D08 VAB, problematiek aanwezigheid lachgascilinders in restafval.pdf
Tekst van het document
VUILAFVOERBEDRIJF DUIN- EN BOLLENSTREEK
Nieuwsbulletin d.d. 08 juli 2024 Aan de raadsleden van de VAB Gemeenten.
Geachte raadsleden,
Hiermee informeren wij u over de problematiek van de aanwezigheid van lachgascilinders in het restafval in het algemeen en in het restafval van de VAB-gemeenten (Noordwijk, Hillegom, Lisse, Teylingen en Katwijk) in het bijzonder. Achtergrond Sinds begin 2023 valt lachgas onder de Opiumwet. Daarmee geldt er in Nederland een lachgasverbod. Toch is het nog steeds mogelijk om lachgas via het internet te bestellen. De markt heeft zich aangepast en heeft de oude grote cilinders met een overloopventiel waar statiegeld op zat, vervangen door een wegwerp-exemplaar, zonder overloopventiel. Het Rijk en de gemeenten proberen vooral door voorlichting en communicatie het gebruik van lachgas te reduceren en inwoners te bewegen om lachgascilinders in te leveren op de milieustraten. Niettemin komen er nog te veel van de cilinders in het restafval terecht. Dit leidt tot ontploffingen in de (afval)verbrandingsovens van het afvalverwerkingsbedrijf AEB Amsterdam waar onder andere de VAB-gemeenten het restafval naar toe brengen. Deze ontploffingen leiden tot een direct gevaar voor de medewerkers en tot schade aan de verbrandingsovens, waardoor de gehele afvalbranche in Nederland inmiddels al miljoenen euro’s schade heeft geleden De restafvalverwerker van onze gemeenten, het AEB, doet er alles aan om de schade zoveel mogelijk te beperken.
Helaas ontploffen er nog altijd wekelijks gemiddeld 40 lachgascilinders in de (afval)verbrandingsovens van het AEB met gevolgen voor de omgeving en voor de medewerkers alsmede schade aan de verbrandingsketels. Probleem Sinds het begin van dit jaar proberen we op het overslagterrein van het Vuil- en Afvoerbedrijf Duin- en Bollenstreek (VAB-terrein) in Voorhout de lachgascilinders uit het restafval te filteren door middel van een kraan met een camera. Dat neemt niet weg dat in week 25 bij een steekproefcontrole van het AEB, opnieuw een lachgascilinder in het restafval van het VAB is geconstateerd. Het AEB hanteert in verband met de schades en risico’s die een lachgascilinder ontploffing met zich mee kan brengen strakke regels: ‘Geen lachgascilinders in aangeboden vrachten/100% van de vrachten lachgascilinders vrij.’ De nieuwe ontdekking bij de steekproef heeft ervoor gezorgd dat onze gemeenten Hillegom, Lisse, Katwijk, Noordwijk en Teylingen sinds die week geen restafval via deze methode meer mogen aanbieden bij AEB.
Vuilafvoerbedrijf Duin- en Bollenstreek: `s-Gravendamseweg 77, 2215 TG Voorhout, Postbus 123, 2215 ZJ Voorhout website: www.vuilafvoerbedrijf.nl, IBAN: NL04.BNGH.02851.20336, KvK: 50.43.86.70 Op alle opdrachten zijn, tenzij anders overeengekomen, de algemene inkoopvoorwaarden leveringen en diensten gemeente Katwijk 2017 van toepassing. Deze zijn te raadplegen op www.katwijk.nl en www.overheid.nl
2/3
Aanpak langere termijn Gezien de ontstane situatie laat de GR VAB een juridische toets doen op het contract van AEB of het AEB het rechtstreekse aanleveren van afval van het VAB (zonder shredderen) kan weigeren en of de extra eisen die het AEB stelt, juridisch houdbaar zijn. Als dit niet het geval is zullen we een juridische procedure starten tegen het AEB. Daarnaast zoeken wij samen met Meerlanden naar een toekomstbestendige oplossing voor de lachgascilinders, zoals een shredder locatie die goedkoper is en minder overslag en transport vraagt. De (Meer-)VAB en Meerlanden werken samen met de branchevereniging van publieke afvalinzamelaars en verwerkers en inzamelende gemeenten (NVRD) en de vereniging die opkomt voor alle afvalverwerkende bedrijven (VA) op het lachgasdossier. Eerder dit jaar hebben zij namens de branche een brief gestuurd aan de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, waarin ze uiteen hebben gezet dat de staatssteunregels in deze geen belemmering vormen voor een financiële tegemoetkoming. Ondanks dat er geen financiële bijdrage aan de kosten ten gevolge van de lachgasproblematiek geboden wordt - zie bijlage Brief kabinet terugkoppeling overleg Rijk NVRD-VA over problematiek lachgascilinders 16 april 2024 - trekt het kabinet wel een bescheiden bedrag uit voor innovatie pilots om cilinders uit het afval te halen.
