CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

D11 College, raadsbrief Afschrift brief college aan VON.pdf

Gemeenteraad 22 april 2021, gemeente HillegomBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken23.400 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Hillegom

Raadsbrief Afschrift brief college aan VON (Vrije Ondernemers Noordwijk aan: datum:

de raad van de gemeente Hillegom 23 maart 2021

zaaknummer: Z-21-168079 datum collegevergadering: 2 maart 2021 portefeuillehouder: Dhr. A. de Jong behandelend ambtenaar: R. Rietveld embargo: ☐ Inhoud mededeling Bijgaande informatie bieden wij u ter kennisneming aan.

Bijlagen: 1. 2. 3. 4. 5.

Brief aan de VON Bijlage bij de brief aan de VON Brief van de VON aan de verschillende colleges in de Duin- en Bollenstreek Rapport Duin- en Bollenstreek 2020+ Beantwoording kamervragen

gemeente

Noord wijk

VON/Vrije Ondernemers Noordwijk infovonoordwijk.nl

Voorstraat 42 2201 HW Noordwijk

Postbus 298 2200 AG Noordwijk T ~31 (0)11 36 60 000

Noordwijk, 2 maart 2021

gerneente@noordwitk ii www noordwijk nl

Uw kenmerk Uw brief van

Zaaknummer Behandeld door Verzenddatum Onderwerp

6januari 2021 80262

KvI< rwrnmer 73538459 BTW NL8257 92 150 BOl

16MAART2021 Herstructurering Duin- en Bollenstreek en uitvoering

IRAN NI 348N0H028504462

SIC RNGHNL2G

door GOM

Bijlagen

Geachte heer/mevrouw,

Inleiding Bij brief, verzonden op 23 december 2020, hebben wij ii een reactie gegeven op de door u aan ons college toegezonden brief van 11 november 2020, met als bijlage het rapport 'Duin- en Bollenstreek

2020+'. U hebt daarop bij brief van 6 januari 2021 gereageerd met daarbij gevoegd een aangepaste versie van het rapport 'Duin- en Bollenstreek 2020+'. Gelet op uitgebreide inhoud van uw brief van 6 januari 2021 en het genoemde rapport 'Duin- en

Bollenstreek 2020+' zullen wij ons in deze hrie.f heperken tnt het maken van twee algemene opmerkingen. In de eerste plaats betreft het een opmerking over de in uw brief aangegeven kritiek ten aanzien van de door ons gehanteerde handelwijze bij de beantwoording van uw brief van 11

november 2020. In de tweede plaats betreft dit een opmerking over de verantwoordelijkheid van de Greenportgemeenten bij de uitvoering van de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport (lSG) en

de rol van Greenport Ontwikkelingsmaatschappij (GOM) daarbij In de bijlage, die bij deze brief is gevoegd, zullen wij inhoudelijk ingaan op uw brief van 6 januari

2021 err het rapport 'Duin- en Bollensteek 2020',

Zorgvuldigheid en aanzien van de beantwoording van uw brief van 11 november 2020 dient het volgende. In uw

brief verwijt u ons college onzorgvuldig handelen vanwege het publiek maken van onze brief van 23 december 2020 via social media En daarnaast door een afschrift van de genoemde brief te sturen

Gemeente Noordwijk, Noordwijk Noordwl]kerhOUt & De

Zilk

naar de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) alsmede aan het Tweede

kamerlid mevrouw Van Eijs. Wij merken hierover het volgende op. Uw brief van 11 november 2020 was gericht zowel aan ons college als aan de gemeenteraad van Noordwijk. Het is dan gebruikelijk

dat de reactie van ons college aan de indiener van een brief, die tevens is gericht aan de gemeenteraad, eveneens ter kennisname wordt gebracht aan de raad. Om die reden staat de

antwoordbrief dan ook op de openbare lijst van ingekomen stukken van de gemeenteraad. Ons college was gebleken dat er, na ontvangst van uw brief met bijbehorend rapport door de dagelijkse

besturen en de gemeenteraden van de Greenportgemeenten, Kamervragen waren gesteld aan de

minister van BZK over hetzelfde onderwerp. In het kader van het beschikken over de nodige informatie en alle relevante gegevens hebben wij onze reactie op uw brief, juist gelet op het beginsel van de te betrachten zorgvuldigheid, ter kennisname gezonden aan zowel de minister van BZK als de indiener van de Kamervragen. Uw brief van 6 januari 2021 is wederom gericht aan alle

colleges van burgemeester en wethouders en de gemeenteraden van de Greenportgemeenten. Deze

brief wordt om die reden mede ondertekend door de colleges van burgemeester en wethouders van alle Geenportgemeenten. Voor de duidelijkheid, dit geldt ook voor onze reactie, verzonden aan u op 23 december 2020. Vanwege de in acht te nemen zorgvuldigheid zullen wij een afschrift van deze brief ook toezenden

aan de minister van BZK en de indiener van de Kamervragen aan de genoemde minister.

Verantwoordelijkheid Greenportgemeenten bij de uitvoering van de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport (ISG) en de rol van G reenport Ontwikkelingsmaatschappij (GOM) daarbij. Een tweede opmerking betreft de verantwoordelijkheid van de Greenportgemeenten bij de uitvoering

van de ISO en de rol van OOM daarbij. De ISO, inclusief het hoofdstuk 5 Uitvoering, is vastgesteld

door de gemeenteraden van de Oreenportgemeenten. Voor het eerst in 2009 en in 2016 bij de integrale herziening van de lSG. De dagelijkse besturen van de Greenportgemeenten zijn krachtens

de gemeentewet de bevoegde organen, belast met de uitvoering van raadsbesluiten, in casu de vastgestelde lSG. Voor het uitvoeren van bepaalde onderdelen van de ISO is door de bevoegde

gezagen OOM opgericht. Doel van OOM is het daadwerkelijk realiseren van de herstructurering en

gebiedsontwikkeling van de Greenport Duin- en Bollenstreek door middel van het zelfstandig

realiseren van ruimtelijke projecten alsmede door het maken van afspraken of het aangaan van overeenkomsten met derden over de uitvoering van ruimtelijke projecten. DOM geeft hierbij invulling aan het door de Algemene Aandeelhoudersvergadering van OOM jaarlijks vast te stellen Meerjarenplan van OOM met de daarin aangegeven algemene en specifieke projecten. De Aandeelhoudersvergadering van BV. OOM wordt gevormd door de betreffende Oreenportgemeenten. Dat impliceert dat OOM geen zelfstandig ruimtelijk beleid voert en dat kritiek op de wijze van

uitvoering van OOM van haar werkzaamheden niet aan GOM moet worden geadresseerd maar aan de

deelnemende Oreenportgemeenten. Helaas moeten wij constateren dat u in uw brief dit onderscheid in bestuurlijke verantwoordelijkheid niet, danwel niet in voldoende mate, heeft onderkend omdat u

Pagina 2 van 4

zich onterecht herhaaldelijk in directe zin richt tot GUM. Wij gaan er dan ook vanuit dat u dit gegeven zult betrekken bij uw toekomstige afwegingen.

Aanvullend merken wij op dat ons college term achter de ISG staat en de rol van GUM daarbij. Niet

alleen Noordwijk maar de hele regio heeft beiden hard nodig om de Greenport Duin- en Bollenstreek tot een vitale en duurzame streek te laten ontwikkelen, in samenhang met de verbetering van de

natuurlijke landschappelijke en recreatieve kwaliteiten. U geeft in uw brief en in het genoemde rapport aan dat de ISG en GUM niet beantwoorden aan de gestelde doelen. Dat is uw mening en die

respecteren wij. Echter, wij herkennen ons niet in uw kritiek, integendeel. De doelstellingen van de

ISG worden ook breed gesteund door de bij de Greenport Duin- en Bollenstreek betrokken

stakeholders en dat geldt ook ten aanzien van het functioneren van GUM. Dat was ook één van de conclusies uit de evaluatie die ten grondslag lag aan de integrale herziening van de ISG eind 2016.

Bel of mail gerust als u vragen heeft Heeft u vragen? Stuur dan een mail naar gemeentenoordwijk nl, of neem contact op met het Klantcontactcentrum, telefoon +31 (0)71 36 60 000. Zorg dat u het zaaknummer 80262 vermeldt. Zo kunnen we u snel helpen.

