D11.2 Memo PvdA gemeente Voorschoten financiële indexering gemeenschappelijke regelingen.pdf
Tekst van het document
memo Aan:
Fractievoorzitters gemeenteraad Voorschoten en leden commissie B&B
Van:
PvdA-fractie
CC:
Griffie
Datum: 30-3-2024 Betreft: Agendapunt 5 B&B, Financiële indexatie gemeenschappelijke regelingen
Aanleiding 1. Naar aanleiding van de ‘motie Oegstgeest’ is in de commissie P&C van 25 januari 2024 gesproken over de indexatie van gemeenschappelijke regelingen. Aan het slot van deze bespreking is ambtelijk de bereidheid uitgesproken om resterende vragen apart te beantwoorden. De PvdA heeft hiervan gebruik gemaakt en dit gesprek was de aanleiding tot het stellen van enkele series van schriftelijke, technische vragen. Doel hiervan was om, vanuit de controlerende functie van de raad, helder inzicht te krijgen in de totstandkoming van de indexering. Zie alle bijlagen horende bij dit agendapunt. 2. Wij hebben ons gerealiseerd dat onze vragen een behoorlijke inzet van gemeentelijke zijde heeft gevraagd. Een politiek debat over de vraag of al dan niet kan worden ingestemd met de hoogte van de indexering vereist echter duidelijkheid over context en gevoerde methodiek. Wat ons betreft hebben de antwoorden op de gestelde schriftelijke vragen, plus een laatste beroep op ambtelijke bijstand om onze uiteindelijke interpretatie te verifiëren, die duidelijkheid gegeven. De PvdA wil ambtenaren en college daarom ook hartelijk danken voor de precieze beantwoording van onze vragen. Waar gaat het om? 3. De gemeente ontvangt jaarlijks een bepaald bedrag uit het gemeentefonds.
De hoogte van dit bedrag hangt met allerlei factoren samen, maar één hiervan betreft de jaarlijkse indexering als compensatie voor loon- en prijsstijgingen. In het jaar t-1 worden gemeentes geïnformeerd over de hoogte van deze indexering. Dit is een voorlopig percentage dat in de septembercirculaire van het jaar t definitief wordt vastgesteld. Het ligt voor de hand dat de geraamde
indexering in t-1 altijd in die septembercirculaire van het jaar -t- naar boven of naar beneden moet worden bijgesteld. 4. De gemeenschappelijke regelingen leggen hun begrotingen voor het jaar t in het voorjaar van het jaar t-1 ter zienswijze voor aan de gemeenteraden. Binnenkort zal de raad weer de eerste concept- begrotingen van de verschillende GR’en van een zienswijze moeten voorzien. De raming van de hierin opgenomen indexeringen voor loon- en prijsstijgingen is gebaseerd op gegevens van het jaar t-2. 5. Een bestuurlijke werkgroep kaderstelling gemeenschappelijke regelingen (WKGR) adviseert de GR’en over de hoogte van de indexering. Dit advies is gebaseerd op een beschikbare raming van loon- en prijsstijgingen (de MEV) uit het jaar t-2 voor de jaren t-1 en t. Omdat ramingen nooit helemaal uitkomen, wordt het uiteindelijke indexeringspercentage voor het jaar -t- aangevuld met een nacalculatie over de periode hiervoor. 6. Over het algemeen wordt het advies van de WKGR overgenomen door de afzonderlijke Gemeenschappelijke Regelingen. Dit advies komt neer op een gewogen index van 9.25% zoals ook vermeld in de ‘motie Oegstgeest’. Is er een ‘issue’? 7. De vragen van de PvdA kwamen voort uit verbazing over de hoogte van het indexpercentage van 9.25%.
Wij wilden a) meer inzicht in hoe zo’n percentage nu tot stand komt en welke methodiek hieraan ten grondslag ligt en, b) weten of dit percentage wel gerechtvaardigd is. 8. Vragen en antwoorden hebben ons geholpen om helder inzicht te krijgen in ‘hoe het werkt’. En zoals zo vaak, als je het eenmaal door hebt, is het duidelijk. De indexering is gebaseerd op cijfers en documenten die ook voor de indexering in het gemeentefonds worden gebruikt. Belangrijk is ook dat er een systeem van ‘nacalculatie’ is dat leidt tot opwaartse of neerwaartse bijstelling van het indexpercentage omdat de werkelijkheid nu eenmaal altijd zal afwijken van de raming. 9. Van grote betekenis is daarbij dat uiteindelijk de GR’en dezelfde compensatie voor loon- en prijsstijgingen krijgen als de gemeentes zelf! 10. Maar…..is het percentage van 9.25% wel gerechtvaardigd? Volgens het (bij de vergaderstukken gevoegde) ambtelijk memo van 10 januari 2024 is het gerechtvaardigd, want “dit indexpercentage is conform de bestendige methodiek bepaald”. 11. Echter, deze uitspraak wordt in antwoord op onze vragen gecorrigeerd. De WKGR heeft namelijk als onderdeel van de 9.25% een extra 2.2% geclaimd voor de hoge inflatie in 2022. Het gaat om een bedrag van structureel €106.000 in de jaren 2025 en verder. 12. Opvallend is de minimale argumentatie van de WKGR.
