CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

D06 VRHM, Vastgesteld beleidsplan Veiligheidsregio Hollands Midden.pdf

Gemeenteraad 30 mei 2024, gemeente HillegomBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken21.775 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

9 alinea's met “advisering”: 58 66 76 323 324 333 346 379 448

Aan de gemeenteraden van Veiligheidsregio Hollands Midden T.a.v. de griffiers

Postadres Postbus 1123 2302 BC Leiden

Cc Colleges

Datum: Ons kenmerk:

29 maart 2024 D2024-00012747

Uw kenmerk: Uw brief van: Contactpersoon:

Bijlage: 4 06 26 87 99 30 josine.vos@vrhm.nl Onderwerp: Aanbieding vastgesteld beleidsplan Veiligheidsregio Holland Midden Telefoon:

E-mail:

Josine Vos

Graag bij correspondentie kenmerk en onderwerp vermelden.

Geachte leden van de gemeenteraad, Graag willen wij u informeren over de afgeronde besluitvorming over het nieuwe Regionaal Beleidsplan 2024-2027 van de Veiligheidsregio Hollands Midden (VRHM) (zie bijlage 1). Na de consultatieronde in de achterliggende maanden door de burgemeesters in de gemeenteraden, heeft het Algemeen Bestuur VRHM het beleidsplan definitief vastgesteld in haar vergadering van 7 maart jl. Tevens is in deze vergadering het Jaarplan VRHM 2024 (zie bijlage 3) en de Kadernota VRHM 2025 (zie bijlage 4) vastgesteld. Graag informeren wij u ook over deze besluiten. Nieuwe Regionaal Beleidsplan 2024-2027 Zoals bij de aanbieding van het concept-beleidsplan is aangegeven is het opstellen van een beleidsplan voor de veiligheidsregio een wettelijke verplichting. Het nu vastgestelde beleidsplan is het vierde beleidsplan sinds de oprichting van VRHM in 2011. De achtereenvolgende beleidsplannen laten een duidelijke ontwikkeling zien van de veiligheidsregio sinds 2011: van een geregionaliseerde brandweerorganisatie naar een moderne hulpverlenings- en crisisorganisatie. Een organisatie die er niet alleen is voor de veiligheid van haar inwoners, maar ook een onmisbare motor is gebleken voor het openbaar bestuur om invulling te kunnen geven aan hun crisisverantwoordelijkheden tijdens bijvoorbeeld de langdurige corona-, Oekraïne- en migratiecrises.

In het vorige Regionaal Beleidsplan 2020-2023 waren deze nieuwe, ongekende crisestypen (nog) niet opgenomen. De grote, langdurige inzet van VRHM bij deze crises heeft echter wel gevolgen gehad voor de uitvoering van het beleidsplan in de afgelopen periode. Het werk wat uit deze nieuwe crises voortvloeide vroeg en vraagt veel van de bestaande capaciteit en middelen van de veiligheidsregio. Deze crises zijn voorbeelden van hoe de wereld om ons heen verandert. Ontwikkelingen in de samenleving als klimaatverandering, verdichting, digitale afhankelijkheid,

hyperconnectiviteit, energietransitie, vergrijzing en polarisatie leiden tot nieuwe en complexere De beschikbare capaciteit en middelen voor deze nieuwe opgaven zijn echter beperkt. Het heeft ons geleerd dat dit vraagt om een wendbare organisatie en het voortdurend maken van keuzes ten aanzien van de inzet van beschikbare capaciteiten. De ingewikkeldheden van deze nieuwe tijd hebben een belangrijke plaats gehad bij het opstellen van het nieuwe Regionaal Beleidsplan 2024-2027 . Sommige ontwikkelingen gaan zo snel, dat we hier nu nog geen pasklaar antwoord op hebben. Het nieuwe beleidsplan heeft daarom het karakter van een beleidsagenda met een aantal opgaven, die voor ons leidend zijn voor de ontwikkeling van ons vakgebied en onze organisatie in de komende jaren. De nieuwe opzet en werkwijze van het beleidsplan gaat helpen bij het aanbrengen van focus en het maken van keuzes. Geen dichtgetimmerd en overambitieus plan voor vier jaar, maar het benoemen van opgaven. Vervolgens werken we in de jaarplannen uit waarop wordt ingezet en wat we willen bereiken. Hiermee blijft de veiligheidsregio wendbaar en kan snel ingespeeld worden op nieuwe ontwikkelingen en veranderende omstandigheden in de samenleving. Bovendien kunnen we hierdoor gerichte keuzes maken over het inzetten van de beperkt beschikbare middelen en (ontwikkel)capaciteiten.

Naast de dagelijkse werkzaamheden ziet de veiligheidsregio twaalf opgaven voor de komende jaren. Deze opgaven geven richting aan de ontwikkeling van de veiligheidsregio: 1. Wij hebben positie in het Omgevingsrecht 2. Wij werken risicogericht 3. Wij zetten ons in voor de zelfredzaamheid van inwoners 4. Wij hebben tactieken en technieken die passen bij de nieuwe uitdagingen 5. Wij hebben va 6. Wij zijn en blijven paraat 7. Wij hebben een moderne crisisorganisatie 8. Wij kennen onze partners 9. Wij beschikken over een goede en veilige informatievoorziening 10. Wij nemen onze maatschappelijke verantwoordelijkheid 11. 12. Wij zijn wendbaar egionaal Beleidsplan door de burgemeesters besproken met alle gemeenteraden. Bijgaand treft u een overzicht van alle reacties die wij hebben ontvangen en de wijze waarop deze zijn verwerkt (zie bijlage 2). Veel gemeenten onderschrijven de keuze om in deze snel veranderende tijden het beleidsplan het karakter van een beleidsagenda te geven. De noodzaak om inzicht te krijgen in de jaarplannen is daarmee ook groter geworden. Tevens is door een aantal gemeenten gewezen op de veranderende financiële situatie vanaf 2026, waaraan de oproep is gekoppeld tijdig maar ook terughoudend te zijn met voorstellen waarvoor aanvullende financiële middelen noodzakelijk zijn.

Het vaststellen van het jaarplan en de bespreking van de tussentijdse rapportages zijn daarmee meer dan ooit belangrijke momenten voor bestuur en directie. Ze geven richting aan de ontwikkeling van de veiligheidsregio en de realisatie hiervan. In de kadernota, programmabegroting en jaarstukken in de beleidsplanperiode zullen de gemeenteraden geïnformeerd worden over deze ontwikkeling en realisatie. Op verzoek van de gemeenteraden geven wij in de komende concept-programmabegroting twaalf beleidsplan2

hopen wij een nadere onderbouwing te geven van de keuzes die wij voornemens zijn te maken voor het jaarplan 2025. Deze voorgenomen keuzes worden, via de concept-programmabegroting, voor zienswijzen voorgelegd aan de gemeenteraden. Hierbij moet wel de kanttekening worden gemaakt dat deze selectie al is opgesteld in maart 2024. De definitieve selectie zal worden gemaakt in het jaarplan 2025, dat aan het bestuur zal worden voorgelegd in december a.s. Jaarplan 2024 De eerste stap begint vandaag (zie bijlage 3) is een eerste uitwerking van de twaalf opgaven zoals opgenomen in het Regionaal Beleidsplan. Het jaarplan gaat vooral in op de ontwikkelopgaven van VRHM. Dit betreft een deel van het werk van de veiligheidsregio. Het reguliere werk, wat dagelijks wordt verricht, heeft hierdoor een kleinere plek in het jaarplan. Het jaarplan bestaat uit 27 activiteiten die in 2024 worden opgepakt ter realisatie van de ontwikkelopgaven uit het beleidsplan. Dit eerste hiervan is dat binnen opgave 4 van het beleidsplan (Wij hebben tactieken en technieken die passen bij de nieuwe uitdagingen) dit jaar gekeken wordt naar duin-, bos- en natuurbranden en de veranderende tactieken en technieken die hierbij aan de orde zijn in tijden van langdurige droogte.