Hoogachtend,

Burgemeester en wethouders van Noordwijk

De secretaris,

De burgemeester,

EG. Mencke

Mw. W.J.A. Verkleij

Burgemeester en wethouders van Hillegom

Burgemeester en wethouders van Katwijk

De secretaris,

De secretaris,

Drs. C.B. Baauw

Pagina 3 van 4

De burgemeester,

A. van Erk

De burgemee

mr.drs.R.T.Jie Sam Eoek ir.C.L. Visser

Burgemeester en wethouders van Lisse

Burgemeester en wethouders van Teylingen

De secretaris

De burgemeester,

De secretaris,

B. Marinussen

A.W,M. Spruit

J,F.A, Tomassen

M. Witkamp 1.0.

Pagina 4 van 4

De burgemeester,

C.G.J. Breuer

Bijlage bij brief d.d. 1 maart 2021 aan de Vrije Ondernemers Noordwijk

In uw brief van 6 januari 2021 is aangegeven dat in de brief, aan u verzonden op 23 december 2020, nog geen antwoord is gegeven op een aantal vragen. Deze vragen zullen wij hierna beantwoorden . Daarnaast hebt u een aantal stellingen geponeerd. Als voorbeeld geeft u aan het niet eens te zijn met de opvatting, zoals weergegeven in onze brief van 23 december 2020, op grond waarvan ons college van mening is dat er niet ‘lukraak’ in de Duin - en Bollenstreek wordt gebouwd. U hebt daar dus kennelijk een andere mening over. Dat respecteren wij uiteraard maar om niet in herhalingen te vallen, verwijzen wij in eerste instantie naar onze opvattingen over dit onderwerp, zoals aangegeven in onze brief van 23 december 2020. Aanvullend merken wij op dat wij in onze brief van 23 december 2020 genoegzaam hebben aangegeven dat er, ten aanzien van de diverse ruimtelijke procedures voor bijvoorbeeld nieuwe Greenportwoningen, verschillende denkbeelden kunnen bestaan. Dat kan het geval zijn maar dat betekent daarmee nog niet dat er ‘lukraak’ in de Duin - en Bollenstreek wordt gebouwd. Immers, ruimtelijke projecten worden op voorhand op alle ruimtelijk relevante aspecten ambtelijk getoetst en waarna vervolgens besluitvorming in eerste instantie plaatsvindt door het dagelijks bestuur van de gemeente.

Tijdens de (voor)ontwerp - en vaststellingsfase van een bestemmingsplanprocedure is de gemeenteraad bovendien het bevoegde orgaan bij de besluitvorming. Tenslotte gaan ruimtelijke procedures gepaard met de nodige wettelijke inspraak-, zienswijze- en beroepsmogelijkheden. Ons college is van oordeel dat er dus sprake is van een zorgvuldig en democratisch besluitvormingsproces. In de brief van 6 januari 2021wordt geteld dat GOM van de gemeente(n) de opdracht heeft meegekregen om zoveel mogelijk agrarische opstallen te slopen. Zelfs zou er sprake zijn van gevallen van sloop van gebouwen waarbij sprake zou zijn van opstallen welke slechts één jaar oud zijn. Kapitaalvernietiging is daarvan, naar uw mening, het gevolg. Aanvullend geeft u aan dat het een misvatting is dat zonder GOM de verrommeling zou toenemen. Ons college is van oordeel dat GOM wel degelijk bijdraagt aan het opruimen van verrommeling in het landelijk gebied. Voorbeelden van het opruimen van verrommeling zijn vermeld in de openbare jaarverslagen van GOM. Door middel van het verstrekken van sloopbijdragen wordt er juist incourant onroerend goed gesaneerd, waarbij per saldo meer open bollengrond wordt gerealiseerd met positieve effecten op de zichtlijnen in het landschap. Het is echter onjuist dat GOM opdracht heeft gekregen van de Greenportgemeenten om ‘zoveel mogelijk te slopen’.

Immers, het ‘zoveel mogelijk slopen’ is geen doel op zich. Het is duidelijk dat de sloop van incourant vastgoed wel degelijk bijdraagt aan het herstel van zichtlijnen, met name in de ‘actief open te maken gebi eden’, zoals aangegeven in het Landschapsperspectief van de ISG. Daarmee wordt ontegenzeggelijk een positieve bijdrage geleverd aan het herstel van het open bollenlandschap. Daarbij kan overigens worden opgemerkt dat GOM niet actief tot sloop overgaat maar afhankelijk i s van de bereidheid en initiatief van private eigenaren. Bedoelde eigenaren hebben te maken met incourant vastgoed, in de meeste gevallen als gevolg van bedrijfsbeëindiging. GOM kan daarbij een oplossing bieden door het verlenen van een sloopvergoeding met het uiteindelijke doel om een bijdrage te leveren aan het herstel van het open bollenlandschap. Dat betekent overigens niet dat ieder verzoek om een sloopvergoeding wordt gehonoreerd. In tegendeel, er moet bij de sloop van bedrijfsgebouwen sprake zijn van een landschappelijke winst. Daarbij speelt de toetsing aan het Landschapsperspectief, als onderdeel van de ISG, een belangrijke rol. Immers, GOM hanteert als criterium dat sloopbijdrage n, gelet op de beperkte middelen van het herstructureringsfonds, zo ef ficiënt mogelijk moeten worden ingezet.

In de brief van 6 januari 2021 wordt gesteld dat een groot deel van de Greenportwoningen op 1e klas bollengrond is gebouwd. Als voorbeeld wordt genoemd het Abeelenpark. Inderdaad was, ten aanzien van deze locatie, sprake van 1e klas bollengrond. Echter, het overgrote deel van de tot nu toe gerealiseerde Greenportwoningen is niet gerealiseerd op 1e klas bollengrond. Bovendien speelt de omstandigheid, zoals ook in onze brief van 23 december 2020 is aangegeven, dat ook i n het geval van de bouw van Greenportwoningen, de regels ten aanzien van de bollengrondcompensatie onverkort van toepassing zijn. Middels dit instrument wordt bewerkstelligd dat het totale areaal 1e klas bollengrond in de Greenport blijft gehandhaafd. Uw s telling, dat de realisatie van Greenportwoningen dus per definitie ten koste gaat van het totale areaal bollengrond in de Greenport, is dus feitelijk onjuist. In de brief van 6 januari 2021 wordt vervolgens aangegeven dat de gevolgen van 10 jaar uitvoering door GOM van de ISG duidelijk zijn en dat het hoog tijd is dat er een herbezinning komt op de uitvoering van dit beleid. Ons college merkt daarbij op dat uw mening over het functioneren van GOM niet overeenstemt met de resultaten van de evaluatie ten behoeve van de herziening van de ISG eind 2016.

Dat is dus een periode van nauwelijks 4 jaar na de vaststelling van de ISG door de gemeenteraden en waarbinnen GOM actief is. Twee van de hoofdconclusies van de evaluatie zijn dat de hoofdlijnen van de ISG niet ter discussie worden gesteld en dat de aanpak door GOM wordt gewaardeerd. Belangrijk daarbij was de toevoeging dat aan de evaluatie van de ISG is deelgenomen door een breed scala van betrokken stakeholders, waaronder een ruime vertegenwoordiging uit de kring van ondernemers van de bollensector zoals de LTO Noord, CNB, Flora Holland, Hobaho , Platform Glastuinbouw Duin- en Bollenstreek, Anthos, Vereniging bedrijfsleven Duin - en Bollenstreek en KAVB. Kortom, een zeer brede vertegenwoordiging van betrokken ondernemers in de Duin - en Bollenstreek heeft actief bijgedragen aan de evaluatie van de ISG in 2015, inclusief de conclusies daarvan. Het is dan ook opmerkelijk dat uw organisatie, naar eigen zeggen meerdere betrokken ondernemers uit Noordwijk en Noordwijkerhout, over dit onderwerp een totaal andere opvatting heeft. Overigens is ons bij recentelijke overleggen met vertegenwoordigers van de bollensector gebleken dat nog steeds brede steun bestaat voor de ISG en de uitvoering daarvan door GOM.

