D10 VRHM, kadernota 2027 VRHM ter kennisname.pdf
Tekst van het document
Van: Pos, Willem Verzonden: donderdag 12 maart 2026 16:54 Onderwerp: Vaststelling Kadernota 2027 VRHM Geachte griffies (en colleges in cc), Namens het bestuur van de Veiligheidsregio Hollands Midden (VRHM) mag ik de Kadernota 2027 ter kennisname aanbieden aan uw raden. Deze kadernota vormt het uitgangspunt voor de ontwerp-Programmabegroting 2027, die medio april ter zienswijze zal worden verzonden aan uw raden. Deze zienswijzeperiode beslaat twaalf weken en de sluitingsdatum is vrijdag 10 juli, onder voorbehoud van positieve besluitvorming in het Dagelijks Bestuur op 16 april. Mochten over bovenstaande en/of de bijgevoegde stukken vragen leven, zijn wij uiteraard bereid om nadere toelichting te geven. Met vriendelijke groeten, M.W. (Willem) Pos | Afdelingsmanager Strategie en Beleid
Kadernota 2027
Kadernota 2027 Veiligheidsregio Hollands Midden
•
Datum: Auteurs:
Februari 2026 Concerncontrol
Kadernota 2027 VRHM
2
Inhoudsopgave
1 1.1
Inleiding ............................................................................................................... 4 Leeswijzer ............................................................................................................................ 4
2 2.1
Beleidskader VRHM 2027 .................................................................................... 5 Regionaal Beleidsplan 2024-2027 ...................................................................................... 5
3 3.1 3.2 3.3
Financieel kader VRHM 2027 .............................................................................. 7 Normeringssystematiek gemeenten .................................................................................... 7 Werkwijze indexeringssystematiek Veiligheidsregio Hollands Midden ............................... 7 Voorstel indexering 2027 ..................................................................................................... 7
4 4.1 4.2
Gemeentelijke bijdragen 2027 ............................................................................ 9 Vergelijking gemeentelijke bijdragen met Cebeon-norm ................................................... 10 Slachtofferhulp Nederland (SHN) ...................................................................................... 10
5
Rijksuitkering Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) ..................... 11
6 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6 6.7 6.8 6.9
Ontwikkelingen en risico’s ............................................................................... 12 Weerbaarheid .................................................................................................................... 12 Bedrijfscontinuïteitsmanagement (BCM) ........................................................................... 13 Arbeidsrelaties ................................................................................................................... 13 Wet DBA ............................................................................................................................ 13 Bedrijfsvoering ................................................................................................................... 14 Huisvesting ........................................................................................................................ 14 Natuurbranden ................................................................................................................... 15 Belang waardevaste begroting materieelvervangingen .................................................... 16 Incidentele tekorten en overschotten verwerken via bestemmingsreserves ..................... 16
Bijlage 1 ........................................................................................................................ 17 Bestuurlijke afspraken kostenniveau en financieringssystematiek Veiligheidsregio ...................... 17 Verwerking indexatie 2027 ............................................................................................................. 17
Kadernota 2027 VRHM
3
1 Inleiding In de Kadernota 2027 van Veiligheidsregio Hollands Midden (VRHM) worden de algemene beleidsmatige- en financiële kaders voor 2027 vastgelegd. Deze kaders vormen de basis voor de Programmabegroting 2027 VRHM (inclusief meerjarenraming 2028-2030). Het beleidskader voor 2027 wordt gevormd door het Regionaal Beleidsplan VRHM 2024-2027 ‘Focus op veiligheid, vandaag én morgen’. 2027 is het laatste jaar van het vigerende Regionaal Beleidsplan. De voorbereidingen voor het Regionaal Beleidsplan VRHM 2028-2031 starten in 2026. Het financiële kader voor 2027 wordt gevormd door de betreffende bepalingen uit de Wet gemeenschappelijke regelingen1 en de Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Hollands Midden. Op grond daarvan zendt het Dagelijks Bestuur vóór 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële- en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening aan de raden van de deelnemende gemeenten. De Kadernota 2027 VRHM wordt vastgesteld in het Algemeen Bestuur van 26 februari 2026, na instemming door het Dagelijks Bestuur op 5 februari 2026. Het bestuur heeft daarbij kennisgenomen van het advies van de Werkgroep Financiële Kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen (FKGR) en dit betrokken bij de kaderstelling.
2027 is het tweede jaar waarin VRHM binnen de bijgestelde financiële kaders van de interne ombuigingen en financiële taakstelling werkt, die bij de begrotingsvoorbereiding 2026 zijn besloten. De afspraak hierbij was ook dat de VRHM geen extra financiële vraag aan de gemeenten doet voor nieuwe ontwikkelingen en risico’s die op ons pad komen, voorafgaand aan de aankomende beleidsperiode 2028-2031. Het monitoren van lopende en nieuwe ontwikkelingen en risico's wordt om deze reden steeds belangrijker. De belangrijkste staan vermeld in hoofdstuk 6. Instemmen met de ontwerp-Programmabegroting 2027-2030 is voorzien door het Dagelijks Bestuur op 16 april 2026 waarna een zienswijzeprocedure volgt. Vaststelling van de Programmabegroting 2027-2030 volgt in het Algemeen Bestuur van 10 september 2026, waarna deze op 11 september 2026 wordt verzonden naar de Provincie Zuid-Holland.
