CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

D12 College, raadsbrief Inspectierapport Jeugdbescherming 5 juli 2021.pdf

Gemeenteraad 15 juli 2021, gemeente HillegomBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken29.916 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

De inspecties hebben voldoende aanwijzingen dat de betrokken partijen, onder regie van de accounthoudende regio, er (op een enkele uitzondering na) structureel in slagen elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig passende hulp te bieden. De inspecties volgen dit in het reguliere toezicht en sluiten dit traject voor deze regio af.

Pagina 41 van 48

Jeugdbeschermingsregio Gelderland De regio Gelderland is er niet in geslaagd om tijdig een vaste jeugdbeschermer toe te wijzen aan elk kind met een jeugdbeschermings- en/of jeugdreclasseringsmaatregel en tijdig een gedragen koers uit te zetten voor deze kinderen. De William Schrikker Stichting en Jeugd Veilig Verder lukt het in Gelderland wel om tijdig een jeugdbeschermer in te zetten. Voor zowel Jeugdbescherming Gelderland als het Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering is op korte termijn verbetering nodig op deze norm. Hierdoor lukt het hen ook onvoldoende om tijdig een gedragen koers uit te zetten. Daarnaast is regio Gelderland er niet in geslaagd om tijdig passende hulp in te zetten voor elk kind met een jeugdbeschermings- en/of jeugdreclasseringsmaatregel. Het knelpunt in Gelderland zit vooral in de tijdigheid waarmee de hulp wordt ingezet. Tussen gemeenten verschilt de wijze van inkoop van jeugdhulp en de aanmeldprocedure. In een aantal gemeenten is het proces zo gecompliceerd dat dit de tijdige inzet van passende hulp vertraagt. Daarbij is er onvoldoende (hoog)specialistische hulp voor jeugdigen met een zeer complexe hulpvraag. Positief in Gelderland is de goed georganiseerde bovenregionale samenwerking die nodig is om te komen tot een kwantitatief en kwalitatief toereikend passend specialistisch hulpaanbod.

Vervolg Op korte termijn is verbetering nodig om te komen tot het tijdig toewijzen van een vaste jeugdbeschermer en het uitzetten van een gedragen koers. De inspecties gaan hierover in gesprek met de bestuurder van Jeugdbescherming Gelderland en bepalen aansluitend het vervolg. De inspecties hebben voldoende aanwijzingen dat de betrokken partijen, onder regie van de jeugdbeschermingsregio, er alsnog op korte termijn in slagen om elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig passende hulp te bieden. De inspecties volgen dit vanuit het reguliere toezicht.

Jeugdbeschermingsregio Groningen-Drenthe De regio Groningen-Drenthe is er grotendeels in geslaagd om tijdig een vaste jeugdbeschermer toe te wijzen aan elk kind met een jeugdbeschermings- en/of jeugdreclasseringsmaatregel en tijdig een gedragen koers uit te zetten voor hen. De regio is er niet in geslaagd om tijdig passende hulp in te zetten voor deze kinderen. In de regio is onvoldoende passend specialistisch hulpaanbod voor kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel. De afstemming tussen verschillende gemeenten over het inzetten van gecombineerde hulp (bijvoorbeeld geestelijke gezondheidszorg en hulp voor mensen met een lichte verstandelijke beperking) en de samenwerking intern bij gemeenten in het brede sociale domein verloopt moeizaam. Dit belemmert het tijdig inzetten van hulp wanneer een cliënt verschillende vormen van hulp nodig heeft en afstemming en maatwerk cruciaal is. Daarbij vragen Drentse gemeenten soms verantwoording voor de inzet van jeugdhulp. Jeugdbeschermers vinden dit belastend. Positief is het gedeelde gevoel van urgentie over de noodzaak van tijdige passende hulp voor deze kinderen. Meer structureel overleg tussen gemeenten, expertteams, prachtteams, zorgaanbieders en GI’s leidt tot beter vinden van de juiste hulp en maakt schaarste in het hulpaanbod inzichtelijk.

Daarnaast gaat de jeugdhulpregio Groningen bijvoorbeeld werken met één standaard bepaling jeugdhulp voor alle GI’s en creëert de jeugdhulpregio Drenthe extra ‘kleinschalige woonvormen’. Vervolg De inspecties sluiten het toezichttraject voor wat betreft Jeugdbescherming Noord af op de normen tijdig vaste jeugdbeschermer en tijdig een gedragen koers. De inspecties hebben voldoende aanwijzingen dat de betrokken partijen, onder regie van de accounthoudende regio, er alsnog op korte termijn in slagen om elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig passende hulp te bieden. De inspecties volgen dit vanuit het reguliere toezicht.

