CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

D10 College, raadsbrief Evaluatie Transformatieagenda Wmo.pdf

Gemeenteraad 25 maart 2021, gemeente HillegomBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken5.533 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Hillegom

Raadsbrief Raadsbrief Evaluatie Transformatieagenda Wmo aan: datum:

de raad van de gemeente Hillegom 23 februari 2021

zaaknummer: Z-20-158048 datum collegevergadering: 16 maart 2021 portefeuillehouder: Dhr. J. van Rijn behandelend ambtenaar: Heleen Doelman-van Geest embargo: ☐ Inhoud mededeling Begin 2017 hebben de gemeenteraden van gemeenten Hillegom, Lisse, Teylingen, Noordwijk en Noordwijkerhout de Transformatieagenda Wmo 2017-2018 vastgesteld. Deze is verlengd en tot en met 2020 is gewerkt aan de uitvoering van de transformatieagenda. De transformatieagenda bestaat uit vier uitdagingen, te weten: 1. Uitgaan van wat mensen zelf kunnen. 2. Ondersteuning aan mensen die het nodig hebben. 3. Zorgen dat mensen de weg naar hulp en ondersteuning weten te vinden. 4. Agenda voor en door inwoners. Afgelopen jaar is de Transformatieagenda Wmo geëvalueerd. Via deze brief informeren wij u over deze evaluatie. 1. Doel van de evaluatie Bij de evaluatie van de transformatieagenda zijn de volgende twee doelen centraal gesteld: Doel 1 Bepalen in hoeverre we zijn ‘getransformeerd’. Doel van de transformatieagenda was het transformeren van de Wmo. Om dit te bepalen is gekeken naar de daadwerkelijke uitvoering van onze vooraf gestelde acties. Doel 2 Kijken hoe de samenwerking is gegaan (in hoeverre het gezamenlijk (zowel intern als extern) uitvoeren van de transformatieagenda is gelukt).

Kenmerkend en onderscheidend aan de transformatieagenda is dat het een agenda is waarbij een groot aantal partijen een bijdrage heeft geleverd bij de totstandkoming ervan. Het oorspronkelijke idee was om na de vaststelling van de transformatieagenda deze vervolgens ook zoveel mogelijk gezamenlijk te gaan uitvoeren. Door middel van een enquête die gehouden is onder het brede maatschappelijke veld is vervolgens input verzameld om te bepalen in hoeverre bovengenoemde doelen zijn behaald.

2. Belangrijkste conclusies/bevindingen 1. Bepalen in hoeverre we zijn ‘getransformeerd’. Deze vraag kan op basis van de evaluatie op twee manieren worden beantwoord.  Er is gekeken naar in hoeverre de in de transformatieagenda benoemde acties uitgevoerd zijn. Over de vier uitdagingen kan gesteld worden dat de meeste in de transformatieagenda benoemde acties zijn uitgevoerd.  Geënquêteerden is gevraagd in hoeverre zij vinden dat we zijn getransformeerd. Over het algemeen wordt aangegeven dat we onderweg zijn, maar dat we ‘er nog niet zijn’. Er zijn nog diverse acties, aandachtgebieden, samenwerkingen en (cultuur)veranderingen te bewerkstellingen de komende jaren. 2. Kijken hoe de samenwerking is gegaan (in hoeverre het gezamenlijk (zowel intern als extern) uitvoeren van de transformatieagenda is gelukt). Aangegeven wordt dat er meer en beter samengewerkt wordt om de transformatieagenda uit te voeren, maar dat er ruimte is voor verbetering. Er zijn diverse ideeën aangedragen om de samenwerking te verbeteren voor de toekomst. 3. Bouwstenen voor nieuw beleid Bij de uitvoering van deze evaluatie is bij een relatief grote en diverse groep input opgehaald. Op basis van deze input zijn conclusies getrokken en worden vijf bouwstenen onderscheiden die richtingbepalend zijn voor toekomstig beleid. 1.

De in de transformatieagenda benoemde uitdagingen krijgen een vervolg in het nieuwe beleid. Er is ontzettend veel werk verricht de afgelopen jaren. Er zijn stappen gezet, er zijn nieuwe voorzieningen gecreëerd, nieuwe inzichten opgedaan en samenwerkingen en dwarsverbanden aangegaan. De vier uitdagingen zijn vandaag de dag nog net zo actueel als bij de vaststelling van de transformatieagenda begin 2017. Daarom krijgen de in de transformatieagenda benoemde uitdagingen een vervolg in het nieuwe beleid, waarbij de lessen uit de evaluatie meegenomen worden. 2. We zetten door met de verdere integratie met andere beleidsvelden. Met de transformatieagenda is de beweging ingezet om een nota te schrijven en uit te voeren die breder is dan alleen de Wmo. Deze verbreding/ontschotting wordt echter nog intensiever (bestaande beleidsvelden) en verder doorgezet (naar andere beleidsvelden). 3. De actiegerichtheid en de samenwerkingsgerichtheid van de transformatieagenda wordt voortgezet. Kenmerkend aan de transformatieagenda was de actiegerichtheid en de grote betrokkenheid van externe partijen op diverse wijzen. Deze twee elementen waarop de uitvoering van de agenda is gestoeld zijn goed ontvangen door de belanghebbenden en worden voortgezet. Aandachtspunt blijft het (meer en beter) betrekken van de inwoner. 4. We richten de samenwerking effectief in.