1.1 Leeswijzer In deze Kadernota 2027 wordt in hoofdstuk 2 het beleidskader voor 2027 kort benoemd, zoals afgeleid uit het laatste jaar van het Regionaal Beleidsplan 2024-2027. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het financieel kader. Hoofdstuk 4 geeft de daaruit volgende gemeentelijke bijdragen voor 2027 weer. Daarbij volgt ook een toelichting over de bijdrage aan Slachtofferhulp Nederland. De ontwikkelingen van de Rijksuitkering Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) staan in hoofdstuk 5 beschreven. De kadernota wordt in hoofdstuk 6 afgesloten met de weergave van de meest belangrijke (beleids)ontwikkelingen en risico’s. In de bijlage staan de bestuurlijke afspraken over het kostenniveau en de financieringssystematiek van de Veiligheidsregio, inclusief de berekening van de indexatie 2027.
1 Wet gemeenschappelijke regelingen, §7. Financiën, Artikel 34b.
Kadernota 2027 VRHM
4
2 Beleidskader VRHM 2027 2.1 Regionaal Beleidsplan 2024-2027 Als (verplichte) gemeenschappelijke regeling (op grond van de Wet veiligheidsregio’s) voert de Veiligheidsregio Hollands Midden voor de 18 deelnemende gemeenten de taken uit op het gebied van risicobeheersing, brandweerzorg, crisisbeheersing, GHOR, de meldkamer en de coördinatie van de gemeentelijke bevolkingszorg. Op grond van de Wet veiligheidsregio’s 2 laat het bestuur van de veiligheidsregio ten minste eenmaal in de vier jaar een regionaal beleidsplan opstellen, mede op basis van het regionaal risicoprofiel. Het Regionaal Beleidsplan VRHM 2024-2027 ‘Focus op veiligheid, vandaag én morgen’ is het vierde beleidsplan sinds de oprichting van VRHM. De achtereenvolgende beleidsplannen laten een duidelijke ontwikkeling zien van de veiligheidsregio sinds 2011: van een geregionaliseerde brandweerorganisatie naar een moderne hulpverlenings- en crisisorganisatie. Een organisatie die er niet alleen is voor de veiligheid van haar inwoners, maar ook een onmisbare motor is gebleken voor het openbaar bestuur om invulling te kunnen geven aan hun crisisverantwoordelijkheden tijdens bijvoorbeeld de langdurige corona-, Oekraïne- en migratiecrises. VRHM is in belangrijke mate een uitvoeringsorganisatie.
In het dagelijks werk vinden continu aanpassingen en verbeteringen plaats en dit dagelijks werk vraagt dus veel van de capaciteit en middelen van de VRHM. De wereld om ons heen verandert snel. Ontwikkelingen in de samenleving als toenemende stedelijke verdichting (hoog- en complexbouw), energie- en materiaaltransitie, klimaatverandering, digitalisering, vergrijzing en toenemende geopolitieke dreiging leiden tot nieuwe en complexere risico’s voor de veiligheid van onze inwoners. Wat deze nieuwe tijd betekent voor ons werk in de komende jaren is ook opgenomen in het Regionaal Beleidsplan 2024-2027. Sommige ontwikkelingen gaan zo snel, dat we hier nu nog geen pasklaar antwoord op hebben. Het beleidsplan heeft daarom het karakter van een beleidsagenda met 12 opgaven, die voor ons leidend zijn voor de ontwikkeling van ons vakgebied en onze organisatie in de komende jaren.
2 Wet veiligheidsregio’s, artikel 14.
Kadernota 2027 VRHM
5
De 12 opgaven zijn: 1. Wij hebben positie in het omgevingsrecht. 2. Wij werken risicogericht. 3. Wij zetten ons in voor de zelfredzaamheid van inwoners. 4. Wij hebben tactieken en technieken die passen bij de nieuwe uitdagingen. 5. Wij hebben vakbekwame brandweercollega’s. 6. Wij zijn en blijven paraat. 7. Wij hebben een moderne crisisorganisatie. 8. Wij kennen onze partners. 9. Wij beschikken over een goede en veilige informatievoorziening. 10. Wij nemen onze maatschappelijke verantwoordelijkheid. 11. Wij investeren in onze collega’s. 12. Wij zijn wendbaar. Omdat het beleidsplan geen dichtgetimmerde meerjarenuitwerkingen kent, wordt jaarlijks een set aan projecten geselecteerd en opgeschreven in het jaarplan die de organisatie stapsgewijs verder brengt in haar beleidsdoelstellingen. Deze werkwijze maakt het voor VRHM mogelijk om gericht verder te kunnen ontwikkelen. Periodiek beschouwen we het ambitieniveau om te kijken wat noodzakelijk is voor de verdere ontwikkeling van de veiligheidsregio. Hiermee kunnen we ook de beschikbare capaciteit en middelen beter inzetten. Het jaar 2027 is het laatste jaar van deze beleidsplanperiode. Dat betekent dat in 2027 ook de stap gezet wordt naar de volgende beleidsplan periode. Sommige opgaven zullen daarin doorlopen met een hoger ambitieniveau en nieuwe opgaven zullen daarin worden opgenomen.
Tijdens de huidige beleidsplanperiode zijn wel al nieuwe thema’s aan de horizon verschenen, waar noodzakelijkerwijs mee aan de slag is gegaan. Dit betreffen: 1. Versterken weerbaarheid (al dan niet ingegeven door militaire en hybride dreigingen); 2. Intensiveren bedrijfscontinuïteitsmanagement (BCM); 3. Implementeren landelijke Regeling erkenning en aanspraken PTSS als beroepsziekte. De thema’s hebben een plek gekregen onder één van de twaalf opgaven, maar worden momenteel met alleen incidentele middelen opgepakt.