De resultaten van deze verkenningen zullen worden geagendeerd in de bestuursvergaderingen van de veiligheidsregio en kunnen resulteren in behoefte aan extra middelen. Voor de uitwerking van de opgaven in het beleidsplan zijn op voorhand dus geen extra financiële middelen ter beschikking gesteld. Indien extra financiële middelen onvermijdelijk zijn zullen voorstellen daartoe worden meegenomen in de reguliere begrotingscyclus (kadernota 2026 en programmabegroting 2026 2029). Het bestuur zal in haar afweging steeds ook de financiële positie van gemeenten laten meewegen. Kadernota 2025 In de Kadernota 2025 (zie bijlage 4) zijn de algemene beleidsmatige- en financiële kaders voor 2025 vastgelegd. Het beleidskader voor 2025 wordt gevormd door het vastgestelde beleidsplan. Het financiële kader voor 2025 wordt gevormd door de Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen Hollands-Midden voor de meerjarenbegrotingen 2025-2028, opgesteld door de werkgroep Financiële kaderstelling. Naast de reguliere indexering van de begroting zijn geen andere voorstellen voor budgetuitbreiding in de Kadernota 2025 opgenomen. Wel vragen wij in de kadernota aandacht voor een aantal belangrijke ontwikkelingen, die mogelijk op (korte) termijn tot een nader bestuurlijk voorstel met financiële impact kunnen leiden.

Het gaat dan om voorstellen met betrekking tot de beperkte (beleids)ontwikkelcapaciteit, de bedrijfsvoering, de vakbekwaamheid van onze brandweermensen en de huisvesting van onze brandweerkazernes. Conform afspraak zullen we deze voorstellen eerst tijdig voorleggen aan het bestuur en, na besluitvorming, inbrengen in het reguliere begrotingsproces (zienswijze gemeenteraden). De (ontwerp-)programmabegroting 2025 wordt geagendeerd in het Dagelijks Bestuur van 25 april en, na de zienswijzeprocedure, vastgesteld in het Algemeen Bestuur van 12 september 2024. In de (ontwerpgepresenteerd. De concrete uitwerking hiervan vindt daarna plaats via het jaarplan 2025. In de zienswijze op de (ontwerp-)programmabegroting wordt u in de gelegenheid gesteld om te reageren op de door ons gepresenteerde kaders voor het jaarplan 2025.

3

Tot slot De VRHM staat voor grote, nieuwe opgaven in de komende jaren. Deze opgaven zijn verwoord in het nieuwe meerjaren beleidsplan. Via de programmabegroting, de jaarplannen en de jaarstukken zullen wij u actief op de hoogte houden van de realisatie van onze opgaven en de hiervoor benodigde middelen. Wij realiseren ons dat de gemeentelijke financiën onder druk staan en u mag erop vertrouwen dat wij zorgvuldig omgaan met de middelen die ter beschikking staan voor onze taakuitoefening. In de achterliggende jaren heeft de veiligheidsregio bewezen een onmisbare motor te zijn om als verlengd en lokaal openbaar bestuur invulling te kunnen geven aan de gemeentelijke verantwoordelijkheden voor brandweerzorg en crisisbeheersing. Samen met u hopen wij ook de grote, nieuwe opgaven het hoofd te kunnen bieden.

Wij hopen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

Met vriendelijke groet, Namens het Algemeen Bestuur van Veiligheidsregio Hollands Midden

Ing. J.J. Zuidijk secretaris

P.A.C.M. van der Velden voorzitter

Bijlagen: 1. Regionaal Beleidsplan 2024-2027 2. Beantwoording reacties op het Regionaal Beleidsplan 3. Jaarplan 2024 4. Kadernota 2025

4

Focus op veiligheid, vandaag én morgen

Regionaal Beleidsplan 2024 - 2027

Wij zijn VRHM 1.1 Inleiding

1.2 VRHM in het kort

De veiligheid van onze inwoners en de continuïteit van de samenleving, dit zien en voelen wij als onze taak. Wij adviseren over mogelijke risico’s, om te voorkomen dat onveilige situaties kunnen ontstaan en dragen bij aan een weerbare samenleving. Wij schieten te hulp als dan toch een onveilige situatie ontstaat of dreigt te ontstaan en helpen daarmee mens en dier in nood. Daar bereiden wij ons op voor, zodat wij zijn toegerust voor de belangrijke taak die wij vervullen.

Veiligheidsregio Hollands Midden (VRHM) is opgericht in 2011. Als (verplichte) gemeenschappelijke regeling (op grond van de Wet veiligheidsregio’s) voeren wij voor onze 18 gemeenten de taken uit op het gebied van risicobeheersing, brandweerzorg, crisisbeheersing, GHOR, meldkamer en de coördinatie van de gemeentelijke bevolkingszorg.

De wereld om ons heen verandert snel. Ontwikkelingen in de samenleving als klimaatverandering, verdichting, digitale afhankelijkheid, hyperconnectiviteit, energietransitie, vergrijzing en polarisatie leiden tot nieuwe en complexere risico’s voor de veiligheid van onze inwoners. Wat deze nieuwe tijd betekent voor ons werk in de komende jaren is opgenomen in dit nieuwe Regionaal Beleidsplan 20242027. Sommige ontwikkelingen gaan zo snel, dat we hier nu nog geen pasklaar antwoord op hebben. Dit nieuwe beleidsplan heeft daarom het karakter van een beleidsagenda met een aantal opgaven, die voor ons leidend zijn voor de ontwikkeling van ons vakgebied en onze organisatie in de komende jaren.

Dit werk kunnen wij uitvoeren dankzij de professionele inzet van 1.440 medewerkers: 295 kantoormedewerkers, 145 beroeps brandweerlieden en 1.000 brandweervrijwilligers. Onze taken voeren wij uit vanuit het regionaal crisiscentrum en hoofdkantoor in Leiden, de meldkamer in Den Haag en een fijnmazig netwerk van 45 brandweerkazernes verspreid over de gemeenten. Hierdoor kunnen wij snel te hulp schieten en zijn wij ingebed in de lokale gemeenschappen in onze regio.

Regionaal Beleidsplan

1

Bij het vervullen van onze opgaven werken wij, als netwerkorganisatie, samen met veel (crisis-)partners – vanuit ieders kennis, kunde en verantwoordelijkheid – aan de veiligheid van onze inwoners.

2

Dit Regionaal Beleidsplan is het vierde beleidsplan sinds de oprichting van VRHM in 2011. Het opstellen van een beleidsplan is een wettelijke verplichting (artikel 14 Wet veiligheidsregio’s; zie ook bijlage 1 voor wettelijke bepalingen). De achtereenvolgende beleidsplannen laten een duidelijke ontwikkeling zien van de veiligheidsregio sinds 2011: van een geregionaliseerde brandweerorganisatie naar een moderne hulpverlenings- en crisisorganisatie. Een organisatie die er niet alleen is voor de veiligheid van haar inwoners, maar ook een onmisbare motor is gebleken voor het openbaar bestuur om invulling te kunnen geven aan hun crisisverantwoordelijkheden tijdens bijvoorbeeld de langdurige corona-, Oekraïne- en migratiecrises. In het vorige Regionaal Beleidsplan 2020-2023 waren deze nieuwe, ongekende crisestypen overigens niet opgenomen. De grote, langdurige inzet van VRHM bij deze crises heeft echter wel gevolgen gehad voor de uitvoering van het beleidsplan in de afgelopen periode. Het heeft aangetoond dat we beperkte capaciteit hebben voor onze (toekomstige) opgaven en dat focus noodzakelijk is. Tegelijkertijd hebben we laten zien dat de combinatie binnen één organisatie van de regelkracht van de brandweer en de organisatiekracht van de crisisbeheersing, een duidelijke meerwaarde heeft.

De lessen die we hieruit hebben kunnen trekken zijn meegenomen bij het opstellen van dit nieuwe beleidsplan.

Deze ontwikkeling van VRHM staat niet op zich zelf. Samen met de andere 24 veiligheidsregio’s en het Rijk wordt uitvoering gegeven aan de landelijke Contourennota Versterking Crisisbeheersing en Brandweerzorg1, de uitwerkingen van de landelijke toekomstverkenningen voor brandweer en crisisbeheersing en de uitkomsten van het landelijke project Uniform Kwaliteitsniveau Bevolkingszorg. Vanaf de begroting 2024 hebben de gemeenten structureel extra financiële middelen aan ons toegekend. Het ging hierbij om het materialiseren van al eerder genomen besluiten en kosten als gevolg van nieuwe of gewijzigde regelgeving. Voor de uitwerking van onze opgaven in dit beleidsplan zijn, op voorhand, geen extra financiële middelen ter beschikking gesteld.