Pagina 42 van 48

Jeugdbeschermingsregio Limburg De regio Limburg is er grotendeels in geslaagd om tijdig een vaste jeugdbeschermer toe te wijzen aan elk kind met een jeugdbeschermings- en/of jeugdreclasseringsmaatregel en tijdig een gedragen koers uit te zetten voor hen. Dit is onder meer gelukt door de aanwezigheid van de jeugdbeschermer op de rechtszitting, werken zonder wachtlijstbeheer en de aandacht voor de begeleiding van startende jeugdbeschermers. De regio is er niet in geslaagd om tijdig passende hulp in te zetten voor deze kinderen. Tussen gemeenten verschilt de wijze van inkoop van jeugdhulp en de aanmeldprocedure. In een aantal gemeenten is het proces zo gecompliceerd dat dit de tijdige inzet van passende hulp vertraagt. Daarbij ontbreekt het in Limburg onder andere aan voldoende jeugd-GGZ, groepen voor licht verstandelijk beperkte jeugdigen, perspectief biedende pleeggezinnen en (hoog)specialistische hulp voor jeugdigen met een zeer complexe hulpvraag. Daar staat tegenover dat er in de regio Limburg gewerkt wordt met een gezamenlijke verbeteragenda die door alle partijen wordt omarmd. Daarnaast is er bestuurlijke cohesie in de regio tussen gemeenten, GI en zorgaanbieders en is er overeenstemming over de tarieven van de GI’s in de regio.

Vervolg De inspecties sluiten het toezichttraject voor wat betreft Bureau Jeugdzorg Limburg af op de normen tijdig vaste jeugdbeschermer en tijdig een gedragen koers. De inspecties hebben voldoende aanwijzingen dat de betrokken partijen, onder regie van de accounthoudende regio, er alsnog op korte termijn in slagen om elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig passende hulp te bieden. De inspecties volgen dit vanuit het reguliere toezicht.

Jeugdbeschermingsregio Zeeland Op basis van de praktijktoets kwamen de inspecties tot de conclusie dat de regio Zeeland er niet in is geslaagd om tijdig een vaste jeugdbeschermer toe te wijzen aan elk kind met een jeugdbeschermingsen/of jeugdreclasseringsmaatregel en tijdig een gedragen koers uit te zetten voor hen. Na de praktijktoets zijn de inspecties geïnformeerd dat het de gecertificeerde instellingen (hierna: GI’s) die in Zeeland werkzaam zijn (Briedis, Intervence, Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering, William Schrikker Stichting), sinds 1 april 2021 niet meer lukt om aan gezinnen waar een jeugdbeschermingsmaatregel is uitgesproken een vaste jeugdbeschermer te koppelen. Dit komt mede door het wegvallen van Briedis1 als GI. Daarnaast is de regio er niet in geslaagd om tijdig passende hulp in te zetten voor deze kinderen. In de regio is onvoldoende passend specialistisch hulpaanbod en de wachtlijsten zijn lang. De hulp die een GI nodig vindt, wordt in verschillende gemeenten met vertraging ingezet door bijvoorbeeld een uitgebreid aanmeldproces. Daar staat tegenover dat de jeugdhulpaanbieders betrokkenheid zien bij de doorbraakaanpak en dat voor bijna alle aangemelde jeugdigen passende hulp gevonden.

Vervolg De inspecties verwachten dat de Zeeuwse gemeenten, Intervence en Jeugdbescherming west in gesprek gaan over het huidige tekort aan jeugdbeschermers en op korte termijn komen tot passende verbetermaatregelen. De inspecties volgen dit intensief. De inspecties hebben voldoende aanwijzingen dat de betrokken partijen, onder regie van de accounthoudende regio, er alsnog op korte termijn in slagen om elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig passende hulp te bieden. De inspecties volgen dit vanuit het reguliere toezicht. 1 Over Briedis is op 1 juni een faillissement uitgesproken en richt zich nu op een overdracht van jeugd-

beschermingsmaatregelen naar andere GI’s.

