D12 Vogelwerkgroep Zuid-Kennemerland, Manifest voor de Vosse- en Weerlanerpolder.pdf
Tekst van het document
Manifest voor een duurzame toekomst van de
Vosse- en Weerlanerpolder als weidevogel- en natuurgebied
Tureluur in de Vosse- en Weerlanerpolder (Foto Mario Penaat)
Milieu Overleg Duin- en Bollenstreek (MODB) 24 februari 2021
1
Waarom dit manifest? Ondanks grote beleids- en beheerinspanningen gaat het niet goed met de weidevogels in Nederland. De aantallen weidevogels lopen al jaren gestaag terug. Gebieden waar de aantallen broedvogels nog toenemen zijn zeldzaam geworden. De Hillegomse Vosse- en Weerlanerpolder is zo’n gebied; een klein maar sinds enkele jaren weer goed weidevogelgebied met een hoge dichtheid aan broedvogels. Dat succes is uitsluitend te danken aan een goed beheer in dat deel van de polder dat door het ZuidHollands Landschap (ZHL) in opdracht van de gemeente Hillegom wordt beheerd. Maar omdat het gebied zo klein is, is het ook zeer kwetsbaar. Aangrenzend aan het weidevogelgebied zijn er nog meer weidegronden in de polder (zie de onderstaande kaart). Vooral als gevolg van het op deze gronden gevoerde beheer spelen ze echter nauwelijks of slechts een zeer geringe rol voor de weidevogels. In beginsel ligt er dus een kans om het weidevogelgebied relevant te vergroten. Temeer omdat de agrarische waarde van deze gronden tamelijk beperkt is. Vogelwerkgroep Zuid-Kennemerland en Vereniging Behoud de Polders roepen samen met de vier andere op het voorblad genoemde regionale natuurorganisaties - de gemeente en de provincie op om deze kansen optimaal te benutten en daarmee een duurzame toekomst van dit waardevolle weidevogel- en natuurgebied veilig te stellen.
Concreet roepen we gemeente en provincie op: ontwikkel een plan en stel middelen beschikbaar voor het stapsgewijs vergroting van dit weidevogelgebied.
Kaart 1 Situering weidevogelgebied Vosse- en Weerlanerpolder
2
Een natuurpolder die een duurzame toekomst verdient Weidevogelgebied met een hoge broedvogeldichtheid Al sinds vele decennia is de Vosse- en Weerlanerpolder een relatief klein maar goed weidevogelgebied. In de loop der jaren is er echter door de komst van bedrijvigheid en andere bebouwing steeds meer afgeknabbeld van dit weidegebied. Door de herinrichting van een deel van het gebied ten behoeve van recreatie en door de komst van de manege is het voor weidevogels geschikte gebied opnieuw relevant kleiner geworden. Na de opening van het recreatiegebied zijn de aantallen broedparen in eerste instantie sterk teruggelopen. Gelukkig heeft de gemeente een groot deel van haar gronden in de polder daarna in beheer gegeven aan het Zuid-Hollands Landschap. Dankzij gerichte investeringen en beheerinspanningen is sindsdien het aantal broedparen weer substantieel toegenomen, onder meer door de realisatie van plasdras op een substantieel aantal percelen (zie bijlage 1). Grutto (10 paar), Kievit (37 paar), Tureluur (16 paar), Scholekster 3 paar) en Slobeend (10 paar) broeden er tegenwoordig weer graag (alle getallen 2020). Inmiddels kan weer worden gesproken van een goed weidevogelgebied. In verhouding tot het kleine oppervlak van het deelgebied waar een op weidevogels gericht beheer plaatsvindt, is de broedvogeldichtheid zelfs bijzonder hoog.
Andere vogels en wintervogels De Vosse- en Weerlanerpolder is niet alleen in de broedperiode van belang voor vogels. Behalve de beschermde weidevogels zijn in de afgelopen jaren 101 vogelsoorten in de polder waargenomen. Hiervan staan er 31 soorten op de Rode Lijst. Elk jaar weer heeft de polder een bijzonder grote aantrekkingskracht op wintervogels, ook buiten het weidevogelgebied. Met name verschillende eendensoorten (Krakeend, Wilde Eend, Wintertaling, Kuifeend en Smient) en Meerkoeten komen hier foerageren, veelal in grote aantallen. Bijzonder opvallend zijn daarbij de grote aantallen Krakeenden. Ook Grauwe Ganzen en Grote Canadese Ganzen zijn er vaak te vinden, soms eveneens in grote, zij het zelden overheersende aantallen (zie bijlage 2). De grootste concentraties vogels zijn te vinden op de dijk langs de Ringvaart, de natte delen van het weidevogelgebied en nabij/in de brede watergang van de Leek.