1 De Contourennota Versterking Crisisbeheersing en Brandweerzorg (ministerie van Justitie en Veiligheid, 6 december 2022) schetst hoe de organisatiestructuur en samenwerking van betrokken partijen bij interregionale, nationale en internationale risico’s en crises worden vernieuwd. Tevens gaat deze in op de veranderingen in de brandweerzorg. Het doel is om, met behoud van de goede, zo spoedig mogelijk te komen tot een toekomstbestendig, samenhangend stelsel voor crisisbeheersing en brandweerzorg. De nota is gebaseerd op de lessen uit recente incidenten, rampen en crises. Ook de evaluatie van de Wet veiligheidsregio’s is hierin meegenomen. De nota en de verdere uitwerking worden geborgd in de wijziging van de Wet veiligheidsregio’s. Zie ook: https://www.nctv.nl/documenten/publicaties/2022/12/06/contourennota-versterking-crisisbeheersing-en-brandweerzorg

Regionaal Beleidsplan

1.3 Ontwikkeling VRHM

3

In aanloop naar dit beleidsplan zijn verschillende bestuurlijke discussies gevoerd over de financiering hiervan. De oorspronkelijke financieringsafspraak om op basis van het beleidsplan een vierjarig budgetplafond af te spreken, is komen te vervallen. Gelet op de veranderende samenleving en de gevolgen hiervan voor onze taakuitvoering, is het niet mogelijk en ook niet redelijk om uitgewerkte voorstellen over een periode van vier jaar op te stellen. Dit betekent dat voor de uitvoering van dit beleidsplan, binnen de reguliere begrotingscyclus, uitgewerkte voorstellen worden voorgelegd aan het bestuur. Het bestuur zal bij zijn afweging steeds ook de financiële positie van gemeenten laten meewegen. Voor de nieuwe bestuurlijke financieringsafspraken wordt verwezen naar de bijlagen. In de komende jaren zal ook de Wet veiligheidsregio’s worden aangepast. De evaluatie van de Wet veiligheidsregio’s in 2021 en de lessen uit de recente crises worden hierin meegenomen. Bovenstaande ontwikkelingen betekenen dat het nieuwe beleidsplan geen dichtgetimmerd plan voor de komende vier jaar kan zijn. Dit beleidsplan is een beleidsagenda, op basis waarvan we gericht verder kunnen ontwikkelen. Dat doen we met focus, stap voor stap. Hiermee kunnen we ook de beschikbare capaciteit en middelen beter inzetten.

Ons werk begint met het in beeld hebben en duiding kunnen geven aan de risico’s. Het Regionaal Risicoprofiel 2022-2026 geeft inzicht in de veelheid en verscheidenheid aan risico’s in onze regio. Deze laten zich in een vierjaarlijkse cyclus moeilijk exact vastleggen. Dat geldt ook voor de risicobeleving. De wereld om ons heen is immers continu in beweging. Risico’s die vandaag actueel zijn, kunnen op korte termijn overschaduwd worden door nieuwe risico’s. Ook de risicobeleving is steeds aan verandering onderhevig. Dit dwingt ons om elke keer onderbouwde keuzes te maken. We kunnen simpelweg niet alle risico’s beheersen. Ook hierop is focus nodig.

Vanuit het risicoprofiel is een aantal relevante aanbevelingen opgenomen voor het beleidsplan: investeer in een veerkrachtige en adaptieve risico- en crisisbeheersingsorganisatie; een crisisorganisatie die anticipeert op veranderingen en variabiliteit; investeer in het uitdiepen van de aanjagers (hyperconnectiviteit, digitale afhankelijkheid, klimaatverandering, energietransitie, vergrijzing en langer zelfstandig blijven wonen, verdichting, polarisatie en radicalisering), hun onderlinge beïnvloeding en hun effect op risico’s; ontwikkel een dynamisch risicobeeld voor operationele en tactische doeleinden; breid het gebruik van data uit om zo risico’s beter te kunnen onderbouwen, duiden en op toekomstige trends te kunnen anticiperen; verstevig de positie van VRHM als netwerkorganisatie.

•

Regionaal Beleidsplan

1.4 R  egionaal Risicoprofiel VRHM 2022-2026

• • • •

De uitwerking van deze aanbevelingen maakt onderdeel uit van de opgaven in het volgende hoofdstuk.

4

Onze opgaven, vandaag én morgen

2.1 Inleiding De samenleving krijgt steeds meer te maken met nieuwe en soms onvoorspelbare ontwikkelingen, die ingrijpen op het leven van alledag. Soms gewenst, soms ongewenst. De continuïteit van de samenleving en het huidige veiligheidsniveau voor mens en dier staan onder druk. Uit onder meer het Regionaal Risicoprofiel blijkt dat bestaande risico’s toenemen en dat er nieuwe risico’s voor de samenleving bij komen. Ontwikkelingen in de samenleving als klimaatverandering, verdichting, digitale afhankelijkheid, hyperconnectiviteit, energietransitie, vergrijzing en polarisatie - zogenoemde aanjagers - versterken de complexiteit en gevolgen van de reeds bestaande risico’s voor de veiligheid van onze inwoners.

Onze organisatie staat midden in de samenleving. Ook op andere thema’s is de samenleving in ontwikkeling: duurzaamheid, sociale veiligheid, gezondheid, diversiteit, gelijkwaardigheid en inclusie. Als veiligheidsregio nemen wij hierin onze maatschappelijke verantwoordelijkheid.

Deze ontwikkelingen hebben gevolgen voor ons werk. Dit geldt zowel voor onze advisering op het voorkomen van incidenten en crises, als voor onze bestrijding ervan. Het legt een grote druk op onze organisatie, naast het dagelijkse werk.

Wij staan voor grote opgaven, vandaag én morgen. In zowel ons dagelijks werk als in toekomstige uitdagingen. Dit vraagt om focus, elke dag weer. Door de wijze waarop we dit beleidsplan opstellen en hoe we hieraan uitvoering geven, werken wij hieraan.

Niet alleen inhoudelijk verandert ons werk, maar ook wordt door de toenemende complexiteit en de betrokkenheid van vele partijen - het multidisciplinaire perspectief van de veiligheidsregio steeds belangrijker. De veiligheidsregio krijgt meer en meer een verbindende rol bij de coördinatie op de voorbereiding en uitvoering van crisisbeheersing en rampenbestrijding. Daarnaast hebben wijzigingen in wet- en regelgeving en landelijke kaders, zoals het nieuwe omgevingsrecht, de te wijzigen Wet veiligheidsregio’s en de Contourennota Versterking Crisisbeheersing en Brandweerzorg, impact op ons werk en de ontwikkeling daarvan.

Om ons werk goed te kunnen blijven doen, hebben we een stevige en wendbare organisatie nodig. Een organisatie die in staat is om op meerdere borden te schaken en continue te schakelen. Het gaat niet om het veranderen om te veranderen, maar om het anticiperen op ontwikkelingen en het verbeteren van onze organisatie.

Regionaal Beleidsplan

2

5

2.3 Onze opgaven, ook voor morgen

VRHM is een uitvoeringsorganisatie. Onze capaciteit en middelen worden met name ingezet voor de reguliere advisering over en toezicht op veiligheid (2.300 preventie-adviezen, 600 evenementen-adviezen en 1.000 controles per jaar), de paraatheid (9.000 uitrukken, 25.000 telefoontjes meldkamer, 15 multicrisisinzetten per jaar), de vakbekwaamheid (250 opleidingen, 5.000 oefen- en bijscholingsmomenten per jaar) en het onderhoud (45 kazernes en 110 voertuigen) en de bijbehorende bedrijfsvoering. In ons dagelijks werk vinden continu aanpassingen en verbeteringen plaats. Over onze prestaties rapporteren wij regelmatig aan het bestuur.

Naast ons dagelijks werk, focussen wij ons op 12 opgaven. Deze opgaven zijn onze respons op de inhoudelijke en organisatorische ontwikkelingen (zie paragraaf 2.1) die wij zien voor onze taakuitvoering en organisatie. Op deze opgaven focussen wij en zetten wij extra concrete stappen; in het belang van de veiligheid van onze inwoners en de continuïteit van de samenleving.

Het dagelijks werk vraagt dus veel van onze capaciteit en middelen. De beschikbare capaciteit en middelen voor nieuwe opgaven zijn daarmee beperkt. Dit vraagt om focus en keuzes maken. De nieuwe opzet en werkwijze van het beleidsplan gaat ons hierbij helpen. Geen dichtgetimmerd en overambitieus plan voor vier jaar, maar het benoemen van de opgaven (beleidsagenda) en stap voor stap bekijken waar we op inzetten en wat we willen bereiken (jaarplan). Hiermee blijven we ook wendbaar en kunnen we snel inspelen op nieuwe ontwikkelingen en veranderende omstandigheden. Een aanpak passend bij de nieuwe tijd.