Vervolgens geeft u aan dat het beleid niet langer uit moet gaan van de stoppende agrariër maar vooral ook gericht moet zijn op de actieve agrariër, die zijn bedrijf wil starten of voortzetten. Dat zou op de langere termijn juist het behoud van het karakteristieke open landschap van onze streek betekenen. Met uw stelling dat de actieve agrariërs juist zorge n voor de openheid van het bollenlandschap zijn wij het van harte eens. Immers, zonder bollenbedrijven geen bollenteelt en dus geen bollenlandschap en geen Greenport Duin- en Bollenstreek. Echter, bij de doelstellingen van de ISG hoort ook een taakstelling, gericht op het behoud en het herstel van het karakteristieke landschap van de Duin- en Bollenstreek. Als gevolg van de sanering van bedrijfsgebouwen, bijvoorbeeld bij bedrijfsbeëindiging, ontstaat daardoor juist weer fysieke ruimte voor de uitbreiding va n bedrijfsgebouwen bij de schaal vergrotende bollenteeltbedrijven. Mocht er sprake zijn van bollenteeltbedrijven die nog niet voldoende ruimte hebben binnen de huidige regelgeving om tot schaalvergroting te kunnen komen, dan bestaat de mogelijkheid van maa twerk, waarbij ondermeer advies wordt gevraagd aan het Overlegplatform Greenport Duin - en Bollenstreek.

Daarbij spelen diverse afwegingsfactoren een rol zoals de bedrijfseconomische meerwaarde van het bedrijf voor de Greenport, de landschappelijke inpassing van de uitbreiding met bedrijfsgebouwen en de landschappelijke compensatie. U geeft aan dat de bouw van Greenportwoningen en de bollengrondcompensatie op zichzelf staande doelen zijn geworden. U pleit daarbij voor het niet meer bouwen van Greenportwoning en.

Het niet meer bouwen van Greenportwoningen betekent per definitie dat de integrale herstructurering van de Greenport, als één van de centrale doelstellingen van de ISG, geen doorgang meer zal vinden. Wij kunnen ons niet voorstellen dat dat uw doel is g elet op de, ook door u, omarmde doelstellingen van de ISG, en met name de uitvoering van het herstructureringsbeleid. Dat vereist een uitvoeringsagenda, gekoppeld aan een uitvoeringsbudget en een actieve uitvoeringsorganisatie. Dat was ook één van de conclusies van de Evaluatie van het Pact van Teylingen in 2002 waarom de uitvoering van het Pact van Teylingen, zonder uitvoeringsorganisatie en budget, niet beantwoordde aan de verwachtingen. Ook bij het latere project Offensief van Teylingen in 2004 bleken het gebrek aan middelen en een uitvoeringsorganisatie (te) beperkende factoren te zijn. Kortom, een uitvoeringsorganisatie in de vorm van GOM, voorzien van de nodige middelen, is juist essentieel voor het slagen van het ISG -beleid en de doelstellingen daarvan. Het uitvoeringsbudget ten behoeve van de herstructurering van het Greenportgebied wordt hoofdzakelijk gevormd door de inkomsten uit de verkoop van bouwtitels voor Greenportwoningen, zoals ook is vastgelegd in de Gebiedsuitwerking Haarlemmermeer -Bollenstreek en nadien is vastgelegd in provinciaal- en (inter)gemeentelijk ruimtelijk beleid.

Kortom, zonder beschikbare middelen geen integrale herstructurering van de Greenport Duin - en Bollenstreek. De bouw van Greenportwoningen, maar ook de bollengrondcompensatie, zijn overigens geen solitaire doelen maar instrumenten om doelen te bereiken, namelijk de integrale herstructurering van de Greenport Duin- en Bollenstreek en als onderdeel daarvan het behoud van 2.625 ha. 1e klas bollenareaal. In uw brief geeft u aan dat bij het niet meer slopen van bedrijfsgebouwen, deze gebouwen beschikbaar kunnen komen voor collega-agrariërs danwel starters. Wij merken daarbij op dat er in verreweg de meeste gevallen bij het slopen van bedrijfsgebouwen sprake is van bedrijfsbeëindiging waarbij sprake is van incourant onroerend goed, waarvoor vanuit de markt geen belangstelling bestaat. Daarbij speelt dat bestaande agrarische bedrijven in de meeste gevallen niet geïnteresseerd zijn in bedrijfsgebouwen op afstand van het moederbedr ijf vanwege een dan niet efficiënte bedrijfsvoering. Onze ervaring is dat, in het geval er sprake is van bedrijfsgebouwen op afstand van het moederbedrijf en vanwege de logistiek, de sterke behoefte ontstaat aan concentratie van bedrijfsgebouwen op één cen trale plek bij het moederbedrijf.

Bekend is dat als gevolg van de schaalvergroting en het niet hebben van bedrijfsopvolging, bollenteeltbedrijven van een beperkte omvang, met in de meeste gevallen verouderde bedrijfsgebouwen, inmiddels zijn of zullen worden beëindigd. Deze bedrijven zijn in het algemeen voor startende bedrijven minder interessant vanwege de beperkte omvang en de matige tot slechte kwaliteit van de bedrijfsgebouwen. Het vereist een te hoge investering, gelet op het verdienmodel, om dergelijke bedrijven over te nemen en te moderniseren, in het bijzonder voor startende agrariërs. Hierna zullen wij ingaan op de door u in uw brief aangegeven concrete vragen. 1.

Zijn we in de Duin- en Bollenstreek goed bezig om zo veel mogelijk agrarische opstalle n te

slopen en daar burgerwoningen voor terug te bouwen? Antwoord: op basis van de ISG wordt uitvoering gegeven aan de centrale doelstelling, de integrale herstructurering en revitalisering van de Greenport Duin - en Bollenstreek, in samenhang met de verbetering van de natuurlijke, landschappelijke en recreatieve kwaliteiten. De essentie van dit beleid is al ingezet bij de ondertekening van het Pact van Teylingen in 1996, is herbevestigd bij zowel de vaststelling van de ISG in 2009 als de integrale herzieni ng van de ISG in 2016. In het Pact van Teylingen was al aangegeven dat de landschappelijke kwaliteit van het gebied van de Duin - en Bollenstreek in een negatieve spiraal verkeerde vanwege de vergaande verrommeling. Daardoor verdwenen steeds meer de specifieke landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten van de streek en versteende het gebied. Als voorbeeld kan daarbij worden gegeven dat in toenemende mate bestaande agrarische bedrijven werden gesplitst in kleinere bedrijven, waardoor nieuwe agrarische

bedrijven ontstonden met voor ieder bedrijf weer één of meerdere agrarische bedrijfswoningen, schuren en kassen. Hierdoor dreigde het gebied dicht te slibben. Ook werd geconstateerd dat het gebruik van voor de agrarische functie bestemde gronden, zonder t oestemming, werd gewijzigd in een niet-agrarische gebruiksvorm met alle negatieve gevolgen voor het bollenlandschap en de economische agrarische functie. Om die reden werd in het Pact van Teylingen afgesproken dat de bevoegde gezagen actiever zouden moeten handhaven. Het Pact van Teylingen en de opvolgende ISG hebben beiden tot doel de Duin- en Bollenstreek te voorzien van een duurzaam economisch toekomstperspectief ten behoeve van ondermeer een vitaal bollencomplex. Het is daarbij, gelet op de reeds bestaande praktijk, evident dat er sprake zal zijn van verdergaande schaalvergroting en tegelijkertijd ook van stoppende agrarische bedrijven. Bij stoppende bedrijven ontbreekt in de meeste gevallen bedrijfsopvolging en is sprake van een te geringe bedrijfsomvang met verouderde en niet adequate bedrijfsgebouwen. Door middel van het herstructureringsfonds kan GOM een oplossing bieden om de rgelijke niet rendabele, niet op de toekomst gericht bedrijven, te saneren. De resterende en, door amovering van bedrijfsgebouwen, nieuw beschikbare bollengrond kan dan beschikbaar komen voor de schaal vergrotende bollenteeltbedrijven.

Op die manier wordt bijgedragen aan twee doelstellingen, namelijk het herstel van het kenmerkende open bollenlandschap en het duurzame toekomstperspectief van de schaal vergrotende bedrijven. Om deze ontwikkeling mogelijk te kunnen maken zijn middelen nodig. Immers, voor niets gaat de zon op! Dat is één van de redenen waarom GOM door de gemeenten is opgericht. GOM kan met toepassing van haar instr umentarium van het herstructureringsfonds dit proces mede faciliteren. Het herstructureringsfonds wordt nagenoeg geheel opgebouwd uit de opbrengst van de verkoop van maximaal 600 bouwtitels voor Greenportwoningen. Kortom, zonder het herstructureringsfonds is er geen herstructurering van de Greenport Duin - en Bollenstreek. Daarbij is het wel uitgangspunt dat de bouw van 600 Greenportwoningen geen doel op zich is. Het is een onlosmakelijk middel om de noodzakelijke herstructurering te kunnen uitvoeren. Indien uiteindelijk blijkt dat de herstructurering kan worden voltooid met de opbrengst van minder dan 600 Greenportwoningen, dan behoort dat uiteraard ook tot de mogelijkheden. Het geheel afzien van de realisatie van maximaal 600 Greenportwoningen is slechts mogelijk indien er een andere wijze van financiering van het herstructureringsfonds van GOM beschikbaar zou zijn, hetgeen niet het geval is.