Overige flora en fauna Bovendien herbergt de polder een rijke variatie aan andere planten- en diersoorten (amfibieën, zoogdieren, insecten, geleedpotigen). Alleen al van de planten zijn er inmiddels 234 soorten gedetermineerd, waarvan er 5 soorten op de Rode Lijst staan. Bij ieder veldonderzoek nemen de soortenaantallen op de flora- en faunalijsten nog verder toe. De in bloei staande planten trekken door hun nectar weer veel vlinders, bijen en andere insecten en bestuivers aan. Vervolgens wordt de biodiversiteit van het gebied nog meer vergroot door het aantrekken van vogels en andere dieren die op veenweidegebied zijn aangewezen.
3
Knelpunten Kwetsbaar door geringe grootte weidevogelgebied Al met al is de Vosse- en Weerlanerpolder een gebied waar we bijzonder zuinig op moeten zijn. Een gebied ook dat, vooral gezien het grote belang van goede weidevogelgebieden, een duurzame toekomst verdient. Juist in dat opzicht maken onze verenigingen zich echter zorgen. Het gebied waar de weidevogels nu goed kunnen broeden is nogal klein. Op dit moment broeden de weidevogels vrijwel alleen op de 14 ha die in beheer zijn van het Zuid-Hollands Landschap (weideland exclusief beheerpaden). De weidevogelpopulatie is daardoor erg kwetsbaar. Zoals de ervaring heeft geleerd kunnen juist in zo’n klein weidevogelgebied enkele jaren met een tegenvallend broedresultaat ertoe leiden dat de vogels ineens uit de polder verdwijnen. Vergroting van het weidevogelgebied is met het oog op een duurzame toekomst dan ook van groot belang.
Kaart 2 Situering broedvogels
Beheer van de aangrenzende weidegronden Hoewel in vroeger jaren op vrijwel alle weidegronden van de polder vele weidevogels broedden, zijn er tegenwoordig buiten het gebied van ZHL helaas nog maar weinig broedvogels te vinden (zie kaart 2). Dat heeft alles te maken met het beheer van de betreffende gronden. De grootste knelpunten in dat opzicht zijn: De aangrenzende weidegronden van een particuliere onderneming (nr. 1 op bovenstaand figuur): In vroeger jaren broedden hier vele weidevogels. De gronden zijn er ook goed geschikt voor. Volgens onze waarnemingen wordt op deze gronden echter geen zorg besteed aan broedvogels. Eerder wordt een beheer gevoerd dat moet voorkomen dat weidevogels er gaan broeden, helaas met ‘succes’. De eveneens aangrenzende paardenweiden van de manege (nr. 2): Tot 2014 was dit een van de plekken met de meeste broedvogels in de polder. Daarom zijn in de omgevingsvergunning van de manege strenge voorwaarden gesteld aan het beheer daarvan. Of deze voorwaarden ook zorgvuldig worden nageleefd is omstreden. Het resultaat is in ieder geval slecht: het aantal broedvogels is er binnen slechts enkele jaren sterk teruggelopen. De andere agrarische gronden in de polder zijn momenteel door hun ligging en/of inrichting minder geschikt voor weidevogels, maar kunnen wel een bijdrage leveren aan de andere natuurwaarden.
