OBODB, omdat bij deze scholen geen sprake is van dunbevolkte regio’s waar het behoud van kleine scholen nodig is voor een dekkend onderwijsaanbod. Daltonschool Katwijk en Wereldwijs verliezen daardoor mogelijk hun aanvullende bekostiging kleine scholentoeslag van in totaal 260k.
21
Negatieve exploitatie extra dislocatie Een dislocatie loopt jaarlijks 120k aan rijksbaten mis, terwijl de kosten er wel zijn. Lagere baten van het SWV door hoog verwijzingspercentage binnen het SWV Door hogere doorverwijzingspercentages bestaat het risico dat het SWV geen geld heeft voor arrangementen of zelfs een bijdrage moet vragen aan de deelnemende schoolbesturen voor de financiering van het speciaal onderwijs. OBODB ontvangt momenteel ruim 500k aan baten passend onderwijs. Risico’s in de formatie ● ●
● ●
●
Niet behalen van de taakstelling in de formatie Het lerarentekort; vacatures kunnen niet meer ingevuld worden en in toenemende mate staan er onbevoegden voor de klas. Er zal nagedacht moeten worden over het anders organiseren van onderwijs. Hoge kosten voor inhuur door tekort aan leerkrachten/directeuren vanwege de krapte op de arbeidsmarkt Hoog ziekteverzuim. Het ziekteverzuim is nu begroot op 7% = € 877K aan vervangingskosten. Indien het ziekteverzuim stijgt kan begrote bedrag aan vervangingskosten te laag zijn. Hogere transitiekosten bij ontslag van personeel. Er is sprake dat vanaf 1 juli 2026 niet alle werkgevers meer worden gecompenseerd voor de transitievergoeding. Dit moet nog in wetgeving worden opgenomen en het is niet duidelijk of er een overgangsregeling komt. Dit kan tot behoorlijke extra kosten leiden.
Afschrijvingslasten groot onderhoud Er is nog te weinig zicht op toekomstige afschrijvingslasten groot onderhoud. Het kan zijn dat de afschrijvingen te laag zijn begroot, waardoor er in de toekomst te weinig geld is voor groot onderhoud. Huisvestingslasten beheerstichtingen Er zijn 5 locaties die qua gebouw vallen onder een beheerstichting (van een MFA). De scholen hebben weinig invloed op de bijdrage die de beheerstichting vraagt voor huisvestingslasten. Voor de begrote lasten van de beheersstichtingen zijn wij uitgegaan van de bedragen van vorig jaar. Indien blijkt dat de bedragen fors hoger zijn kan het zijn dat er te lage bedragen in de begroting zijn opgenomen. ICT Hoge kosten voor ICT ikv informatiebeveiliging en privacy Administratiekosten Hogere administratiekosten door optimaliseringsslag in de administratieve verwerking van financiële en personele mutaties en de weergaven in Cogix
22
Overige risico’s ● In de begroting is geen rekening gehouden met het eventueel stichten van nieuwe scholen, dit brengt financiële consequenties met zich mee. ● Het versnipperde overheidsbeleid met een groot aantal subsidies en onduidelijkheid over de toekomst van de bekostiging maakt sturen lastig en een duurzame verbetering onmogelijk ● Gemeenten komen financieel onder druk te staan waardoor een aantal subsidies voor het onderwijs komen te vervallen. ● De stroeve samenwerking met andere besturen in de regio, terwijl er vanuit de politiek aangedrongen wordt op samenwerking.
Maatregelen In de plannen en begroting houden we deels rekening met risico’s, die genoemd zijn in de risicoanalyse 2025. Voor de financiering van onvoorziene risico’s houden we een bufferreserve aan van minimaal 1,7 miljoen (uitgaande van een relatief hoog risicoprofiel van 6,5% van de baten). De begroting is een momentopname. Gedurende het jaar wordt duidelijk in hoeverre aannames de juiste zijn en en welke financiële gevolgen dit heeft. Door te werken met een prognosekolom in de tussentijdse rapportages hebben we gedurende het jaar zicht op de gevolgen in de jaarcijfers van afwijkingen in (aannames) in de begroting. Hierdoor kan beleid indien nodig op tijd bijgesteld worden.