Zoals ook in onze brief van 23 december 2020 is aangegeven, is voor de bouw van Greenportwoningen een ruimtelijke procedure nodig. Dit is een in de Wet ruimtelijke ordening beschreven zorgvuldige democratische rechtsgang met daarbij uitgebreide inspraak -, zienswijze- en beroepsmogelijkheden. De verkoop van bouwtitels voor Greenportwoningen door GOM kan alleen plaatsvinden op basis van een onherroepelijk planologisch besluit van de betref fende gemeente. GOM speelt bij de genoemde planologische procedure geen rol. Aanvullend merken wij op dat ook voor de bouw van Greenportwoningen bollengrondcompensatie noodzakelijk is. Dat betekent dat daarmee tegemoet wordt gekomen aan de doelstelling t ot instandhouding van 2.626ha 1e klas bollengrond. Door de sloop van vaak verouderde bedrijfsgebouwen wordt overigens aanvullend areaal bollengrond toegevoegd dat beschikbaar komt voor andere ruimtelijke ontwikkelingen, passend binnen de ISG. Een bijkomend positief effect is dat door de sloop van incourant vastgoed wordt voorkomen dat in leegstaande agrarische bedrijfsgebouwen ongewenste niet-agrarische functies worden gevestigd. 2. GOM geeft aan dat ze opdracht van de 5 deelnemende gemeenten heeft om zo v eel mogelijk agrarische opstallen te slopen, ongeacht of het goede of slechte gebouwen zijn. Dit is namelijk niet volgens de gemaakte ISG-afspraken.

Bent u zich daar voldoende van bewust? Antwoord: zie het antwoord op de stelling over dit onderwerp hiervo or in deze brief.

3.

Wanneer is volgens de gemeente nu precies sprake van ‘verrommeling’, dat ‘nodig gesloopt’

moet worden? Antwoord: als de vraagstelling gericht is het slopen van verrommeling wordt daarmee bedoeld incourant vastgoed, waaraan geen behoefte meer bestaat voor de primaire agrarische productiefunctie ten behoeve van de bollenteelt. Ook kan het gaan om vastgoed dat op de verkeerde plek staat met het oog op het gewenste herstel van zichtl ijnen, zoals aangegeven in het Landschapsperspectief van de ISG.

4.

Wanneer is er volgens de gemeente sprake van incourant vastgoed, dat ‘nodig gesloopt

moet worden’? Antwoord: dat is vastgoed dat in matige tot slechte staat verkeert. In sommige gevallen zelfs afgekeurd vanwege de brandveiligheidseisen. Vastgoed dat gedurende langere tijd leeg staat en waarvoor uit de agrarische markt geen belangstelling bestaat. Zie ook het antwoord bij vraag 3. 5.

Wat verstaat de gemeente nu precies onder landschapskwaliteit? Zijn dure villa’s i.p.v.

agrarische opstallen een verbetering van de landschapskwaliteit? Antwoord: zie voor het antwoord op het eerste deel van deze vraag de inhoud van de ISG, in het bijzonder hoofdstuk 4.2 ‘Vitaal landschap’ en het daarvan deel uitmakende Landschapsperspectief, waarin is aangegeven op welke wijze de landschapskwaliteiten verbeterd kunnen worden. Bij de noodzakelijke bouw van Greenportwoningen, benodigd als inkomstenbron voor het herstructureringsfonds, is het uitgangspunt om bij de zoektocht naar potentiele locaties, het Landschapsperspectief van de ISG als leidraad te hanteren. Daarbij is het streven gericht op het opruimen van verspreid gelegen verrommeling en zeker die vormen van verrommeling op kritische landschappelijke locaties. Op die manier kunnen oorspronkelijke zichtlijnen weer worden hersteld en kan zoveel mogelijk aaneengesloten open bollengrond worden gerealiseerd. 6.

Waarom onderkent de gemeente niet dat een bedrijfswoning, die wordt omgezet in een

burgerwoning, verloren is voor de actieve agrariërs in de bloembollenteelt? Antwoord: het is inderdaad zo dat bij een omzetting van de functie van een agrarische bedrijfswoning in een burgerwoning (bijvoorbeeld bij bedrijfsbeëindiging), de directe relatie van de woning met de agrarische functie wordt verbroken. In de meeste gevallen gaat het dan om solitaire woningen, waarvan de oorspronkelijk bij deze (bedrijfs) woning horende bedrijfsgronden, zijn toegevoegd aan andere schaal vergrotende agrarische bedrijven. Deze solitaire woningen zijn niet meer interessant voor een agrariër omdat bij deze woning geen bedrijfscentrum meer aanwezig is. Een agrarische bedrijfswoning is nu juist bedoeld als onderdeel van een bijbehorend agrarisch bedrijfscentrum. Bij bestaande agrarische bedrijven kan er ook incidenteel sprake zijn van een situatie waarbij er geen behoefte meer bestaat aan de oorspronkelijk bij het bedrijf horende bedrijfswoning. Bijvoorbeeld bij de verkoop van het bedrijf zonder bedrijfswoning en waarbij het bedrijf wel blijft functioneren maar de oorspronkelijke eigenaar/exploitant zelf in de woning blijft wonen. In dergelijke gevallen kan, onder de voorwaarde dat dan wel sprake is van een goed woon en leefklimaat in de woning, de bestaande agrarische bedrijfswoning worden herbestemd tot plattelandswoning.

7.

Waarom gaat de gemeente niet in op de ruimere gebruiksmogelijkheden in het buitengebied

op die stukjes grond die voor de (bloem)bollenteelt onrendabel zijn en daartoe ook niet geschikt (meer) te maken zijn, zoals bijvoorbeeld de paardenweitjes en/of moestuinen? Antwoord: bij het thans lopende handhavingstraject van de met de bestemmingsplannen strijdige situaties, dat wordt uitgevoerd door alle Greenportgemeenten, wordt de nodige zorgvuldigheid betracht. In eerste instantie blijven de paardenweitjes en moestuinen die dateren van vóór het Pact van Teylingen, ongemoeid. Daarnaast wordt rekening gehouden met de mogelijkheid dat er gronden zijn die objectief gezien niet meer geschikt zijn te maken voor de bollenteelt. Denk daarbij aan overhoeken en aan gronden tussen een woning en de bouwstraat welke als tuin in gebruik zijn genomen en waar dus redelijkerwijs geen bollenteelt mogelijk is. In dat geval bestaat de mogelijkheid om het bestaande afwijkende gebruik te legaliseren, mits er bollengrondcompensatie plaatsvindt. Daarbij is overigens sprake van een lager tarief van minder dan de helft van de vaste prijs voor 1e klas bollengrond van € 40 per m2. Het voorgaande is uitgebreid aan de orde geweest in onze brieven aan de gemeenteraad, mede naar aanleiding van diverse raadsvragen ove r dit onderwerp. De brieven van ons college aan de gemeenteraad zijn geplaatst op de openbare lijst van ingekomen stukken van de gemeenteraad en zijn dus, ook voor u, raadpleegbaar.

Om niet in herhalingen te treden, verwijzen wij u naar de bedoelde brieven met de ID nummers 1760 – 1642 – 1603 – 1515 – 1282 – 1172 en in het bijzonder 480. Bij de laatstgenoemde brief aan de gemeenteraad is een bijlage toegevoegd getiteld: ‘Voorstel legalisatie vraagstuk/benaderingswijze handhaving ISG/RO’. In deze raadsbrief met bijlage is uitvoerig aandacht besteed aan de wijze waarop de handhaving plaatsvindt, waaronder de mogelijkheid voor legalisatie van strijdig gebruik van voor de bollenteelt bestemde gronden, indien objectief vaststaat dat deze gronden niet meer geschikt zijn voor die functie. Tenslotte geeft u aan open te staan voor een dialoog met de Greenportgemeenten. Temeer, omdat u aangeeft, dat uw doelstellingen ten aanzien van de ISG, overeenkomen met die van de Greenportgemeenten. Ons college is uiteraard bereid om met u een gesprek aan te gaan. Op bestuurlijk niveau heeft een dergelijk gesprek inmiddels plaatsgevonden met één van de Greenportgemeenten (Lisse). Echter, wij gaan ervan uit dat wij met onze brief met bijlage, een afdoende antwoord hebben gegeven op alle bij u levende vragen. U hebt aan uw brief van 6 januari 2021 het rapport ‘Duin- en Bollenstreek 2020+’ gehecht met daarbij een serie bijlagen.