De samenwerking, zowel intergemeentelijk als met het maatschappelijk middenveld, is de afgelopen jaren geïntensiveerd. Best practices zetten we voort, maar er is nog ruimte voor verbetering. Om deze ruimte te pakken, is een doordachte keuze op de samenwerking(svorm) essentieel. ‘Op welk onderwerp betrekken we wie, in welke fase? Op welk niveau (lokaal, subregionaal, regionaal) pakken we bepaalde zaken op? Wat verwachten we van partijen waar we mee samenwerken? Wat kunnen deze partijen van ons als gemeente verwachten? Welke afspraken maken we daarover?’ zijn vragen waar we bij de uitvoeren van het nieuwe beleid actief mee aan de slag gaan.

5. We maken werk van datagedreven werken. Het meer en beter benutten van data (waarom doen we deze acties? Wat leveren ze op?) gaan we intensiever doen; van begin tot en met het einde van het beleidsproces. Vanuit integrale opgaven worden SMART-doelstellingen geformuleerd, waar we vervolgens mee aan de slag gaan. Het ‘Meten’ zal niet altijd eenvoudig zijn: veel is niet te meten, lastig te meten en vaak valt het moeilijk te zeggen of hetgeen we gedaan hebben echt effect heeft gehad. Er zijn echter steeds meer data beschikbaar en de mogelijkheden om deze zo optimaal mogelijk te benutten breiden zich steeds verder uit. Op die manier kunnen we zo goed als mogelijk rekenschap afleggen over hetgeen we doen en ook niet (meer) doen. 4. Vervolg Het college wil vervolgstappen zetten op basis van deze evaluatie. Het college is van plan een Maatschappelijke Agenda op te stellen. Hierover wordt u in een separate raadsbrief geinformeerd. De vier bollengemeenten blijven intensief samenwerken op thema’s die het best (sub)regionaal georganiseerd kunnen worden en informeren elkaar op thema’s die lokaal georganiseerd worden.

Bijlagen: Evaluatie Transformatieagenda 2017-2018 Wmo en haar omgeving

Evaluatie Transformatieagenda 2017-2018 Wmo en haar omgeving

Augustus 2020

1.1 Inhoudsopgave Hoofdstuk 1. Uitgangspositie evaluatie

3

1.1 Inleiding

3

1.2 Context

3

1.3 Doel van de evaluatie

4

1.4 Evaluatiemethode

4

Hoofdstuk 2. Uitkomsten evaluatie

5

2.1 Doel 1: Bepalen in hoeverre we zijn ‘getransformeerd’

5

2.2 Doel 2: Kijken hoe de samenwerking is gegaan

7

2.3 In hoeverre zijn we volgens u getransformeerd?

8

Hoofdstuk 3. Conclusies en bouwstenen voor het vervolg

9

3.1 Conclusies

9

3.2 Bouwstenen voor nieuw beleid

9

Bijlage 1: Overzicht van de uitvoering van de acties van de Transformatieagenda

11

Pagina 2 van 17

Hoofdstuk 1. Uitgangspositie evaluatie 1.1 Inleiding Medio 2016 is begonnen met het opstellen van een nieuw beleidsdocument voor de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 2015 voor de 5 bollengem eenten: Hillegom, Lisse, Teylingen, Noordwijk en Noordwijkerhout. De gemeenten waren op dat moment 1,5 jaar verantwoordelijk voor de uitvoering van deze nieuwe wet. De decentralisatie ging gepaard met onduidelijkheid over cliëntaantallen, budgetten, kansen en bedreigingen. Wel was duidelijk dat we moesten ‘transformeren’, en dat we dit als gemeenten niet alleen, maar in samenspraak met het veld moesten doen. Wat dat transformeren precies inhield en hoe je dat vervolgens doet, wilden we gezamenlijk verkennen en mee aan de slag gaan. Uiteindelijk is in januari 2017 de Transformatieagenda Wmo en haar omgeving 2017 -2018 vastgesteld door de vijf gemeenteraden. Deze Transformatieagenda bestaat uit vier uitdagingen, te weten: 1.

Uitgaan van wat mensen zelf kunnen.

2. 3.

Ondersteuning aan mensen die het nodig hebben. Zorgen dat mensen de weg naar hulp en ondersteuning weten te vinden.

4.

Agenda voor en door inwoners.

Om deze uitdagingen aan te gaan, is een groot aantal acties per uitdaging benoemd. In 2017 en 2018 zijn zo veel mogelijk van deze acties uitgevoerd. Eind 2018 is besloten de Transformatieagenda met 1 jaar te verlengen. Daarbij zijn 9 prioriteiten benoemd waar vanaf 2019 aan gewerkt is en nu (medio 2020) nog steeds aan gewerkt wordt. Om de beleidscyclus van de Transformatieagenda af te ronden, is in het Bestuurlijk Overleg Sociaal Domein (BOSD) van september 2019 besloten de Transformatieagenda te evalueren. In het BOSD is aangegeven dat de evaluatie enerzijds als ‘thermometer’ gebruikt kan worden (waar staan we met de Transformatie?). Anderzijds kan de evaluatie gebruikt worden als ‘bouwsteen’ voor toekomstig beleid. 1.2 Context Bij het lezen van deze evaluatie is het goed de context waarbinnen de uitvoering van de Transformatie zich heeft afgespeeld in het achterhoofd te houden. H ieronder wordt aan de hand van twee lijnen de context geschetst. Uiteraard hebben ook andere ontwikkelingen invloed gehad op de uitvoering van de Transformatieagenda. Daar wordt verder niet op ingegaan. 

