CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

D09 RvS (geanonimiseerd), uitspraak beroepsprocedure bp Molenstraat 22-24 Hillegom.pdf

Gemeenteraad 31 maart 2026, gemeente HillegomBij agendapunt: 4: Ingekomen stukken1.982 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raad vanstate

Afdeling bestuursrechtspraak

Pagina 1 vali 1

Raad van de gemeente Hillegom Postbus 32 2180 AA HILLEGOM

l)atutri

4 maart 2026

Ons nummer

Uw kenmerk

202501725/1/R3

Z-25-429832

luihchtingen

Onderwerp

Hillegom Bp. "Molenstraat 22-24, Hillegom" Procedure

Beroep

Geachte heer/mevrouw, In bovengenoemde procedure heeft de Afdeling uitspraak gedaan. De procedure is daarmee beëindigd. Een kopie van deze uitspraak treft u hierbij aan. Aangezien dit bericht geautomatiseerd is aangemaakt, is dit niet ondertekend. Hoogachtend, de griffier

4443981(CA0)

Postbus 20019 - 2500 EA Den Haag - T 070 426 44 26 - F 070 365 13 80 - www.raadvanstate.nl Bij correspondentie de datum en het nummer van deze brief vermelden

Raad vanState 202501 725111R3. Datum uitspraak: 4 maart 2026

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen: , wonend in Hillegom, appellanten, en de raad van de gemeente Hillegom, verweerder.

202501725/1/R3

2

4maart2026

Procesverloop Bij besluit van 23 januari 2025 heeft de raad het bestemmingsplan "Molenstraat 22-24 Hillegom" vastgesteld. Tegen dit besluit hebben

beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend. hebben een nader stuk ingediend. De Afdeling heeft de zaak behandeld op een zitting op 26 november 2025, waar , vertegenwoordigd door en de raad, vertegenwoordigd door zijn verschenen. Verder is op de zitting Beelen Onderhoud B.V., vertegenwoordigd door , als Partij gehoord. Overwegingen Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevings wet 1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Op grond van artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft op een beroep tegen een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan waarvan het ontwerp v56r het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd het recht zoals dat gold onmiddellijk v66r dat tijdstip van toepassing tot het bestemmingsplan onherroepelijk is. Het ontwerpplan is op 20 december 2023 ter inzage gelegd. Dat betekent dat op deze beroepsprocedure het recht, waaronder de Wet ruimtelijke ordening en de Crisis- en herstelwet, zoals dat gold v66r 1 januari 2024 van toepassing blijft. Inleiding 2. Het plan voorziet in de bouw van dertien nieuwbouwappartementen. Volgens de plantoelichting worden dit vier sociale huurwoningen, vijf middel dure woningen en vier vrije-sector-huurwoningen. wonen in de buurt van het plangebied aan de Molenstraat.

Zij vrezen dat de komst van de appartementen zal leiden tot parkeerproblemen. Toetsingskader 3. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling oordeelt niet zelf of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met

202501 725/1 /R3

4 maart 2026

het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het plan onevenredig zijn in verhouding tot de met het plan te dienen doelen.

Ingetrokken beroepsgrond 4. Niet langer in geschil is dat voor de nieuwe appartementen veertien parkeerplaatsen nodig zijn. hebben op de zitting dan ook de beroepsgrond ingetrokken dat de raad ten onrechte uit is gegaan van een behoefte aan veertien parkeerplaatsen. Daarom behoeft deze grond geen bespreking meer.

Beroepsgronden 5. betogen in de kern dat voor dit aantal parkeerplaatsen onvoldoende plek is. Daarvoor voeren zij aan dat het aan het bestemmingsplan ten grondslag liggende parkeeronderzoek hiervoor niet representatief is. Zo zijn parkeerplaatsen in een nabijgelegen parkeergarage ten onrechte meegeteld, omdat die 's nachts deels gesloten is en daarbij de tweede verdieping van deze parkeergarage helemaal zou zijn afgesloten. Daarnaast is er geen telling gehouden op een dinsdag, terwijl op dinsdagen sprake is van extra drukte door een markt. Ook zijn er geen tellingen verricht tussen 17:00 en 22:00 uur, terwijl in dat tijdsbestek veel mensen boodschappen doen en daar parkeren, terwijl buurtbewoners dan juist thuiskomen. Verder vonden de tellingen plaats tijdens of kort na de coronaperiode, waardoor het minder druk was op parkeerplaatsen. Ten slotte waren tijdens de tellingen tien parkeerplaatsen bezet door een bouwbedrijf. Ter compensatie zijn twee berekeningen gemaakt: één waarbij deze tien plaatsen als leeg werden beschouwd en één waarbij gegevens uit een telling van 201 8 zijn gebruikt. Deze berekeningen geven een vertekend beeld. Dit alles zorgt ervoor dat het lijkt alsof er meer parkeerplaatsen vrij zijn dan daadwerkelijk het geval is.