In het genoemde rapport en in de bijlagen, komen vrijwel alle aspecten naar voren, die u in uw brief van 6 januari 2021, maar ook in uw brief van 11 november 2020 hebt genoemd. In de eerste plaats merken wij op dat in het genoemde rapport en de bijlagen kanttekeningen zijn opgenomen, aannames en veronderstellingen worden gedaan over onderdelen van financiële aard. Wij stellen vast dat u niet beschikt over (alle c.q. juiste) feiten die ten grondslag liggen aan contracten van GOM met derde partijen. Dergelijke gegevens zijn confidentiële bedrijfsgegevens waarover inhoudelijk geen mededelingen worden gedaan. Dat maakt een inhoudelijke bespreking van alle voorbeelden in de bijlagen op die onderdelen bij voorbaat niet mogelijk. Wij zullen ons om die reden beperken tot een reactie op hoofdlijnen ten aanzien van zowel het rapport als de bijlagen (voorzover de beantwoording daarvan niet al hiervoor in deze brief aan de orde is gekomen). Voorwoord: -

Een nadere onderbouwing ontbreekt van de stelling dat ‘er opvallend veel geluiden klinken

van ondernemers en burgers die hun zorgen uiten over de herstructurering van de Du in- en Bollenstreek en de rol van GOM daarbij’. Wij stellen vast dat er sprake is van een voortdurende stroom van kritiek van een beperkt aantal mensen die nadrukkelijk de publiciteit zoekt.

-

De vraag naar alternatieve gebruiksvormen van leegstaand en ver ouderd agrarisch vastgoed

is niet onderbouwd. Wel zichtbaar is een pijplijn van aanvragen bij GOM om voor een herstructureringsbijdrage in aanmerking te kunnen komen voor sanering van dit vastgoed. Het gaat daarbij om vastgoed waarvoor in de agrarische sector geen belangstelling bestaat. Bij opvolgende niet-agrarische functies wordt niet bijgedragen aan de doelstelling om zoveel mogelijk open bollengebied weer terug te brengen en blijft de verstening van het landelijk gebied gehandhaafd, inclusief de veel voorkomende buitenopslag van niet agrarische goederen (verrommeling). De suggestie dat GOM een leidende rol speelt en als het ware ‘als een rode draad door het planologische bollenstreekbeleid loopt’, is feitelijk onjuist. Voor alle planologische besluit en, die afwijken van het geldende planologische kader, waren en zijn de gemeenten verantwoordelijk, in casu de gemeenteraden bij de vaststelling van (herzieningen van) bestemmingsplannen. Hoofdstuk 1 Doelstellingen GOM -

Dit zijn geen GOM doelstellingen maar doelstellingen van de ISG, gericht op het ruimtelijk

beleid en de herstructurering. De Greenportgemeenten voeren het ruimtelijk beleid uit. GOM voert daarbij, in opdracht van de Greenportgemeenten, enkele specifieke taken daarvan uit. Hoofdstuk 2 Financiering GOM -

De stelling dat GOM de in het rapport (onjuist) aangegeven doelstellingen financiert, is

onjuist. GOM bekostigt de ruimtelijke opgaven die de aandeelhoudende gemeenten haar opdragen, met de middelen uit de herstructurerings- en bollengrondcompensatiefondsen. GOM geeft daarbij uitvoering aan door de gemeente(raden) planologisch vastgesteld beleid. Uitzondering daarop vormen de projecten Bulb Trade Park (Delfweg) en Greenhouse Park (Kloosterschuur -Trappenberg). Dit zijn GOM projecten, destijds overgenomen van de regio Holland Rijnland, waarbij een beperkte rijksbijdrage van toepassing was. Vanwege de exploitatie van de beide projecten is de bouw van een aantal Greenportwoningen daarbij noodzakelijk. -

Dat Greenportwoningen verspreid op 1e klas bollengrond worden gebouwd is grotendeels

onjuist. In de ISG is namelijk aangegeven dat bij de bouw van Greenportwoningen ten minste 2/3 daarvan in clusters moet plaatsvinden. Daarnaast blijkt uit de feiten dat het grootste deel van de tot nu toe gerealiseerde Greenportwoningen wel degelijk op niet voor bollengrond bestemde gronden is gebouwd. Bovendien is, zoals meerdere malen is aangegeven, ook bij de realisatie van Greenportwoningen sprake van een verplichte bollengrondcompensatie. Hierdoor is GOM in staat (en heeft ook de opdracht) om iedere m2 voor 1e klas bollenteelt bestemde grond, welke door een ruimtelijk project aan deze bestemming wordt onttrokken, 1:1 te compenseren waardoor het totale areaal 1e klas bollengrond in de Greenport blijft gehandhaafd. Dat is ook één van de doelstellingen van de ISG. Het is dus apert onjuist te stellen dat de locatie voor Greenportwoningen in het Abeelenpark ten koste is gegaan van het totale areaal 1e klas bollenareaal in de Greenport. Hoofdstuk 3 Voorbeeld werkwijze GOM -

De opsteller van het rapport beschikt niet over (alle c.q. de juiste) feiten die ten grondslag

liggen aan de contracten van GOM in dit dossier. Feiten die bovendien geclassificeerd zijn. Dat maakt dat de analyse niet geschikt is om commentaar op te geven. De formulering ‘opbrengst voor GOM’ is misplaatst. Indien, na instemming van het bevoegde gezag, een ontwikkeling plaatsvindt met Greenportwoningen, dan moeten daarvoor bouwtitels worden afgerekend met GOM. Deze bouwtitels voeden, middels het wett elijke geregelde kostenverhaal, het herstructureringsfonds ter bekostiging van de herstructurering van de Greenport.

-

Er is wel degelijk sprake van het herstel van zichtlijnen en wel in de noord -zuid richting. Zie

daarvoor de ruimtelijke onderbouwing behorend bij dit project en de daarbij horende Nota van Beantwoording van de zienswijzen op dat onderdeel. Het vastgoed op deze locatie was geenszins in goede staat (zelfs is dat voor een groot deel daarvan brandtechnisch afgekeurd). De gebouwen stonden reed s voor een langere periode leeg en meerdere pogingen tot behoud en herbestemming (in combinatie met gedeeltelijke sloop) bleken niet haalbaar. Dit ondanks de betrokkenheid en de inspanningen van GOM voor het vinden van een opvolgfunctie van de bedrijfsgebouwen waarbij bleek dat mogelijke nieuwe gebruiksvormen niet passend bleken in het planologisch beleid van de ISG. Nogmaals de opmerking dat niet alle Greenportwoningen op bollengrond zijn danwel worden gebouwd. Mocht dat onverhoopt het geval zijn, dan zijn de gebruikelijke spelregels van de bollengrondcompensatie van toepassing ter waarborging van het totale areaal 1e klas bollengrond in het Greenportgebied. Hoofdstuk 4 Analyse en conclusies over GOM -

De stelling dat GOM bij veel sloopprojecten een neg atieve grondbalans veroorzaakt is een

onjuiste weergave van de ISG en de feitelijk gang van zaken. Als voorbeeld kan worden aangegeven de bouw van 60 Greenportwoningen in Greenhouse Park. Daar is geen m2 bollengrond mee verloren gegaan omdat ter plaatse van deze woningbouw geen oorspronkelijke bestemming voor de bollenteelt van toepassing was. Ten aanzien van de passage inzake incourant vastgoed en verrommeling: GOM treedt niet op als projectontwikkelaar. GOM stelt uitsluitend economisch schadeloos volge ns strikte regels. Dat leidt tot vergoedingen aan de eigenaren indien sprake is van sloop van vastgoed en/of het wegnemen van bouwbestemmingen en er open bollengrond voor terugkomt. Dat de eigenaren vervolgens aan de bevoegde gemeenten kunnen verzoeken om een Greenportwoning(en) te bouwen om bepaalde inkomsten te genereren is juist. Dat is ook conform de ISG maar daarbij moet wel een uitgebreide planologische toetsing plaatsvinden. -