Lokale ontwikkelingen

Vanaf 2017 zijn de gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen ambtelijk gefuseerd tot 1 ambtelijke organisatie, HLT Samen. Vanaf 2019 zijn de gemeenten Noordwijk en Noordwijkerhou t bestuurlijk gefuseerd tot de nieuwe gemeente Noordwijk. 

Landelijke ontwikkelingen

Sinds 2017 heeft zich op landelijk (wetgevend) niveau een aantal on twikkelingen voorgedaan. Zo is er een flink aantal juridische uitspraken gedaan (met name omtrent de h ulp bij het huishouden), is wetgeving gewijzigd (denk bijvoorbeeld aan de AMvB reële prijs Wmo 2015 en het abonnementstarief) en is besloten de

Pagina 3 van 17

doordecentralisatie van de maatschappelijke zorg uit te stellen. Deze landelijke ontwikkelingen hebben invloed op de handelingsvrijheid en de financiële positie van gemeenten. Zo zijn de uitgaven voor de Wmo sinds de vaststelling van de Transformatie agenda fors opgelopen . 1.3 Doel van de evaluatie Het is wenselijk om één of een beperkt aantal specifieke doelen te bepalen voor het evalueren van een beleidsstuk. Evalueren kan namelijk meerdere doelen dienen en op heel wat verschillende manieren. Wanneer er geen focus/afbakening plaatsvindt, wordt de evaluatie te groot en/of is het vervolgens de vraag in hoeverre de evaluatie daadwerkelijk inzicht(en) biedt . De evaluatie van de Transformatieagenda dient de volgende twee doelen : Doel 1 Bepalen in hoeverre we zijn ‘getransformeerd’. Doel van de Transformatieagenda was het Transformeren van de Wmo. De Transformatiea genda is echter een beleidsstuk dat met name bestaat uit een opsomming van uit te voeren acties om vier uitdagingen aan te gaan. Er staat niet expliciet in wat de situatie was bij de totstandkoming van de Transformatieagenda en wanneer we getransformeerd zijn/welke concrete resultaten we nastreven.

Daarom ligt het voor de hand om bij de beantwoording de vraag ‘in hoeverre we zijn getransformeerd’ de evaluatie toe te spitsen op de daadwerkelijke uitvoering van onze vooraf gestelde acties om iets te kunnen zeggen over in hoeverre we getransformeerd zijn. Doel 2 Kenmerkend en onderscheidend aan de Transformatieagenda is dat het een agenda is waarbij een groot aantal partijen een bijdrage heeft geleverd aan de totstandkoming van de Transformatieagenda. Het oorspronkelijke idee was om na de vaststelling van de Transformatieagenda deze vervolgens ook zoveel mogelijk gezamenlijk te gaan uitvoeren. Het tweede doel van de evaluatie is dan ook om te kijken hoe de samenwerking is gegaan (in hoeverre het gezamenlijk (zowel intern als extern) uitvoeren van de Transformatieagenda is gelukt). 1.4 Evaluatiemethode Om input te verzamelen is een aantal vragenlijsten uitgezet. Deze vragenlijsten zijn uitgezet bij de wethouders, ambtenaren van de vier gemeenten, de welzijnsorganisaties, de ISD, MEE, Kwadraad, de adviesraden en de deelnemers van de terugkomdagen van de Transformatieagenda.

Pagina 4 van 17

Hoofdstuk 2. Uitkomsten evaluatie 2.1 Doel 1: Bepalen in hoeverre we zijn ‘getransformeerd’. Zoals eerder aangegeven is gekeken naar in hoeverre de vooraf gestelde acties uit de Transformatie zijn uitgevoerd. Hier zijn met name de gemeentelijke bel eidsmedewerkers op bevraagd. In bijlage 1 een overzicht van de uitvoering van de acties van de Transformatieagenda. Dit levert het volgende algemene beeld per uitdaging op: Uitdaging 1: Uitgaan van wat mensen zelf kunnen. 

De in deze uitdaging uitgeschreven acties zijn over het algemeen uitgevoerd. Voorbeelden van uitgevoerde acties zijn het creëren van een digitaal buurtplatform, het opzetten van de eigen kracht campagne (Bollenstreek met Elkaar) en de opstart van de pilot zonder regels. Een aantal acties uit deze uitdaging staat niet erg concreet in de Transformatieagenda benoemd. Denk daarbij aan ‘Nadrukkelijk de relatie leggen met de andere beleidsvelden in het sociaal domein (vleugels uitslaan)’. Dat maakt het lastig en soms discutabel of een actie nu wel, niet of gedeeltelijk

is uitgevoerd en of het succesvol is geweest. Een aantal van de acties is wel gestart maar is niet gecontinueerd of heeft niet het gewenste resultaat opgeleverd. Zo zijn alle lokale buurtplatforms inmiddels gestopt/inactief en is de pilot zonder regels niet verder gekomen dan de analysefase. Ook is Right to Challenge (inwoners de mogelijkheid bieden om bepaalde overheidsdiensten over te nemen) wel verankerd in de Wmo verordening maar zijn er tot op heden nog geen concrete toepassingen te melden.