Kadernota 2027 VRHM
6
3 Financieel kader VRHM 2027 In de bijlage staan de bestuurlijke afspraken over het kostenniveau en de financieringssystematiek van de Veiligheidsregio uiteengezet. Hieronder wordt de indexeringssystematiek kort toegelicht. Vervolgens is de voorgestelde indexatie uitgelegd.
3.1 Normeringssystematiek gemeenten De ontwikkeling van de algemene uitkering in het Gemeentefonds wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van het accres. Voorheen was de systematiek hierbij gekoppeld aan de ontwikkeling van de Rijksuitgaven ('samen trap op, samen trap af’). Per 2024 is een nieuwe normeringssystematiek voor gemeenten ingevoerd, waarbij het uitgangspunt is dat het Gemeentefonds meerjarig de ontwikkeling van het nominaal bruto binnenlands product (Bbp) volgt. De indexatie is hierbij gesplitst in een volumedeel en een prijsdeel. De volumeontwikkeling van de gemeentefondsen is gebaseerd op een 8-jaars (t-9 t/m t-2) historisch gemiddelde van de ontwikkeling van het Bbp. De indexatie voor inflatie volgt de prijs Bbp van het lopende jaar. De groei van het Bbp (zowel volume als prijs) wordt gebaseerd op de raming in het Centraal Economisch Plan (CEP) van het Centraal Planbureau (CPB). De index van het Bbp is vanaf begrotingsjaar 2026 als kader toegevoegd aan de jaarlijkse indexering van VRHM door de gemeentelijke bijdragen.
3.2 Werkwijze indexeringssystematiek Veiligheidsregio Hollands Midden De begroting van de VRHM wordt sinds 2010 jaarlijks geïndexeerd op basis van een door de werkgroep FKGR geadviseerde systematiek. Daarbij wordt gebruik gemaakt van verwachte prijsindexen voor het jaar van de begroting (in dit geval 2027), opgesteld door het Centraal Planbureau (CPB). De werkwijze die daarbij wordt gehanteerd is als volgt: • De personele component komt voort uit ‘Prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers’. • De materiële component komt voort uit ‘Prijs overheidsconsumptie, netto materieel (imoc)’. • Daarbij vindt een correctie plaats voor de twee jaren voor het begrotingsjaar. In dit geval 2026 en 2025. • Vervolgens worden de personele component en de materiële component met elkaar gewogen door de werkelijke verhouding personeel en materieel in de begroting van VRHM. Die is vastgesteld op: 64,20% personeel en 35,80% materieel. Vanaf het begrotingsjaar 2026 heeft de werkgroep FKGR hieraan een beperkende voorwaarde toegevoegd. Dit betreft een koppeling met het prijs Bbp. Op het moment dat er op basis van de bovenstaande werkwijze een verschil van cumulatief meer dan 2% ontstaat ten opzichte van het prijs Bbp, dan adviseert de bestuurlijke werkgroep FKGR dit verschil te corrigeren en een generieke correctie op de indexering voor de gemeenschappelijke regelingen toe te passen.
3.3 Voorstel indexering 2027 In januari 2025 is bij de begrotingsvoorbereiding voor 2026 intensief bestuurlijk overleg gevoerd over de noodzaak en mogelijkheden van bezuinigingen binnen de taakvelden van de veiligheidsregio. Bij die extra bestuursvergaderingen is afgesproken dat in de begroting 2026 een bedrag ter grootte van € 1,1 miljoen voor onvermijdelijke meerkosten via interne ombuigingen moet worden bekostigd én een extra bezuiniging van € 0,4 miljoen moet worden doorgevoerd. Daarbovenop is VRHM geconfronteerd een 10% korting op de Rijksuitkering ‘Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR),
Kadernota 2027 VRHM
7
dat zorgt voor een extra bezuiniging van € 0,72 miljoen. Die ombuigingen en taakstelling zijn verwerkt en worden in 2026 nauwkeurig gemonitord. In het voorstel van de FKGR voor 2027 lopen ‘indexatie’ en ‘bezuiniging’ door elkaar heen. Het advies van de werkgroep FKGR impliceert een structurele bezuiniging van € 780.000,- over 2027 en verder. Die bezuiniging is hoger dan de € 0,4 miljoen vanuit 2026. Om een waardevaste meerjarenbegroting vast te stellen, kan de veiligheidsregio geen korting op de indexatie structureel inboeken. De korting op de indexatie 2027 kan niet incidenteel gecompenseerd worden door het (eenmalig) te verwachte positieve exploitatieresultaat 2025. De indexatie is namelijk structureel. Door de hierboven beschreven taakstelling, bezuiniging en korting is de verwachting dat de jaren 2026 en ook 2027 er financieel wezenlijk anders uitzien dan 2025. De voorliggende CAO-overeenkomst voor de veiligheidsregio’s heeft een looptijd van 1 augustus 2025 tot en met 31 juli 2027. Daarmee is de te verwachten indexatie 2027 nog niet bekend. Dat zal op zijn vroegst pas in de loop van 2027 bekend worden. Hierdoor is voor de veiligheidsregio noodzakelijk om de ‘reguliere’ indexatie van de ‘prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers’ te hanteren. Deze indexatie houdt daarnaast ook rekening met de daadwerkelijke prijs via een systeem van nacalculatie.
