CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

D12 Hecht, kaderbrief Hecht 2026.pdf

Gemeenteraad 23 januari 2025, gemeente HillegomBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken12.278 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

78

Crisis Interventie Team

ZVH

Aantal casussen

329

Jeugd Preventie Team

ZVH

Aantal casussen

509

Kassiersfunctie Khonraad (Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg en Wet Tijdelijk Huisverbod)

ZVH

Geen eenheid

1

Meldpunt Zorg en Overlast

ZVH

Aantal casussen

2.985

Meldpunt Zorg en Overlast: De Wijk-GGD’er

ZVH

Aantal casussen

237

Veilig thuis (advies en meldpunt geweld en kindermishandeling)

ZVH

Aantal casussen

11.319

Stevig ouderschap

9

Integrale vroeghulp10 Gezinsverpleegkundige 11 JGZ 0-4 jaar (bassipakket JGZ + extra zorgbehoefte)

12

JGZ 4-12 jaar (bassipakket JGZ + extra zorgbehoefte) 13 JGZ 12-18 jaar (bassipakket JGZ + extra zorgbehoefte)

14

Aantal eenheden 820.822

644 820.822

78

95 13.876 1

In de impactanalyse is dit verdeeld in twee producten, te weten ‘Seksuele gezondheid: ASG-regeling, PrEP en HBV-campagne’ en ‘Seksuele gezondheid: Collectieve preventieactiviteiten’. 9 In het productenboek van Hecht is dit opgenomen onder het product ‘JGZ 0-18 jaar’. 10 In het productenboek van Hecht is dit opgenomen onder het product ‘JGZ 0-18 jaar’. 11 In het productenboek van Hecht is dit opgenomen onder het product ‘JGZ 0-18 jaar’. 12 Het product ‘JGZ 0-4 jaar’ is in het productenboek van Hecht opgenomen onder ‘JGZ 0-18 jaar’. 13 Het product ‘JGZ 4-12 jaar’ is in het productenboek van Hecht opgenomen onder ‘JGZ 0-18 jaar’. 14 Het product ‘JGZ 12-18 jaar’ is in het productenboek van Hecht opgenomen onder ‘JGZ 0-18 jaar’. 8

V1. concept eindrapport

24/29

Product

RVE

Definitie eenheid

Veiligheidshuis

ZVH

Aantal casussen

V1. concept eindrapport

Aantal eenheden 2.462

25/29

Bijlage 2. Verdeelsleutel overhead RVE

Personele overhead

Huisvesting

ICT en Automatisering

Algemene kosten en zakelijke lasten

CCS

1,1%

0,7%

0,4%

1,1%

GBO

5,0%

20,1%

6,8%

5,0%

GTG

9,3%

24,5%

11,4%

9,3%

GHOR

1,5%

0,0%

1,1%

1,5%

JGZ

28,2%

20,4%

36,6%

28,2%

RAV

34,2%

0,0%

28,2%

34,2%

ZVH

18,0%

33,3%

15,6%

18,0%

Corona

2,7%

1,0%

0,0%

2,7%

Totaal

100,0%

100,0%

100,0%

100,0%

V1. concept eindrapport

26/29

Bijlage 3. Impact per product

V1. concept eindrapport

27/29

Bijlage 4. Rekentool

V1. concept eindrapport

28/29

Bijlage 5. Kostprijs per product

V1. concept eindrapport

29/29

WIJ ZIJN BERENSCHOT, GRONDLEGGER VAN VOORUITGANG Nederland is continu in ontwikkeling. Maatschappelijk, economisch en organisatorisch verandert er veel. Al ruim 85 jaar volgen wij als adviesbureau deze ontwikkelingen op de voet en werken we aan een vooruitstrevende samenleving. De behoefte om iets fundamenteels te betekenen voor mens en maatschappij zit in onze genen. Met onze adviezen en oplossingen hebben we dan ook actief meegebouwd aan het Nederland van vandaag. Altijd op zoek naar duurzame vooruitgang. Alles wat we doen, is onderzocht, onderbouwd en vanuit meerdere invalshoeken bekeken. Zo komen we tot gefundeerde adviezen en slimme oplossingen. Die zijn op het eerste gezicht misschien niet altijd de meest voor de hand liggende. Juist deze eigenzinnigheid maakt ons uniek. Daarbij zijn we niet van symptoombestrijding. En gaan pas naar huis als het is opgelost.