Wat opvalt is dat aangegeven wordt dat met name lokale initiatieven als successen genoemd worden. Denk bijvoorbeeld aan Ontmoetingscentrum Puyckendam in Noordwijkerhout en diverse initiatieven op het snijvlak van sport, gezondheid en Wmo. Onder deze uitdaging valt een apart gedeelte wat daarvoor bekend stond als het lokale gezondheidsbeleid. Onder de noemer ‘Meer gezondheidswinst in de Bollen5 gemeenten’ wordt ingezet op een gezonde leefstijl, een gezonde leefomgeving, een goede mentale gezondheid, eenzaamheidsbestrijding en participatie door sport en cultuur. Op al deze onderdelen zijn in meer of mindere mate resultaten geboekt. Genoemde successen zijn bijvoorbeeld het JOGG-programma en Healthy Hillegom, het actieprogramma Eén tegen eenzaamheid, het Jeugdfonds Sport en Cultuur en Grenzeloos actief.

Uitdaging 2: Ondersteuning aan mensen die het nodig hebben. 

Ook hier geldt dat de in de uitdaging uitgeschreven acties over het algemeen uitgevoerd zijn. Voorbeelden hiervan zijn het project ontschotting, de Regeling Huishoudelijke Hulp Toelage (HHT) /Zorgpauze (respijtzorgvoorzieningen) en het project Werk en Mantelzorg,

Wat opvalt is dat, hoewel de meeste acties zijn uitgevoerd en er niet direct cijfers gegeven worden, aangegeven wordt dat er nog een hoop werk te doen is binnen deze uitdaging. Hiermee gaat het om het vergroten van het gebruik van het huidige aanbod (denk bijvoorbeeld aan het gebruik van mantelzorg ondersteunende voorzieningen) als het (verder) doorontwikkelen en uitbreiden van het aanbod (nog te

creëren algemene voorzieningen). Onder deze uitdaging is ook de maatschappeli jke zorg beschreven in de Transformatieagenda. Inmiddels is duidelijk dat de maatschappelijke zorg een opgave is van dusdanige omvang, dat deze een eigen traject bewandelt (dus los van de Transformatieagenda).

Uitdaging 3: Zorgen dat mensen de weg naar hulp en ondersteuning weten te vinden.

Pagina 5 van 17

Deze uitdaging heeft de afgelopen drie jaar vorm gekregen onder de noemer ‘project Integrale toegang’. Een aantal van de in de Transformatieagenda genoemde acties is onder dit project komen te vallen. Denk bijvoorbeeld aan het koppelen van het sociaal team aan het lokale voorveld ( zoals sport- en cultuurverenigingen, religieuze instellingen etc.). Opgemerkt dient te worden dat het project Integrale

toegang veel omvattender is geworden dan de in de Transformatieagenda genoemde acties. Een aantal van de genoemde acties is uitgevoerd (bijvoorbeeld een vast contactpersoon voor de huisartsen bij de sociale teams/loketten). Een aantal andere acties staat nog gepland voor wanneer de integrale toegang staat. Denk hierbij aan het creëren van een bewustwordingscampagne om inwoners meer te laten verwijzen naar de toegang.

Uitdaging 4: Agenda voor en door inwoners. Een groot gedeelte van deze uitdaging heeft betrekking op de adviesraden van de bollengemeenten. Zij zijn dan ook bevraagd om een stand van zaken te geven op de in de Transformatie genoemde acties onder deze uitdaging.  De adviesraden die gereageerd hebben geven aan dat er een verbreding van hun aandachts gebieden heeft 

plaatsgevonden; de adviesraden adviseren op diverse onderwerpen naast de Wmo. De adviesraden hebben een actieve rol gespeeld bij de uitvoering van een groot gedeelte van de Transformatieagenda. Voorbeelden hiervan zijn onafhankelijke cliëntondersteuning, project integrale toegang, ontschotting en eenzaamheidsbestrijding.

Er vindt samenwerking plaats tussen de adviesraden van de bollengemeenten. De voorzitters overleggen geregeld met elkaar, waarin de ontwikkeling van de verschillende adviesraden wordt uitgewisseld, inhoudelijke onderwerpen aan de orde komen en de jaarlijkse deskundigheidsbevordering wordt voorbereid. Tot het formuleren van gezamenlijke adviezen heeft het nog niet geleid. Wel is afgesproken dat elke adviesraad actief is op enkele verschillende regionale dossiers; daarover houdt men elkaar op de hoogte.

Onder deze uitdaging valt ook het in gesprek gaan en blijven met inwoners. Een belangrijk onderdeel hiervan is de terugkomdag die tweemaal is gehouden. Bij deze avonden is een groot aantal organisaties en betrokkenen uitgenodigd om bijgepraat te worden over de stand van zaken van de uitvoering van de Transformatieagenda en mee te denken/werken aan nog uit te voeren acties. De deelnemers van de bijeenkomsten zijn gevraagd naar hun ervaringen met de avonden zelf en de samenwerking bij de u itvoering van de Transformatieagenda. 

Met betrekking tot de terugkomdagen valt het volgende op: De meeste reacties zijn positief over de opzet en invulling van de avonden. Aangegeven wordt dat het nuttig is om elkaar te ontmoeten, kennis te delen en informatie uit te wisselen en van elkaar te leren. Ook worden de sprekers inspirerend genoemd. Wel wordt opgemerkt dat het af en toe lastig was om ‘to the point’ te komen , omdat de groep erg groot is.

Met betrekking tot de uitvoering van de Transformatieagenda wordt door het merendeel aangegeven dat de Transformatieagenda heeft geleid tot een andere, intensievere manier van samenwerken, maar dat daar nog wat slagen in te maken zijn. Deze slag heeft betrekking op een intensievere (inhoudelijke) samenwerking met andere beleidsterreinen, maar ook op het proces (samenwerking tussen beleid en

uitvoering). Als tips vanuit de deelnemers worden ‘de denkwijze van Anke Siegers’ genoemd en het intensiever communiceren over de voortgang op dossiers en tussen beleid en uitv oering.