3. Wij zetten ons in voor de zelfredzaamheid van inwoners

Onze opgaven 1. Wij hebben positie in het Omgevingsrecht 2. Wij werken risicogericht

4. Wij hebben tactieken en technieken die passen bij de nieuwe uitdagingen

Regionaal Beleidsplan

2.2 Ons dagelijks werk, voor vandaag

5. Wij hebben vakbekwame brandweercollega’s 6. Wij zijn en blijven paraat 7. Wij hebben een moderne crisisorganisatie 8. Wij kennen onze partners 9. Wij beschikken over een goede en veilige informatievoorziening 10. Wij nemen onze maatschappelijke verantwoordelijkheid 11. Wij investeren in onze collega’s 12. Wij zijn wendbaar

6

Op 1 januari 2024 treedt het nieuwe Omgevingsrecht in werking. Onze huidige wijze van (gevraagd en ongevraagd) adviseren van het bevoegd gezag verandert hierdoor. Onze advisering zal minder regelgericht zijn en onze rol minder formeel geborgd. Hierop moeten wij voorbereid zijn en onze ontwikkeling op aansluiten. Voor alle betrokken partijen is het een verandertraject. Onze deskundigheid moet tijdig betrokken worden bij het opstellen van omgevingsvisies en -plannen. Alleen dan kunnen (nieuwe) risico’s zorgvuldig afgewogen worden en kunnen maatregelen genomen worden, in het belang van een gezonde en veilige leefomgeving voor onze inwoners.

1

Wij hebben positie in het Omgevingsrecht

7

De risico’s voor een gezonde en veilige leefomgeving veranderen snel door nieuwe risico’s en de effecten van aanjagers. Onze (beperkte) capaciteit moet daar ingezet worden waar de risico’s voor de verstoring van een gezonde en veilige leefomgeving voor mens en dier het grootst zijn. Hiermee kan veel veiligheidswinst behaald worden. Het in beeld hebben en beoordelen van risico’s, samen met onze partners, is daarmee een belangrijk uitgangspunt om risicogericht te kunnen adviseren en toezicht houden. Het is bovendien het startpunt van het cyclisch proces van onze taakuitvoering. Op deze wijze kunnen wij de ondergrens van de (fysieke) veiligheid bewaken, en daarmee ook die van ons operationeel optreden.

2

Wij werken risicogericht 8

De meeste inwoners zijn zelfredzaam en veerkrachtig. Wij stimuleren hun veiligheidsbewustzijn met betrouwbare informatie over (nieuwe) risico’s en bieden hen handelingsperspectieven. Zowel preventief als tijdens een incident of crisis. Een groeiende groep inwoners (o.a. door vergrijzing, langer thuis wonen, digitalisering) is echter niet of minder zelfredzaam. Zij verdienen extra aandacht met een meer gerichtere benadering. Hierbij benutten wij de kracht van de samenleving. Veel inwoners zijn maatschappelijk betrokken en willen zich nuttig maken bij een incident of crisis.

3

Wij zetten ons in voor de zelfredzaamheid van inwoners

9

Nieuwe ontwikkelingen, zoals energietransitie, verdichting, klimaatverandering, leiden tot nieuwe incidenttypen voor de brandweer. Denk aan brand in een mobiele energieopslag, hoogbouw, natuurgebieden. Wij moeten beschikken over de operationele voorbereiding (tactiek) en het materiaal/materieel (techniek) passend bij deze nieuwe uitdagingen. Het uitgangspunt blijft wel dat repressief optreden het uiteindelijke restrisico afdekt, nadat andere (risicobeheersings)maatregelen door daarvoor verantwoordelijke partijen zijn uitgevoerd.

4

Wij hebben tactieken en technieken die passen bij de nieuwe uitdagingen 10

De vakbekwaamheid van onze brandweercollega’s staat onder druk. Kortere dienstverbanden en minder (grote) inzetten leiden tot minder ervaring. Hierdoor staat de vakbekwaamheid van onze brandweercollega’s onder druk. De brandweer verandert van een ervaringsgerichte naar een kennisgerichte organisatie. In het recente belevingsonderzoek onder onze collega’s komt deze zorg dan ook nadrukkelijk naar voren. Aanvullend daarop leiden nieuwe incidenttypen (zie hierboven) noodzaken tot aanvullende vakbekwaamheidseisen. Gelet op de aard van het werk van onze brandweercollega’s voelen wij hiervoor een grote werkgeversverantwoordelijkheid.

5

Wij hebben vakbekwame brandweercollega’s

11

6

Wij gaan als de brandweer, maar dat kan alleen maar als we voldoende brandweercollega’s hebben. Door maatschappelijke ontwikkelingen en regelgeving (2e loopbaan beleid) is het vinden, binden en boeien van brandweercollega’s, zowel vrijwillig als beroeps, een steeds grotere uitdaging. Hoewel wij hier op inzetten (inclusief nieuwe doelgroepen), kijken wij ook naar andere manieren om onze paraatheid, en daarmee snelle hulpverlening aan onze inwoners, overeind te houden.

Wij zijn en blijven paraat 12

De samenleving, en dus ook wij als veiligheidsregio, krijgt steeds vaker maken met andere, nieuwe en ongekende crisistypen. Voorbeelden hiervan zijn de corona-, Oekraïne- en migratiecrises. Deze crisistypen kenmerken zich door hun complexiteit, langdurigheid en bovenregionale/landelijke omvang. Onze huidige crisisorganisatie is hiervoor, van oudsher, te veel gericht op de meer klassieke crises (kortdurend en lokaal/regionaal). De voorbereiding en beheersing van deze nieuwe crisistypen stelt andere eisen aan de inrichting, werking, competenties en vakbekwaamheid van onze crisisorganisatie en de samenwerking hierbinnen met (nieuwe) partners.

7

Wij hebben een moderne crisisorganisatie

13

Wij zijn een netwerkorganisatie. Voor een goede uitvoering van onze taken kunnen wij rekenen op onze partners. Soms omdat zij specifieke taken en bevoegdheden hebben. Soms omdat zij specifieke kwaliteiten en kennis hebben. Het is daarom belangrijk om onze partners te kennen en afspraken te maken over de samenwerking, de rolverdeling, de informatiedeling en -veiligheid, het samen oefenen (regionaal partnerprofiel). Wij werken al veel samen met onze partners, maar bij nieuwe risico’s, incident- en crisistypen horen ook nieuwe partners. Die nemen we op in ons netwerk en we maken met hen goede afspraken.

8

Wij kennen onze partners 14

Het op tijd beschikbaar hebben van elkaars informatie over actuele risico’s en veiligheidsbeeld, is onmisbaar voor de (mono- en multidisciplinaire) operationele voorbereiding, de monitoring en de besluitvorming tijdens een incident of (dreigende) crisis. Zowel met de partners in onze veiligheidsregio, als tussen de veiligheidsregio’s en het Rijk. Accurate en consistente informatie en de bijbehorende informatievoorziening zijn dus meer en meer een belangrijke steunpilaar in onze taakuitvoering. Dit belang en de toenemende afhankelijkheid hiervan voor onze taakuitvoering, stellen bovendien hogere eisen aan de informatieveiligheid van onze informatievoorziening.

9

Wij beschikken over een goede en veilige informatievoorziening

15

De samenleving is in ontwikkeling op de thema’s duurzaamheid, sociale veiligheid, gezondheid, diversiteit, gelijkwaardigheid en inclusie, en verandert hier door. Wij staan midden in deze veranderende samenleving. En dus betekent dit ook iets voor onze organisatie, collega’s en toekomstig talent. Wij zetten daarom in op een duurzame, veilige en gezonde organisatie waarin iedereen zich welkom en thuis voelt.

10

Wij nemen onze maatschappelijke verantwoordelijkheid 16

Wij vragen veel van onze collega’s, zowel in hun dagelijkse werk als bij hun inzet op onze opgaven. Welke functie ze ook vervullen in onze organisatie, we hebben hun talent hard nodig. Daarom investeren we in hun ontwikkeling, hun leiderschap en hun medewerkerschap.

11

Wij investeren in onze collega’s

17

Genoemde opgaven vragen, naast het vele dagelijkse werk, veel van onze organisatie. We kunnen hier alleen invulling aan geven als onze bedrijfsvoering, werkwijzen en organisatiestructuur hierbij faciliteren, zodat we inzicht hebben in zowel proces als resultaat. Het vraagt om keuzes maken, verbeteren en kunnen veranderen. De opzet van dit beleidsplan en de wijze waarop we hier uitvoering aan geven helpt hierbij. Hoe we dit doen beschrijven we hierna.