Berenschot B.V. Van Deventerlaan 31-51, 3528 AG UTRECHT Postbus 8039, 3503 RA UTRECHT 030 2 916 916 www.berenschot.nl

V1. concept eindrapport

Bestuurlijke werkgroep financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen Hollands Midden

Dagelijks en Algemeen Besturen van de Gemeenschappelijke Regelingen in de Regio Hollands-Midden Ter attentie van de secretaris

31 oktober 2024 Ons kenmerk Z/24/3752082 Onderwerp Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen Hollands-Midden voor begrotingen 2026 Datum

Contactpersoon

Hans Smit

Doorkiesnummer

Geacht Bestuur Met de “Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen” beschikken de gemeenten in de regio Hollands-Midden sinds 2010 over een gedragen instrument om, met alle gemeenschappelijke regelingen waarin zij deelnemen, uniforme afspraken te maken over indexering en algemene taakstelling voor de op te stellen begrotingen. Op 10 juli 2024 heb ik u een vooraankondiging voor het financieel kader voor de begroting 2026 gestuurd. De kaderstelling voor de begroting 2026 is op 22 oktober 2024 in de bestuurlijke werkgroep Financiële Kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen (FKGR) van de gemeenten in Hollands Midden besproken. Wat zijn de belangrijkste wijzigingen in het financieel kader voor 2026? 1. Uniforme taakstelling van 6% voor alle gemeenschappelijke regelingen vanaf 2026. Door krimp van het gemeentefonds vanaf 2026 verslechtert de financiële positie van gemeenten aanzienlijk. Er is sprake van een reële neergang van het gemeentefonds van 6% van 2025 naar 2026. Zie hiervoor de berekening in het onderzoeks- en advies rapport van Berenschot. (Bij een negental gemeenschappelijke regeling is een onderzoek verricht naar de mate waarin er sprake is van op korte termijn beïnvloedbare lasten.

Dit ten behoeve van de mogelijkheid dat gemeenschappelijke regelingen een bijdrage te leveren aan de bezuinigingsopgaven waar veel gemeente zich voor gesteld zien.) Daarbij komt dat een groot aantal gemeenten in Hollands Midden ook nog eens minder geld ontvangt uit het gemeentefonds door de nieuwe verdeling van het gemeentefonds. De overgangsregeling, om “nadeelgemeenten” geleidelijk aan te laten wennen aan het nadeel, loopt in 2026 af. Wij kunnen een verdere afbouw van de suppletie-uitkering niet uitsluiten

Datum

30 oktober 2024

Kenmerk

Z/24/3752082

Pagina

2 / 11

gelet op de nog lopende aanvullende onderzoeken naar de herijking van het gemeentefonds. Het effect verschilt per gemeente. Voor alle gemeenten in Hollands Midden gezamenlijk zou dit, bij ongewijzigde doorvoering, leiden tot een aanvullende daling van 0,58%. Wij vragen dan ook aan u om een bijdrage te leveren in deze neergang. Uit de daling van het gemeentefonds van ruim € 100 miljoen voor de achttien gemeenten van Hollands Midden, zoals blijkt uit het rapport van Berenschot, slaat bij een taakstelling van 6% € 12 miljoen neer bij gemeenschappelijke regelingen. De overige € 88 miljoen is reeds onderdeel van de lokale ombuigingsoperaties die in nagenoeg alle gemeenten plaatsvinden. Invulling van uw bijdrage aan deze neergang kan door bezuinigingsopties aan te bieden aan de gemeenten in de concept-begroting om deze taakstelling met gemeenten e.a. te kunnen invullen. Wij adviseren u om inzichtelijk te maken waar de beïnvloedbaarheid in de begroting zit (welke keuzes kunnen worden gemaakt), om van daaruit het pakket maatregelen dat optelt tot 6% te maken. Om u hierbij te ondersteunen heeft uw directie samen met adviseurs van Berenschot de beïnvloedbare lasten van uw organisatie in beeld gebracht. Overzichten uit het hiervoor ontwikkelde dashboard treft u in bijgaand rapport van Berenschot aan. Ombuigingen kunnen gepaard gaan met frictiekosten.