Daarom verzoeken de raad ook om een toezegging te doen voor het aanleggen van minimaal twaalf parkeerplaatsen bij een nabijgelegen balletschool. Op de zitting hebben ook toegelicht dat zij zich onveilig voelen in de nabijgelegen parkeergarage, vanwege weinig verlichting en overlast door hangjongeren. 5.1. In de plantoelichting staat dat het de bedoeling is om de behoefte aan parkeerplaatsen in de openbare ruimte op te vangen. 5.2. Aan het plan ligt onder meer het parkeeronderzoek "Parkeeronderzoeken in Hillegom" van De Verkeerstellers uit maart 2020 ten grondslag. In het parkeeronderzoek is op 12 en 14maart2020 geteld hoeveel parkeerplaatsen er nog beschikbaar zijn in de openbare ruimte om het plangebied heen. De tellingen zijn gehouden op een donderdag, tussen 14:00 en 1 6:00 uur en tussen 23:00 en 03:00 uur, en op een zaterdag, tussen 14:00 en 16:00 uur en tussen 23:00 en 03:00 uur. De tellingen zijn uitgevoerd op een moment dat er 1 0 parkeerplaatsen werden bezet door materiaal van een bouwbedrijf. Om die reden heeft De Verkeerstellers twee resultaten opgesteld: één waarbij de 10 parkeerplaatsen als vrij worden beschouwd, waarbij volgens De Verkeerstellers verwacht mag worden dat de voertuigen die daar normaal staan ergens anders in het gebied de parkeerdruk verhogen (onderzoeksresultaten 1), en één waarbij voor de

202501725/1/R3

4

4maart 2026

sectie waar de bezette parkeerplaatsen zich bevinden is gerekend met gegevens uit een telling van 2018 (onderzoeksresultaten 2). In het parkeeronderzoek staat dat er een totale capaciteit is van 1 86 parkeerplaatsen in de openbare ruimte rondom het plangebied. In dit parkeeronderzoek wordt geconcludeerd dat de maximale bezetting bij onderzoeksresultaten 1 wordt bereikt op de zaterdag tussen 14:00 en 16:00 uur met een bezetting van 68 parkeerplaatsen, wat resulteert in een bezettingspercentage van 36%. Er kunnen volgens het parkeeronderzoek nog 90 voertuigen in de openbare ruimte worden geparkeerd voordat de norm van 85% wordt bereikt. De maximale bezetting bij onderzoeksresultaten 2 wordt ook bereikt op de zaterdag tussen 14:00 en 1 6:00 uur met een bezetting van 80 parkeerplaatsen, wat resulteert in een bezettingspercentage van 43%. Er kunnen volgens het parkeeronderzoek nog 78 voertuigen in de openbare ruimte worden geparkeerd, voordat de norm van 85% wordt bereikt. 5.3. In 2022 heeft Bureau de Groot Volker in opdracht van de gemeente Hillegom het parkeeronderzoek "Parkeerrapport Hillegom" opgesteld. Ook dit rapport is aan het plan ten grondslag gelegd. In dit rapport is onderzoek gedaan naar parkeerdruk op drie verschillende dagen in de week en op diverse tijdstippen.

In dit rapport staat dat de parkeerdruk in het centrumgebied van Hillegom het grootst is op zaterdag om 13:00 uur. Uit het onderzoek volgt dat op dat moment de parkeerdruk in de parkeergarage 40 tot 60% bedraagt. Bij een capaciteit van 1 57 parkeerplaatsen in de parkeergarage betekent dit dat er op dat moment in die garage nog minimaal 63 parkeerplaatsen beschikbaar zijn. 5.4. De raad heeft in zijn verweerschrift aangegeven dat de supermarkt de tweede verdieping van de parkeergarage tijdelijk had afgesloten met een lint, vanwege hangjongeren. De supermarkt heeft dit lint inmiddels verwijderd. hebben dit laatste niet weersproken. Het betoog dat in het parkeeronderzoek van maart 2020 ten onrechte rekening is gehouden met de parkeerplaatsen op de tweede verdieping slaagt daarom niet. 5.5. Tijdens de zitting is vast komen te staan dat de eerste en tweede verdieping van de parkeergarage aan het Henri Dunantplein worden gesloten tussen 22:00 en 06:00 uur. Er kan dan niet meer de parkeergarage in of uit worden gereden, maar het is wel mogelijk om een auto tussen deze tijden op de eerste en tweede verdieping van de parkeergarage te laten staan. De Afdeling stelt vast dat er in totaal 1 86 parkeerplaatsen zijn in het door De Verkeerstellers onderzochte deel van de openbare ruimte, waarvan er 1 21 op de eerste en tweede verdieping van de parkeergarage liggen.