23
Bijlage 1 Leerlingontwikkeling
Het aantal leerlingen bepaalt het budget voor de scholen en de benodigde formatie. Daarmee is de leerlingontwikkeling een belangrijke graadmeter voor de baten en lasten. Maandelijks wordt door de controller per school bijgehouden wat de in- en uitstroom is van leerlingen. Tijdens de formatiegesprekken met de directies wordt rekening gehouden met deze ontwikkeling. Het aantal leerlingen op 1 februari 2025 bepaalt de rijksbijdragen voor 2026. In de afgelopen jaren is er weinig energie gestoken in de profilering van de openbare scholen in de regio. In de begroting is een budget opgenomen om dit weer op te pakken, waardoor ouders vaker bij de openbare scholen naar binnen lopen en hun kind aanmelden. We rekenen op de langere termijn weer op groei. Ten opzichte van het aantal leerlingen per 1 februari 2025 (3.065) is het aantal leerlingen per 1 februari 2026 (3.089) gestegen met (24). De jaren erna wordt een lichte daling verwacht. De prognoses zijn in overleg met de directeuren opgesteld op basis van de verwachte uitstroom en de gemiddelde instroom. Als het aantal leerlingen wordt vergeleken met de begrote aantallen van vorig jaar zijn er op 1 februari 2026 59 leerlingen minder. Op bijna alle scholen is vorig jaar gerekend op een hoger aantal leerlingen. De grootste daling is te zien bij de Verrekijker en bij de Tweemaster GD.
De andere scholen geven aan dat er door verhuizingen leerlingen zijn uitgestroomd. Bij de Verrekijker loopt het leerlingenaantal terug, omdat leerlingen op dit moment naar scholen van Prohles gaan. Mogelijk komen er extra leerlingen van
24
het AZC Wassenaar, omdat daar geen onderwijs beschikbaar is voor kinderen die geen huisvesting in Wassenaar krijgen. Bij de Tweemaster zijn er door een incident vorig jaar 10 leerlingen vertrokken. Bij de locatie Gerard Dou vindt nieuwbouw plaats wat moet gaan zorgen voor een groei in het aantal leerlingen. Op het Bolwerk wordt een stabiel aantal leerlingen verwacht. Op dit moment wordt onderzocht of een deel van het Bolwerk in het voormalige Rankgebouw kan in plaats van het gebouw op de Dilligence. In de begroting is rekening gehouden met de verhuizing. Bij de Dubbelburg neemt het aantal leerlingen af. Er is weinig instroom van onderaf en de wijk heeft geen nieuwe leerlingen meer. De Dubbelburg heeft last van concurrentie van Het DOK waar een volledige leerlijn wordt aangeboden en goed staat aangeschreven. Bij de Witte School is het in verband met de ruimte niet mogelijk om elk jaar 2 groepen 3 te formeren. Er wordt nu een extra lokaal gehuurd. Er wordt nu onderzocht of er een tweede lokaal gehuurd kan worden om zo meer leerlingen kwijt te kunnen. Op de Daltonschool Klaverweide is er een dip te zien. De instroom is dit jaar 28 in plaats van 56, omdat er ruimtegebruik is. Daarna wordt uitgegaan van een stabiel leerlingenaantal van circa 380 kinderen. Bij Daltonschool Hillegom wordt groei verwacht, maar speelt ruimtegebrek een rol.
Er is een flink tekort aan plekken in Hillegom. Alle scholen zitten vol behalve de Fontein. Er wordt veel gebouwd in Hillegom en hierdoor ook veel zij- instroom. Het blijft lastig te bepalen wat de instroom is, omdat kinderen laat worden aangemeld of dubbel ingeschreven staan. Bij Daltonschool Katwijk is er sprake van een forse uitstroom dit jaar. De jaren daarna is de uitstroom laag en wordt groei verwacht. Onzekere factor is dat de torenflats in de buurt vervangen worden door nieuwbouw met minder capaciteit. Verder zijn er veel verhuizingen door gezinnen waarvoor de woning te klein is. Op Wereldwijs loopt het leerlingenaantal al jaren terug. De school lijkt nog steeds last te hebben van imagoproblemen. Door kinderopvang in de school te organiseren en de PR te versterken zal er groei moeten komen. In deze begroting is daar nog geen rekening mee gehouden. Doel voor de Achtbaan Beukenrode is het stabiel houden van het aantal leerlingen. Door verhuizingen is er veel zij-uitstroom. Verder is het onbekend wat de uitwerking is van de nieuwbouwwijk Nieuw Boechorst. De eerste huizen worden opgeleverd, voordat de nieuwe school er is en hierdoor wordt verwacht dat er leerlingen vanuit de nieuwbouwwijk naar de Achtbaan Beukenrode gaan. Bij de Achtbaan Distelweg loopt het aantal leerlingen terug. Er staan twee scholen in het gedeelte van Oosthout waar weinig kinderen worden geboren.
25
Bij de Achtbaan Cluster is er concurrentie van de Avonturier en heeft in het verleden een leerlingstop gehanteerd. Door het goed neerzetten van het Daltonconcept en een PR-plan moeten weer leerlingen aangetrokken worden. Het is lastig te voorspellen wat het aantal leerlingen in Voorhout doet, omdat niet bekend is wat er gaat gebeuren met Nieuw Boechorst. Met Sophia Scholen en gemeenten worden hierover gesprekken gevoerd.
26
Bijlage 2 FTE ontwikkeling
27