Andere knelpunten betreffen de opgaande beplanting aan de randen van het weidevogelgebied die predatoren (roofvogels, kraaiachtigen) een ongewenste uitvalsbasis bieden om eieren en pullen te roven. Voorts vindt, vooral aan de kopse kanten van de percelen, in toenemende mate afkalving van weidegronden lang de sloten plaats. Een mogelijke oorzaak is de aanwezigheid van een groot aantal grote karpers in de sloten. Op beide punten zijn aanvullende maatregelen gewenst. Beleidsmatige bescherming Ook beleidsmatig verdient de Vosse- en Weerlanerpolder een betere bescherming. Het provinciale beleid biedt op dit moment nauwelijks bescherming tegen ontwikkelingen die de huidige en potentiële natuurwaarden bedreigen. De polder wordt door de provincie niet eens als belangrijk weidevogelgebied erkend. Ook maakt het weidevogelgebied geen deel uit van het door de provincie aangewezen NatuurNetwerk Nederland (NNN). 4
Kansen voor uitbreiding weidevogel- en natuurgebied Uitbreiding, passend bij het overheidsbeleid op alle niveaus Rondom het weidevogelgebied liggen diverse graslanden/weidegronden die over het algemeen geen volwaardig agrarisch gebruik kennen. Dat gegeven biedt in beginsel kansen om het weidevogel- en natuurgebied substantieel te vergroten. Ons pleidooi om er daarmee in de Vosse- en Weerlanerpolder een volwaardig en toekomstbestendig weidevogel- en natuurgebied te maken sluit goed aan bij de verschillende beleidsdoelstellingen van de overheid: Een betere zorg voor weidevogels vormt een centrale doelstelling van het natuurbeleid van rijk en provincie. Bij de provincies ligt tevens een belangrijke taakstelling om meer NNN-gebied aan te wijzen. Ook in het kader van het klimaatbeleid ligt een belangrijke focus op veenweidegebieden. Door verhoging van waterstanden en een optimaal bodembeheer kan juist daar de bodemdaling en de uitstoot van broeikasgassen worden tegengegaan. Het recente beleid van de gemeente Hillegom kent deels vergelijkbare doelstellingen: in het ontwerp Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij hebben de weidegronden in de polder de functie ‘Hollandse weide’ gekregen.
Als beleidsdoelstellingen worden daarbij genoemd: landschappelijke kwaliteitsverbetering, open weidegronden, verhoging van karakteristieke natuurwaarden en biodiversiteit, robuust en klimaatbestendig watersysteem. Omdat de weidegronden rondom het weidevogelgebied geen volwaardige agrarische functie vervullen dreigt wel verrommeling. Een vergroting van het natuurgebied zou kunnen helpen dit tegen te gaan. Kansen voor een optimale ontwikkeling van het natuurgebied Uitgaande van de ruimtelijke situatie en het huidige gebruik en inrichting van de polder onderkennen wij de volgende kansen om het weidevogel- en natuurgebied relevant te vergroten (zie de nummers op de navolgende kaart 3): 1a. De gronden van de particuliere onderneming ten noorden van de Leek (nr. 1a op kaart 3): deze percelen zouden een kwalitatief goede uitbreiding kunnen vormen die direct grenst aan het bestaande weidevogelgebied. Het zijn voor dit doel geschikte weidegronden zonder verstoring door paden en dergelijke. Hiermee kan een substantiële uitbreiding van 14 naar 22 ha kunnen worden bereikt. De eigenaar heeft de gronden ooit verworven met het doel er woningen of een recreatiefunctie te realiseren. Het gemeentelijke en provinciale beleid staat dat echter niet toe. De gronden worden beheerd door een particuliere beheerster die de gronden beheert voor grasopbrengst en het beweiden met paarden. 1b.
Ten oosten van het fietspad liggen nog twee percelen met deels grasland. Deze kunnen mogelijk eveneens een rol spelen voor de weidevogels, maar alleen in combinatie met de gronden onder 1a. De gemeente heeft in het verleden wel eens gesprekken gevoerd met het bedrijf van het oostelijke perceel om het bedrijf te verplaatsen (Meiland Pallets), maar zonder resultaat. 2. Paardenweiden van de manege: een opnieuw volwaardig beheer mede ten behoeve van weidevogels op deze percelen is van groot belang, want elke ha telt in dit geval. De percelen zijn in eigendom van de gemeente die de gronden verpacht aan de manege. 3. De meeste van deze gronden zijn in eigendom van particulieren; enkele perceelgedeelten zijn in eigendom van de gemeente. De gronden grenzen direct aan het weidevogelgebied maar zijn daarvan gescheiden door het beheerpad. Om ze volwaardig te kunnen toevoegen aan het weidevogelgebied zou dit deel van het beheerpad in westelijke en zuidelijke richting moeten worden verlegd; op kaart 3 is de maximaal denkbare begrenzing en nieuwe ligging van het beheerpad aangeduid. Op percelen die (nog) niet aan het weidevogelgebied kunnen worden toegevoegd kunnen met een gericht beheer wel andere natuurwaarden (vooral floristische) tot ontwikkeling komen. 4. Deze gronden zijn in eigendom van diverse eigenaren (een enkel perceel ook van de gemeente).