Veel gemeenschappelijke regelingen kennen een beperkte reservepositie. Wij adviseren om eventuele frictiekosten incidenteel bij gemeenten in rekening te brengen. Om tot bezuinigingen te komen zullen we op diverse niveaus met elkaar discussiëren en de voorstellen afwegen. Dat is een complex samenspel. Voor een nadere toelichting over het belang van het samenspel in de regio en de uitdaging om te komen tot besluitvorming over de invulling van de taakstellingen wijs u graag op hoofdstuk 4 van het rapport Financiële kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen 2026 van Berenschot. 2. Nieuwe methodiek voor bepaling van de groei van het gemeentefonds vanaf 2024. De groei het gemeentefonds is voortaan gekoppeld aan de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (bbp). De indexatie is gesplitst in een volumedeel en een prijsdeel. Na het “ravijnjaar” 2026 groeit het gemeentefonds vanaf aanzienlijk minder doordat de “samen de trap op en -af” afspraak definitief is vervangen door een koppeling van het gemeentefonds aan de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (bbp). De volumeontwikkeling van de fondsen is gebaseerd op een 8-jaars (t-9 t/m t-2) historisch gemiddelde van de ontwikkeling van het bbp. De indexatie voor inflatie volgt de prijs bbp van het lopende jaar. 2.1. Loon- en prijscompensatie vanaf 2026.

De nieuwe wijze van indexeren voor inflatie prijs bbp is soberder dan indexeren op basis van de indices van het CPB voor loon- en prijsontwikkeling sector overheid. Het verschil voor 2026 bedraagt 0,4%. (zie ook bijlage 1). Omdat gemeenschappelijke regelingen een relatief hoge salariscomponent in de lasten hebben geven wij het advies om de indexering te blijven baseren op de zgn. loon- en prijsontwikkeling (lpo) methodiek en vooralsnog niet

Datum

30 oktober 2024

Kenmerk

Z/24/3752082

Pagina

3 / 11

te indexeren volgens het bbp voor prijzen. Wel zullen wij een koppeling op afstand maken en op het moment dat er een verschil van cumulatief meer dan 2% ontstaat dan zullen wij adviseren dit verschil te corrigeren en een generieke correctie voor gemeenschappelijke regelingen toe te passen. Daarbij speelt ook de vraag in welke mate bij gemeenten de nieuwe bbp systematiek voor prijzen leidt tot financiële nadelen door ondercompensatie vanuit het Rijk. 2.2. De geadviseerde indexatie voor 2026 bedraagt 2,1% voor beloning werknemers en 2,7% voor netto materieel. Op 22 oktober 2024 is de bestuurlijke werkgroep FKGR bijeen geweest. Daarbij is de indexering voor 2026 zoals deze in 2020 is opgezet en is vastgesteld door de bestuurlijke werkgroep FKGR bepaald. De systematiek betreft een waardevaste indexering. Hierbij wordt de indexering voor 2026 gecorrigeerd voor ontwikkelingen in het jaar 2024 t/m 2025, zoals deze worden aangegeven in de laatst bekende septembercirculaire; de septembercirculaire 2024. In bijlage I is te zien, dat deze systematiek leidt tot correcties op zowel de indexering van personele lasten als de indexering van materiële lasten. • De indexering van personele lasten wordt gecorrigeerd met -1,4%% (tot 2,1%). • De indexering van materiële lasten wordt gecorrigeerd met +0,5%% (tot 2,7%).