Ieder jaar vindt een T-1 en T-2 verrekening plaats met de nieuw vastgestelde prijs. Als voorbeeld zit in de indexatie 2027 (personele component) een negatieve correctie over de indexatie 2026 met -/- 0,8%. De werkgroep FKGR adviseert over de hanteren indexatie voor de verschillende gemeenschappelijke regelingen (GR’en) in onze regio. Die verschillende GR’en hebben allemaal een eigen CAO, met een eigen indexatie en een eigen looptijd. Juist om eenduidigheid en eenvoud te creëren wordt aan één index vastgehouden voor alle GR’en. Een bezuiniging te moeten doorvoeren vanuit de korting op de indexatie past niet bij een waardevaste begroting. Inmiddels kunnen de belangrijkste nieuwe ontwikkelingen niet buiten extra middelen. Die thema’s betreffen versterking weerbaarheid, intensiveren van bedrijfscontinuïteitsmanagement en het thema arbeidsrelaties, waaronder de uitvoering van de regeling PTSS. VRHM heeft kennisgenomen van het advies van de werkgroep FKGR maar acht de geadviseerde correctie op de indexering niet realistisch. Om de meerjarenbegroting waardevast te houden en die niet te belasten met een extra bezuiniging als gevolg van een correctie op de indexering, stelt VRHM voor de begroting 2027 te indexeren met een gewogen index van 4,98%. Deze indexatie is verwerkt in de gemeentelijke bijdragen 2027, zoals hieronder weergegeven in hoofdstuk 4.
Daarnaast gaat VRHM aankomend jaar in gesprek met de werkgroep FKGR over de grondslag van de adviesrol.
Kadernota 2027 VRHM
8
4 Gemeentelijke bijdragen 2027 De beleidsmatige- en financiële kaders leiden tot de volgende bijdragen 2027 per gemeente per programmataak:
Bijdrage 2026 - factuur Index 2027: 4,98% Bijdrage 2027 - factuur
Brandweer en Meldkamer Bevolkings GHOR Crisisbeheersing BrW HM Zorg 64.293.381 1.437.550 781.830 2.081.466 3.198.853 71.524 38.899 103.561 67.492.233 1.509.074 820.730 2.185.028 o.b.v. Cebeon-norm
Gemeente
o.b.v. aantal inwoners
Brandweer en
Meldkamer
Bevolkings
Crisisbeheersing
BrW HM
Zorg
Alphen aan den Rijn
8.687.391
Bodegraven-Reeuwijk Gouda
Totaal VRHM 68.594.228 3.412.837 72.007.065
205.984
112.027
2.897.679
66.202
6.258.367
136.134
Hillegom
1.662.290
Kaag en Braassem
GHOR
Totaal VRHM
298.250
9.303.652
36.005
95.856
3.095.743
74.038
197.112
6.665.652
40.541
22.049
58.700
1.783.580
2.315.284
52.159
28.367
75.523
2.471.333
Katwijk
4.648.930
119.365
64.918
172.832
5.006.045
Krimpenerwaard
4.158.192
102.835
55.928
148.897
4.465.852
Leiden
13.988.094
232.432
126.411
336.544
14.683.481
Leiderdorp
2.267.401
49.375
26.853
71.491
2.415.120
Lisse
1.819.749
41.957
22.819
60.751
1.945.276
Nieuwkoop
1.951.317
52.524
28.566
76.051
2.108.458
Noordwijk
3.733.475
81.717
44.443
118.320
3.977.955
Oegstgeest
1.865.172
46.363
25.215
67.130
2.003.879
Teylingen
2.713.772
68.341
37.168
98.953
2.918.234
Voorschoten
1.927.984
46.081
25.062
66.722
2.065.850
Waddinxveen
2.316.780
62.327
33.898
90.245
2.503.250
Zoeterwoude Zuidplas Totaal Hollands Midden
818.154 3.462.200 67.492.233
18.043 86.694 1.509.074
9.813 26.125 47.149 125.526 820.730 2.185.028
872.135 3.721.569 72.007.065
Kadernota 2027 VRHM
9
4.1 Vergelijking gemeentelijke bijdragen met Cebeon-norm Jaarlijks vergelijken wij de bedragen die de gemeenten ontvangen vanuit het gemeentefonds voor de taken van de veiligheidsregio in relatie tot onze gemeentelijke bijdragen. De vergelijking doen we op basis van de septembercirculaire gemeentefonds 2025. In 2027 geeft dit vooralsnog een verschil van € 6,5 miljoen dat de gemeenten in totaliteit meer ontvangen. Cebeon-norm (septembercirculaire 2025)
jaar 2026 2027 2028 2029 2030
norm € 76,3 € 78,5 € 80,7 € 83,1 € 85,7
t.o.v. voorgaand jaar verschil %-verschil cumulatief € 2,3 € 2,2 € 2,4 € 2,7
3,0% 2,8% 2,9% 3,2%
€ 2,3 € 4,5 € 6,8 € 9,5
t.o.v. Sept Circ 2024 3,3% 3,2% 3,3% 3,5%
gem. verschil t.o.v. bijdragen Cebeon-norm € 68,6 -€ 7,7 € 72,0 -€ 6,5
Gemeentelijke bijdragen inclusief: - Programmataak GHOR - Bijdrage aan Slachtofferhulp Nederland
4.2 Slachtofferhulp Nederland (SHN) Vanaf 2016 is de Veiligheidsregio overgestapt op een nieuwe begrotingssystematiek. SHN krijgt ieder jaar een vast bedrag, verhoogd met indexering. De berekening op basis van inwoneraantal werd losgelaten. Dit (geïndexeerde) vaste bedrag wijkt af van het bedrag dat SHN vraagt, zij vraagt een hoger bedrag. SHN krijgt de beschikking toegestuurd na de vaststelling van de programmabegroting. In de hierboven opgenomen gemeentelijke bijdragen 2027 is de bijdrage aan SHN ‘gewoon’ geïndexeerd, conform onze systematiek van indexeren. In een apart voorstel zijn scenario’s voorgesteld voor een eventuele andere bijdrage aan SHN. Naar aanleiding van het besluit in het Algemeen bestuur van 26 februari 2026 kan de bijdrage aangepast worden vanuit de Kadernota 2027 naar de Programmabegroting 2027. SHN heeft aangegeven dat zij de facturatie naar de afzonderlijke gemeenten niet kunnen realiseren voor 2027. Hierdoor blijft de VRHM sowieso voor 2026 en 2027 optreden als kassier. De verdere afweging is beschreven in de aparte beslisnotitie met scenario’s omtrent de financiële subsidie aan Slachtofferhulp Nederland.