Ten aanzien van de passage inzake de schaalvergroting: het klopt dat er door

schaalvergroting behoefte bestaat aan grotere bedrijfsgebouwen. Maar dan wel met de kanttekening dat bij de uitbreiding primair wordt gezocht naar mogelijkheden op het eigen moederbedrijf en niet op afstand vanwege logistieke redenen. Juist dit gegeven bevestigt de inzet van de ISG op het zoveel mogelijk weghalen van verouderd, incourant vastgoed zodat juist ruimte ontstaat voor bestaande bedrijven om te groeien. -

Ten aanzien van de passage inzake de zichtlijnen en het creëren van opener landschap: Het

terugbouwen van Greenportwoningen op plekken waar bedrijfsgebouwen hebben gestaan kan alleen na een zorgvuldige toetsing van de gebruiksverandering doo r de gemeenten. Daarbij is het Landschapsperspectief van de ISG in hoge mate leidend. Indien er sprake is van een zone 1 gebied in het Landschapsperspectief dan is de bouw van Greenportwoningen in principe ter plaatse niet mogelijk, tenzij er sprake is van per saldo significante positieve effecten op het landschap. -

Ten aanzien van de passage inzake de verbetering van de landschapskwaliteit en het

landschapsbeeld: gelet op deze passage is nu juist in de ISG opgenomen dat 2/3 deel van het aantal Greenportwoningen in clustervorm moet worden gebouwd. Overigens wordt er daarbij ook getoetst of bij de Greenportwoningen sprake is van een goed woon- en leefklimaat en dat bestaande omliggende agrarische bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden belemmerd. Ten aanzien van de passage inzake de conclusies: de kwalificatie dat GOM niet functioneert is niet onderbouwd. De bewering dat GOM rigoureus de sloophamer hanteert is misplaatst. Dit doet

onrecht aan de zorgvuldigheid van de werkwijze, de betrokkenheid en de breed gedeelde verantwoordelijkheid daarbij van de Greenportgemeenten. De stelling dat GOM burgerwoning en meestal lukraak bouwt op 1e klas bollengrond is, zoals hiervoor in deze brief is aangegeven, feitelijk onjuist. -

Ten aanzien van de exploitatiekosten van GOM: dit betreft een onjuiste weergave van de

feiten. GOM rapporteert al vanaf de oprichting jaarlijks de organisatiekosten. Er wordt daarbij expliciet vermeld dat in dit bedrag zowel de vaste apparaatskosten als de variabele kosten zitten. Tot de laatste categorie behoren alle plankosten (waaronder ook bestemmingsplankosten) die gemaakt worden voor de twee grote grondexploitaties van GOM. De helft van het gerapporteerde bedrag van € 774.000 bestaat uit feitelijke apparaatskosten. De in het rapport geplaatste relatie van dergelijke kosten met het opofferen van bollengrond is volstrekt onjuist. Ten aanzien van de passage inzake het blauwe kader in de herschreven versie van het rapport: er is wel degelijk sprake van een bedrijfslocatie van 16.000m2, waarvan 13.000m2 aan bebouwing. -

Ten aanzien van de stelling dat de aanpak van dit project ‘een heel ander licht werpt op de

sloopactiviteiten van GOM’: door de aandeelhoudende Greenportgemeenten is expliciet gekozen voor het in financiële zin dekken van de herstructureringsopgave door de opbrengst van de afdracht van bouwtitels voor Greenportwoningen. Dan is het ook logisch dat dergelijke woningen in het Greenportgebied zichtbaar zullen zijn. Ten aanzien van de passage inzake de uitlatingen van voormalig wethouder Brekelmans: dit betreft een oproep aan de Greenportgemeenten om bij de bouw van Greenportwoningen zorgvuldig te toetsen aan de ruimtelijke uitgangspunten van de ISG . -

Ten aanzien van de passage inzake het gebruik van agrarische bebouwing als ‘groene

parels’ voor niet-agrarische functies: in het kader van het Gebiedsprogramma B(l)oeiende Bollenstreek zijn ‘groene parels’ gedefinieerd. Dit zijn waardevolle objecten/projecten die niet vergelijkbaar zijn met de in het rapport aangegeven voorbeelden van ‘groene parels’, integendeel. Overigens moet worden opgemerkt dat GOM nimmer in staat zal zijn ‘alles’ op te ruimen en dat is ook niet de opdracht aan GOM. Hergebruik van agrarisch vastgoed is niet in alle gevallen uitgesloten maar mogelijk passend binnen de ISG en onder bepaalde voorwaarden. Ten aanzien van de passage inzake het huidige beleid van GOM: GOM voert geen eigen ruimtelijk beleid maar voert ruimtelijke projecten uit passend in de ISG en, voorzover daarvoor een aanpassing van het ruimtelijk beleid noodzakelijk is, passend in het door de ge meenteraden aangepaste ruimtelijke beleid. Hoofdstuk 5 Gesprek met GOM -

Het gesprek dat heeft plaatsgevonden heeft, blijkens navraag bij GOM, voornamelijk

plaatsgevonden op aandrang van enkele andere gesprekspartners waarmee VON contact heeft gehad omdat deze bemerkten dat de VON niet over de juiste feitenkennis beschikte. Tijdens het gesprek heeft de directeur van GOM getracht de juiste feiten weer te geven en uitleg te geven over de werking van ISG en GOM zonder overigens het, kennelijk toen al ter taf el liggende, concept van het rapport te hebben mogen inzien. Van dat gesprek heeft hij ook aantekeningen bijgehouden. De weergave van het gesprek in dit hoofdstuk stemt daar niet mee overeen. Sterker nog: nog steeds wordt in de correspondentie niet de juiste informatie gebruikt, terwijl wel wordt gepersisteerd in het uiten van beschuldigingen en het doen van onjuiste uitspraken. Overigens heeft de directeur van GOM de VON aangeboden om hun conceptrapport vóór publicatie te controleren op feitelijkheden zonder daarbij de eventuele strekking van de stellingname te willen veranderen. Van dat aanbod heeft VON geen gebruik gemaakt. Het VON rapport is door VON ook nimmer aan GOM toegezonden.

Tegen het strooien met delen van citaten en quotes zonder volledigheid en context wordt bezwaar gemaakt. Zo wordt een verhaal “geconstrueerd”. Krantenteksten zijn niet voor rekening van een geïnterviewde. De impliciete bewering dat de directeur van GOM zou liegen omdat in het voorontwerp bestemmingsplan van de gemeente (incorre ct) staat dat GOM een contract heeft gesloten waarin is vastgelegd dat er drie woningen mogen worden gerealiseerd, is lasterlijk en geheel onjuist. De betreffende tekst is voor rekening van de gemeente. En overigens ook onjuist: GOM heeft geen enkele planologische bevoegdheid en sluit nimmer contracten als is verwoord. GOM kan en mag dat ook niet doen. -

Bij de actualisering van de ISG is de oorspronkelijke 40/30/30 regel ten behoeve van het

feitelijk realiseren van bollengrond aangescherpt, waarbij is afgesproken om bij voorkeur in het geheel geen gebruik meer te maken van het omspuiten van graslanden. Tevens hebben de aandeelhouders van GOM verzocht om bij voorkeur en zoveel mogelijk (en vanzelfsprekend binnen de beschikbare financiële kaders) bollengrond te compenseren door gebouwen en bouwvlakken op te ruimen. Hoofdstuk 6 Aanbevelingen m.b.t. GOM Ten aanzien van de passage inzake stoppen met GOM? Ja of nee: GOM is, zoals eerder aangegeven, geen projectontwikkelaar en kan dus niet uit dien hoofde marktve rstorend werken. Bij het ontbreken van een op uitvoering van de ISG gerichte organisatie als GOM, is er ook geen herstructurering van de Greenport. Dan blijft het incourante vastgoed gehandhaafd en vindt verdere verrommeling plaats. Dat ‘echte’ verrommeling automatisch wordt opgeruimd, zoals in het rapport aangegeven, is een illusie. Zonder flankerende maatregelen voor stoppende bedrijven vindt verloedering van het landschap plaats. Sterker nog, zonder de ISG en in het verlengde daarvan GOM, vindt juist weer grondspeculatie plaats, verstedelijking en bestemmingsverzwaring. Met het huidige ISG beleid, al ingezet met het Pact van Teylingen in 1996, wordt daar nu juist een oplossing voor gegeven.