Wij wijzen erop dat de indexeringsmethode volgens FKGR betekent dat de lasten met de in deze paragraaf aangegeven percentages mogen worden geïndexeerd en niet de gemeentelijke bijdragen per inwoner. Stijging van het aantal inwoners is niet altijd evenredig verbonden aan hogere lasten. Daarom is het van belang een eventuele volumestijging van de lasten afzonderlijk in beeld te brengen. 2.3. Compensatie volumeontwikkeling. De overgang van de compensatie voor volumeontwikkeling van het gemeentefonds naar het 8-jaars historisch gemiddelde (t-9 t/m t-2) betekent dat het gemeentefonds de komende jaren aanzienlijk minder hard groeit ten opzichte van de oude “Samen de trap op en -af afspraak”. De nieuwe afspraak is wel stabieler. Dat neemt niet weg dat de groei van het gemeentefonds niet toereikend is om de stijging van de kosten van gemeenten voor bevolkingsgroei en nieuwe uitdagingen voor de toekomst te compenseren. Daarom stellen wij voor dat u de stijging van de lasten door volumegroei afzonderlijk in beeld brengt in de kadernota en begroting en afzonderlijk voor besluitvorming voorlegt.

Datum

30 oktober 2024

Kenmerk

Z/24/3752082

Pagina

4 / 11

3. Informatiebijeenkomsten voor betrokken vakinhoudelijke- en financiële ambtenaren. Ik verzoek u om in de aanloop van de opstelling van financiële kadernota’s en begrotingen tijdig informatiebijeenkomsten met de betrokken vakinhoudelijke- en financiële ambtenaren te organiseren. Dit kan het uiteindelijke besluitvormingsproces aanzienlijk bevorderen doordat veel vragen al in een vroeg stadium zijn beantwoord.

Met vriendelijke groet, Namens de bestuurlijke werkgroep financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen

Kees van der Zwet Voorzitter Wethouder gemeente Lisse Bijlagen: 1. Berekening indexering 2026 2. Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen Hollands-Midden voor begrotingen 2026 (wijzigingen t.o.v. kader 2025 3. Rapport van Berenschot “Financiële kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen 2026”

Datum

30 oktober 2024

Kenmerk

Z/24/3752082

Pagina

5 / 11

Bijlage 1.

Datum

30 oktober 2024

Kenmerk

Z/24/3752082

Pagina

6 / 11

Datum

30 oktober 2024

Kenmerk

Z/24/3752082

Pagina

7 / 11

Bijlage 2 Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen Hollands-Midden voor begrotingen 2026 Beschrijving financiële kaderstelling NR KADERSTELLING 2025 A INDEXERING 1. De indexering voor 2025 wordt gecorrigeerd voor ontwikkelingen in het jaar 2023 t/m 2024. Deze correctie wordt dan toegepast op het indexpercentage voor 2025. Door de sterke inflatie in 2022 wordt als uitzondering in de kaderstelling van 2025 ook 2022 meegenomen in de indexering van 2025.

Voor arbeid: • de Prijsoverheidsconsumptie werknemers beloning werknemers (2025: 11,1%, hierin zit een correctie verwerkt voor 2022 t/m 2024 van 5,7% )

WIJZIGING KADERSTELLING 2026 De indexering voor 2026 wordt gecorrigeerd voor ontwikkelingen in het jaar 2024 t/m 2025. Deze correctie wordt dan toegepast op het indexpercentage voor 2026.

economische categorie: 1.1 Salarissen en sociale lasten

Voor arbeid: • de Prijsoverheidsconsumptie werknemers beloning werknemers (2025: 2,1%, hierin zit een correctie verwerkt voor 2024 t/m 2025 van -1,3% ) • economische categorie: 1.1 Salarissen en sociale lasten