12

Wij zijn wendbaar 18

Onze werkwijze

Jaarplan

Bestuur en gemeenteraden

Dit nieuwe regionale beleidsplan 2024-2027 is een beleidsagenda. Naast het dagelijks werk zijn 12 opgaven benoemd. Deze opgaven worden jaarlijks uitgewerkt in een jaarplan. In het jaarplan worden de concrete activiteiten bepaald die gaan bijdragen aan de invulling en realisatie van de opgaven. Op deze wijze kunnen wij betere, integrale keuzes maken over de inzet van de beperkte ontwikkelcapaciteit en -middelen. Dit vergroot het realisatievermogen van onze organisatie. Tevens gaat het jaarplan in op de prestaties en verbeteracties van de dagelijkse werkzaamheden. Dit doet recht aan de grote inzet van capaciteit en middelen hierop.

Het vaststellen van het jaarplan en de bespreking van de tussentijdse rapportages zijn belangrijke momenten voor bestuur en directie. Ze geven richting aan de ontwikkeling van de veiligheidsregio en de realisatie hiervan. In de kadernota, programmabegroting en jaarstukken worden de gemeenteraden ook geïnformeerd over deze ontwikkeling en realisatie. In de concept-begroting worden de eerste kiemen van het nieuwe jaarplan gepresenteerd. In hun zienswijze op de concept-begroting worden de gemeenteraden in de gelegenheid gesteld om ook te reageren op deze eerste kaders voor het jaarplan van het volgende jaar.

Bij het opstellen van het jaarplan vindt ook een toets plaats van de opgaven uit het beleidsplan. De voortgang van het jaarplan wordt gemonitord en verantwoord in de periodieke rapportages. Met het oog op de snelle veranderingen in de wereld om ons heen willen we er zeker van zijn dat we onze beperkte capaciteit en middelen investeren in de goede dingen. Zo blijven we wendbaar.

Financiën

Regionaal Beleidsplan

3

Voor de versterking van de crisisbeheersing zijn door het Rijk extra financiële middelen toegekend (verhoogde Brede Doeluitkering Rampenbestrijding BDuR) en deze worden voor dit doel ingezet.

19

Bijlagen 2. nieuwe financieringsafspraken VRHM (toevoegen samenvatting besluit AB 14 september 2023)

Regionaal Beleidsplan

1. wettelijke onderdelen regionaal beleidsplan. Hierover heeft al afzonderlijke bestuurlijke besluitvorming plaatsgevonden (o.a. dekkingsplan brandweer, crisisplan, multi OTO-plan, brandweer first responders, evenementenadvisering, oveirge niet-wettelijke adviestaken)

20

Bijlage 1 Bij Regionaal Beleidsplan 2024-2027

Op bovenstaande onderdelen heeft reeds afzonderlijke besluitvorming plaatsgevonden. Hier wordt kortheidshalve naar verwezen.

a. Beschrijving van de beoogde operationele prestaties De crisisorganisatie en de operationele prestaties zijn beschreven in het regionaal crisisplan Veiligheidsregio Hollands Midden (2017). Het crisisplan wordt dit jaar geactualiseerd. b. Uitwerking van de landelijke doelstellingen Tot op heden heeft de minister geen landelijke doelstellingen vastgesteld ten aanzien van de rampenbestrijding en crisisbeheersing. c. Informatieparagraaf De beschrijving van informatievoorziening is vastgelegd in het regionaal crisisplan Veiligheidsregio Hollands Midden (2017). Het crisisplan wordt dit jaar geactualiseerd. Samen met de veiligheidsregio Haaglanden loopt momenteel een onderzoek naar de regionale invulling van het landelijke Knooppunt Coördinatie Regio’s-Rijk (KCR2) en het regionale Veiligheids- Informatie Knooppunt (VIK). Via www.hollandsmiddenveilig.nl heeft de veiligheidsregio een infomatieplatform ingericht voor inwoners. Hierop staat zowel informatie in het kader van risicocommunicatie als informatie en handelingsperspectieven bij crisiscommunicatie.

Regionaal Beleidsplan

De Wet veiligheidsregio’s artikel 14 lid 2 stelt dat het beleidsplan in ieder geval moet bevatten: a. een beschrijving van de beoogde operationele prestaties van de diensten en organisaties van de veiligheidsregio, en van de politie, alsmede van de gemeenten in het kader van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing; b. een uitwerking, met inachtneming van de omstandigheden in de betrokken veiligheidsregio, van door Onze Minister vastgestelde landelijke doelstellingen als bedoeld in artikel 37; c. een informatieparagraaf waarin een beschrijving wordt gegeven van de informatievoorziening binnen en tussen de onder a bedoelde diensten en organisaties; d. een oefenbeleidsplan; e. een beschrijving van de niet-wettelijke adviesfunctie, bedoeld in artikel 10, onder b; f. de voor de brandweer geldende opkomsttijden en een beschrijving van de aanwezigheid van brandweerposten in de gemeenten alsmede de overige voorzieningen en maatregelen, noodzakelijk voor de brandweer om daaraan te voldoen.

d. Oefenbeleidsplan De veiligheidsregio beschikt over een vastgesteld oefenbeleidsplan (beleidsplan OTO 2020-2023)

21

Na inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft de veiligheidsregio de volgende (advies)taken: Participeren in de ontwikkeling van, en adviseren over omgevingsvisies, omgevingsverordeningen, omgevingsplannen, omgevingsprogramma’s, aanvragen om vergunning voor omgevingsplanactiviteiten, projectbesluiten en andere besluiten in het kader van de fysieke leefomgeving. Deelname aan intake/omgevingstafels. Adviseren van het bevoegd gezag Omgevingswet (gemeenten en provincie) over (brand)veiligheidsaspecten bij aanvragen om een omgevingsvergunning voor de (technische) bouwactiviteit, melding brandveilig gebruik (gebruiksmelding) en milieubelastende activiteiten op de (brand)veiligheidsaspecten.

• • •

• Adviseren van het bevoegd gezag Omgevingswet over de • • •

(brand)veiligheidsaspecten die voortvloeien uit de voorschriften van de omgevingsvergunning voor milieubelastende activiteiten (bijvoorbeeld beoordeling UPD’s en brandveiligheidsplannen). Uitvoeren van toezicht op de naleving van (brand)veiligheidsaspecten zoals opgenomen in de omgevingsvergunning voor milieubelastende activiteiten en hoogrisicolaboratoria. Adviseren op- en toetsen van brandbeveiligingsinstallaties, toegangssystemen en brandveiligheidsplannen op de daarvoor geldende normen. Adviseren over aanvragen om een evenementenvergunning.

Voor zover de veiligheidsregio daarvoor niet is aangewezen als wettelijk adviseur op grond van artikel 4.33 Omgevingsbesluit: Adviseren over de routering van gevaarlijke stoffen in het kader van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen. Adviseren over onder andere landelijke richtlijnen, beleidsregels en handreikingen op het gebied van omgevingsveiligheid (bijvoorbeeld Publicatiereeksen Gevaarlijke Stoffen, handhavingsstrategieën). Gevraagd en ongevraagd adviseren met betrekking tot trends en ontwikkelingen die van invloed zijn op het risicoprofiel van de regio. Adviseren over het opslaan van vuurwerk. Adviseren van het bevoegd gezag op het gebied van bluswater, bereikbaarheid en (effectief) operationeel optreden van hulpverleningsdiensten.

Regionaal Beleidsplan

e. Beschrijving van de niet-wettelijk adviesfunctie De adviesfunctie bij omgevingsplannen vloeit voort uit artikel 5.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Op grond van dit artikel moet in een omgevingsplan voor risico’s van branden, rampen en crises als bedoeld in artikel 10, onder a en b, van de Wet veiligheidsregio’s, rekening worden gehouden met het belang van: a. het voorkomen, beperken en bestrijden daarvan; b. de mogelijkheden voor personen om zich daarbij in veiligheid te brengen; en c. de geneeskundige hulpverlening, bedoeld in artikel 1 van de Wet veiligheidsregio’s.

• • • • •

22

Regionaal Beleidsplan

f. De voor de brandweer geldende opkomsttijden en een beschrijving van de aanwezigheid van brandweerposten in de gemeenten alsmede de overige voorzieningen en maatregelen voor de brandweer om daaraan te voldoen De veiligheidsregio beschikt over een vastgesteld dekkingsplan brandweer 2022-2025. Dit dekkingsplan is gebaseerd op de nieuweHandreiking “Landelijke uniforme systematiek voor dekkingsplannen. Op verzoek van de Regionale Ambulance Voorziening (RAV) vervult de brandweer vanuit bepaalde kazernes de rol van brandweer first responders (AED). Dit omdat de brandweer vanuit deze kazernes eerder ter plaatse kan zijn dan de ambulance. Op verzoek van de RAV ondersteunt de brandweer ook bij het veilig en met spoed verplaatsen van patiënten uit gebouwen.