Een ander belangrijk onderdeel van Uitdaging 4 is het ‘volgen hoe het gaat’. Dit onderdeel is uitgemond in het opstellen van de monitor sociaal domein. De monitor sociaal domein is twee keer uitgebracht. Momenteel

Pagina 6 van 17

wordt gewerkt aan het doorontwikkelen van de monitor sociaal domein. Er wordt integraal naar de realisatie van beleidsdoelen gekeken.

2.2 Doel 2: Kijken hoe de samenwerking is gegaan Kenmerkend en onderscheidend aan de Transformatieagenda is dat het een agenda is waarbij een groot aantal partijen een bijdrage heeft geleverd aan de totstandkoming van de Transformatieagenda. Het oorspronkelijke idee was om na de vaststelling van de Transformatieagenda deze vervolgens ook zoveel mogelijk gezamen lijk te gaan uitvoeren. Het tweede doel van de evaluatie is dan ook om te kijk en hoe de samenwerking is verlopen (in hoeverre het gezamenlijk (zowel intern als extern) uitvoeren van de Transformatieagenda is gelukt). Er is een enquête uitgezet waarbij onderscheid is gemaakt tussen de intergemeentelijke samenwerking (tussen gemeenteambtenaren) en de samenwerking met de belangrijkste samenwerkingspartners (MEE, Kwadraad en de welzijnsorganisaties). Intergemeentelijke samenwerking De gemeenteambtenaren hebben de samenwerking over het algemeen als prettig ervaren. De onderlinge samenwerking verliep goed. Aangegeven wordt dat door de samenwerking er goed in een groter geheel over de uitdagingen nagedacht en gewerkt kon worden . Er is geleerd van elkaar. Uiteraard zijn er ook zaken te noemen die beter kunnen. Deze zaken kunnen samengevat worden in twee punten: 1.

2.

Spanningsveld lokaal-subregionaal: Aangegeven wordt dat het lokale nog weleens lastig te verenigen was met hetgeen gebeurde in het kader van de Transforma tieagenda. De Transformatieagenda was ook vrij breed geformuleerd en liep niet altijd parallel met lokale ontwikkelingen. Een op punten onduidelijke projectstructuur: Zeker naarmate het proces van uitvoering van de Transformatieagenda vorderde, ontstond een aantal problemen dat samenhangt met een op punten onduidelijkere projectstructuur. Voorbeelden hiervan zijn spanningsveld lokaal -subregionaal (hierboven beschreven), in te zetten ambtelijke capaciteit, financiën, en bereidheid tot onderlinge samenwerking. Een duidelijkere projectstructuur met een sterke sturing zou hier verbetering in kunnen brengen.

Brede samenwerking Er wordt meer en beter samengewerkt De gemeenteambtenaren, maar ook MEE, Kwadraad, ISD en de welzijnsorganisaties zijn hierop bevraagd . Uit de beantwoording blijkt dat er is samengewerkt met een groot palet aan partijen. Denk hierbij aan lokale partijen van welzijnsdiensten, CJG, GGD, Sportbedrijven, landelijke organisaties met een specifieke expertise, bibliotheek en woningstichtingen. Over het algemeen wordt aangegeven dat partijen bereid zijn om samen te werken en de samenwerking de afgelopen jaren is versterkt/geïntensiveerd (zowel op casus- als op projectniveau). Dit heeft een positief effect op het behalen van de beoogde beleidsdoel en. Maar er is ruimte voor verbetering

Pagina 7 van 17

Uiteraard is er ook ruimte voor verbetering. Ook hier speelt beschikbare capaciteit een rol. Daarnaast wordt aangegeven dat organisatiebelangen en samenwerkingsbereidheid kunnen verschillen. Een actieve regierol vanuit de gemeente hierop wordt soms gemist: Soms lopen partijen vast. Dan is het nodig om een en ander vlot te trekken door met de partners het overleg hierover te organiseren, een verdere analyse te doen en vervolgstappen te bepalen. Partijen vroegtijdig betrekken is ook een aandachtspunt.

Ideeën voor toekomstige samenwerking Geënquêteerden is gevraagd hoe wat hen betreft (anders) samengewerkt zou moeten worden in de toekomst ter uitvoering van het beleid. De antwoorden variëren van ‘geen aanpassingen in het proces’ tot een aan tal aanbevelingen zoals: eerder/meer aan de voorkant, intensiever en met een duidelijkere afstemming over subregionaal/lokaal, rolbepaling van degenen die betrokken zijn in (een gedeelte van) het proces. Gevraagd is met welke partijen intensiever samengewerkt zou kunnen worden. Het preventieve veld (onderwijs, JGZ, jeugd- en jongerenwerk, voorzieningen omtrent (v)echtscheidingen, welzijn) en de ISD worden meerdere keren genoemd. Ook wordt aangegeven dat de samenwerking nu veelal gericht is op die tussen maatschappelijke organisaties, maar dat ook inwoners en ondernemers nadrukkelijker zouden moeten worden betrokken. Goed om hierbij te realiseren dat de samenwerkingspartners sterk kunnen verschillen per thema. 2.3 In hoeverre zijn we volgens u getransformeerd? Op de vraag ‘in hoeverre we zijn getransformeerd’ wordt vrij eenduidig geantwoord. We zijn in beweging, zetten meer in op zelfredzaamheid, samenwerkingen worden geïntensiveerd en we werken meer vraaggericht. We zijn er echter zeker nog niet.