Dit betekent dat er naast de parkeerplaatsen op de eerste en tweede verdieping van de parkeergarage 's nachts nog 67 beschikbare parkeerplaatsen zijn. Bij onderzoeksresultaten 1 wordt de maximale bezetting tussen 23:00 en 03:00 uur bereikt op de zaterdag met een bezetting van 24, waarvan geen van deze bezette parkeerplaatsen is gelegen op de eerste of tweede verdieping van de parkeergarage. Dit betekent dat er nog 43 parkeerplaatsen beschikbaar zijn. Bij onderzoeksresultaten 2 wordt de maximale bezetting tussen 23:00 en 03:00 bereikt op de donderdag met een bezetting van 31, waarvan wederom geen van deze bezette parkeerplaatsen

202501 72511/R3

4 maart 2026

is gelegen op de eerste of tweede verdieping van de parkeergarage. Dit betekent dat er nog 36 parkeerplaatsen beschikbaar zijn. Bij beide onderzoeksresultaten is er nog voldoende ruimte in de nacht om in de openbare ruimte te voorzien in een behoefte van 14 parkeerplaatsen, zelfs wanneer de eerste en tweede verdieping van de parkeergarage niet worden meegerekend. Ook wanneer 14 parkeerplaatsen extra worden bezet, wordt de norm van 85% in beide gevallen nog niet bereikt. 5.6. De Afdeling ziet in wat hebben aangevoerd geen aanleiding om aan te nemen dat de parkeeronderzoeken niet representatief zijn. Dat de eerste en tweede verdieping van de parkeergarage tussen 22:00 en 06:00 uur niet bereikbaar zijn leidt niet tot een ander oordeel, omdat ook dan er voldoende beschikbare parkeerplaatsen in de openbare ruimte zijn. Dat hebben aangegeven zich onveilig te voelen in de parkeergarage kan niet leiden tot het oordeel dat deze parkeerplaatsen niet in de telling hadden mogen worden meegenomen. Dat betekent namelijk nog niet dat deze parkeerplaatsen niet beschikbaar zijn. hebben verder niet aannemelijk gemaakt dat het op andere tijdstippen, zoals tijdens de markt op dinsdag of tussen 17:00 en 22:00 uur op doordeweekse dagen, drukker is dan op de momenten uit het eerste onderzoek en die zaterdag om 1 3:00 uur uit het tweede onderzoek.

Dat de twee verschillende onderzoeksresultaten uit het eerste parkeeronderzoek als oplossing voor de tien door bouwmateriaal bezette parkeerplaatsen een vertekend beeld geven is onvoldoende onderbouwd. Verder stelt de Afdeling vast dat de coronamaatregelen die golden tijdens het uitvoeren van het tweede parkeeronderzoek in oktober 2022 beperkt waren. Omdat uit het tweede parkeeronderzoek ook volgt dat er nog voldoende ruimte was om in de parkeerbehoefte te voorzien, is het voor de Afdeling niet aannemelijk dat de corona-maatregelen de uitkomsten van het eerste parkeeronderzoek dusdanig hebben beïnvloed dat deze telling niet meer als representatief kan worden beschouwd. De raad heeft de parkeeronderzoeken aan het bestemmingsplan ten grondslag mogen leggen. Er was geen aanleiding voor de raad om te menen dat in de openbare ruimte extra parkeerplaatsen moeten worden aangelegd om in de parkeerbehoefte te kunnen voorzien. Het betoog slaagt niet. 6. Ten slotte hebben aangevoerd dat de raad ten onrechte geen toezeggingen heeft gedaan over het aanleggen van extra parkeerplaatsen tijdens de bouwfase. Dit gaat niet over het plan zelf maar over de uitvoering daarvan. Uitvoeringsaspecten kunnen in deze procedure niet aan de orde komen. De Afdeling bespreekt deze beroepsgrond daarom niet inhoudelijk. Conclusie 7.

Het beroep is ongegrond.

8.

De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.

202501725/1/R3

6

4maart2026

Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: verklaart het beroep ongegrond. Aldus vastgesteld door mr. C.C.W. Lange, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.I.Y. Lap, griffier.

w.g. Lange lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Lap griffier

Uitgesproken in het openbaar op 4 maart 2026 288-1 176 Verzonden: 4 maart 2026

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/1816/documents/24291