23

Bijlage 2 Bij Regionaal Beleidsplan 2024-2027 Besluit

Bij het vaststellen van de Kadernota 2024 VRHM is discussie gevoerd over de gehanteerde financieringssystematiek van de Veiligheidsregio voor de nieuwe beleidsplanperiode 2024-2027. Het bestuur heeft verzocht om een heroverweging van de bestaande bestuurlijke afspraken.

Het Algemeen Bestuur besluit onderstaande uitgangspunten betreffende het kostenniveau en de financieringssystematiek van de gemeentelijke bijdragen voor de VRHM vast te stellen (vanaf begroting 2025): A. Vast te houden aan het principe om de huidige verdeelsleutel, gebaseerd op het relatief aandeel in de som van de middelen voor Crisisbeheersing en Brandweer die gemeenten via het gemeentefonds ontvangen, te blijven gebruiken voor de verdeling van de gemeentelijke bijdragen van de programmataak Brandweer en Crisisbeheersing. B. Aanpassingen in de relatieve bijdrage van elke gemeente worden jaarlijks toegepast, gebaseerd op de Septembercirculaire gemeentefonds T-2 (en niet meer eenmaal in de vierjaar, gelijk de beleidsplanperiode). C. Het relatief gemeentelijk aandeel wordt na herijking/groot onderhoud of nieuwe verdeling van het gemeentefonds aangepast bij de vaststelling van een (nieuwe) Programmabegroting (en niet meer bij het begin van een nieuwe beleidsplanperiode). D. Het benodigd budget voor de VRHM wordt jaarlijks gebaseerd op de wettelijke eisen die aan de taakuitvoering van de Veiligheidsregio worden gesteld, in overeenstemming met het ambitieniveau van het bestuur (en niet meer – als maximum - op de som van de middelen voor Crisisbeheersing en Brandweer die gemeenten via het gemeentefonds ontvangen).

In de vergadering van het Algemeen Bestuur van 29 juni 2023 is hierover een meningsvormende discussie gevoerd. Dit heeft geleid tot onderstaand besluit van het Algemeen Bestuur. Onderwerp:

Kostenniveau en financie- Opgesteld Concernstaf ringssystematiek gemeen- door: telijke bijdragen VRHM (vanaf begroting 2025)

Voorstel t.b.v. Algemeen Bestuur vergadering:

Datum

Agendapunt:

11.

Bijlage(n): --

Portefeuille:

C.L. Visser (DB) H. Zuidijk (VD)

Status:

Besluitvormend

Datum:

-

Vervolgtraject besluitvorming:

14 september 2023

Regionaal Beleidsplan

Samenvatting voorstel

24

De huidige bestuurlijke afspraken over de financiering van de Veiligheidsregio dateren uit 2009 (t.b.v. de regionalisering van de brandweer per 2011). Deze afspraken zijn in 2016 geëvalueerd en herbevestigd. Bij het vaststellen van de Kadernota 2024 VRHM is discussie gevoerd over de gehanteerde financieringssystematiek voor de nieuwe beleidsplanperiode 2024-2027, waarbij de ontwerp-programmabegroting VRHM 2024 nog is opgesteld conform de bestuurlijke afspraken uit 2016. Het bestuur heeft verzocht om een heroverweging te maken van de huidige bestuurlijke financieringsafspraken. Het gaat hierbij om de volgende onderdelen: 1. Onderlinge verdeling gemeentelijke bijdragen (verdeelsleutel tussen gemeenten) De huidige verdeelsleutel is gebaseerd op de Cebeon-norm: het relatief aandeel in de som van de middelen voor brandweerzorg en rampenbestrijding die gemeenten via het gemeentefonds ontvangen.

Regionaal Beleidsplan

Toelichting op het besluit E. De som van de middelen die gemeenten ontvangen uit het gemeentefonds voor het clusteronderdeel Crisisbeheersing en Brandweer, gecorrigeerd met 5,6% ten behoeve van de gemeentelijke crisisorganisatie, wordt gebruikt als een referentie om het gebudgetteerd kostenniveau mee te vergelijken. F. Aanpassingen in het absoluut budgetniveau van de VRHM en gemeentelijke bijdragen worden jaarlijks toegepast bij de vaststelling van een (nieuwe) Programmabegroting (en niet meer eenmaal in de vierjaar, gelijk de beleidsplanperiode). G. De jaarlijkse indexering is van toepassing conform de methodiek Werkgroep financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen; H. Verdeling van een autonome stijging voor de programmataak Brandweer en Crisisbeheersing vindt plaats op basis van het relatieve aandeel in de Septembercirculaire gemeentefonds T-2. I. Verdeling van een autonome stijging voor de programmataken Meldkamer Brandweer Hollands Midden en Bevolkingszorg vindt plaats op basis van het aantal inwoners per 1 januari T-2 (laatst bekende CBS-statistieken).

2. Herverdeeleffecten bij wijzigingen gemeentefonds (herijking/groot onderhoud, nieuwe verdeling) De huidige afspraak is om wijzigingen in het gemeentefonds (na herijking/groot onderhoud), en daarmee in de Cebeonnorm, eenmaal in de vier jaar (gelijk de beleidsplanperiode) toe te passen. Dit kan dan leiden tot forse herverdeeleffecten tussen gemeenten.

25

4. Meerjarig vastgesteld budget (gedurende een (nieuwe) beleidsplanperiode) De huidige afspraak is dat het kostenniveau van de Veiligheidsregio voor een periode van vier jaar wordt vastgesteld (aan het begin van de nieuwe beleidsplanperiode). Dit geeft financiële stabiliteit voor zowel de Veiligheidsregio als de gemeenten. De onvoorspelbaarheid die met een herijking, groot onderhoud of een nieuwe verdeling van het Gemeentefonds gepaard gaat, maakt het opstellen van een gemeentebegroting voor de bijdrage aan de VRHM bijzonder lastig. De huidige financieringssystematiek wordt als complex en weinig transparant ervaren. In de vergadering van het Algemeen Bestuur van 29 juni 2023 is hierover een meningsvormende discussie gevoerd. Dit heeft geleid tot onderstaand voorstel van het Dagelijks Bestuur. Met dit voorstel verwacht het Dagelijks Bestuur dat de aangepaste systematiek zorgt voor meer stabiliteit en duidelijkheid voor gemeenten.

1. Onderlinge verdeling gemeentelijke bijdragen (verdeelsleutel tussen gemeenten). A. Vast te houden aan het principe om de huidige verdeelsleutel, gebaseerd op het relatief aandeel in de som van de middelen voor Crisisbeheersing en Brandweer die gemeenten via het gemeentefonds ontvangen, te blijven gebruiken voor de verdeling van de gemeentelijke bijdragen. - Deze verdeelsleutel is gebaseerd op maatstaven met kenmerken van de fysieke omgeving: lokale centrumfunctie, woonruimten, omgevings-adressendichtheid, kernen > 500 adressen en bedrijfsvestigingen. Deze duiden op verschillen in (fysieke) risicosituaties en dus op verschillen in noodzakelijke uitgaven. Op basis van de scores op deze maatstaven ontvangen gemeenten (meer of minder) middelen uit het gemeentefonds voor het clusteronderdeel Crisisbeheersing en Brandweer. Er wordt dus een relatie gelegd met het risicoprofiel van gemeenten, de daarbij behorende kosten en verdeling van het geld in het gemeentefonds dat aansluit bij deze kosten. Het kostengeoriënteerde ijkpunt van het gemeentefonds voor het clusteronderdeel Crisisbeheersing & Brandweer blijft daarmee leidend voor de gemeentelijke bijdrage. - De sleutel wordt objectief bepaald door een derde (door BZK in de circulaires gemeentefonds). - Inmiddels hanteren 21 veiligheidsregio’s deze verdeelsleutel.

Regionaal Beleidsplan

3. Budgetplafond De huidige afspraak is dat de Veiligheidsregio haar taken brandweerzorg en crisisbeheersing uitvoert voor maximaal het Cebeon-bedrag (de som van de middelen die gemeenten via het gemeentefonds ontvangen). Voor de duidelijkheid: het gaat hierbij om een algemene uitkering en geen ‘verplichte’ doeluitkering richting de Veiligheidsregio.