Pagina 43 van 48

Jeugdbeschermingsregio Utrecht/Flevoland De regio Utrecht/Flevoland is er grotendeels in geslaagd om tijdig een vaste jeugdbeschermer toe te wijzen aan elk kind met een jeugdbeschermings- en/of jeugdreclasseringsmaatregel en tijdig een gedragen koers uit te zetten voor deze kinderen. Veel gecertificeerde instellingen hebben last van krapte op de arbeidsmarkt en een hoog personeelsverloop, zo ook SAVE. SAVE stuurt meer op “tijdig een gedragen koers” dit heeft een positieve invloed op de dynamiek tussen jeugdbeschermers, ouders en kinderen. Het is de regio niet gelukt om tijdig passende hulp in te zetten voor deze kinderen. In de regio is onvoldoende (hoog)specialistische hulp voor jeugdigen met een zeer complexe hulpvraag. Dit leidt tot lange wachtlijsten bij jeugdhulpgaanbieders. Sommige gemeenten bemoeien zich met de indicatiestelling van SAVE dit heeft een vertragende werking op de tijdige inzet van passende hulp. In de regio Flevoland kosten de gemeentelijke aanmeldprocedures en de verschillen daartussen veel tijd. In de multidisciplinaire samenwerkingsvormen wordt gezamenlijke verantwoordelijkheid uitgedragen. Vervolg De inspecties sluiten het toezichttraject voor wat betreft Samen Veilig Midden Nederland af op de normen tijdig vaste jeugdbeschermer en tijdig een gedragen koers.

De inspecties hebben voldoende aanwijzingen dat de betrokken partijen, onder regie van de accounthoudende regio, er alsnog op korte termijn in slagen om elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig passende hulp te bieden. De inspecties volgen dit vanuit het reguliere toezicht.

Jeugdbeschermingsregio Brabant De regio Brabant is er niet in geslaagd om tijdig een vaste jeugdbeschermer toe te wijzen aan elk kind met een jeugdbeschermings- en/of jeugdreclasseringsmaatregel en tijdig een gedragen koers uit te zetten voor hen. Er zijn verschillen tussen de Gecertificeerde Instellingen in de regio’s. De William Schrikker Stichting, Jeugd Veilig Verder en het inmiddels failliet verklaarde Briedis hebben dit in deze regio’s op een enkele uitzondering na op orde. Bij Jeudbescherming Brabant en het Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering is op korte termijn verbetering nodig. Het lukt de regio nog niet om samen voorwaarden te creëren waardoor jeugdigen met een maatregel en hun ouders tijdig een jeugdbeschermer hebben. Dit komt mede door het ontbreken van een kostendekkend tarief en het grote verloop van jeugdbeschermers. Daarnaast is het de regio Brabant niet gelukt om tijdig passende hulp in te zetten voor deze kinderen. In de regio is onvoldoende passend specialistisch hulpaanbod voor kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel. Daarbij is in een aantal gemeenten het proces zo gecompliceerd dat dit de tijdige inzet van passende hulp vertraagt. Het is positief dat de alle partijen de gekozen aanpak om de doorbraak te forceren willen voortzetten voor jeugdigen met een maatregel.

Toch hebben de inspecties zorgen over de jeugdigen met een maatregel die op dit moment wachten op passende hulp en de oorzaken die hieraan ten grondslag liggen. Vervolg Op korte termijn is verbetering nodig om te komen tot het tijdig toewijzen van een vaste jeugdbeschermer en het uitzetten van een gedragen koers. De inspecties gaan hierover in gesprek met de bestuurder van Jeugdbescherming Brabant en bepalen aansluitend het vervolg. De inspecties kunnen er daarnaast onvoldoende van uitgaan dat de betrokken partijen, onder regie van de jeugdbeschermingsregio, er op korte termijn in slagen om elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig passende hulp te bieden. De inspecties zullen hiertoe in de regio Brabant verscherpt toezicht uitvoeren voor een periode van een half jaar en hierover indringende gesprekken voeren met de regio en gemeenten.