Tussen neus en lippen staat in de laatste zin van de eerste alinea onder punt 1: ”De correctie voor 2022 (T-3) is een uitzondering door de hoge inflatie dat jaar”. Niet opgemerkt wordt dat het Rijk de gemeentes zelf niet heeft gecorrigeerd voor die 2.2% en dat het
2
advies van de WKGR een extra bezuiniging betekent van €106.000 op de begroting van de gemeente. Is er een probleem? 13. Het ontstaan van GR’en ligt in enkele gevallen in beleid en regelgeving van het Rijk. Daarnaast is er een vrijwillig samengaan vanuit de grondgedachte dat gemeentelijke taken beter via een gezamenlijk optreden op sommige terreinen kunnen worden uitgevoerd. GR’en zijn dus een soort ‘buitendienst’ van de gemeente. Beter gezegd een gemeenschappelijke buitendienst van en voor meerdere gemeentes. 14. Volgens de PvdA is het uitgangspunt dan ook dat de compensatie voor loon- en prijsstijgingen van het Rijk aan gemeentes dezelfde dienen te zijn voor de GR’en. Wanneer dit uitgangspunt wordt gedeeld, dan is er dus sprake van een probleem. Als dit uitgangspunt niet wordt onderschreven, dan is er dus geen probleem. 15. Het is belangrijk om vast te stellen dat het niet gaat om een simpele bezuiniging of taakstelling van de gemeente op de GR’en. Het gaat om een min of meer geruisloze uitzondering van de WKGR op een overeengekomen methodiek die leidt tot verdere erosie van het budget voor gemeentelijke taken die de gemeente zelf uitvoert. 16. Volgens de PvdA is er dus een ‘probleem’. Gaan we fluitend aan het probleem voorbij, of niet? 17. Zoals gezegd gaat het om €106.000 structureel geld.
Met zo’n bedrag kan bijvoorbeeld geïnvesteerd worden in een schoolgebouw van 4 miljoen met een afschrijvingstermijn van 40 jaar. Het kan ook een fiks deel van de jaarlijkse kapitaallast van een nieuw cultuurhuis in de Kruispuntkerk dekken. Kortom, op een begroting van meer dan €80 miljoen is het misschien niet zo veel (en dus geen groot ‘probleem’, maar een belangrijk deel van die €80 miljoen van onze begroting betreft uitgaven die nauwelijks te beïnvloeden zijn. 18. In een periode dat Voorschoten aan de vooravond staat van tal van investeringsbeslissingen (gemeentehuis/bibliotheek, schoolgebouwen, cultuurhuis, sportvoorzieningen) is een investeringsruimte van 4 miljoen weliswaar een klein onderdeel van het totaal, maar zeker niet verwaarloosbaar. 19. Tenslotte zijn er de donkere wolken van het rampjaar 2026/2027, de herverdeling van het gemeentefonds. Naar verluidt zou dit voor Voorschoten kunnen leiden tot een korting van € 3.5 miljoen. Voorschoten behoort daarbij tot 12 van de 18 gemeentes in de regio waarop wordt gekort. De discussie hierover zal ongetwijfeld in het verband van de Kadernota 2025 onze gemeenteraad terugkomen. 20. Tegen de achtergrond van €3.5 miljoen is €0.106 miljoen een beperkt bedrag. Wellicht zeggen sommigen dat we ons daarom niet te druk moeten maken om die ton aan euro’s. De PvdA vindt echter dat we niet zouden moeten instemmen
3
met de ten onrechte door de WKGR geclaimde compensatie van 2.2% en dat we dus niet fluitend aan die €106.000 voorbij mogen gaan. Het gaat bijvoorbeeld toch om een schoolgebouw. Wat te doen? 21. Inden de commissie deze mening deelt dan is de vraag welke vervolgstappen wenselijk dan wel noodzakelijk zijn. Duidelijk zal zijn dat een alinea in elk van onze zienswijzen bij conceptbegrotingen van GR’en waarin staat dat we niet kunnen instemmen met die 2.2% als onderdeel van de 9.25%, weinig effect zal hebben. Een bredere aanpak is noodzakelijk, een aanpak die voortvarend moet worden opgepakt. 22. Gedacht kan worden aan1 a) een motie met het standpunt van de raad die aan de andere raden wordt gestuurd; b) een motie van de raad waarin het college wordt verzocht de andere colleges te informeren over het standpunt van onze raad; c) een actieve benadering vanuit afzonderlijke fracties naar partijgenoten in andere raden; d) een brief van de voorzitter van de gemeenteraad aan de voorzitter van de WKGR waarin betrokkene wordt geïnformeerd over het standpunt van de raad; e) een brief van de voorzitter van de gemeenteraad aan de besturen van de GR’en waarin zij worden geïnformeerd over het standpunt van de raad; f) ons ‘verhaal’ behoort daarbij in communicatieve zin duidelijk te zijn , met aansprekende voorbeelden.
Zo lopen Leiderdorp en Oegstgeest ook 4 miljoen aan investeringsruimte mis en bij Leiden gaat het misschien wel om 20 miljoen. 23. De commissie wordt uitgenodigd over de te volgen aanpak van gedachtes te wisselen, suggesties te doen etc. We zijn zeer geïnteresseerd in de standpunten van alle politieke partijen in onze gemeenteraad in deze kwestie. 24. De invloed van een gemeenteraad op het reilen en zeilen van gemeenschappelijke regelingen is beperkt. Succes is dus geenszins verzekerd. Maar Voorschoten zal baat hebben met een duidelijke positiebepaling bij discussies over de herverdeling van het gemeentefonds, de eventuele gevolgen hiervan voor de verdeling van de financiering van de GR’en over de gemeentes tegen de achtergrond van twaalf gemeentes die er soms fiks op achteruit gaan, en zes gemeentes die erop vooruitgaan. Het blijft belangrijk om te benadrukken dat dit een politieke aangelegenheid betreft. Om die reden kan deze kwestie niet louter technisch worden afgedaan, maar moet het behandeld worden in het hoogste orgaan van het bestuur van ons dorp: de gemeenteraad. 1
Het gaat hierbij niet om het een of het ander, maar om een combinatie van .. 4
5