Voor materieel (inclusief investeringen) • de Prijs overheidsconsumptie, netto materieel (imoc) (2025: 3,7% hierin is een correctie verwerkt voor 2022 t/m 2024 van 2,1%)

Voor materieel (inclusief investeringen) • de Prijs overheidsconsumptie, netto materieel (imoc) (2026: 2,7% hierin is een correctie verwerkt voor 2024 t/m 2025 van +0,5%)

economische categorieën: 3.2 (duurzame goederen) 3.5.1 (ingeleend personeel) 3.8 (overige goederen en diensten) 4.3.x (inkomensoverdrachten)

economische categorieën: 3.2 (duurzame goederen) 3.5.1 (ingeleend personeel) 3.8 (overige goederen en diensten) 4.3.x (inkomensoverdrachten)

2.

De indexering moet worden toegepast over de bijdrage van de gemeenten (per inwoner) of een andere van toepassing zijnde verrekengrondslag naar de verhouding tussen de loonkosten (cat. 1.1), de materiële kosten (cat. 3.2, 3.5.1, 3.8 en 4.3.x) en de kosten die niet worden geïndexeerd (overige categorieën).

3.

De meerjarenraming bij voorkeur op te stellen op basis van constante prijzen. Indien de gemeenschappelijke regeling zijn meerjarenraming in lopende prijzen opstelt, de gemeenschappelijke regeling te verzoeken ter

De indexering moet worden toegepast over het totaal van de begrote lasten van de begroting 2025. Hogere lasten voor volumegroei moeten afzonderlijk in de begroting worden aangemeld en van dekking worden voorzien Op deze wijze wordt duidelijk wat de groei van de gemeenten voor een effect heeft op de dienstverlening van de gemeenschappelijke regelingen Ongewijzigd

4.

Ongewijzigd

Datum

30 oktober 2024

Kenmerk

Z/24/3752082

Pagina

8 / 11

NR

KADERSTELLING 2025 informatie ook een overzicht van de meerjarenraming te leveren op basis van constante prijzen. B TAAKSTELLING 5. De gemeenschappelijke regelingen een uniforme taakstelling mee te geven ten opzichte van de meerjarenraming 2020-2023.

WIJZIGING KADERSTELLING 2026

De gemeenschappelijke regelingen een uniforme taakstelling mee te geven ten opzichte van de meerjarenraming 2025-2028.

De taakstelling wordt alleen geëffectueerd bij een verwachte – in de betreffende 4 – jaarsperiode – gemiddelde krimp van het Gemeentefonds van circa 2% per jaar of meer.

De groei van het gemeentefonds is vanaf 2027 gebaseerd op het historisch Bbp van T-2 t/m T-9. Daarmee is de groei stabieler dan de oude normeringssystematiek.

Bij een gemiddelde jaarlijkse krimp van het Gemeentefonds van circa 2% per jaar of meer wordt een nieuwe algemene taakstelling voor de begroting (t) opgelegd ter grootte van het reële krimppercentage van de Algemene uitkering in jaar (t)

Toch kan er een krimp van het gemeentefonds zich voordoen door bezuinigingen van het Rijk, herverdeling van het gemeentefonds of een ontoereikende loon- en prijscompensatie.

Nieuw m.i.v. 2017 is dus de introductie van een drempelpercentage. De toevoeging van “circa” beoogt aan te geven dat deze drempel van 2% per jaar geen absoluut gegeven is.

Bij een meerjarige krimp van het gemeentefonds van cumulatief 2% structureel zal de werkgroep adviseren een correctie toe te passen van dit opgelopen verschil.

Deze 2% is een richtgetal1, dat de bestuurlijke klankbordgroep jaarlijks hanteert bij haar beoordeling van of de gemeenten te maken hebben van een materiële achteruitgang van het Gemeentefonds, waarvoor een bijdrage van de gemeenschappelijke regelingen aan deze achteruitgang – indachtig de uitgangspunten van dit instrument – op zijn plaats is.

6.

7.