Ten aanzien van de passage inzake de definitie van ‘vitale bollenteelt’ en een ‘vitale economie’: in het algemeen gebruik wordt met ‘vitaal’ bedoeld, de duurzame ontwikkeling die tegemoet komt aan de levensbehoeften van de huidige generatie, zonder die van de toekomstige generatie tekort te doen. Ten aanzien van de passage inzake het ruimere gebruik van agrarische bedrijfswoningen: thans is dit al geregeld in de bestemmingsplannen voor het landelijk gebied waarbij sprake is van bedrijfsondersteunende nevenfuncties ten behoeve van de bedrijfsverbreding van agrarische bedrijven. Ook kunnen voormalige agrarische bedrijfswoningen op grond van de ‘Beleidsregel ruimtelijke randvoorwaarden logiesgewijze huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten’ voor dat doel worden hergebruikt. Hoofdstuk 7 Areaal 2.625 hectare -

Ten aanzien van de passage inzake de bollengrondcompensatie: in het Pact werd niet alleen

gepleit voor het handhaven van het bollenteeltareaal. Dat was juist een concrete afspraak. Zie afspraak A1 van het Pact. Hoofdstuk 8 De ‘Groene Parels’ van de Duin- en Bollenstreek -

Ten aanzien van de passage inzake de groene parels: thans zijn de 'groene parels' in het

Gebiedsprogramma B(l)oeiende Bollensteek toch echt wel wat anders namelijk de landgoederen, de Haarlemmer Trekvaart en andere cultuurhistorische en recreatieve trekpleisters. Echter niet de volkstuinen die in het bollengebied door personen worden gebruikt die geen functionele of beroepsmatige binding hebben met een agrarisch bedrijf.

-

Ten aanzien van de passage dat er een beleidsmatig knelpunt zou zijn omdat de

bestemming t.b.v. de bloembollenteelt schuurt met het huidige zogenaamde oneigenlijke gebruik: niet de bestemming voor de bloembollenteelt schuurt met het oneigenlijke gebruik maar het oneigenlijke gebruik (lees: illegale gebruik) is in strijd me t de reeds van toepassing zijnde bestemmingen. Immers, de bestemmingsplannen voor de landelijk gebieden voorzien al decennialang hoofdzakelijk in een agrarische bestemming. Dat betekent dat in de meeste gevallen de gronden voor het overgrote deel nadien, en in strijd met het bestemmingsplan, voor moestuinen in gebruik zijn genomen. Veel van dergelijke moestuintjes maken onderdeel uit van het aangrenzende bollenland en kunnen eenvoudig daaraan worden toegevoegd. Slechts indien sprake is van een geïsoleerde ligging resp. afmetingen en een slechte grondstructuur zou dat aanleiding kunnen zijn voor het oordeel dat een dergelijk perceel objectief gezien niet (meer) voor de bollenteelt geschikt is. Dan zou een andere gebruiksfunctie denkbaar zijn, passend in de l ijn van de ISG, en mits volgens de spelregels bollengrondcompensatie wordt afgedragen. Ten aanzien van de passage dat er een groeiende behoefte is aan een ander gebruik/bestemming van o.a. agrarische woningen: dat is een opmerkelijke stelling omdat eerder in het rapport wordt gepleit voor het handhaven van de agrarische bedrijfswoningen voor de agrarische sector.

Ten aanzien van de passage ten aanzien van alternatieve bedrijvigheid: in de ISG en bij de herziening daarvan in 2016, is ruimte ingebouwd voor de zogenaamde heterogene landschapstypen waaronder kruidenvelden en paardenweiden, mits passend in het Landschapsperspectief en bollengrondcompensatie plaatsvindt. Alle andere gebruiksvormen, zoals in uw brief aangegeven met fruitteelt/boomgaard, boomteelt, hovenier, visvijvers, koeien- of paardenfokkerij, wijngaard, openbare wandeltuinen, sierfruit en theeschenkerijen, zijn ontwikkelingen die ten koste gaan van het bollenareaal. In het ruimtelijk beleid van de ISG is juist gekozen tot het behoud van het areaal 1e klas bollengrond. Het is overigens wel degelijk mogelijk om, als onderdeel van de agrarische bedrijvigheid, ondergeschikte vormen van recreatief medegebruik uit te oefenen in het kader van de bedrijfsverbreding van agrarische bedrijven. Hetzelfde geldt ten aanzien van het gebruik van (een deel van de) agrarische bedrijfsgebouwen bij bestaande agrarische bedrijven voor niet -agrarische gebruiksvormen. De bestemmingsplannen voor het landelijk gebied van de Greenportgemeenten bieden daarvoor mogelijkheden.

Hoofdstuk 9 Handhaving Ten aanzien van de passage inzake de rol van de schaalvergroting in de ISG: schaalvergroting is niet zozeer een beleidsuitgangspunt in de ISG maar een gevolg van de al decennialang plaats hebbende ontwikkeling. Het ruimtelijk beleid volgt in dat opzicht juist de schaalvergroting. De ISG faciliteert de schaal vergrotende bedrijven en daarmee het behoud van het karakteristieke bollenlandschap. Immers, grotere bedrijven hebben meer ha. open teelland en waarborgen op die manier juist de open zichtlijnen. Het is dan wel zaak om de geconcentreerde bedrijfsgebouwen binnen de agrarische bouwvlakken ruimtelijk goed in te passen en op de juiste plek. Ten aanzien van de passage inzake het langdurig plaatsvinden van ‘strijdig gebruik’: als het strijdige gebruik onder het overgangsrecht van het bestemmingsplan plaatsvindt dan is er automatisch sprake van legalisatie. In andere gevallen geldt er een beginselplicht tot handhaving van het gemeentebestuur. Ter toelichting: de Afdeling bestuur srechtspraak van de Raad van State heeft bepaald dat, gelet op het algemeen belang dat is gediend met handhaving, het bestuursorgaan dat bevoegd is tot bestuursdwang of een last onder dwangsom op te treden, in de regel van deze bevoegdheid gebruik moet maken wanneer een wettelijk voorschrift wordt overtreden.

Alleen als er bijzondere omstandigheden zijn om dit niet te doen, mag het bestuursorgaan hiervan afzien. Dit kan zich voordoen als er een concreet zicht op legalisatie bestaat of als handhaven zodanig

onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen belangen, dat van optreden in die concrete situatie moet worden afgezien. Zoals eerder aangegeven vindt de handhaving van strijdige situaties in het landelijk gebied van de Greenport, zo zorgvuldig mog elijk plaats en wordt van geval tot geval beoordeeld of legalisatie kan plaatsvinden. Maatwerk dus. Aanvullend kan worden opgemerkt dat in Noordwijk thans ook concrete verzoeken van burgers en organisaties zijn ingediend om de bollenbestemming juist te handhaven! -

Ten aanzien van de passage inzake de verantwoordelijkheid van GOM voor het verlies van

bollengrond: dat is een feitelijk onjuiste bewering. Op dit moment is er sprake van een positieve bollengrondbalans sinds de inwerkingtreding van de ISG en het operationeel worden van GOM . Ten aanzien van de passage inzake het langdurig niet handhaven door de gemeente van strijdige situaties: het is een gegeven dat in de afgelopen periode de gemeente niet actief heeft gehandhaafd maar handhaving alleen heeft ondernomen indien daartoe doo r een derdebelanghebbende om werd verzocht. Vaste jurisprudentie van de bestuursrechter wijst uit dat zulks niet betekent dat de gemeente daarmee geen bevoegdheid resp. beginselplicht tot handhaving meer heeft. In tegendeel. Wel hanteert de gemeente, gele t op deze omstandigheid, bij de aanpak van strijdige situaties in eerste instantie de datum van de totstandkoming van het Pact van Teylingen. Immers, in het Pact is voor het eerst de handhaving aangegeven van de planologisch bestemde bollengrond. Strijdige ontwikkelingen in de vorm van paardenweiden en volkstuintjes van vóór dat tijdstip blijven ongemoeid.