Een gezonde leefstijl, de integrale toegang, daadwerk elijk normaliseren en afschalen van maatwerk naar algemeen vragen momenteel nog volop aandacht. Er worden nog genoeg kansen gezien om de transformatie te continueren. Er worden concrete punten genoemd zoals de uitbreiding van de Zorgpauze regeling naar de gehele bollenstreek , het borgen van het Meedenkersnetwerk en de uitvoering van reeds lopende dossiers (integrale toegang, maatschappelijke zorg . Meer algemene termen worden ook genoemd, zoals preventie, samenwerking, kijken met een brede /integrale blik (ontschot, bijvoorbeeld bij 18-/18+), samenwerken met veiligheid, betere en brede positionering lokaal gezondheidsbeleid, aanpakken eenzaamheid, de veranderopgave i nburgering en van maatwerk naar algemeen.

Pagina 8 van 17

Beantwoording vragen bestuurders Ook de bestuurders is gevraagd naar hun ervaringen met de uitvoering van de Transformatieagenda. Naast vragen als ‘in hoeverre zijn we getransformeerd’ (beantwoording hierboven reeds verwerkt), is een aantal politiek gerelateerde vragen gesteld. Gevraagd is naar de reacties op het stuk vanuit de politiek. Deze reacties waren beperkt, maar de reacties die er waren, waren positief (over de ingezette koers). De vorm (een actiegerichte agenda in plaats van een wat abstractere nota) wordt door de bestuurders als positief gezien. Voor een passend vervolg wordt aangegeven dat de voorkeur uitgaat naar een (brede) actiegerichte maatschappelijke agenda/programma. Hierbij dient aa ndacht te zijn voor ieders verantwoordelijkheden en rollen en de transformatieruimte die vanuit Den Haag geboden wordt. Daarnaast moeten we elkaar subregionaal vast blijven houden op zaken die we beter gezamenlijk kunnen organiseren.

Pagina 9 van 17

Hoofdstuk 3.Conclusies en bouwstenen voor het vervolg 3.1 Conclusies Zoals aangegeven zijn er twee doelen bepaald voor deze evaluatie, namelijk: 1.

Bepalen in hoeverre we zijn ‘getransformeerd’. Deze (thermometer)vraag kan op basis van de evaluatie op twee manieren worden beantwoord.

Er is gekeken naar in hoeverre de in de Transformatieagenda benoemde acties uitgevoerd zijn. Over de vier uitdagingen kan gesteld worden dat de meeste in de Transformatieagenda benoemde acties zijn uitgevoerd.

Geënquêteerden is gevraagd in hoeverre zij vinden dat we zijn getransformeerd. Over het algemeen wordt aangegeven dat we onderweg zijn, maar dat we ‘er nog niet zijn’ . Er zijn nog diverse acties, aandachtgebieden, samenwerkingen en (cultuur)veranderingen t e bewerkstellingen de komende jaren. 2.

Het tweede doel van deze evaluatie was om te kijken hoe de samenwerking is gegaan (in hoeverre het gezamenlijk (zowel intern als extern) uitvoeren van de Transformatieagenda is gelukt). Aangegeven wordt dat er meer en beter samengewerkt wordt om de Transformatieagenda uit te voeren, maar dat er ruimte is voor verbetering. Er zijn diverse ideeën aangedragen om de samenwerking te verbeteren voor de toekomst.

3.2 Bouwstenen voor nieuw beleid Bij de uitvoering van deze evaluatie is bij een relatief grote en diverse groep input opgehaald. Op basis van deze input zijn conclusies getrokken en worden vijf bouwstenen onderscheiden die richtingbepalend zijn voor toekomstig beleid. 1.

De in de Transformatieagenda benoemde uitdagingen krijgen een vervolg het nieuwe beleid. Er is ontzettend veel werk verricht de afgelopen drie jaar. Er zijn stappen gezet, er zijn nieuwe voorzieningen gecreëerd, nieuwe inzichten opgedaan en samenwerkingen en dwarsverbanden aangegaan. De vier uitdagingen zijn vandaag de dag nog net zo actueel als bij de vaststelling van de Transformatieagenda begin 2017. Daarom krijgen de in de Transformatieagenda benoemde uitdagingen een vervolg in het nieuwe beleid, waarbij de lessen uit de evaluatie meegenomen worden.

2.

We zetten door met de verdere integratie met andere beleidsvelden . Met de Transformatieagenda is de beweging ingezet om een nota te schrijven en uit te voeren die breder is dan alleen de Wmo. Deze verbreding/ontschotting wordt echter nog intensiever (bestaande beleidsvelden) en verder (naar andere beleidsvelden) doorgezet.

3.

De actiegerichtheid en de samenwerkingsgerichtheid van de Transformatieagenda wordt voortgezet. Kenmerkend aan de Transformatieagenda was de actiegerichthei d en de grote betrokkenheid van externe partijen op diverse wijzen. Deze twee elementen waarop de uitvoering van de agenda is gestoeld zijn goed ontvangen door de belanghebbenden en worden voortgezet.

4.