“Een mooi gebaar, maar feitelijk een fooi vergeleken met de werkelijk gemaakte kosten”, geeft Henry Meijdam, voorzitter van de NVRD, hierover als reactie aan. Korte termijn Om de afvoer te kunnen blijven garanderen moet het huishoudelijk restafval eerst worden geshredderd. Meerlanden heeft bij Renewi een afvalstroomnummer aangevraagd en laat het restafval met ingang van 24 juni jl. zo op de locatie Kajuitweg Amsterdam shredderen. De extra kosten voor deze bewerking bedragen € 45,- per aangeleverde ton. Naast de kosten van € 45,- per ton, heeft het shredderen ook impact op de logistiek. Het huishoudelijk afval uit Voorhout kan niet langer rechtstreeks naar het AEB worden gebracht, maar moet eerst richting het terrein van Renewi om te shredderen. Vervolgens moet het geshredderde afval weer in de wagens richting het AEB. Een extra stap in overslag, verwerking en logistiek die tijd en kosten met zich meebrengt en vooralsnog ingeschat wordt op ca. € 6 per ton. In het contract tussen de GR VAB en AEB zijn de transportkosten van Voorhout naar Amsterdam voor rekening van het AEB. Om die reden wordt nader gesproken over de verrekening van deze extra transportkosten. De verwachting is dat dit eind september inzichtelijk is. Hiermee borgen we dat het afval voldoet aan de eisen die het AEB stelt en het huishoudelijk restafval kan worden verwerkt.
De methode van shredderen is vooralsnog de enige oplossing die door de verwerker wordt geaccepteerd. Voor de korte termijn zijn deze extra stappen dan ook de enige oplossing en is het ophalen en afvoeren van het huisvuil geborgd. Ook effecten voor grofvuil De gemeenten combineren het restafval en het grove afval op één afvalstroomnummer van het VAB. Het grof huishoudelijk gesorteerd restafval kan echter niet worden geshredderd en moet daarom in de nieuwe situatie apart worden overgeslagen en afgevoerd. Dit betekent dat het fijn en grof huishoudelijk restafval op het VAB apart moet worden gehouden en de stromen gescheiden afgevoerd moeten worden. Ook hiervoor zullen aanvullende kosten worden gerekend. Deze worden zo spoedig mogelijk bekend gemaakt.
3/3
Gevolgen voor afvalstoffenheffing Ten slotte willen we u laten weten dat wanneer er als gevolg van deze ontwikkelingen sprake zal zijn van een verhoging van de afvalstoffenheffing, wij u tijdig zullen informeren. Bijlage: Brief Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 16 april 2024: Terugkoppeling overleg Rijk – NVRD – VA inzake problematiek lachgascilinders.