De taakstelling bedraagt voor de begroting 2025 0,00% ten opzichte van 2024

De taakstelling bedraagt voor de begroting 2026 6,00% ten opzichte van 2025

Het mechanisme binnen de financiële kaderstelling waarbij de omvang van de financiële bijdragen van gemeenten aan gemeenschappelijke regelingen zijn gekoppeld aan de algemene, reële ontwikkeling van het Gemeentefonds blijft gehandhaafd.

Indien de implementatie van de taakstelling tot incidentele frictiekosten leidt wordt verzocht deze afzonderlijk in beeld te brengen en deze via een afzonderlijk besluit voor te leggen aan het Algemeen Bestuur waarbij incidentele dekking aan gemeenten gevraagd kan worden. Het mechanisme binnen de financiële kaderstelling waarbij de omvang van de financiële bijdragen van gemeenten aan gemeenschappelijke regelingen zijn gekoppeld aan de algemene, reële ontwikkeling van het Gemeentefonds blijft gehandhaafd.

Met de introductie van een drempelpercentage voor de inwerkingtreding van een nieuwe taakstelling wordt de werking van het instrument met het oog op de wisselvallige ontwikkeling van het Gemeentefonds gedempt om daarmee

Met de koppeling aan het meerjarig gemiddelde BBP wordt een stabiele ontwikkeling van het Gemeentefonds verwacht. In geval van onverwacht ingrepen op de methodiek van

Datum

30 oktober 2024

Kenmerk

Z/24/3752082

Pagina

9 / 11

NR

KADERSTELLING 2025 financiële rust richting de gemeenschappelijke regelingen te kunnen bieden. Pas bij materiële (wezenlijke achteruitgang van het Gemeentefonds van gemiddeld circa 2% per jaar of meer over de voorliggende vierjaarsperiode wordt weer een bijdrage van de gemeenschappelijke regelingen gevraagd. Opwaartse aanpassingen (“trap-op?”) van gemeentelijke bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen anders dan uit hoofde van de vaststelling van de toegestane prijscompensatie vallen buiten de scope van dit instrument

8.

9.

Opwaartse aanpassingen van de gemeentelijke bijdragen kunnen alleen voortkomen uit specifieke besluitvorming hierover in de afzonderlijke Algemeen Besturen van de GR-en. De taakstelling is van toepassing op de bijdrage per inwoner of ene andere verrekengrondslag zoals kostprijs product of uurtarief. Het gaat om een reële verlaging van de bijdrage, dus onder verrekening van de prijsontwikkeling op basis van de index BBP en taakwijziging

C IMPLEMENTATIE & RAPPORTAGE 10 Aan de gemeenschappelijke regeling te verzoeken zelf aan te tonen hoe de taakstelling gerealiseerd kan worden

WIJZIGING KADERSTELLING 2026 aanmerkelijke aard zal de FKGR zich beraden over het formuleren van een taakstelling om ook GR’en hierin bij te laten dragen aan het opvangen van een neergang. Opwaartse aanpassingen van de begroting van gemeentelijke bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen anders dan uit hoofde van de vaststelling van de toegestane prijscompensatie vallen buiten de scope van dit instrument Opwaartse aanpassingen van de gemeentelijke bijdragen kunnen alleen voortkomen uit specifieke besluitvorming hierover in de afzonderlijke Algemeen Besturen van de GR-en.

De taakstelling is van toepassing op het totaal van de begrote lasten (t-1) m.u.v. die lasten die gedekt worden door specifieke uitkeringen of bijdragen, Het gaat om een reële verlaging van de lasten in de begroting, dus onder verrekening van de prijsontwikkeling op basis van de indexering en taakwijziging Aan de gemeenschappelijke regeling te verzoeken zelf aan te tonen hoe de taakstelling gerealiseerd kan worden Voor 2026 wordt gevraagd aan de hand van de beïnvloedbare ruimte zoals geïnventariseerd door Berenschot de keuzeopties te inventariseren en te rapporteren aan het Algemeen Bestuur.