Voor het weidevogelgebied hebben ze slechts een geringe waarde (behalve dat opgaande beplanting moet worden vermeden). Bij een goed beheer kunnen wel andere natuurwaarden tot ontwikkeling komen. Dat kan ook op afzonderlijke percelen. Kansen op de langere termijn In de directe omgeving van de Vosse- en Weerlanerpolder bieden zich op de langere termijn nog meer mogelijkheden aan om ruimte voor weidevogels te realiseren. Het oostelijke deel van de naburige Oosteinderpolder bevat nog veel weidegronden waar in vroeger jaren eveneens veel 5
weidevogels hebben gebroed (op kaart 3 globaal aangeduid met nr 5). Het opnieuw beheren van (samenhangende delen van) deze gronden als weidevogel- en natuurgebied zou goed passen in het recente ruimtelijke beleid van de gemeente. In het (ontwerp)omgevingsplan Buitengebied en Zanderij hebben de weidegronden in deze polder eenzelfde aanduiding ‘Hollandse weide’ gekregen als in de Vosse- en Weerlanerpolder. Ook daar ligt een belangrijk accent in het beleid op verhoging van de biodiversiteit. 5
1b
1a a
2
3
4
Kaart 3 Kansen voor uitbreiding weidevogel- en natuurgebied
Optimalisering beheer weidevogelgebied De naar ons oordeel noodzakelijke uitbreiding van het weidevogelgebied is uiteraard niet van vandaag op morgen te realiseren. In de tussentijd is al extra natuurwinst te behalen door het beheer van het bestaande weidevogel- en natuurgebied verder te optimaliseren. Te denken valt vooral aan verdere optimalisering van de waterhuishouding, aan het verwijderen van opgaande beplanting in de directe omgeving, het bestrijden van pitrus en riet en het tegengaan van afkalving van de weidepercelen. Het Zuid-Hollands Landschap heeft recent een plan ontwikkeld dat in belangrijke mate aan deze wensen tegemoet komt.
6
Bijlage 1 Broedterritoria weidevogels Sinds 2014 worden de broedterritoria in het weidevogelgebied (incl. paardenweide) jaarlijks in opdracht van het Zuid-Hollands Landschap geteld volgens de BMP-W methode. De onderstaande tabel en grafiek laten zien dat het aantal broedparen zowel van de weidevogels als de overige vogels in deze periode weer flink is toegenomen.
Bron: Rapport Boerenlandvogels in de Vosse- en Weerlanderpolder (DNatuur rapportage 200301, 2020)
7
Bijlage 2 Wintervogels Ook de wintervogels in de polder worden elk jaar geteld, zowel door een teller van SOVON als door de Vereniging Behoud de Polders. De onderstaande tabellen laten per soort de maximale aantallen zien die in elk jaar zijn waargenomen. Gemiddeld worden elk jaar rond de 30 vogelsoorten waargenomen. De krakeend is daarbij gemiddeld de meest voorkomende soort. Grote aantallen (geregeld meer dan 100 exemplaren) worden waargenomen van Kokmeeuw, Kievit, Meerkoet, Wilde Eend, Grauwe Gans en Grote Canadese Gans. 20122014 BdP
•
2015/2016
2016/2017
2017/2018
2018/2019
2019/2020
SOV
BdP
SOV
BdP
SOV
BdP
SOV
BdP
SOV
BdP