Pagina 44 van 48

Jeugdbeschermingsregio’s Noord-Holland en Amsterdam De regio’s Noord-Holland en Amsterdam zijn er niet in geslaagd om tijdig een vaste jeugdbeschermer toe te wijzen aan elk kind met een jeugdbeschermings- en/of jeugdreclasseringsmaatregel en tijdig een gedragen koers uit te zetten voor hen. Er zijn verschillen tussen de Gecertificeerde Instellingen in de regio’s. De William Schrikker Stichting, het Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering en het inmiddels failliet verklaarde Briedis hebben dit in deze regio’s op een enkele uitzondering na op orde. Jeugdbescherming Regio Amsterdam heeft dit grotendeels op orde. Bij De Jeugd- en Gezinsbeschermers GB is op korte termijn verbetering nodig. Daarnaast zijn de regio’s er niet in geslaagd om tijdig passende hulp in te zetten voor deze kinderen. Het ontbreekt in Amsterdam en Noord-Holland aan effectieve (bovenregionale) samenwerking die nodig is voor voldoende passend specialistisch hulpaanbod. Het residentiële aanbod wordt afgebouwd zonder dat voldoende passende alternatieven beschikbaar zijn. Er bestaat richting voor de lange termijn, maar dat biedt geen antwoord op bestaande knelpunten voor kinderen die nu hulp nodig hebben. Daarbij is in een aantal gemeenten het proces zo gecompliceerd dat dit de tijdige inzet van passende hulp vertraagt.

Vervolg De inspecties sluiten het toezichttraject voor wat betreft JBRA af op de normen tijdig vaste jeugdbeschermer en tijdig een gedragen koers. Op korte termijn is verbetering bij DJBG nodig om te komen tot het tijdig toewijzen van een vaste jeugdbeschermer en het uitzetten van een gedragen koers. De inspecties gaan hierover in gesprek met de bestuurder DJGB en bepalen aansluitend het vervolg. De inspecties kunnen er daarnaast onvoldoende van uitgaan dat de betrokken partijen, onder regie van de accounthoudende regio, er op korte termijn in slagen om elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig passende hulp te bieden. De inspecties zullen hiertoe in de regio Noord-Holland/Amsterdam verscherpt toezicht uitvoeren voor een periode van een half jaar en hierover indringende gesprekken voeren met de regio en gemeenten.

Jeugdbeschermingsregio Rijnmond De regio Rijnmond is er, op een enkele uitzondering na, in geslaagd om tijdig een vaste jeugdbeschermer toe te wijzen aan elk kind met een jeugdbeschermings- en/of jeugdreclasseringsmaatregel en tijdig een gedragen koers uit te zetten voor hen. Een extra investering in 2019 en de focus op de uitvoering van jeugdbeschermingsmaatregelen boven preventieve jeugdbescherming, draagt hieraan bij. De samenwerking op casusniveau tussen gezin, jeugdbescherming, lokaal team en andere betrokkenen in de regio is effectief en een positief voorbeeld voor andere jeugdbeschermingsregio’s. Het is de regio niet gelukt om tijdig passende hulp in te zetten voor deze kinderen. De bestaande samenwerking in de regio leidt onvoldoende tot een kwantitatief en kwalitatief toereikend passend specialistisch hulpaanbod. Bepaalde vormen van hulpaanbod zijn onvoldoende beschikbaar en de wachtlijsten zijn lang. Daarbij is het proces zo gecompliceerd dat dit de tijdige inzet van passende hulp vertraagt. Vervolg De inspecties sluiten het toezichttraject voor wat betreft JBRR af op de normen tijdig vaste jeugdbeschermer en tijdig een gedragen koers. De inspecties kunnen er onvoldoende van uitgaan dat de betrokken partijen, onder regie van de accounthoudende regio, er op korte termijn in slagen om elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig passende hulp te bieden.

De inspecties zullen hiertoe in de regio Rijnmond verscherpt toezicht uitvoeren voor een periode van een half jaar en hierover indringende gesprekken voeren met de regio en gemeenten.

Pagina 45 van 48

Jeugdbeschermingsregio Zuid West De regio Zuid West is er grotendeels in geslaagd om tijdig een vaste jeugdbeschermer toe te wijzen aan elk kind met een jeugdbeschermings- en/of jeugdreclasseringsmaatregel en tijdig een gedragen koers uit te zetten voor hen. De regio heeft hier de afgelopen jaren in geïnvesteerd. Desondanks ervaren de jeugdbeschermers nog altijd een hoge werkdruk. De regio is er niet in geslaagd om tijdig passende hulp in te zetten voor deze kinderen. De aanpak binnen de regio verschilt en heeft in Haaglanden en Midden Holland meer resultaat opgeleverd dan in Holland Rijnland en Zuid-Holland Zuid. Een effectieve (bovenregionale) samenwerking ontbreekt. Het proces voor de inzet van passende hulp is complex en verschilt per regio. Dit vertraagt de inzet van passende hulp. Ondanks het besef van de wethouders over de noodzaak van een toereikend hulpaanbod, hebbende inspecties zorgen over de kinderen die nu wachten op passende hulp en de oorzaken die hieraan ten grondslag liggen. Vervolg De inspecties sluiten het toezichttraject voor wat betreft Jeugdbescherming west af op de normen tijdig vaste jeugdbeschermer en tijdig een gedragen koers. De inspecties kunnen er onvoldoende van uitgaan dat de betrokken partijen, onder regie van de accounthoudende regio, er op korte termijn in slagen om elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig passende hulp te bieden.