26

2. Herverdeeleffecten bij wijzigingen gemeentefonds (herijking/groot onderhoud, nieuwe verdeling) B. Aanpassingen in relatieve bijdrage van elke gemeente worden jaarlijks toegepast, gebaseerd op de Septembercirculaire gemeentefonds T-2 (en niet meer eenmaal in de vierjaar, gelijk de beleidsplanperiode). C. Het relatief gemeentelijk aandeel wordt na herijking/ groot onderhoud of nieuwe verdeling van het gemeentefonds aangepast bij de vaststelling van de (nieuwe) Programmabegroting (en niet meer bij het begin van een nieuwe beleidsplanperiode). - Jaarlijks wordt, op basis van veranderingen in de maatstaven, de middelen voor Crisisbeheersing en Brandweer die gemeenten via het gemeentefonds ontvangen, aangepast. Voorgesteld wordt deze (kleine) aanpassingen jaarlijks ook te verwerken in de berekening van het relatief aandeel. Dit verkleint de aanpassingen op basis van herijking/groot onderhoud of nieuwe verdeling van het gemeentefonds.

- De huidige afspraak is om wijzigingen in het gemeentefonds (na herijking/groot onderhoud) eenmaal in de vierjaar (gelijk de beleidsplanperiode) toe te passen. Dit leidt dan tot abrupte herverdeeleffecten tussen gemeenten. Voorgesteld wordt het relatief gemeentelijk aandeel na herijking/groot onderhoud of nieuwe verdeling van het gemeentefonds aan te passen bij de vaststelling van de (nieuwe) Programmabegroting. - Bij grote aanpassingen moet gekeken worden naar, indien gewenst, mogelijke maatregelen om deze effecten te dempen. Een mogeljkheid kan zijn om een kiezen voor een ingroeimodel.

Regionaal Beleidsplan

- Andere verdeelsleutels, bijv. op basis van het aantal inwoners, betekenen substantiele herverdeeleffecten. - Hoewel hiermee niet alle bezwaren worden weggenomen (voorspelbaarheid, complex) blijft deze verdeelsleutel naar de mening van het Dagelijks Bestuur de ‘best passende’.

3. Budgetplafond D. Het benodigd budget voor de VRHM te baseren op de wettelijke eisen die aan de taakuitvoering van de Veiligheidsregio worden gesteld, in overeenstemming met het ambitieniveau van het bestuur. E. De som van de middelen die gemeenten ontvangen uit het gemeentefonds voor het clusteronderdeel Crisisbeheersing en Brandweer, gecorrigeerd met 5,6% ten behoeve van de gemeentelijke crisisorganisatie, wordt gebruikt als een referentie om het gebudgetteerd kostenniveau mee te vergelijken.

27

4. Meerjarig vastgesteld budget (gedurende een (nieuwe) beleidsplanperiode) F. Aanpassingen in het absoluut budgetniveau van de VRHM en gemeentelijke bijdragen worden jaarlijks toegepast bij de vaststelling van de (nieuwe) Programmabegroting. - Aanpassingen in het (absoluut) budgetniveau en de (relatieve) bijdrage van elke gemeente worden niet meer eenmaal in de vierjaar (gelijk de beleidsplanperiode) toegepast. Hiermee wordt voorkomen dat gedurende een beleidplansperiode nieuwe structurele kosten als gevolg van beleidswijzigingen tijdelijk incidenteel worden gedekt.

Regionaal Beleidsplan

- Niet meer vast te houden aan het principe om het niveau van de kosten en de gemeentelijke financiering voor brandweerzorg in Hollands Midden te baseren op het referentiebudget dat gemeenten via het gemeentefonds ontvangen als fictief budget voor de crisisbeheersings- en brandweertaak. De huidige afspraak dat de Veiligheidsregio haar taken Crisisbeheersing en Brandweerzorg uitvoert voor maximaal het Cebeon-bedrag (de som van de middelen die gemeenten via het gemeentefonds ontvangen) vervalt. - De VRHM wil weten hoe het gebudgetteerd kostenniveau zich verhoudt tot de som van de middelen die gemeenten via het gemeentefonds (clusteronderdeel Crisisbeheersing en Brandweer) ontvangen. Hiermee word inzichtelijk gemaakt hoe het kostenniveau zich verhoud tot de Cebeon-norm. Dit inzicht kan worden meegewogen in de bestuurlijke besluitvorming.

Wat niet veranderd: G. De jaarlijkse indexering is van toepassing conform de methodiek Werkgroep financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen; H. Verdeling van een autonome stijging voor de programmataak Brandweer en Crisisbeheersing vindt plaats op basis van het relatieve aandeel in de Septembercirculaire gemeentefonds T-2. I. Verdeling van een autonome stijging voor de programmataken Meldkamer Brandweer Hollands Midden en Bevolkingszorg vindt plaats op basis van het aantal inwoners per 1 januari T-2 (laatst bekende CBS-statistieken).

28

Historie besluitvorming

Financieel kader begrotingen gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Hollands Midden.

- Algemeen Bestuur 29 juni 2023; meningvormende discussie Kostenniveau en financieringssystematiek gemeentelijke bijdragen VRHM. - Bijeenkomst ACB’ers en financieel adviseurs over Kostenniveau en financieringssystematiek gemeentelijke bijdragen VRHM. - Dagelijks Bestuur 15 juni 2023: voorbereiding meningvormende discussie Kostenniveau en financieringssystematiek gemeentelijke bijdragen VRHM voor het AB van 29 juni 2023. - Algemeen Bestuur 16 maart 2016; Bestuurlijke uitgangspunten kostenniveau Brandweer Hollands Midden en financieringssystematiek gemeentelijke bijdragen na 2018 (Cebeon).

Consequenties Gewijzigde bestuurlijke uitgangspunten betreffende het kostenniveau en de financieringssystematiek gemeentelijke bijdragen voor de VRHM leiden tot een aangepaste jaarlijkse berekening van de bijdragen.

Aandachtspunten/risico’s Aandachtspunt is een blijvende communicatie over de werking en consequenties van de financieringssystematiek aan stakeholders binnen gemeenten.

Regionaal Beleidsplan

Kader

Implementatie en communicatie Op 26 juni 2023 is er een bijeenkomst geweest over het heroverwegen van de financieringssystematiek met ACB’ers en financieel adviseurs. De concept-beslisnotitie voor het DB van 31 augustus is ook voor op- en aanmerkingen verstuurd.

Bijlagen -

29

Schriftelijke reacties op bespreking gemeenteraden Onderstaand het overzicht van de ontvangen reacties van gemeenteraden op het Regionaal Beleidsplan. Het is de uitkomst van de bespreking van het RBP door de burgemeester met de gemeenteraad. De reacties gemeenteraden zijn voorzien van een reactie VRHM Artikel 14 Wet veiligheidsregio’s: Lid 1: Het bestuur van de veiligheidsregio stelt ten minste eenmaal in de vier jaar een beleidsplan vast, waarin het beleid is vastgelegd ten aanzien van de taken van de veiligheidsregio. Lid 2a: Voorafgaand aan de vaststelling van het beleidsplan overlegt de burgemeester van een gemeente in het gebied van de veiligheidsregio met de gemeenteraad over het ontwerpbeleidsplan. Gemeente Alphen aan den Rijn Bodegraven Reeuwijk

Gouda

Reactie gemeenten op RBP In te stemmen met het concept-Regionaal Beleidsplan Veiligheidsregio Hollands Midden 2024-2027 Focus op veiligheid, vandaag én morgen. De gemeenteraad kan zich vinden in de gekozen beleidsagenda met de 12 opgaven. Daarnaast is de gemeenteraad verheugd dat op dit moment geen extra gelden worden gevraagd. Wanneer extra gelden nodig zijn, vragen wij om dat te doen via de jaarlijkse begrotingscyclus, waarbij we u willen laten weten dat onze gemeente een forse financiële opgave geeft. De raad is verheugd dat VRHM rekening houdt met de wensen ten aanzien van: • • •

Risico- en crisiscommunicatie en aanrijtijden van de brandweer in Gouda-oost; Bevorderen van de zelf- en samenredzaamheid; Aandacht voor goede samenwerking rondom voorbereiding en uitvoering evenementen.

Verder wil de raad nog meegeven dat het bevorderen van de zelf- en samenredzaamheid een belangrijk streven is maar dit staat op gespannen voet met het niet volledig halen van de aanrijdtijden van de brandweer in Gouda-oost. De raad geeft daarom als opmerking voor de bespreking en besluitvorming in het Algemeen Bestuur van de VRHM aan de burgemeester mee dat de aanrijdtijden van de brandweer in Gouda-oost een punt van voortdurende zorg zijn voor de raad.