Aandachtspunt blijft het (meer en beter) betrekken van de inwoner. We richten de samenwerking effectief in. De samenwerking (zowel intergemeentelijk als met het maatschappelijk middenveld) is de afgelopen jaren geïntensiveerd. Best practices zetten we voort, maar er is nog ruimte voor verbetering. Om deze rui mte te pakken, is een doordachte keuze op de samenwerking(svorm) essentieel. ‘Op welk onderwerp betrekken we wie, in welke fase? Op welk niveau (lokaal, subregionaal, regionaal) pakken we bepaalde zaken op? Wat verwachten we van partijen waar we mee samenwerken? Wat kunnen deze partijen van ons als gemeente verwachten?

Pagina 10 van 17

Welke afspraken maken we daarover?’ zijn vragen waar we bij de uitvoeren van het nieuwe beleid actief mee aan de slag gaan. 5.

We maken werk van datagedreven werken. Het meer en beter benutten van data (waarom doen we deze acties? Wat leveren ze op?) gaan we intensiever doen; van begin tot en met het einde van het beleidsproces. Vanuit integrale opgaven worden waar mogelijk SMART- doelstellingen geformuleerd, waar we vervolgens mee aan de slag g aan. Het ‘Meten’ zal niet altijd eenvoudig zijn: veel is niet te meten, lastig te meten en vaak valt het moeilijk te zeggen of hetgeen we gedaan hebben echt effect heeft gehad. Er is echter steeds meer data beschikbaar en de mogelijkheden om deze zo optima al mogelijk te benutten breiden zich steeds verder uit. Op die manier kunnen we zo goed als mogelijk rekenschap afleggen voor hetgeen we doen en ook niet (meer) doen.

Pagina 11 van 17

Pagina 12 van 17

Bijlage 1: Overzicht van de uitvoering van de acties van de Transformatieagenda. Uitdaging 1: Uitgaan van wat mensen kunnen

Uitgevoerd? Wat is er gedaan?

1.1 Zichtbaar maken van initiatieven Opzetten digitaal buurtplatform

Opgestart maar heeft niet het gewenste resultaat opgeleverd.

Campagne Eigen Kracht, lokaal en regionaal

Format opgezet en een aantal campagnes gedraaid. Goed bereik

1.2 Maatschappelijke initiatieven stimuleren en faciliteren Pilot zonder regels

Opgestart maar niet verder gekomen dan analysefase.

Right to challenge

Verankerd in Wmo verordening maar geen gebruik van gemaakt.

1.3 De talenten van inwoners meer benutten In gesprek met vrijwilligersorganisatie over de inzet van mensen met

Is gedaan. Zijn diverse voorbeelden per

een beperking

gemeente te benoemen.

Projectvoorstel maken: beter benutten van de talenten van inwoners en

Is gedaan. Zijn diverse voorbeelden per

beter koppelen aan Servicepunt Werk en Wmo

gemeente te benoemen.

Meer gezondheidswinst in de Bollen 5 Actie 1: Stimuleren van een gezonde leefstijl Wijkgerichte doelen formuleren

Gedeeltelijk

Actieagenda gaat in op de relatie met andere terreinen

Geen actieagenda opgesteld. Wel acties ondernomen.

Gezond gedrag bij kinderen aanleren via GGD programma's

Ja, diverse programma's aangeboden.

Actie 2: Stimuleren van een gezonde leefomgeving Gezondheidsdoelen komen terug in de Omgevingsvisie

Wordt aan gewerkt.

De Bollen5 bepalen samen met de Omgevingsdienst de gezonde

Niet gezamenlijk maar link tussen GGD en

omgevingswaarden

Omgevingsdienst is gelegd.

Actie 3: Stimuleren van een goede mentale gezondheid Digitale zorg op afstand voor onze inwoners verder ontwikkelen

Ja, aantal programma's

Aanbod gericht op versterking van veerkracht

Ja, aantal programma's

Pagina 13 van 17

Deskundigheidsbevordering rond vroege signalering van psychose,

Ja, aantal programma's

depressies en sociaal isolement Actie 4: Bestrijden van eenzaamheid en sociaal isolement In Bollen5 een gezamenlijke aanpak van eenzaamheid.

Niet gezamenlijk maar op lokaal niveau

Laagdrempelig aanbod voor cliëntgestuurde koffieochtenden en

Ja, o.a. in bibliotheek

inloopopties waar nodig verder geïntensiveerd Actie 5: Doe mee met sport en cultuur Inzet van buurtsportcoaches

Ja, worden ingezet.

Jeugdsportfonds

Ja, in alle gemeenten.

Samen met sportaanbieders het sportaanbod in beeld te brengen voor

Ja, Grenzeloos actief

doelgroepen voor wie het uitoefenen van sport niet vanzelfsprekend is. Faciliteren van laagdrempelige buurtactiviteiten.

Ja, diverse voorbeelden.

Bibliotheek gaat haar rol binnen het sociaal domein uitbreiden door

Ja, diverse voorbeelden.

verbanden te leggen met maatschappelijke organisaties en zorginstellingen. Activiteiten en/of voorzieningen aanbieden of faciliteren voor bepaalde

Ja, diverse voorbeelden.

doelgroepen die beperkt (cultureel) participeren. Uitdaging 2: Ondersteuning voor inwoners die het niet volledig op eigen kracht redden 2.1 Innovatie Innovatiebudget (hoe willen we dit vorm geven)

Ja, via ISD (als onderdeel van Meedoen!)

2.2 Overgangen Grensgevallen in beeld en colleges en gemeenteraden informeren over

Ja, o.a. via ontschotter

de motivering van de gemaakte keuzes Uitvoeren programma Ontschotter (programma Ontschotter)

Ja, uitgevoerd.