11

De bezuinigingslijn is standaard. Indien een gemeenschappelijke regeling een zwaarwegende reden heeft om deze taakstelling niet haalbaar of reëel te achten, doet zij hiervan een actieve melding in het bestuur van de gemeenschappelijke regeling. De uitzondering vraagt dus om bewijsvoering

Aan de hand van dit (bredere) palet aan keuzeopties wordt gevraagd uit deze inventarisatie een voorstel te doen en te verwerken in de conceptbegroting ter omvang van de taakstelling. Ongewijzigd

De gemeenschappelijke regeling meldt uiterlijk 31 januari van (t-1) aan de deelnemers of zij de taakstelling voor begroting jaar (t) gaat realiseren in de komende begroting.

12.

In het geval dat de gemeenschappelijke regeling de taakstelling geheel of gedeeltelijk niet kan realiseren, geeft zij dat gemotiveerd aan. Deze financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen is zonder uitzondering op tenminste

Ongewijzigd

Datum

30 oktober 2024

Kenmerk

Z/24/3752082

Pagina

10 / 11

NR

13

14

15

KADERSTELLING 2025 onderstaande gemeenschappelijke regelingen in de regio Hollands-Midden van toepassing: Veiligheidsregio Hollands MIdden Samenwerkingsorgaan Holland-Rijnland GR Regio Midden-Holland Omgevingsdienst West-Holland Omgevingsdienst Midden-Holland Hecht, Regionale dienst Openbare gezondheidszorg/GGD Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland (BSGR) ISD Bollenstreek Een positief rekeningresultaat vloeit in beginsel terug naar de deelnemers De toevoeging van de “in beginsel” beoogt alleen aan te geven dat dit instrument weliswaar een kader stelt aan de omvang van de Algemene reserves en bestemming van mogelijk positieve rekening resultaten . maar dat de definitieve besluitvorming over reservevorming en bestemming blijft voorbehouden aan de afzonderlijke Algemeen Besturen van de gemeenschappelijke regelingen. De gemeenschappelijke regelingen nemen in hun begrotingen en jaarrekeningen een paragraaf op over de toepassing van het kader en de ontwikkeling van het eigen vermogen

De gemeenschappelijke regelingen nemen in hun begrotingen en jaarrekeningen een paragraaf op over de toepassing van de in het kader vastgestelde indexering verdeeld naar economische categorieën.

WIJZIGING KADERSTELLING 2026

Ongewijzigd

Ongewijzigd.

Ongewijzigd

De wegingsfactor van de economische categorieën wordt telkens op basis van de meest recent beschikbaar gekomen jaarrekening voor een periode van 4 jaar vastgesteld (2020 t/m 2023; 2024 t/m 2027; etc.). Index

16

wegingsfactor xx%

indexatie

Beloning 10x,x werknemers Netto materieel xx% 10x,x Overige xx% 10x,x (niet geïndexeerd) Gewogen 100% 10x,x gemiddelde indexatie De gemeenschappelijke regelingen nemen in hun begrotingen en jaarrekeningen een risicoparagraaf op. In deze paragraaf lichten zij de risico’s toe in relatie tot de omvang van het weerstandsvermogen.

Ongewijzigd

Datum

30 oktober 2024

Kenmerk

Z/24/3752082

Pagina

11 / 11

NR

KADERSTELLING 2025 Risic Kan Risico Weerstands o s - - vermogen bedra g aaa xx% € € xx.xxx xx.xxx aaa xx% € € xx.xxx xx.xxx aaa xx% € € xx.xxx xx.xxx

WIJZIGING KADERSTELLING 2026 Toelich -ting

aaa aaa aaa

Indien sprake is van een te hoge algemene reserve ten opzichte van het benodigd weerstandsvermogen (risico’s) wordt in begrotingen en jaarrekeningen gemotiveerd of dit overschot in de algemene reserve vrij besteedbaar is.n.v.t.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/1728/documents/22504