Reactie VRHM Niet van toepassing.

Aanpassingen in RBP Niet van toepassing.

Indien aanvullende middelen noodzakelijk zijn, wordt het bestuur een uitgewerkt voorstel (met keuzemogelijkheden) aangeboden. De eventuele financiering hiervan vindt plaats via de reguliere begrotingscyclus (kadernota en programmabegroting). Het bevorderen van de zelf- en samenredzaamheid is een belangrijk onderwerp onder opgave 3 van het RBP. Om die reden is het ontwikkelen van een visie op dit thema ook opgenomen in het jaarplan 2024.

Niet van toepassing.

VRHM vindt het belangrijk om een visie te hebben op het thema zelf- en samenredzaamheid. Dit is dan ook één van de onderwerpen op het jaarplan 2024. Met betrekking tot Gouda Oost vindt er een nader onderzoek plaats naar de aanrijtijden voor dit deel van Gouda in

Niet van toepassing.

Hillegom Kaag en Braassem

De Burgemeester geeft in het AB van 7 maart 2024 een mondelinge reactie op het Regionaal Beleidsplan 2024-2027. Een meerderheid van de gemeenteraad stemt in met de nieuwe opzet en financieringssystematiek van het beleidsplan. De organisatie en de flexibele inzet van VRHM wordt zeer gewaardeerd. Tegelijkertijd zijn er een aantal zorgen, omdat in het beleidsplan concrete doelen en het zicht op de beheersbaarheid van het resultaatgericht werken ontbreekt. Er worden 12 opgaven benoemd, maar deze blijven redelijk algemeen en er is weinig zicht op de reguliere taken die een groot onderdeel zijn van het werk van VRHM. De meeste partijen missen daarnaast de lange termijn financiële doorkijk. Dit is met name van belang vanwege het ravijnjaar 2026 dat voor VRHM in deze beleidsperiode valt. Daarnaast hanteert de gemeenteraad het uitgangspunt dat het resultaatgericht werken, op basis van een 1-jarige begrotingscyclus, niet mag leiden tot meer risico’s. Ten slotte is door de gemeenteraad opgemerkt dat een aantal plannen, die volgens artikel 14 van de Wvr wettelijk nodig zijn, niet te herleiden zijn via de website of andere kanalen van VRHM. De gemeenteraad vraagt aandacht hiervoor omdat daarmee ook normen ontbreken waarop de gemeenteraad kan toetsen.

De raad verwacht met het jaarplan dat momenteel wordt opgesteld, meer inzicht te krijgen in meer concrete doelen en beheersbaarheid van de werkzaamheden van VRHM.

het dekkingsplan van de brandweer. De resultaten van dit onderzoek wordt zo spoedig mogelijk gedeeld. Op dit moment niet van toepassing. VRHM herkent dat de 12 opgaven redelijk algemeen blijven. In het jaarplan 2024 (en volgende jaarplannen) staan onder de opgaven specifieke activiteiten genoemd die VRHM gaat oppakken. Deze activiteiten geven concreter aan welke stappen VRHM gaat nemen om de 12 opgaven te bereiken. Dit geldt ook voor de reguliere taken. Deze worden genoemd in het jaarplan en daarnaast komen deze terug in de Operationele Prestatie Indicatoren welke gemeenten elk tertiair ontvangen. Het vaststellen van het jaarplan en de bespreking van de tussentijdse rapportages zijn belangrijke momenten voor bestuur en directie. Ze geven richting aan de ontwikkeling van de veiligheidsregio en de realisatie hiervan. In de kadernota, programmabegroting en jaarstukken worden de gemeenteraden ook geïnformeerd over deze ontwikkeling en realisatie. In de concept-begroting worden de eerste kiemen van het nieuwe jaarplan gepresenteerd. In hun zienswijze op de concept-begroting worden de gemeenteraden in de gelegenheid gesteld om ook te reageren op deze eerste kaders voor het jaarplan van het volgende jaar. Verder wordt er gewerkt aan en

Op dit moment niet van toepassing. Niet van toepassing.

meerjaren investerings- en onderhoudsplan welke in de volgende budgetcyclus gepresenteerd worden. De gemaakte afspraak is op dit moment dat, indien aanvullende middelen noodzakelijk zijn, het bestuur een uitgewerkt voorstel (met keuzemogelijkheden) wordt aangeboden. De eventuele financiering hiervan vindt plaats via de reguliere begrotingscyclus (kadernota en programmabegroting).

Katwijk

Krimpenerwaard

Leiden

Geen zienswijze in te dienen op het voor overleg van de burgemeester met de gemeenteraad aangeboden concept ‘Regionaal Beleidsplan VRHM 2024 – 2027 Focus op veiligheid, vandaag én morgen’ Het concept Regionaal Beleidsplan geeft geen aanleiding tot het indienen van een zienswijze. De genoemde 12 opgaven passen bij de huidige inhoudelijke en organisatorische ontwikkelingen van VRHM. De gemeenteraad heeft de volgende wensen en/of bedenkingen ten aanzien van het Regionaal Beleidsplan 2024-2027: a. Het voorlopige jaarplan dient tijdig aan iedere Gemeenteraad te worden aangeboden voor een wensen en bedenkingen procedure, zodat vanuit iedere Gemeenteraad eventuele wensen en bedenkingen opgenomen kunnen worden in het definitieve jaarplan van de VRHM.

Met betrekking tot de opmerking over de plannen: De website is vernieuwd en niet alle documenten zijn goed vindbaar via de nieuwe site. De wens van de gemeenteraad is begrijpelijk en dit wordt opgepakt. Niet van toepassing.

Niet van toepassing.

Niet van toepassing.

Niet van toepassing.

a. Het vaststellen van het jaarplan en de bespreking van de tussentijdse rapportages zijn belangrijke momenten voor bestuur en directie. Ze geven richting aan de ontwikkeling van de veiligheidsregio en de realisatie hiervan. In de kadernota, programmabegroting en jaarstukken worden de gemeenteraden ook geïnformeerd over deze ontwikkeling en realisatie. In de concept-begroting worden de

b. Hoofdstuk 1.1: Wij schieten te hulp als dan toch een onveilige situatie ontstaat of dreigt te ontstaan en helpen daarmee mens en dier in nood. Hoofdstuk 2.1: De continuïteit van de samenleving en het huidige veiligheidsniveau voor mens en dier staan onder druk.

b. In het beleidsplan, naast mensen, ook dieren expliciet te benoemen en dit mee te nemen in de uitwerking van het jaarplan. c. In het jaarplan focus te leggen op de aanpak van de interne uitdagingen waar de organisatie voor staat. Deze uitdagingen zijn opsommend, maar niet uitsluitend: vergrijzing en nieuwe aanwas van collega’s, verduurzaming van en op kazernes, diversiteit & inclusie en sociale veiligheid op de werkvloer. d. Brandveiligheid van verkamerde panden mee te nemen in de uitwerking van het Beleidsplan 2024-2027. e. Bij de uitwerking van de opgave om de zelfredzaamheid van inwoners te vergroten de mogelijkheid om een vrijwillige hulpverleningsorganisatie bij (natuur)rampen en crises in te richten mee te nemen, inclusief de benodigde personele capaciteit en financiële middelen.

eerste kiemen van het nieuwe jaarplan gepresenteerd. In hun zienswijze op de concept-begroting worden de gemeenteraden in de gelegenheid gesteld om ook te reageren op deze eerste kaders voor het jaarplan van het volgende jaar. b. In het Regionaal Beleidsplan zijn dieren nog explicieter benoemd. Zie kolom rechts voor tekstuele aanpassingen in het RBP. c. Diversiteit, Inclusie, Gelijkwaardigheid, sociale veiligheid en duurzaamheid zijn belangrijke thema’s. De eerste acties op dit gebied zijn reeds opgenomen in het jaarplan 2024 onder opgave 10 en 12. d. Brandveiligheid in verkamerde panden is onderdeel van het going concern van VRHM. Zo houden onder andere de afdeling toezicht en de studentenambassadeur zich hiermee bezig. e. Het bevorderen van de zelf- en samenredzaamheid is een belangrijk onderwerp onder opgave 3 van het RBP. Om die reden is het ontwikkelen van een visie op dit thema (waar het thema vrijwillige hulpverleningsorganisatie ook de revue zal passeren) ook opgenomen in het jaarplan 2024. Daarnaast is vanuit VRHM een brief gestuurd aan het Veiligheidsberaad om dit onderwerp landelijk te agenderen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/1629/documents/21428