> Retouradres Postbus 20901 2500 EX Den Haag
Nederlandse Vereniging voor afval- en reinigingsdiensten T.a.v. de heer H. Meijdam Nieuwe Stationsstraat 10 6811 KS ARNHEM
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat Rijnstraat 8 2515 XP Den Haag Postbus 20901 2500 EX Den Haag T F
070-456 0000 070-456 1111
Ons kenmerk IENW/BSK-2024/106439
Datum Betreft
16 april 2024 Terugkoppeling overleg Rijk - NVRD – VA inzake problematiek lachgascilinders
Geachte heer Meijdam, Op 14 maart jl. heeft uw organisatie, vertegenwoordigd door mevrouw De Wild, overleg gehad met een ambtelijke delegatie van de ministeries van Infrastructuur en Waterstaat, Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Justitie en Veiligheid. In deze brief wil ik ingaan op wat er tijdens het overleg is besproken en hoe het kabinet vooruit wil op dit dossier. Ik stuur u deze brief mede namens de minister van Justitie en Veiligheid en staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Op 13 september en 5 oktober 2023 is aan u aangegeven dat het Rijk bereid was te verkennen of een financiële tegemoetkoming voor het treffen van verschillende maatregelen die bijdragen aan het mitigeren van de risico’s in de afvalbranche, mogelijk zou zijn. In vervolgoverleggen zijn u en uw organisatie ook gewezen op de onzekerheid van de kans van slagen, zowel vanuit financieel als juridisch oogpunt. Samen met de Vereniging Afvalbedrijven heeft u hiertoe een financiële onderbouwing ingediend. Helaas is inmiddels gebleken dat een financiële tegemoetkoming vanuit het Rijk niet haalbaar is. Vanuit juridisch oogpunt is gewezen op het kader van staatssteun. U heeft daarover een brief gestuurd, waarin u heeft uiteengezet dat de staatssteunregels volgens u niet in de weg zouden staan aan een financiële tegemoetkoming.
Gelet op de verschillende wijzen waarop de afvalinzameling in Nederlandse gemeenten is ingericht, is geen eenduidige conclusie te trekken over de vraag of een financiële tegemoetkoming door de Rijksoverheid is toegestaan. Een juridische analyse van de mogelijkheden binnen de staatssteunregels is niet afgerond, omdat inmiddels was gebleken dat een financiële tegemoetkoming vanuit het Rijk niet haalbaar is. Mocht een concrete casus zich in de toekomst voordoen, dan zal dit nader worden uitgezocht. Omdat het kabinet de ernst van de problematiek erkent, is evenwel gezocht naar een mogelijkheid om binnen de beperkte financiële ruimte toch te kunnen bijdragen aan een oplossing. Daarom zal het kabinet € 450.000 bijdragen om in nauwe samenwerking met u en de Vereniging Afvalbedrijven een ketenpilot met innovatieve technieken op te zetten en uit te voeren om waardevolle inzichten op te doen over het detecteren en verwijderen van lachgascilinders uit afvalstromen. Pagina 1 van 3
Op die manier hopen we gemeenten, inzamelaars en afvalverwerkers verder te kunnen helpen met het ontwikkelen van doelmatig afvalbeheerbeleid in de gehele keten. Daarnaast kan ook kennis worden vergaard over waar deze problematiek zich op buurtniveau afspeelt, hetgeen nuttig is bij de handhaving. Ook hierbij zal uiteraard gelden dat bij de concrete invulling aan de staatssteunregels moet worden voldaan.
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat Ons kenmerk IENW/BSK-2024/106439
Het kabinet ziet de noodzaak om in afwachting van de resultaten van de pilot ook andere maatregelen te treffen. Een inleverpremie heeft in de afgelopen maanden uitgewezen een effectief middel te kunnen zijn om inwoners te motiveren hun lachgascilinders in te leveren bij de milieustraat. Op dit moment wordt het invoeren van een inleverpremie door gemeenten echter vanuit de Rijksoverheid afgeraden, omdat dit lachgasgebruik normaliseert en indirect faciliteert. Daarnaast kan de financiële vergoeding inzameling, bijvoorbeeld door minderjarigen, van gevaarlijk afval stimuleren. Ondanks de door het kabinet en de sector genomen maatregelen van het afgelopen jaar is de situatie nauwelijks verbeterd. Dit maakt dat het kabinet in deze huidige situatie begrip heeft voor gemeenten die tijdelijk overgaan tot het invoeren van een inleverpremie. Hierbij wil ik benadrukken dat het principiële standpunt van het Rijk niet is veranderd, maar dat het Rijk het ziet als een tijdelijke oplossing om het risico voor de werknemers van de afvalbedrijven te mitigeren totdat er een duurzame oplossing is gevonden voor de problematiek. Ik vertrouw erop dat gemeenten een weloverwogen keuze zullen maken op basis van de lokale context en in de financiering hiervan zullen voorzien. Gemeenten hebben immers beter zicht op lachgasgebruik in hun gebied, maar ook op de situatie bij hun afvalverwerker.