Kadernota 2027 VRHM
10
5 Rijksuitkering Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) Uit de Rijksuitkering ‘Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR)’ wordt een deel van de uitgaven aan Brandweer en Crisisbeheersing (inclusief het geneeskundige deel) op regionaal niveau bekostigd. In de jaren 2023-2025 heeft het Rijk een belangrijke impuls gegeven aan het toekomstgericht verder professionaliseren van de crisisbeheersing en het versterken van de informatiepositie van de veiligheidsregio, inclusief het te realiseren landelijk Knooppunt Coördinatie Regio’s en Rijk (KCR2 3). Daarbij geeft zij aan dat de verhoging van de BDuR nadrukkelijk niet bedoeld is voor het verlagen van de gemeentelijke bijdragen aan de veiligheidsregio en/of het financieren van andere taken van de veiligheidsregio. Afgezien van bovenregionale inzet van de brandweer. Op basis van het, bij de start van het Kabinet Schoof opgestelde, Hoofdlijnenakkoord is de BDuR met ingang van 2026 met 10% gekort, evenredig over alle onderdelen. Deze korting heeft zich voor VRHM vertaalt in € 0,72 miljoen minder inkomsten vanuit het Rijk, loon-prijsbijstelling daargelaten. Noodsteunpunten en burgerhulpverlening In bestuurlijke afspraken tussen het Ministerie van Justitie en Veiligheid, het Veiligheidsberaad en de VNG is besloten tot het stapsgewijs ontwikkelen van een landelijk netwerk aan noodsteunpunten.
Veiligheidsregio’s en gemeenten geven hier regionaal en lokaal invulling aan. De eerste tranche daarvan is eind 2025 ontvangen. De volgende tranche wordt begin 2026 toegekend. De Minister stelt de volgende bedragen ter beschikking aan de veiligheidsregio’s: • € 4,5 miljoen in 2025 (€ 180.000,- door VRHM ontvangen in 2025) • € 10 miljoen in 2026 • € 35 miljoen in 2027 en 2028 • € 36 miljoen in 2029 • € 37 miljoen structureel vanaf 2030 De middelen zullen worden toegekend aan de veiligheidsregio’s, De veiligheidsregio’s maken in hun Algemeen bestuur afspraken met de inliggende gemeenten over de financiering van de gemeentelijke inzet in het kader van de noodsteunpunten. Versterking veiligheidsregio’s t.b.v. lokale/regionale weerbaarheid Verder is besloten dat de BDuR in 2026 landelijk wordt opgehoogd met € 8 miljoen (VRHM: € 312.000,-) en vanaf 2027 structureel met € 25 miljoen (VRHM: € 975.000,-). Deze verhoging kan worden ingezet voor de taken van de veiligheidsregio’s en specifieker de versterking en intensivering van regionale weerbaarheid in het kader van de crisisbeheersing. Deze ophoging is evenredig over alle onderdelen van de BDuR toegepast (inclusief versterkingsgelden, exclusief KCR2, NIPV en JenV). De bedragen zijn opgenomen in de onderstaande jaarbudgetten.
3 KCR2: Knooppunt Coördinatie Regio’s en Rijk, aansluiting regio’s op het landelijke informatieknooppunt
Kadernota 2027 VRHM
11
Baten BDuR in ontwikkeling over de jaren BDuR en extra BDuR Jaar
Beschikking BDuR
Beschikking extra BDuR
LPO BDuR (junibrief)
2024 2025 2026 2027* 2028*
7.319.980 7.774.926 7.684.758 8.185.131 8.184.859
1.745.752 2.227.957 2.375.568 2.536.399 2.536.399
433.655 355.758
Aanvullende LPO (decemberbrief)
Totaal beschikking (incl. LPO) 9.499.387 10.358.641 10.060.326 10.721.531 10.721.258
*begrote BDuR en extra BDuR zijn op basis van december brief 2025 vastgesteld.
6 Ontwikkelingen en risico’s Binnen de huidige beleidsplanperiode (2024-2027) volgt VRHM de aangepaste financiële kaders op. Dat betekent onder meer dat geen extra geld wordt gevraagd voor (onverwachte) ontwikkelingen. In deze periode hebben wij een taakstelling verwerkt en onvermijdelijke meerkosten omgebogen om deze vanuit de bestaande begroting te financieren. Dat brengt risico's met zich mee. Daarnaast herkennen wij een aantal nieuwe thema’s, waarmee VRHM geconfronteerd wordt. Dat brengt op haar beurt nieuwe ontwikkelingen en extra risico’s met zich mee. Voor zover nu te overzien, staan die in dit hoofdstuk uiteengezet.