Werkgroep 18- 18+

Ja, heeft diverse acties uitgevoerd.

Schulddienstverlening

Ja, alle gemeenten hebben hier beleid voor vastgesteld.

2.3 Aanbod voorzieningen Onderzoeken welke voorzieningen efficiënter kunnen

Pagina 14 van 17

Ja, diverse nieuwe algemene voorzieningen.

Resultaatgerichte maatwerkvoorziening HBH evalueren

Ja, diverse nieuwe ontwikkelingen. Loopt ook nu nog.

2.4 Mantelzorg en respijtzorg Werksessies Mantelzorg

Ja, denk aan doelenboom HLT.

Warme overdracht mantelzorgers

Ja, maar kan nog beter.

Regeling Huishoudelijke Hulp Toelage (HHT) voor mantelzorgers.

Ja, vernieuwde HHT regeling (HLT) en

Monitoren van de uitvoering van de regeling en indien nodig bijsturen.

Zorgpauze (Nw).

Evaluatie van de regeling. Mantelzorgvriendelijke werkgevers

Ja, traject met werkgevers succesvol afgerond.

Mantelzorgcompliment

Is uitgebreid en aantal uitreikingen nemen toe.

Jonge mantelzorgers

Diverse acties, o.a. via de scholen, uitgevoerd.

Communicatieplan mantelzorgers

Ja, diverse communicatieuitingen gedaan.

Handboek respijtzorg

Ja, is opgesteld en uitgedeeld

Beleidskader Maatschappelijke Zorg

Uitvoeringsagenda. Hierin zijn tal van acties opgenomen ter voorbereiding op de decentralisatie

Uitdaging 3: De weg vinden in hulp en ondersteuning 3.1 Betere en integrale dienstverlening Evalueren van pilots sociale (wijk)teams en loketten

Is meegenomen in het onderzoek. Doel van de diverse overleggen verschilt nu dus samenvoegen is nu geen sprake van. Wellicht op een later moment (als integrale toegang een tijdje draait) opnieuw bekijken

Onderzoek integrale toegang Bollen5. Volgen van ontwikkelingen in

Rapport Radar, adviesrapport integrale

andere gemeenten, onderzoeken over toegang bestuderen, leerpunten

toegang en de uitwerking daarvan.

hieruit meenemen Plan opstellen hoe er minder regels toegepast kunnen worden bij de

Is onderdeel van het project integrale toegang

toegang en hoe processen versneld/versimpeld kunnen worden Uitvoering geven aan plan van aanpak privacy

Ja, privacy leertuin loopt nu.

Onderzoeken of we gegevens met elkaar kunnen en mogen delen

Ja, privacy leertuin loopt nu.

Beveiligd e-mailverkeer realiseren tussen partners

Ja

Pagina 15 van 17

Onderzoeken of één digitaal dossier voor Wmo/Jeugd en mogelijk Werk

Is onderdeel van het project integrale toegang

tot de mogelijkheden behoort. 3.2 Optimaal functioneren van huidige loketten en teams Clientondersteuning

Ja, visie op clientondersteuning en oprichting Meedenkersnetwerk

3.3 Professionals en organisaties betrekken Vast contactpersoon voor preventieve partners/organisatie vanuit het

Geen vast contactpersoon maar wel contacten

loket/sociaal team

gelegd.

Ervaringsdeskundigen inzetten? -> onderdeel clientondersteuning

Ja, is onderdeel Meedenkersnetwerk

Woningbouwcoöperaties informeren wat sociaal –wijk- team /loket

Contacten zijn gelegd.

doet, evt. flyers mee laten sturen bij huurachterstand Contactpersoon: voor elke preventieve partner/organisatie (ook

Geen vast contactpersoon maar wel contacten

huisartsen) een contactpersoon vanuit de toegang -loket of sociaal

gelegd.

(wijk)team- beschikbaar stellen 3.4 Wijken en wijkbewoners betrekken Bewustwordingscampagne inwoners

Gaat rond de start van de integrale toegang gedaan worden

Een WhatsApp-preventiegroep

Nog niet gedaan. Tzt kijken of dit mogelijk is (in verband met AVG)

Niet-pluis' methode zo breed mogelijk uitrollen

Niet gedaan

Binnen wijken een netwerkbijeenkomst organiseren

Wanneer de integrale toegang is gestart

Iedere buurt heeft een contactpersoon bij de sociale

Verwijzing naar het hele sociale team. 1

(wijk)teams/welzijnswerk

persoon te kwetsbaar

Uitdaging 4: Een agenda voor en door inwoners 4.1 Doorontwikkeling WMO adviesraden Overleg tussen adviesraden

Ja, vindt structureel overleg plaats

Deskundigheidbevordering

Ja, een aantal keer georganiseerd.

Gemeenten faciliteren waar nodig

Ja, op diverse manieren

4.2 In gesprek met inwoners Opstellen jaarlijkse agenda voor doorontwikkeling Transformatieagenda

Geen agenda, wel op andere manieren (bijv.

met inwoners

terugkomdagen)

Pagina 16 van 17

4.3 Bemiddeling Inzichtelijk maken voor inwoners om neutrale en onafhankelijke steun

Ja

te krijgen 4.4 Volgen hoe het gaat Ontwikkeling monitoring Sociaal Domein

Ja, monitor aantal keer opgesteld. Nu doorontwikkelen.

Pagina 17 van 17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/149/documents/15985