Op basis van onder andere deze parameters is het aan gemeenten om de afweging te maken of een inleverpremie een doelmatige maatregel is. Aanvullend is door u gevraagd om meer te doen omtrent communicatie over het onderwerp en een publiekscampagne te starten rond het inleveren van gasflessen en drukhouders in algemene zin. Hoewel een brede publiekscampagne wellicht daadkrachtig overkomt, is het in deze situatie geen doelmatige maatregel. Een communicatiecampagne op gasflessen en drukhouders in algemene zin is niet specifiek genoeg om de lachgasgebruiker de associatie met lachgascilinders te laten maken en daarmee deze gebruiker ertoe te bewegen het op een juiste manier in te leveren. Uit monitoring 1 blijkt dat het aantal gebruikers van lachgas flink is gedaald. Onder uitgaande jongeren daalde het gebruik van 35,2% in 2020 naar 15% in 2023. Ook geeft de helft van deze jongeren die nog lachgas gebruiken aan dat het moeilijker is om aan lachgas te komen. Het betreft dus een kleine groep mensen waarmee moet worden gecommuniceerd. Wij hopen dat deze neerwaartse trend zich voortzet en de afname in gebruik zich vertaalt in een afname van de problematiek voor de afvalsector. Een grootschalige campagne over specifiek lachgascilinders gericht op het brede publiek zal in dit licht voornamelijk mensen die geen lachgas gebruiken bereiken en is daarmee niet efficiënt.
Met een dergelijke campagne kan deze groep het beeld krijgen dat lachgasgebruik in de maatschappij veel vaker voorkomt dan eigenlijk het geval is. Dit kan bovendien bij bepaalde doelgroepen de interesse tot lachgasgebruik aanwakkeren en leiden tot normalisering van drugsgebruik in den brede. Het Rijk wil voorkomen dat met verkeerde communicatie de dalende trend in lachgasgebruik stagneert of mogelijk zelfs
Pagina 2 van 3
wordt gekeerd. Anderzijds kan een brede publiekscampagne bij andere mensen het negatieve beeld van drugsgebruikers versterken en leiden tot stigmatisering. Stigmatisering bemoeilijkt de route naar hulp of zorg van mensen die dat nodig hebben. Dit zal de communicatie over het op een juiste manier ontdoen van lachgasflessen met de doelgroep verder bemoeilijken. De doelgroep wordt om die redenen gericht geïnformeerd over het op een juiste manier inleveren van lachgascilinders via de kanalen van het Trimbos-instituut, waaronder de inzet van social media. Ook is er communicatiemateriaal ontwikkeld voor jongerenwerkers en veldwerkers die direct in contact staan met de doelgroep en hen informeren over zowel de gevaren van lachgasgebruik, als de gevaren van het zich onjuist ontdoen van lachgascilinders. Daarnaast is de communicatiehandreiking voor gemeenten over het onderwerp lachgas aangepast om ook daarin de problematiek in de afvalsector te adresseren.
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat Ons kenmerk IENW/BSK-2024/106439
Ik hecht grote waarde aan de positieve samenwerking die ik met u op zowel dit onderwerp als andere onderwerpen heb. Ik hoop daarom ook dat het teleurstellende nieuws over de financiële tegemoetkoming een constructief vervolg op dit dossier niet in de weg zal staan.
Hoogachtend, DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT,
drs. V.L.W.A. Heijnen
Pagina 3 van 3