6.1 Weerbaarheid De toegenomen geopolitieke dreiging en de noodzaak tot weerbaarheid vraagt een grote rol van de veiligheidsregio. Het kabinet benoemt in het kader voor weerbaarheid specifiek een rol voor de veiligheidsregio’s. De uitwerking hiervan zal eveneens een forse investering vergen, waarbij nog niet helder is wie deze kosten op zich zal (moeten) nemen. Helder is wel dat de veiligheidsregio niet alleen bij kortdurende incidenten, maar ook bij langdurige crises zoals overstromingen, stroomstoringen en dergelijke verstoringen een sleutelrol vervult. Zowel aan de repressieve kant door de inzet van de brandweer als in de coördinerende rol door de inzet van de crisisbeheersingsorganisatie. Noodsteunpunten De ontwikkeling van noodsteunpunten en burgerhulpverlening heeft hoge prioriteit bij Rijk, veiligheidsregio's en gemeenten. In de eerste helft van 2025 is in samenwerking tussen Veiligheidsberaad, VNG en het ministerie van Justitie en Veiligheid ambtelijk en bestuurlijk verkend welke uitgangspunten voor noodsteunpunten wenselijk zijn. Parallel hieraan heeft het kabinet bij de Voorjaarsnota middelen vrijgemaakt voor het versterken van weerbaarheid, waarbij het ontwikkelen van noodsteunpunten belangrijk is. Hiermee ligt er een stevige basis om nu de volgende stap te zetten richting een pilotfase.
Met de beschikbaar gestelde middelen, wordt een impuls gegeven aan de versterking van regionale en lokale maatschappelijke weerbaarheid. Om lokale, regionale en landelijke initiatieven beter op elkaar af te kunnen stemmen, is onder meer nauwe betrokkenheid en een goede informatiepositie van het Rijk onontbeerlijk. Om effectief te zijn moet beleid bovendien goed aansluiten bij de leefwereld, de mogelijkheden en het (te verwachten) gedrag van de specifieke doelgroep waarop dat beleid betrekking geeft.
Kadernota 2027 VRHM
12
6.2 Bedrijfscontinuïteitsmanagement (BCM) Juist in tijden van crises wordt van de veiligheidsregio verwacht dat de hulpverlening en crisiscoördinatie (zo veel als mogelijk) onverstoord doorgang kunnen vinden. Dit is geen vanzelfsprekendheid, omdat in de achterliggende jaren de veiligheidsregio, om verschillende financiële en bedrijfsmatige redenen, keuzes heeft moeten maken. Het bedrijfscontinuïteitsmanagement, dat ervoor moet zorgen dat de hulpverlening, crisiscoördinatie en bedrijfsvoering doorgang vindt, is momenteel nog niet overal voldoende uitgewerkt en uniform geborgd. Dit vergroot het risico op verstoringen van de primaire hulpverlenings- en crisisbeheersingsprocessen, met mogelijke gevolgen voor de inwoners. In de afgelopen periode zijn de eerste stappen gezet om BCM te versterken, onder meer met inzet van externe ondersteuning. Hoewel hiermee belangrijke voortgang is geboekt, ontbreekt vooralsnog de structureel intern belegde expertise- en coördinatie. Het verder op orde brengen van BCM draagt bij aan het beperken van operationele en bedrijfsmatige risico's. Structurele aandacht voor BCM is daarmee noodzakelijk voor een beheerste uitvoering van taken.
6.3 Arbeidsrelaties Landelijke regeling PTSS De aanpak van PTSS onder hulpverleners (zowel beroepskrachten als vrijwilligers) vraagt om extra middelen. PTSS is erkend als beroepsziekte. Voor zover is nog niet helder wat de (financiële) impact is voor VRHM. Vanuit het Rijk ontvangen wij financiering voor een halve FTE ter ondersteuning. Dit weegt niet op tegen onze bezetting (advies landelijk is 2 fte), inclusief de toekomstige financiële verwerking van de PTSS-vergoedingen. Ook voor de preventieve maatregelen, gericht op het voorkomen van PTSS, zijn uiteindelijk aanvullende middelen nodig. Tweede loopbaanbeleid Daarnaast levert de onduidelijkheid over de verdere ontwikkeling van het landelijke wettelijke kader van het tweede loopbaanbeleid voor beroepsbrandweermensen (maximaal 20 bezwarende dienstjaren) een financieel risico op in de komende jaren. Naar verwachting komt daarover binnen deze beleidsplanperiode meer duidelijkheid. De onduidelijkheid leidt tot een sneller verloop binnen de 24-uurdienst van de brandweer. Dit verloop valt samen met het vertrek van veel ervaren brandweermensen wegens leeftijdsontslag in de komende jaren. Dat resulteert weer in extra inspanningen en kosten voor het werven en opleiden van nieuwe brandweermensen en voor de doorstroom binnen de gegarandeerde bezetting op de beroepskazernes.
Arbeidsmarkt De aanhoudend krappe arbeidsmarkt vormt een belangrijk risico. Schaarste aan gekwalificeerd personeel leidt tot toenemende wervings- en inhuurkosten en een grotere afhankelijkheid van externe capaciteit. Dit kan druk zetten op zowel het kostenniveau als op de continuïteit en kwaliteit van de dienstverlening. Daarnaast vergroten verloop en verzuim het risico op productiviteitsverlies en vertraging in de uitvoering van beleidsdoelen.