Twen aanzien van de passage met de vraag hoe het buitengebied van de Duin - en Bollenstreek er uit zal gaan zien als alle te handhaven locaties zouden z ijn verdwenen?: dat zou betekenen dat er meer aaneengesloten bollengronden zichtbaar zijn, inclusief herstel van zichtlijnen, met alleen verspreid voorkomende paardenweiden of volkstuintjes op die gronden die objectief niet meer geschikt zijn voor de bollenteelt. -

Ten aanzien van de passage inzake het behoud van zoveel mogelijk van de 2.625 hectare

bollengrond dient niet te komen uit de handhaving van zogenaamd ‘oneigenlijk gebruik’ maar door te stoppen met GOM-activiteiten: het verband dat in dit hoofdstuk op dit onderdeel wordt gesuggereerd tussen de bestuurlijke handhavingsverantwoordelijkheid van de overheid enerzijds en de activiteiten van GOM anderzijds is onjuist. Dat verband is er niet. Handhaven van het strijdige gebruik van voor bollengrond bestemde gronden maakt inderdaad ook deel uit van de ISG doelstellingen. Het zou vreemd zijn als dat niet zo was, aangezien het ISG -beleid juist het behoud (en daarmee ook het gebruik) van het teeltareaal centraal stelt/nastreeft. GOM speelt daarbij een heel andere rol, namelijk het uitvoeren van bollengrondcompensatie ten gevolge van bestemmingswijziging en door nieuw teeltareaal te realiseren door gebouwen en bouwbestemmingen op te (doen) ruimen. Daarvoor is voldoende belangstelling, gelet op de pijplijn aan verzoeken om een sloopvergoeding van GOM. En deze staat geheel los van lijsten met te handhaven percelen. De alinea direct onder afbeelding 7 is onjuist. Uit navraag bij de directeur GOM is gebleken dat in het bewuste gesprek duidelijk uitleg is gegeven ove r de pijplijn van verzoeken en is expliciet uitgelegd dat er geen enkel verband is met handhaving.

Ten aanzien van de passage inzake de stelling dat compensatie van grond, dat door GOM activiteiten (Greenportwoningen) definitief verloren is dient ook ni et uit handhaven te komen: zoals hiervoor al is aangegeven gaat bij de bouw van Greenportwoningen geen bollengrond verloren omdat ook voor Greenportwoningen bollengrondcompensatie van toepassing is. Er is dan ook geen enkele relatie tussen de bouw van Greenportwoningen en het handhaven van bestemmingsplannen. -

Ten aanzien van de passage dat in de praktijk bij de uitvoering van het ISG -beleid niet of

nauwelijks tot geen moeite wordt gedaan om te voorkomen dat gebouwen en aanverwante het landschap ontsieren: dat is juist ook één van de argumenten om strijdig gebruik met het

bestemmingsplan te handhaven. De in het rapport gegeven voorbeelden zijn inderdaad geen voorbeelden van een fraaie Duin- en Bollenstreek. Dit zijn gelukkig wel excessen. Overigens wordt bij afwijkingen van bestemmingsplannen in de afgelopen periode (waaronder de bouw van Greenportwoningen) ook een onafhankelijk landschappelijk advies ingewonnen. De aanbevelingen uit dergelijke adviezen worden in de bestemmingsplanregels en de te verlenen omgevingsvergunningen opgenomen. Bij legale bestaande situaties is het niet mogelijk om achteraf verplichtingen op te leggen tot landschappelijke inpassing. Bijlage 1 -

GOM onderhoudt al geruime tijd zeer directe contacten met deze startende ondernemers om

hen te ondersteunen bij hun zoektocht. Dat wordt door deze ondernemers ook op prijs gesteld. Dit is dus juist een voorbeeld dat GOM zich niet alleen bezig houdt met de zogenaamde schaal vergrotende bestaande bedrijven maar ook met startende bedrijven. Bijlage 2 Zoals hiervoor in onze brief is aangegeven, berust de inhoud van deze bijlage op een onjuiste en daardoor suggestieve weergave van de werkelijke situatie en lange voorgeschiedenis van deze locatie. Bijlage 3 -

Zie bijlage 2

Bijlage 4 -

Zie bijlage 2

Bijlage 5 Bij dit ruimtelijk project is er geen sprake van Greenportwoningen. Bij uitstek een voorbeeld van de regeling Ruimte-voor-ruimte, waarbij GOM geen enkele rol heeft gespeeld. De toepassing van de regeling Ruimte-voor-ruimte was immers een gemeentelijke aangelegenheid. De Greenportgemeenten hebben overigens een aantal jaren geleden besloten geen toepassing meer te geven aan de genoemde regeling, tenzij het betreft de afdoening van lopende zaken. Bijlage 6 Zie ook bijlage 5. Bij de resultaten van dit ruimtelijk project is ten onrechte niet aangegeven dat er, ondanks de bouw van zes compensatiewoningen, sprake is van een zeer aanzienlijke vermindering van incourant vastgoed en daarmee een veelvoud aan toegevoegd bollenareaal. Bijlage 7 Bij dit ruimtelijk project is de algehele opinie dat er sprake is van een grote winst voor het landschap. Door de sloop van dit vastgoed is aan de westzijde van de Gooweg een groot open bollengebied ontstaan. De compensatiewoningen zijn in het lint gebouwd langs de lage Gooweg. Bijlage 8 Ook bij dit ruimtelijk project is sprake van een verouderd bedrijfscomplex. De opbrengst van de bouwtitels komt ook ten goede aan het herstructureringsfonds voor aanwending bij andere saneringslocaties elders in de Greenportgebied. Bovendien wordt met de sloop van bedrijfsgebouwen een strook grond weer teruggebracht tot bollengrond. Bijlage 9

-

Bj deze casus wordt voorbij gegaan aan het feit dat de sloop van deze bedrijfsgebouwen

een eerste aanzet kan zijn, en als katalysator kan werken, bij de verdere gebiedsontwikkeling ter plaatse. Bijlage 10 -

Het betreft een voormalig agrarisch bedrijfscentrum waarop zeer verouderde

bedrijfsgebouwen staan inclusief een gedateerde bedrijfswoning. De bedrijfskavel is zodanig beperkt van omvang (minder dan 1,5 ha) dat hier geen rendabele bedrijfsvoering voor een bollenteeltbedrijf meer mogelijk lijkt en zeker niet gelet op de hoge investeringen voor het vervangen van alle bedrijfsgebouwen. Voor die gevallen is in het bestemming splan een uniforme regeling opgenomen om bedrijfsbeëindigingen te kunnen faciliteren. Dat betekent dat de bestaande agrarische bedrijfswoning kan worden omgezet in een burgerwoning, mits alle bedrijfsgebouwen worden gesaneerd en het agrarisch bouwvlak komt te vervallen. De dan resterende gronden blijven voor de bollenteelt bestemd. Voor de herontwikkeling van dit perceel is geen formeel verzoek bij de gemeente ingediend. Wel is in het verleden verzocht om medewerking te verlenen aan een niet -agrarische bestemming, hetgeen is afgewezen. Bijlage 11 -

Betreft een achterhaald plan. Om die reden is nader commentaar overbodig.

Bijlage 12 -

Om niet in herhalingen te treden wordt verwezen naar eerdere opmerkingen in deze brief

over het project Abeelenpark.

College van B&W van de gemeente Noordwijk Voorstraat 42 2201 HW NOORDWIJK

Noordwijk, 6 januari 2021 Betreft: uw brief d.d. 18 december 2020 in reactie op het rapport van de VON Geacht college, Wij danken u voor de ontvangst van uw brief d.d. 18 december jl. Daarin heeft u gereageerd op het rapport, dat wij naar aanleiding van ons onderzoek naar de herstructurering van de Duin- en Bollenstreek en de uitvoering door de GOM, aan uw college en de colleges en raden van alle aan de GOM deelnemende gemeenten vorige maand hebben verzonden. Wij hebben sterk de behoefte om te reageren op uw brief, die u tegelijkertijd via social media publiek gemaakt heeft en ook heeft doorgestuurd naar de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties en het D66-Kamerlid, mevrouw Van Eijs. De onzorgvuldige wijze van handelen van het dagelijks bestuur van een gemeentelijke overheid, zoals van Noordwijk, heeft ons pijnlijk verrast, maar ook verbaasd. In het vervolg van deze brief lichten wij dat toe. U laat in uw brief weten dat u het waardeert dat er vanuit ondernemerskringen wordt meegedacht over de herstructurering van de Duin- en Bollenstreek. Die waardering blijkt echter niet uit uw reactie op de bevindingen van ons onderzoek. U geeft een keiharde kwalificatie over ons onderzoeksrapport.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/153/documents/16046