De inspecties zullen hiertoe in de regio Zuid-West verscherpt toezicht uitvoeren voor een periode van een half jaar en hierover indringende gesprekken voeren met de regio en gemeenten.

Pagina 46 van 48

Bijlage 5

Norm 1

Gehanteerde normen

Tijdig een vaste jeugdbeschermer voor elke jeugdige met een jeugdbeschermings- en of jeugdreclasseringsmaatregel Vast: De jeugdbeschermer blijft gedurende de uitvoering van de OTS verbonden aan het gezin, of de wisseling van jeugdbeschermer vindt voorspelbaar/ op vaste momenten plaats (bijv. na de afronding van het plan van aanpak). Er is hooguit één wisseling wegens verloop of ziekte. Bij wisseling komt het gezin niet bij bureaudienst/ wachtlijstbeheer terecht. Tijdig: Binnen vijf werkdagen nadat de GI in kennis is gesteld is een jeugdbeschermer aan het kind / gezin gekoppeld.

Norm 2

Voor elk kind met een jeugdbeschermings- en of jeugdreclasseringsmaatregel tijdig een gedragen koers

Tijdig: De koers is tijdig wanneer deze binnen zes weken is bepaald, of zoveel eerder als de jeugdbeschermer en betrokkenen noodzakelijk achten gezien de onveiligheid/ ontwikkelingsbedreiging/ recidive risico van het kind. De inspecties hanteren wat betreft de termijn hierbij het principe ‘comply or explain’. Gedragen: De koers is gedragen als deze is uitgezet in samenspraak met het gezin, netwerk en met betrokken professionals. Wensen, behoeften, mogelijkheden van jeugdigen, ouders en netwerk zijn bekend bij hulpverleners. De jeugdige en ouders bepalen, binnen hun mogelijkheden, in samenspraak met de hulpverlener de hulpvraag en de doelen van de geboden hulp. Koers: Er is sprake van een koers bij een jeugdbeschermingsmaatregel als de doelen en de noodzakelijke hulp zijn bepaald, die leiden tot het afwenden van de ontwikkelingsbedreiging/ het recidiverisico. De inspecties spreken van een koers en niet van een ‘plan’. In de praktijk wordt de koers vastgelegd in een plan, maar het plan is het middel, niet het doel. Het moet voor hulpverleners, jeugdigen en hun ouders duidelijk zijn wat de doelen van de hulp zijn en hoe hieraan gewerkt wordt. De doelen en afspraken zijn haalbaar, concreet en ontwikkelingsgericht. Norm 3

Tijdige inzet van passende hulp die leidt tot het opheffen van de ontwikkelingsbedreiging, respectievelijk het verminderen van het recidive risico. Passende hulp: Hulpverleners bieden hulp die aansluit bij de problematiek, ontwikkelingsbehoefte en mogelijkheden van jeugdigen en hun ouders. Daarnaast is de hulp bij een jeugdbeschermingsmaat-regel passend wanneer professional(s) kunnen toelichten en ouders/jeugdige ervaren dat de hulp bijdraagt aan het opheffen van de onveiligheid/ontwikkelingsbedreiging, respectievelijk verminderen van het recidiverisico. De hulp is passend als deze overeenkomt met het plan, dat een gedragen koers bevat. De hulp is ook passend als blijkt dat professional en gezin het ingezette alternatief passend vinden. Tijdig: De hulp is tijdig wanneer binnen drie maanden na het uitspreken van de maatregel passende hulp is ingezet, of zoveel eerder als de jeugdbeschermer en betrokkenen noodzakelijk achten gezien de onveiligheid/ ontwikkelingsbedreiging/ recidive risico van het kind. De inspecties hanteren wat betreft de termijn hierbij het principe ‘comply or explain’. De hulp is niet gestart als na de intake het kind/ gezin op een wachtlijst terecht komt. Indien het kind / gezin heeft moeten wachten op passende hulp, maar deze is in de doorbraakaanpak tot stand gekomen, dan beoordelen de inspecties dit positief.

Pagina 47 van 48

Duidelijk. Onafhankelijk. Eerlijk.

www.igj.nl

Pagina 48 van 48

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/162/documents/16791