6.4 Wet DBA De veiligheidsregio moet, net als alle andere organisaties, voldoen aan vigerende fiscale en juridische eisen bij de inhuur (ZZP-constructies) van de vakbekwaamheidsstaf. Eén daarvan is de Wet Deregulering Arbeidsrelaties (DBA). De vakbekwaamheidstrainingen voor de brandweer worden veelal gegeven door eigen vrijwilligers. Gezien de wet DBA dienen hier marktconforme vergoedingen tegenover te staan.
Kadernota 2027 VRHM
13
De veiligheidsregio is zich aan het oriënteren welke oplossingsrichtingen genomen kunnen worden om te komen tot toekomstbestendige vakbekwaamheidsstaf. Hierbij houden wij rekening met: • Het voldoen aan wet- en regelgeving; • Het borgen van opleiden en oefenen; • Een flexibel (wendbaar) onderwijsprogramma te kunnen aanbieden; • Het behouden van de huidige kwaliteitsniveau. De financiering van de toekomstbestendige oplossingsrichting is nog een financieel vraagstuk. Die onzekerheid geldt ook voor het eventueel aanstellen van een broker, met betrekking tot inhuur van overig kantoorpersoneel. Het aanbesteden van een broker zou het risico op onrechtmatigheid kunnen mitigeren.
6.5 Bedrijfsvoering VRHM staat voor de uitdaging om haar besturing, bedrijfsvoering en ontwikkeling toekomstbestendiger in te richten, passend bij de wendbare en weerbare organisatie die de veiligheidsregio ambieert te zijn. Sinds de reorganisatie in 2018 heeft de organisatie een flinke schaalsprong gemaakt. We hebben te maken met vele veranderingen, nieuwe ontwikkelthema's (zoals privacy & security, corporate communicatie, vastgoedmanagement, organisatieontwikkeling en werving & selectie) en complexere wet- en regelgeving. Hiervoor is nieuwe expertise nodig, maar ook strategisch denkkracht en een wendbaar vermogen van onze collega’s, processen en systemen. Zoals afgesproken in het proces van de financiële taakstelling, heeft VRHM inmiddels intern middelen herverdeeld om een eerste stap hierin te maken. De implementatie van deze herverdeling gebeurt in stappen in 2026 en 2027 om de financierbaarheid hiervan te monitoren. In de nieuwe beleidsplanperiode (2028 en verder) wordt bepaald wat de noodzakelijke vervolgstappen zijn. Naast de inrichting van de sector worden we ook op andere thema's geconfronteerd met een aantal andere onvermijdelijk meerkosten. Die verhoogde kosten heeft VRHM tot op heden gedekt met incidentele middelen. Ook in de begroting van 2026 zijn deze kosten met incidentele middelen opgevangen en nog niet structureel geborgd.
Nu de taakstelling én implementatie van bedrijfsvoering stevig drukt op de begroting, vormt dit een toenemend risico. Voorbeelden van deze andere onvermijdelijke meerkosten zijn: • Landelijke Waarborgfonds; • Toename accountantskosten; • Verhoging van de landelijke kosten voor het NIPV; • Hogere kosten voor voertuigverzekeringen; • Hogere kosten voor het verduurzamen van het wagenpark.
6.6 Huisvesting Het Strategisch Vastgoedbeleid (SVB) is besproken in het Algemeen bestuur van 4 december 2025. Dit beleid vormt het kader waarbinnen VRHM haar vastgoed (45 brandweerkazernes en het hoofdkantoor) duurzaam, doelmatig en toekomstgericht ontwikkelt en beheert met een planning en financiële horizon van 5 jaar over de huidige vastgoedportefeuille in bezit van de VRHM. De eerste twee jaar (2026 en 2027) van het geïntroduceerde Strategisch Vastgoedbeleid betreft de implementatiefase. De conclusie bij het globale inzicht in de financiële consequenties is dat het stevig vastgoedmanagent vergt om binnen de financiële kaders te kunnen blijven. De geheralloceerde € 300.000,- zullen volledig benut worden. De ingeschatte meerkosten zijn vanaf 2026 opgevangen in de VRHM
Kadernota 2027 VRHM
14
begroting. Met ingang van 2031 zal de stijging van de jaarlijkse kapitaalslasten niet meer gedekt kunnen worden met deze extra € 300.000,-. Structurele personele capaciteit is een aandachtspunt en wordt momenteel hard aan gewerkt. Daar komt een extra financieel vraagstuk bij, als de strategie ‘meer eigendom vanuit de gemeenten naar VRHM’ wordt doorgezet. Dit hangt samen met veel ruimtelijke ontwikkelingen binnen gemeenten, waar brandweerkazernes plaats moeten maken voor woningbouw. De wens om het vastgoed over te dragen in eigendom aan de veiligheidsregio is in toenemende mate bij de gemeenten aanwezig. Dit zal een aangescherpte vastgoedstrategie en bijbehorende extra financiering met zich mee kunnen brengen. Het relatiemanagement met gemeenten inzake het vastgoed, dat inmiddels goed is opgebouwd, is een belangrijk aandachtspunt: het vraagt blijvende inzet van beide kanten om dit te onderhouden en verder te versterken. Zeker ingeval van brandweerkazernes die gehuurd worden van gemeenten. Commitment en blijvende steun op bestuurlijk niveau is een randvoorwaardelijk aandachtspunt, vanwege de gezamenlijke opgave. De veiligheidsregio is voornemens om een voorziening te vormen voor het groot onderhoud van het vastgoed. De eerste financiële ‘vingeroefeningen’ hiervoor zijn gedaan.