Dodaars Fuut Aalscholver Kl. Zilverreiger Gr. Zilverreiger Blauwe reiger Knobbelzwaan Kolgans Grauwe gans Gr. Canad. Gans Brandgans Nijlgans Bergeend Smient Wilde eend Krakeend Pijlstaart Wintertaling Kuifeend Grote zaagbek Sperwer Havik Buizerd Torenvalk Waterhoen Meerkoet Kievit Witgat Watersnip Bokje Kokmeeuw Stormmeeuw Zilvermeeuw Kl. Mantelmeeuw Ijsvogel Kramsvogel Graspieper
5 4 * 0 4 11 * 0 600 * 30 30 10 44 * 500 0 150 * 0 1 1 3 1 * 400 150 11 18 0 350 * * * 1 20 8
1 3 6 0 2 6 9 0 400 14 0 6 3 4 113 306 0 14 29 0 0 0 1 2 8 89 21 0 0 1 261 * 27 * 1 * *
2 5 5 0 3 5 11 0 20 30 4 7 10 20 * 450 0 50 20 0 0 0 2 1 4 300 60 2 5 0 250 * * * 0 * 8
2 3 5 0 2 3 6 0 37 35 0 6 9 8 90 204 0 14 18 0 1 0 1 1 7 90 28 0 0 0 275 2 4 2 1 * *
0 * * 0 3 * * 0 170 * 0 * 4 5 * 510 0 66 36 0 0 0 1 0 * * * 0 7 0 * * * * 1 10 14
0 0 7 0 2 3 6 0 115 32 0 10 6 50 136 230 0 20 20 0 1 0 2 1 4 98 20 0 0 0 82 4 10 42 1 * *
3 2 3 0 2 9 9 1 200 67 0 14 5 4 87 382 2 44 19 0 0 1 1 1 6 154 20 3 11 0 * 10 0 0 0 200 8
1 2 10 0 4 7 17 0 253 49 0 12 2 12 87 374 0 18 32 0 0 0 1 1 10 164 38 0 14 0 93 2 8 2 1 * *
3 5 6 1 5 9 6 1 161 40 0 14 4 32 82 597 0 57 35 3 0 0 3 2 8 190 220 3 19 0 300 11 0 0 0 12 56
0 2 14 1 4 4 5 1 42 268 6 16 6 2 152 324 0 40 30 0 0 0 0 1 7 194 26 0 0 0 32 0 44 2 1 * *
1 3 13 0 5 10 2 1 65 201 9 29 3 11 120 700 0 50 37 0 0 0 1 1 5 201 91 2 29 0 300 13 0 6 1 4 7
Aantal soorten
32
29
30
28
26
26
29
28
29
27
30
= gezien maar niet geteld
8
Bijlage 3 Aantallen soorten en Rode Lijstsoorten (RL) 2011-2020 Vogels: 101 soorten waarvan 32 op de RL broedvogels en/of wintergasten en doortrekkers: Dodaars * Oeverloper * Wilde zwaan * Visdief ** Pijlstaart * Boerenzwaluw * Wintertaling * Graspieper * Nonnetje * Engelse kwikstaart * Blauwe kiekendief ** Tapuit * Waterhoen * Ringmus * Wulp * Kneu *
Kleine zilverreiger * Watersnip * Smient * Ransuil * Slobeend * Huiszwaluw * Zomertaling ** Gele kwikstaart * Grote zaagbek * Paapje * Torenvalk ** Kramsvogel * Kemphaan ** Huismus * Grutto * Tureluur *
Rode lijst broedvogels *
Rode lijst wintergasten en doortrekkers *
Amfibieën: 4 soorten waarvan 1 op de RL amfibieën: Rugstreeppad
Zoogdieren: 4 soorten waarvan 1 op de RL zoogdieren: Haas
Dagvlinders: 21 soorten waarvan 1 op de RL dagvlinders: Bruin blauwtje
Nachtvlinders (macro en micro): 110 soorten waarvan 18 op de RL nachtvlinders: Tweestip-orvlinder Spurrie-uil Geelschouderspanner Schaapje Draak Gele duinrietboorder Kameeltje Gestippelde rietboorder Graanworteluil
Libellen: 8 soorten.
Leverkleurige spanner Agaatvlinder Valeriaandwergspanner Tweekleurige heremietuil Dromedaris Gele lisboorder Paddenstoeluil Egelskopboorder Russenuil
Overige insecten: 63 soorten.
Geleedpotigen: 11 soorten.
Flora: 234 soorten waarvan 5 op de RL vaatplanten: Gulden sleutelbloem Brede waterpest Zomerklokje
Korenbloem Selderij
Bron: Biodiversiteit en Rode Lijstsoorten in De Polders (Vereniging Behoud de Polders 2020)
9