6.7 Natuurbranden Natuurbrand heeft zowel landelijk als regionaal veel aandacht. De noodzakelijke preventieve maatregelen rondom bewustwording en gebiedsbeheer leiden tot een beperking van de kans. Desondanks zijn repressieve maatregelen van belang om het effect te beperken wanneer de brand wel ontstaat. De brandweer heeft in beeld gebracht wat hier aanvullend voor nodig is. Hierbij wordt eerst gekeken, conform bestuurlijke afspraak, of via verschuivingen of vervangingsmomenten van bestaand materieel een oplossing kan worden gevonden. Eventueel wordt een verzoek ingediend tot aanvullende financiële middelen. De preventieve verantwoordelijkheid ligt bij verschillende partners (gemeenten, Staatsbosbeheer, provincie). De conclusie hierbij is dat er een sterke behoefte aan coördinatie is op dit dossier. Hiervoor lijkt de veiligheidsregio een logische kandidaat. Het sluit aan bij hoe we invulling geven aan crisisbeheersing, zoeken naar een sterkere rol van de veiligheidsregio en werken in een netwerkstructuur.
Kadernota 2027 VRHM
15
6.8 Belang waardevaste begroting materieelvervangingen De prijsstijgingen bij de geplande vervanging van materieel zijn vele malen hoger dan de gemeentelijke indexering. Dit betekent dat (op termijn) er niet voldoende middelen zijn om te kunnen investeren in de vervanging van het brandweermaterieel. Onderzocht wordt of het instellen van een investeringsfonds hiervoor een oplossing kan zijn, zonder de gemeentelijke bijdragen te verhogen.
6.9 Incidentele tekorten en overschotten verwerken via bestemmingsreserves Het is van belang dat binnen de begroting voldoende wendbaarheid en robuustheid behouden blijft om te kunnen inspelen op ontwikkelingen en, waar nodig, op te kunnen schalen. Door de verwerkte ombuigingen en taakstellingen en de nieuwe verplichtingen, wordt de begrotingsruimte steeds verder beperkt. De mogelijkheid om reserves te vormen of aan te vullen neemt hierbij af. Dit vergroot het risico op verminderde slagkracht, op afnemende wendbaarheid en op een beperkte ontwikkelkracht bij nieuwe of onvoorziene opgaven. Het behoud van financiële flexibiliteit, om incidentele tekorten en overschotten te verwerken via de bestemmingsreserves, is daarmee een essentiële randvoorwaarde voor een toekomstbestendige en weerbare organisatie.
Kadernota 2027 VRHM
16
Bijlage 1 Voor het opstellen van de Programmabegroting 2027 worden (onder andere) de volgende kaders toegepast:
Bestuurlijke afspraken kostenniveau en financieringssystematiek Veiligheidsregio Het Algemeen Bestuur heeft besloten (vergadering 14 september 2023), na heroverweging van de bestaande afspraken, onderstaande uitgangspunten betreffende het kostenniveau en de financieringssystematiek van de gemeentelijke bijdragen voor VRHM vast te stellen (vanaf de begroting 2025 en verder): A. Vast te houden aan het principe om de huidige verdeelsleutel, gebaseerd op het relatief aandeel in de som van de middelen voor Crisisbeheersing en Brandweer die gemeenten via het gemeentefonds ontvangen, te blijven gebruiken voor de verdeling van de gemeentelijke bijdragen van de programmataken Brandweerzorg en Risico- en Crisisbeheersing. B. Aanpassingen in de relatieve bijdrage van elke gemeente worden jaarlijks toegepast, gebaseerd op de Septembercirculaire gemeentefonds T-2. C. Het relatief gemeentelijk aandeel wordt na herijking/groot onderhoud of nieuwe verdeling van het gemeentefonds aangepast bij de vaststelling van een (nieuwe) Programmabegroting. D. Het benodigd budget voor VRHM wordt jaarlijks gebaseerd op de wettelijke eisen die aan de taakuitvoering van de Veiligheidsregio worden gesteld, in overeenstemming met het ambitieniveau van het bestuur. E.
Aanpassingen in het absoluut budgetniveau van VRHM en gemeentelijke bijdragen worden jaarlijks toegepast bij de vaststelling van een (nieuwe) Programmabegroting. F. Verdeling van een aanpassing in het absoluut budgetniveau voor de programmataken ‘Brandweerzorg’ en ‘Crisisbeheersing’ vindt plaats op basis van het relatieve aandeel in de Septembercirculaire gemeentefonds T-2. G. Verdeling van een aanpassing in het absoluut budgetniveau voor de programmataken ‘Meldkamer Brandweer Hollands Midden’, ‘Bevolkingszorg’ en ‘GHOR’ vindt plaats op basis van het relatieve aandeel in het aantal inwoners per 1 januari T-2 (laatst bekende CBS-statistieken). H. De werkgroep Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen (FKGR) adviseert over de methodiek van de jaarlijkse indexering. I. De som van de middelen, die gemeenten ontvangen uit het gemeentefonds voor het clusteronderdeel Brandweer en Crisisbeheersing, gecorrigeerd met 5,6% ten behoeve van de gemeentelijke crisisorganisatie, wordt gebruikt als een referentie om het gebudgetteerd kostenniveau mee te vergelijken.
Verwerking indexatie 2027 •
De verwachte loonontwikkeling is 6,3%.
•
Vervolgens wordt de index op de materiële lasten (2,6%) hierbij verdisconteerd.
•
Met een verhouding van 64,20% personeel en 35,80% materieel, resulteert dit in een index van 4,98%.
•
In absolute zin leidt dit met correctie tot een waardetoevoeging van 2026 naar 2027 van € 3,4 miljoen.
Kadernota 2027 VRHM
17